Aanschrijving nr. 13 dd. 18.05.1994

AANSCHRIJVING 94/013

Aanschrijving nr. 13 dd. 18.05.1994


Deze aanschrijving wordt met ingang van 01.01.1996 vervangen door de aanschrijving nr. 7 dd. 28.09.1998 (zie opheffingsbepalingen aanschrijving nr. 7 dd. 28.09.1998).
Intracommunautair maakloonwerk

INHOUDSTABEL Nrs. Inleiding 1 Hoofdstuk I. Kwalificatie van de handeling Afdeling 1 : Definitie. 2 - 4 Afdeling 2 : Aard : levering van goederen. 5 - 6 Hoofdstuk II. Bilateraal intracommunautair maakloonwerk Afdeling 1 : Algemeen stelsel. Onderafdeling 1 : Bedoelde handeling 7 Onderafdeling 2 : Toepasselijk stelsel 8 - 9 Afdeling 2 : Verplichtingen in België. 10 - 13 Afdeling 3 : Bijzondere situaties. 14 Onderafdeling 1 : De bestemming van de bewerkte goederen is onbekend bij de materiële verzending van de materialen. 15 - 16 Onderafdeling 2 : Wijziging van de bestemming. 17 - 21 Hoofdstuk III. Het niet-bilateraal intracommunautair maakloonwerk. Afdeling 1 : Begrip niet-bilateraal intracommunautair maakloonwerk. 22 Afdeling 2 : Praktische toepassingsgevallen. 23 Eerste geval : Aankoop van materialen en bestelling van een maakloonwerk in een andere Lid-Staat dan die waar de opdrachtgever voor BTW- doeleinden geïdentificeerd is. Het afgewerkte produkt wordt verzonden naar de Lid-Staat van de opdrachtgever. 24 - 41 Tweede geval : Bestelling van twee of meerdere opeenvolgende maakloonwerken in één (of twee) Lid-Sta(a)t(en) andere dan diegene waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is, waarbij het eindprodukt terugkeert naar de Lid-Staat van de opdrachtgever. 42 - 51 Derde geval : Bestelling van een maakloonwerk in een andere Lid-Staat dan die waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is. De maakloonwerker geeft het maakloonwerk geheel of gedeeltelijk in onderaanneming aan een maakloonwerker die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in dezelfde Lid-Staat, waarna het eindprodukt terugkeert naar de Lid-Staat van de opdrachtgever. 52 - 56 INLEIDING 1. Het intracommunautair maakloonwerk is in het BTW-overgangsstelsel, dat op 1 januari 1993 in werking is getreden, aan bijzondere regels onderworpen.

Deze aanschrijving heeft tot doel een algemeen overzicht te geven van deze regels, rekening houdend met een aantal specifieke praktische maatregelen die tussen de twaalf Lid-Staten van de Europese Unie en de Europese Commissie werden overeengekomen.

Gezien deze materie voortdurend evolueert, zal deze aanschrijving geregeld aangepast moeten worden, rekening houdend met de maatregelen die op communautair niveau nog zullen worden genomen.

Het eerste hoofdstuk legt uit wat onder maakloonwerk moet worden verstaan.

Het tweede hoofdstuk geeft een uiteenzetting over het "bilateraal" maakloonwerk. Dit is het maakloonwerk waarbij twee betrokken bedrijven optreden : een opdrachtgever, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in Lid-Staat 1 (LS1), en een maakloonwerker, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in Lid-Staat 2 (LS2). De materialen worden van LS1 naar LS2 verzonden en komen na het maakloonwerk als bewerkte goederen terug naar LS1.

Hoofdstuk 3 behandelt meerdere hypothesen van "niet-bilateraal" maakloonwerk waarvoor op Europees niveau door de Europese Commissie en de twaalf Lid-Staten praktische regelingen werden uitgewerkt.

In bijlage zijn de belangrijkste bepalingen van de Belgische wetgeving inzake BTW opgenomen waarnaar wordt verwezen in deze aanschrijving.

Belangrijke opmerking : het begrip "overbrenging" wordt in het kader van deze aanschrijving gebruikt in de betekenis van artikel 12bis van het BTW-Wetboek. Overeenkomstig dit artikel wordt de overbrenging door een belastingplichtige van een goed van zijn bedrijf naar een andere Lid- Staat gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel.

HOOFDSTUK I.
KWALIFICATIE VAN DE HANDELING.

Afdeling 1. Definitie.

2. Overeenkomstig artikel 10, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek wordt het maakloonwerk gedefinieerd als de vervaardiging of de samenstelling van een roerend goed door de opdrachtnemer met behulp van materialen en voorwerpen die daartoe door de opdrachtgever aan de opdrachtnemer zijn verstrekt, ongeacht of de opdrachtnemer al dan niet een deel van de gebruikte materialen heeft verstrekt.

3. Een arrest van het Europees Hof van Justitie, gewezen op een prejudiciële vraag van 14 mei 1984 in de zaak 139/84 (Van Dijk's Boeckhuis BV tegen Staatssecretaris van Financiën) (PB nr. C 138/5 van 06.06.85, blz. 5), heeft de inhoud van het begrip maakloonwerk verder gepreciseerd :

"Er is slechts sprake van het vervaardigen van een werk in roerende staat in de zin van artikel 5, lid 2, sub d), van Richtlijn 67/228/EEG van de Raad en artikel 5, lid 5, sub a), van Richtlijn 77/388/EEG van de Raad, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting, indien een opdrachtnemer een nieuw goed maakt uit materialen die de opdrachtgever hem heeft verstrekt. Er is een nieuw goed wanneer door het werk van de opdrachtnemer een goed ontstaat waarvan de functie volgens de in het maatschappelijk verkeer gangbare opvattingen verschilt van de functie die de verstrekte materialen hadden."

4. Deze criteria zijn bijzonder restrictief in die zin dat er vereist wordt dat een nieuw goed wordt verkregen van de goederen die door de opdrachtgever ter beschikking gesteld zijn.

Het is moeilijk het begrip maakloonwerk in de praktijk steeds precies in te vullen, te maar daar de twaalf Lid-Staten (Zo beschouwen bijvoorbeeld sommige Lid-Staten het verpakken van goederen als maakloonwerk, wat in België niet het geval is.) dit begrip veelal verschillend interpreteren. Daarom zal de administratie, in afwachting van een definitieve oplossing voor dit probleem op communautair niveau, er zich niet tegen verzetten dat de partijen de volgende transactie voor de toepassing van de BTW behandelen overeenkomstig de regels die gelden voor het maakloonwerk (z. beslissing van 19 mei 1993, E.T. 79.314 (BTW- Revue 105/778/966)). De goederen worden tijdelijk verzonden naar België vanuit een andere Lid-Staat om hier het voorwerp uit te maken van een herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing (z. de handelingen bedoeld in art. 40, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek). Na deze behandeling wordt het werk opgeleverd onder de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid; 1°, van het BTW-Wetboek, met vervoer of verzending van de behandelde goederen naar de Lid-Staat van waaruit ze verzonden werden en naar de opdrachtgever van het werk. In de Lid-Staat van de opdrachtgever zal de verkrijging van de behandelde goederen aanleiding geven tot een intracommunautaire verwerving in hoofde van de opdrachtgever. Het spreekt vanzelf dat de partijen, in deze hypothese, moeten voldoen aan alle verplichtingen die voor de toepassing van de BTW zijn verbonden aan het maakloonwerk, inzonderheid wat betreft de verplichtingen betreffende het register en de inschrijving in de intracommunautaire opgave.

Deze tolerantie is evenwel niet toepasselijk op de binnenlandse handelingen.

Afdeling 2. Aard : levering van goederen.

5. De Zesde Richtlijn schrijft geen specifieke kwalificatie voor van het maakloonwerk (art. 5, § 5, a), behalve evenwel wanneer het intracommunautair wordt verricht. Dan wordt het, in sommige gevallen, gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel (art. 28bis, § 5, eerste lid, a).

Rekening houdend met deze bepalingen van de Zesde Richtlijn, heeft België beslist elk maakloonwerk vanaf 1 januari 1993 te kwalificeren als een levering van goederen, ongeacht of het intern of intracommunautair geschiedt of betrekking heeft op in- of uitgevoerde goederen (art. 10, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek).

