Circulaire nr. Ci.RH.624/325.294 d.d. 08.08.1983
Bull. nr. 620, pag. 2061
Wat betreft de termijn voor het indienen van de aanvraag :
- Circulaire nr. Ci.RH.624/454.301 dd. 01.04.1994
- Circulaire nr. Ci.RH.624/499.006 dd. 18.06.1999
Wat betreft het te leveren bewijs van de in het buitenland gepresteerde dagen :
- Circulaire nr. Ci.RH.624/460.080 dd. 31.08.1995
BUITENLAND
Buitenlandse kaderlid
Buitenlandse vorser
Nieuwe richtlijnen betreffende het bijzondere aanslagstelsel voor sommige buitenlandse kaderleden :
- vaststelling van de hoedanigheid van niet-rijksinwoner;
- vaststelling van het bedrag van de in België belastbare bezoldigingen;
- procedureregels.
I. Inleiding
1. De bijgaande tekst die in een volgende bijwerking van de Com.IB zal worden opgenomen, licht het nieuwe bijzondere stelsel toe dat geldt voor de regeling van de belastingtoestand van sommige buitenlandse kaderleden.
Als zodanig vervangt die tekst de richtlijnen welke thans zijn opgenomen in de Com.IB, 139/6 tot 9 en 142/2 tot 5.1, alsmede in de circ. 7.5.1979, Ci.RH.624/302.443.
2. Het nieuwe aanslagstelsel is van toepassing met ingang van het aj. 1984 (inkomsten van het jaar 1983).
II. Waarom een nieuw stelsel?
3. Sedert enige tijd oefenen de hoogste rechtsinstanties van het land kritiek uit op de huidige administratieve onderrichtingen die het bijzondere aanslagstelsel van de buitenlandse kaderleden regelen. Deze kritiek vindt inzonderheid haar oorsprong in de vaststelling dat de beoogde onderrichtingen, waar zij in een aanvullend forfait voor bedrijfslasten voorzien, elke wettelijke grondslag missen.
Daarentegen is in het regeerakkoord gevoegd als bijlage I bij het Verslag aangaande het wetsontwerp tot toekenning van bepaalde machten aan de Koning (Kamer van Volksvertegenwoordigers - Zitting 1981-1982 - 8.1.1982 - document 28), uitdrukkelijk bepaald dat op fiscaal vlak België opnieuw een echt aantrekkelijk land moet worden, ten einde zowel buitenlandse investeerders aan te trekken, als de eigen bedrijven te stimuleren.
4. Gesteld tegenover deze twee imperatieven, heeft de Regering besloten ter zake een nieuw stelsel in te voeren dat hoofdzakelijk tot doel heeft inzonderheid in toekomstgerichte sectoren het behoud en de uitbreiding te verzekeren van de investeringen die nodig zijn voor de groei van een economie gebaseerd op de uitvoer, mits nochtans elke inbreuk op een juiste belastingheffing wordt uitgesloten.
III. Synthese van het nieuwe stelsel
5. Het nieuwe stelsel verschilt voornamelijk op de volgende punten van de vorige :
- de voorheen van de toepassing van het stelsel bestaande tijdslimieten van 5 en 8 jaar zijn opgeheven, zonder dat door die opheffing afbreuk wordt gedaan aan de voorwaarde volgens welke de tewerkstelling in België van tijdelijke aard moet zijn;
- het uitzonderlijke forfait wegens bedrijfslasten wordt vervangen door een stelsel dat erin bestaat de door de detachering naar België van buitenlandse kaderleden veroorzaakte werkelijke en redelijke meeruitgaven die de werkgever, de vennootschap of de rechtspersoon ten laste neemt, uit de belastbare bezoldigingen te sluiten, overeenkomstig het bepaalde in de art. 26, laatste lid, en 27, § 1, 2de lid, 1°, laatste zinsdeel, WIB;
- onverschillig of de beroepswerkzaamheid van het kaderlid al dan niet voor meer dan 50 pct. in het buitenland wordt uitgeoefend, is voortaan in België enkel het gedeelte van zijn bezoldigingen belastbaar dat betrekking heeft op de alhier uitgeoefende beroepswerkzaamheid.
