Circulaire 2023/C/1 over de verhoogde kostenaftrek en de belastingvermindering voor laadstations voor elektrische wagens

Bespreking van de art. 33, 37 en 60, zesde lid, van de wet van 21.01.2022 houdende diverse fiscale bepalingen, van de art. 9 en 71, derde lid, van de wet van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen en van de art. 44 en 53, vijfde en zesde lid, van de wet van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen.

personenbelasting ; beroepskosten ; afschrijvingen ; verhoogde kostenaftrek ; berekening van de belasting ; belastingvermindering ; elektrische laadstations

FOD Financiën, 02.01.2023
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Wat verandert er?

A. Wet van 21.01.2022 houdende diverse fiscale bepalingen (W 21.01.2022)

1. Verhoogde kostenaftrek voor laadstations voor elektrische wagens (art. 64quater, WIB 92)

1.1. Verduidelijking over het type van laadstations die voor de verhoogde kostenaftrek in aanmerking komen

1.2. Louter vormelijke aanpassing

1.3. Toestemming om het laadstation te laten vermelden op de webstek van het Europese observatorium voor alternatieve brandstoffen

2. Belastingvermindering voor laadstations voor elektrische wagens (art. 145^50, WIB 92)

B. Wet van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen (W 05.07.2022) – Verhoogde kostenaftrek

1. Invoering van een tolerantie om rekening te houden met de huidige leveringsvertragingen

2. Uitbreiding van het cumulverbod tot de investeringsaftrek in zijn totaliteit

3. Opheffing van de aanmeldingsplicht van het laadstation bij de FOD Financiën

C. Wet van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (W 20.11.2022) – belastingvermindering voor laadstations

1. Verhoging van het grensbedrag voor gewone unidirectionele laadstations

2. Invoering van een nieuw grensbedrag voor bidirectionele laadstations

3. Toe te voegen documenten bij de aanvraag van de belastingvermindering

III. Inwerkingtreding

IV. Wetteksten

A. W 21.01.2022

B. W 05.07.2022

C. W 21.01.2022

D. Gecoördineerd WIB 92

1. Met ingang vanaf 01.09.2021

2. Met ingang vanaf 01.01.2022

3. Met ingang vanaf 01.01.2023

I. Inleiding

De wet van 25.11.2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit (BS 03.12.2021) heeft een aantal fiscale maatregelen ingevoerd met betrekking tot een koolstofemissievrij bedrijfswagenpark, verhoogde kostenaftrek voor laadstations voor elektrische wagens, belastingvermindering voor laadstations voor elektrische wagens en de investeringsaftrek voor koolstofemissievrije vrachtwagens en tankinfrastructuur voor blauwe, groene, of turquoise waterstof en elektrische laadinfrastructuur.

Deze fiscale maatregelen werden in de circulaire 2021/C/115 van 22.12.2021 over fiscale vergroening van de mobiliteit toegelicht.

De wet van 21.01.2022 houdende diverse fiscale bepalingen (BS 28.01.2022) bracht wijzigingen aan de verhoogde kostenaftrek voor de plaatsing van laadstations voor elektrische wagens (art. 64quater, WIB 92) en de belastingvermindering voor laadstations voor elektrische wagens (art. 145^50, WIB 92).

De wet van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen (BS 15.07.2022) heeft de verhoogde kostenaftrek voor de plaatsing van de laadstations voor elektrische wagens (art. 64quater, WIB 92) verder gewijzigd.

De wet van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (BS 30.11.2022) heeft de belastingvermindering voor laadstations voor elektrische wagens (art. 145^50, WIB 92) verder gewijzigd.

Voormelde wijzigingen worden in deze circulaire toegelicht.

II. Wat verandert er?

A. Wet van 21.01.2022 houdende diverse fiscale bepalingen (W 21.01.2022)

1. Verhoogde kostenaftrek voor laadstations voor elektrische wagens (art. 64quater, WIB 92)

1.1. Verduidelijking over het type van laadstations die voor de verhoogde kostenaftrek in aanmerking komen

1. Wat het type van elektrische laadstations betreft die voor de verhoogde kostenaftrek in aanmerking komen, heeft de wetgever twee voorwaarden toegevoegd:

- het moet gaan om een vastlaadstation. Enkel laadsystemen die permanent in de grond of aan de muur zijn bevestigd, komen voor deze verhoogde kostenaftrek in aanmerking. Alle laadsystemen van het type 'laadkabels' zijn dus van het fiscaal voordeel uitgesloten (1)

- om voor de verhoogde kostenaftrek in aanmerking te komen moet het laadstation de gebruikers kunnen informeren over zijn effectieve laadvermogen en zijn status (2).