De kwalificatie van het maakloonwerk als een levering brengt, in de praktijk, geen belangrijke wijzigingen met zich mee in vergelijking met de regeling die van toepassing was vóór 1 januari 1993. De maatstaf van heffing blijft de prijs die door de maakloonwerker wordt aangerekend voor het verrichte werk.

6. De terugzending van de bewerkte goederen door een in een Lid-Staat voor BTW-doeleinden geïdentificeerde maakloonwerker naar zijn opdrachtgever in een andere Lid-Staat, geeft in de Lid-Staat van aankomst van het vervaardigde of samengestelde goed aanleiding tot een belastbare intracommunautaire verwerving in hoofde van de opdrachtgever (z. art. 25bis, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek).

HOOFDSTUK II.
BILATERAAL INTRACOMMUNAUTAIR MAAKLOONWERK.

Afdeling 1. Algemeen stelsel.



Onderafdeling1. Bedoelde handeling.
Schema : + --------------------+ +--------------------+ ¦ LS 2 ¦ ¦ LS 1 ¦ ¦--------------------¦ ¦--------------------¦ ¦ vervoer/verzending van materialen ¦ ¦ ======================================== ¦ ¦ || ¦ ¦ || ¦ ¦ \/ ¦ ¦ \/ ¦ ¦ B ===========================> A ¦ ¦ || Oplevering van een maakloonwerk /\ ¦ ¦ || ¦ ¦ || ¦ ¦ ======================================== ¦ ¦ vervoer/verzending van het afgewerkt produkt ¦ +--------------------+ +--------------------+ 7. A, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in een Lid-Staat (LS1), verzendt materialen met het oog op de verrichting van een maakloonwerk naar B, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (LS2). Na voltooiing van het maakloonwerk verzendt B het afgewerkt produkt naar A, in LS1.

Onderafdeling2. Toepasselijk stelsel.
8. De gecombineerde toepassing van de bepalingen van de Zesde Richtlijn, die in de Belgische wetgeving werden omgezet enerzijds in de artikelen 10, § 2, 2°, en 25bis, § 2, 2°, en anderzijds in de artikelen 12bis, tweede lid, 4°, en 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek, heeft voor gevolg dat :

  • de verzending van de materialen door de opdrachtgever naar de opdrachtnemer geen aanleiding geeft tot een overbrenging in de Lid- Staat van vertrek en de bestemming van de goederen niet wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de Lid-Staat van aankomst. De terugzending van deze bewerkte goederen door de opdrachtnemer naar de opdrachtgever geeft logischerwijze evenmin aanleiding tot een overbrenging in de Lid-Staat van vertrek en de bestemming van de goederen wordt evenmin gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de Lid-Staat van aankomst;
  • de oplevering van het maakloonwerk door de maakloonwerker wordt beschouwd als :
  • een levering van goederen in hoofde van de maakloonwerker (vrijgesteld op grond van art. 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW- Wetboek wanneer het maakloonwerk werd verricht in België en de bewerkte goederen teruggestuurd worden naar de opdrachtgever);
  • een intracommunautaire verwerving van goederen in hoofde van de opdrachtgever (belastbaar in België, wanneer de materialen na verzending naar een andere Lid-Staat om er een maakloonwerk te ondergaan, teruggezonden worden naar België ter bestemming van de Belgische opdrachtgever).
Belangrijke opmerking :

9. Het maakloonwerk wordt steeds als "bilateraal" beschouwd wanneer de bewerkte goederen terugkeren naar de Lid-Staat van de opdrachtgever, ongeacht het leveringsadres dat deze laatste opgeeft.

Afdeling 2. Verplichtingen in België.

Onderafdeling 1. België is LS2. Het maakloonwerk wordt verricht in België door een maakloonwerker die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België, voor rekening van een opdrachtgever die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat.

Verplichtingen van de maakloonwerker.



Bij de ontvangst van de materialen.
10. De maakloonwerker vermeldt de ontvangst van de materialen (zonder aanduiding van de waarde ervan) in het register van ontvangen materialen, overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.



Bij de verzending of het vervoer van de bewerkte goederen naar de opdrachtgever in de andere Lid-Staat.
11. De maakloonwerker verricht een levering van goederen die is vrijgesteld overeenkomstig artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW- Wetboek. Hij neemt deze levering op :

  • in zijn periodieke BTW-aangifte (rooster 46);
  • in zijn intracommunautaire opgave (art. 53sexies van het BTW- Wetboek en het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992), met verwijzing naar het BTW-identificatienummer van de opdrachtgever en met vermelding van de code "A" in kolom 4.
Het bedrag dat de maakloonwerker moet opnemen in de aangifte en in de intracommunautaire opgave is de prijs van het verrichte werk, in voorkomend geval verhoogd met de prijs van de materialen die hij zelf heeft verstrekt. Dit bedrag bevat nooit de waarde van de materialen en van de stukken die door de opdrachtgever werden verzonden met het oog op het maakloonwerk.

Tot slot zuivert de maakloonwerker zijn register van ontvangen materialen aan, overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 1.

Onderafdeling 2. België is LS1. Het maakloonwerk wordt verricht in een andere Lid-Staat voor rekening van een opdrachtgever die voor BTW- doeleinden geïdentificeerd is in België.

Verplichtingen van de opdrachtgever.



Bij de verzending van de materialen.
12.
  • De opdrachtgever vermeldt de verzending van de materialen in het register van de niet-overbrengingen, overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 23, 1°, en 24 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
  • Hij verwerkt deze verzending bovendien in zijn intracommunautaire opgave, met verwijzing naar het BTW-nummer van de maakloonwerker en met opname van de code "P" in kolom 4. Kolom 5 wordt nooit ingevuld : de waarde van de materialen en voorwerpen die de opdrachtgever ter beschikking stelt van de maakloonwerker, moet dus niet aangegeven worden.


Bij de ontvangst van de bewerkte goederen.
13.
  • De opdrachtgever verricht een intracommunautaire verwerving van goederen die onderworpen is aan de BTW in België. Hij neemt het bedrag van het maakloonwerk op in één van de roosters 81 tot 83 en in rooster 86 van zijn periodieke BTW-aangifte en de verschuldigde BTW in rooster 55. Deze BTW is aftrekbaar overeenkomstig de gewone regels, door opname in rooster 59.
De maatstaf van heffing is de waarde van het werk zoals het aan de opdrachtgever gefactureerd werd door de maakloonwerker (z. art. 26 en 26bis van het BTW-Wetboek).

  • Hij zuivert zijn register van de niet-overbrengingen aan, door de vermeldingen aan te brengen die zijn voorgeschreven door artikel 24 van het koninklijk besluit nr. 1.
Afdeling 3. Bijzondere situaties.

14. De regeling die hierboven werd uiteengezet voor bilateraal maakloonwerk (z. nrs. 7 tot 13) is slechts van toepassing op voorwaarde dat de bewerkte goederen terugkeren naar de Lid-Staat van de opdrachtgever.

De vraag rijst evenwel hoe het maakloonwerk inzake BTW moet behandeld worden indien de bewerkte goederen niet terugkeren naar de opdrachtgever. Dit is het geval wanneer :

  • de opdrachtgever op het ogenblik van de materiële verzending van de materialen nog niet weet of de bewerkte goederen naar hem zullen terugkeren dan wel het voorwerp zullen uitmaken van een levering in de Lid-Staat van de maakloonwerker;
  • de opdrachtgever zijn oorspronkelijk opzet verandert en beslist de bewerkte goederen te leveren in de Lid-Staat van de maakloonwerker, in de plaats van ze bij hem te doen afleveren na het maakloonwerk.
In dergelijke hypothese moeten andere regels worden toegepast dan diegene die hierboven worden uiteengezet.

Onderafdeling 1. De bestemming van de bewerkte goederen is onbekend bij de materiële verzending van de materialen.

