Circulaire nr. AOIF 6/2005 (Ci.RH.241/560.386 - E.T.106.106) dd. 09.02.2005
CIRC 6/2005
Circulaire nr. AOIF 6/2005 (Ci.RH.241/560.386 - E.T.106.106) dd. 09.02.2005
AFTREK
BEROEPSINKOMEN
Bezoldiging
Voordeel van alle aard
BEROEPSKOSTEN
Verantwoording van de beroepskosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
BEZOLDIGING
Tussenkomst van de werkgever in een PC-privé-plan
DIENSTEN
Gebruik van een bedrijfsgoed voor privé-doeleinden van het personeel
Gelijkstelling met een dienst onder bezwarende titel
PC-privé-plan
Terbeschikkingstelling van informatica aan het personeel
MAATSTAF VAN HEFFING
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Kosteloze beschikking over een internet-aansluiting
Kosteloze beschikking over een PC
VRIJGESTELD INKOMEN
Tussenkomst van de werkgever in een PC-privé-plan
Deze circulaire annuleert en vervangt de circulaire (AOIF Nr. 23/2004 (Ci.RH.241/560.386) dd. 28.04.2004
Aan alle ambtenaren.
INHOUDSTAFEL
I. INLEIDING
1. Er werden nieuwe fiscale bepalingen uitgewerkt met als doel nieuwe informaticatechnologieën en het vormen van informaticanetwerken te stimuleren.
Het betreft, enerzijds, de vrijstelling onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen van de tussenkomst van de werkgever ten voordele van de werknemer die bepaalde computeronderdelen aankoopt in het kader van een PC-privé-plan en, anderzijds, de vaststelling van het voordeel van alle aard dat ontstaat bij de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie voor privé-doeleinden uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid.
2. De programmawet (I) van 24 december 2002, voegt bij artikel 396, een artikel 38, 1 ste lid, 17°, WIB 92 [Artikel 38, § 1, 1ste lid, 17°, WIB 92 ingevolge 76, 1° van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (BS van 15 mei 2003 - Ed. 2 en Erratum in BS van 26 mei 2003, blz. 28.892).] in, waarbij een belastingvrijstelling wordt ingevoerd voor de werknemers die in het kader van een door de werkgever georganiseerd plan (PC-privé-plan) een geheel van een PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software aankopen.
Die belastingvrijstelling is in hoofde van de werknemers van toepassing op de tussenkomst die de werkgever doet in de aankoopprijs van die computerelementen.
3. Het koninklijk besluit van 25 maart 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 :
4. Programmawet van 24 december 2002 (BS van 31 december 2002, eerste editie)
TITEL VI. - Financiën
HOOFDSTUK 6. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Afdeling 1. - PC privé
Art. 396. Artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 6 augustus 1993, 6 juli 1994 en 21 december 1994, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, bij de wetten van 8 augustus 1997, 8 juni 1998 en 7 april 1999, bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en bij de wet van 10 augustus 2001, wordt aangevuld als volgt :
(zijn vrijgesteld) :
"17° in zover zij niet meer bedragen dan 1.250,00 EUR per aanbod, de tussenkomsten van de werkgever ten beloop van maximum 60 % van de aankoopprijs (exclusief BTW) die door de werknemers wordt betaald voor de aankoop van een geheel van pc, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software in het kader van een door de werkgever georganiseerd plan, zonder dat die werkgever op enig ogenblik zelf eigenaar van de voormelde elementen mag zijn.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad de voorwaarden waaraan die vrijstelling moet voldoen."
Art. 397. Artikel 396 treedt in werking op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Koninklijk besluit van 25 maart 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 (BS van 4 april 2003)
5.1 Artikel 1. Artikel 18, § 3, KB/WIB 92, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 18 februari 1994, 7 maart 1995, 5 april 1995, 6 maart 1996, 17 maart 1997, 2 mei 1997, 12 juni 1997, 2 juni 1998, 7 december 1998, 21 april 1999, 25 april 2000, 20 juli 2000, 16 maart 2001, 13 juli 2001 en 8 maart 2002, wordt aangevuld met een punt 10 dat luidt als volgt :
"10. Persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde PC of internetaansluiting :
Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op :
"Afdeling VIII. PC-privé-plannen
(Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 38, eerste lid, 17°)
Artikel 19. Opdat de tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan in aanmerking kan komen voor de vrijstelling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, 17°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1. het aanbod van de werkgever waarmee hij zich ertoe verbindt om tussen te komen in de aankoopprijs van een geheel van PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software, wordt beschreven in het PC-privé-plan;
2. de voorwaarden die in het plan zijn opgenomen moeten dezelfde zijn voor alle werknemers;
3. de minimumvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen zijn de volgende :
5.4 Art. 4. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
III. VRIJSTELLING PC-PRIVE-PLAN
A. Bedoelde belastingplichtigen
6. Worden hier bedoeld, de werknemers die in het kader van een PC-privé-plan een computerinstallatie aankopen.
Het betreft werknemers in de zin van art. 30, 1°, WIB 92.
De bedrijfsleiders worden dus uitgesloten, zelfs al zijn ze met een arbeidsovereenkomst aangeworven.
B. Computerinstallatie
7. De bedoelde computeronderdelen zijn :
het betreft inzonderheid om :
worden bedoeld :
8. Elk aanbod moet de werknemers in staat stellen om zich een volledige computerinstallatie aan te schaffen en moet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijk plan.
Onder " volledige computerinstallatie" dient men een gebruiksklare computerinstallatie te verstaan. Zij dient het normale gebruik van de PC en van de voor de bedrijfsvoering dienstige software, evenals het surfen op het internet mogelijk te maken.
Zij omvat noodzakelijk :
D. PC-privé-plan
9.1 Het betreft een plan georganiseerd door de werkgever die, als tussenpersoon, voor de nodige contacten en organisatie zorgt die alle werknemers in staat stellen om op een fiscaal gunstige manier een volledige computerinstallatie bij een derde-onderneming aan te kopen dankzij de financiële tussenkomst van de werkgever.
9.2 De werkgever mag optreden als tussenpersoon tussen de werknemers en de leverancier(s) van de computerinstallatie. Hij moet daartoe echter geen contact opnemen met de leverancier van het informatiematerieel en mag zich beperken tot de tussenkomst in de aankoop mits de werknemer een voor eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur voorlegt.
Wanneer de werkgever als tussenpersoon optreedt tussen de werknemers en de leverancier van het informatica-materiaal, kan er in geen geval toepassing worden gemaakt van de artikels 13 en 20 van het BTW-Wetboek. Hieruit volgt dat de factuur die door de leverancier wordt uitgereikt, steeds op naam van de werknemer moet worden opgesteld. De werkgever mag, in voorkomend geval, enkel op deze factuur vermeld worden in de hoedanigheid van gevolmachtigde van bedoelde werknemer.
9.3 Het moet gaan om een tussenkomst van de werkgever in de aankoop van informaticamaterieel. Het is dus uitgesloten dat hiervoor wettelijke of contractuele belastbare bezoldigingen (bv. de eindejaarspremie, indexatie) worden aangewend die door de werknemer zijn verworven, anders zou dit erop neerkomen dat de werknemer de totaliteit van de kosten van het informaticamaterieel draagt.
E. Voorwaarden van het plan
10.1
1. Een eerste voorwaarde is dat het aanbod van de werkgever om tussen te komen in de aankoop van de computerinstallatie, in het plan wordt beschreven.
Er moet dus een geschreven plan zijn dat minstens het volgende vermeldt :
2. Teneinde het sociale belang van deze maatregel te onderstrepen, bepaalt een tweede voorwaarde dat de voorwaarden die in het plan zijn opgenomen, voor alle werknemers dezelfde moeten zijn. Het plan moet op het gehele personeel van toepassing zijn en de aankoop moet kunnen plaatsvinden voor alle werknemers (zonder uitzondering) onder dezelfde omstandigheden en gunstvoorwaarden. Dit betekent echter geenszins dat alle werknemers op deze mogelijkheid moeten ingaan.
3. Een laatste voorwaarde bepaalt de minimumvereisten waaraan het PC-privé-plan moet voldoen en die voornamelijk tot doel hebben misbruiken te vermijden :
10.3
Wanneer een werknemer echter beslist om twee onderdelen van eenzelfde aanbod aan te kopen op verschillende tijdstippen en zelfs in de loop van verschillende belastbare tijdperken is de voorwaarde vervuld, en wordt elk probleem i.v.m. de verplichting om de bedrijfsvoorheffing in te houden vermeden, indien de werkgever bij de tweede aankoop voor de totaliteit tussenkomt in de aankoop van de twee elementen.
Voorbeeld
10.5
In die veronderstelling en daar het tweede onderdeel is aangekocht tijdens hetzelfde belastbare tijdperk als het eerste onderdeel, is de tussenkomst in elk geval vrijgesteld en zal de bedrijfsvoorheffing, eventueel door compensatie, kunnen worden teruggevorderd.
Indien het tweede onderdeel daarentegen zou zijn aangekocht tijdens een later belastbaar tijdperk, zou de tussenkomst van de werkgever in de aankoop van het eerste onderdeel definitief belastbaar zijn geweest.
Indien de werkgever echter de aankoop van het tweede onderdeel afwacht en voor de totaliteit tussenkomt in de aankoop van de twee onderdelen op voorlegging van de twee facturen, is de voorwaarde vervuld en is de tussenkomst meteen vrijgesteld.