(1) Art. 33, 1°, W 21.01.2022 (BS 28.01.2022).

(2) Art. 33, 4°, W 21.01.2022.

1.2. Louter vormelijke aanpassing

2. De voorwaarde over de aanmelding van het laadstation bij de FOD Financiën is binnen art. 64quater, WIB 92, verplaatst van het derde lid, tweede streepje naar het tweede lid, vijfde streepje.

Daardoor beperkt het derde lid zich voortaan tot de definitie van publieke toegankelijkheid, d.w.z. dat een laadstation voor de toepassing van die bepaling als publiek toegankelijk wordt beschouwd als het ten minste gedurende de gangbare openingstijden of sluitingstijden van de onderneming vrij toegankelijk is voor elke derde (3).

(3) Art. 33, 2° en 3°, W 21.01.2022.

1.3. Toestemming om het laadstation te laten vermelden op de webstek van het Europese observatorium voor alternatieve brandstoffen

3. Het zesde lid van art. 64quater, WIB 92, over de toestemming van de belastingplichtige aan de Federale Overheidsdienst Financiën om zijn laadstation op de webstek van het Europese observatorium voor alternatieve brandstoffen (eafo.eu) te laten vermelden, wordt opgeheven (4).

(4) Art. 33, 5°, W 21.01.2022.

2. Belastingvermindering voor laadstations voor elektrische wagens (art. 145^50, WIB 92)

4. Om natuurlijke personen aan te moedigen om thuis een laadstation voor elektrische wagens te installeren, werd een belastingvermindering ingevoerd (5) voor

- de uitgaven die de belastingplichtige in de periode van 01.09.2021 tot en met 31.08.2024 werkelijk heeft betaald

- voor de plaatsing van een laadstation voor elektrische wagens

- in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar.

(5) Art. 145^50, WIB 92.

De wetgever heeft nu in de W 21.01.2022 verduidelijkt dat voormelde belastingvermindering de plaatsing van een vast laadstation betreft (6).

(6) Art. 37, 1°, W 21.01.2022.

Er bleek onduidelijkheid te bestaan over het toepassingsgebied met betrekking tot laadkabels. Via de toevoeging van het woord 'vaste' in art. 145^50, §1, eerste lid, WIB 92, wordt deze onduidelijkheid weggewerkt.

Er bestaan verschillende redenen voor de uitsluiting van laadkabels:

- de laadkabels ondersteunen niet de doelstelling die de wetgever had met de invoering van dit fiscaal voordeel, namelijk het aanmoedigen van de installatie van vaste laadstations met een hoog laadvermogen om zo de overgang naar de elektrificatie te faciliteren

- bij de installatie van laadkabels is geen installatie noch een keuringsattest vereist

- de kostprijs van een laadkabel is significant lager dan de kostprijs van de installatie van een vast laadstation, waardoor een fiscale ondersteuning niet nodig is

- de specifiek voor de belastingvermindering geldende voorwaarde van uitsluitend gebruik van 'groene stroom' is praktisch niet controleerbaar in het geval van laadkabels.

5. Een tweede wijziging van de W 21.01.2022 betreft de in art. 145^50, § 1, 4de lid, 1°, WIB 92, opgenomen technische voorwaarden met betrekking tot het laadstation. De voorwaarden inzake intelligente sturing worden aangepast. Het laadstation moet eveneens in staat zijn meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen terug te sturen om voor de belastingvermindering in aanmerking te kunnen komen (7).

(7) Art. 37, 2°, W 21.01.2022.

B. Wet van 05.07.2022 houdende diverse fiscale bepalingen (W 05.07.2022) – Verhoogde kostenaftrek

1. Invoering van een tolerantie om rekening te houden met de huidige leveringsvertragingen

6. Eén van de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de verhoogde aftrek van 200 % is dat de investering wordt gedaan tussen 01.09.2021 en 31.12.2022.

