Circulaire nr. AFZ/2002-0400 (AFZ 8/2002) van 25.04.2002

CIRC 25.04.02/1
Bull. nr. 827, pag. 1633-1639
BAAT
Provincieraadslid

BEROEPSKOSTEN
Bestendig afgevaardigde
Bijdrage aan een politieke partij
Niet-aftrekbare kosten

VRIJSTELLING VOOR BIJKOMEND PERSONEEL
Toepassingsvoorwaarde

WET
Bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
Eerste commentaar op de artikelen 167 en 168 van de programmawet van 30.12.2001 en op de wet van 07.03.2002.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de Administratie van Fiscale Zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie van de directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.
De bijlage bevat een eerste commentaar op :
  • de artikelen 167 en 168 van de programmawet van 30 december 2001 (BS 31.12.2001, V 3010, Bull. 823);
  • de wet van 7 maart 2002 tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek (BS 19.03.2002, V 3025, Bull. 826).
NAMENS DE MINISTER :
De adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
INHOUDSTAFEL
I. PROGRAMMAWET VAN 30.12.2001
A. Wettekst 1
B. Algemeen 2
C. Vrijstelling voor bijkomend personeel 3
D. Inwerkingtreding 4
II. W 07.03.2002 TOT WIJZIGING, WAT DE LEDEN VAN DE PROVINCIERADEN BETREFT, VAN ARTIKEL 27, TWEEDE LID, WIB 92 EN, WAT DE LEDEN VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIES BETREFT, VAN ARTIKEL 53, 17°, VAN HETZELFDE WETBOEK
A. Wettekst 5
B. Algemeen 6
C. Vergoedingen van provincieraadsleden 8
D. Niet aftrekbaarheid van partijbijdragen 12
E. Inwerkingtreding 14
A. Wettekst
1.
TITEL XIV. - Middenstand
Art. 167. In artikel 29 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1. § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :
    "§ 2. De vrijstelling is van toepassing op de winst en op de baten van de belastbare tijdperken die samenvallen met de jaren 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 of, wanneer de belastingplichtigen anders dan per kalenderjaar boekhouden, met het eerste boekjaar dat wordt afgesloten respectievelijk na 31 december 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003."
  2. § 3, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
    "Het aantal in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheden wordt vastgesteld door het gemiddeld personeelsbestand van de belastingsplichtige tijdens de jaren 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 respectievelijk te vergelijken met dat van de jaren 1997, 1998, 1999, 2000, 2001 en 2002."
TITEL XV. - Inwerkingtreding
Art. 168. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2002, ...
2. Dit artikel heeft tot doel de tijdelijke vrijstelling voor bijkomend personeel, zoals bedoeld in artikel 29 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap (BS 21.02.1998 - V 2559 - Bull. 782), te verlengen met een periode van drie jaar.
3. Om de tewerkstelling van laaggeschoold personeel te bevorderen, had de wetgever voor de jaren 1998, 1999 en 2000 voor de winsten en baten een tijdelijke belastingvrijstelling ingesteld die gelijkaardig is aan die welke door artikel 185, Programmawet van 30.12.1988 (BS 05.01.1989 - V 1961 - Bull. 694) aan KMO en aan beoefenaars van vrije beroepen werd toegekend voor het tewerkstellen van bijkomend personeel.
Artikel 167, Programmawet 30.12.2001 verlengt dit stelsel met drie jaar, met andere woorden, voor de jaren 2001, 2002 en 2003.
De berekening van het aantal in België bijomend tewerkgestelde personeelsleden wordt vastgesteld door het gemiddeld personeelsbestand van de belastingplichtige tijdens de jaren 2001, 2002 en 2003 respectievelijk te vergelijken met dat van de jaren 2000, 2001 en 2002.
Voor de ongewijzigde toepassingsregels wordt verwezen naar nr. 17 van de circulaire 16.08.1999, AFZ/99-0390 (Bull. 797).
4. Artikel 167 van de Programmawet van 30.12.2001 treedt in werking op 1 januari 2002.
(art. 167 en 168, W 30.12.2001)
II. W 07.03.2002 TOT WIJZIGING, WAT DE LEDEN VAN DE PROVINCIERADEN BETREFT, VAN ARTIKEL 27, TWEEDE LID, WIB 92 EN, WAT DE LEDEN VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIES BETREFT, VAN ARTIKEL 53, 17°, VAN HETZELFDE WETBOEK
A. Wettekst
5. Art. 2. In artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° de vergoedingen van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement, alsmede de vergoedingen voor de uitoefening van bijzondere functies in die vergaderingen, met uitzondering van de terugbetalingen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement van gedane kosten";

2° er wordt een 6° ingevoegd, luidende:
"6° de vergoedingen van de leden van de provincieraden."
Art. 3. In artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 april 1995, worden de woorden "de Raden en het Europees Parlement" vervangen door de woorden "de Raden, het Europees Parlement en de bestendige deputatie".
Art. 4. Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 20 oktober 2000.
Artikel 3 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2002.

