Circulaire nr. Ci.RH.243/559.035 (AOIF 33/2006) van 04.08.2006

CIRC 04.08.06/2
BEROEPSKOSTEN
Reiskosten voor woon-werkverkeer

HERVORMINGSWET 2001
Hervorming van de PB

SOCIAAL VOORDEEL AAN HET PERSONEEL
Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer
Commentaar op de art. 62 en 63 van de wet van 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (aftrekbaarheid van kosten m.b.t. het door de werkgever of een groep van werkgevers ingericht gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van terwerkstelling).
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.
INHOUDSTAFEL
Nrs.
I. WETTELIJKE BEPALINGEN 1
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE 4
III. GEMEENSCHAPPELIJK VERVOER VAN PERSONEELSLEDEN TUSSEN DE WOONPLAATS EN DE PLAATS VAN TEWERKSTELLING 5
IV. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN 6
V. BEDOELDE VOERTUIGEN 7
VI. BEDOELDE KOSTEN 10
VII. MEER- EN MINDERWAARDEN 17
VIII. VOORBEELD 19
IX. BIJZONDERHEDEN OP HET VLAK VAN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING EN DE BELASTING VAN NIET-INWONERS (VENNOOTSCHAPPEN) 20
X. INWERKINGTREDING 22
Wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting (BS 20.9.2001 - V 2971 - Bull. 821)
Art. 62
1. Wanneer een werkgever of een groep van werkgevers het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling heeft ingericht, zijn de desbetreffende kosten ten belope van 100 pct. aftrekbaar.
De aftrek is enkel van toepassing :
a) indien de echtheid en het bedrag van de kosten overeenkomstig artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden verantwoord;
b) in de mate dat de kosten rechtstreeks betrekking hebben op minibussen, autobussen en autocars, zoals deze voertuigen zijn omschreven in de reglementering van de inschrijving van motorvoertuigen of dat ze betrekking hebben op het bezoldigde vervoer van personen met dergelijke voertuigen.
Artikel 66, § 1, van hetzelfde Wetboek is niet van toepassing op de in het tweede lid vermelde kosten die betrekking hebben op minibussen.
Art. 63
2. § 1. Wanneer een werkgever of een groep van werkgevers het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling heeft ingericht, zijn de desbetreffende kosten ten belope van 120 pct. aftrekbaar.
De verhoogde aftrek is enkel van toepassing :
a) indien de echtheid en het bedrag van de kosten overeenkomstig artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden verantwoord;
b) in de mate dat de kosten rechtstreeks betrekking hebben op minibussen, autobussen en autocars, zoals deze voertuigen zijn omschreven in de reglementering van de inschrijving van motorvoertuigen of dat ze betrekking hebben op het bezoldigde vervoer van personen met dergelijke voertuigen.
Indien de kosten bestaan uit afschrijvingen van de in het tweede lid, b, bedoelde voertuigen, wordt het aftrekbare bedrag per belastbaar tijdperk bekomen door het normale bedrag van de afschrijvingen van dat tijdperk met 20 pct. te verhogen.
Artikel 66, § 1, van hetzelfde Wetboek is niet van toepassing op de in het tweede lid vermelde kosten die betrekking hebben op minibussen.
§ 2. Artikel 190 van hetzelfde Wetboek is mede van toepassing op het gedeelte van 20 pct. van de kosten dat werd aanvaard boven het bedrag van de werkelijk gedane of gedragen kosten.
§ 3. De afschrijvingen die overeenkomstig § 1, derde lid, worden aanvaard boven de aanschaffings- of beleggingswaarde van de in § 1, tweede lid, b, bedoelde voertuigen, komen niet in aanmerking voor het bepalen van de latere meerwaarden of minderwaarden van die voertuigen.
Art. 65
3. …
Artikel 62 is van toepassing voor het aanslagjaar 2002.
De artikelen … en 63 treden in werking vanaf aanslagjaar 2003.
4. De artikelen 62 en 65 van de Wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting (hierna "de Hervormingswet" genoemd) strekken ertoe de kosten die door de werkgever of een groep van werkgevers zijn gedaan voor het organiseren van gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met minibussen, autobussen of autocars, volledig aftrekbaar te maken voor het aanslagjaar 2002.
Deze maatregel houdt in wezen slechts een wijziging in wat de kosten van minibussen betreft, aangezien de kosten van autobussen en autocars voorheen reeds volledig aftrekbaar waren.
De artikelen 63 en 65 van de Hervormingswet strekken er dan weer toe diezelfde kosten van minibussen, autobussen en autocars, met ingang van het aanslagjaar 2003 aftrekbaar te maken ten belope van 120 %.
5. De maatregel is slechts van toepassing met betrekking tot het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.
De notie "gemeenschappelijk vervoer" behoeft weinig verduidelijking, gelet op de geviseerde voertuigen (minibussen, autobussen en autocars).
Wat het transport tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling betreft, zij opgemerkt dat niet enkel het vervoer van de personeelsleden tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling wordt beoogd, doch evenzeer het vervoer dat een gedeelte van dit traject omvat, b.v. tussen opstapplaats, bushalte of station en de onderneming.
