Aanschrijving nr. 4 d.d. 13.05.1997 (vervangen)

Deze aanschrijving werd met ingang van 01.04.2019 vervangen door de Circulaire 2019/C/92 betreffende het btw-tarief dat van toepassing is op bomen en planten die geleverd worden bij de aanleg en het onderhoud van tuinen


Tarieven
Sierplanten


Inhoud Nrs. 1. Onderwerp van de aanschrijving 1 2. Voorafgaande opmerkingen 2-3 3. Draagwijdte van de nieuwe bepaling 4-9 A. Levende sierbomen, -heesters, -struiken en andere levende sierplanten 5-7 B. Bollen, knollen, wortels en ander plantgoed voor de sierteelt 8 C. Verse snijbloemen en vers snijgroen 9 4. Bijzonder geval. Samengestelde sierteeltproducten 10

I.Onderwerp van de aanschrijving.
1. Het Belgisch Staatsblad van 1 oktober 1996 heeft het koninklijk besluit van 27 september 1996, tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, gepubliceerd.

Dit koninklijk besluit, waarvan de tekst is opgenomen als bijlage (Dit koninklijk besluit werd reeds in de BTW-Revue nr. 123, blz. 733-735 gepubliceerd), voegt in rubriek VII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, in vervanging van het cijfer 14 dat cijfer 15 wordt, een nieuw cijfer 14 in dat luidt als volgt :

"14. Levende sierbomen, -heesters, struiken, en andere levende sierplanten; bollen, knollen, wortels en ander plantgoed voor de sierteelt; verse snijbloemen en vers snijgroen."

Deze aanschrijving preciseert de draagwijdte van deze bepaling die in werking is getreden op 1 oktober 1996.



II.Voorafgaande opmerkingen.
2. De nieuwe bepaling beoogt enkel de loutere leveringen van voornoemde goederen.

Het aanleggen van tuinen en het onderhoud ervan is voor het geheel. d.w.z. met inbegrip van de daarbij gebruikte materialen en planten, een werk in onroerende staat, dat een dienstverrichting is zoals beoogd in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek, en derhalve onderworpen aan het normale BTW-tarief.

3. De plantaardige producten die reeds vóór 1 oktober 1996 onderworpen waren aan het verlaagde tarief blijven na die datum onderworpen aan dit tarief. Derhalve waren en blijven onderworpen aan het tarief van 6 pct. :

  • zaaigoed van sierplanten tabel A, rubriek VII, 3) (Goederen die te koop worden aangeboden als voedsel voor troeteldiertjes zijn onderworpen aan het normale BTW-tarief);
  • planten, plantendelen, zaden en vruchten, hoofdzakelijk gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insecten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden tabel A, rubriek VII, 7) (Goederen die te koop worden aangeboden als voedsel voor troeteldiertjes zijn onderworpen aan het normale BTW-tarief);
  • levende woudbomen, levende fruitbomen, -heesters, en struiken, alsmede plantgoed daarvan tabel A, rubriek VII, 13).




III.Draagwijdte van de nieuwe bepaling.
4. De goederen die krachtens rubriek VII, cijfer 14, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 onderworpen zijn aan het tarief van 6 pct. kunnen onderverdeeld worden in drie groepen, namelijk :

  • levende sierbomen, -heesters, -struiken en andere levende sierplanten;
  • bollen, knollen, wortels en ander plantgoed voor de sierteelt;
  • verse snijbloemen en vers snijgroen.


Hierna vindt men een commentaar met betrekking tot die verschillende goederen.

A. Levende sierbomen, -heesters, -struiken en andere levende sierplanten

5. Worden als levend beschouwd, de sierbomen, -heesters, -struiken en andere sierplanten die worden aangeboden met levende wortels, met andere woorden, die bestemd zijn om te worden overgeplant.

Als "andere, levende sierplanten" kunnen de kamerplanten, éénjarige planten, vaste planten, waterplanten, aquariumplanten, gazon (zoden, rollen, ...) worden genoemd.

6. De "containers" (recipiënten) van geringe waarde waarin de sierbomen, -heesters, -struiken en andere sierplanten worden aangeboden moeten niet worden beschouwd als van de planten onderscheiden goederen.

Ter vereenvoudiging aanvaardt de administratie, dat van geringe waarde zijn, de "recipiënten", waarvan de waarde, exclusief BTW, 20 pct. van de totale waarde van het geheel, exclusief BTW, niet overschrijdt.