15. Stel dat de opdrachtgever de bestemming niet kent die aan de bewerkte goederen zal gegeven worden, maar overweegt ze niet te laten terugzenden naar zijn eigen Lid-Staat. In dit geval is hij, op het tijdstip van de materiële verzending van de materialen, niet in staat uit te maken of het maakloonwerk al dan niet bilateraal zal zijn.

Gelet op deze onzekerheid, kan de opdrachtgever slechts iedere betwisting vermijden door in de Lid-Staat waar hij gevestigd is een overbrenging te verrichten die gelijkgesteld wordt met een levering van goederen onder bezwarende titel, waarbij de bestemming van de goederen in de Lid-Staat van vestiging van de maakloonwerker gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel. Dit betekent dat de opdrachtgever zich voor BTW-doeleinden moet laten identificeren in deze laatste Lid-Staat.

16. In die veronderstelling is het maakloonwerk een louter nationale handeling.

De afgewerkte produkten maken dan het voorwerp uit :

  • hetzij van een belaste levering in de Lid-Staat van de maakloonwerker;
  • hetzij van een overbrenging. Dit is het geval wanneer de bewerkte goederen herverzonden worden naar de opdrachtgever;
  • hetzij van een vrijgestelde levering in de Lid-Staat van de maakloonwerker.


Onderafdeling2. Wijziging van de bestemming.
§1. Bedoelde handeling.
17. Stel dat een opdrachtgever, die materialen naar een maakloonwerker verzendt in een andere Lid-Staat met de bedoeling deze na bewerking te laten terugsturen, van mening verandert en beslist de goederen ter plaatse te laten in de Lid-Staat van de maakloonwerker en deze vervolgens levert in deze Lid-Staat.

Deze situatie is veelal een gevolg van het feit dat de opdrachtgever een koper vindt in een andere Lid-Staat en dat het, economisch gezien, rationeler is de bewerkte goederen rechtstreeks te leveren in de Lid- Staat waar ze zich bevinden (dit is de Lid-Staat van de maakloonwerker).

Vanaf het tijdstip dat de wijziging zich voordoet, is het stelsel van het bilateraal maakloonwerk niet meer van toepassing. De opdrachtgever moet noodzakelijkerwijze vanaf dat tijdstip alle verplichtingen naleven die gelden voor het niet-bilateraal intracommunautair maakloonwerk.

De materialen die verzonden werden met het oog op de levering van een bilateraal maakloonwerk en die, na afloop van het maakloonwerk, niet terugkeren naar de opdrachtgever onder de voorwaarden van artikel 12bis, tweede lid, 4°, van het BTW-Wetboek, worden aldus op het tijdstip waarop de voorwaarde van de terugkeer naar de opdrachtgever niet langer vervuld is, geacht het voorwerp te hebben uitgemaakt van een overbrenging vanuit de Lid-Staat van vertrek terwijl de bestemming die zij krijgen in de Lid-Staat van aankomst gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (art. 12bis, derde lid, van het BTW- Wetboek).

§ 2. Verplichtingen in België.



Maakloonwerk in België.
Verplichtingen van de opdrachtgever.

18. Vanaf het tijdstip waarop de wijziging van de bestemming van de goederen zich voordoet, moet de opdrachtgever zich voor BTW-doeleinden laten identificeren in België (een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen).

In zijn in België in te dienen periodieke BTW-aangifte, moet hij in één van de roosters 81 tot 83 en in rooster 86 met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen en gelijkgestelde handelingen, de waarde opnemen van de materialen die aanvankelijk onder het systeem van het bilateraal maakloonwerk werden verzonden. De verschuldigde BTW wordt opgenomen in rooster 55 en is volgens de gewone regels aftrekbaar door opname in rooster 59.

Verplichtingen van de maakloonwerker.

19. De maakloonwerker zuivert de vermelding aan die hij bij de ontvangst van de materialen had opgenomen in zijn "register van ontvangen materialen", maakt melding van de verandering in de bestemming van de goederen en verwijst naar de factuur die hij aan de opdrachtgever heeft uitgereikt (met Belgische BTW) bij de oplevering van de bewerkte goederen. De maakloonwerker verwerkt de oplevering van het maakloonwerk in zijn periodieke BTW-aangifte (maatstaf van heffing in één van de roosters 00 tot 03 en verschuldigde BTW in rooster 54).

2° Maakloonwerk verricht in een andere Lid-Staat voor een opdrachtgever in België.

Verplichtingen van de opdrachtgever.

20. De opdrachtgever zuivert de vermelding aan die hij bij de verzending van de materialen had opgenomen in zijn register van de niet- overbrengingen en maakt melding van de wijziging van bestemming.

21. Voor de verzending van de materialen die na wijziging van de oorspronkelijke bestemming gelijkgesteld wordt met een levering van goederen, wordt de waarde van de materialen opgenomen enerzijds in rooster 46 van de periodieke BTW-aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de wijziging van bestemming zich heeft voorgedaan en anderzijds in de intracommunautaire opgave die betrekking heeft op dezelfde periode, zonder vermelding van een code in kolom 4.

HOOFDSTUK III.
HET NIET-BILATERAAL INTRACOMMUNAUTAIR MAAKLOONWERK.

Afdeling 1. Begrip niet-bilateraal intracommunautair maakloonwerk.

22. Onder "niet-bilateraal maakloonwerk" verstaat men het maakloonwerk waarbij de materialen die werden verzonden naar de maakloonwerker, niet rechtstreeks terugkeren naar de Lid-Staat waar de opdrachtgever gevestigd is en van waaruit deze materialen eerder werden verzonden.

Dit doet zich in principe voor in alle gevallen van maakloonwerk waarbij minstens drie partijen betrokken zijn :

  • ofwel een opdrachtgever, een maakloonwerker en een koper van de bewerkte goederen;
  • ofwel een opdrachtgever en twee of meer maakloonwerkers;
  • ofwel een opdrachtgever, een leverancier van te bewerken goederen en een maakloonwerker.
In deze drie gevallen zou overeenkomstig een strikte toepassing van de bepalingen van het overgangsregeling, de opdrachtgever zich voor BTW- doeleinden moeten laten identificeren, hetzij in de Lid-Staat van de maakloonwerker hetzij in deze van de leverancier van de te bewerken goederen, gezien hij er handelingen verricht die aan de belasting zijn onderworpen (overbrenging(en) van goederen, levering(en), ...).

Teneinde het intracommunautair verkeer van goederen met het oog op de verrichting van een niet-bilateraal maakloonwerk niet te belemmeren, hebben de Commissie en de twaalf Lid-Staten in onderlinge overeenstemming praktische vereenvoudigingsregels aangenomen voor de gevallen zoals uiteengezet onder afdeling 2.

1ste geval : aankoop van materialen en bestelling van een maakloonwerk in een andere Lid-Staat dan die waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is; de bewerkte goederen worden verzonden naar de Lid-Staat van de opdrachtgever;

2de geval : opeenvolgende maakloonwerken in één (of twee) Lid-Staten, andere dan die waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is; de bewerkte goederen keren terug naar de Lid-Staat van de opdrachtgever;

3de geval : maakloonwerk in een andere Lid-Staat dan die waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is; de door de opdrachtgever aangestelde maakloonwerker geeft het geheel of een gedeelte van het maakloonwerk in onderaanneming aan een andere maakloonwerker die in dezelfde Lid-Staat voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is; de bewerkte goederen keren terug naar de Lid-Staat van de opdrachtgever.

Afdeling 2. Praktische toepassingsgevallen.

23. Artikel 28bis, § 5, eerste lid, a) van de Zesde Richtlijn (omgezet in art. 12bis, tweede lid, 4°, van het BTW-Wetboek) preciseert in welk geval de Lid-Staten de oplevering van een maakloonwerk door een maakloonwerker aan zijn opdrachtgever, moeten gelijkstellen met een levering van goederen onder bezwarende titel (bilateraal intracommunautair maakloonwerk).