6. Artikel 2 van deze wet strekt ertoe de draagwijdte te verduidelijken van artikel 27, tweede lid, 5°, WIB 92, zoals werd gewijzigd door artikel 5, W 04.05.1999 tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendige afgevaardigde (zie nrs. 45 en 46, circulaire 08.06.2000, AFZ/99-0976 - Bull. 806).
7. Wat de fiscale behandeling van de partijbijdragen betreft, beoogt artikel 3 de leden van de bestendige deputatie op dezelfde wijze te behandelen als de momenteel in artikel 53, 17°, WIB 92 bedoelde leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement.
8. Artikel 2, W 07.03.2002, verbetert de tekst van artikel 27, tweede lid, 5°, WIB 92 gewijzigd door artikel 5, W 04.05.1999.
Niet alleen bestond er een verschil tussen de Nederlandstalige en de Franstalige versie maar bovendien kon de tekst op verschillende wijzen worden geïnterpreteerd.
9. Voor alle duidelijkheid maakt dit artikel nu een ondersheid tussen, enerzijds, de vergoedingen van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement (nieuw artikel 27, tweede lid, 5°, WIB 92) en, anderzijds, de vergoedingen van de leden van de provincieraden (invoeging van een 6° in artikel 27, tweede lid, WIB 92).
10. Dit onderscheid is nodig om verwarring te vermijden tussen de leden van de provincieraden die slechts recht hebben op presentiegelden en de leden van de Kamer van volksvertegenwoordiges, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement die naast de gewone vergoedingen tevens vergoedingen voor het uitoefenen van bijzondere functies ontvangen.
11. Door die splitsing vallen de dossiers van de provincieraadsleden niet meer binnen het kader van de bepaling van artikel 297, WIB 92, te weten het onderzoek van de aangifte door één controlecentrum.
12. De W 04.05.1999 had de bedoeling het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigden af te stemmen op dat van de parlementsleden.
Er bleef evenwel een wezenlijk verschil bestaan tussen de fiscale behandeling van de bijdragen die door de parlementsleden, enerzijds, en door de leden van de bestendige deputatie, anderzijds, aan hun partij worden gestort. Ook al waren die bijdragen voor de laatstgenoemden aftrekbare beroepskosten, dan was dit zeker niet het geval voor de parlementsleden die een dergelijke fiscale aftrek niet verkregen.
13. Daar een dergelijk onderscheid niet langer verantwoord was, gelet op de financiële en fiscale gelijkschakeling van die twee categorieën van belastingplichtigen door de genoemde W 04.05.1999, wordt artikel 53, 17°, WIB 92 aangevuld met de categorie van leden van de bestendige deputatie opdat de partijbijdragen zowel bij hen als bij de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement die momenteel worden beoogd in het voornoemde artikel, op dezelfde wijze worden behandeld.
14. Om de tekstfouten, veroorzaakt door de W 04.05.1999 te verbeteren, moest artikel 2 van de W 07.03.2002 op dezelfde datum in werking treden als die voorzien bij de W 04.05.1999, met name vanaf de meest recente algehele vernieuwing van de provincieraden.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 49 van de provinciewet, worden de provincieraden vernieuwd op de tweede vrijdag die volgt op de dag van de verkiezingen. Aangezien de verkiezingen op 8 oktober 2000 plaatsvonden, moesten de wijzigingen aan artikel 27, WIB 92 in werking treden op vrijdag 20 oktober 2000.
15. De wijzigingen betreffende artikel 53, 17°, WIB 92 treden in werking vanaf aanslagjaar 2002 om te vermijden dat voor eenzelfde belastbaar tijdperk twee verschillende regelingen van toepassing zouden zijn op de bijdragen die de leden van de bestendige deputatie aan hun partij storten.
(art. 2 tot 4, W 07.03.2002 - art. 27, tweede lid, 5° en 6° en 53, 17°, WIB 92)