Circulaire nr. Ci.RH.243/462.311 van 31.10.1994
CIRC 31.10.94/1
Bull. nr. 744, pag. 3305
AANVULLENDE CRISISBIJDRAGE
Berekening van de aanvullende crisisbijdrage.
Toepassingsgebied van de aanvullende crisisbijdrage.
INHOUDSTAFEL Nrs. I. WETTEKSTEN .................................................... 1 II. ALGEMEEN ...................................................... 2 III. TOEPASSINGSGEBIED A. Beoogde belastingplichtigen ................................ 10 B. Niet beoogde belastingplichtigen ........................... 11 C. Specifiek beoogde bijzondere aanslagen ..................... 12 D. Niet beoogde bijzondere aanslagen .......................... 13 E. Voorheffingen 1. Roerende voorheffing .................................... 14 2. Bedrijfsvoorheffing ..................................... 15 3. Onroerende voorheffing .................................. 17 F. Voorafbetalingen ........................................... 18 IV. BEREKENINGSMODALITEITEN A. PB, Ven.B, RPB, BNI ........................................ 19 B. Roerende voorheffing ....................................... 22 C. Bedrijfsvoorheffing ........................................ 24 D. Andere belastingen en aanslagen ............................ 26 V. VERMEERDERING EN BONIFICATIES INZAKE VA A. Personenbelasting .......................................... 28 B. Vennootschapsbelasting ..................................... 31 VI. BEPERKING VAN DE VERREKENING VAN SOMMIGE VOORHEFFINGEN ........ 33 VII. AANVULLENDE BELASTINGEN ....................................... 37 VIII.BELASTINGVERHOGINGEN .......................................... 38 IX. MINIMUMBEDRAG VAN DE INKOHIERING .............................. 39 X. BEROEPSKOSTEN ................................................. 40 XI. INWERKINGTREDING .............................................. 42 XII. ALGEMEEN TOEPASSINGSVOORBEELD (PB - AJ. 1994) ................. 44Berekening van de aanvullende crisisbijdrage.
Toepassingsgebied van de aanvullende crisisbijdrage.
I. WETTEKSTEN
Art. 22, W 22.7.1993 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2253 - Bull. 731) heeft onder "Titel VIIbis Aanvullende crisisbijdrage" een artikel 463bis in het WIB 92 ingevoegd; na aanpassing ervan door art. 25, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (V 2297 - Bull. 739) luidt dit artikel als volgt :
| Art. | 463bis WIB 92 |
§ 1. Als aanvullende crisisbijdrage worden, uitsluitend in het voordeel van de Staat, 3 opcentiemen gevestigd :
| 1° | op de personenbelasting, op de vennootschapsbelasting op de rechtspersonenbelasting voor rechtspersonen vermeld in artikel 220, 2° en 3°, en op de belasting van niet-inwoners met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, met inbegrip van de bijzondere afzonderlijke aanslagen vermeld in de artikelen 219 en 246, 2°; de aanvullende crisisbijdragen worden berekend op die belastingen vastgesteld : |
- vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, laatste lid en 246, 1°, van de voorheffingen en van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting vermeld in de artikelen 277 tot 296;
- vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als vermeld in de eerste gedachtenstreep zijn gedaan of van de daaraan verbonden bonificatie en vóór toepassing van de 6 opcentiemen vermeld in artikel 245;
| 2° | op de roerende voorheffing; |
| 3° | op de belasting met betrekking tot sommige meerwaarden verwezenlijkt door niet-inwoners, gevestigd en ingevorderd overeenkomstig artikel 301; |
| 4° | op de bijzondere heffing op roerende inkomsten ingevoerd door artikel 42 van de wet van 28 december 1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen; |
| 5° | op de bijzondere aanslag gevestigd ten name van de electriciteitsproducenten, ingevoerd door artikel 35, § 1, van de wet van 28 december 1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen; zij wordt berekend op die bijzondere aanslag vastgesteld vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in artikel 36 van voormelde wet en vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan. |
De aanvullende crisisbijdragen worden gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend. De in de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid, 246, 1° (De vet gedrukte tekst is de tekst zoals hij gewijzigd is door art. 25, 1°, W 31.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit. De oorspronkelijke tekst beoogde de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, laatste lid, 246, 2°, WIB 92.), 270 tot 275 en in artikel 36 van de wet van 28 december 1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen vermelde bepalingen inzake voorafbetalingen en bedrijfsvoorheffing zijn daarop van toepassing voor zover die bepalingen van toepassing zijn op de belasting of de voorheffing die tot grondslag ervan dient.
