Circulaire nr. 8/2005 d.d. 14.07.2005

(Circulaire AFZ 13/2005)

Addendum bij circulaire Akred 18/2003 (eerste circulaire AFZ 19/2003) dd. 25.08.2003

Wijziging W. Reg Hypotheekvestigingen op zeeschepen – Vrijstelling Art. 88, 91 en 92^2 W. Reg.

In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004, editie 2, werd de Programmawet van 27 december 2004 bekendgemaakt.

De artikelen 326 tot 331 van deze Programmawet betreffen het evenredig registratierecht van 0,50 % op de vestiging of overdracht van een hypotheek op zeeschepen.

Dit evenredig registratierecht werd reeds afgeschaft door de artikelen 125 tot 127 van de Programmawet van 2 augustus 2002 (B.S. 29 augustus 2002, editie 2) en becommentarieerd in de circulaire Akred 18/2003 (eerste circulaire AFZ 19/2003) van 25 augustus 2003. In die circulaire werd reeds opgemerkt dat de Europese Commissie de formele onderzoeksprocedure had ingeleid ten aanzien van de voorgenomen vrijstelling van het evenredig registratierecht op de vestiging van hypotheken voor schepen die niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn. Welnu, de bepalingen inzake zeescheepvaart van de Programmawet van 27 december 2004 zijn de loutere uitvoering van Beschikking C(2004)2040 fin van 30 juni 2004, waarbij de Europese Commissie haar eindbeslissing met betrekking tot de maatregelen inzake zeescheepvaart aan België heeft meegedeeld.

In bijlage 1 gaat een uittreksel uit de wet en bijlage 2 bevat de gecoördineerde tekst van de gewijzigde artikelen van het Wetboek der registratierechten.

Commentaar

De Europese Commissie stelt bij de voormelde Beschikking van 30 juni 2004 duidelijk het kader voorop waarbinnen rechtmatig staatssteun kan verleend worden: "De vermindering of vrijstelling van betaling van het registratierecht voor hypotheken op schepen die niet naar hun aard voor het zeevervoer bestemd zijn, is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt" [Artikel 7 van voormelde Beschikking.].

Bijgevolg dienen de bepalingen van het Wetboek der registratierechten inzake hypotheekvestigingen aangepast te worden, opdat enkel de schepen die naar hun aard voor het zeevervoer bestemd zijn, uit het toepassingsgebied van het evenredig registratierecht op hypotheekvestigingen worden gesloten.

1. "Zeevervoer" - "Schepen".

Wat wordt nu precies begrepen onder "zeevervoer" en welke "schepen" worden uitgesloten uit het toepassingsgebied van het evenredig registratierecht op hypotheekvestigingen?

De huidige omschrijving van zeeschepen en binnenschepen (artikelen 1 en 272 van boek II van het Wetboek van koophandel), die wordt gebruikt voor de toepassing van het evenredig registratierecht op hypotheekvestigingen is te ruim volgens de Europese Commissie. Er moet bijgevolg verwezen worden naar de Mededeling C(2004) 43 van de Commissie - Communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun voor het zeevervoer (2004/C 13/03) die op 17 januari 2004 in het Publicatieblad van de Europese Unie werd bekendgemaakt en naar de bewoordingen van de argumentatie van de Europese Commissie in haar Beschikking van 30 juni 2004.

Uit voormelde Beschikking volgt duidelijk dat sleepboten, baggerschepen en binnenschepen in principe niet naar hun aard voor het zeevervoer bestemd zijn. Volgens de voormelde Communautaire richtsnoeren kan de Europese Commissie evenwel aanvaarden dat het slepen op zee van andere schepen, boorplatforms enz. of het verrichten van baggerwerkzaamheden ook onder de omschrijving "zeevervoer" valt [Europees Publicatieblad van 17 januari 2004, C 13/7.]. De richtsnoeren zijn namelijk van toepassing op "slepen" als meer dan 50 % van de door een sleepboot in een gegeven jaar daadwerkelijk verrichte sleepactiviteit "zeevervoer" is, waarbij een evenredig deel van de wachttijd mag gerekend worden tot dat deel van de daadwerkelijk door een sleepboot verrichte werk dat "zeevervoer" is. De Europese Commissie benadrukt evenwel dat sleepwerkzaamheden die in bijvoorbeeld havens worden uitgevoerd of waarbij schepen met een eigen voortstuwing worden geholpen om een haven te bereiken, voor de toepassing van deze richtsnoeren niet onder "zeevervoer" vallen. De richtsnoeren zijn eveneens van toepassing op "baggeren" als meer dan 50 % van de door een baggeraar in een jaarlijkse bedrijfstijd verrichte werkzaamheid uit "zeevervoer" bestaat, d.w.z. het vervoer van opgebaggerd materiaal over volle zee.