In elk van de drie hierboven uiteengezette gevallen, kan dit artikel niet worden toegepast aangezien niet aan de beide voorwaarden van deze bepaling is voldaan :

  • de te bewerken materialen zijn niet steeds afkomstig uit de Lid-Staat waarnaar het afgewerkte produkt zal worden verzonden;
  • de opdrachtgever is niet steeds voor BTW-doeleinden geïdentificeerd in de Lid-Staat van waaruit de te bewerken materialen komen en waarnaar het afgewerkte produkt wordt verstuurd.
Artikel 5, § 5, a), van de Zesde Richtlijn laat de Lid-Staten toe een nationaal maakloonwerk te beschouwen als een levering van goederen. Maakt de Lid-Staat geen gebruik van deze mogelijkheid, dan is dat maakloonwerk een dienstprestatie.

De Lid-Staten zijn evenwel overeengekomen dit maakloonwerk steeds als een levering van goederen te beschouwen van zodra de te bewerken goederen uit een andere Lid-Staat komen of van zodra de bewerkte goederen het grondgebied verlaten van de Lid-Staat waar het maakloonwerk werd verricht ter bestemming van een andere Lid-Staat, zelfs indien de Lid-Staat waar het maakloonwerk verricht wordt, dit maakloonwerk intern als een dienst beschouwt.

Onder deze voorwaarden, werden de vereenvoudigingsmaatregelen die verder in deze afdeling worden uiteengezet, aangenomen. Het uitgangspunt voor deze vereenvoudigingen is het volgende :

  • indien het maakloonwerk aangezien wordt als een levering van goederen in de Lid-Staat waar het werk materieel wordt verricht, kan deze levering vrijgesteld zijn wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van artikel 28quater, A, a), van de Zesde Richtlijn. Dit is in principe het geval wanneer de bewerkte goederen verzonden of vervoerd worden buiten de Lid-Staat waar het maakloonwerk verricht wordt, naar een afnemer die ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen te onderwerpen aan de BTW;
  • indien het maakloonwerk eveneens aangezien wordt als een levering van goederen in het land van bestemming van het afgewerkte produkt, kan deze Lid-Staat de verkrijging van het afgewerkte produkt aanmerken als een intracommunautaire verwerving van goederen en als dusdanig belasten.
EERSTE GEVAL :
aankoop van materialen en bestelling van een maakloonwerk in een andere Lid-Staat dan die waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is. Het afgewerkte produkt wordt verzonden naar de Lid-Staat van de opdrachtgever.

Hypothese A :
de opdrachtgever bestelt materialen bij een leverancier die gevestigd is in de Lid-Staat van de maakloonwerker.



A)Bedoelde handelingen.
Schema : + --------------------+ +-------------------+ ¦ LS 2 ¦ ¦ LS 1 ¦ ¦--------------------¦ ¦-------------------¦ ¦ verkoop van materialen ¦ ¦ A ===================================== ¦ ¦ || ¦ ¦ || ¦ ¦ || ¦ ¦ \/ ¦ ¦ (1) || ¦ ¦ C ¦ ¦ || ¦ ¦ /\ ¦ ¦ \/ verkoop van maakloonwerk || ¦ ¦ B ===================================== ¦ ¦ || vervoer van afgewerkt produkt /\ ¦ ¦ ======================================|| ¦ +--------------------+ +-------------------+
(1): vervoer van materialen (voor rekening van C)
24. Een leverancier A, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in een Lid-Staat (LS2), verkoopt materialen aan C, voor BTW-doeleinden geïdentificeerd in een andere Lid-Staat (LS1). In opdracht van C worden de materialen verzonden naar B, maakloonwerker die voor BTW-doeleinden eveneens geïdentificeerd is in LS2, waarbij het afgewerkte produkt verzonden of vervoerd wordt naar C.



B)Niet vereenvoudigd stelsel.
25. Overeenkomstig de beginselen van de BTW-overgangsregeling is de levering van de materialen door A aan C een louter nationale handeling die belast wordt in LS2, daar de materialen dit grondgebied niet verlaten. Na voltooiing van het maakloonwerk verricht C een overbrenging van de bewerkte materialen van LS2 naar LS1.

Gezien de materialen afkomstig zijn uit de Lid-Staat waar ook het maakloonwerk wordt verricht, kan dit maakloonwerk niet als bilateraal worden gekwalificeerd. Het kan in voorkomend geval in de Lid-Staat waar het verricht wordt gekwalificeerd worden als een levering, die dan vrijgesteld is wanneer zij voldoet aan de voorwaarden van artikel 28quater, A, a), van de Zesde Richtlijn (wat België betreft : art. 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek).

C moet zich in principe voor BTW-doeleinden laten identificeren in LS2 alhoewel hij er, behalve een overbrenging van goederen, geen enkele belastbare handeling verricht.



C)Vereenvoudigd stelsel.
1) Principe.

26. Zoals uiteengezet onder nr. 24 hierboven, zijn alle Lid-Staten en de Europese Commissie de volgende praktische regels overeengekomen :

  • de levering van de materialen door A aan C is vrijgesteld indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 28quater, A, a), van de Zesde Richtlijn (z. art. 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek). C moet aan zijn leverancier A het bewijs leveren dat de materialen LS2 hebben verlaten;
  • ook de afgifte van het maakloonwerk is vrijgesteld indien voldaan is aan de onder het vorige punt uiteengezette vrijstellingsvoorwaarden;
  • in de Lid-Staat van C wordt in hoofde van C een intracommunautaire verwerving van materialen en een intracommunautaire verwerving van het maakloonwerk belast.
2) Verplichtingen.

België is LS2 : de levering van de materialen en de afgifte van het maakloonwerk worden verricht door een leverancier en een maakloonwerker die voor BTW-doeleinden in België zijn geïdentificeerd.

Verplichtingen van de leverancier.

27. De leverancier verricht een levering van goederen aan een klant die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat.

Deze levering kan vrijgesteld worden van belasting, overeenkomstig artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek, op voorwaarde dat de leverancier het bewijs krijgt dat de goederen die naar de maakloonwerker werden verzonden of vervoerd, het Belgisch grondgebied verlaten ter bestemming van de klant/opdrachtgever.

Hij neemt deze levering dan op in de periodieke BTW-aangifte in rooster 46 en in de intracommunautaire opgave (art. 53sexies van het BTW- Wetboek en het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992), die hij moet indienen voor het tijdperk tijdens hetwelk de belasting over de betrokken levering opeisbaar is geworden. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van het BTW-Wetboek, is dit :

  • hetzij de 15de van de maand die volgt op de maand tijdens dewelke het belastbaar feit zich heeft voorgedaan;
  • hetzij op datum van de factuur wanneer deze werd uitgereikt vóór de 15de van de maand volgend op het belastbaar feit (Merken we op dat artikel 4, § 2, van het KB nr. 1 voor alle intracommunautaire leveringen de uitreiking van een factuur oplegt ten laatste de 5de werkdag van de maand die volgt op diegene waarin de levering werd verricht. Zo zal de datum van uitreiking van de factuur in principe bepalend zijn voor de datum van de opeisbaarheid van de BTW op intracommunautaire leveringen van goederen verricht vanuit België.).
Verplichtingen van de maakloonwerker.

28.
  • De maakloonwerker vermeldt de ontvangst van de materialen (zonder aanduiding van de waarde ervan) in zijn register van de ontvangen materialen, overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
  • Bij de verzending of het vervoer van de bewerkte goederen naar de opdrachtgever, verricht de maakloonwerker een levering van goederen, die vrijgesteld is op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW- Wetboek. Hij neemt deze levering op in rooster 46 van zijn periodieke BTW-aangifte en in zijn intracommunautaire opgave (art. 53sexies van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992) met vermelding van de code "A" in kolom 4, die verband houdt met het tijdperk tijdens hetwelk de belasting over deze levering opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 2, van het BTW-Wetboek (z. nr. 27 hierboven).
  • Hij zuivert zijn register van ontvangen materialen aan, overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
België is LS1 : de levering van de materialen en de afgifte van het maakloonwerk worden verricht in een andere Lid-Staat voor rekening van de afnemer/opdrachtgever die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België.

Verplichtingen van de afnemer/opdrachtgever.

29. De afnemer/opdrachtgever verricht twee intracommunautaire verwervingen van goederen die onderworpen zijn aan de BTW in België.