6. De grondgedachte van het stelsel waarover het gaat is dat de vermindering van de loonkosten die aan de tewerkstelling in België van buitenlandse kaderleden verbonden zijn aan de werkgevers moet ten goede komen. Er mogen dus in geen geval bijzondere voordelen voor de betrokken personeelsleden zelf uit voortvloeien.
IV. Toepassing van de bedrijfsvoorheffing
7. Ter zake blijven de richtlijnen van Com.IB, 184/46, 1e lid, mutatis mutandis van toepassing.
Dit betekent dat de werkgevers, onder eigen verantwoordelijkheid, voor de berekening van de aan de bron verschuldigde BV op de bezoldigingen van buitenlandse kaderleden die het bijzondere aanslagstelsel genieten, met deze omstandigheid mogen rekening houden.
8. Het 2de lid van Com.IB, 184/46, heeft in het nieuwe stelsel zijn bestaansreden verloren en moet derhalve als opgeheven worden beschouwd.
V. Overgangsregelen in verband met het aj. 1984
9. De aanvraag waarvan sprake is in 142/5 van de tekst in bijlage, moet worden gedaan voor alle kaderleden (d.w.z. ongeacht of zij in 1983 dan wel reeds vroeger in België zijn tewerkgesteld) voor wie de werkgever aanspraak wenst te maken op de toepassing van het bijzondere aanslagstelsel.
De datum van 30 juni welke in 142/5.1 van dezelfde tekst is gesteld voor de indiening van de aanvraag, wordt wat het aj. 1984 betreft, vervangen door die van 30 september 1983.
10. Voor de kaderleden die België definitief hebben verlaten tussen 1 januari en 15 februari 1983, mag de vroegere bijzondere regeling nog voor die periode worden toegepast.
Kaderleden die in 1983 na 15 februari, België definitief hebben verlaten, worden, mits alle ter zake gestelde voorwaarden vervuld zijn, voor dat gedeelte van het jaar 1983 aan de nieuwe regeling onderworpen.
11. Wanneer het onderzoek van de aanvragen om voor het aj. 1984 de toepassing van het bijzondere aanslagstelsel te bekomen uitwijst dat sommige kaderleden ten onrechte van de vroegere regeling hebben genoten, moet op de toestand betreffende vorige aanslagjaren niet worden teruggekomen.
12. Het lagere personeel van produktiemaatschappijen, controle- en coördinatiekantoren, wetenschappelijke onderzoekingscentra en -laboratoria, dat vóór 1 januari 1980 in België werd tewerkgesteld en dat, krachtens het bepaalde in nr. 18, van circ. 7.5.1979, Ci.RH.624/302.443, gedurende een termijn van 5 jaar het genot van het bijzondere aanslagstelsel heeft bekomen, mag voor het nog niet verstreken gedeelte van die termijn op de toepassing van de nieuwe regeling aanspraak maken. Vanzelfsprekend is die toepassing afhankelijk van een gunstige beslissing op de aanvraag waarvan sprake is in nr. 9 hiervoor.
NAMENS DE MINISTER :
De Directeur-generaal,
V. HEPERS
BIJLAGE
2° Buitenlandse kaderleden
Inleiding
139/6
Voor sommige kaderleden van buitenlandse ondernemingen of van ondernemingen onder buitenlandse controle, geldt een bijzonder stelsel van onderwerping aan de BNV, verder kortweg "bijzonder aanslagstelsel" genoemd.
De toepassing van dit stelsel houdt in dat specifieke regelen moeten worden in acht genomen inzake:
1° vaststelling van de hoedanigheid van niet-rijksinwoner;
2° vaststelling van het bedrag van de in België belastbare bezoldigingen;
3° procedure.