De aanvullende crisisbijdragen zijn niet als beroepskosten aftrekbaar indien de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend niet als beroepskosten wordt aangemerkt (Het derde lid is volledig vervangen door art. 25, 2°, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit. In feite is aan de oorspronkelijke tekst enkel de vet gedrukte tekst toegevoegd).
De aanvullende gemeentebelasting en de aanvullende agglomeratiebelasting op de personenbelasting vermeld in artikel 466 zijn niet van toepassing op de aanvullende crisisbijdrage op de personenbelasting.
| § | 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 1° en tweede lid : |
| 1° | worden de in artikel 58 (Art. 58 WIB 92 : In geval het toekennen van geheime commissielonen bevonden wordt tot de dagelijkse praktijk van ondernemingen te behoren, kan de Minister van Financiën op aanvraag van de belastingplichtige toestaan dat aldus toegekende sommen als beroepskosten worden aangemerkt mits die commissielonen de normale grenzen niet overschrijden en de onderneming de desbetreffende belasting betaalt volgens het tarief dat de Minister forfaitair bepaalt en dat niet lager dan 20 % mag zijn.) vermelde forfaitaire aanslagvoeten en het minimum van 20 % verhoogd met 3 opcentiemen; |
| 2° |
wordt in de artikelen 165 en 175 vermelde percentage van 106 op 109 gebracht (Die bepalingen zelf blijven ongewijzigd : zij luiden als volgt : Art. 165 WIB 92 : Voor de toepassing van deze onderafdeling (vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan) bedraagt de belasting 106 % van de Rijksbelasting. Art. 175 WIB 92 (Bonificatie voor voorafbetaling van de belasting). Op de belasting berekend overeenkomstig de artikelen 130 tot 155 en 171 tot 174, verhoogd tot 106 % en verminderd met,
1° de als voorheffing en als forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting verrekenbare bedragen,
2° het bedrag van de voorafbetalingen die nodig zijn om de in artikel 157 genoemde vermeerdering te vermijden,
wordt een bonificatie verleend in zover die belasting op de door de Koning vastgestelde wijze is voorafbetaald);
|
| 3° | is artikel 218, tweede lid, niet van toepassing voor zover het artikel 165 betreft; het in het 2° van deze paragraaf bedoelde percentage van 109 % wordt evenwel tot 103 % verminderd (Art. 218 WIB 92 (Ven.B) : De belasting berekend overeenkomstig de artikelen 215 tot 217 wordt eventueel vermeerderd zoals vermeld in de artikelen 157 tot 168, ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan. In afwijking van de artikelen 160 en 165, vinden de beperking van de vermeerdering tot 90 % en de verhoging van de berekeningsgrondslag tot 106 % van de Rijksbelasting evenwel geen toepassing); |
| 4° | wordt in artikel 304 als belasting verstaan, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners verhoogd met de aanvullende crisisbijdragen. |
§ 3. Voor de toepassing van eerste lid, 2°, wordt het met 3 opcentiemen verhoogde tarief van de roerende voorheffing afgerond tot het hogere of lagere honderdste van een punt naargelang het cijfer van de duizendsten van een punt al dan niet 5 bereikt.
| Art. | 23, W 22.7.1993 |
...
§ 6. In zoverre het een artikel 463bis in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 invoegt, treedt artikel 22 in werking met ingang van het aanslagjaar 1994, behoudens § 1, eerste lid, 2° van voormeld artikel 463bis dat van toepassing is voor de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 26 juli 1993.
§ 7. Elke wijziging die vanaf 8 april 1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen... en 22.
| Art. | 29. § 1, W 30.3.1994 (V 2297 - Bull. 739) |
...
| 5° |
Artikel 25 heeft uitwerking met ingang van het aanslagjaar 1994.
...
|
II. ALGEMEEN
2. Art. 463bis, WIB 92, ingevoegd door art. 22, W 22.7.1993 houdende fiscale en financiële bepalingen, en daarna (lichtjes) gewijzigd door art. 25, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit, stelt een aanvullende crisisbijdrage in (hierna ACB genoemd) in de vorm van 3 opcentiemen op de inkomstenbelastingen.
Deze nieuwe heffing situeert zich in het kader van de verwezenlijking van de maatregelen van fiscale aard die de Regering heeft genomen naar aanleiding van de begrotingscontrole 1993. Een belangrijk deel van de opbrengst zal rechtstreeks worden aangewend voor de sanering van het tekort in de sociale zekerheid (zie Verslag namens de Commissie voor de Financiën van de Senaat, zitting 1992-1993, Doc. 762-2, blz. 2).