10.6
10.8
Twee verschillende software-pakketten worden echter als uit twee verschillende onderdelen aangemerkt.
Voorbeeld
10.10
F. Aankoop van een computerinstallatie
11. Om de vrijstelling te kunnen verkrijgen, wordt er aan herinnerd dat :
12.1 In de mate dat zij niet meer bedragen dan 1.250 EUR (te indexeren) per aanbod, moeten de tussenkomsten van de werkgever in de aanschaf van informatica-onderdelen worden beperkt tot 60 % van de aankoopprijs (exclusief BTW).
De grens van 1.250 EUR is van toepassing per aanbod.
De beperking van 60 % is van toepassing op elke aankoop (per factuur).
Wat de internetaansluiting en het internetabonnement betreft, moet de tussenkomst bij iedere facturatie of vervaldag van betaling tot 60 % worden beperkt van de door de werknemer gedragen kostprijs (exclusief BTW). In voorkomend geval moet voor het internetabonnement de grens van 1.250 EUR (te indexeren) over verschillende jaren worden beoordeeld.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat dit bedrag geenszins een beperking per belastbaar tijdperk is maar wel een beperking per aanbod.
12.2 Indien de werkgever tussenkomt van meer dan 60 % of voor een bedrag hoger dan 1.250 EUR (te indexeren), is het gedeelte van de tussenkomst dat de grens te boven gaat als een bezoldiging belastbaar bij de werknemer.
12.3 Het bedrag van 1.250 EUR is een te indexeren bedrag. Vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004) bedraagt dit 1.500 EUR en vanaf 1 januari 2004 (aanslagjaar 2005) 1.520 EUR.
H. Voorbeeld
13. Voor de duidelijkheid, is de grens van de vrijstelling in dit voorbeeld vastgesteld op 1.500 EUR voor al de beoogde jaren.
Een werkgever stelt aan al zijn werknemers volgende PC-plannen voor :
Jaar 2003
Piet koopt een PC A, een scherm A, een klavier A, een muis A en twee printers A (factuur 1) alsook een writer B en een scanner B (factuur 2).
Totaal bedrag van factuur 1 zonder BTW : 2.000 EUR (1 printer = 250 EUR)
factuur 2 zonder BTW : 500 EUR
Tussenkomst van de werkgever : 2.000 EUR x 60 % = 1.200 EUR (factuur 1)
500 EUR x 80 % = 400 EUR (factuur 2)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles behalve één printer ( twee dezelfde onderdelen)
Vrijgesteld bedrag : Plan A : 2000 EUR - 250 EUR = 1.750 EUR x 60 % = 1.050 EUR
Plan B : 500 EUR x 60 % = 300 EUR
Totaal : 1.050 EUR + 300 EUR = 1.350 EUR
Belastbaar bedrag : factuur 1 : 250 EUR x 60 % = 150 EUR
factuur 2 : 500 EUR x 20 % = 100 EUR
Totaal : 150 EUR + 100 EUR = 250 EUR
Jaar 2004
Piet neemt vanaf juli een internetaansluiting en een internetabonnement in het kader van plan D, koopt een muis D, een digitaal fototoestel D en een digitale camera D (factuur 3)
Kostprijs (zonder BTW) : aansluiting (60 EUR) + abonnement (30 EUR x 6 = 180 EUR) = 240 EUR
Totaal bedrag van de factuur 3 zonder BTW : 2.040 EUR (muis : 40 EUR)
Tussenkomst van de werkgever : 240 EUR x 60 % = 144 EUR (internet)
2.040 EUR x 60 % = 1.224 EUR (factuur 3)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles behalve de muis ( onderdeel reeds aangekocht in 2003)
Vrijgesteld bedrag : plan D : (2.280 EUR - 40 EUR) x 60 % = 1.344 EUR
Belastbaar bedrag : factuur 3 : 40 EUR x 60 % = 24 EUR
Jaar 2005
Piet zet zijn internetabonnement verder (plan D), koopt software E, een webcam E (factuur 4) en vervolgens software F (factuur 5)
Kostprijs zonder BTW : abonnement (12 maanden) : 360 EUR
Totaal bedrag van de factuur 4 zonder BTW : 200 EUR
factuur 5 zonder BTW : 100 EUR
Tussenkomst van de werkgever : 360 EUR x 60 % = 216 EUR (internet)
200 EUR x 60 % = 120 EUR (factuur 4)
100 EUR x 60 % = 60 EUR (factuur 5)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : enkel het internetabonnement
(het plan E beantwoordt niet aan de voorwaarden daar het geen volledige computerinstallatie aanbiedt - geen PC -;
Piet koopt slechts één onderdeel van het plan F).
Vrijgesteld bedrag : plan D : 360 EUR x 60 % = 216 EUR beperkt tot 156 EUR
(1.344 EUR reeds vrijgesteld in 2004 + 156 EUR = 1.500 EUR)
Belastbaar bedrag : plan D : 216 EUR - 156 EUR = 60 EUR
plan E : 200 EUR x 60 % = 120 EUR
factuur 5 : 100 EUR x 60 % = 60 EUR
Totaal : 60 EUR + 120 EUR + 60 EUR = 240 EUR
Jaar 2006
Piet zet zijn internetabonnement verder (plan D) en koopt een PC G en een scherm G (factuur 6), alsook een printer H en een klavier H (factuur 7)
Kostprijs zonder BTW : abonnement : 360 EUR
Totaal bedrag van de factuur 6 zonder BTW : 3.000 EUR
factuur 7 zonder BTW : 300 EUR
Tussenkomst van de werkgever : 360 EUR x 60 % = 216 EUR (internet)
3.000 EUR x 60 % = 1.800 EUR (factuur 6)
300 EUR x 60 % = 180 EUR (factuur 7)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles ( 3de jaar dat volgt op het jaar van aankoop van dezelfde onderdelen).
Vrijgesteld bedrag : plan G : 3.000 EUR x 60 % = 1.800 EUR beperkt tot 1.500 EUR
plan H : 300 EUR x 60 % = 180 EUR
Totaal : 1.500 EUR + 180 EUR = 1.680 EUR
Belastbaar bedrag : plan D : 360 EUR x 60 % = 216 EUR (grens bereikt in 2005)
plan G : 1.800 EUR - 1.500 EUR = 300 EUR
Totaal : 216 EUR + 300 EUR = 516 EUR
I. Beroepskosten voor de werkgever
14. De tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan vormt in zijn hoofde in principe een aftrekbare beroepskost, voor zover de algemene voorwaarden van art. 49 WIB 92 vervuld zijn.
Het is wel te verstaan dat in geval de tussenkomst gedeeltelijk (wanneer de grens zou worden overschreden) of volledig (wanneer tenminste één van de voorwaarden van het PC-privé-plan niet wordt nageleefd) bij de begunstigde werknemer belastbaar is als bezoldiging, zij ten name van de werkgever slechts als beroepskost kan worden aangemerkt indien het bedrag van de tussenkomst (naargelang het geval, geheel of gedeeltelijk) vermeld is op een fiche 281.10 en op de samenvattende opgave 325.10.
J. Te vervullen formaliteiten bij de werkgever
15. Wanneer blijkt dat de tussenkomst van de werkgever geheel of gedeeltelijk belastbaar is als een bezoldiging (b.v. wanneer de grens wordt overschreden, wanneer het PC-plan niet beantwoordt aan de voorwaarden, wanneer de werknemer geen twee onderdelen heeft aangekocht van eenzelfde plan gedurende hetzelfde belastbaar tijdperk - zie evenwel nr. 10.4 -, enz.) moet de werkgever zijn verplichtingen vervullen inzake :
A. Bedoelde belastingplichtigen
16. Worden bedoeld, alle belastingplichtigen die in de privé-sfeer gebruik maken van een volledige PC die of van het internet dat hen kosteloos (of tegen een voordelig tarief) ter beschikking is gesteld uit hoofde of naar aanleiding van hun beroepswerkzaamheid.
Het betreft inzonderheid een terbeschikkingstelling :
17. Het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit deze terbeschikkingstelling is naar gelang van het geval :
18.1 Worden bedoeld :
Al de computerinstallaties die hoogstens zijn samengesteld uit :
18.2 Om redenen van vereenvoudiging en inschikkelijkheid mag er worden aangenomen dat de kosten met betrekking tot een telefoonlijn als kosten voor een internetaansluiting mogen worden aangemerkt.
18.3 Wanneer de kosten met betrekking tot een telefoonlijn echter ten laste worden genomen door de verkrijger, kunnen die kosten niet worden beschouwd als een bijdrage die van het voordeel van alle aard mag worden afgetrokken zoals bepaald in nr. 19.2.
18.4 Daar het hier een terbeschikkingstelling van een computerinstallatie betreft kan de verkrijger van het voordeel niet de eigenaar zijn van het materieel, noch titularis zijn van het internetabonnement, en evenmin schuldenaar zijn van de telefoonfacturen.
18.5 Worden hier niet bedoeld, de computerinstallaties in de beroepslokalen van de werkgever die een werknemer occasioneel voor privé-doeleinden mag gebruiken.