Bijgevolg zijn de volgende schepen, bij wijze van voorbeeld, wel onderworpen aan het evenredig registratierecht op hypotheekvestigingen:

  • schepen die uitsluitend varen op de binnenwateren of op wateren binnen of nauw grenzend aan beschutte wateren of zones waar de havenvoorschriften van toepassing zijn;

  • vissersvaartuigen;

  • fabrieksschepen voor visverwerking;

  • schepen voor boring en winning;

  • baggermolens;

  • schepen voor onderzoek en opsporing;

  • oorlogsschepen;

  • schepen die voor andere sleepvaart dan zeesleepvaart gebruikt worden.

2. Wijzigingen t.o.v. de circulaire Akred 18/2003 (eerste circulaire AFZ 19/2003).

In feite komt het erop neer dat de terminologie "hypotheek op een schip dat niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd of gewoonlijk gebruikt is" die gebruikt werd in voormelde circulaire, bij de Programmawet van 27 december 2004 vervangen wordt door de terminologie "hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is".

3. Artikel 88 W. Reg. [Artikel 326 van de Programmawet van 27 december 2004.]

Artikel 88 W. Reg. wordt gewijzigd ten einde de vestigingen van een hypotheek op schepen die niet naar hun aard voor het zeevervoer bestemd zijn, verder aan het evenredig registratierecht op hypotheekvestigingen te onderwerpen. Het toepassingsgebied van het evenredig registratierecht op hypotheekvestigingen wordt voortaan afgebakend door de letterlijke bewoordingen van artikel 7 van voormelde Beschikking van de Europese Commissie van 30 juni 2004.

4. Artikel 91 W. Reg. [Artikel 327 van de Programmawet van 27 december 2004.]

Het door de Programmawet van 2 augustus 2002 gewijzigde artikel 91 W. Reg. werd, gelet op voormelde Beschikking, eveneens te beperkend geformuleerd. De aanpassing van artikel 91 W. Reg. vloeit dan ook logischerwijze voort uit de wijziging van artikel 88 W. Reg.

5. Artikel 92^2 W. Reg. [Artikel 328 van de Programmawet van 27 december 2004.]

De aanpassing van artikel 92^2 W. Reg. vloeit ook logischerwijze voort uit de eindbeslissing van de Europese Commissie. De zinsnede "van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is" werd bijgevolg in het eerste lid ingevoegd.

Het tweede lid van het bestaande artikel 92^2 W. Reg. werd opgeheven, vermits het artikel enkel van toepassing is op gewaarborgde schuldvorderingen die onder bezwarende titel worden overgedragen. Artikel 92^2 W. Reg. is dus niet van toepassing in geval van schenking en dus ook niet in geval van schenking van een onderneming in de zin van artikel 140bis W. Reg. Het tweede lid van artikel 92^2 W. Reg. was dus overbodig.

6. Artikel 94 W. Reg. [Artikel 329 van de Programmawet van 27 december 2004.]

Dit artikel bevat de vormvoorwaarden die moeten nageleefd worden opdat de schepen zouden worden uitgesloten van het toepassingsgebied van het evenredig registratierecht:

  • een getuigschrift dat bevestigt dat het schip werd geregistreerd in het Belgisch register der zeeschepen of dat voor het schip een aangifte tot registratie werd ingediend, afgeleverd door de bevoegde scheepshypotheekbewaarder, moet aan de akte worden gehecht, en

  • de hypotheeksteller moet in of onderaan de akte verklaren dat het schip naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is.

7. Artikel 330 van de Programmawet - Overgangsbepaling.

Zonder een overgangsbepaling zouden de bepalingen van deze Programmawet tot gevolg hebben dat:

  • het vóór 9 mei 2003 geheven evenredig registratierecht op de hypotheekvestigingen op schepen die naar hun aard voor het zeevervoer bestemd zijn, niet meer kan worden afgetrokken van het op de hypotheekvestiging van een in België gelegen onroerend goed geheven evenredig recht op hypotheekvestigingen dat na 9 mei 2003 geheven wordt (artikel 91 W. Reg.), en

  • het vóór 9 mei 2003 geheven evenredig registratierecht op de hypotheekvestigingen op schepen die naar hun aard voor het zeevervoer bestemd zijn, niet meer het na 9 mei 2003 geheven evenredig registratierecht op de vestiging van een hypotheek, verpanding van een handelszaak of vestiging van een landbouwvoorrecht, welke naderhand tot zekerheid van eenzelfde schuldvordering van hetzelfde gewaarborgd bedrag mocht worden toegestaan, dekt (artikel 92^1 W. Reg.).

Artikel 330 van de Programmawet bepaalt daarom dat het vóór 9 mei 2003 geheven evenredig registratierecht op de hypotheekvestigingen op schepen die naar hun aard voor het zeevervoer bestemd zijn, toch nog in aanmerking genomen wordt voor de toepassing van de artikelen 91 en 92^1 W. Reg.

8. Artikel 331 van de Programmawet - Inwerkingtreding.

Dit artikel verleent terugwerkende kracht aan de inwerkingtreding van voormelde bepalingen inzake de vestigingen en overdrachten van scheepshypotheken op zeeschepen. De bepalingen zijn in werking getreden op 9 mei 2003, zijnde de datum van inwerkingtreding die werd voorzien in de Programmawet van 2 augustus 2002 [Zie pagina 1 van circulaire Akred 18/2003 (eerste circulaire AFZ 19/2003).].