Het door een onderneming georganiseerd vervoer van personeelsleden tussen de zetel van de onderneming en een werf, valt daarentegen niet onder die maatregel.
6. De artikelen 62 en 63 van de Hervormingswet betreffen werkgevers.
Die bepalingen zijn dus inzonderheid van toepassing op :
a) nijverheids-, handels-, of landbouwondernemingen;
b) beoefenaars van vrije beroepen, ambten en posten als bedoeld in art. 27, WIB 92.

7. De beoogde voertuigen zijn de minibussen, de autobussen en de autocars, zoals deze voertuigen zijn omschreven in de reglementering van de inschrijving van motorvoertuigen.
Het betreft dus de volgende voertuigen :
minibussen, d.w.z. auto's opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen, die bij gebruik voor bezoldigd vervoer van personen ten hoogste acht plaatsen mogen bevatten, zonder die van de bestuurder, en die voorzien zijn van een koetswerk van hetzelfde type als dat van lichte vrachtauto's of autobussen;
autobussen en autocars, d.w.z. auto's opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen, die noch personenauto's, noch auto's voor dubbel gebruik (1), noch minibussen zijn.
8. Op te merken dat de zogenaamde "monovolumes" hier niet bedoeld zijn, aangezien zij in de regel geen koetswerk hebben van hetzelfde type als dat van een lichte vrachtwagen of van een autobus.
9. Voor het overige is het van geen belang of het gaat om minibussen, autobussen of autocars, die eigendom zijn van de werkgever, dan wel door hem gehuurd of geleasd zijn.
______________
(1)
Voor een omschrijving van de categorieën personenauto's en auto's voor dubbel gebruik wordt verwezen naar nr. 66/18, Com.IB 92.
10. De kosten waarvan sprake is in de hiernavolgende nummers betreffen uitsluitend de in de voornoemde artikelen 62 en 63 beoogde kosten. In wezen gaat het dus om kosten die met ingang van het aanslagjaar 2003 aftrekbaar zijn ten belope van 120 %.
De kosten die betrekking hebben op de hiervoor vermelde voertuigen die wel voor de beroepswerkzaamheid worden gebruikt doch niet voor het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, blijven uiteraard als beroepskosten aftrekbaar, maar dan wel volgens de normale regels (o.m. beperking tot 75 % voor kosten van minibussen en tot 100 % voor kosten van autobussen of autocars).
11. De voor de toepassing van de in de voornoemde artikelen 62 en 63 in aanmerking te nemen kosten zijn die welke door een werkgever of een groep van werkgevers zijn gedaan met betrekking tot het inrichten van gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, met minibussen, autobussen en autocars.
Het betreft inzonderheid :
  • de kosten die rechtstreeks betrekking hebben op voormelde minibussen, autobussen en autocars, zoals afschrijvingen, onderhoud en herstelling, verkeersbelasting, verzekeringen, brandstoffen, enz.;
  • de uitgaven die worden gedaan aan ondernemingen die in de plaats van de werkgever instaan voor het gemeenschappelijk vervoer van werknemers met dergelijke voertuigen.
12. Behoren daarentegen niet tot de in de voormelde artikelen 62 en 63 beoogde kosten :
  • de financieringskosten met betrekking tot dergelijke vervoermiddelen;
  • de kosten die betrekking hebben op de chauffeur van die vervoermiddelen (wanneer het gemeenschappelijk vervoer van werknemers niet aan derden is uitbesteed).
13. De in nr. 11 beoogde kosten zijn slechts aftrekbaar (2) :
a)indien de echtheid en het bedrag van de kosten overeenkomstig artikel 49, WIB 92, worden verantwoord;
b)in de mate dat de kosten rechtstreeks betrekking hebben op minibussen, autobussen en autocars, zoals deze voertuigen zijn omschreven in de reglementering van de inschrijving van motorvoertuigen;
c)
in de mate dat zij betrekking hebben op het bezoldigde vervoer van personeelsleden met dergelijke voertuigen.
De hier beoogde kosten zijn aftrekbaar ten belope van 100 % voor het aanslagjaar 2002 en ten belope van 120 % vanaf het aanslagjaar 2003.
14. Vanaf aanslagjaar 2002 is de in artikel 66, § 1, WIB 92, bedoelde aftrekbeperking tot 75 % dus niet meer van toepassing op de in nrs. 11 en 13 vermelde kosten inzake minibussen. Personenauto's en auto's voor dubbel gebruik die voor georganiseerd gemeenschappelijk vervoer worden aangewend blijven daarentegen aan de 75 %-beperking onderworpen.
15. Indien de minibussen, autobussen en autocars slechts gedeeltelijk door de werkgever of een groep van werkgevers worden aangewend voor het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, is de vanaf het aanslagjaar 2003 geldende verhoogde aftrek van 120 % enkel van toepassing in de mate dat deze voertuigen voor dergelijk gemeenschappelijk vervoer worden aangewend.
Voor wat de minibussen betreft is in dat geval enkel het deel van de kosten dat rechtstreeks betrekking heeft op het gebruik van de minibussen voor het beoogde gemeenschappelijk vervoer, niet aan de 75 %-beperking onderworpen.
