Circulaire nr. 18/2003 d.d. 25.08.2003
Wijziging W.Reg.
Hypotheekvestigingen op zeeschepen
Vrijstelling
Art. 88, 91 en 92² W.Reg.
AFZ 19/2003 - Dos. E.E./L. 120
In het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2002 (Ed. 2) werd de Programmawet van 2 augustus 2002 bekendgemaakt.
De artikelen 125 tot 127 van deze Programmawet schaffen het evenredig registratierecht van 0,50 % op de vestiging of overdracht van een hypotheek op zeeschepen af (*).
(*) ... en binnenschepen; zie echter hierna "commentaar" en vooral rubriek 4.
Daartoe werden de artikelen 88, 91 en 92^2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten gewijzigd.
In de Programmawet werd voorzien dat deze artikelen slechts in werking treden op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad (art. 207). Artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 mei 2003 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 115 tot 127 van de programmawet van 2 augustus 2002 (Belgisch Staatsblad van 9 mei 2003 -Ed. 2) bepaalt dat deze artikelen in werking treden op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, dus op 9 mei 2003.
In bijlage 1 gaat een uittreksel uit de wet en bijlage 2 bevat een uittreksel uit het koninklijk besluit. De gecoördineerde tekst van de gewijzigde artikelen vindt U tenslotte in bijlage 3.
COMMENTAAR.
1. Doel van de Programmawet.
1. Doel van de Programmawet.
Met de wet werd het initiatief genomen om een aantal fiscale maatregelen te nemen op het vlak van de scheepvaart. In het kader van de directe belastingen hebben deze maatregelen enkel betrekking op de zeescheepvaart, doch voor wat betreft de registratierechten werd, voor het evenredig registratierecht van 0,5 % op de vestiging of overdracht van hypotheken, voorzien in een vrijstelling voor zowel zee- als binnenschepen.
De bedoeling is het herinvlaggen van schepen die momenteel onder buitenlandse vlag worden geregistreerd aan te moedigen, waarbij opgemerkt moet worden dat het verschil in concurrentievermogen tussen de in de Europese Gemeenschap en de in de zogenaamde "goedkope vlag staten" geregistreerde schepen, in de eerste plaats samenhangt met de fiscale kostprijs van de "vlag". Dit wordt ook door Europa erkend (*). Ook binnen de Europese Gemeenschap is er concurrentieverstoring door de verschillen in fiscale kostprijs: zo kennen bijvoorbeeld Nederland en het Groothertogdom Luxemburg het registratierecht op hypotheekvestigingen op zee- of binnenschepen niet.
(*) Communautaire richtsnoeren betreffende overheidssteun voor het zeevervoer, PB nr. C 205 van 5 juli 1997, p. 7.
Om de herinvlagging te begunstigen werden een aantal bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten gewijzigd:
1/ Artikel 125 van de Programmawet schrapt de woorden ", de vestigingen van een hypotheek op een zee- of binnenschip, " in artikel 88 W.Reg.
Artikel 88 W.Reg. luidt vanaf 9 mei 2003 als volgt: " Worden aan een recht van 0,50 t.h. onderworpen de inpandgevingen van een handelszaak en de vestigingen van een landbouwvoorrecht.".
2/ Artikel 126 van de Programmawet schrapt de woorden "door een hypotheek op een zee- of binnenschip, " in artikel 91 W.Reg.
Artikel 91 W.Reg. luidt vanaf 9 mei 2003 als volgt: " De vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed tot zekerheid van een schuld die gewaarborgd is door verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrecht, wordt aan het recht van 1 t.h. onderworpen onder aftrek, in voorkomend geval, van het krachtens artikel 88 geheven recht van 0,50 t.h.".
3/ Artikel 127 van de Programmawet voegt de woorden "op een in België gelegen onroerend goed" in, in artikel 92^2 W.Reg.
