Circulaire nr. Ci.R9.F/615.800 (AAFisc Nr. 14/2012) d.d. 03.04.2012
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Directie III/1
Deze circulaire werd gewijzigd door het Corrigendum dd. 09.07.2015
Inkomstenbelasting
Dubbelbelastingverdrag
Frankrijk
Grensarbeider
Franse grensarbeider in België
Drukwerk 276 Front./Grens.
Drukwerk 276 Front./Grens.S
Aan alle ambtenaren.
I. TER HERINNERING
1. Sinds de inwerkingtreding op 17 december 2009 van het Avenant d.d. 12 december 2008 bij de overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting van 10 maart 1964 (hierna het DBV), dat een "aanvullend Protocol inzake grensarbeiders" toevoegt aan de overeenkomst, is de grensarbeidersregeling grondig gewijzigd. Zo zullen vanaf 1.1.2012 tot ten laatste 31.12.2033 enkel de bezoldigingen van de werknemers die geen duurzaam tehuis hadden in België op 31.12.2008 en die op 31.12.2011 de hoedanigheid van grensarbeider hadden, in Frankrijk belastbaar blijven bij toepassing van de grensarbeidersregeling, op voorwaarde dat deze werknemers hun enig duurzaam tehuis in de Franse grensstreek behouden, hun bezoldigde werkzaamheid in de Belgische grensstreek blijven uitoefenen en zij niet meer dan 30 dagen per kalenderjaar de Belgische grensstreek verlaten. Het aanvullend Protocol bevat een speciale regeling voor seizoensgrensarbeiders (van toepassing sinds 17.12.2009). Bovendien vermeldt de wet houdende instemming met het Avenant een reeks van maatregelen en verplichtingen voor de werknemers en de werkgevers.
2. De bepalingen van dit Avenant en de instemmingswet zijn reeds toegelicht in de circulaires nr. AFZ/2008-0408 (AFZ 17/2009) d.d. 17.12.2009, aangevuld met het addendum van 8.1.2010, nr. Ci.R9.F/602.029 d.d. 27.1.2010 en nr. Ci.R9.F/608.871 d.d. 21.3.2011. De circulaire d.d. 17.12.2009 bevat in bijlage ook de tekst van het Avenant, de instemmingswet en de lijst met de Belgische en Franse grensgemeenten.
3. De huidige circulaire heeft tot doel om duidelijkheid te verschaffen over de voorwaarden die te respecteren zijn voor het behoud van de grensarbeidersregeling tijdens de periode 2012-2033, en om de nieuwe formulieren toe te lichten die vanaf 2012 moeten worden gebruikt: het formulier 276 Front./Grens. voor de "klassieke" grensarbeiders en het formulier 276 Front./Grens. S. voor seizoensgrensarbeiders.
II. VOORWAARDEN OM DE "KLASSIEKE" GRENSARBEIDERSREGELING TE BEHOUDEN TIJDENS DE PERIODE 2012-2033.
4. Wat de "klassieke" grensarbeiders betreft (in dit geval de grensarbeiders die geen seizoensgrensarbeiders zijn), zullen enkel de werknemers die op 31.12.2011 rechtmatig de grensarbeidersregeling genieten vanaf 1.1.2012 kunnen blijven genieten van deze regeling op hun bezoldigingen ontvangen in de periode 2012-2033, voorzover ze tijdens die periode aan alle vereiste voorwaarden blijven voldoen. Er zullen dus geen nieuwe "klassieke" grensarbeiders meer zijn vanaf 1.1.2012.
5. De werknemers die geen vast tehuis in België hadden op 31.12.2008, die op 31.12.2011 hun enig duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hadden en die hun bezoldigde werkzaamheid in 2011 in de Belgische grensstreek hebben uitgevoerd zonder de toegelaten limiet te overschrijden met betrekking tot het werken buiten de grensstreek, zullen rechtmatig van de grensarbeidersregeling genieten. De belastingplichtigen die niet aan deze voorwaarden voldoen worden definitief uitgesloten van de grensarbeidersregeling.
6. Een persoon die op 31.12.2011 met vakantieverlof, ziekteverlof, zwangerschaps- of vaderschapverlof is, op weerverlet is of van tijdskrediet geniet, een loopbaanonderbreking heeft genomen of tijdelijk werkloos is, wordt geacht zijn werkzaamheid in de grenszone op die datum uit te oefenen voorzover in 2011 aan de voorwaarden werd voldaan
gedurende de periode van werkzaamheid in 2011 die deze periode van niet-werkzaamheid voorafgaat. Bij voormelde situaties blijft de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer doorlopen. De Administratie is zich er trouwens van bewust dat talrijke grensarbeiders geen werkzaamheid uitvoerden op 31.12.2011. Vooreerst viel 31.12.2011 op een zaterdag en daarnaast hebben zeer veel bedrijven eind 2011 hun vestiging enkele dagen gesloten. In dergelijke gevallen moet men rekening houden met de laatste dag van de werkzaamheid van werkgever. Als deze laatste dag overeenkomt met het einde van de arbeidsovereenkomst en als een nieuwe overeenkomst wordt gesloten met de werknemer op het moment dat de werkgever zijn vestiging weer opent in 2012, zal de afwezigheid van een overeenkomst tijdens de sluiting van de vestiging geen beletsel vormen voor de verdere toepassing van de grensarbeidersregeling.