D. Bedrag van het voordeel van alle aard
19.1 Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op :
19.3 Deze bedragen hebben betrekking op een volledig jaar. Ze moeten pro rata temporis worden verminderd in geval van een beperkte terbeschikkingstelling gedurende een gedeelte van het belastbaar tijdperk.
E. Beroepskosten
20. De kosten gedaan naar aanleiding van de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie zijn aftrekbare beroepskosten voor zover zij behoorlijk worden verantwoord en de waarde van deze voordelen, bepaald overeenkomstig art. 18, § 3, punt 10, KB/WIB 92, vermeld wordt op de individuele fiches (281.10, 281.20 of 281.50) van de verkrijgers en de overeenstemmende samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt.
F. Formaliteiten bij de werkgever of bij de vennootschap
21.1 Wanneer er een voordeel van alle aard voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie door een werkgever (of een vennootschap) aan een werknemer (of een bedrijfsleider), moet de werkgever (of de vennootschap) verplichtingen vervullen inzake :
V. BTW-regime van toepassing bij de terbeschikkingstelling van computeronderdelen.
22. Vooreerst wordt gepreciseerd dat het specifieke BTW-regime uiteengezet in deze circulaire slechts van toepassing is bij de terbeschikkingstelling van computeronderdelen door een onderneming-belastingplichtige (fysieke persoon of rechtspersoon) van haar personeelsleden en/of van haar bestuurders, optredend in de hoedanigheid van fysieke persoon.
Het regime van toepassing bij de terbeschikkingstelling van computeronderdelen door een onderneming van een andere onderneming (bv. klant of leverancier) dient te worden beoordeeld in functie van de elementen in feite en in rechte eigen aan de relatie tussen deze ondernemingen. Uit de analyse van deze relatie kan blijken dat het, naargelang het geval, om een uitwisseling van diensten of om een verhoging van de belastbare basis van de geleverde goederen of de gepresteerde diensten door een van de medecontractanten gaat.
Voor de duidelijkheid van de uiteenzetting verwijst de bewoording "belastingplichtige" naar de onderneming-belastingplichtige die computeronderdelen ter beschikking stelt, en de bewoording "begunstigde" naar de personeelsleden of de bestuurders van wie deze onderdelen ter beschikking zijn gesteld.
A. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting
A.1. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting om niet
A.1.1. Aftrek van de belasting geheven van de aankoopkosten van de uitrusting
23. De BTW geheven van kosten gemaakt door een BTW-belastingplichtige met het oog op het ter beschikkingstellen van informatica-uitrusting, kosteloos en voor de privé-doeleinden van de begunstigden, is in principe niet aftrekbaar.
24. Indien de belastingplichtige daarentegen tot voldoening van de administratie aantoont dat de informatica-uitrusting eveneens gebruikt wordt voor de behoeften van zijn economische activiteit (wat in dergelijk geval dient te worden aangenomen, wanneer de uitrusting wordt gebruikt voor de uitwisseling, tussen de belastingplichtige en de begunstigden, van informatie betreffende hun professionele relaties, maar zonder onderscheid naargelang het persoonlijke informatie, dan wel, informatie voor alle begunstigden betreft), kan hij, binnen het specifieke kader van onderhavige bepalingen, de belasting geheven van de aankoop van de uitrusting in aftrek brengen volgens de bepalingen inzake aftrek die normaal op hem van toepassing zijn.
Het recht op aftrek van de belastingplichtige zal niet beperkt worden wegens het gebruik door de begunstigden van de PC voor privé-doeleinden. Er werd in dit verband beslist dat de door te voeren correctie zal gebeuren door de heffing van belasting op de terbeschikkingstelling van de uitrusting (z. A.1.2. hierna).
25.1 In het geval van een belastingplichtige met een gedeeltelijk recht op aftrek wordt de aftrekbare belasting aldus bepaald door toepassing van het algemeen verhoudingsgetal op de voorbelasting geheven van de aankoop van de informatica-uitrusting.
25.2 Als deze belastingplichtige onderworpen is aan de regeling van het werkelijk gebruik dient de belasting geheven van de door de hem gemaakte kosten voor de terbeschikkingstelling van de informatica-uitrusting, behoudens bijzondere omstandigheden, beschouwd te worden als belasting geheven van goederen niet toewijsbaar aan een bepaalde sector.
A.1.2. Taxatie van de terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting
26. Voor zover de betreffende informatica-uitrusting het voorwerp heeft uitgemaakt van een recht op aftrek, wordt de terbeschikkingstelling om niet van deze uitrusting voor de privé-behoeften van de begunstigden op grond van artikel 19, § 1, van het BTW-Wetboek gelijkgesteld aan een dienst onder bezwarende titel.
27. Overeenkomstig artikel 33, 2°, van het BTW-Wetboek, wordt de maatstaf van heffing van deze dienst bepaald door het bedrag van de door de belastingplichtige die deze terbeschikkingstelling verricht, gedane uitgaven.
28.1 In dit verband werd beslist dat, in het kader van de huidige bijzondere bepalingen, het bedrag weerhouden als voordeel van alle aard inzake de inkomstenbelasting (180 EUR per jaar en per PC), waaruit de BTW werd afgezonderd (tegen normaal tarief dat momenteel 21% bedraagt), als bedrag van de gedane uitgaven en derhalve als maatstaf van heffing inzake BTW voor de terbeschikkingstelling in aanmerking te nemen.
28.2 Wanneer echter, rekening houdend met de toepassing van het algemeen verhoudingsgetal inzake aftrek (of een bijzondere verhoudingsgetal met betrekking tot het gebruik), de belastingplichtige de belasting geheven van de aankoop van de informatica-uitrusting niet volledig heeft kunnen aftrekken, wordt de maatstaf van heffing verkregen door toepassing van het algemeen (of bijzonder) verhoudingsgetal inzake aftrek van de belastingplichtige op bedrag de van gemaakte uitgaven, vastgesteld overeenkomstig voorgaande alinea.
29. Het spreekt tenslotte voor zich dat, wanneer de belastingplichtige geen recht op aftrek geniet, de terbeschikkingstelling om niet van informatica-uitrusting niet onderworpen is aan de belasting omdat de belastingplichtige geen enkele aftrek van de belasting geheven van de aankoop van de uitrusting heeft kunnen verrichten.
A.2. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting onder bezwarende titel
A.2.1. Aftrek van de belasting geheven van de aankoopkosten van de uitrusting
30. De belastingplichtige verricht de aftrek van de belasting geheven van de aankoop van de informatica-uitrusting overeenkomstig hetgeen uiteengezet in A.1.1.
A.2.2. Taxatie van de terbeschikkingstelling
31. Wanneer de terbeschikkingstelling plaatsvindt onder bezwarende titel, vormt deze een dienst beoogd in artikel 18, § 1, 2 de alinea, 4°, van het BTW-Wetboek.
32. Overeenkomstig artikel 26 van het BTW-Wetboek, wordt de belasting berekend over alles wat de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie de dienst wordt verstrekt.
33. In onderhavig geval is de maatstaf van heffing gelijk aan het bedrag dat de belastingplichtige vordert van de begunstigde van de terbeschikkingstelling.
34.1 In de hypothese dat, niettegenstaande het door de belastingplichtige van de begunstigde gevorderde bedrag, een voordeel van alle aard wordt gevestigd in hoofde van laatstgenoemde, is de belasting opeisbaar, tegen het normale tarief, zowel over het bedrag gevorderd voor de terbeschikkingstelling als over het bedrag van het voordeel van alle aard, waaruit voorafgaandelijk de BTW zal worden afgezonderd.
34.2 Wanneer, overeenkomstig hetgeen uiteengezet in punt 28.2. hiervoor, de belastingplichtige, rekening houdend met de toepassing van het algemeen verhoudingsgetal inzake aftrek (of een bijzonder verhoudingsgetal met betrekking tot het gebruik), de belasting geheven van de aankoop van de informatica-uitrusting niet volledig heeft kunnen aftrekken, wordt de maatstaf van heffing voor de BTW gevormd door de prijs, exclusief BTW, betaald door de begunstigde verhoogd met het bedrag, exclusief BTW, van het voordeel van alle aard dat werd bepaald en waarop het verhoudingsgetal (algemeen of bijzonder) inzake aftrek van de belastingplichtige wordt toegepast.
B. Verschaffen van een internetverbinding
B.1. Verschaffen van een internetverbinding om niet
35. Wat het recht op aftrek betreft, wordt verwezen naar A.1.1., punten 23 en 24 hiervoor. Wanneer derhalve de internetverbinding dient voor zowel de economische activiteit van de belastingplichtige als voor de privé-doeleinden van zijn personeel, dient de aftrek te worden afgezonderd voor wat deze prive-doeleinden betreft.
36.1 In dit opzicht werd beslist dat, in het kader van de onderhavige bepalingen, het gedeelte van de belasting dat niet aftrekbaar is om redenen van privé-gebruik van het personeel, geacht wordt overeen te stemmen met het bedrag van BTW vervat in het voordeel van alle aard weerhouden in hoofde van de begunstigde op vlak van de inkomstenbelasting (60 EUR, BTW incl.). Het niet-aftrekbaar BTW-bedrag bedraagt derhalve 10,41 EUR per begunstigde en per jaar.