Hij neemt dus, enerzijds, de waarde van de materialen en, anderzijds, de waarde van het maakloonwerk (zoals gefactureerd door de maakloonwerker (z. art. 26 en 26bis van het BTW-Wetboek) op in één van de roosters 81 tot 83 en in rooster 86 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de BTW opeisbaar is geworden over elk van deze intracommunautaire verwervingen. Overeenkomstig artikel 25septies van het BTW-Wetboek is dit :

  • ofwel op de 15de van de maand volgend op de maand tijdens dewelke het belastbaar feit heeft plaatsgevonden;
  • ofwel op het tijdstip waarop de verkoper de factuur uitreikt voor de intracommunautaire levering van goederen, indien die datum valt vóór de 15de van de maand volgend op het belastbaar feit of zelfs vóór het belastbaar feit.
30. Noteren we dat de opdrachtgever niet mag wachten tot de bewerkte goederen hem daadwerkelijk worden toegezonden om over te gaan tot de intracommunautaire verwerving van de materialen. Deze intracommunautaire verwerving wordt geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop de te bewerken goederen ter beschikking worden gesteld van de opdrachtgever (art. 25septies, § 1, en art. 16, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek).

31. De verschuldigde BTW wordt opgenomen in rooster 55 en is aftrekbaar volgens de gewone regels, door opname in rooster 59.

D) Uitbreiding van het toepassingsgebied van het vereenvoudigd stelsel.

32. De vereenvoudigingsmaatregel die wordt uiteengezet onder het vorige punt C, is ook van toepassing wanneer in België meerdere werken opeenvolgend worden verricht door verschillende maakloonwerkers (met uitsluiting evenwel van maakloonwerk in onderaanneming), vóór het vervoer of de verzending van het eindprodukt naar de Lid-Staat van de opdrachtgever.

Net zoals tegenover de leverancier van de materialen, moet tegenover de opeenvolgende maakloonwerkers het bewijs geleverd worden dat de goederen die hen ter beschikking werden gesteld, na de opeenvolgende werken daadwerkelijk het grondgebied verlaten ter bestemming van de Lid- Staat van de opdrachtgever.

Alle maakloonwerkers die tussenkomen moeten de verplichtingen die worden uiteengezet onder nummer 28 respecteren.

33. Daar er omtrent deze laatste hypothese geen bijzonder akkoord werd bereikt op communautair niveau, beslist iedere Lid-Staat waar dergelijke opeenvolgende werken gebeuren, soeverein of de vereenvoudigingsmaatregelen er al dan niet kunnen op toegepast worden.

Indien opeenvolgende maakloonwerken worden verricht voor een Belgische opdrachtgever, in een Lid-Staat die de vereenvoudigingsmaatregelen toepast op deze opeenvolgende maakloonwerken, dan verricht deze opdrachtgever in België een belastbare intracommunautaire verwerving van de materialen en van elk van de maakloonwerken. Iedere handeling wordt opgenomen in de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk waarin de BTW over deze intracommunautaire verwerving opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 25septies van het BTW-Wetboek (z. punt 29 hierboven).

Hypothese B :
de opdrachtgever bestelt materialen bij een leverancier in een derde Lid-Staat.



A)Bedoelde handeling.
Schema : -------------------- -------------------- | LS 2 | | LS 1 | |--------------------| |--------------------| | verkoop van materialen| | | A ========================================= | | || | | || | | || | | \/ | | || | | ==> C | |-----||vervoer van materialen | || /\ | -----||------------- | || || | | || LS 3 | | || || | |-----||-------------| | || || | | || | | || || | | \/ verkoop van maakloonwerk | || || | | B =================================== || | | || vervoer van het eindprodukt || | | ========================================== | |--------------------| |--------------------| 34. Deze handeling is een uitbreiding van hypothese A. Het maakloonwerk wordt niet verricht in de Lid-Staat waar de materialen aangekocht worden doch wel in een derde Lid-Staat van waaruit het eindprodukt vervoerd zal worden ter bestemming van de Lid-Staat waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is. Een leverancier A, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS2, verkoopt materialen aan C, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS1. De materialen worden in opdracht van C verzonden naar B, maakloonwerker die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS3. Het eindprodukt wordt dan verzonden of vervoerd naar C.



B)Niet vereenvoudigd stelsel.
35. De levering van materialen door A aan C kan gekwalificeerd worden als een levering van goederen, die vrijgesteld is wanneer voldaan is aan de volgende voorwaarden (z. art. 28quater, A, a), van de Zesde Richtlijn; art; 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek) :

  • er is een levering aan C die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (LS1);
  • de goederen worden verzonden of vervoerd door de verkoper, de afnemer, of voor hun rekening naar een plaats buiten LS2.
A moet deze levering dan opnemen in zijn intracommunautaire opgave.

36. De materialen komen eerst aan in LS3 om er een maakloonwerk te ondergaan alvorens verzonden te worden naar LS1. C verricht bijgevolg in LS3 een intracommunautaire verwerving van de materialen. Na afloop van het maakloonwerk verricht hij een overbrenging van deze materialen naar LS1. Dit betekent dat C in LS3 aan de verplichtingen moet voldoen wegens de verrichting van belastbare handelingen in deze Lid-Staat : identificatie voor de BTW (in voorkomend geval, de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger), indienen van periodieke BTW-aangiften met vermelding van de verschuldigde/aftrekbare BTW op de intracommunautaire verwerving van de materialen, van de overbrenging van het eindprodukt naar LS1 en met aftrek van de BTW die in LS3 werd gefactureerd over het maakloonwerk.



C)Vereenvoudigd stelsel.
1)Principe.

37. Voor de hypothese die wordt uiteengezet onder punt 34, hebben de
Lid-Staten en de Europese Commissie de volgende praktische regels aangenomen :

  • wordt het eindprodukt verzonden of vervoerd naar de Lid-Staat van de opdrachtgever, dan wordt de Lid-Staat van aankomst van het eindprodukt geacht ook de plaats van aankomst van de materialen te zijn. Bijgevolg moet de Lid-Staat waar het maakloonwerk werd verricht, niet aangezien worden als de plaats van verwerving van de materialen in hoofde van de opdrachtgever;
  • teneinde de aanwezigheid van de materialen te verrechtvaardigen, moet de maakloonwerker, een register van ontvangen materialen bijhouden waarin hij melding maakt van de materialen die hem werden toevertrouwd door de opdrachtgever met het oog op de aflevering aan hem van een maakloonwerk;
  • alle verplichtingen die voortvloeien uit de behandeling van de levering van materialen enerzijds en van het maakloonwerk anderzijds als leveringen van goederen moeten nageleefd worden door de betrokken partijen (in het bijzonder de indiening van de intracommunautaire opgaven);
  • in de Lid-Staat van C (LS1) wordt in hoofde van C een intracommunautaire verwerving van materialen en een intracommunautaire verwerving van het maakloonwerk belast.


2)Verplichtingen.
België is LS 2 : de levering van materialen wordt verricht door een leverancier die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België.

Verplichtingen van de leverancier.

38. De leverancier verricht een levering van goederen aan C, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (LS1). Deze levering is in principe vrijgesteld van belasting, overeenkomstig artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek, indien deze goederen daadwerkelijk het Belgisch grondgebied verlaten.

Noteer dat deze vereenvoudiging volkomen verenigbaar is met de veiligheidsbepaling inzake de plaats van de intracommunautaire verwervingen van goederen (art. 25quinquies, § 3, van het BTW-Wetboek). Als C materialen koopt onder het BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend door LS1, wordt de plaats van de intracommunautaire verwerving in ieder geval geacht zich te bevinden in LS1. Bij gebrek aan herverzending van het eindprodukt naar LS1, zal de veiligheidsbepaling geheel en al van toepassing zijn. Indien daarentegen het eindprodukt daadwerkelijk verzonden wordt ter bestemming van LS1, zal de veiligheidsbepaling samenvallen met het algemeen beginsel van belastingheffing in de Lid-Staat van aankomst van het vervoer, overeenkomstig artikel 25quinquies, § 2, van het BTW-Wetboek, dat niet stelt dat de goederen geen bewerking zouden mogen ondergaan.