Gelet op de verstoring in de internationale logistieke keten van goederen ten gevolge van de COVID-19-pandemie kent de levering van onderdelen voor laadstations grote vertragingen. Dit heeft tot gevolg dat voor belastingplichtigen die in de loop van 2022 beslissen te investeren in laadstations de kans bestaat dat de installatie van onderdelen pas in 2023 kan plaatsvinden. Dit zou tot gevolg hebben dat sommige belastingplichtigen, ook al hebben ze hun bestelling vroeg genoeg gedaan om, uitgaand van normale leveringstermijnen, de installatie nog vóór eind 2022 te kunnen laten plaatsvinden, toch geen gebruik kunnen maken van de verhoogde kostenaftrek van 200 %. Bijgevolg zouden deze belastingplichtigen terugvallen op de verhoogde kostenaftrek van 150 % geldig voor investeringen gedaan tussen 01.01.2023 en 31.08.2024.

7. Om deze situatie te remediëren is artikel 64quater, eerste lid, eerste streepje, WIB 92, aangepast. Door deze aanpassing wordt de periode waarin de investering moet worden gedaan om gebruik te kunnen maken van de verhoogde aftrek van 200 % verlengd tot en met 31.03.2023. Als gevolg van deze aanpassing moest ook artikel 64quater, eerste lid, tweede streepje, WIB 92, worden aangepast: de start van de periode waarin de verhoogde kostenaftrek van 150 % geldt, wordt uitgesteld tot 01.04.2023 in plaats van 01.01.2023 (8).

(8) Art. 9, 1° en 2°, W 05.07.2022 (BS 15.07.2022).

2. Uitbreiding van het cumulverbod tot de investeringsaftrek in zijn totaliteit

8. De verhoogde kostenaftrek wordt uitgesloten van enige cumul met de investeringsaftrek zoals bepaald in art. 69, WIB 92. Oorspronkelijk sloeg dat cumulverbod alleen op de investeringsaftrek voor elektrische laadinfrastructuur bedoeld in art. 69, § 1, eerste lid, 2°, e, WIB 92. Het verbod is nu dus uitgebreid tot de investeringsaftrek in zijn totaliteit. Art. 64quater, tweede lid, tweede streepje, WIB 92, is dan ook in die zin gewijzigd (9).

(9) Art. 9, 3°, W 05.07.2022.

3. Opheffing van de aanmeldingsplicht van het laadstation bij de FOD Financiën

9. De in art. 64quater, tweede lid, vijfde streepje, WIB 92, bepaalde verplichting voor de belastingplichtige om de gegevens met betrekking tot zijn laadstation bij de Federale Overheidsdienst Financiën aan te melden, is opgeheven.

Oorspronkelijk moesten die gegevens aan de Europese Commissie worden meegedeeld opdat België voor deze fiscale maatregel aanspraak zou kunnen maken op Europese fondsen.

Heden blijkt dat voor de laadstations geïnstalleerd met behulp van de verhoogde aftrek bepaald in artikel 64quater, WIB 92, geen rapportering naar de Europese Commissie meer vereist is. Het is dan ook niet langer noodzakelijk om die gegevens door de belastingplichtigen te laten aanmelden, wat ook aansluit bij de wens om de administratieve lasten voor die laatsten tot een minimum te beperken (10).

(10) Art. 9, 4°, W 05.07.2022.

C. Wet van 20.11.2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (W 20.11.2022) – belastingvermindering voor laadstations

1. Verhoging van het grensbedrag voor gewone unidirectionele laadstations

10. Het grensbedrag dat per laadstation en per belastingplichtige dient als basis voor de belastingvermindering voor laadstations voor elektrische wagens wordt van 1.500 euro naar 1.750 euro verhoogd. Deze verhoging wordt doorgevoerd om rekening te houden met de snel oplopende kosten van de installatie van een laadstation als gevolg van de stijgende grondstofprijzen. Zo blijft de incentive van de belastingvermindering voor laadstations voor elektrische wagens behouden (11). Dit bedrag wordt niet geïndexeerd.

(11) Art. 44, 1°, W 20.11.2022.

De verhoging naar 1.750 euro per laadstation is van toepassing op de uitgaven die vanaf 01.01.2022 zijn betaald (12).

(12) Art. 53, 5de lid, W 20.11.2022.