36.2 Na het bedrag van de belasting met betrekking tot het privé-gebruik van de verbinding te hebben afgezonderd, verricht de belastingplichtige de aftrek volgens de regels die normaal op hem van toepassing zijn, ermee rekening houdend dat in de regeling van werkelijk gebruik, behoudens bijzondere omstandigheden, deze belasting dient te worden beschouwd als belasting geheven van diensten niet toewijsbaar aan een bepaalde sector.
B.2. Verschaffen van internetverbinding onder bezwarende titel
37. Wanneer de belastingplichtige een bedrag aan zijn personeel vraagt voor het verschaffen van een internetverbinding dienen twee situaties te worden onderscheiden.
38.1 Het bedrag gevorderd door de belastingplichtige is hoger dan het bedrag van het voordeel van alle aard bepaald voor de toepassing van de inkomstenbelasting (de twee bedragen vergeleken exclusief BTW).
In deze hypothese is de belasting verschuldigd over het bedrag, exclusief BTW, dat door de belastingplichtige van zijn personeel wordt gevorderd.
38.2 De aftrek van de belasting geheven van de kosten van de internetverbinding is aan geen enkele beperking onderworpen om reden van privé-gebruik van deze verbinding. De belastingplichtige verricht derhalve de aftrek volgens de regels die normaal op hem van toepassing zijn, rekening houdend dat bij de regeling van het werkelijk gebruik, de belasting geheven van de verbindingskosten te beschouwen is als belasting geheven van diensten niet toewijsbaar aan een bepaalde sector, behoudens bijzondere omstandigheden.
39.1 Het bedrag gevorderd door de belastingplichtige is lager dan het bedrag van het voordeel van alle bepaald voor de inkomstenbelasting (de twee bedragen vergeleken exclusief BTW) en een voordeel van alle aard is bepaald voor het verschil.
Ter vereenvoudiging en teneinde elke discussie te vermijden wat de aard betreft van het bedrag gevorderd door de belastingplichtige (werkelijke tegenprestatie of liberaliteit, rekening houdend met het belang) of nog wat de samenhang betreft met de tegenprestatie verstrekt door de belastingplichtige, werd beslist de deelneming van het personeel in de verbindingskosten niet te belasten. De voorbelasting geheven van de verbindingskosten gemaakt door de werkgever is dan niet aftrekbaar ten belope van het bedrag van 10,41 EUR per begunstigde en per jaar.
39.2 Na het bedrag van de belasting met betrekking tot het privé-gebruik van de verbinding te hebben afgezonderd, verricht de belastingplichtige de aftrek volgens de regels die normaal op hem van toepassing zijn, rekening houdend dat bij de regeling van het werkelijk gebruik, de belasting geheven van verbindingskosten te beschouwen is als belastingen geheven van diensten niet toewijsbaar aan een bepaalde sector, behoudens bijzondere omstandigheden."
VI. INWERKINGTREDING
40. De nieuwe vrijstellingsregeling van de tussenkomst van de werkgever in de aankoop door de werknemer van informaticamaterieel evenals de nieuwe forfaitaire raming van het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het privé-gebruik van een kosteloos of tegen een voordelig tarief ter beschikking gestelde PC en internetaansluiting en internetabonnement, treden in werking vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004).
Namens de Minister :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
Circulaire nr. AOIF 6/2005 (Ci.RH.241/560.386 - E.T.106.106) dd. 09.02.2005
AFTREK
BEROEPSINKOMEN
Bezoldiging
Voordeel van alle aard
BEROEPSKOSTEN
Verantwoording van de beroepskosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
BEZOLDIGING
Tussenkomst van de werkgever in een PC-privé-plan
DIENSTEN
Gebruik van een bedrijfsgoed voor privé-doeleinden van het personeel
Gelijkstelling met een dienst onder bezwarende titel
PC-privé-plan
Terbeschikkingstelling van informatica aan het personeel
MAATSTAF VAN HEFFING
VOORDEEL VAN ALLE AARD
Kosteloze beschikking over een internet-aansluiting
Kosteloze beschikking over een PC
VRIJGESTELD INKOMEN
Tussenkomst van de werkgever in een PC-privé-plan
Deze circulaire annuleert en vervangt de circulaire (AOIF Nr. 23/2004 (Ci.RH.241/560.386) dd. 28.04.2004
Aan alle ambtenaren.
INHOUDSTAFEL
| Nrs. | |
| I. Inleiding | 1 |
| II. Wettelijke en reglementaire bepalingen | 4 |
| III. Vrijstelling PC-privé-plan | 6 - 15 |
| IV. Voordeel van alle aard | 16-22 |
| V. BTW-regime van toepassing bij de terbeschikkingstelling van computeronderdelen | 23-39 |
| A. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting | 23-34 |
| A.1. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting om niet | 23 |
| A.2. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting onder bezwarende titel | 30 |
| B. Verschaffen van een internetverbinding | 35-39 |
| B.1. Verschaffen van een internetverbinding om niet | 35 |
| B.2. Verschaffen van een internetverbinding onder bezwarende titel | 37 |
| VI. Inwerkingtreding | 40 |
1. Er werden nieuwe fiscale bepalingen uitgewerkt met als doel nieuwe informaticatechnologieën en het vormen van informaticanetwerken te stimuleren.
Het betreft, enerzijds, de vrijstelling onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen van de tussenkomst van de werkgever ten voordele van de werknemer die bepaalde computeronderdelen aankoopt in het kader van een PC-privé-plan en, anderzijds, de vaststelling van het voordeel van alle aard dat ontstaat bij de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie voor privé-doeleinden uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid.
2. De programmawet (I) van 24 december 2002, voegt bij artikel 396, een artikel 38, 1 ste lid, 17°, WIB 92 [Artikel 38, § 1, 1ste lid, 17°, WIB 92 ingevolge 76, 1° van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (BS van 15 mei 2003 - Ed. 2 en Erratum in BS van 26 mei 2003, blz. 28.892).] in, waarbij een belastingvrijstelling wordt ingevoerd voor de werknemers die in het kader van een door de werkgever georganiseerd plan (PC-privé-plan) een geheel van een PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software aankopen.
Die belastingvrijstelling is in hoofde van de werknemers van toepassing op de tussenkomst die de werkgever doet in de aankoopprijs van die computerelementen.
3. Het koninklijk besluit van 25 maart 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 :
- voert bij artikel 1, een artikel 18, § 3, 10°, KB/WIB 92 in, dat het bedrag vaststelt van het voordeel van alle aard uit het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde computerinstallatie uit hoofde van of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid;
- bepaalt bij artikel 2, de voorwaarden waaraan de PC-privé-plannen moeten voldoen opdat de tussenkomst van de werkgever kan worden vrijgesteld;
- legt bij artikel 3 de inwerkingtreding vast van het artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002.
4. Programmawet van 24 december 2002 (BS van 31 december 2002, eerste editie)
TITEL VI. - Financiën
HOOFDSTUK 6. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Afdeling 1. - PC privé
Art. 396. Artikel 38, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 6 augustus 1993, 6 juli 1994 en 21 december 1994, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, bij de wetten van 8 augustus 1997, 8 juni 1998 en 7 april 1999, bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en bij de wet van 10 augustus 2001, wordt aangevuld als volgt :
(zijn vrijgesteld) :
"17° in zover zij niet meer bedragen dan 1.250,00 EUR per aanbod, de tussenkomsten van de werkgever ten beloop van maximum 60 % van de aankoopprijs (exclusief BTW) die door de werknemers wordt betaald voor de aankoop van een geheel van pc, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software in het kader van een door de werkgever georganiseerd plan, zonder dat die werkgever op enig ogenblik zelf eigenaar van de voormelde elementen mag zijn.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad de voorwaarden waaraan die vrijstelling moet voldoen."
Art. 397. Artikel 396 treedt in werking op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Koninklijk besluit van 25 maart 2003 tot wijziging van het KB/WIB 92 en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 (BS van 4 april 2003)
5.1 Artikel 1. Artikel 18, § 3, KB/WIB 92, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 18 februari 1994, 7 maart 1995, 5 april 1995, 6 maart 1996, 17 maart 1997, 2 mei 1997, 12 juni 1997, 2 juni 1998, 7 december 1998, 21 april 1999, 25 april 2000, 20 juli 2000, 16 maart 2001, 13 juli 2001 en 8 maart 2002, wordt aangevuld met een punt 10 dat luidt als volgt :
"10. Persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde PC of internetaansluiting :
Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op :
- 180 EUR per jaar voor een kosteloos ter beschikking gestelde PC;
- 60 EUR per jaar voor de internetaansluiting en het internetabonnement."
"Afdeling VIII. PC-privé-plannen
(Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 38, eerste lid, 17°)
Artikel 19. Opdat de tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan in aanmerking kan komen voor de vrijstelling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, 17°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld :
1. het aanbod van de werkgever waarmee hij zich ertoe verbindt om tussen te komen in de aankoopprijs van een geheel van PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software, wordt beschreven in het PC-privé-plan;
2. de voorwaarden die in het plan zijn opgenomen moeten dezelfde zijn voor alle werknemers;
3. de minimumvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen zijn de volgende :
a) het plan moet de beschrijving geven van het geheel van PC, randapparatuur en printer, internetaansluiting en internetabonnement, alsook de voor de bedrijfsvoering dienstige software;5.3 Art. 3. Artikel 396 van de programmawet van 24 december 2002 en dit besluit hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
b) het plan bepaalt dat het de werknemer vrij staat het geheel of slechts een gedeelte van het beschreven materieel te kiezen;
c) de tussenkomst van de werkgever moet per onderdeel van het aanbod worden opgegeven;
d) de tussenkomst kan enkel geschieden bij aankoop van materieel in nieuwe staat;
e) de tussenkomst door de werkgever geschiedt tegen afgifte van een door de werknemer eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur of van het aankoopbewijs op naam van de werknemer;
f) wat de materiëlen betreft, die een werknemer voorheen in het kader van een PC-privé-plan heeft aangeschaft, moet het plan bepalen dat slechts in de loop van het derde jaar volgend op het jaar van aanschaf opnieuw mag worden ingegaan op een aanbod van de werkgever."