De inspanning wordt gevraagd aan alle belastingplichtigen, ongeacht of het gaat om loontrekkers, zelfstandigen beoefenaars van vrije beroepen, vennootschappen of nog om verkrijgers van inkomens uit vermogen.
| 3. | Concreet wordt de ACB gevestigd op : |
- de personenbelasting;
- de vennootschapsbelasting;
- de rechtspersonenbelasting;
- de belasting van niet-inwoners;
- de roerende voorheffing;
- de bijzondere heffing op roerende inkomsten;
- de bijzondere aanslag gevestigd ten name van de elektriciteitsproducenten.
Inzake Ven.B is die nieuwe bijdrage echter niet van toepassing op de bijzondere aanslag die wordt gevestigd in geval van geheel of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijke vermogen van de vennootschap betreffende vóór 1.1.1990 gedane verrichtingen.
De ACB is evenmin van toepassing op de onroerende voorheffing.
| 4. | De ACB wordt berekend vóór : |
- verrekening van de voorafbetalingen, de voorheffingen en het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting;
- toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan of van de aan de voorafbetalingen verbonden bonificaties.
5. De ACB wordt gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij wordt berekend, zodat zij onderworpen is aan alle fiscale bepalingen die op die belasting of voorheffing toepasselijk zijn, met inbegrip van de regels inzake verrekening van de voorheffingen en de beperking ervan. Voor de berekening van de beperking overeenkomstig de art. 290 tot 295, WIB 92, worden de PB de Ven.B en de BNI verhoogd met de erop betrekking hebbende ACB.
6. Zoals de inkomstenbelastingen zelf, is de ACB in principe niet als beroepskost aftrekbaar.
7. Tenslotte zijn de aanvullende gemeentebelasting en de aanvullende agglomeratiebelasting niet van toepassing op de ACB
8. De nieuwe maatregel treedt in principe in werking met ingang van het aj. 1994.
De ACB moest evenwel vervroegd worden toegepast :
- inzake RV : op de inkomsten die vanaf 26.7.1993 zijn toegekend of betaalbaar gesteld (art. 23, § 6 in fine, W 22.7.1993);
- inzake BV : op de vanaf diezelfde datum betaalde of toegekende inkomsten (art. 3, KB 22.7.1993 tot verhoging van de bedrijfsvoorheffing - V 2254, Bull. 731).
9. De ACB is tijdelijk en kan worden verlaagd of afgeschaft zodra de begrotingstoestand dit mogelijk maakt (zie Verslag namens de Commissie voor de Financiën van de Kamer, gewone zitting 1992-1993, stuk 1072/8, blz. 117).
III. TOEPASSINGSGEBIED
A. Beoogde belastingplichtigen
10. Behoudens wat de in nr. 11 hierna opgesomde uitzonderingen betreft, is de ACB in principe van toepassing op de belasting die is gevestigd ten name van belastingplichtigen die onderworpen zijn aan :
- de personenbelasting;
- de vennootschapsbelasting;
- de rechtspersonenbelasting;
- de belasting van niet-inwoners
Onder belasting moet niet alleen de belasting met betrekking tot de volgens het gemeen recht belastbare inkomsten worden verstaan (bv. de op de gezamenlijk belastbare inkomsten berekende belasting in de PB maar ook de belasting die volgens bijzondere regels afzonderlijk is berekend).