2. Invoering van een nieuw grensbedrag voor bidirectionele laadstations

11. De tweede wijziging van art. 145^50, § 2, WIB 92, betreft de invoering van een extra grensbedrag per belastingplichtige waarvoor de belastingvermindering voor de plaatsing van laadstations voor elektrische wagens kan worden verleend. Specifiek wordt een grensbedrag van 8.000 euro ingevoerd voor de plaatsing van laadstations die bidirectioneel kunnen laden (13). Dit grensbedrag wordt niet geïndexeerd.

(13) Art. 44, 2°, W 20.11.2022.

Bidirectioneel laden houdt in dat elektriciteit in twee richtingen kan worden geladen, van de laadpaal die elektriciteit krijgt van het elektriciteitsnet (zonnepanelen, thuisbatterij, elektriciteitsnetwerk, …) naar de elektrische wagen of van de elektrische wagen naar de laadpaal voor ander gebruik (privatief – V2H, elektriciteit plaatsen op het elektriciteitsnetwerk – V2G, …).

Het is belangrijk om op te merken dat de fiscale incentive voor bidirectionele laadstations is beperkt tot de goedgekeurde stations op de Synergrid C10/26-lijst.

Gelet op de positieve effecten van bidirectionele laadstations, hun hogere prijs en de wens om de installatie van dergelijke laadstations te versnellen, wordt de plaatsing bijkomend gestimuleerd via de invoering van een apart grensbedrag per bidirectioneel laadstation en per belastingplichtige van 8.000 euro waarvoor een belastingvermindering kan worden verleend. Dit grensbedrag geldt voor de uitgaven die worden gedaan vanaf 01.01.2023, aangezien de algemene verkoop van bidirectionele laadstations in 2023 is voorzien (14).

(14) Art. 53, 6de lid, W 20.11.2022.

3. Toe te voegen documenten bij de aanvraag van de belastingvermindering

12. De derde en laatste wijziging betreft de invoeging van een vierde paragraaf in art. 145^50, WIB 92. Die nieuwe paragraaf bepaalt dat, om aanspraak te kunnen maken op de belastingvermindering, de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarvoor hij de belastingvermindering aanvraagt, de factuur voor de plaatsing van het laadstation en het attest dat in het kader van de in artikel 145^50, § 1, 4de lid, 3°, WIB 92, bedoelde keuring is afgeleverd (AREI-attest) moet voegen (15).

(15) Art. 44, 3°, W 20.11.2022.

Het louter ter beschikking stellen van de administratie volstaat niet. Deze informatie wordt door de Europese Commissie immers vereist in het kader van de Belgische Faciliteit voor herstel en veerkracht.

Wanneer de belastingplichtige in zijn aangifte in de personenbelasting of de belasting van niet-inwoners (BNI/nat.pers.) vanaf aanslagjaar 2023 de belastingvermindering vraagt, dan geldt inzake de toe te voegen of ter beschikking te houden documenten het volgende:

- bij de aangifte te voegen (art. 145^50, § 4, WIB 92):

* de factuur voor de plaatsing van het laadstation (met vermelding van het adres waarop het laadstation is geplaatst)

* het attest dat in het kader van de in artikel 145^50, § 1, 4de lid, 3°, WIB 92, bedoelde keuring is afgeleverd (AREI-attest)

- ter beschikking van de administratie te houden (deze verplichting bestond reeds) (art. 145^50, § 3, eerste lid, 2° en 3°, WIB 92):

* het bewijs van de betaling van de uitgaven voor de plaatsing van het vast laadstation (unidirectioneel of bidirectioneel)

* de bewijsstukken die toelaten vast te stellen dat het laadstation een intelligent laadstation is en het laadstation enkel groene stroom gebruikt

* de facturen voor de uitgaven die voor de belastingvermindering in aanmerking komen (de factuur voor de plaatsing van het laadstation moet echter bij de aangifte worden gevoegd).

III. Inwerkingtreding

13. De wijzigingen aangebracht door W 21.01.2022 en W 05.07.2022 hebben uitwerking met ingang van 01.09.2021 (16).

(16) Art. 60, zesde lid, W 21.01.2022 en art. 71, derde lid, W 05.07.2022.