Artikel 92^2 W.Reg. luidt vanaf 9 mei 2003 als volgt: " De overdracht van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed, met inbegrip van de voorrechten bedoeld bij artikel 27 van de wet van 16 december 1851, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht, ingevolge de overdracht onder bezwarende titel van de schuldvordering, de contractuele indeplaatsstelling of elke andere verrichting onder bezwarende titel, wordt onderworpen aan een recht van 1 t.h. of van 0,50 t.h., al naar gelang de overdracht al dan niet een hypotheek op een onroerend goed betreft.
Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis .".
Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis .".
Gelet op een mogelijke tussenkomst van de Europese Commissie in het kader van haar bevoegdheden inzake steunmaatregelen van de lidstaten werd in artikel 207 van de Programmawet bepaald dat de artikelen betreffende de hypotheekvestigingen op zee- en binnenschepen, in werking treden op een door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, te bepalen datum.
Zodoende zou er aan de wet slechts uitvoering gegeven worden na goedkeuring door de Europese Commissie.
2. Tussenkomst van de Europese Commissie - Staatssteun?
De bepalingen van de Programmawet werden gefundeerd op de voormelde Communautaire richtsnoeren die, onder bepaalde voorwaarden, staatssteun toelaten voor het zeevervoer. Volgens vaste Europese rechtspraak komt het begrip "steun" overeen met ieder voordeel dat door de overheid aan een onderneming wordt verleend, hetzij kosteloos hetzij tegen een vergoeding die slechts een fractie vormt van het bedrag waarop het bewuste voordeel kan worden geraamd (*).
(*) EUROPESE COMMISSIE, " Mededingingsrecht in de Europese Gemeenschappen - Volume II B - Toelichting bij de regels die van toepassing zijn op steunmaatregelen van de staten", Brussel-Luxemburg, 1977, p. 7.
Volgens de voormelde Communautaire richtsnoeren wordt in principe elke maatregel die een belastingverlichting voor de zeevaartsector inhoudt als staatssteun beschouwd, doch deze kan over het algemeen door de Europese Commissie worden toegestaan. Dit impliceert bijgevolg dat de Europese Commissie de mogelijkheid moet hebben de voorgenomen maatregelen te toetsen aan de Communautaire richtsnoeren: de lidstaat moet de voorgenomen steunmaatregel dan ook aanmelden. Indien een lidstaat de voorgenomen steunmaatregel niet aanmeldt en deze toch uitvoert (*), dan is de Europese Commissie gerechtigd een voorlopige beslissing te treffen en, in geval van een negatieve beslissing, de onrechtmatig verleende staatssteun van de begunstigden terug te laten vorderen.
(*) Bijvoorbeeld door de wet die de voorgenomen steunmatregel bevat, in werking te laten treden.
Om de toetsing van de steunmaatregelen te bespoedigen werden de in de Programmawet voorgenomen steunmaatregelen al in het ontwerpstadium door België bij de Europese Commissie aangemeld bij brief van 14 juni 2002, overeenkomstig artikel 88, derde lid, van het EG-Verdrag (*).
(*) Artikel 88, derde lid, EG-verdrag: "De Commissie wordt van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, om haar opmerkingen te kunnen maken. Indien zij meent dat zulk een voornemen volgens artikel 87 onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, vangt zij onverwijld de in het vorige lid bedoelde procedure aan. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een eindbeslissing heeft geleid".
De Europese Commissie heeft bij beschikking van 19 maart 2003 besloten om geen bezwaar te maken tegen de vrijstelling van het evenredig registratierecht op de vestiging van hypotheken op schepen die voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn.
De Europese Commissie heeft daarentegen wel de formele onderzoeksprocedure ingeleid ten aanzien van de voorgenomen vrijstelling van het evenredig registratierecht op de vestiging van hypotheken voor schepen die niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn (*). Dit wil zeggen dat de Europese Commissie op dit moment niet overtuigd is van het rechtmatige karakter van de voorgenomen steunmaatregel en dat zij deze nog aan een verder onderzoek wil onderwerpen alvorens een beslissing te nemen.