Voorbeeld 1: een uitzendkracht die zijn enig vast tehuis in de Franse grensstreek heeft, oefent een werkzaamheid uit op eenzelfde locatie in de Belgische grensstreek op basis van weekcontracten. Op 23.12.2011 loopt het weekcontract ten einde en het volgende contract begint op 9.1.2012 (de onderneming waar de persoon is tewerkgesteld sluit haar vestiging van 24.12.2011 tot 1.1.2012 en de werknemer blijft thuis om op de kinderen te letten tijdens de week van 2.12.2012 tot 6.12.2012). De betrokken werknemer kan toepassing van de grensarbeidersregeling vragen als in 2012 aan de voorwaarden wordt voldaan (namelijk het behoud van een enig vast tehuis in de Franse grensstreek, het niet overschrijden van de 30-dagengrens, en het uitvoeren van een activiteit in de grensstreek op continue basis in 2012).
Voorbeeld 2: een uitzendkracht oefent sinds 5.11.2011 een beroepsactiviteit uit op eenzelfde locatie in de Belgische grensstreek op basis van weekcontracten. Het laatste weekcontract van 2011 eindigt op 16.12.2011 en pas op 2.1.2012 vangt een nieuw weekcontract aan, terwijl de onderneming haar werkzaamheden heeft voortgezet tot 30.12.2011. De werknemer oefende geen bezoldigde activiteit uit in de Belgische grensstreek op 31.12.2011.
Voorbeeld 3: een werknemer die in 2011 over een enig duurzaam tehuis in Frankrijk beschikt en in België geen duurzaam tehuis bezat op 31.12.2008 is slachtoffer van een werkongeval in januari 2011 in de Belgische grensstreek en kan zijn werkzaamheid slechts opnieuw aanvatten in januari 2012. De betrokken werknemer kan de toepassing van de grensarbeiders-regeling vragen voor het jaar 2012 aangezien zijn arbeidsovereenkomst op 31.12.2011 nog altijd doorliep.
7. Paragraaf 5, alinea 4 van het aanvullend Protocol voorziet echter in een uitzondering voor personen die op 31.12.2011 hun betrekking in de Belgische grensstreek verloren. Hoewel zij op die datum niet voldoen aan de voorwaarde betreffende de uitoefening van de werkzaamheid in de grenszone, komen deze personen eveneens in aanmerking voor de toepassing van de bepalingen inzake de grensarbeidersregeling indien zij in 2012 opnieuw werk vinden in de Belgische grensstreek. Om van deze uitzondering te genieten moeten deze personen werkloos zijn op 31.12.2011 en moeten zij minstens 3 maanden werkzaamheid kunnen aantonen in de Belgische grensstreek in de loop van het jaar 2011, volgens de voorwaarden die toepassing van de grensarbeidersregeling mogelijk maken.
Voorbeeld 4: een werknemer die over een enig duurzaam tehuis in Frankrijk beschikt en in België geen vast tehuis bezat op 31.12.2008 wordt ontslagen (einde van de arbeidsovereenkomst) door zijn werkgever op 1.5.2011 en blijft werkloos tot begin 2012. Van 1.1.2011 tot 1.5.2011 heeft hij het aantal dagen waarop de grensstreek mag worden verlaten niet overschreden, in dit geval 10 (30 dagen x 4/12). Deze belastingplichtige kan de toepassing vragen van de bepalingen inzake de grensarbeidersregeling voor het jaar 2012 en de daaropvolgende jaren (als aan de voorwaarden wordt voldaan), want er kunnen 3 maanden werkzaamheid worden aangetoond in de Belgische grensstreek gedurende het jaar 2011.
8. Voor de toepassing van deze uitzondering komt een maand overeen met een tijdspanne die varieert van achtentwintig tot eenendertig dagen, naargelang de maand, begrepen tussen de datum van één bepaalde maand en dezelfde datum van de volgende maand. Om in aanmerking te komen mag de periode van één maand niet onderbroken worden door een andere activiteit (terwijl de 3 maanden niet noodzakelijk op elkaar moeten volgen). Een werknemer kan echter tussen het begin en het einde van de maand verlof nemen, een opleiding volgen of ziek zijn, maar hij mag niet de hele maand afwezig zijn. De tekst van het Protocol vereist immers dat een werkzaamheid wordt uitgeoefend gedurende die maand. Ook de maanden met deeltijdse arbeid worden aanvaard, net als de maanden waarin de werknemers hun werkzaamheid uitoefenen met weekcontracten die elk weekend of tijdens de verlofdagen worden onderbroken, en die de maandag erna worden hernieuwd.