5.4 Art. 4. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
III. VRIJSTELLING PC-PRIVE-PLAN
A. Bedoelde belastingplichtigen
6. Worden hier bedoeld, de werknemers die in het kader van een PC-privé-plan een computerinstallatie aankopen.
Het betreft werknemers in de zin van art. 30, 1°, WIB 92.
De bedrijfsleiders worden dus uitgesloten, zelfs al zijn ze met een arbeidsovereenkomst aangeworven.
B. Computerinstallatie
7. De bedoelde computeronderdelen zijn :
- de PC;
- de randapparatuur (computeronderdelen die noch tot de processor en het moederbord, noch tot het intern geheugen van een informaticasysteem - RAM-geheugen - behoren); die randapparatuur kan ingebouwd of extern zijn;
- de printer;
- het klavier;
- de muis;
- het beeldscherm;
- de harde schijf;
- de modem;
- de geluidskaart:
- de drives;
- de writers;
- de scanner;
- het grafisch tablet;
- de webcam;
- de luidsprekers;
- het digitaal fototoestel;
- enz.;
- de internetaansluiting;
het betreft inzonderheid om :
- de aankoopkosten van een modem (intern of extern)
- de kosten voor de configuratie van de PC;
- installatiekosten, enz.;
- het internetabonnement;
worden bedoeld :
- de forfaitaire maandelijkse bijdragen die verschuldigd zijn aan een provider voor het verstrekken van een onbeperkt snelle toegang tot het internet (ADSL-abonnementen, kabeltelevisie, enz.);
- de gefactureerde gespreksduur wanneer men gebruik maakt van bv. een systeem met gratis toegang tot het internet;
- de voor de bedrijfsvoering dienstige software;
C. Aanbod
- een boekhoudprogramma;
- een tekstverwerkingsprogramma;
- een database;
- een rekenblad, enz.
8. Elk aanbod moet de werknemers in staat stellen om zich een volledige computerinstallatie aan te schaffen en moet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijk plan.
Onder " volledige computerinstallatie" dient men een gebruiksklare computerinstallatie te verstaan. Zij dient het normale gebruik van de PC en van de voor de bedrijfsvoering dienstige software, evenals het surfen op het internet mogelijk te maken.
Zij omvat noodzakelijk :
Niets belet dat de werkgever meerdere aanbiedingen en bijgevolg ook meerdere plannen tijdens hetzelfde jaar en dit zelfs gelijktijdig uitschrijft.
- een PC;
- een scherm;
- een klavier;
- een muis;
- een printer;
- de voor de bedrijfsvoering dienstige software;
- een internetaansluiting;
- een internetabonnement.
D. PC-privé-plan
9.1 Het betreft een plan georganiseerd door de werkgever die, als tussenpersoon, voor de nodige contacten en organisatie zorgt die alle werknemers in staat stellen om op een fiscaal gunstige manier een volledige computerinstallatie bij een derde-onderneming aan te kopen dankzij de financiële tussenkomst van de werkgever.
9.2 De werkgever mag optreden als tussenpersoon tussen de werknemers en de leverancier(s) van de computerinstallatie. Hij moet daartoe echter geen contact opnemen met de leverancier van het informatiematerieel en mag zich beperken tot de tussenkomst in de aankoop mits de werknemer een voor eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur voorlegt.
Wanneer de werkgever als tussenpersoon optreedt tussen de werknemers en de leverancier van het informatica-materiaal, kan er in geen geval toepassing worden gemaakt van de artikels 13 en 20 van het BTW-Wetboek. Hieruit volgt dat de factuur die door de leverancier wordt uitgereikt, steeds op naam van de werknemer moet worden opgesteld. De werkgever mag, in voorkomend geval, enkel op deze factuur vermeld worden in de hoedanigheid van gevolmachtigde van bedoelde werknemer.
9.3 Het moet gaan om een tussenkomst van de werkgever in de aankoop van informaticamaterieel. Het is dus uitgesloten dat hiervoor wettelijke of contractuele belastbare bezoldigingen (bv. de eindejaarspremie, indexatie) worden aangewend die door de werknemer zijn verworven, anders zou dit erop neerkomen dat de werknemer de totaliteit van de kosten van het informaticamaterieel draagt.
E. Voorwaarden van het plan
10.1
1. Een eerste voorwaarde is dat het aanbod van de werkgever om tussen te komen in de aankoop van de computerinstallatie, in het plan wordt beschreven.
Er moet dus een geschreven plan zijn dat minstens het volgende vermeldt :
- de volledige omschrijving van elk product;
- het bedrag of aandeel van de tussenkomst van de werkgever in elk product.
2. Teneinde het sociale belang van deze maatregel te onderstrepen, bepaalt een tweede voorwaarde dat de voorwaarden die in het plan zijn opgenomen, voor alle werknemers dezelfde moeten zijn. Het plan moet op het gehele personeel van toepassing zijn en de aankoop moet kunnen plaatsvinden voor alle werknemers (zonder uitzondering) onder dezelfde omstandigheden en gunstvoorwaarden. Dit betekent echter geenszins dat alle werknemers op deze mogelijkheid moeten ingaan.
3. Een laatste voorwaarde bepaalt de minimumvereisten waaraan het PC-privé-plan moet voldoen en die voornamelijk tot doel hebben misbruiken te vermijden :
10.3
a) het plan moet een volledige beschrijving geven van de in aanmerking te nemen informaticaproducten zodat elk element van het aanbod kan worden geïdentificeerd. De beschrijving moet niet noodzakelijk alle gegevens met betrekking tot het merk en type van het materieel omvatten, maar moet op een duidelijke manier alle onderdelen, die in het plan worden aangeboden, bevatten;10.4
b) het plan bepaalt dat de werknemer vrij kan kiezen. Met andere woorden, de werknemer is niet verplicht een gehele PC-configuratie aan te schaffen, maar hij moet zich minstens twee onderdelen van het aanbod van de werkgever aanschaffen.Op grond van de éénjarigheid van de belastingen moet deze voorwaarde per belastbaar tijdperk worden beoordeeld. Wanneer een werknemer zich in de loop van een bepaald belastbaar tijdperk immers een eerste en enig onderdeel van een bepaald aanbod aanschaft, en zijn werkgever financieel tussenkomt tijdens datzelfde tijdperk, dient deze tussenkomst volledig als een belastbare bezoldiging onderworpen aan de inkomstenbelastingen te worden aangemerkt (behalve wanneer een tweede onderdeel wordt aangeschaft tijdens datzelfde tijdperk) en moet die tussenkomst aan de bedrijfsvoorheffing worden onderworpen.
Wanneer een werknemer echter beslist om twee onderdelen van eenzelfde aanbod aan te kopen op verschillende tijdstippen en zelfs in de loop van verschillende belastbare tijdperken is de voorwaarde vervuld, en wordt elk probleem i.v.m. de verplichting om de bedrijfsvoorheffing in te houden vermeden, indien de werkgever bij de tweede aankoop voor de totaliteit tussenkomt in de aankoop van de twee elementen.
Voorbeeld
10.5
- op 2.2.2004 koopt een werknemer een PC in het kader van een PC-plan (factuur 1);
- op 5.9.2004 koopt hij een printer in het kader van ditzelfde plan (factuur 2).
In die veronderstelling en daar het tweede onderdeel is aangekocht tijdens hetzelfde belastbare tijdperk als het eerste onderdeel, is de tussenkomst in elk geval vrijgesteld en zal de bedrijfsvoorheffing, eventueel door compensatie, kunnen worden teruggevorderd.
Indien het tweede onderdeel daarentegen zou zijn aangekocht tijdens een later belastbaar tijdperk, zou de tussenkomst van de werkgever in de aankoop van het eerste onderdeel definitief belastbaar zijn geweest.
Indien de werkgever echter de aankoop van het tweede onderdeel afwacht en voor de totaliteit tussenkomt in de aankoop van de twee onderdelen op voorlegging van de twee facturen, is de voorwaarde vervuld en is de tussenkomst meteen vrijgesteld.
10.6
c) de tussenkomst van de werkgever (bedrag of aandeel) moet voor elk onderdeel van het aanbod, per apparaat en per software-pakket worden opgegeven;10.7
d) de tussenkomst kan alleen geschieden voor materieel in nieuwe staat. Dit sluit het doorverkopen van tweedehandsmaterieel van de werkgever uit. De aankoop moet gebeuren bij een derde-onderneming. Het materieel mag op geen enkel ogenblik, in het verleden of tijdens de aankoop, aan de werkgever hebben toebehoord.Het is in dat verband echter niet uitgesloten dat de werkgever als mandataris zou optreden om in naam van zijn werknemers materieel aan te kopen.