(*) Artikel 10 van de Verordening (EG) Nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-verdrag (PB nr. L 83 van 27 maart 1999 - noot: het huidige artikel 88 EG-verdrag is het oude artikel 93 EG-verdrag.
De Europese Commissie heeft België hierbij gewezen op de schorsende werking van artikel 88, derde lid, EG-verdrag ten aanzien van de maatregelen waartegen de formele onderzoeksprocedure gericht is. De "Standstill"-bepaling van artikel 3 van Verordening (EG) Nr. 659/1999 stelt namelijk dat de aan te melden steun niet mag uitgevoerd worden alvorens de Europese Commissie een beschikking tot goedkeuring van die staatssteun heeft gegeven of wordt geacht die te hebben gegeven. Artikel 14 van dezelfde Verordening voorziet tevens dat onrechtmatig verleende staatssteun van de begunstigden kan teruggevorderd worden.
Het inleiden van de formele onderzoeksprocedure leidt er eveneens toe dat de nationale rechter er toe gehouden is de kwalificatie die de Europese Commissie aan de voorgenomen maatregel geeft - namelijk nieuwe steun - te volgen (*). Met andere woorden, de potentiële ontvanger van de steun moet weten dat eventuele steun die is toegekend zonder te zijn aangemeld of die is aangemeld maar waarbij het resultaat van de onderzoeksprocedure niet is afgewacht, onrechtmatig is en kan worden teruggevorderd indien aan het eind van de formele onderzoeksprocedure blijkt dat de steun onverenigbaar is met de regels van de gemeenschappelijke markt (**).
(*) Hof van Justitie, zaak C-312/90, 30 juni 1992, Spanje tegen Europese Commissie, punt 23.
(**) Mededeling van de Commissie, PB C 318 van 24 november 1983, p. 3.
3. Koninklijk besluit
Op 9 mei 2003 werd het voormeld koninklijk besluit van 7 mei 2003 bekendgemaakt, waarbij de Koning de datum van inwerkingtreding van onder meer de artikelen 125 tot 127 van de Programmawet bepaalt.
In haar advies stelt de Raad van State dat de Koning niet kan beslissen om de bepalingen in hun geheel in werking te laten treden zonder dat de schorsende werking van de Europese formele onderzoeksprocedure in het gedrang komt (*). De reden daarvoor is dat de directe werking die sommige bepalingen van het Europees recht hebben - zoals de beschikking van de Europese Commissie en artikel 88, derde lid, EG-verdrag - de bevoegde instanties van de lidstaten niet ontslaat van de verplichting om geen maatregelen aan te nemen die in strijd zijn met het communautaire recht op de grond dat de werking van die maatregelen zou worden stopgezet vanwege het feit dat het Europees recht primeert (**). De schorsende werking verbonden aan de formele onderzoeksprocedure die de Commissie officieel ingeleid heeft tegen een aantal bepalingen van de wet, maakt integendeel dat de Koning tijdelijk de bevoegdheid wordt ontnomen die Hij aan artikel 207 van de wet ontleent, in zoverre dat artikel betrekking heeft op bepalingen waarvan de overeenstemming met het Europees recht ter discussie staat.
(*) Advies van de Raad van State nr. 35.287/2 van 15 april 2003.
(**) Arrest van het Hof van Cassatie van 27 mei 1971, Staat tegen Fromagerie Franco-Suisse "Le Ski", J.T., 1971, p. 471.
Bijgevolg mogen alleen de niet-betwiste maatregelen van de Programmawet in werking treden, in afwachting van de uitslag van de formele onderzoeksprocedure die de Europese Commissie heeft ingeleid.
Teneinde de beslissing van de Europese Commissie te respecteren zal de administratie de uitvoering schorsen van de voorgenomen vrijstelling van het evenredig registratierecht op de vestiging van hypotheken voor schepen die niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn.