A neemt deze levering op in rooster 46 van zijn periodieke BTW- aangifte en in zijn intracommunautaire opgave (art. 53sexies van het BTW- Wetboek en het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992), met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de belasting over deze levering in principe opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 2, van het BTW-Wetboek (z. nr. 27 hierboven).

België is LS 3 : het maakloonwerk wordt uitgevoerd door een maakloonwerker die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België.

Verplichtingen van de maakloonwerker.

39.
  • De maakloonwerker maakt melding van de ontvangst van de materialen (zonder opgave van de waarde ervan) in zijn register van ontvangen materialen, overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
  • De afgifte van het maakloonwerk aan de opdrachtgever die voor BTW- doeleinden in een andere Lid-Staat is geïdentificeerd, maakt een levering uit die in principe is vrijgesteld op basis van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek. De maakloonwerker neemt deze levering op in rooster 46 van zijn periodieke BTW-aangifte en in zijn intracommunautaire opgave (met vermelding van de code "A" in kolom 4), met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de belasting over deze levering in beginsel opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 2, van het BTW-Wetboek (z. nr. 27 hierboven).
  • Hij zuivert het register van ontvangen materialen aan overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
België is LS 1 : de afnemer/opdrachtgever doet zich de goederen leveren in België waar hij voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is.

Verplichtingen van de afnemer.

40. Hij verricht twee intracommunautaire verwervingen van goederen die onderworpen zijn aan de BTW in België. Hij neemt, enerzijds, de waarde van de materialen en, anderzijds, de waarde van het maakloonwerk op in één van de roosters 81 tot 83 en in rooster 86 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de BTW opeisbaar is geworden over elk van deze intracommunautaire verwervingen (art. 25septies van het BTW-Wetboek; z. nr. 29 hierboven). In ieder geval mag de opdrachtgever niet wachten tot de bewerkte goederen hem worden toegezonden, om over te gaan tot het verrichten van een intracommunautaire verwerving van de materialen. De verschuldigde BTW moet worden opgenomen in rooster 55 en is aftrekbaar volgens de gewone regels door opname in rooster 59.

D) Uitbreiding van het toepassingsgebied van het vereenvoudigd stelsel.

41. Voor België is de vereenvoudigingsmaatregel, zoals uiteengezet onder punt C) hierboven, ook van toepassing wanneer de opdrachtgever de te bewerken goederen niet aankoopt bij een leverancier in een Lid-Staat waar de opdrachtgever niet voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is maar een onttrekking van goederen verricht uit zijn voorraad of welke inrichting dan ook waarover hij beschikt in een Lid-Staat waar hij voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, andere dan diegene waar hij zich de goederen laat leveren na het maakloonwerk en andere dan diegene waar het maakloonwerk verricht wordt. Over deze hypothese bestaat geen formeel akkoord op intracommunautair niveau. De Lid-Staten oordelen soeverein of de hierboven uiteengezette praktische regels al dan niet kunnen worden toegepast.

Wanneer de twee betrokken andere Lid-Staten de door België toegestane uitbreiding aanvaarden, moet de opdrachtgever, mutatis mutandis, in de Lid-Staat van waaruit hij de goederen verzendt naar één (of meerdere) maakloonwerker(s), aan de verplichtingen voldoen van de leverancier van de materialen. De overbrenging van deze materialen wordt gelijkgesteld met een levering van goederen, waarbij deze goederen geacht worden rechtstreeks te zijn vervoerd naar de Lid-Staat waarnaar de bewerkte goederen zullen worden verzonden.

TWEEDE GEVAL :
bestelling van twee of meerdere opeenvolgende maakloonwerken in één (of twee) Lid-Sta(a)t(en) andere dan diegene waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is, waarbij het eindprodukt terugkeert naar de Lid-Staat van de opdrachtgever.

Hypothese A :
de opdrachtgever bestelt twee of meerdere opeenvolgende maakloonwerken die worden uitgevoerd in dezelfde Lid-Staat door maakloonwerkers die voor BTW-doeleinden in deze Lid-Staat geïdentificeerd zijn.



A)Bedoelde handeling
Schema : + --------------------+ +--------------------+ ¦ LS 2 ¦ ¦ LS 1 ¦ ¦----------------- vervoer van materialen -------------------¦ ¦ ======================================= ¦ ¦ || ¦ ¦ || ¦ ¦ \/ verkoop van een maakloonwerk || ¦ ¦ A =================================> C ¦ ¦ || ¦ ¦ || /\ ¦ ¦ \/ verkoop van een maakloonwerk || || ¦ ¦ B ============================== || ¦ ¦ || vervoer van een eindprodukt || ¦ ¦ ======================================= ¦ +--------------------+ +--------------------+ 42. Een opdrachtgever C, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS1, bestelt twee opeenvolgende maakloonwerken waarbij het eerste wordt uitgevoerd door maakloonwerker A en het tweede door maakloonwerker B, beiden voor BTW-doeleinden geïdentificeerd in LS2. De opdrachtgever verzendt de te bewerken materialen vanuit LS1. De bewerkte goederen keren terug naar de Lid-Staat van de opdrachtgever (LS1).

B)Niet vereenvoudigd stelsel.
43. C moet zich voor BTW-doeleinden laten identificeren in de Lid- Staat waar het maakloonwerk verricht wordt (LS2), in voorkomend geval, door erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger. Hij verricht een overbrenging van de te bewerken materialen vanuit LS1. De bestemming van de goederen wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in LS2. Hij geeft de opdracht tot het verrichten van twee maakloonwerken aan A en B in LS2. Na voltooiing van deze maakloonwerken verricht hij een overbrenging van het eindprodukt vanuit LS2 naar LS1. In LS1 wordt de bestemming van de goederen gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel.



C)Vereenvoudigd stelsel.
1)Principe.
44. Voor het geval zoals uiteengezet onder punt 42, zijn de Lid- Staten en de Europese Commissie unaniem de volgende praktische regels overeengekomen :

  • ieder van de maakloonwerken vormt een levering van goederen, die is vrijgesteld indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 28quater, A, a), van de Zesde Richtlijn (z. art. 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek);
  • de vervulling van de voorwaarde van het vervoer of de verzending naar een andere Lid-Staat van het werk dat werd verricht door elk van de opeenvolgende maakloonwerkers, wordt beoordeeld op basis van de bewijsstukken waarover elk van hen beschikt met betrekking tot het vervoer van het eindprodukt naar de Lid-Staat waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is;
  • de verzending van de te bewerken materialen naar een plaats buiten het grondgebied van de Lid-Staat waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is, moet opgenomen worden in de samenvattende opgave die moet ingediend worden overeenkomstig artikel 22, § 6, b), vijfde lid, van de Zesde Richtlijn (z. art. 53sexies, § 1, 3°, van het BTW- Wetboek), met vermelding van het BTW-identificatienummer van elk van de maakloonwerkers aan wie de materialen zijn toevertrouwd met het oog op het verrichten van het opeenvolgend maakloonwerk;
  • de opdrachtgever verricht in zijn Lid-Staat twee belaste intracommunautaire verwervingen van maakloonwerken ingevolge de leveringen die aan hem worden verricht door de twee maakloonwerkers in LS2.


2)Verplichtingen.
België is LS 2 : de maakloonwerken worden verricht door maakloonwerkers die in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerd zijn.

Verplichtingen van de maakloonwerkers.

45.
  • Bij de ontvangst van de materialen, moeten de maakloonwerkers hiervan melding maken in het register van ontvangen materialen (zonder aanduiding van de waarde van de materialen), overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
  • De afgifte van het maakloonwerk door elk van de maakloonwerkers aan opdrachtgever C die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS1, wordt in hoofde van elk van de maakloonwerkers gekwalificeerd als een levering van goederen die in principe is vrijgesteld op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek.
De bewerkte goederen worden niet rechtstreeks buiten België verzonden door de eerste maakloonwerker. Daarom moet deze net als iedere andere maakloonwerker die in voorkomend geval nog tussenkomt, het bewijs verkrijgen dat de bewerkte goederen na het laatste maakloonwerk daadwerkelijk worden verzonden of vervoerd buiten België.