39/7
Voor de toelichting van het bijzondere aanslagstelsel waarover het hier gaat, wordt verwezen naar de richtlijnen die volgen en, wat 2° en 3° van 139/6 betreft, naar het bepaalde in 142/2 tot 142/5.11.
Toepassingsgebied
139/8
De kaderleden waarop het bijzondere aanslagstelsel van toepassing is, zijn degenen die de buitenlandse nationaliteit bezitten en uitsluitend functies uitoefenen welke een bijzondere kennis en verantwoordelijkheid vereisen, namelijk de functie van een leider en die in België verblijven omdat:
- zij door buitenlandse ondernemingen in het land zijn gedetacheerd om er tijdelijk te werken, hetzij in één of meer inrichtingen van die ondernemingen, hetzij in één of meer vennootschappen welke onder de controle van die ondernemingen staan;
- zij door buitenlandse ondernemingen die deel uitmaken van een internationale groep, in het land zijn gedetacheerd om er tijdelijk te werken in één of meer Belgische vennootschappen welke van dezelfde groep deel uitmaken of in een controle- of coördinatiekantoor van de ondernemingen dat binnen die groep werkt;
- zij rechtstreeks in het buitenland zijn aangeworven door een Belgische vennootschap, dochtermaatschappij van een buitenlandse vennootschap of door een Belgische onderneming die deel uitmaakt van een internationale groep, om tijdelijk te werken in de Belgische vennootschap of de onderneming zelf of in een door de internationale groep in België gevestigd controle- of coördinatiekantoor.
139/8.1
In aanmerking komen eveneens, mits de tewerkstelling in België van de betrokkenen van tijdelijke aard is :
- de buitenlandse beheerders die in de voormelde inrichtingen of vennootschappen werkelijke en vaste functies in de zin van art. 99, WIB, uitoefenen;
- het gespecialiseerde buitenlandse personeel van dezelfde inrichtingen of vennootschappen, d.w.z. de personen die zonder kaderlid te zijn, een zodanige specialisatie hebben, dat hun aanwerving in België uiterst moeilijk zoniet onmogelijk is;
- de buitenlandse vorsers die uit het buitenland zijn gedetacheerd of rechtstreeks in het buitenland zijn aangeworven om in België hun activiteit uit te oefenen in Belgische of buitenlandse wetenschappelijke onderzoekingscentra en -laboratoria.
139/8.2
Het bijzondere aanslagstelsel geldt, daarentegen, niet :
1° voor de buitenlandse kaderleden en vorsers die deze hoedanigheid niet hadden vóór zij in België als dusdanig werden tewerkgesteld, behalve wanneer formeel vaststaat dat hun academische vorming overeenstemt met de functie die zij alhier zullen bekleden;
2° voor buitenlands personeel met een lagere of ondergeschikte functie (administratief, secretariaats- en ander gelijkaardig niet-leidinggevend personeel) waarvan de aanwerving in het buitenland of de detachering in België niet noodzakelijk is en dat door Belgen kan worden vervangen.
139/8.3
Voor de toepassing van het bijzondere aanslagstelsel worden beschouwd als :
1° controle- en coördinatiekantoren :
a) de vennootschappen naar Belgisch of buitenlands recht en de Belgische inrichtingen van buitenlandse ondernemingen, die uitsluitend zijn opgericht met het doel de werkzaamheden (met inbegrip van het onderzoek waarvan sprake is in 139/8.4) of de verrichtingen te controleren of te coördineren van Belgische of buitenlandse vennootschappen, of van inrichtingen die tot een internationale groep van vennootschappen behoren of die afhangen van een buitenlandse "moedervennootschap" of nog van een buitenlandse groep van natuurlijke personen;
b) de andere niet sub a bedoelde autonome diensten van vennootschappen naar Belgisch of buitenlands recht en van Belgische inrichtingen, die uitsluitend een controle- of coördinatieopdracht waarvan sprake is sub a te vervullen;
2° wetenschappelijke onderzoekingscentra en -laboratoria, de Belgische of buitenlandse instellingen - naar publiek of privaat recht - of de autonome diensten van Belgische of buitenlandse vennootschappen of van Belgische inrichtingen van buitenlandse ondernemingen waarvan de bedrijvigheid uitsluitend bestaat uit wetenschappelijk of technisch onderzoek op gelijk welk gebied.