Voorbeeld 5: een uitzendkracht die over een enig duurzaam tehuis beschikt in de Franse grensstreek oefent een werkzaamheid uit in de Belgische grensstreek op basis van weekcontracten (van maandag tot vrijdag). De rest van het jaar is de persoon werkloos, met inbegrip van 31.12.2011. Tijdens het jaar 2011 heeft hij gewerkt van 10.1.2011 tot 12.2.2011, van 21.2.2011 tot 26.3.2011, van 18.4.2011 tot 13.5.2011, van 6.6.2011 tot 1.7.2011 en van 26.9.2011 tot 21.10.2011. In 2011 zijn de bezoldigingen van deze werknemer belastbaar in Frankrijk bij toepassing van de grensarbeidersregeling. Voor 2012 en de jaren erna daarentegen is de grensarbeidersregeling niet meer van toepassing op deze vergoedingen omdat de werknemer geen grensarbeider was op 31.12.2011 en omdat hij geen 3 maanden werkzaamheid in de Belgische grensstreek kan aantonen maar slechts 2 maanden: van 10.1.2011 tot 12.2.2011 en van 21.2.2011 tot 26.3.2011.
9. Het bewijs dat de werknemer werkloos is op 31.12.2011 kan aan de hand van elk mogelijk rechtsmiddel worden vastgesteld, bijvoorbeeld door een getuigschrift van de Franse openbare instelling POLE EMPLOI dat bevestigt dat de betrokken persoon wel degelijk werkloos was tussen de datum waarop hij het werk in de grensstreek verloor en de datum 31.12.2011.
10. Vanaf 1.1.2012 zullen de bezoldigingen ontvangen in de periode 2012-2033 uitsluitend in Frankrijk belastbaar blijven indien de werknemers in de loop van die jaren aan de volgende drie voorwaarden voldoen: hun enig duurzaam tehuis in de Franse grensstreek behouden, hun werkzaamheid blijven uitoefenen in de Belgische grensstreek en niet meer dan 30 dagen per kalenderjaar de grensstreek verlaten in het kader van hun werkzaamheid.
11. Om het voordeel van de grensarbeidersregeling te behouden moet de werknemer vanaf 1 januari 2012 zijn enig duurzaam tehuis in de Franse grensstreek behouden. Zodra een werknemer die in aanmerking kan komen voor de grensarbeidersregeling zijn duurzaam tehuis heeft verplaatst buiten de grensstreek (hetzij in België, in Frankrijk of een ander land), verliest hij definitief het voordeel van de grensarbeidersregeling (namelijk voor het volledige jaar van de verhuizing en de daaropvolgende jaren).
Voorbeeld 6: in januari 2014 verhuist een grensarbeider van Dunkerque (Franse grensstreek) naar Gravelines (buiten de grensstreek) en hij blijft zijn werkzaamheid uitoefenen voor een Belgische werkgever in de Belgische grensstreek. Gezien niet meer aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan zijn alle bezoldigingen voor 2014 (inclusief die van de maanden januari tot juni) belastbaar in België bij toepassing van artikel 11, § 1 van het DBV en de grensarbeidersregeling is evenmin van toepassing op de bezoldigingen van de jaren erna, zelfs als de werknemer opnieuw in de Franse grensstreek komt wonen.
Voorbeeld 7: in augustus 2015 koopt een grensarbeider die in Valenciennes (grensstreek) woont een tweede woning in Wimereux, aan de Opaalkust (buiten de grensstreek), waar hij tijdens de meeste weekends en vakanties verblijft. Aangezien niet meer aan de toepassings-voorwaarden van de grensarbeidersregeling is voldaan (deze werknemer heeft twee duurzame tehuizen), zijn alle bezoldigingen voor 2015 (inclusief die van de maanden januari tot augustus) belastbaar in België bij toepassing van artikel 11, § 1 van het DBV en de grensarbeidersregeling is dus niet meer van toepassing op de bezoldigingen van de daaropvolgende jaren, zelfs als hij later de tweede verblijfsplaats verkoopt.