4. Toepassing van de wetsbepalingen.
4.1/ Hypotheken en schepen die voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn.
4. Toepassing van de wetsbepalingen.
4.1/ Hypotheken en schepen die voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn.
Zoals hiervoor werd uiteengezet kan de vrijstelling momenteel enkel worden uitgevoerd voor schepen die voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn. Maar welke schepen worden hier nu precies mee bedoeld? Het is duidelijk dat volgens de Europese Commissie de artikelen 1, 25, 271 en 272 van boek II van het Wetboek van Koophandel in deze een te ruim toepassingsgebied hebben.
Alle scheepshypotheekakten (*) moeten - net als alle akten bedoeld in artikel 8 van boek II W.Kh. - verplichte vermeldingen bevatten ter identificatie van het zeeschip (**). Die vermeldingen bevatten onder meer "de bestemming en het type" van het schip en "het nummer en het jaartal waaronder het zeeschip werd geregistreerd". Zo kan worden vastgesteld dat het inderdaad om een in België geregistreerd zeeschip gaat en kan worden onderzocht of de bestemming en het type beantwoordt aan "vervoersactiviteiten op zee". Evenwel, de definitie die in artikel 1, 4°, van de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen en in artikel 1, 9°, van voormeld koninklijk besluit aan de term "zeeschip" wordt gegeven is op zich eveneens te ruim: "elk schip gebruikt of geschikt of bestemd om te worden gebruikt op zee".
(*) Schepen in aanbouw kunnen geregistreerd en gehypothekeerd worden vanaf de ondertekening van het bouwcontract.
(**) Zie artikel 3 van het koninklijk besluit van 4 april 1996 betreffende de registratie van zeeschepen.
4.1.1. Huidige omschrijving "zeeschepen" en "binnenschepen" in W.Kh.
A/ Artikel 25 van boek II W.Kh. bepaalt dat zeeschepen met hypotheek worden bezwaard bij overeenkomst tussen partijen.Artikel 1 van boek II W. Kh. stelt dat als zeeschepen worden beschouwd " alle vaartuigen …, bestemd of gewoonlijk gebruikt voor personen- of goederenvervoer, visserij, sleepvaart of enige andere winstgevende scheepvaartverrichting ter zee.".B/ Artikel 272 van boek II W. Kh. bepaalt dat titel I van dit boek, met inbegrip van de hypotheekvestigingen, van toepassing is op de binnenschepen.Artikel 271 van boek II W. Kh. stelt dat als binnenschepen worden beschouwd " de vaartuigen, gewoonlijk gebruikt of bestemd voor de vaart in de binnenwateren ten behoeve van personen- of goederenvervoer, visserij, sleepvaart, baggerwerk of enige andere winstgevende scheepvaartverrichting. … ".
4.1.2. Omschrijving van de term "schepen die voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn" voor de nieuwe vrijstelling van het evenredig registratierecht.
Wat wordt er precies begrepen onder "zeevervoersactiviteiten" en welke "schepen" komen er nu in aanmerking voor de vrijstelling? Vermits de in punt 4.1.1. aangehaalde Belgische wetgeving te ruim is naar het oordeel van de Europese Commissie, moet in eerste instantie verwezen worden naar het begrip " zeevervoer van goederen en personen" zoals deze voor de tonnagebelasting wordt gehanteerd en uitgelegd (artikel 115, § 2, van de wet van 2 augustus 2002) en door de Europese Commissie werd aanvaard in de beschikking van 19 maart 2003:
"(71) In hun antwoord van 5 december 2002 hebben de Belgische autoriteiten een einde gemaakt aan deze ambivalentie door zich ertoe te verbinden dat de tekst als volgt zal worden uitgelegd "artikel 115 van de programmawet moet worden uitgelegd als wordt het voordeel van de forfaitaire vaststelling uitsluitend toegekend voor de inkomsten uit de exploitatie van een zeeschip voor het vervoer van goederen of personen alsmede alle activiteiten die direct samenhangen met deze exploitatie:
- op internationale zeeroutes;
- op routes van en naar installaties op zee bestemd voor de exploratie of exploitatie van natuurlijke rijkdommen (bijvoorbeeld verbindingsschepen, stand-by supply vessels gebruikt voor het vervoer van lading of passagiers over internationale zeeroutes voor de off-shore-industrie).".