7. Wanneer de planten worden aangeboden in recipiënten die niet kunnen aangemerkt worden als van geringe waarde moeten de regels die van toepassing zijn op stellen worden toegepast. Voor de heffing van de BTW dient derhalve de prijs te worden gesplitst. Gebeurt die splitsing niet, dan is de heffing slechts regelmatig indien het geheel belast wordt tegen het hoogste BTW-tarief, met name het normale BTW-tarief.



B.Bollen. knollen. wortels en ander plantgoed voor de sierteelt
8. Behalve de bollen, knollen en wortels, worden tevens het andere plantgoed, zoals de levende wortels van planten, enten (enthout, entrijs, enz.) en afleggers beoogd.



C.Verse snijbloemen en vers snijgroen
9. Zijn vers, de bloemen en snijgroen die geen enkele behandeling met het oog op hun bewaring hebben ondergaan. Bloemen en snijgroen die gedroogd, gebleekt, geverfd of op andere wijze geprepareerd zijn, blijven dus onderworpen aan het normale BTW-tarief.

Zijn, indien vers, hier beoogd :

  • de bloemen en bloemknoppen, al dan niet als ruiker;
  • afgesneden takken of twijgen van bomen, heesters of struiken, die bloemen, bloesems of bloemknoppen dragen, zoals magnoliatakjes en takjes van bepaalde rozenvariëteiten;
  • snijgroen, bladeren, twijgen, takken en andere delen van planten;
  • de planten beoogd onder A, hiervoor, die worden aangeboden in een staat duidelijk niet geschikt om te worden overgeplant (bv. kerstbomen zonder wortel).




IV.Bijzonder geval. Samengestelde sierteeltproducten.
10. Samengestelde sierteeltproducten zoals bloemstukken, kransen, bloemenmanden, plantenbakken en dergelijke producten zijn als zodanig niet beoogd in de nieuwe regeling en in principe onderworpen aan het normale BTW-tarief.

De administratie aanvaardt evenwel dat die samengestelde sierteeltproducten aan het verlaagde tarief van 6 pct. worden onderworpen wanneer de kostprijs ervan voor minstens 80 % wordt bepaald door in rubriek VII, cijfer 14, van tabel A bedoelde sierteeltproducten (bloemen, planten, snijgroen, ...).

Indien dat niet het geval is aanvaardt de administratie bovendien dat de verkoopprijs wordt uitgesplitst voor de berekening van de verschuldigde belasting. Dit betekent bijgevolg dat het verlaagde tarief van 6 pct. mag toegepast worden over de (verkoop)waarde van de in die bloemstukken, kransen, bloembakken e.d. verwerkte bloemen, planten, en andere goederen die onder één van de rubrieken van tabel A, hierboven vermeld, gerangschikt worden. De overige bestanddelen dienen in dat geval onderworpen te worden aan het normale tarief.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


F. BURNONVILLE


BIJLAGE

27 september 1996. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (B.S., 1 oktober 1996, nr. 189, tweede uitgave, blz. 25374).

Albert II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 99;

Gelet op de Richtlijn 96/42/EG van 25 juni 1996 van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de Richtlijn 77/388/EEG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde;

Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid op artikel 37, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992;

Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, inzonderheid op tabel A, rubriek 1, cijfer 2, van de Franse tekst. en op rubriek VII, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 november 1982, 25 april 1990 en 29 december 1992;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989 en 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat de wijziging van de goederen en de diensten onderworpen aan het BTW-tarief van 6 pct. in werking moet treden op 1 oktober 1996 en het derhalve noodzakelijk is de belanghebbenden zo vlug mogelijk van deze wijziging op de hoogte te brengen;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister, Minister van Financiën en Buitenlandse Handel en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. In tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in rubriek 1, cijfer 2, van de Franse tekst worden de woorden "de basse-cour" geschrapt;

B) in rubriek VU, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 november 1982, 25 april 1990 en 29 december 1992, wordt in de plaats van cijfer 14 dat cijfer 15 wordt, een nieuw cijfer 14 ingevoegd, luidend als volgt :

"14. Levende sierbomen, -heesters, -struiken en andere levende sierplanten; bollen, knollen, wortels en ander plantgoed voor de sierteelt; verse snijbloemen en vers snijgroen."



Art.2. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 1996.
Art. 3. Onze Vice-Eerste Minister, Minister van Financiën en Buitenlandse Handel is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 27 september 1996.

ALBERT


Van Koningswege :


De Vice-Eerste Minister,
Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,


Ph. MAYSTADT