10.8
e) de tussenkomst geschiedt tegen afgifte van een door de werknemer eensluidend verklaard afschrift van de aankoopfactuur of van het aankoopbewijs op naam van de werknemer;10.9
f) wanneer een werknemer een aankoop verricht in het kader van het plan, kan eenzelfde onderdeel ten vroegste opnieuw worden aangekocht in het kader van een plan in de loop van het derde jaar dat volgt op het jaar van de eerste aankoop.Onder eenzelfde onderdeel dient men een categorie te verstaan van een aangeboden product zoals, een PC, een printer, een internetabonnement, enz. Twee printers van een verschillend type worden bijvoorbeeld als twee dezelfde onderdelen aangemerkt.
Twee verschillende software-pakketten worden echter als uit twee verschillende onderdelen aangemerkt.
Voorbeeld
10.10
- jaar N : de werknemer kiest een PC en voor de bedrijfsvoering dienstige software;
- jaar N + 1 : de werknemer kiest een printer, een internetaansluiting en een jaarlijks internetabonnement;
- jaar N + 3 : de werknemer mag een nieuwe PC maar geen printer (zelfs niet indien het een printer van een verschillend type is) aankopen; hij mag wel opnieuw een internetabonnement nemen (het gaat hier niet om aankoop van materieel).
F. Aankoop van een computerinstallatie
11. Om de vrijstelling te kunnen verkrijgen, wordt er aan herinnerd dat :
- de werknemer het materieel in nieuwe staat moet aankopen bij een derde-onderneming;
- zijn keuze mag beperken tot bepaalde onderdelen van het plan voor zover zij op minstens twee onderdelen slaat;
- hij voor een informatica-onderdeel slechts opnieuw kan kiezen ten vroegste in het derde jaar volgend op het jaar van de aankoop van eenzelfde onderdeel met belastingvrijstelling;
- hij aan zijn werkgever de voor eensluidend verklaarde afschriften van de aankoopfacturen of van de aankoopbewijzen, van de aansluiting en abonnement, op zijn naam, moet afleveren.
12.1 In de mate dat zij niet meer bedragen dan 1.250 EUR (te indexeren) per aanbod, moeten de tussenkomsten van de werkgever in de aanschaf van informatica-onderdelen worden beperkt tot 60 % van de aankoopprijs (exclusief BTW).
De grens van 1.250 EUR is van toepassing per aanbod.
De beperking van 60 % is van toepassing op elke aankoop (per factuur).
Wat de internetaansluiting en het internetabonnement betreft, moet de tussenkomst bij iedere facturatie of vervaldag van betaling tot 60 % worden beperkt van de door de werknemer gedragen kostprijs (exclusief BTW). In voorkomend geval moet voor het internetabonnement de grens van 1.250 EUR (te indexeren) over verschillende jaren worden beoordeeld.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat dit bedrag geenszins een beperking per belastbaar tijdperk is maar wel een beperking per aanbod.
12.2 Indien de werkgever tussenkomt van meer dan 60 % of voor een bedrag hoger dan 1.250 EUR (te indexeren), is het gedeelte van de tussenkomst dat de grens te boven gaat als een bezoldiging belastbaar bij de werknemer.
12.3 Het bedrag van 1.250 EUR is een te indexeren bedrag. Vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004) bedraagt dit 1.500 EUR en vanaf 1 januari 2004 (aanslagjaar 2005) 1.520 EUR.
H. Voorbeeld
13. Voor de duidelijkheid, is de grens van de vrijstelling in dit voorbeeld vastgesteld op 1.500 EUR voor al de beoogde jaren.
Een werkgever stelt aan al zijn werknemers volgende PC-plannen voor :
- jaar 2003 :
-
plan A : PC type A, scherm type A, klavier type A, muis type A, printer type A, software type A, scanner type A, writer type A, digitaal fototoestel type A, grafisch tablet type A, internetaansluiting, internetabonnement;
-
plan B : PC type B, scherm type B, klavier type B, muis type B, printer type B, software type B, scanner type B, writer type B, internetaansluiting, internetabonnement;
-
plan A : PC type A, scherm type A, klavier type A, muis type A, printer type A, software type A, scanner type A, writer type A, digitaal fototoestel type A, grafisch tablet type A, internetaansluiting, internetabonnement;
- jaar 2004 :
-
plan C : PC type C, scherm type C, klavier type C, muis type C, printer type C, software type C, internetaansluiting, internetabonnement;
-
plan D : PC type D, scherm type D, klavier type D, muis type D, printer type D, digitaal fototoestel type D, digitale camera type D, software type D, internetaansluiting, internetabonnement;
-
plan C : PC type C, scherm type C, klavier type C, muis type C, printer type C, software type C, internetaansluiting, internetabonnement;
- jaar 2005 :
-
plan E : Scherm type E, klavier type E, muis type E, printer type E, software type E, scanner type E, grafisch tablet type E, webcam type E, internetaansluiting, internetabonnement;
-
plan F : PC type F, scherm type F, klavier type F, muis type F, printer type F, software type F, scanner type F, writer type F, internetaansluiting, internetabonnement;
-
plan E : Scherm type E, klavier type E, muis type E, printer type E, software type E, scanner type E, grafisch tablet type E, webcam type E, internetaansluiting, internetabonnement;
- jaar 2006 :
-
plan G : PC type G, scherm type G, klavier type G, muis type G, printer type G, software type G, scanner type G, writer type G, internetaanslui-ting, internetabonnement;
- plan H : PC type H, scherm type H, klavier type H, muis type H, printer type H, software type H, scanner type H, writer type H, internetaansluiting, internetabonnement.
-
plan G : PC type G, scherm type G, klavier type G, muis type G, printer type G, software type G, scanner type G, writer type G, internetaanslui-ting, internetabonnement;
Jaar 2003
Piet koopt een PC A, een scherm A, een klavier A, een muis A en twee printers A (factuur 1) alsook een writer B en een scanner B (factuur 2).
Totaal bedrag van factuur 1 zonder BTW : 2.000 EUR (1 printer = 250 EUR)
factuur 2 zonder BTW : 500 EUR
Tussenkomst van de werkgever : 2.000 EUR x 60 % = 1.200 EUR (factuur 1)
500 EUR x 80 % = 400 EUR (factuur 2)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles behalve één printer ( twee dezelfde onderdelen)
Vrijgesteld bedrag : Plan A : 2000 EUR - 250 EUR = 1.750 EUR x 60 % = 1.050 EUR
Plan B : 500 EUR x 60 % = 300 EUR
Totaal : 1.050 EUR + 300 EUR = 1.350 EUR
Belastbaar bedrag : factuur 1 : 250 EUR x 60 % = 150 EUR
factuur 2 : 500 EUR x 20 % = 100 EUR
Totaal : 150 EUR + 100 EUR = 250 EUR
Jaar 2004
Piet neemt vanaf juli een internetaansluiting en een internetabonnement in het kader van plan D, koopt een muis D, een digitaal fototoestel D en een digitale camera D (factuur 3)
Kostprijs (zonder BTW) : aansluiting (60 EUR) + abonnement (30 EUR x 6 = 180 EUR) = 240 EUR
Totaal bedrag van de factuur 3 zonder BTW : 2.040 EUR (muis : 40 EUR)
Tussenkomst van de werkgever : 240 EUR x 60 % = 144 EUR (internet)
2.040 EUR x 60 % = 1.224 EUR (factuur 3)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles behalve de muis ( onderdeel reeds aangekocht in 2003)
Vrijgesteld bedrag : plan D : (2.280 EUR - 40 EUR) x 60 % = 1.344 EUR
Belastbaar bedrag : factuur 3 : 40 EUR x 60 % = 24 EUR
Jaar 2005
Piet zet zijn internetabonnement verder (plan D), koopt software E, een webcam E (factuur 4) en vervolgens software F (factuur 5)
Kostprijs zonder BTW : abonnement (12 maanden) : 360 EUR
Totaal bedrag van de factuur 4 zonder BTW : 200 EUR
factuur 5 zonder BTW : 100 EUR
Tussenkomst van de werkgever : 360 EUR x 60 % = 216 EUR (internet)
200 EUR x 60 % = 120 EUR (factuur 4)
100 EUR x 60 % = 60 EUR (factuur 5)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : enkel het internetabonnement
(het plan E beantwoordt niet aan de voorwaarden daar het geen volledige computerinstallatie aanbiedt - geen PC -;
Piet koopt slechts één onderdeel van het plan F).
Vrijgesteld bedrag : plan D : 360 EUR x 60 % = 216 EUR beperkt tot 156 EUR
(1.344 EUR reeds vrijgesteld in 2004 + 156 EUR = 1.500 EUR)
Belastbaar bedrag : plan D : 216 EUR - 156 EUR = 60 EUR
plan E : 200 EUR x 60 % = 120 EUR
factuur 5 : 100 EUR x 60 % = 60 EUR
Totaal : 60 EUR + 120 EUR + 60 EUR = 240 EUR
Jaar 2006
Piet zet zijn internetabonnement verder (plan D) en koopt een PC G en een scherm G (factuur 6), alsook een printer H en een klavier H (factuur 7)
Kostprijs zonder BTW : abonnement : 360 EUR
Totaal bedrag van de factuur 6 zonder BTW : 3.000 EUR
factuur 7 zonder BTW : 300 EUR
Tussenkomst van de werkgever : 360 EUR x 60 % = 216 EUR (internet)
3.000 EUR x 60 % = 1.800 EUR (factuur 6)
300 EUR x 60 % = 180 EUR (factuur 7)
Fiscale behandeling
Aangenomen onderdelen : alles ( 3de jaar dat volgt op het jaar van aankoop van dezelfde onderdelen).