De Europese Commissie laat bijgevolg, niet alleen voor wat betreft de tonnagebelasting maar ook voor wat betreft het evenredig registratierecht op hypotheekvestigingen, enkel fiscaal gunstige maatregelen toe voor schepen die gebruikt worden voor zeevervoer van goederen en personen.
Bijgevolg kunnen de volgende schepen, bij wijze van voorbeeld, geen beroep doen op de vrijstelling:
- schepen die uitsluitend varen op de binnenwateren of op wateren binnen of nauw grenzend aan beschutte wateren of zones waar de havenvoorschriften van toepassing zijn;
- visservaartuigen;
- fabrieksschepen voor visverwerking;
- schepen voor boring en winning;
- baggermolens;
- schepen voor onderzoek en opsporing;
- oorlogsschepen;
- schepen die voor andere sleepvaart dan zeesleepvaart gebruikt worden;
- vaartuigen die uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt.
4.2/ Artikel 88 W.Reg.
Gelet op de uitwerking van de door de Europese Commissie ingeleide formele onderzoeksprocedure, moet dit artikel vanaf 9 mei 2003 als volgt worden gelezen:
" Worden aan een recht van 0,50 t.h. onderworpen:
- de vestigingen van een hypotheek op een schip dat niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd of gewoonlijk gebruikt is;
- de inpandgevingen van een handelszaak, en
- de vestigingen van een landbouwvoorrecht.".
De schepen die wel voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn worden uit het toepassingsgebied van het evenredig recht op hypotheekvestigingen gesloten.
4.3/ Artikel 91 W.Reg.
In dezelfde optiek moet dit artikel voortaan als volgt worden gelezen:
" De vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed tot zekerheid van een schuld die gewaarborgd is door een hypotheek op een schip dat niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd of gewoonlijk gebruikt is, door verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrecht, wordt aan het recht van 1 t.h. onderworpen onder aftrek, in voorkomend geval, van het krachtens artikel 88 geheven recht van 0,50 t.h.".
Vanaf 9 mei 2003 wordt enkel nog de hypotheekvestiging op schepen die niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn onderworpen aan het recht van 0,50 t.h.
Aldus geformuleerd kan het vóór 9 mei 2003 geheven evenredig recht op de hypotheekvestigingen op schepen die wel voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn, niet meer afgetrokken worden van het op de hypotheekvestiging van een in België gelegen onroerend goed geheven evenredig recht van na 9 mei 2003. Bijgevolg zal in het nieuwe wetgevende initiatief een overgangsbepaling worden voorzien die de aftrek verder mogelijk maakt.
4.4/ Artikel 92^1 W.Reg.
Deze bepaling wordt door de Programmawet niet gewijzigd. Evenwel, de huidige bepalingen van de Programmawet hebben wel tot gevolg dat hypotheekvestigingen op schepen die wel voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn en die gebeurden vóór 9 mei 2003, niet meer alle latere vestiging van een hypotheek, verpanding van een handelszaak of vestiging van een landbouwvoorrecht dekken. Bijgevolg zal ook hier in een overgangsbepaling worden voorzien.
4.5/ Artikel 92^2 W.Reg.
Dit artikel moet voortaan als volgt worden gelezen:
" De overdracht van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed met inbegrip van de voorrechten bedoeld bij artikel 27 van de wet van 16 december 1851, van een hypotheek op een schip dat niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd of gewoonlijk gebruikt is, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht, ingevolge de overdracht onder bezwarende titel van de schuldvordering, de contractuele indeplaatsstelling of elke andere verrichting onder bezwarende titel, wordt onderworpen aan een recht van 1 t.h. of van 0,50 t.h., al naar gelang de overdracht al dan niet een hypotheek op een onroerend goed betreft.
Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis".
Vanaf 9 mei 2003 wordt enkel nog de overdracht van hypotheken op schepen die niet voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn onderworpen aan het recht van 0,50 t.h. De schepen die wel voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn worden uit het toepassingsgebied van het evenredig recht op overdrachten van hypotheken gesloten.
6. Toepassing van het algemeen vast recht.
Ingevolge artikel 2 van de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen, is de registratie van zeeschepen in het Belgische register der zeeschepen op de scheepshypotheekbewaring te Antwerpen vereist om de Belgische vlag te kunnen voeren (*). Deze registratie gebeurt voornamelijk met het oog op de inschrijving van authentieke of onderhandse akten van vestiging van scheepshypotheken (**).
(*) Binnenschepen worden teboekgesteld in het Belgische register van teboekstelling der binnenschepen op hetzelfde kantoor.
(**) Zonder voorafgaande registratie of teboekstelling kan er geen hypotheek worden ingeschreven (art. 11 en 272 van boek II K. Kh.).
Gelet op artikel 29 W.Reg. kan geen overschrijving, inschrijving, doorhaling of randvermelding in de registers van de hypotheekbewaarders plaats hebben zonder dat de akte vooraf werd geregistreerd (*). Artikel 11 van boek II W. Kh. stelt eveneens duidelijk dat enkel de geregistreerde onderhandse akten en authentieke akten tot inschrijving in de hypotheekregisters worden toegelaten.
(*) Behoudens toepassing van artikel 173, 1°, W.Reg.
Vermits het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten geen bepaling bevat die akten houdende hypotheekvestiging of hypotheekoverdracht vrijstelt van de registratieformaliteit noch een bepaling die stelt dat deze akten kosteloos moeten worden geregistreerd moet op hypotheekvestigingen of overdrachten van hypotheken betreffende schepen die voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn dan ook het algemeen vast recht geheven worden
6. Vormvoorwaarden.
In de Programmawet van 2 augustus 2002 werden geen vormvoorwaarden voorzien. In het nieuw wetgevend initiatief zal de vrijstelling voor zeeschepen evenwel afhankelijk worden gemaakt van een verklaring in de akte dat het schip bestemd is voor zeevervoersactiviteiten en van de bijvoeging van een getuigschrift van registratie - af te leveren door de scheepshypotheekbewaring te Antwerpen - ter staving van de verklaring.
7. Inwerkingtreding.
Zoals reeds vermeld voorziet de wet de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen op 9 mei 2003.
- De verplichting tot registratie van de onderhandse akte houdende hypotheekvestiging of hypotheekoverdracht ontstaat enkel ingevolge een later feit: de inschrijving in de registers van de hypotheekbewaarder (art. 29 W.Reg.). De belastingschuld ontstaat dan op het ogenblik dat het feit zich voordoet dat door de wetgever in aanmerking wordt genomen: aanhechting aan een notariële akte of aan een exploot of proces-verbaal van gerechtsdeurwaarder, neerlegging onder de minuten van een notaris of spontane aanbieding ter registratie (art. 26 en 29 W.Reg.). Indien betreffende schepen die voor zeevervoersactiviteiten bestemd zijn dit feit zich voordoet vóór 9 mei 2003 valt de hypotheekvestiging of hypotheekoverdracht nog onder het toepassingsgebied van het evenredig registratierecht. Vanaf 9 mei 2003 worden ze belast met het algemeen vast recht. Met andere woorden, de datum van de overeenkomst heeft geen belang.
- In geval van een authentieke akte ontstaat de belastingschuld op datum van de akte: indien de akte verleden werd vóór 9 mei 2003 valt de hypotheekvestiging of hypotheekoverdracht nog onder het toepassingsgebied van het evenredig registratierecht. Vanaf 9 mei 2003 worden ze belast met het algemeen vast recht.