B. Niet beoogde belastingplichtigen
| 11. | Zijn uitdrukkelijk uit het toepassingsgebied van de ACB gesloten : |
| a) | wat de rechtspersonenbelasting betreft : de in art. 220, 1°, WIB 92 bedoelde personen, zijnde de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de openbare kerkelijke instellingen. Inzake RPB beperkt art. 463bis, § 1, 1° WIB 92 de ACB immers tot de in art. 220, 2° en 3°, WIB 92 vermelde rechtspersonen; |
| b) | wat de belasting van niet-inwoners betreft : de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen (zie art. 227, 3°, WIB 92). Deze uitsluiting is letterlijk vermeld in art. 463bis, § 1, 1°, WIB 92. |
C. Specifiek beoogde bijzondere aanslagen
12. Art. 463bis, § 1, WIB 92 somt een aantal bijzondere aanslagen op, waarop de ACB van toepassing is :
- de tegen een aanslagvoet van 200 % (Vanaf aj. 1995 300 % (zie art. 15, 18 en 29, § 1, 1°, W 30.3.1994 - V 2297 - Bull. 739) gevestigde bijzondere afzonderlijke aanslag op niet verantwoorde kosten die inzake Ven.B en BNI/Ven. respectievelijk is bedoeld in art. 219 en art. 246, 2°, WIB 92 (er wordt trouwens aan herinnerd dat, inzake RPB, de in art. 220, 2° en 3°, WIB 92 vermelde rechtspersonen eveneens tegen dezelfde aanslagvoet op de niet verantwoorde kosten worden belast, zodat ook in dat geval de ACB van toepassing is);
- de in de BNI gevestigde belasting op meerwaarden die ter gelegenheid van een overdracht onder bezwarende titel zijn verwezenlijkt op in België gelegen ongebouwde onroerende goederen of op zakelijke rechten met betrekking tot zulke onroerende goederen (zie art. 301, WIB 92);
- de bijzondere heffing op roerende inkomsten ingevoerd door art. 42, W 28.12.1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen (V 1704 - Bull. 625) (Art. 42, W 28.12.1983, werd achtereenvolgens gewijzigd door art. 38, W 7.12.1988 (V 1957 - Bull. 679), art. 179, W 30.12.1988 (V 1961 - Bull. 680), art. 7, W 22.2.1990 (V 2033 - Bull. 693) en door de W 21.12.1992 (V 2214 - Bull. 725);
- de bijzondere aanslag gevestigd ten name van de elektriciteitsproducenten, ingevoerd door art. 35, § 1, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V 2073 - Bull. 702).
D. Niet beoogde bijzondere aanslagen
13. De ACB is niet van toepassing op de bijzondere aanslagen die in de Ven.B, niettegenstaande de door de W 22.12.1989 (V 2019 - Bull. 691) in gestelde hervorming, nog moeten gevestigd worden :
- ingeval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap, wanneer het verrichtingen betreft die vóór 1.1.1990 hebben plaatsgehad;
- op de voordelen van alle aard die vennootschappen, die vóór 1.1.1990 in vereffening zijn gesteld, verlenen aan natuurlijke personen of rechtspersonen die geen vereffenaars van die vennootschappen zijn, behalve wanneer die voordelen rechtstreeks of onrechtstreeks in aanmerking komen voor het bepalen van de belastbare inkomsten van de verkrijgers.
E. Voorheffingen
1. Roerende voorheffing
14. Art. 463bis, § 1, 2°, WIB 92 stelt uitdrukkelijk dat de ACB van toepassing is op de roerende voorheffing. Gelet op het bepaalde in art. 23, § 6 in fine, W 22.7.1993, moeten alle aan de RV onderworpen inkomsten die vanaf 26.7.1993 worden toegekend of betaalbaar gesteld, een verhoogde inhouding ondergaan ten gevolge van de ACB en dit ongeacht de hoedanigheid van de genieter. Het heeft bijgevolg geen zin na te gaan of de uiteindelijke belasting waaraan de genieter in kwestie onderworpen is, al dan niet in het toepassingsgebied van de ACB valt.
2. Bedrijfsvoorheffing
15. Gelet op de verwijzing naar de art. 270 tot 275, WIB 92, beoogt art. 463bis, § 1, tweede lid, WIB 92 eveneens de BV. Overeenkomstig het KB 22.7.1993 tot verhoging van de bedrijfsvoorheffing, moesten de schuldenaars van de BV, wat de tijdens de periode van 26.7.1993 tot 31.12.1993 betaalde of toegekende inkomsten betreft, reeds met de ACB rekening houden; daartoe moest het bedrag van de BV, dat volgens de voor die periode geldende regels verschuldigd was, met 1,03 worden vermenigvuldigd.
16. Wat de vanaf 1.1.1994 betaalde of toegekende inkomsten betreft, houden de schalen van de BV reeds rekening met de ACB.
3. Onroerende voorheffing
De ACB is niet van toepassing op de OV. Dit is een logisch gevolg van het feit dat de ACB uitsluitend in het voordeel van de Staat is ingevoerd, daar waar de opbrengst van de OV (aanvullende gemeente- en provinciebelasting uitgezonderd) aan de Gewesten toekomt.
F. Voorafbetalingen
18. Daar art. 463bis, § 1, tweede lid, WIB 92 de ACB gelijkstelt met de belasting waarop zij wordt berekend, heeft de ACB uiteraard ook een weerslag op het vlak van de VA; voor het bepalen van de te verrichten VA dienen de belastingplichtigen dan ook normaal reeds met de ACB rekening te houden.