Vrijgesteld bedrag : plan G : 3.000 EUR x 60 % = 1.800 EUR beperkt tot 1.500 EUR
plan H : 300 EUR x 60 % = 180 EUR
Totaal : 1.500 EUR + 180 EUR = 1.680 EUR
Belastbaar bedrag : plan D : 360 EUR x 60 % = 216 EUR (grens bereikt in 2005)
plan G : 1.800 EUR - 1.500 EUR = 300 EUR
Totaal : 216 EUR + 300 EUR = 516 EUR
I. Beroepskosten voor de werkgever
14. De tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan vormt in zijn hoofde in principe een aftrekbare beroepskost, voor zover de algemene voorwaarden van art. 49 WIB 92 vervuld zijn.
Het is wel te verstaan dat in geval de tussenkomst gedeeltelijk (wanneer de grens zou worden overschreden) of volledig (wanneer tenminste één van de voorwaarden van het PC-privé-plan niet wordt nageleefd) bij de begunstigde werknemer belastbaar is als bezoldiging, zij ten name van de werkgever slechts als beroepskost kan worden aangemerkt indien het bedrag van de tussenkomst (naargelang het geval, geheel of gedeeltelijk) vermeld is op een fiche 281.10 en op de samenvattende opgave 325.10.
J. Te vervullen formaliteiten bij de werkgever
15. Wanneer blijkt dat de tussenkomst van de werkgever geheel of gedeeltelijk belastbaar is als een bezoldiging (b.v. wanneer de grens wordt overschreden, wanneer het PC-plan niet beantwoordt aan de voorwaarden, wanneer de werknemer geen twee onderdelen heeft aangekocht van eenzelfde plan gedurende hetzelfde belastbaar tijdperk - zie evenwel nr. 10.4 -, enz.) moet de werkgever zijn verplichtingen vervullen inzake :
- de bedrijfsvoorheffing (zie nr. 16, van de bijlage III van het KB/WIB 92 - nr. 18, vanaf 1 januari 2004);
- het opmaken van fiscale fiches 281.10 (en samenvattende opgaven 325.10) en in vak 9, c, van de fiche, het belastbaar bedrag van de tussenkomst vermelden, evenals de vermelding "PC1" in de rubriek "Aard" aanbrengen teneinde te kunnen vaststellen dat de tussenkomst voortvloeit uit een PC-privé-plan.
A. Bedoelde belastingplichtigen
16. Worden bedoeld, alle belastingplichtigen die in de privé-sfeer gebruik maken van een volledige PC die of van het internet dat hen kosteloos (of tegen een voordelig tarief) ter beschikking is gesteld uit hoofde of naar aanleiding van hun beroepswerkzaamheid.
Het betreft inzonderheid een terbeschikkingstelling :
- door een werkgever aan een werknemer;
- door een vennootschap aan zijn bedrijfsleider;
- door een leverancier aan een ondernemer;
- enz.
17. Het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit deze terbeschikkingstelling is naar gelang van het geval :
- een bezoldiging van werknemer als bedoeld in artikel 31, 2de lid, 2°, WIB 92;
- een bezoldiging van bedrijfsleider als bedoeld in artikel 32, 2de lid, 2°, WIB 92;
- een winst als bedoeld in artikel 25, 2°, WIB 92;
- een baat als bedoeld in artikel 27, 2de lid, 2°, WIB 92.
18.1 Worden bedoeld :
Al de computerinstallaties die hoogstens zijn samengesteld uit :
- een PC;
- een scherm;
- een klavier;
- een muis;
- een printer;
- een scanner;
- luidsprekers;
- software;
- alle soorten van internetaansluitingen; internetabonnementen die een onbeperkt snelle toegang tot het internet mogelijk maken (ADSL abonnementen, kabeltelevisie, …) maar ook de gefactureerde gesprekken wanneer men b.v. gebruik maakt van een systeem met gratis internettoegang;
18.2 Om redenen van vereenvoudiging en inschikkelijkheid mag er worden aangenomen dat de kosten met betrekking tot een telefoonlijn als kosten voor een internetaansluiting mogen worden aangemerkt.
18.3 Wanneer de kosten met betrekking tot een telefoonlijn echter ten laste worden genomen door de verkrijger, kunnen die kosten niet worden beschouwd als een bijdrage die van het voordeel van alle aard mag worden afgetrokken zoals bepaald in nr. 19.2.
18.4 Daar het hier een terbeschikkingstelling van een computerinstallatie betreft kan de verkrijger van het voordeel niet de eigenaar zijn van het materieel, noch titularis zijn van het internetabonnement, en evenmin schuldenaar zijn van de telefoonfacturen.
18.5 Worden hier niet bedoeld, de computerinstallaties in de beroepslokalen van de werkgever die een werknemer occasioneel voor privé-doeleinden mag gebruiken.
D. Bedrag van het voordeel van alle aard
19.1 Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op :
- 180 EUR per jaar voor een kosteloos ter beschikking gestelde PC (met inbegrip van de in nr. 18.1 vermelde onderdelen);
- 60 EUR per jaar voor de ter beschikkingstelling van het internet.
19.3 Deze bedragen hebben betrekking op een volledig jaar. Ze moeten pro rata temporis worden verminderd in geval van een beperkte terbeschikkingstelling gedurende een gedeelte van het belastbaar tijdperk.
E. Beroepskosten
20. De kosten gedaan naar aanleiding van de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie zijn aftrekbare beroepskosten voor zover zij behoorlijk worden verantwoord en de waarde van deze voordelen, bepaald overeenkomstig art. 18, § 3, punt 10, KB/WIB 92, vermeld wordt op de individuele fiches (281.10, 281.20 of 281.50) van de verkrijgers en de overeenstemmende samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt.
F. Formaliteiten bij de werkgever of bij de vennootschap
21.1 Wanneer er een voordeel van alle aard voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie door een werkgever (of een vennootschap) aan een werknemer (of een bedrijfsleider), moet de werkgever (of de vennootschap) verplichtingen vervullen inzake :
- de inhouding van bedrijfsvoorheffing (zie nr. 2, A, 1°, van de bijlage III van het KB/WIB 92 - nr. 3, A, 1°, vanaf 1 januari 2004);
- het opmaken van de fiscale fiches 281.10 en 281.20 (en de ermee overeenstemmende samenvattende opgaven 325) en in vak 9, c, van de fiche, het belastbaar bedrag van het voordeel van alle aard vermelden, evenals de vermelding "PC2" in de rubriek "Aard" aanbrengen teneinde te kunnen vaststellen dat het voordeel van alle aard voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een computerinstallatie.
V. BTW-regime van toepassing bij de terbeschikkingstelling van computeronderdelen.
22. Vooreerst wordt gepreciseerd dat het specifieke BTW-regime uiteengezet in deze circulaire slechts van toepassing is bij de terbeschikkingstelling van computeronderdelen door een onderneming-belastingplichtige (fysieke persoon of rechtspersoon) van haar personeelsleden en/of van haar bestuurders, optredend in de hoedanigheid van fysieke persoon.
Het regime van toepassing bij de terbeschikkingstelling van computeronderdelen door een onderneming van een andere onderneming (bv. klant of leverancier) dient te worden beoordeeld in functie van de elementen in feite en in rechte eigen aan de relatie tussen deze ondernemingen. Uit de analyse van deze relatie kan blijken dat het, naargelang het geval, om een uitwisseling van diensten of om een verhoging van de belastbare basis van de geleverde goederen of de gepresteerde diensten door een van de medecontractanten gaat.
Voor de duidelijkheid van de uiteenzetting verwijst de bewoording "belastingplichtige" naar de onderneming-belastingplichtige die computeronderdelen ter beschikking stelt, en de bewoording "begunstigde" naar de personeelsleden of de bestuurders van wie deze onderdelen ter beschikking zijn gesteld.
A. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting
A.1. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting om niet
A.1.1. Aftrek van de belasting geheven van de aankoopkosten van de uitrusting
23. De BTW geheven van kosten gemaakt door een BTW-belastingplichtige met het oog op het ter beschikkingstellen van informatica-uitrusting, kosteloos en voor de privé-doeleinden van de begunstigden, is in principe niet aftrekbaar.
24. Indien de belastingplichtige daarentegen tot voldoening van de administratie aantoont dat de informatica-uitrusting eveneens gebruikt wordt voor de behoeften van zijn economische activiteit (wat in dergelijk geval dient te worden aangenomen, wanneer de uitrusting wordt gebruikt voor de uitwisseling, tussen de belastingplichtige en de begunstigden, van informatie betreffende hun professionele relaties, maar zonder onderscheid naargelang het persoonlijke informatie, dan wel, informatie voor alle begunstigden betreft), kan hij, binnen het specifieke kader van onderhavige bepalingen, de belasting geheven van de aankoop van de uitrusting in aftrek brengen volgens de bepalingen inzake aftrek die normaal op hem van toepassing zijn.