12. Een werknemer moet, indien hij het voordeel van de grensarbeidersregeling wenst te behouden, zijn werkzaamheid op continue basis in de Belgische grensstreek uitoefenen. Een verandering van werkgever leidt niet tot het verlies van de grensarbeidersregeling, voorzover de werkzaamheid zonder onderbreking wordt uitgevoerd in de Belgische grensstreek. De derde alinea van punt 5 van het aanvullend Protocol verduidelijkt dat afwezigheden te wijten aan ziekte, ongeval, betaald educatief verlof, vakantie of werkloosheid niet kunnen worden beschouwd als een onderbreking van de werkzaamheid in de grensstreek en bijgevolg niet leiden tot het verlies van de grensarbeidersregeling. Aan deze voorwaarde wordt echter niet meer voldaan zodra de werknemer de werkzaamheid in de grensstreek stopzet, hetzij om een werkzaamheid uit te oefenen buiten de grensstreek (bezoldigd of niet), hetzij om met pensioen te gaan. De grensarbeidersregeling is niet meer van toepassing voor het betrokken jaar en evenmin voor de daaropvolgende jaren.
Voorbeeld 8: een grensarbeider beslist zijn werkzaamheid in de grensstreek op 1.7.2015 te beëindigen en in Frankrijk een zelfstandige onderneming als boekhandelaar op te starten. Op 1.12.2015 beslist hij, naast zijn werkzaamheid als zelfstandige, een deeltijdse, bezoldigde werkzaamheid in de Belgische grensstreek te beginnen. Gezien aan de voorwaarde van continuïteit niet is voldaan zijn de bezoldigingen van 2015 (januari tot juni, december) en voor de daaropvolgende jaren belastbaar in België bij toepassing van artikel 11, § 1 van het DBV.
Voorbeeld 9: op 1.7.2013 neemt een werknemer ontslag die tot op die dag de toepassing van de grensarbeidersregeling had gevraagd en verkregen. Hij wordt vanaf dezelfde dag zelfstandige en voert die werkzaamheid als zelfstandige in de Belgische grensstreek uit. Zijn bezoldigingen van het betrokken jaar (januari tot juni 2013) zijn belastbaar in België bij toepassing van artikel 11, § 1 van het DBV, want hij oefent geen bezoldigde werkzaamheid meer uit in de Belgische grensstreek. Hij kan niet meer de toepassing vragen van de grensarbeidersregeling voor de volgende jaren indien hij een nieuwe werkzaamheid in loondienst zou willen beginnen in de Belgische grensstreek.
Voorbeeld 10: op 2.4.2012 begint een voormalig grensarbeider een nieuwe bezoldigde werkzaamheid in Frankrijk. Op 23.4.2012 besluit hij, uit ontevredenheid met zijn nieuwe job, ontslag te nemen en oefent hij vanaf die datum opnieuw een bezoldigde werkzaamheid in de Belgische grensstreek uit. Gezien niet is voldaan aan de voorwaarde van continuïteit, zijn de bezoldigingen van 2012 (die met betrekking tot de periode januari - maart en die met betrekking tot de werkzaamheid uitgeoefend vanaf 23.4.2012) en van de volgende jaren belastbaar in België bij toepassing van artikel 11, § 1 van het DBV.
Voorbeeld 11: een werknemer die rechtmatig de bepalingen van de grensarbeidersregeling genoot op 31.12.2011 oefent in 2012 een bezoldigde werkzaamheid uit als uitzendkracht op basis van weekcontracten. Deze werkzaamheid wordt het hele jaar uitgeoefend in de Belgische grensstreek voor verschillende Belgische inleners, met uitzondering van de 12 weken waarin de werknemer hetzij op vakantie hetzij werkloos is (hij oefent geen enkele werkzaamheid uit buiten de Belgische grensstreek). De werkzaamheid van deze uitzendkracht wordt als continu beschouwd.
Voorbeeld 12: op 1.6.2025 gaat een voormalig grensarbeider met pensioen. Zijn bezoldigingen voor het betrokken jaar (van januari tot mei 2025) zijn belastbaar in België bij toepassing van artikel 11, § 1 van het DBV want er is niet voldaan aan de voorwaarde van continuïteit met betrekking tot het kalenderjaar 2025. Het pensioen is belastbaar in Frankrijk, bij toepassing van artikel 12 van het DBV. In 2026 beslist deze persoon opnieuw aan het werk te gaan in de Belgische grensstreek. De grensarbeidersregeling is niet meer van toepassing en de ontvangen bezoldigingen voor deze nieuwe werkzaamheid zullen belastbaar zijn in België bij toepassing van artikel 11, § 1 van het DBV.