IV. BEREKENINGSMODALITEITEN
A. PB, Ven.B, RPB, BNI
19. Art. 463bis, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92 stelt dat de ACB inzake PB, Ven.B, RPB en BNI berekend wordt op de belasting zoals zij is vastgesteld :
- vóór verrekening van de VA vermeld in de art. 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, laatste lid en 246, 1°, WIB 92, van de voorheffingen en van het FBB vermeld in de art. 277 tot 296, WIB 92;
- vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende VA als vermeld in de eerste gedachtenstreep zijn gedaan of van de daaraan verbonden bonificatie en vóór toepassing van de 6 opcentiemen vermeld in art. 245, WIB 92.
Een min of meer gelijkaardige formulering vindt men, inzake de aanvullende gemeente- en agglomeratiebelasting op de PB, terug in art. 466, WIB 92.
20. Om het inzake PB en BNI/nat.pers. verschuldigde bedrag van de ACB vast te stellen, volstaat het dus, wat de gezamenlijk belastbare inkomsten betreft, de volgens de gewone regels (en zonder rekening te houden met de ACB) berekende hoofdsom als grondslag in aanmerking te nemen, d.w.z. de belasting berekend :
- na eventuele toepassing van de verminderingen voor het bouwsparen en het lange termijnsparen, voor alternatieve beroepsinkomsten en voor inkomsten van buitenlandse oorsprong;
- maar vóór berekening van de vermeerdering of bonificatie inzake VA.
Die belasting (de hoofdsom), in voorkomend geval verhoogd met de PB op de afzonderlijk belaste inkomsten (b.v. m.b.t. afzonderlijk belastbare meerwaarden) - waarbij evenmin rekening wordt gehouden met de ACB - moet in aanmerking worden genomen vóór verrekening van de VA, de voorheffingen en het FBB.
Inzake PB is de berekeningsgrondslag van de ACB dus identiek aan die van de aanvullende gemeente- en agglomeratiebelasting.
21. De ACB is gelijk aan 3 % van de berekeningsgrondslag. Het resultaat moet op de frank worden afgerond. Gedeelten van minder dan 50 centiemen worden weggelaten; die van 50 centiemen en meer worden naar 1 F gerekend.
Voorbeeld
Hoofdsom : 687.374 PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 19.578 ------- Grondslag ACB : 697.952 ACB : 697.952 x 3 % = 20.938,56 F, afgerond op 20.939 F B. Roerende voorheffing
22. Inzake RV bepaalt art. 463bis, § 3, WIB 92 de wijze waarop de ACB moet worden berekend, door te stellen dat het met 3 opcentiemen verhoogde tarief van de RV wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste van een punt naargelang het cijfer van de duizendsten van een punt al dan niet 5 bereikt. Hier wordt dus het tarief van de RV zelf beïnvloed door de ACB.
Voorbeeld
Voor interesten van overheidsfondsen en soortgelijke effecten, die zijn betaald of toegekend krachtens vóór 1.12.1962 gesloten overeenkomsten en die van mobiliënbelasting of van zakelijke belastingen waren vrijgesteld, bedraagt het tarief van de RV (exclusief ACB) in principe 12,5 %.
Na toepassing van de ACB is het tarief gelijk aan 12,5 x 1,03 : 12,875 %.
Daar het cijfer van de duizendsten (5) ten minste 5 bereikt, moet het cijfer van de honderdsten naar boven worden afgerond, zodat het werkelijk toepasselijke tarief van de RV (met inbegrip van de ACB) 12,88 % bedraagt.
23. De percentages die in 1993 meestal van toepassing waren, bedroegen respectievelijk :
------------------------------------------------------------------------- Vóór 26.7.1993 (geen ACB) | Vanaf 26.7.1993 (ACB inbegrepen) ----------------------------------|-------------------------------------- 10 % | 10,30 % 20 % | 20,60 % 25 % | 25,75 % -------------------------------------------------------------------------
Om, uitgaande van het nettobedrag (vóór aftrek van de innings- en bewaringskosten), het belastbare bedrag van de inkomsten te bepalen, moeten, naargelang het toegepaste tarief van de RV, de volgende coëfficiënten worden gebruikt :
------------------------------------------------------------ Tarief van de RV | Toe te passen coëfficiënt ------------------------------|----------------------------- 10 % | 100/90 10,30 % | 100/89,70 20 % | 100/80 20,60 % | 100/79,40 25 % | 100/75 25,75 % | 100/74,25 -----------------------------------------------------------
De voormelde percentages van 20,60 % en 25,75 % blijven ook na 1993 van toepassing. Het tarief van 10,30 % wordt evenwel op 13,39 % (nl. 13 x 1,03) gebracht voor wat de vanaf 1.1.1994 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten betreft (cf. art. 31 en 34, § 3, Programmawet 24.12.1993 - V 2280, Bull. 736). In dat geval is de coëfficiënt waarvan sprake in het voorgaande lid gelijk aan 100/86,61.
