Circulaire AAFisc Nr. 22/2014 (nr. Ci.RH.231/633.479) dd. 12.06.2014
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting
Circulaire AAFisc Nr. 22/2014 (nr. Ci.RH.231/633.479) dd. 12.06.2014
Inkomstenbelastingen
Roerende inkomsten
Spaardeposito's
Inkomsten uit gereglementeerde spaardeposito's die in het buitenland worden aangehouden bij kredietinstellingen: eerste commentaar van de wijziging die werd aangebracht aan art. 21, 5°, WIB 92, door art. 170, W 25.04.2014 houdende diverse bepalingen.
BIJLAGE: 1
1. Deze circulaire bevat een eerste commentaar van de wijziging die werd aangebracht aan art. 21, 5°, WIB 92, door art. 170 van de W 25.04.2014 houdende diverse bepalingen (BS 07.05.2014, Ed. 2; hierna W 25.04.2014) met betrekking tot de vrijstelling van de inkomsten uit gereglementeerde spaardeposito's en die bestaat uit de uitbreiding van de draagwijdte van de vrijstelling tot bepaalde deposito's die worden aangehouden bij kredietinstellingen die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) gevestigd zijn.
1. Algemene beginselen
2. Als gevolg van de wijziging die werd aangebracht aan art. 21, 5°, WIB 92, door art. 170 van de W 25.04.2014, werd de vrijstelling van de eerste schijf van 1.880 EUR (bedrag na indexatie voor de inkomsten van het jaar 2013) van de inkomsten uit gereglementeerde spaardeposito's uitgebreid tot de deposito's die in het buitenland worden aangehouden bij een kredietinstelling die in een lidstaat van de EER gevestigd is, voor zover die deposito's voldoen aan de vereisten die analoog zijn aan diegene die werden vastgesteld voor de gereglementeerde spaardeposito's die worden aangehouden bij kredietinstellingen die in België gevestigd zijn.
3. Die uitbreiding tot gereglementeerde spaardeposito's die worden aangehouden in het buitenland in een land van de EER is van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2012 (zie art. 174, W 25.04.2014).
2. Vereisten waaraan de buitenlandse spaardeposito's die worden bedoeld door de vrijstelling moeten voldoen
4. Overeenkomstig art. 21, 5°, WIB 92 (zie bijlage), moeten de buitenlandse spaardeposito's voldoen aan de vereisten zoals vastgesteld door de wetgever (of een uitvoerende overheidsinstantie die bevoegd is voor de toepassing van de fiscale wetgeving) en die het voorwerp zijn geweest van een voorafgaand advies van instanties die gelijkwaardig zijn aan de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.
5. Bovendien moeten die vereisten analoog zijn aan de vereisten zoals gedefinieerd in art. 2, KB/WIB 92 met betrekking tot:
- de munt waarin ze zijn uitgedrukt;
- de voorwaarden en de wijze van terugneming en opneming;
- en de structuur, het niveau en de berekeningswijze van hun vergoeding.
Voor een detail van die vereisten wordt verwezen naar dat art. 2, KB/WIB 92 (zie bijlage).
3. Belastingtarief in de PB
6. De inkomsten uit gereglementeerde spaardeposito's (m.a.w. diegene zoals bedoeld in art. 21, 5°, WIB 92) die de eerste schijf van 1.880 EUR (per jaar en per belastingplichtige, niet per deposito; bedrag na indexatie voor de inkomsten van het jaar 2013) die is vrijgesteld, overschrijden, zijn onderworpen aan een tarief van 15% in de PB, behalve wanneer de volledige samentelling voordeliger is.
7. De inkomsten uit andere spaardeposito's zijn onderworpen aan een tarief van 25%, behalve wanneer de volledige samentelling voordeliger is.
4. Aangifte van de inkomsten in de PB (aj. 2014)
4.1. Inkomsten uit gereglementeerde spaardeposito's
8. De bedoelde vrijstelling kan enkel worden verleend met betrekking tot de in het buitenland aangehouden spaardeposito's waarvoor de belastingplichtige kan aantonen dat:
1) ze gereglementeerd zijn door de bevoegde autoriteiten van het betrokken land van de EER en
2) ze voldoen aan de vereisten die analoog zijn aan diegene die worden gedefinieerd in art. 2, KB/WIB 92 (zie punt 2).
De inkomsten van die deposito's komen in aanmerking voor de berekening van de hiervoor bedoelde grens van 1.880 EUR, op dezelfde wijze als de bedoelde Belgische inkomsten.
9. Het bedrag van de inkomsten uit gereglementeerde spaardeposito's (Belgische en buitenlandse) verkregen in 2013 dat de grens van 1.880 EUR overschrijdt, moet worden vermeld in vak VII van de aangifte in de PB van het aj. 2014:
- onder de code 1151-13 of 2151-80, indien er geen RV werd ingehouden (verplichte aangifte);
- onder de code 1162-02 of 2162-69, indien er RV werd ingehouden (facultatieve aangifte).
4.2. Inkomsten uit andere spaardeposito's
10. De inkomsten uit elke andere spaardeposito (d.w.z. diegene die niet worden bedoeld in 4.1.) moeten worden vermeld in hetzelfde vak VII van de aangifte in de PB:
- onder de code 1444-11 of 2444-78, indien er geen RV werd ingehouden (verplichte aangifte);
- onder de code 1160-04 of 2160-71, indien er RV werd ingehouden (facultatieve aangifte).
Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit:
Roland Rosoux,
Adviseur-generaal dd. - Auditeur-generaal van financiën dd.