Iedere maakloonwerker neemt deze levering op in rooster 46 van zijn periodieke BTW-aangifte en in zijn intracommunautaire opgave met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de belasting over deze levering opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 2, van het BTW-Wetboek (z. nr. 27 hierboven). Iedere maakloonwerker is er in het kader van deze vereenvoudigingsregeling toe gehouden in zijn intracommunautaire opgave aan te geven dat de levering de afgifte betreft van een maakloonwerk, door vermelding van de code "A" in kolom 4.

  • De betrokken maakloonwerkers zuiveren het register van de ontvangen materialen aan overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
België is LS 1 : de opeenvolgende maakloonwerken worden uitgevoerd voor rekening van een opdrachtgever die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België.

Verplichtingen van de opdrachtgever.

46.
  • De opdrachtgever moet de materialen die hij verzendt om te worden bewerkt in LS2, bij de verzending naar de eerste maakloonwerker (A), opnemen in zijn register van de niet-overbrengingen, dat moet bijgehouden worden overeenkomstig de artikelen 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 23 en 24 van het koninklijk besluit nr. 1 (afzonderlijke inschrijving voor iedere bestelling van maakloonwerk).
  • Daarenboven is hij er, in het kader van deze vereenvoudigingsregeling, toe gehouden deze verzending op te nemen in zijn intracommunautaire opgave waarbij hij aangeeft dat het een zending betreft met het oog op de aflevering van een maakloonwerk (code "P" in kolom 4 (Kolom 5 wordt nooit aangevuld, m.a.w. de materialen en voorwerpen die ter beschikking van de maakloonwerker worden gesteld moeten nooit gevaloriseerd worden)). Bovendien geeft hij het BTW- identificatienummer op van elke maakloonwerker naar wie goederen worden verzonden of vervoerd met het oog op de afgifte van een maakloonwerk.
  • De afgifte van de opeenvolgende maakloonwerken geeft aanleiding tot twee of meerdere intracommunautaire verwervingen van maakloonwerken, die onderworpen zijn aan de BTW in België. De opdrachtgever neemt de maatstaf van heffing voor elk van deze maakloonwerken (waarde van het maakloonwerk) op in één van de roosters 81 tot 83 en rooster 86 van zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de BTW over elk van de betrokken intracommunautaire verwervingen opeisbaar is geworden, overeenkomstig artikel 25septies van het BTW- Wetboek (z. nr. 29 hierboven).
In geen enkel geval kan de opdrachtgever wachten tot de bewerkte goederen hem na het laatste maakloonwerk worden toegezonden of vervoerd om de intracommunautaire verwerving te verrichten van het maakloonwerk dat werd verricht door de tussenliggende maakloonwerkers. De verschuldigde BTW moet worden opgenomen in rooster 55 en is aftrekbaar volgens de gewone regels door opname in rooster 59.

  • De opdrachtgever zuivert zijn register van niet-overbrengingen aan, overeenkomstig artikel 24 van het koninklijk besluit nr. 1.
Hypothese B :
de opdrachtgever bestelt twee of meerdere opeenvolgende maakloonwerken die uitgevoerd worden in twee of meerdere Lid-Staten door maakloonwerkers die er voor BTW-doeleinden geïdentificeerd zijn.

Schema : -------------------- -------------------- | LS 2 | | LS 1 | |--------------------vervoer van materialen------------------| | =========================================== | | || | | || | | \/ verkoop van een maakloonwerk || | | A=======================================> C | | || | ================> /\ | |-------||-----------| || | || | || || | || | -------||----------- || verkoop || | | || LS 3 | || van een || | |-------||-----------| || maakloonwerk || | | || | || | || | | \/ | || | || | | B ====================== | || | | || vervoer van het eindprodukt || | | =========================================== | |--------------------| |--------------------| 47. Een opdrachtgever C, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS1, bestelt twee opeenvolgende maakloonwerken, waarvan het eerste uitgevoerd wordt door maakloonwerker A, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS2, en het tweede door maakloonwerker B, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS3. C verzendt de te bewerken goederen van de Lid-Staat waar hij is gevestigd (LS1) naar de maakloonwerker in LS2.

A)Niet vereenvoudigd stelsel.
48. C moet zich voor BTW-doeleinden laten identificeren in de twee Lid-Staten waar het maakloonwerk (LS2 en LS3) wordt verricht. Hij verricht in principe een overbrenging van de materialen van LS1 naar LS2, waar de bestemming van de goederen wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel. Na voltooiing van het eerste maakloonwerk verricht de opdrachtgever een overbrenging van de goederen van LS2 naar LS3, waar de bestemming van de goederen wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel. De twee opeenvolgende maakloonwerken worden beschouwd als louter nationale handelingen. Tot slot verricht de opdrachtgever een overbrenging van het eindprodukt van LS3 naar LS1, waar de bestemming van de goederen gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel.



B)Vereenvoudigd stelsel.
1)Principe.
49. Voor het geval zoals beschreven onder nummer 47, zijn de Lid- Staten en de Europese Commissie unaniem de volgende praktische regels overeengekomen :

  • de te bewerken "materialen" worden geacht telkens aan te komen in de Lid-Staat van aankomst van het afgewerkte produkt. De Lid-Staat waar het maakloonwerk materieel wordt verricht en waar de materialen in de praktijk aankomen, moet dan bijgevolg niet aangezien worden als de plaats van verwerving van de materialen in hoofde van de opdrachtgever. Dit geldt van zodra het eindprodukt verzonden of vervoerd is naar de Lid-Staat van de opdrachtgever;
  • teneinde de aanwezigheid te rechtvaardigen van de te bewerken goederen, moet de maakloonwerker die deze goederen ontvangt een register bijhouden van de materialen die hem werden toevertrouwd door de opdrachtgever met het oog op de aflevering van een maakloonwerk;
  • alle verplichtingen die voortvloeien uit de kwalificatie van het maakloonwerk door A en door B als een levering die is vrijgesteld indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 28quater, A, a), van de Zesde Richtlijn, moeten worden nageleefd door de betrokkenen (in het bijzonder de indiening van samenvattende opgaven);
  • de opdrachtgever moet de verzending van de te bewerken materialen buiten het grondgebied van de Lid-Staat waar hij voor de BTW is geïdentificeerd opnemen in een samenvattende opgave overeenkomstig artikel 22, § 6, b), vijfde lid, van de Zesde Richtlijn (z. art. 53sexies van het BTW-Wetboek) met vermelding van het BTW- identificatienummer van elk van de maakloonwerkers aan wie de materialen werden toevertrouwd met het oog op de verrichting van de opeenvolgende maakloonwerken.
Rekening houdend met wat voorafgaat, beschouwt men de maakloonwerken die achtereenvolgend worden verricht door A in LS2, door B in LS3 en, in voorkomend geval, door andere maakloonwerkers in hun Lid-Staten als een reeks zogenaamde bilaterale maakloonwerken, in de zin van artikel 12bis, tweede lid, 4°, van het BTW-Wetboek.



2)Verplichtingen.
België is LS2 of LS3 : de uitvoering van het eerste of het tweede maakloonwerk wordt verricht in België door een in België voor BTW- doeleinden geïdentificeerde maakloonwerker.

Verplichtingen van de maakloonwerker.

50.
  • Op het tijdstip van de ontvangst van de materialen, maakt de maakloonwerker hiervan melding in zijn register van ontvangen materialen, overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
  • De afgifte van het maakloonwerk aan de opdrachtgever C, die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS1, is een levering van goederen die in principe vrijgesteld is overeenkomstig artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek.
Aangezien de goederen verzonden of vervoerd worden vanuit België naar een andere Lid-Staat door de maakloonwerker of door de opdrachtgever of voor hun rekening, is de voorwaarde van het verzenden of het vervoer buiten het grondgebied in ieder geval vervuld in hoofde van de maakloonwerker, zelfs als de goederen niet rechtstreeks naar de opdrachtgever gaan.

De maakloonwerker vermeldt deze levering in rooster 46 van zijn periodieke BTW-aangifte en in zijn intracommunautaire opgave (met vermelding van Code "A" in kolom 4), met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 2, van het BTW-Wetboek (z. nr. 27 hierboven).