14. De wijzigingen aangebracht door de W 20.11.2022 hebben uitwerking met ingang van 01.01.2022 voor punt 1 (nr. 10) over de verhoging van het grensbedrag voor gewone unidirectionele laadstations (17).

(17) Art. 53, 5de lid, W 20.11.2022.

15. De wijzigingen aangebracht door de W 20.11.2022 treden inwerking op 01.01.2023 voor de punten 2. en 3. (nr. 11 en 12) over respectievelijk de invoering van een nieuw grensbedrag voor bidirectionele laadstations en de toe te voegen documenten bij de aanvraag van de belastingvermindering (18).

(18) Art. 53, 6de lid, W 20.11.2022.

IV. Wetteksten

A. W 21.01.2022

16. De art. 33, 37 en 60, zesde lid, W 21. 01.2022 luiden als volgt.

Art. 33

'In artikel 64quater van hetzelfde Wetboek (19), ingevoegd bij de wet van 25 november 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid wordt het woord “vaste” ingevoegd tussen de woorden “in nieuwe staat verkregen of tot stand gebrachte” en de woorden “laadstations voor elektrische wagens”;

2° het tweede lid wordt aangevuld met een streepje, luidende:

“- slechts wanneer de door de Koning bepaalde gegevens met betrekking tot het laadstation bij de Federale Overheidsdienst Financiën zijn aangemeld in de vorm en binnen de termijn door Hem vastgesteld.”;

3° het derde lid wordt vervangen als volgt:

“Voor de toepassing van dit artikel wordt een laadstation als publiek toegankelijk beschouwd wanneer het ten minste gedurende de gangbare openingstijden, dan wel sluitingstijden van de onderneming vrij toegankelijk is voor elke derde.”;

4° in het vierde lid worden de woorden “, dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen, ” ingevoegd tussen de woorden “het laadvermogen van het laadstation kan sturen” en de woorden “en waarbij deze verbinding”;

5° het zesde lid wordt opgeheven.'

Art. 37

'In artikel 145^50, § 1, van hetzelfde Wetboek (20), ingevoegd bij de wet van 25 november 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid wordt het woord “vast” ingevoegd tussen de woorden “voor de plaatsing van een” en de woorden “laadstation voor elektrische wagens”;

2° in het vierde lid, 1°, worden de woorden “, dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen, ” ingevoegd tussen de woorden “het laadvermogen van het laadstation kan sturen” en de woorden “en waarbij deze verbinding”.'

Art. 60, zesde lid

'De artikelen 33 en 37 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2021.'

(19) en (20) WIB 92.

B. W 05.07.2022

17. De art. 9 en 71, derde lid, W 05. 07.2022 luiden als volgt.

Art. 9

'In artikel 64quater van hetzelfde Wetboek (21), ingevoegd bij de wet van 25 november 2021 en gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid, eerste streepje, worden de woorden “tot 31 december 2022” vervangen door de woorden “tot 31 maart 2023”;

2° in het eerste lid, tweede streepje, worden de woorden “van 1 januari 2023” vervangen door de woorden “van 1 april 2023”;

3° in het tweede lid, tweede streepje worden de woorden “in artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, e), bedoelde investeringsaftrek voor elektrische laadinfrastructuur;” vervangen door de woorden “in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;”;

4° het tweede lid, vijfde streepje, wordt opgeheven.'

Art. 71, derde lid

'Artikel 9 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2021.'

(21) WIB 92.

C. W 21.01.2022

18. De art. 44 en 53, 5de en 6de lid, W 20.11.2022 luiden als volgt.

Art. 44

'In artikel 145^50 van hetzelfde Wetboek (22), laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "1 500 euro" vervangen door de woorden "1 750 euro";

2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden ", of 8 000 euro per bidirectioneel laadstation, " ingevoegd tussen de woorden "per laadstation" en de woorden "en per belastingplichtige", en worden de woorden "Dit bedrag wordt niet geïndexeerd" vervangen door de woorden "Deze bedragen worden niet geïndexeerd";

3° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, luidende:

" § 4. Om van de in paragraaf 2 bedoelde belastingvermindering te kunnen genieten, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarvoor hij de belastingvermindering aanvraagt, de factuur voor de plaatsing van het laadstation en het attest dat in het kader van de in paragraaf 1, vierde lid, 3°, bedoelde keuring is afgeleverd, voegen.".'.