C. Bedrijfsvoorheffing
24. Wat de in de periode van 26.7.1993 tot 31.12.1993 betaalde of toegekende inkomsten betreft, diende de schuldenaar van de inkomsten het bedrag van de BV dat volgens de voor die periode geldende regels verschuldigd was, te vermenigvuldigen met 1,03 en vervolgens het resultaat ervan op de lagere frank af te ronden.
Wat de vanaf 1.1.1994 betaalde of toegekende inkomsten betreft wordt de aandacht er nogmaals op gevestigd dat de vanaf die datum geldende schalen van de BV reeds met de ACB rekening houden, zodat de schuldenaar van de BV zich niet meer om de ACB hoeft te bekommeren.
D. Andere belastingen en aanslagen
De overeenkomstig art. 301, WIB 92 gevestigde belasting met betrekking tot sommige door niet-inwoners verwezenlijkte meerwaarden en de door art. 42, W 28.12.1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen ingevoerde bijzondere heffing op roerende inkomsten, moeten eveneens met een ACB van 3 % worden verhoogd.
Voorts moet de in art. 58, WIB 92 bedoelde forfaitaire belasting op geheime commissielonen, overeenkomstig art. 463bis, § 2, 1°, WIB 92, eveneens de ACB bevatten, met dien verstande dat de uiteindelijk toegepaste aanslagvoet niet lager mag zijn dan 20,6 %.
27. Wat de bijzondere heffing op roerende inkomsten betreft wordt de aandacht erop gevestigd dat onder het nettobedrag van de eraan onderworpen inkomsten wordt verstaan het bedrag dat in enigerlei vorm is geïnd of verkregen, na aftrek van de RV (en dus impliciet van de erin begrepen ACB) maar vóór aftrek van de innings- en bewaringskosten en andere soortgelijke kosten.
Indien geen roerende voorheffing is geheven, bepaalt art. 42, § 2, W 28.12.1983 dat de aftrek van de RV wordt vervangen door een som die gelijk is aan 25 of 10 % van die inkomsten (naargelang zij voortkomen uit overeenkomsten die respectievelijk vóór of vanaf 1.3.1990 zijn gesloten). Bij gebrek aan enige uitdrukkelijke wettelijke bepaling ter zake, mogen die percentages niet worden verhoogd met 3 %, met andere woorden, die percentages mogen niet worden verhoogd tot respectievelijk 25,75 of 10,3 %.
V. VERMEERDERING EN BONIFICATIES INZAKE VA
A. Personenbelasting
28. Art. 165, WIB 92 bepaalt dat de belasting die in aanmerking moet genomen worden om de vermeerdering te berekenen ingeval geen of ontoereikende VA zijn gedaan, 106 % van de Rijksbelasting bedraagt. Krachtens art. 175, WIB 92 wordt hetzelfde percentage toegepast op de belasting die als basis voor de berekening van de bonificaties inzake VA dient.
Art.463bis, §2, 2°, WIB 92 stelt dat het percentage van 106, zowel voor de toepassing van art. 165 als van art. 175, WIB 92, op 109 wordt gebracht.
Voorbeeld 1 (aj.1994)
29.
Voor de berekening van de vermeerdering in aanmerking te nemen belasting : 1.111.836 Verhoging tot 109% : 1.211.901 Verrekenbare voorheffingen : - 294.157 --------- Grondslag van de vermeerdering : 917.744 Principieel verschuldigde vermeerdering : 917.744 x 20,25 % = 185.843 Tot 90 % herleide vermeerdering : 185.843 x 90 % = 167.259 Voorbeeld 2 (aj.1994)
30. Alleenstaande belastingplichtige, loontrekkende.
Voorafbetalingen : - VA 1 en VA 2 = 100.000 F - VA 3 = 50.000 F Hoofdsom : 678.374 PB op de afzonderlijk belastbare inkomsten : 19.578 ------- Totaal : 697.952 Verhoging tot 109% (697.952 x 109%) : 760.768 Verrekende voorheffingen : - 523.400 ------- Maximumbedrag aan VA dat recht geeft op een bonificatie : 237.368 Bedrag van de bonificatie :
- VA 1: 100.000 x 13,5% = 13.500 - VA 2: 100.000 x 11,25% = 11.250 - VA 3: 37.368 x 9% = 3.363 ------ - Totaal = 28.113 B. Vennootschapsbelasting
31. Wat de berekening van de vermeerdering en de Ven.B betreft, bepaalt art. 218, tweede lid, WIB 92 dat de beperking van de vermeerdering tot 90 % en de verhoging van de berekeningsgrondslag tot 106 % van de Rijksbelasting geen toepassing vinden.