139/8.4
Onder "wetenschappelijk of technisch onderzoek" wordt een geheel van intellectuele of andere werkzaamheden verstaan die erop gericht zijn nieuwe kennis of wetten, of nog nieuwe fabricagemethoden of nieuwe produkten te ontdekken. Evenwel moet inzonderheid worden uitgesloten, het eenvoudig inzamelen van inlichtingen of documentatie, behoudens wanneer deze laatste moeten dienen om die werkzaamheden voor te bereiden.
Vaststelling van de hoedanigheid van niet-rijksinwoner
139/9
Ter zake zijn de regels van het gemeen recht van toepassing, wat impliceert dat de betrokkenen als niet-rijksinwoners worden beschouwd zolang niet vaststaat dat zij hun woonplaats of de zetel van hun fortuin in België hebben gevestigd.
139/9.1
Om te besluiten dat een buitenlands kaderlid zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin niet in België heeft gevestigd, moet noodzakelijk worden gesteund op een geheel van precieze en met elkaar overeenstemmende gegevens die inzonderheid de tijdelijke aard van de tewerkstelling in België doen uitschijnen.
139/9.2
De verschillende factoren die de tijdelijke aard van de tewerkstelling in België bepalen, kunnen hun oorsprong vinden zowel in de persoonlijke toestand van het kaderlid als in de aard zelf van de uitgeoefende functie.
139/9.3
Tot de eerste categorie van factoren behoren o.m. :
1) het verblijf van de echtgenoot of de kinderen in het buitenland;
2) het ter beschikking houden van een woning in het buitenland;
3) het feit dat de kinderen in het buitenland onderwijs blijven volgen;
4) het bezit in het buitenland van onroerende of roerende goederen;
5) het bestaan van een levensverzekeringscontract in het buitenland;
6) de voortzetting van de deelneming aan een groepsverzekering of aan een ander pensioen- of spaarplan in het buitenland;
7) de opneming in de huurceel van een "diplomatieke clausule".
139/9.4
Onder de factoren die verband houden met de aard zelf van de uitgeoefende functie kunnen worden gerangschikt :
1) de verdere onderwerping aan een sociale wetgeving in het buitenland;
2) het eventueel bestaan van een arbeidsovereenkomst van beperkte duur;
3) de tijdelijke tewerkstelling in België met het oog op de oprichting of herstructurering van een onderneming;
4) de mogelijkheid dat de betrokkene wegens de enge band met de buitenlandse onderneming of in uitvoering van zijn contractuele verplichtingen, de zetel van zijn activiteit in dienst van deze onderneming naar een ander land zou moeten overbrengen.
139/9.5
Zonder dat een bepaalde rangorde aan de voormelde factoren wordt toegekend, is het nochtans nodig de waarde van iedere factor op redelijke en objectieve wijze te beoordelen.
Bovendien mogen andere elementen in acht worden genomen, voor zover zij het mogelijk maken de tijdelijke aard van de tewerkstelling in België vast te stellen.
Het is nochtans wel te verstaan dat een getuigschrift van de werkgever ter zake niet dienend is.
139/9.6
Op zichzelf genomen, vormen de verwerving in België van een woning waarvoor de belastingplichtige een lening bij een Belgische financiële instelling heeft aangegaan, of de ontstentenis van een geschreven arbeidsovereenkomst, of nog het bestaan van zulke overeenkomst van onbepaalde duur, geen doorslaande factoren om tot het besluit te leiden dat de in België uitgeoefende beroepswerkzaamheid niet van tijdelijke aard zou zijn.