Art. 53, 5de en 6de lid, WIB 92

'Artikel 44, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 44, 2° en 3°, treedt in werking op 1 januari 2023.'.

(22) WIB 92.

D. Gecoördineerd WIB 92

19. De gecoördineerde teksten van de art. 64quater en 145^50, WIB 92 luiden als volgt (23).

(23) De wijzigingen zijn aangeduid in het vet.

1. Met ingang vanaf 01.09.2021

Art. 64quater

'De afschrijvingen met betrekking tot in nieuwe staat verkregen of tot stand gebrachte vaste laadstations voor elektrische wagens die publiek toegankelijk zijn, zijn aftrekbaar:

- ten belope van 200 pct. voor afschrijvingen met betrekking tot investeringen gedaan in de periode van 1 september 2021 tot 31 maart 2023;

- ten belope van 150 pct. voor afschrijvingen met betrekking tot investeringen gedaan in de periode van 1 april 2023 tot 31 augustus 2024.

De in het eerste lid bedoelde verhoogde aftrek is van toepassing:

- slechts wanneer het laadstation lineair over minstens vijf belastbare tijdperken wordt afgeschreven;

- slechts wanneer voor de uitgaven met betrekking tot het laadstation geen aanspraak wordt gemaakt op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;

- ten vroegste vanaf het aanslagjaar verbonden met het belastbaar tijdperk in de loop waarvan het laadstation operationeel en publiek toegankelijk is;

- wat de daaropvolgende aanslagjaren betreft, slechts voor deze verbonden met een belastbaar tijdperk waarvoor gedurende het hele tijdperk aan de in het derde lid, eerste streepje, bedoelde voorwaarde is voldaan, zonder rekening te houden met ontoegankelijkheden veroorzaakt buiten de wil van de belastingplichtige om.

Voor de toepassing van dit artikel wordt een laadstation als publiek toegankelijk beschouwd wanneer het ten minste gedurende de gangbare openingstijden, dan wel sluitingstijden van de onderneming vrij toegankelijk is voor elke derde.

Enkel laadstations die via een gestandaardiseerd protocol digitaal gekoppeld kunnen worden met een beheerssysteem, met inbegrip van die van derde partijen tegen uiterlijk 1 januari 2023, dat de laadtijd en het laadvermogen van het laadstation kan sturen, dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen, en waarbij deze verbinding vrij ter beschikking wordt gesteld van de gebruikers komen voor deze verhoogde aftrek in aanmerking. Het bovenvermelde gestandaardiseerd protocol moet ofwel van het type OCPP zijn, ofwel een eigen protocol waarvan de beschrijving in de technische documentatie van het laadstation is opgenomen, ofwel van een andere internationale standaard die voor deze connectie ontwikkeld wordt. Het type connectie wordt bij de technische specificaties van het laadstation vermeld.

Het aftrekbare bedrag per belastbaar tijdperk wordt bekomen door het normale bedrag van de afschrijvingen van dat tijdperk met, naargelang het geval, 100 pct. of 50 pct. te verhogen.

De afschrijvingen die overeenkomstig het vijfde lid worden aanvaard bovenop de aanschaffings- of beleggingswaarde van de in het eerste lid bedoelde laadstations, komen niet in aanmerking voor het bepalen van de latere meerwaarden en minderwaarden op die laadstations.'

Art. 145^50

'§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk door de belastingplichtige werkelijk zijn betaald voor de plaatsing van een vast laadstation voor elektrische wagens in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar.

De in het eerste lid bedoelde uitgaven omvatten de uitgaven voor de aankoop in nieuwe staat van een laadstation en de plaatsing ervan evenals de uitgaven voor de keuring van de installatie.

De in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten zijn betaald in de periode van 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2024.