32. Art. 463bis, § 2, 3°, WIB 92 stelt dat die bepaling voor de berekening van de ACB niet van toepassing is voor zover zij betrekking heeft op de 106 %, maar dat de verhoging tot 109 %, die normaal van toepassing is in de PB (zie nr. 28), in de Ven.B op 103 % wordt gebracht.
Voor een illustratie van dit principe wordt verwezen naar de circ. 31.8.1994, Ci.RH.421/456.043.
VI. BEPERKING VAN DE VERREKENING VAN SOMMIGE VOORHEFFINGEN
33. Inzake PB zijn de niet terugbetaalbare voorheffingen met beroepskarakter - voornamelijk de OV-bedrijf (De aandacht wordt erop gevestigd dat de OV-bedrijf met ingang van het aj. 1995 niet meer verrekenbaar is in de PB (zie art. 21 en 22, W 30.3.1994 - V 2297, Bull. 739) en het FBB - slechts verrekenbaar ten belope van het gedeelte van de belasting dat op de beroepsinkomsten slaat.
Om rekening te houden met de weerslag van de ACB moet die verrekening worden beperkt tot 103 % van dat gedeelte.
Voorbeeld (aj. 1994)
34. Alleenstaande.
Gezamenlijk belastbaar inkomen (met inbegrip van 100.000 F beroepsinkomsten : 765.600 Hoofdsom : 227. 970 In principe verrekenbare FBB : 33.000 Gedeelte van de belasting dat op de beroepsinkomsten slaat : 227.970 x 100.000/765.600 = 29.777 Verrekening van het FBB te beperken tot : 29.777 x 103 % = 30.670 35. In dezelfde gedachtengang moet de verrekening van de OV-privé worden beperkt tot 103 % van het bedrag van de PB, in voorkomend geval verminderd met de andere niet terugbetaalbare voorheffingen.
Voorbeeld :
Hoofdsom : 678.374 PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 19.578 -------- Totaal : 697.952 Verhoging tot 103% (697.952 x 103 %) : 718.891 Niet terugbetaalbare voorheffingen (met uitzondering van de OV-privé) : - 683.584 -------- Verrekening van de OV-privé in voorkomend geval te beperken tot : 35.307 36. De in nr. 33 uiteengezette richtlijnen zijn mutatis mutandis van toepassing in de Ven.B (de principes ervan zijn geïllustreerd in de circ. 31.8.1994, Ci.RH.421/456.043).
VII. AANVULLENDE BELASTINGEN
37. Art. 463bis, § 1, vierde lid, WIB 92 stelt dat in art. 466, WIB 92 bedoelde aanvullende gemeente- en agglomeratiebelasting op de PB niet van toepassing zijn op de ACB op de Om die reden en om de uit te voeren bewerkingen zo eenvoudig mogelijk te houden, wordt de ACB in de PB slechts op het einde van de berekening, en niet bij elke fase ervan, als een afzonderlijk element in rekening gebracht.
VIII. BELASTINGVERHOGINGEN
38. Daar de ACB wordt gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij wordt berekend (zie art. 463bis, § 1, tweede lid, WIB 92), moet zij ook in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de belastingverhoging.
IX. MINIMUMBEDRAG VAN DE INKOHIERING
39. Art. 304, § 1, tweede lid, WIB 92 bepaalt dat de aanslagen in de PB, de Ven.B, de RPB en de BNI, met uitzondering van de aanslagen in de RV of de BV, niet ten kohiere worden gebracht wanneer zij, via verrekening van de voorheffingen, voorafbetalingen en andere bestanddelen, geen 100 frank bedragen.
Art. 463bis, § 2, 4°, WIB 92 stelt dat, voor de toepassing van die bepaling, onder de daarin opgesomde belastingen moet worden verstaan, de met de ACB verhoogde PB, Ven. B, RPB en BNI.
X. BEROEPSKOSTEN
40. Art. 463bis, § 1, derde lid, WIB 92 stelt dat de ACB niet als beroepskost aftrekbaar is indien de belasting of voorheffing waarop zij wordt berekend niet zelf als beroepskost wordt aangemerkt.