139/9.7
In de praktijk moet het volgende onderscheid worden gemaakt :
1° wanneer de betrokken personen, vóór hun tewerkstelling in België, in het buitenland verbleven, worden zij, door vermoedens, beschouwd niet-rijksinwoner te zijn gebleven, tenzij het onderzoek zou uitwijzen dat zij ten gevolge van een verandering in hun toestand, hun woonplaats of de zetel van hun fortuin in België hebben gevestigd;
2° wanneer die personen vóór dat zij worden tewerkgesteld in een onderneming waarvan hiervoor sprake is, reeds in België verbleven en het bijzondere aanslagstelsel hebben genoten, moeten zij in principe als rijksinwoner worden beschouwd, met dien verstande evenwel dat geval per geval moet worden onderzocht of zij verder voldoen aan de voorwaarden om hun hoedanigheid van niet-rijksinwoner toe te kennen.
139/9.8
Ten opzichte van buitenlandse kaderleden die in de loop van een jaar de hoedanigheid van niet-rijksinwoner verliezen, moet als volgt worden gehandeld :
1° tot de datum van het verlies van de hoedanigheid : onderwerping aan de belasting der niet-verblijfhouders;
2° vanaf die datum : onderwerping aan de personenbelasting.
BIJZONDERE GEVALLEN
1° Vaststelling van de belastbare inkomsten van buitenlandse kaderleden
Algemeen
142/2
De in 139/8 tot 8.2 bedoelde buitenlandse kaderleden die de hoedanigheid van niet-rijksinwoner hebben overeenkomstig het bepaalde in 139/9 tot 9.7, zijn enkel belastbaar op grond van de bezoldigingen die overeenstemmen met hun in België geleverde prestaties, alsmede op hun andere inkomsten van Belgische oorsprong.
De belastbare bezoldigingen bevatten niet :
1° de terugbetalingen van uitgaven die aan de werkgever eigen zijn (zie art. 26, laatste lid en art. 27, § 1, 2e lid, 1°, laatste zinsdeel, WIB);
2° de bezoldigingen met betrekking tot de in het buitenland uitgeoefende werkzaamheden.
142/2.1
De bezoldigingen met betrekking tot de in België uitgeoefende werkzaamheid worden verminderd met de forfaitaire of werkelijk bewezen bedrijfsuitgaven en -lasten die op deze bezoldigingen drukken.
Terugbetalingen van uitgaven die aan de werkgever eigen zijn
142/3
Als uitgaven van die aard worden beschouwd die welke voor de werkgever ter ontlasting van de buitenlandse kaderleden worden gedragen, ofwel rechtstreeks in de vorm van forfaitair geraamde terugbetalingen, in de mate dat het gaat om terugbetalingen die bestemd zijn om de meeruitgaven te dekken welke het rechtstreeks gevolg zijn van de detachering of tewerkstelling in België.
Die terugbetalingen vertegenwoordigen ten name van de kaderleden geen bezoldiging, noch enig ander belastbaar voordeel.
142/3.1
Onder "meeruitgaven" in de zin van wat voorafgaat worden verstaan, de hogere kosten en lasten die de kaderleden moeten uitstaan wegens hun verblijf in België ten opzichte van de kosten en lasten die zij zouden hebben uitgestaan indien zij in hun land van herkomst (1) tewerkgesteld gebleven waren.
----------
[(1) Land waar het kaderlid vóór zijn detachering of tewerkstelling in België, in laatste instantie als rijksinwoner aan de belasting werd onderworpen, of dat waarvoor de betrokkene aantoont dat hij er het centrum van zijn economische belangen heeft behouden.)]
---------
142/3.2
De werkgever moet aantonen dat de terugbetalingen met het werkelijke bedrag van de meeruitgaven moeten overeenstemmen en tot het nagestreefde doel hebben gediend, met name om het kaderlid te vergoeden voor de kosten en verliezen die niet op onredelijke wijze zijn behoeften overtreffen.
142/3.3
De uitgaven die alhoewel zij aan de werkelijkheid beantwoorden, op forfaitaire wijze worden terugbetaald omdat het bedrag ervan niet juist kan worden vastgesteld, verliezen daardoor niet de aard van werkelijke uitgaven wanneer zij overeenkomstig ernstige en met elkaar overeenstemmende criteria worden bepaald.