De belastingvermindering wordt verleend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

1° het laadstation kan via een gestandaardiseerd protocol digitaal gekoppeld worden met een beheerssysteem, met inbegrip van die van derde partijen tegen uiterlijk 1 januari 2023, dat de laadtijd en het laadvermogen van het laadstation kan sturen, dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen, en waarbij deze verbinding vrij ter beschikking wordt gesteld van de gebruikers. Het bovenvermelde gestandaardiseerd protocol is ofwel van het type OCPP, ofwel een eigen protocol waarvan de beschrijving in de technische documentatie van het laadstation is opgenomen, ofwel van een andere internationale standaard die voor deze connectie ontwikkeld wordt. Het type connectie wordt bij de technische specificaties van het laadstation vermeld;

2° het laadstation gebruikt uitsluitend stroom die wordt geleverd op basis van een overeenkomst met een stroomleverancier die er zich toe verbindt om uitsluitend stroom te leveren die geproduceerd is op basis van hernieuwbare energiebronnen of die ter plaatse wordt opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen;

3° de installatie is goedgekeurd door een erkend keuringsorganisme;

4° de belastingplichtige heeft de belastingvermindering niet gevraagd voor een vorig belastbaar tijdperk.

Aan de in het vierde lid, 2°, bedoelde voorwaarde moet voldaan worden op 1 januari van het aanslagjaar verbonden met het belastbaar tijdperk in de loop waarvan de in het eerste lid bedoelde uitgaven zijn gedaan.

De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:

1° in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;

2° recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;

3° door de werkgever van de belastingplichtige of de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige bedrijfsleider is, worden terugbetaald als eigen kosten van die werkgever of rechtspersoon.

§ 2. Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, kan niet meer bedragen dan 1.500 euro per laadstation en per belastingplichtige. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178.

De belastingvermindering is gelijk aan:

- 45 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2021 of 2022;

- 30 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2023;

- 15 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2024.

In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig ongedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.

§ 3. De belastingplichtige houdt de volgende documenten ter beschikking van de administratie:

1° de facturen voor de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde uitgaven;

2° het bewijs van de betaling van de uitgaven bedoeld in paragraaf 1, tweede lid;

3° de bewijsstukken die toelaten vast te stellen dat het laadstation aan de in paragraaf 1, vierde lid, 1° en 2°, bedoelde voorwaarden voldoet;

4° het attest dat in het kader van de in paragraaf 1, vierde lid, 3°, bedoelde keuring is afgeleverd.

De factuur voor de plaatsing van het laadstation vermeldt het adres waarop het laadstation is geplaatst.'

2. Met ingang vanaf 01.01.2022

Art. 145^50

'§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk door de belastingplichtige werkelijk zijn betaald voor de plaatsing van een vast laadstation voor elektrische wagens in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar.

De in het eerste lid bedoelde uitgaven omvatten de uitgaven voor de aankoop in nieuwe staat van een laadstation en de plaatsing ervan evenals de uitgaven voor de keuring van de installatie.

De in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten zijn betaald in de periode van 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2024.

De belastingvermindering wordt verleend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

1° het laadstation kan via een gestandaardiseerd protocol digitaal gekoppeld worden met een beheerssysteem, met inbegrip van die van derde partijen tegen uiterlijk 1 januari 2023, dat de laadtijd en het laadvermogen van het laadstation kan sturen, dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen, en waarbij deze verbinding vrij ter beschikking wordt gesteld van de gebruikers. Het bovenvermelde gestandaardiseerd protocol is ofwel van het type OCPP, ofwel een eigen protocol waarvan de beschrijving in de technische documentatie van het laadstation is opgenomen, ofwel van een andere internationale standaard die voor deze connectie ontwikkeld wordt. Het type connectie wordt bij de technische specificaties van het laadstation vermeld;

2° het laadstation gebruikt uitsluitend stroom die wordt geleverd op basis van een overeenkomst met een stroomleverancier die er zich toe verbindt om uitsluitend stroom te leveren die geproduceerd is op basis van hernieuwbare energiebronnen of die ter plaatse wordt opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen;

3° de installatie is goedgekeurd door een erkend keuringsorganisme;

4° de belastingplichtige heeft de belastingvermindering niet gevraagd voor een vorig belastbaar tijdperk.

Aan de in het vierde lid, 2°, bedoelde voorwaarde moet voldaan worden op 1 januari van het aanslagjaar verbonden met het belastbaar tijdperk in de loop waarvan de in het eerste lid bedoelde uitgaven zijn gedaan.

De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:

1° in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;

2° recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;

3° door de werkgever van de belastingplichtige of de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige bedrijfsleider is, worden terugbetaald als eigen kosten van die werkgever of rechtspersoon.

§ 2. Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, kan niet meer bedragen dan 1.750 euro per laadstation en per belastingplichtige. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178.

