Circulaire nr. Ci.RH.243/587.019 (AOIF 38/2007) dd. 29.10.2007

CIRC 29.10.07/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/587.019 (AOIF 38/2007) dd. 29.10.2007


BEROEPSKOSTEN
Bijdrage voor het aanvullend pensioen voor een zelfstandige

PERSONENBELASTING
Beroepskosten


Vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) - maximaal aftrekbare bijdrage - fiscale aftrekbaarheid in het jaar van pensionering.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.

1. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 52, 7°bis, WIB 92 en artikel 45 van de programmawet (1) van 24 december 2002, worden de bijdragen voor het vrij aanvullend pensioen van zelfstandigen als aftrekbare beroepskosten aangemerkt in zover zij niet hoger zijn dan de maximale bijdrage die wordt bekomen met toepassing van de artikelen 44, § 2 en 46, § 1, van voormelde programmawet, en voor zover de aangeslotene tijdens het desbetreffende jaar effectief en volledig de bijdragen heeft betaald die hij verschuldigd is krachtens het sociaal statuut der zelfstandigen.

2. Concreet betekent dit dat het maximum aftrekbaar bedrag voor pensioenovereenkomsten waaraan geen solidariteitsstelsel is verbonden 8,17 % bedraagt van het inkomen waarop de sociale bijdrage wordt berekend (1), met een absoluut maximum van :

  • 2.412,29 EUR voor de bijdragen van 2004;
  • 2.487,20 EUR voor de bijdragen van 2005;
  • 2.571,00 EUR voor de bijdragen van 2006;
  • 2.605,15 EUR voor de bijdragen van 2007.
[(1) In de regel is dit het netto belastbaar beroepsinkomen van 3 jaar geleden, vermenigvuldigd met de breuk :
- 401,87/381,90 voor de sociale bijdragen van 2004;
- 414,35/388,18 voor de sociale bijdragen van 2005;
- 428,31/394,36 voor de sociale bijdragen van 2006;
- 434,00/402,62 voor de sociale bijdragen van 2007.]


Voor pensioenovereenkomsten waaraan een solidariteitsstelsel is verbonden bedraagt dit maximaal aftrekbaar bedrag 9,4 % van het inkomen waarop de sociale bijdragen worden berekend (2), met een absoluut maximum van :

  • 2.775,46 EUR voor de bijdragen van 2004;
  • 2.861,65 EUR voor de bijdragen van 2005;
  • 2.958,06 EUR voor de bijdragen van 2006;
  • 2.997,36 EUR voor de bijdragen van 2007.
[(2) In de regel is dit het netto belastbaar beroepsinkomen van 3 jaar geleden, vermenigvuldigd met de breuk :
- 401,87/381,90 voor de sociale bijdragen van 2004;
- 414,35/388,18 voor de sociale bijdragen van 2005;
- 428,31/394,36 voor de sociale bijdragen van 2006;
- 434,00/402,62 voor de sociale bijdragen van 2007.]


3. Dienaangaande werd door Senator Jan Steverlynck de vraag gesteld of die maximumbijdrage voor het jaar van pensionering van de zelfstandige al dan niet moet worden beperkt tot de kwartalen waarvoor nog sociale zekerheidsbijdragen moeten worden betaald.

Uit de antwoorden van de Minister van Middenstand en Landbouw enerzijds, en de Minister van Financiën anderzijds, op zijn parlementaire vragen nr. 3-5170 van 22 mei 2006 en nr. 3-7237 van 27 februari 2007, blijkt dat de hiervoor beoogde maximale bijdrage voor het jaar van pensionering proportioneel moet worden herleid in functie van het aantal kwartalen waarvoor nog sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Een afschrift van deze twee parlementaire vragen is toegevoegd.

Voorbeeld
4. Een zelfstandige in hoofdberoep gaat met pensioen op 1 juli 2007 en heeft voor de eerste twee kwartalen van 2007 effectief en volledig de wettelijke sociale bijdrage betaald die hij verschuldigd is krachtens het sociaal statuut der zelfstandigen.

Zijn netto belastbaar beroepsinkomen bedroeg in 2004 30.000,00 EUR.

De maximaal aftrekbare bijdrage in het kader van een pensioenovereenkomst waaraan geen solidariteitsstelsel is verbonden bedraagt voor 2007 :

8,17 % x 30.000,00 x 434,00/402,62 x ½ = 1.321,01 EUR, te beperken tot het absoluut maximum van 2.605,15 x ½ = 1.302,58 EUR.

Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :

J. VANHOUTTE
Directeur

BIJLAGE 1

Parlementaire vraag nr. 3-5170 van de heer Steverlynck dd. 22.05.2006

BIJLAGE 2

Parlementaire vraag nr. 3-7237 van de heer Steverlynck d.d. 27.02.2007