13. Als derde voorwaarde moet de werknemer elk jaar de 30-dagengrens respecteren met betrekking tot het werken buiten de grensstreek. Elke prestatie verricht buiten de grensstreek tijdens het uitoefenen van de werkzaamheid is mee te rekenen (in België buiten de grensstreek, in Frankrijk of in een derde land), en dit ongeacht de reden van verplaatsing (zie ook het arrest van de Raad van State nr. 212.436 van 5.4.2011). Voor de berekening van de 30 dagen moet eveneens rekening worden gehouden met de werkzaamheid die wordt uitgeoefend buiten de Belgische grensstreek in het kader van een andere bezoldigde werkzaamheid. Deze andere bezoldigde werkzaamheid is ofwel een bezoldigde werkzaamheid die wordt uitgeoefend naast een niet onderbroken werkzaamheid in de grensstreek (de twee bezoldigde werkzaamheden worden bijvoorbeeld deeltijds uitgeoefend), ofwel een andere werkzaamheid in de grensstreek die op de eerste volgt. Elke dag dat de grensstreek wordt verlaten, zelfs kortstondig, telt mee, dus ook als de werkzaamheid op diezelfde dag hoofdzakelijk in de Belgische grenszone werd uitgeoefend. Er zijn echter uitzonderingen op deze regel voorzien. Paragraaf 7, b) van het aanvullend Protocol somt inderdaad negen gevallen op van aanwezigheden buiten de grensstreek die niet in aanmerking komen voor de berekening van de 30-dagengrens.
14. Paragraaf 5 van het aanvullend Protocol bepaalt dat het niet respecteren van één van deze voorwaarden leidt tot het definitief verlies van het voordeel van de grensarbeidersregeling (voor het betrokken jaar en de daaropvolgende jaren). Wanneer de grensarbeider echter een eerste maal niet voldoet aan de 30-dagengrens, verliest hij enkel het voordeel van de arbeidersregeling voor het betrokken jaar. Het is slechts bij een tweede overschrijding van de 30-dagengrens dat het verlies van de grensarbeidersregeling definitief zal zijn.
III. SEIZOENSGRENSARBEIDERS
15. Paragraaf 6, eerste alinea van het aanvullend Protocol omschrijft "seizoensgrensarbeider" als volgt: een werknemer die zijn enig duurzaam tehuis in de Franse grensstreek heeft en die in de Belgische grensstreek een werkzaamheid in loondienst uitoefent waarvan de tijdsduur beperkt is tot een deel van het jaar, hetzij wegens het seizoensgebonden karakter van het werk, hetzij omdat de bezoldigde werknemer voor een bepaalde periode van het jaar is aangeworven als aanvullend personeelslid of als uitzendkracht. De duur van de werkzaamheid in België mag niet meer bedragen dan 90 gepresteerde dagen per kalenderjaar. Voor de berekening van deze grens worden enkel de gepresteerde dagen in acht genomen (namelijk de dagen die overeenkomen met een daadwerkelijk uitgeoefende werkzaamheid en dus niet de weekends, vakantie, …) in België. De bezoldigingen die zij ontvangen uit hoofde van de werkzaamheid uitgeoefend in de Belgische grensstreek, zijn dus uitsluitend belastbaar in Frankrijk, mits het aantal dagen dat de Belgische grensstreek wordt verlaten in het kader van deze werkzaamheid niet meer bedraagt dan 15% van het aantal gepresteerde dagen gedurende het beschouwde jaar. Het is belangrijk te vermelden dat de regeling voor seizoensgrensarbeiders, net zoals de "klassieke" grensarbeidersregeling, een uitzondering op de regel vormt, en dat zij, zoals bij elke uitzondering, in strikte zin moet worden geïnterpreteerd. Bijgevolg kan de grensarbeidersregeling enkel toegepast worden op de bezoldigingen van werknemers die uitsluitend in België één (of meerdere) werkzaamheid (-heden) als seizoensgrensarbeider uitoefenen. In het geval dat de werknemer in België eveneens een andere bezoldigde werkzaamheid zou uitoefenen kan hij niet de toepassing vragen van paragraaf 6 van het aanvallend Protocol voor het betrokken jaar.
16. In tegenstelling tot wat is voorzien voor "klassieke" grensarbeiders, kunnen er nieuwe seizoensgrensarbeiders bijkomen na 31.12.2011 en kan een seizoensgrensarbeider in België over een duurzaam tehuis hebben beschikt op 31.12.2008. Een ander belangrijk ver-schil betreft het feit dat seizoensgrensarbeiders de voorwaarde van continuïteit niet moeten respecteren. Hier vloeit uit voort dat een seizoensgrensarbeider zijn activiteit als grensarbeider in België kan stopzetten en een andere bezoldigde werkzaamheid in Frankrijk kan uitoefenen tijdens de rest van het kalenderjaar. De betrokken persoon kan de toepassing vragen van de regeling voor seizoensgrensarbeiders op de bezoldigingen uit de grensarbeidersactiviteit tijdens het betrokken jaar en kan er de toepassing van vragen tot eind 2033.
17. Anderzijds leidt het niet respecteren van de voorwaarden voor seizoensgrensarbeiders tot het verlies van de regeling voor het betrokken jaar. Het niet respecteren van de voorwaarde van het enig tehuis zal slechts tot verlies van de regeling leiden vanaf de datum waarop niet meer aan de voorwaarde is voldaan. Er is nooit een definitief verlies van de regeling voor seizoensgrensarbeiders maar de regeling vervalt eveneens op 31.12.2033.