142/3.4
In de zin van wat voorafgaat worden o.m. beschouwd als terugbetalingen van uitgaven die aan de werkgever of de vennootschap eigen zijn, die welke bestemd zijn tot het dekken van de volgende uitgaven en lasten, die hetzij van eenmalige, hetzij van regelmatig weerkerende aard zijn.
a) Eenmalige uitgaven en lasten
- de uitgaven en lasten die voortvloeien uit de verhuizing naar België;
- de inrichtingskosten van de woning in België;
- de uitgaven en lasten veroorzaakt door de verhuizing van België naar het buitenland.
b) Regelmatig weerkerende uitgaven en lasten
- het verschil in de kosten voor huisvesting en levensduurte tussen België en het land van herkomst van het kaderlid;
- de onderwijskosten voor de kinderen die lager of middelbaar onderwijs volgen;
- de kosten voor een jaarlijkse reis voor het kaderlid en zijn gezinsleden naar het land van herkomst (voor vliegtuigreizen worden alleen de kosten verbonden aan de verplaatsing in economy-klasse aangenomen);
- het geleden verlies wanneer de woning in het land van herkomst niet of slechts onder de normale huurwaarde kan worden verhuurd;
- de reiskosten wegens bijzondere omstandigheden (overlijden of zware ziekte van naaste familieleden van het kaderlid of van zijn echtgenote);
- de koersverschillen;
- de "tax-equalisation";
- de reiskosten voor kinderen die in het buitenland studeren, voor maximum twee reizen per jaar om hun ouders te bezoeken.
142/3.5
Sommige van de voormelde uitgaven worden hierna nader toegelicht :
Huisvestingskosten in België
Ter zake mag alleen rekening worden gehouden met hetzij de huur en de door het kaderlid ter ontlasting van de eigenaar gedragen huurlasten, hetzij 100/60 van het kadastraal inkomen van de woning die het kaderlid als eigendom betrekt.
Met deze kosten mag slechts rekening worden gehouden in de mate dat zij geen overdadig karakter vertonen, d.w.z. in de mate dat zij niet ingegeven zijn door de wens of de zorg een zekere status te voeren.
Komen hier in geen geval in aanmerking, de kosten inzake verwarming, elektriciteit, gas, water en andere gelijkaardige uitgaven voor privé-behoeften.
Onderwijskosten in België en in het buitenland
Het gaat hier om kosten voor schoolgeld, het lesgeld, de kosten voor plaatselijk vervoer en de andere kosten die door de school vereist zijn voor kinderen die in België in een internationale of privé-school lager of middelbaar onderwijs volgen, met dien verstande dat het bedrag van die kosten binnen redelijke en normale grenzen moet blijven.
De internaatskosten (voeding, inwoning), de andere dan de voormelde vervoerkosten en het lesgeld voor bijzondere lessen (paardrijden, schaatsen, taallessen van de echtgenoot, enz.) die de werkgever ten laste neemt, vertegenwoordigen belastbare bezoldigingen.
Wanneer de kinderen lager of middelbaar onderwijs in het buitenland blijven volgen moeten de aanneembare meeruitgaven voor onderwijs die kunnen worden geacht voort te vloeien uit de detachering of de tewerkstelling van de ouders in België, geval per geval worden bepaald.
Tax-equalisation
Onder tax-equalisation wordt de vergoeding verstaan die de werkgever aan het kaderlid verleent om dit laatste schadeloos te stellen voor het hogere bedrag van inkomstenbelasting, dat wegens de detachering of tewerkstelling in België moet worden gedragen.
142/3.6
Voor buitenlandse kaderleden die een brutobezoldigingsregeling genieten waarin geen onderscheid is gemaakt tussen het gedeelte dat de beroepswerkzaamheid vergoedt en het gedeelte dat bestemd is om de meeruitgaven te dekken die voortvloeien uit de detachering of tewerkstelling in België, zal de werkgever onder de controle van de administratie de samenstelling moeten geven van het gedetailleerde bedrag van dit laatste gedeelte.