  • Hij zuivert zijn register van ontvangen materialen aan, overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
België is LS1 : de opeenvolgende maakloonwerken worden verricht voor een opdrachtgever die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België.

Verplichtingen van de opdrachtgever.

51.
  • De verzending van de materialen naar een eerste maakloonwerker (A) in LS2, moet opgenomen worden in het register van de niet- overbrengingen, overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en overeenkomstig de artikelen 23 en 24 van het koninklijk besluit nr. 1 (afzonderlijke inschrijving voor ieder besteld maakloonwerk).
  • Hij moet deze verzending eveneens opnemen in zijn intracommunautaire opgave met de aanduiding dat het een verzending van goederen betreft met het oog op de aflevering van een maakloonwerk (code "P" in kolom 4 (Kolom 5 wordt nooit ingevuld. Materialen en voorwerpen die aan de maakloonwerker ter beschikking worden gesteld moeten nooit gevaloriseerd worden)). Het BTW-nummer moet vermeld worden van elk van de maakloonwerkers aan wie de goederen ter beschikking worden gesteld met het oog op de afgifte van een maakloonwerk.
  • De afgifte van de maakloonwerken geeft aanleiding tot twee of meerdere intracommunautaire verwervingen van maakloonwerken, die onderworpen zijn aan de BTW in België. De opdrachtgever neemt de maatstaf van heffing van elk van deze intracommunautaire verwervingen (waarde van het maakloonwerk) op in één van de roosters 81 tot 83 en in rooster 86 van zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de BTW over elk van de betrokken intracommunautaire verwervingen opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 25septies van het BTW-Wetboek (z. nr. 29 hierboven).
In geen enkel geval mag de opdrachtgever wachten tot de bewerkte goederen hem worden toegezonden of vervoerd, om over te gaan tot de intracommunautaire verwerving van het maakloonwerk dat werd verricht door de tussenliggende maakloonwerkers.

De verschuldigde BTW wordt opgenomen in rooster 55 en is aftrekbaar volgens de gewone regels door opname in rooster 59.

  • Hij zuivert het register van de niet-overbrengingen aan, overeenkomstig artikel 24 van het koninklijk besluit nr. 1.
DERDE GEVAL :
bestelling van een maakloonwerk in een andere Lid-Staat dan die waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is. De maakloonwerker geeft het maakloonwerk geheel of gedeeltelijk in onderaanneming aan een maakloonwerker die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in dezelfde Lid-Staat, waarna het eindprodukt terugkeert naar de Lid-Staat van de opdrachtgever.



A.Bedoelde handeling.
Schema : -------------------- -------------------- | LS 2 | | LS 3 | |--------------------| |--------------------| | vervoer van de materialen | | === A ==================================== | | || /\ =============== | || | | || || | || (1) | || | | || || | ==================> C | | || || (1) | | /\ | | || || | | || | | || B ==================================== | | || /\ vervoer van het eindprodukt | | || || | | | | ====== | | | |--------------------| |--------------------| (1) : Verkoop van een maakloonwerk 52. Een opdrachtgever C die aan de BTW is onderworpen in LS1, bestelt een maakloonwerk bij maakloonwerker A, die aan de BTW onderworpen is in LS2. A geeft het maakloonwerk geheel of gedeeltelijk in onderaanneming aan maakloonwerker B, die eveneens voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in LS2. Het afgewerkte produkt wordt vervoerd naar C in LS1.



B)Vereenvoudigd stelsel.
1)Principe.
53. Voor het geval zoals uiteengezet onder nummer 52, zijn de Lid- Staat en de Europese Commissie unaniem volgende praktische regels overeengekomen :

  • de levering van het maakloonwerk door maakloonwerker A aan de opdrachtgever wordt beschouwd als een intracommunautair bilateraal maakloonwerk, van zodra aan de voorwaarden is voldaan van artikel 28, § 5, a), van de Zesde richtlijn (z. art. 12bis, tweede lid, 4°, van het BTW-Wetboek);
  • of voldaan is aan de voorwaarde van het vervoer van het vervaardigde of samengestelde werk naar de opdrachtgever in de andere Lid-Staat, wordt beoordeeld op basis van bewijsmiddelen waarover de maakloonwerker A beschikt met betrekking tot het vervoer van het eindprodukt naar de Lid-Staat waar de opdrachtgever voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is;
  • het maakloonwerk in onderaanneming tussen A en B, wordt beschouwd als een nationale handeling (levering van de goederen of diensten), die belastbaar is in LS2.


2)Verplichtingen.
België is LS2 : de maakloonwerken worden verricht in België.

Verplichtingen van de hoofdmaakloonwerker (A).

54.
  • De hoofdmaakloonwerker vermeldt de ontvangst van de materialen in zijn register van ontvangen materialen, overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
  • Bij de verzending of het vervoer van de bewerkte goederen naar de opdrachtgever C, verricht de hoofdmaakloonwerker een levering van goederen, die in principe vrijgesteld is op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek. Hij neemt deze levering op in zijn periodieke BTW-aangifte (rooster 46) en in zijn intracommunautaire opgave (met vermelding van code "A" in kolom 4), met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de belasting over deze levering opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 2, van het BTW-Wetboek (z. nr. 27 hierboven).
  • Hij zuivert het register van ontvangen materialen aan, overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 1.
  • Het maakloonwerk in onderaanneming tussen A en B, is een levering van goederen die in België aan de BTW is onderworpen. De BTW die B aan A heeft aangerekend, is in hoofde van A aftrekbaar volgens de gewone regels.
Verplichtingen van de maakloonwerker in onderaanneming (B).

55. De maakloonwerker vermeldt de ontvangst van de materialen in het register van ontvangen materialen, overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit nr. 1.

Hij neemt in zijn periodieke BTW-aangifte het bedrag op van het maakloonwerk (roosters 00 tot 03) en de daarover verschuldigde BTW (rooster 54). Deze BTW is aftrekbaar in hoofde van de hoofdmaakloonwerker overeenkomstig de gewone regels.

Hij zuivert het register van ontvangen materialen aan, overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 1.

België is LS1 : de maakloonwerken worden verricht voor rekening van een opdrachtgever die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België.

Verplichtingen van de opdrachtgever.

56.
  • De verzending van de materialen vanuit België naar de hoofdmaakloonwerker moet opgenomen worden in het register van de niet- overbrengingen, dat de opdrachtgever moet houden overeenkomstig artikel 54bis van het BTW-Wetboek en de artikelen 23 en 24 van het koninklijk besluit nr. 1 (afzonderlijke inschrijving voor ieder besteld maakloonwerk).
  • Hij moet deze verzending eveneens opnemen in zijn intracommunautaire opgave met de aanduiding van het BTW- identificatienummer van de opdrachtgever en vermelden dat het een verzending van goederen betreft met het oog op de aflevering van een maakloonwerk (code "P" in kolom 4).
  • Bij de afgifte van het maakloonwerk verricht de opdrachtgever een intracommunautaire verwerving van maakloonwerken, die onderworpen is aan de BTW in België. De opdrachtgever neemt de maatstaf van heffing van deze intracommunautaire verwerving (waarde van het maakloonwerk, zoals gefactureerd door de hoofdmaakloonwerker) op in één van de roosters 81 tot 83 en in rooster 86 van zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de BTW over de intracommunautaire verwerving opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 25septies van het BTW-Wetboek (z. nr. 29 hierboven). De verschuldigde BTW wordt opgenomen in rooster 55 en is aftrekbaar volgens de gewone regels door opname in rooster 59.
  • Hij zuivert het register van de niet-overbrengingen aan, overeenkomstig artikel 24 van het koninklijk besluit nr. 1.
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
J. DECUYPER.
BIJLAGE

Zie documentatie

BTW-Wetboek :
art. 10, 12bis, 16, 17, 25bis, 25ter, 25quater, 25quinquies, 25 sexies, 25septies, 26, 26bis, 39bis, 40, 53sexies en 54 bis.

Zie KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde : art. 2, 4, 23, 24, 25, 26 en 31.

Zie KB nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen : art. 1.

Zie KB nr. 50 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde : art. 1.