Voorbeeld 13: in 2012 oefent een werknemer die over een enig duurzaam tehuis beschikt in de Franse grensstreek een bezoldigde werkzaamheid uit in België, zonder de grensstreek te verlaten, gedurende verschillende periodes en telkens als aanvullend personeel, op basis van weekcontracten, en met als werkdagen maandag tot vrijdag: van 2.1 tot 6.1, van 9.1 tot 13.1, van 16.1 tot 20.1., van 19.3 tot 23.3, van 26.3 tot 30.3, van 2.4 tot 6.4, van 30.4 tot 4.5 (1.5 wordt niet meegerekend), van 7.5 tot 11.5, van 22.10 tot 26.10, van 29.10 tot 2.11 (1.11 wordt niet meegerekend), van 5.11 tot 9.11, van 12.11 tot 16.11, van 19.11 tot 23.11, van 26.11 tot 30.11, van 3.12 tot 7.12 en van 10.12 tot 14.12, hetzij 78 gepresteerde dagen in België. Gedurende de overige weken van 2012 oefent hij een bezoldigde werkzaamheid uit in Frankrijk voor een Franse werkgever. Paragraaf 6 van het aanvullend Protocol is van toepassing op zijn bezoldigingen van Belgische oorsprong, die belastbaar zijn in Frankrijk, de woonstaat.
Voorbeeld 14: in 2014 oefent een werknemer een bezoldigde seizoenswerkzaamheid uit voor een totale duur van 75 gepresteerde dagen in de Belgische grensstreek. Hij oefent datzelfde jaar ook een andere werkzaamheid uit van 10 dagen, maar dit ter vervanging van een zieke persoon. Gezien het feit dat deze laatstgenoemde werkzaamheid niet binnen het toepassingsgebied valt van paragraaf 6 van het aanvullend Protocol (dit is geen seizoensarbeid en de werknemer wordt niet gebruikt als aanvullend personeel), kan deze werknemer niet beschouwd worden als een seizoensgrensarbeider in 2014 en al zijn bezoldigingen uit België (zowel die met betrekking op de 75 dagen als die met betrekking op de 10 dagen) zijn in België belastbaar bij toepassing van artikel 11, § 1 van het DBV.
Voorbeeld 15: in 2015 oefent een werknemer die over een enig duurzaam tehuis beschikt in de Franse grensstreek een bezoldigde werkzaamheid als seizoensarbeider uit in België. In het kader van deze activiteit presteert hij 80 dagen in Charleroi (Belgische grensstreek) en 13 dagen in Enghien (buiten de Belgische grensstreek). Zelfs al wordt de toegestane limiet van 15% niet overschreden kan de seizoensgrensarbeidersregeling niet worden toegepast,
omdat betrokkene meer dan 90 dagen in België werkt (80 + 13 = 93).
Voorbeeld 16: in juli 2017 verhuist een werknemer vanuit België naar de Franse grensstreek, waar hij zijn enig duurzaam tehuis zal hebben. Tijdens de periode januari - juni 2017 heeft hij in België gewerkt als werknemer. Vanaf juli 2017 werkt hij in Frankrijk, met uitzondering van de maand september, wanneer hij als seizoensgrensarbeider werkt in de Belgische grensstreek. Hij oefent dezelfde werkzaamheid als seizoensgrensarbeider uit in september 2018 (de enige werkzaamheid uitgeoefend in België in dat jaar). Punt 6 van het aanvullend Protocol kan niet toegepast worden op de bezoldigingen van september 2017, die belastbaar zijn in België krachtens artikel 11, § 1 van het DBV. Deze werknemer heeft immers eveneens een werkzaamheid uitgevoerd die geen seizoensarbeid is (van januari tot juni 2017), wat hem belet om als seizoensgrensarbeider te kunnen worden beschouwd in 2017. De bezoldigingen voor september 2018, daarentegen, vallen wel degelijk binnen het toepassingsgebied van punt 6 en zijn bijgevolg belastbaar in Frankrijk.
18. Zelfs al verwijst punt 6 van het aanvullend Protocol expliciet naar uitzendkrachten, is het belangrijk erop te wijzen dat, enerzijds, een uitzendkracht niet onmiddellijk als een seizoensgrensarbeider zal worden beschouwd, maar dat hij hiervoor aan de voorwaarden moet voldoen zoals het geval is voor de andere seizoensgrensarbeiders. Anderzijds kan een uitzendkracht vragen dat men de "klassieke" grensarbeidersregeling toepast op zijn bezoldigingen zodra hij voldoet aan de eerder vermelde voorwaarden.