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
------------
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2002 (2de editie).
2 augustus 2002. - Programmawet.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
TITEL I. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
…
Titel V. - Financiën
HOOFDSTUK I. - Zeescheepvaart
Afdeling I. - Winst uit zeescheepvaart aan de hand van de tonnage
Art. 115. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de hierna in dit artikel opgenomen definities.
§ 2. 1° Winst uit zeescheepvaart : de winst uit de exploitatie van een zeeschip voor het vervoer van goederen of personen in het internationaal verkeer over zee dan wel ten behoeve van de exploratie of exploitatie van natuurlijke rijkdommen op zee alsmede de winst behaald met de exploitatie van een schip, met zeebrief, voor het verrichten van sleepvaart, voor het verrichten van hulpverlening en voor andere werkzaamheden op zee, alsmede alle activiteiten die direct samenhangen met de hiervoor bedoelde exploitatie.
…
Afdeling VI. - Vermindering van het registratierecht op vestiging van hypotheek op zee- en binnenschepen
Art. 125. In artikel 88 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten worden de woorden ", de vestigingen van een hypotheek op een zee- of binnenschip, " geschrapt;
Art. 126. In artikel 91 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "door een hypotheek op een zee- of een binnenschip, " geschrapt.
Art. 127. In artikel 92^2 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "op een in België gelegen onroerend goed" ingevoegd tussen de woorden "hypotheek" en de woorden", met inbegrip van".
…
Titel XIV. - Inwerkingtreding
Art. 207. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van:
- …
- de artikelen 115 tot 129, die in werking treden op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
- …
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Punat, 2 augustus 2002.
ALBERT
Par le Roi :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken,
L. MICHEL
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting,
Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie,
J. VANDE LANOTTE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer,
Mevr. I. DURANT
De Minister van Consumentenzaken,
Volksgezondheid en Leefmilieu,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand,
R. DAEMS
De Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid,
Ch. PICQUE
Met s Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
BIJLAGE 2
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 9 mei 2003.
7 mei 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 115 tot 127 van de programmawet van 2 augustus 2002.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
…
Art. 2. De artikelen 125 tot 127 van de programmawet van 2 augustus 2002 treden in werking op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
…
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2003.
Art. 5. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 7 mei 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Financiën,
Didier REYNDERS
BIJLAGE 3
Gecoördineerde teksten van het W.Reg.
TITEL I. - REGISTRATIERECHT.
…
HOOFDSTUK IV. - Vaststelling van de rechten.
…
AfdelingVI. - Hypotheekvestigingen, inpandgevingen van een handelszaak en vestigingen van een landbouwvoorrecht.
Art. 88
Worden aan een recht van 0,50 pct. onderworpen (…) (*), de inpandgevingen van een handelszaak en de vestigingen van een landbouwvoorrecht.
(*) Woorden geschrapt, zie art. 125, 1° van de Programmawet.
…
Art. 91
De vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed tot zekerheid van een schuld die gewaarborgd is (…) (*)door verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrecht, wordt aan het recht van 1 pct. onderworpen onder aftrek, in voorkomend geval, van het krachtens artikel 88 geheven recht van 0,50 pct..
(*) Woorden geschrapt, zie art. 126, 2° van de Programmawet.
…
Art. 922
De overdracht van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed (*), met inbegrip van de voorrechten bedoeld bij artikel 27 van de wet van 16 december 1851, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht, ingevolge de overdracht onder bezwarende titel van de schuldvordering, de contractuele indeplaatsstelling of elke andere verrichting onder bezwarende titel, wordt onderworpen aan een recht van 1 pct. of van 0,50 pct., al naar gelang de overdracht al dan niet een hypotheek op een onroerend goed betreft.
(*) Ingevoegd, zie art. 127 van de Programmawet.
Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis.
...
Bron: FisconetPlus