142/3.7
Behalve de onderwijskosten en de in 142/3.4, litt. a, bedoelde eenmalige uitgaven en lasten, die behoorlijk verantwoord zijn en redelijk voorkomen worden de andere kosten - die eveneens behoorlijk moeten worden verantwoord - slechts als redelijk beschouwd in de mate dat zij niet meer bedragen dan respectievelijk 11.250,00 EUR (450.000 F) of 29.750,00 EUR (1.200.000 F) (*), naargelang het gaat om kaderleden ofwel van produktiemaatschappijen, ofwel van controle- en coördinatiekantoren, wetenschappelijke onderzoekingscentra en -laboratoria.
----------
[(*) Omzetting naar euro : Ci.D.28/546.629 dd.19.12.2001 (inwerkingtreding 01.01.2002)]
----------
Bezoldiging met betrekking tot de in het buitenland uitgeoefende beroepswerkzaamheid
142/4
Na uitschakeling van de vergoedingen die als een terugbetaling van uitgaven eigen aan de werkgever kunnen worden aangenomen, moeten de totale bezoldigingen worden gesplitst in een gedeelte dat betrekking heeft op de in België uitgeoefende beroepswerkzaamheid (belastbare bezoldigingen) en in een gedeelte dat verband houdt met de in het buitenland uitgeoefende beroepswerkzaamheid (niet belastbare bezoldigingen).
142/4.1
Bij gebreke van andere gegevens, wordt geacht dat het betrokken kaderlid voor zijn prestaties in België en voor die in het buitenland op dezelfde manier wordt bezoldigd. M.a.w. om in dit geval de belastbare bezoldiging vast te stellen moet de totale jaarbezoldiging worden vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het aantal van de in België gepresteerde werkdagen van het jaar omvat en de noemer het totaal aantal van de tijdens hetzelfde jaar of tijdens de beschouwde periode ervan in België en in het buitenland gepresteerde werkdagen. Als werkdagen worden in aanmerking genomen, de andere dagen dan de zaterdagen (in de vijfdaagse werkweek), zondagen, de feestdagen, de jaarlijkse vakantiedagen, alsmede de ziekte- en hersteldagen die door een medisch attest worden gerechtvaardigd.
In geval van reizen met beroepskarakter naar het buitenland, wordt de dag van vertrek uit België wel, maar die van terugkeer niet als een in België gepresteerde werkdag in aanmerking genomen.
142/4.2
De afzonderlijke belastbare achterstallen, de al dan niet contractueel betaalde opzeggingsvergoedingen, het vervroegd uitgekeerd vakantiegeld, alsmede het deel van de bezoldigingen van beheerders (tantièmes en andere) dat geen betrekking heeft op werkelijke en vaste functies, moeten worden geacht voor hun totaal bedrag inkomsten van Belgische oorsprong te zijn.
Procedureregels
142/5
De toepassing van het bijzondere aanslagstelsel is onderworpen aan een eenmalige aanvraag die door de werkgever van het kaderlid aan de Adjunct-directeur van de dienst
Extraneïteit moet worden gericht.
142/5.1
Deze aanvraag moet worden ingediend uiterlijk op 30 juni van het jaar waarin de tewerkstelling of detachering in België aanvangt, met dien verstande dat de termijn op 2 maanden wordt gesteld vanaf de aanvang van de tewerkstelling in België.
142/5.2
De aanvraag moet vergezeld gaan van een voor ieder van de betrokken kaderleden samengesteld dossier dat alle gegevens (ook de aanvraag van het kaderlid) dient te bevatten, die het de voornoemde ambtenaar moeten mogelijk maken :
a) de hoedanigheid van niet-rijksinwoner van het kaderlid na te gaan;
b) te onderzoeken of alle andere voorwaarden zijn vervuld om het genot van het bijzondere aanslagstelsel te hebben;
c) de juiste aard te bepalen van de vergoedingen die door de werkgever worden voorgesteld de terugbetaling te vertegenwoordigen van uitgaven die hem eigen zijn;
d) toezicht uit te oefenen op de werkelijkheid en het bedrag van de terugbetalingen, meer in het bijzonder inzake de kosten voor onderwijs van de kinderen en de tax-equalisation. Deze laatste twee soorten uitgaven moeten op precieze en gedetailleerde wijze worden gerechtvaardigd.