IV. DE NIEUWE FORMULIEREN 276 FRONT./GRENS.
19. Bij toepassing van punt 10 van het aanvullend Protocol hebben de bevoegde autoriteiten in Frankrijk en België besloten om vanaf 2012 twee formulieren te gebruiken: het formulier 276 Front./Grens. (nieuw formulier dat is aangepast voor de "klassieke" grensarbeiders) en het formulier 276 Front./Grens. S (nieuw formulier voor de seizoensgrensarbeiders). De klassieke grensarbeidersregeling en de regeling voor seizoensarbeiders vertonen immers voldoende grote verschillen om het gebruik van verschillende formulieren te rechtvaardigen. Deze formulieren dienen te worden gebruikt vanaf 2012 en kunnen worden teruggevonden op de website FINFORM van de Federale Overheidsdienst Financiën.
20. Zowel het formulier 276 Front./Grens. als het formulier 276 Front./Grens. S moeten volledig worden ingevuld door de werknemer en de werkgever. Ook is een bevestiging nodig van de Franse belastingadministratie. Ze moeten aan de werkgever overhandigd worden vóór de uitbetaling van de eerste bezoldiging van ieder jaar.
21. De twee formulieren moeten op dezelfde manier worden ingevuld en volgen dezelfde administratieve afhandeling. Eerst en vooral vult de werknemer kader I van het grensarbeidersformulier in en overhandigt vervolgens de twee exemplaren aan zijn werkgever. Deze laatste vult kader II in en overhandigt de twee exemplaren aan de werknemer. De werknemer legt de twee exemplaren voor aan de belastingdienst in Frankrijk van het ambtsgebied waartoe hij behoort. Laatstgenoemde brengt in kader III de vereiste bevestiging aan, behoudt het eerste exemplaar van het document en overhandigt het tweede aan de werknemer opdat deze het aan zijn werkgever kan bezorgen. Op het einde van het jaar waarop het formulier 276 Front./Grens. betrekking heeft, moet de werknemer kader IV van het exemplaar bestemd voor de werkgever invullen, waarmee hij bevestigt dat hij de Belgische grensstreek niet heeft verlaten gedurende een groter aantal dagen dan toegestaan door het "Aanvullend Protocol inzake grensarbeiders" (in het algemeen 30 dagen).
22. Bovendien bevat de instemmingswet een aantal verplichtingen voor werkgever en werknemer die worden toegepast zowel in het kader van de "klassieke" grensarbeidersregeling als de seizoensgrensarbeidersregeling.
23. Zo vereist artikel 4, § 1, van de instemmingswet dat de werknemer bij het exemplaar van het formulier 276 Front./Grens., bestemd voor de werkgever, een kopie van de documenten toevoegt die de bewoning van een duurzaam tehuis in de Franse grensstreek aantonen. Dit is verplicht zowel voor de "klassieke" grensarbeiders als voor de seizoens-grensarbeider.
24. Onregelmatigheden zoals het ontbreken van grensarbeidersformulieren of van de hiervoor vermelde stavingsdocumenten, het indienen van een onvolledig ingevuld formulier alsook het voorleggen van documenten die niet afdoende de bewoning van een tehuis aantonen, hebben tot gevolg dat de vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing niet kan worden toegepast (toepassing artikel 4, § 1 van de instemmingswet).
25. De werkgever die in de loop van een bepaald jaar gebruik heeft gemaakt van de
diensten van een werknemer die in aanmerking komt voor de grensarbeidersregeling (klassieke of seizoensgrensarbeider) moet ten laatste op 31 maart van het daaropvolgende jaar het volledig ingevulde formulier aan de administratie voorleggen (bij het bevoegde Documentatiecentrum - Bedrijfsvoorheffing), samen met het document of de documenten tot staving van de daadwerkelijke bewoning van een tehuis in de Franse grensstreek.
26. Daarnaast, en overeenkomstig punt 9 van het aanvullend Protocol en artikel 5, § 1, van de instemmingwet, moet de werkgever bij de formulieren en de stavingsdocumenten een verklaring voegen waarin hij uitdrukkelijk bevestigt dat de werknemer zijn werkzaamheid niet buiten de Belgische grensstreek heeft uitgeoefend gedurende meer dan 30 dagen (of 15% van het aantal gepresteerde dagen indien het een seizoensgrensarbeider betreft) tijdens het beschouwde jaar, onder voorbehoud van de uitzonderingen voorzien in paragraaf 7 van het Aanvullend Protocol, en een lijst met de specifieke dagen waarop de werknemer in de loop van het betrokken jaar de Belgische grensstreek heeft verlaten bij de uitoefening van zijn werkzaamheid. Voor seizoensgrensarbeiders moet de verklaring bovendien het aantal dagen vermelden dat gepresteerd werd in België gedurende het beschouwde jaar.
27. Het aantal dagen waarop de werknemer de Belgische grensstreek heeft verlaten moet eveneens worden vermeld op de individuele fiche 281.10, die elke werkgever verplicht moet voorleggen aan de belastingadministratie krachtens artikel 92 van het KB ter uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB) 1992. Op die fiche is ook uitdrukkelijk te vermelden, naargelang de situatie, "FRANSE GRENSARBEIDER" of "FRANSE SEIZOENS-GRENSARBEIDER".