Het recht op aftrek van de belastingplichtige zal niet beperkt worden wegens het gebruik door de begunstigden van de PC voor privé-doeleinden. Er werd in dit verband beslist dat de door te voeren correctie zal gebeuren door de heffing van belasting op de terbeschikkingstelling van de uitrusting (z. A.1.2. hierna).
25.1 In het geval van een belastingplichtige met een gedeeltelijk recht op aftrek wordt de aftrekbare belasting aldus bepaald door toepassing van het algemeen verhoudingsgetal op de voorbelasting geheven van de aankoop van de informatica-uitrusting.
25.2 Als deze belastingplichtige onderworpen is aan de regeling van het werkelijk gebruik dient de belasting geheven van de door de hem gemaakte kosten voor de terbeschikkingstelling van de informatica-uitrusting, behoudens bijzondere omstandigheden, beschouwd te worden als belasting geheven van goederen niet toewijsbaar aan een bepaalde sector.
A.1.2. Taxatie van de terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting
26. Voor zover de betreffende informatica-uitrusting het voorwerp heeft uitgemaakt van een recht op aftrek, wordt de terbeschikkingstelling om niet van deze uitrusting voor de privé-behoeften van de begunstigden op grond van artikel 19, § 1, van het BTW-Wetboek gelijkgesteld aan een dienst onder bezwarende titel.
27. Overeenkomstig artikel 33, 2°, van het BTW-Wetboek, wordt de maatstaf van heffing van deze dienst bepaald door het bedrag van de door de belastingplichtige die deze terbeschikkingstelling verricht, gedane uitgaven.
28.1 In dit verband werd beslist dat, in het kader van de huidige bijzondere bepalingen, het bedrag weerhouden als voordeel van alle aard inzake de inkomstenbelasting (180 EUR per jaar en per PC), waaruit de BTW werd afgezonderd (tegen normaal tarief dat momenteel 21% bedraagt), als bedrag van de gedane uitgaven en derhalve als maatstaf van heffing inzake BTW voor de terbeschikkingstelling in aanmerking te nemen.
28.2 Wanneer echter, rekening houdend met de toepassing van het algemeen verhoudingsgetal inzake aftrek (of een bijzondere verhoudingsgetal met betrekking tot het gebruik), de belastingplichtige de belasting geheven van de aankoop van de informatica-uitrusting niet volledig heeft kunnen aftrekken, wordt de maatstaf van heffing verkregen door toepassing van het algemeen (of bijzonder) verhoudingsgetal inzake aftrek van de belastingplichtige op bedrag de van gemaakte uitgaven, vastgesteld overeenkomstig voorgaande alinea.
29. Het spreekt tenslotte voor zich dat, wanneer de belastingplichtige geen recht op aftrek geniet, de terbeschikkingstelling om niet van informatica-uitrusting niet onderworpen is aan de belasting omdat de belastingplichtige geen enkele aftrek van de belasting geheven van de aankoop van de uitrusting heeft kunnen verrichten.
A.2. Terbeschikkingstelling van informatica-uitrusting onder bezwarende titel
A.2.1. Aftrek van de belasting geheven van de aankoopkosten van de uitrusting
30. De belastingplichtige verricht de aftrek van de belasting geheven van de aankoop van de informatica-uitrusting overeenkomstig hetgeen uiteengezet in A.1.1.
A.2.2. Taxatie van de terbeschikkingstelling
31. Wanneer de terbeschikkingstelling plaatsvindt onder bezwarende titel, vormt deze een dienst beoogd in artikel 18, § 1, 2 de alinea, 4°, van het BTW-Wetboek.
32. Overeenkomstig artikel 26 van het BTW-Wetboek, wordt de belasting berekend over alles wat de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie de dienst wordt verstrekt.
33. In onderhavig geval is de maatstaf van heffing gelijk aan het bedrag dat de belastingplichtige vordert van de begunstigde van de terbeschikkingstelling.
34.1 In de hypothese dat, niettegenstaande het door de belastingplichtige van de begunstigde gevorderde bedrag, een voordeel van alle aard wordt gevestigd in hoofde van laatstgenoemde, is de belasting opeisbaar, tegen het normale tarief, zowel over het bedrag gevorderd voor de terbeschikkingstelling als over het bedrag van het voordeel van alle aard, waaruit voorafgaandelijk de BTW zal worden afgezonderd.
34.2 Wanneer, overeenkomstig hetgeen uiteengezet in punt 28.2. hiervoor, de belastingplichtige, rekening houdend met de toepassing van het algemeen verhoudingsgetal inzake aftrek (of een bijzonder verhoudingsgetal met betrekking tot het gebruik), de belasting geheven van de aankoop van de informatica-uitrusting niet volledig heeft kunnen aftrekken, wordt de maatstaf van heffing voor de BTW gevormd door de prijs, exclusief BTW, betaald door de begunstigde verhoogd met het bedrag, exclusief BTW, van het voordeel van alle aard dat werd bepaald en waarop het verhoudingsgetal (algemeen of bijzonder) inzake aftrek van de belastingplichtige wordt toegepast.
B. Verschaffen van een internetverbinding
B.1. Verschaffen van een internetverbinding om niet
35. Wat het recht op aftrek betreft, wordt verwezen naar A.1.1., punten 23 en 24 hiervoor. Wanneer derhalve de internetverbinding dient voor zowel de economische activiteit van de belastingplichtige als voor de privé-doeleinden van zijn personeel, dient de aftrek te worden afgezonderd voor wat deze prive-doeleinden betreft.
36.1 In dit opzicht werd beslist dat, in het kader van de onderhavige bepalingen, het gedeelte van de belasting dat niet aftrekbaar is om redenen van privé-gebruik van het personeel, geacht wordt overeen te stemmen met het bedrag van BTW vervat in het voordeel van alle aard weerhouden in hoofde van de begunstigde op vlak van de inkomstenbelasting (60 EUR, BTW incl.). Het niet-aftrekbaar BTW-bedrag bedraagt derhalve 10,41 EUR per begunstigde en per jaar.
36.2 Na het bedrag van de belasting met betrekking tot het privé-gebruik van de verbinding te hebben afgezonderd, verricht de belastingplichtige de aftrek volgens de regels die normaal op hem van toepassing zijn, ermee rekening houdend dat in de regeling van werkelijk gebruik, behoudens bijzondere omstandigheden, deze belasting dient te worden beschouwd als belasting geheven van diensten niet toewijsbaar aan een bepaalde sector.
B.2. Verschaffen van internetverbinding onder bezwarende titel
37. Wanneer de belastingplichtige een bedrag aan zijn personeel vraagt voor het verschaffen van een internetverbinding dienen twee situaties te worden onderscheiden.
38.1 Het bedrag gevorderd door de belastingplichtige is hoger dan het bedrag van het voordeel van alle aard bepaald voor de toepassing van de inkomstenbelasting (de twee bedragen vergeleken exclusief BTW).
In deze hypothese is de belasting verschuldigd over het bedrag, exclusief BTW, dat door de belastingplichtige van zijn personeel wordt gevorderd.
38.2 De aftrek van de belasting geheven van de kosten van de internetverbinding is aan geen enkele beperking onderworpen om reden van privé-gebruik van deze verbinding. De belastingplichtige verricht derhalve de aftrek volgens de regels die normaal op hem van toepassing zijn, rekening houdend dat bij de regeling van het werkelijk gebruik, de belasting geheven van de verbindingskosten te beschouwen is als belasting geheven van diensten niet toewijsbaar aan een bepaalde sector, behoudens bijzondere omstandigheden.
39.1 Het bedrag gevorderd door de belastingplichtige is lager dan het bedrag van het voordeel van alle bepaald voor de inkomstenbelasting (de twee bedragen vergeleken exclusief BTW) en een voordeel van alle aard is bepaald voor het verschil.
Ter vereenvoudiging en teneinde elke discussie te vermijden wat de aard betreft van het bedrag gevorderd door de belastingplichtige (werkelijke tegenprestatie of liberaliteit, rekening houdend met het belang) of nog wat de samenhang betreft met de tegenprestatie verstrekt door de belastingplichtige, werd beslist de deelneming van het personeel in de verbindingskosten niet te belasten. De voorbelasting geheven van de verbindingskosten gemaakt door de werkgever is dan niet aftrekbaar ten belope van het bedrag van 10,41 EUR per begunstigde en per jaar.
39.2 Na het bedrag van de belasting met betrekking tot het privé-gebruik van de verbinding te hebben afgezonderd, verricht de belastingplichtige de aftrek volgens de regels die normaal op hem van toepassing zijn, rekening houdend dat bij de regeling van het werkelijk gebruik, de belasting geheven van verbindingskosten te beschouwen is als belastingen geheven van diensten niet toewijsbaar aan een bepaalde sector, behoudens bijzondere omstandigheden."
VI. INWERKINGTREDING
40. De nieuwe vrijstellingsregeling van de tussenkomst van de werkgever in de aankoop door de werknemer van informaticamaterieel evenals de nieuwe forfaitaire raming van het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het privé-gebruik van een kosteloos of tegen een voordelig tarief ter beschikking gestelde PC en internetaansluiting en internetabonnement, treden in werking vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004).
Namens de Minister :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
| De Directeur, S. QUINTENS | De Directeur, S. RIGA |
Bron: FisconetPlus