142/5.3
Met het oog op de toepassing van de voorgaande bepalingen moet voor de met ingang van 1 januari 1983 in België tewerkgestelde kaderleden, het bedrag van hun bezoldiging betreffende het jaar dat aan de tewerkstelling in België voorafgaat, aan de administratie ter kennis worden gebracht.
142/5.4
In geval van blijvende betwisting tussen de werkgever en de Adjunct-directeur van de dienst Extraneïteit, legt deze laatste de zaak aan het hoofdbestuur voor.
142/5.5
De Adjunct-directeur geeft kennis van de getroffen beslissing aan de werkgever en aan de taxatiediensten bevoegd voor de regeling van de belastingtoestand zowel van die werkgever als van de kaderleden.
142/5.6
De werkgever moet op de jaarlijkse op te stellen fiches 281.10 en 281.20 vermelden :
- het totale bedrag van de bezoldigingen die de buitenlandse kaderleden zowel voor de in België als voor de in het buitenland uitgeoefende beroepswerkzaamheid van hun werkgever hebben verkregen (wanneer zij hun opdracht uitoefenen in de schoot van een groep van ondernemingen moet op het fiche het totale bedrag worden vermeld van de bezoldigingen die zij in dienst van de verschillende werkgevers behorend tot die groep genoten hebben, ongeacht of die bezoldigingen een beroepswerkzaamheid in België of in het buitenland vergoeden);
- onder een zelf aan te brengen rubriek "uitgaven eigen aan de werkgever" het totale bedrag van de werkelijke of forfaitair vastgestelde uitgaven die door de werkgever werden ten laste genomen.
142/5.7
Hij dient aan de betrokken kaderleden een attest te overhandigen houdende het detail van de terugbetaalde uitgaven die hem eigen zijn. De kaderleden moeten dit attest bij hun aangifte in de inkomstenbelastingen voegen.
142/5.8
Wanneer voor een jaar volgend op dat waarvoor het genot van het bijzondere aanslagstelsel werd toegestaan, de taxatiedienst die bevoegd is voor de regeling van de belastingtoestand van het kaderlid, meent dat dit laatste niet meer de hoedanigheid van niet-rijksinwoner bezit, of dat de als uitgaven eigen aan de werkgever beschouwde terugbetalingen qua aard of bedrag moeten worden herzien, dienen in eerste instantie de gewone procedureregelen te worden gevolgd.
142/5.9
Bij blijvend verschil ter zake wint de betrokken taxatiedienst het advies in van de Adjunct-directeur van de dienst Extraneïteit.
Varia
142/5.10
Buitenlandse kaderleden die in het buitenland wonen maar in België gedetacheerd of tewerkgesteld zijn onder de omstandigheden als bedoeld in 139/8 en 8.1, kunnen eveneens aanspraak maken op de toepassing van het bijzondere aanslagstelsel.
142/5.11
Uit het feit dat het genot van het bijzondere aanslagstelsel slechts kan worden verleend aan buitenlandse kaderleden die te dien einde als niet-rijksinwoner worden aangemerkt, volgt dat de betrokkenen zich niet in de voorwaarden bevinden om aanspraak te maken op de vrijstellingen of verminderingen van belasting waarin de door België gesloten dubbelbelastingverdragen ten behoeve van de inwoners van België voorzien. Nochtans kunnen zij, wegens de feitelijke situatie waarin zij zich ten opzichte van de andere Staat bevinden, eventueel als inwoner van het partnerland voor de toepassing van die verdragen worden beschouwd.