28. Samen met de formulieren 276 Front./Grens. en de in punt 26 vermelde verklaring en lijst, moet de werkgever aan de administratie een lijst voorleggen van werknemers die de grensarbeidersregeling aanvragen en voor wie de regeling door de werkgever de eerste keer werd toegepast tijdens het beschouwde jaar. Deze lijst moet voor elke werknemer vermelden of hij een "klassieke" grensarbeider is of een seizoensgrensarbeider.
29. Er wordt aan herinnerd dat artikel 5, § 2, van de instemmingwet bepaalt dat de werkgever een telling moet bijhouden van alle dagen waarop de werknemer de Belgische grensstreek heeft verlaten, met vermelding van de plaats of het traject dat aanleiding geeft tot het verlaten van de grensstreek, alsook de reden van het verlaten van de grensstreek.
30. Wanneer een werkgever van mening is dat niet zal worden voldaan aan de voorwaarden van de
grensarbeidersregeling heeft de werkgever het recht de bedrijfsvoorheffing in te houden op de bezoldigingen van de betrokken werknemer. De uitzendkantoren die geen direct zicht hebben op de werkzaamheid van de uitzendkrachten zullen mogelijks vlugger gebruik maken van dat recht. Dit mag echter geen systematisch gedrag van de werkgever worden. Wanneer een werknemer een grensarbeidersformulier voorlegt samen met een kopie van de stavingsdocumenten inzake de bewoning van een vast tehuis in de Franse grensstreek en zijn werkzaamheid op eenzelfde locatie uitoefent in de Belgische grensstreek (bijvoorbeeld een arbeider die enkel in een fabriek werkt die gelegen is in de Belgische grensstreek), moet de werkgever (uitzendkantoor of andere) er a priori van uitgaan dat aan de voorwaarden van de grensarbeidersregeling is voldaan en is de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen niet in te houden. Er wordt aan herinnerd dat de Belgische wetgever in de in-stemmingswet de werkgevers meer verantwoordelijkheid heeft gegeven door een aantal verplichtingen te voorzien die in de vorige punten werden beschreven. Zoals verduidelijkt wordt in de memorie van toelichting: "Bovendien legt het ontwerp van wet houdende goedkeuring van het Avenant zowel aan de werkgever als aan de werknemers een aantal bijkomende verplichtingen op die een doeltreffend toezicht op het naleven van de voorwaarden mogelijk moeten maken en vermeldt ook de sancties waaraan de werkgever of de werknemer zich blootstelt wanneer hij de verplichtingen niet naleeft." (Belgische Senaat, zitting 2008-2009, 9 februari 2009, 4-1143/1, p. 24).
31. In het geval dat een werknemer de toepassing van de grensarbeidersregeling vraagt en de werkgever de bedrijfsvoorheffing inhoudt, moet die werkgever ondanks de inhouding ervan zijn verplichtingen respecteren, zoals voorzien in de instemmingswet. Deze verplichtingen moeten worden nagekomen voor "elke werknemer die in aanmerking komt voor de grensarbeidersregeling".
32. In het geval dat de bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden door de werkgever omdat hij van mening is dat niet is voldaan aan de voorwaarden van de grensarbeidersregeling of omdat de stavingsdocumenten niet afdoende waren, kan de werknemer bezwaar indienen tegen de ingehouden bedrijfsvoorheffing bij de Directeur van Brussel II Vennootschappen gevestigd op het volgende adres: Kruidtuinlaan 50, verdieping 19P, bus 340, 1000 Brussel.
33. Wanneer de bedrijfsvoorheffing echter is ingehouden door de werkgever en die nadien vaststelt dat de betrokken werknemer uiteindelijk toch aan de voorwaarden van de grensarbeidersregeling voldoet, kan de bedrijfsvoorheffing door de werkgever aan de werknemer worden terugbetaald. De betrokken werknemer hoeft hiertoe geen bezwaarschrift in te dienen. Met betrekking tot de terugbetaalde bedragen aan bedrijfsvoorheffing kan de werkgever tot 1 september van het jaar volgend op het inkomstenjaar een "negatieve" aangifte in bedrijfsvoorheffing indienen via de toepassing Finprof van de FOD Financiën.
V. CONTACTPERSONEN
34. Voor al uw vragen: Pieter DE MEESTER (Tel.: 0257/813.01 - E-mail: pieter.demeester@minfin.fed.be) en BELINTAX (Tel.: 0257/634.70 - E-mail: belintax@minfin.fed.be ) van de Directie III/1 van de Centrale Diensten van de Algemene administratie van de fiscaliteit.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit:
J. FROGNIER
Directeur