Het betreft hier een logisch gevolg van het feit dat de ACB wordt gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij wordt berekend.
41. In de praktijk wordt als beroepskost aangemerkt, de ACB met betrekking tot :
- de in art. 52, WIB 92, bedoelde forfaitaire belasting op geheime commissielonen;
- de in art. 213, WIB 92 bedoelde bijzondere afzonderlijke aanslag op niet verantwoorde kosten.
In beide gevallen is de belasting zelf immers als beroepskost aftrekbaar.
XI. INWERKINGTREDING
42. Overeenkomstig art. 23, § 6, W 22.7.1993 treedt art. 22 van dezelfde wet, in zoverre het een art. 463bis in het WIB 92 invoegt, in werking met ingang van het aj. 1994. Inzake RV stelt diezelfde bepaling evenwel dat de ACB van toepassing is op vanaf 26.7.1993 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten.
Er wordt nog aan herinnerd dat ook inzake BV de ACB van toepassing is op vanaf 26.7.1993 betaalde of toegekende inkomsten.
43. Tenslotte bepaalt art. 23, § 7, W 22. 7.1993 uitdrukkelijk dat elke wijziging die vanaf 8.4.1993 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van art. 22 van dezelfde wet.
XII. ALGEMEEN TOEPASSINGSVOORBEELD (PB - AJ 1994)
44. Echtpaar (beide echtgenoten zijn loontrekkende). Een kind ten laste.
Afgezonderd beroepsinkomen (vrouw) : 555.654 F Resterend gezinsinkomen (man) : 1.412.359 F Afzonderlijk belastbare (netto) achterstallen van de man (aanslagvoet 43,5%) : 45.007 F Bij de man ingehouden BV : 318.300 F Bij de vrouw ingehouden BV : 205.100 F --------- Totaal bedrag van de BV : 523.400 F Het gezin heeft in 1993 volgende voorafbetalingen gedaan : - VA 1: 30.000 F - VA 2: 30.000 F - VA 3: 20.000 F - VA 4: 10.000 F -------- Totaal : 90.000 F Aanvullende gemeentebelasting : 6 % Hoofdsom : Afgezonderd beroepsinkomen : - basisbelasting op 555.654 F : 179.994 F - belasting op de belastingvrije som (146.000 F) : - 36.500 F ---------- - verschil : 143.494 F Resterend gezinsinkomen : - basisbelasting op 1.412.359 F : 581.130 F - belasting op de belastingvrije som (146.000 + 39.000 = 185.000 F) : - 46.250 F --------- - verschil : 534.880 F ---------- Hoofdsom 143.494 + 534.880 = 678.374 F PB op de afzonderlijk belastbare achterstallen : 45.007 x 43,5 % = 19.578 F Bonificaties inzake VA : Hoofdsom : 678.374 F PB op de afzonderlijke belaste inkomsten : - 19.578 F ---------- Totaal : 697.952 F Verhoging tot 109% (697.952 x 109%) : 760.768 F Verrekende voorheffingen (BV) : - 523.400 F ---------- Verschil : 237.368 F Daar dit bedrag groter is dan het totaal van de gestorte VA, geven die VA dus integraal recht op bonificatie Bonificatie VA 1: 30.000 x 13,5% = 4.050 F Bonificatie VA 2: 30.000 x 11,25% = 3.375 F Bonificatie VA 3: 20.000 x 9% = 1.800 F Bonificatie VA 4: 10.000 x 6,75% = 675 F ------- Totale bonificatie : 9.900 F Aanvullende crisisbijdrage : Hoofdsom : 678.374 F PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 19.578 F --------- Totaal (= grondslag ACB) : 697.952 F ACB : 657.952 x 3% : 20.939 F Aanvullende gemeentebelasting : Hoofdsom : 678.374 F PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 19.578 F --------- Totaal (= grondslag PB/Gem.) : 697.952 F PB/Gem. : 697.952 x 6% = 41.877 F Samenvatting : Hoofdsom : 678.374 F PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 19.578 F --------- Totaal : 697.952 F Aanvullende crisisbijdrage : 20.933 F Terugbetaalbare voorheffingen (BV) : - 523.400 F Voorafbetalingen : - 90.000 F Bonificatie : - 9.900 F ---------- Saldo Staat : 95.591 F Aanvullende gemeentebelasting : 41.877 F ---------- TE BETALEN : 137.468 FNAMENS DE MINISTER :De Directeur-generaal,
E. VAN VRECKEM.
Bron: FisconetPlus