De belastingvermindering is gelijk aan:

- 45 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2021 of 2022;

- 30 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2023;

- 15 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2024.

In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.

§ 3. De belastingplichtige houdt de volgende documenten ter beschikking van de administratie:

1° de facturen voor de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde uitgaven;

2° het bewijs van de betaling van de uitgaven bedoeld in paragraaf 1, tweede lid;

3° de bewijsstukken die toelaten vast te stellen dat het laadstation aan de in paragraaf 1, vierde lid, 1° en 2°, bedoelde voorwaarden voldoet;

4° het attest dat in het kader van de in paragraaf 1, vierde lid, 3°, bedoelde keuring is afgeleverd.

De factuur voor de plaatsing van het laadstation vermeldt het adres waarop het laadstation is geplaatst.'

3. Met ingang vanaf 01.01.2023

Art. 145^50

'§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk door de belastingplichtige werkelijk zijn betaald voor de plaatsing van een vast laadstation voor elektrische wagens in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar.

De in het eerste lid bedoelde uitgaven omvatten de uitgaven voor de aankoop in nieuwe staat van een laadstation en de plaatsing ervan evenals de uitgaven voor de keuring van de installatie.

De in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten zijn betaald in de periode van 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2024.

De belastingvermindering wordt verleend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

1° het laadstation kan via een gestandaardiseerd protocol digitaal gekoppeld worden met een beheerssysteem, met inbegrip van die van derde partijen tegen uiterlijk 1 januari 2023, dat de laadtijd en het laadvermogen van het laadstation kan sturen, dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen, en waarbij deze verbinding vrij ter beschikking wordt gesteld van de gebruikers. Het bovenvermelde gestandaardiseerd protocol is ofwel van het type OCPP, ofwel een eigen protocol waarvan de beschrijving in de technische documentatie van het laadstation is opgenomen, ofwel van een andere internationale standaard die voor deze connectie ontwikkeld wordt. Het type connectie wordt bij de technische specificaties van het laadstation vermeld;

2° het laadstation gebruikt uitsluitend stroom die wordt geleverd op basis van een overeenkomst met een stroomleverancier die er zich toe verbindt om uitsluitend stroom te leveren die geproduceerd is op basis van hernieuwbare energiebronnen of die ter plaatse wordt opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen;

3° de installatie is goedgekeurd door een erkend keuringsorganisme;

4° de belastingplichtige heeft de belastingvermindering niet gevraagd voor een vorig belastbaar tijdperk.

Aan de in het vierde lid, 2°, bedoelde voorwaarde moet voldaan worden op 1 januari van het aanslagjaar verbonden met het belastbaar tijdperk in de loop waarvan de in het eerste lid bedoelde uitgaven zijn gedaan.

De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:

1° in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;

2° recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;

3° door de werkgever van de belastingplichtige of de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige bedrijfsleider is, worden terugbetaald als eigen kosten van die werkgever of rechtspersoon.

§ 2. Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, kan niet meer bedragen dan 1.750 euro per laadstation of 8.000 euro per bidirectioneel laadstation en per belastingplichtige. Deze bedragen worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178.

De belastingvermindering is gelijk aan:

- 45 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2021 of 2022;

- 30 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2023;

- 15 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2024.

In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.

§ 3. De belastingplichtige houdt de volgende documenten ter beschikking van de administratie:

1° de facturen voor de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde uitgaven;

2° het bewijs van de betaling van de uitgaven bedoeld in paragraaf 1, tweede lid;

3° de bewijsstukken die toelaten vast te stellen dat het laadstation aan de in paragraaf 1, vierde lid, 1° en 2°, bedoelde voorwaarden voldoet;

4° het attest dat in het kader van de in paragraaf 1, vierde lid, 3°, bedoelde keuring is afgeleverd.

De factuur voor de plaatsing van het laadstation vermeldt het adres waarop het laadstation is geplaatst.

§ 4. Om van de in paragraaf 2 bedoelde belastingvermindering te kunnen genieten, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarvoor hij de belastingvermindering aanvraagt, de factuur voor de plaatsing van het laadstation en het attest dat in het kader van de in paragraaf 1, vierde lid, 3°, bedoelde keuring is afgeleverd, voegen.

Interne ref.: 732.650