Deze terugwerkende kracht heeft evenwel geen negatieve gevolgen voor de belastingplichtige gelet op de schorsende werking van de formele onderzoeksprocedure die destijds door de Europese Commissie werd ingesteld [Zie pagina's 4 tot 6 van de voormelde circulaire.]. De betrokken maatregelen hebben bijgevolg nooit toepassing gevonden.

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004 (2de editie).

27 december 2004. ― Programmawet.

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

...

TITEL XI. - Financiën

HOOFDSTUK I. - Zeescheepvaart

Afdeling I. - Wijziging van de programmawet van 2 augustus 2002.

...

Afdeling II. - Wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Art. 326. Artikel 88 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 23 december 1958 en gewijzigd bij de wet van 2 augustus 2002, wordt vervangen als volgt:

"Art. 88. Worden aan een recht van 0,50 t.h. onderworpen:

  • de vestigingen van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is;

  • de inpandgevingen van een handelszaak;

  • de vestigingen van een landbouwvoorrecht.".

Art. 327. Artikel 91 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 1958 en gewijzigd bij de wet van 2 augustus 2002, wordt vervangen als volgt:

"Art. 91. De vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed tot zekerheid van een schuld die gewaarborgd is door een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is, door de verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrecht, wordt aan het recht van 1 t.h. onderworpen onder aftrek, in voorkomend geval, van het krachtens artikel 88 geheven recht van 0,50 t.h.".

Art. 328. Artikel 92^2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998 en 2 augustus 2002, wordt vervangen als volgt:

Art. 92^2. De overdracht van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed met inbegrip van de voorrechten bedoeld bij artikel 27 van de wet van 16 december 1851, van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard niet voor het zeevervoer bestemd is, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht, ingevolge de overdracht onder bezwarende titel van de schuldvordering, de contractuele indeplaatsstelling of elke andere verrichting onder bezwarende titel, wordt onderworpen aan een recht van 1 t.h. of van 0,50 t.h., al naar gelang de overdracht al dan niet een hypotheek op een onroerend goed betreft.".

Art. 329. Artikel 94 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 23 december 1958, wordt hersteld in de volgende lezing:

"Art. 94. Schepen worden niet onderworpen aan het in artikel 88 bepaalde recht op voorwaarde dat:

1° een getuigschrift van registratie in het Belgisch register der zeeschepen, afgeleverd door de bevoegde scheepshypotheekbewaarder, aan de akte wordt gehecht;

2° de akte, of een door de hypotheeksteller gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte, uitdrukkelijk vermeldt dat het schip naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is.".

Afdeling III. - Overgangsbepaling

Art. 330. Het vóór 9 mei 2003 overeenkomstig artikel 88 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals het bestond vóór 9 mei 2003, geheven evenredig recht op de hypotheekvestigingen op schepen die naar hun aard voor het zeevervoer bestemd zijn, wordt in aanmerking genomen voor de toepassing van de artikelen 91 en 92^1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Afdeling IV. - Inwerkingtreding

Art. 331. De artikelen 321 tot 325 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2003.

De artikelen 326 tot 330 hebben uitwerking met ingang van 9 mei 2003.

Bijlage 2

Gecoördineerde teksten van het W. Reg.

TITEL I. - REGISTRATIERECHT.

...

HOOFDSTUK IV. - Vaststelling van de rechten.

...

AfdelingVI. - Hypotheekvestigingen, inpandgevingen van een handelszaak en vestigingen van een landbouwvoorrecht.

Art. 88

Worden aan een recht van 0,50 t.h. onderworpen:

  • de vestigingen van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is;

  • de inpandgevingen van een handelszaak;

  • de vestigingen van een landbouwvoorrecht.

Art. 91

De vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed tot zekerheid van een schuld die gewaarborgd is door een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is, door de verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrecht, wordt aan het recht van 1 t.h. onderworpen onder aftrek, in voorkomend geval, van het krachtens artikel 88 geheven recht van 0,50 t.h.

Art. 92^2

De overdracht van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed met inbegrip van de voorrechten bedoeld bij artikel 27 van de wet van 16 december 1851, van een hypotheek op een schip dat niet naar zijn aard niet voor het zeevervoer bestemd is, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht, ingevolge de overdracht onder bezwarende titel van de schuldvordering, de contractuele indeplaatsstelling of elke andere verrichting onder bezwarende titel, wordt onderworpen aan een recht van 1 t.h. of van 0,50 t.h., al naar gelang de overdracht al dan niet een hypotheek op een onroerend goed betreft.

Art. 94

Schepen worden niet onderworpen aan het in artikel 88 bepaalde recht op voorwaarde dat:

1° een getuigschrift van registratie in het Belgisch register der zeeschepen, afgeleverd door de bevoegde scheepshypotheekbewaarder, aan de akte wordt gehecht;

2° de akte, of een door de hypotheeksteller gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte, uitdrukkelijk vermeldt dat het schip naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is.

Interne ref.: AFZ – Dos. E.E./L. 120