Bijgevolg moeten de door de werkgever gemaakte kosten die rechtstreeks betrekking hebben op minibussen, autobussen en autocars in dergelijke situatie worden omgedeeld tussen enerzijds het deel dat betrekking heeft op het beoogde gemeenschappelijk vervoer en anderzijds het deel dat er geen betrekking op heeft. Hetzelfde geldt trouwens indien het bezoldigde vervoer van personeelsleden met dergelijke voertuigen, niet alleen betrekking heeft op het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, doch evenzeer op andere verplaatsingen van het personeel.
16. Voor wat de kosten betreft die uit afschrijvingen bestaan, moet de normale afschrijvingsannuïteit vanaf het aanslagjaar 2003 met 20 % worden verhoogd.
______________
(2)
Aan 120 % met ingang van het aanslagjaar 2003.
17. Ten einde het voordeel van de verhoogde afschrijvingen met 20 % vanaf aanslagjaar 2003 niet teniet te doen bij een latere meer- of minderwaarde op de beoogde voertuigen, wordt, bij het bepalen van die meer- of minderwaarde, enkel de normale afschrijving op de aanschaffings- of beleggingswaarde in aanmerking genomen.
18. Bij ontstentenis van enige andersluidende bepaling in de artikelen 62 en 63 van de Hervormingswet, blijven de in artikel 24, derde lid, WIB 92, en de in artikel 66, § 1, WIB 92, bedoelde meer- en minderwaarden op minibussen aan de 75 %-beperking onderworpen.
Dit houdt onder meer in dat de kosten betreffende minibussen die worden aangewend voor het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, met ingang van het aanslagjaar 2003 aftrekbaar zijn ten belope van 120 % terwijl de op diezelfde voertuigen verwezenlijkte meerwaarden slechts belastbaar zijn ten belope van 75 %.
19. Een zelfstandige heeft in 2001 een minibus aangeschaft voor de prijs van 25.000,00 EUR (niet-recupereerbare BTW inbegrepen).
De minibus wordt uitsluitend gebruikt voor het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.
De afschrijving gebeurt over een termijn van 5 jaar.
In 2003 wordt de minibus verkocht voor 18.000,00 EUR.
Vaststelling van het fiscale resultaat :
- verkoopprijs18.000,00 EUR
- aanschaffingswaarde25.000,00 EUR
- afschrijving in 2001- 5.000,00 EUR
- afschrijving in 2002
(5.000,00 x 1,20)
- 6.000,00 EUR
- belastbare meerwaarde
(18.000,00 - 15.000,00 (3)) x 75
%
2.250,00 EUR
______________
(3)
25.000,00 - (5.000,00 x 2).
20. De hiervoor uiteengezette richtlijnen zijn in principe eveneens van toepassing inzake Ven.B en BNI/Ven.
Art. 63, § 2, van de Hervormingswet (dat van toepassing is met ingang van het aanslagjaar 2003) bepaalt evenwel uitdrukkelijk dat art. 190, WIB 92, mede van toepassing is op het gedeelte van 20 % van de kosten dat werd aanvaard boven het bedrag van de werkelijk gedane of gedragen kosten.
Ten name van aan de Ven.B of BNI/Ven onderworpen belastingplichtigen houdt dit in dat het gedeelte van 20 % van de kosten, dat werd aanvaard boven het bedrag van de werkelijk gedane of gedragen kosten, slechts van belasting kan worden vrijgesteld - en dat die vrijstelling slechts behouden blijft - in de mate dat de in art. 190, WIB 92, gestelde "onaantastbaarheidsvoorwaarde" wordt nageleefd.
Ten name van de voormelde belastingplichtigen moet dit bedrag van 20 % worden ingeschreven in de rubriek I. B, "Andere vrijgestelde bestanddelen" van het aangifteformulier in de Ven.B of de BNI/Ven.
21. Op boekhoudkundig vlak betekent dit dat :
  • het bedrag van de eigenlijke afschrijvingen (de voormelde verhoging van 20 % niet inbegrepen) op de resultatenrekening 63 "Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa" wordt gedebiteerd, en het effectieve bedrag van de kosten (de voormelde verhoging van 20 % niet inbegrepen) op de resultatenrekening 61 "Diensten en diverse goederen";
  • een bedrag gelijk aan de verhoging van 20 % op de resultatenrekening 68 "Overboeking naar de belastingvrije reserves" wordt gedebiteerd;
  • hetzelfde bedrag (nl. gelijk aan de verhoging van 20 %) op een afzonderlijke rekening van het passief, met name de rekening 132 "Belastingvrije reserve", wordt geboekt en behouden blijft.
22. Wat de aftrek ten belope van 100 % betreft (art. 62 van de Hervormingswet), zijn de hier besproken bepalingen enkel van toepassing voor het aj. 2002 (cf. art. 65 van diezelfde wet).
Wat de aftrek ten belope van 120 %. betreft (art. 63 van de Hervormingswet), zijn de hier besproken bepalingen van toepassing met ingang van het aj. 2003 (cf. art. 65 van diezelfde wet).
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
J. Vanhoutte
Directeur