Aanschrijving nr. 11 dd. 21.10.1997

AANSCHRIJVING 97/011

Aanschrijving nr. 11 dd. 21.10.1997


BTW-Revue nr. 131, blz. 1059

De aanschrijving nr. 13 dd. 13.07.1993 inzake de overgangsregeling wordt gewijzigd op het gebied van de intracommunautaire dienstverrichtingen.
BTW
Diensten
Intracommunautair goederenvervoer


INHOUDSTABEL Nrs. INLEIDING..................................................... 1 - 3 HOOFDSTUK 1. - INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER.............. 3 - 18 § 1. Definitie van intracommunautair goederenvervoer en gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer......... 3 - 7 § 2. Bepaling van de plaats van de dienst en voldoening van de verschuldigde BTW................................ 7 - 10 a) Algemeen............................................. 7 b) Tabel................................................ 9 c) Opmerking............................................ 9 § 3. Bewijsvoering inzake gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer......................................... 11 § 4. Vermeldingen op de factuur.............................. 11 - 14 HOOFDSTUK 2. - DIENSTEN DIE SAMENHANGEN MET INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER OF GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER.............. 12 - 18 § 1. Algemeen................................................ 12 § 2. Definitie van de diensten die samenhangen met intracommunautair goederenvervoer of gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer....................... 12 - 15 § 3. Bepaling van de plaats van de dienst en voldoening van de verschuldigde BTW.................................... 16 - 17 § 4. Tabel................................................... 17 § 5. Bewijsvoering en vermeldingen op de factuur............. 18 HOOFDSTUK 3. - DIENSTEN VAN TUSSENPERSONEN BIJ 'INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER' OF 'GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER'............................... 18 - 20 § 1. Algemeen................................................ 18 § 2. Tabel................................................... 19 § 3. Voorbeeld............................................... 19 - 20 HOOFDSTUK 4. - DIENSTEN VAN TUSSENPERSONEN BIJ DIENSTEN DIE SAMENHANGEN MET INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER' OF 'GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER'............. 20 - 22 § 1. Algemeen................................................ 20 § 2. Tabel................................................... 21 § 3. Voorbeeld............................................... 21 - 22 OPHEFFINGSBEPALING EN INWERKINGTREDING........................ 22 INLEIDING 1. Vanaf 1 januari 1996 wordt het begrip intracommunautair goederenvervoer zoals bedoeld in artikel 1, § 6, van het Wetboek, uitgebreid tot het binnenlands vervoer dat met een intracommunautair goederenvervoer samenhangt. Zodoende werd de toepassingssfeer van het artikel 21, § 3, 3°bis, 3°ter, 4°bis en 4°ter, eveneens uitgebreid op het vlak van de plaats van de diensten die in deze bepalingen zijn opgenomen.

Deze aanschrijving heeft tot doel een overzicht te geven van deze nieuwe regeling.

De aanschrijving nr. 13 van 13 juli 1993 inzake de overgangsregeling moet bijgevolg worden aangepast op gebied van de intracommunautaire dienstverrichtingen. Rekening moet worden gehouden met de nieuwe definitie van het intracommunautair goederenvervoer waarvan hieronder sprake (aanschr. 13/93, blz. 82 - 102, nrs. 168 - 215).

Deze wijzigingen vloeien voort uit de Richtlijn 95/7/EG van de Raad van 10 april 1995 tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG en tot invoering van nieuwe vereenvoudigingsmaatregelen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde - werkingssfeer en praktische regeling voor de toepassing van bepaalde vrijstellingen (PB EG, nr. L-102/18 van 05.05.1995).

2. Bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 (B.S., 30 december 1995) werd bijgevolg het artikel 1, § 6, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wat het intracommunautair goederenvervoer betreft, als volgt gewijzigd:

6. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:
1°' "intracommunautair goederenvervoer ": vervoer van goederen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst op het grondgebied van twee verschillende Lid-Staten gelegen zijn. Met intracommunautair goederenvervoer wordt gelijkgesteld goederenvervoer waarvan de plaats van vertrek en die van aankomst in België zijn gelegen, wanneer dit vervoer rechtstreeks samenhangt niet goederenvervoer waarvan de plaats van vertrek en die van aankomst op het grondgebied van twee verschillende Lid-Staten zijn gelegen; "

De plaats van de dienst inzake intracommunautair goederenvervoer wordt voorts geregeld door het artikel 21, § 3, 3°, 3°bis, 3°ter, 4°, c), 4°bis, en 4°ter, van het Wetboek.

Deze bepalingen luiden als volgt:

3. In afwijking van § 2 wordt als plaats van de dienst aangemerkt:
...
...
3° de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het vervoerdiensten betreft;

3°bis in afwijking van 3°, wanneer het intracommunautair goederenvervoer betreft:

a) de plaats van het vertrek van het vervoer

b) in afwijking van a, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die van vertrek van het vervoer;

3°ter wanneer het de tussenkomst bij intracommunautair goederenvervoer betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2:

a) de plaats van het vertrek van het vervoer;

b) in afwijking van a, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst van de tussenpersoon aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die van vertrek van het vervoer;

4° de plaats waar de dienst materieel wordt verricht :

a)...
b)...
c)in verband met een activiteit die met vervoer samenhangt;
4°bis in afwijking van 4°, c, in verband met een activiteit die samenhangt met intracommunautair goederenvervoer, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die waar de dienst materieel wordt verricht;

4°ter wanneer het de tussenkomst betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, bij het verrichten van diensten in verband met activiteiten die samenhangen met intracommunautair goederenvervoer:

a) de plaats waar de met het goederenvervoer samenhangende diensten materieel worden verricht;

b) in afwijking van a, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst van de tussenpersoon aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die waar de met het goederenvervoer samenhangende diensten materieel worden verricht;".

Aangezien de vrijstelling vervat in artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, zonder voorwerp geworden is, werd deze bepaling door voornoemd koninklijk besluit van 22 december 1995, vanaf 1 januari 1996 opgeheven.

HOOFDSTUK 1.
INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER

§ 1. Definitie van intracommunautair goederenvervoer en gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer

3. De definitie van het intracommunautair goederenvervoer is nog steeds het vervoer van goederen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst op het grondgebied van twee verschillende Lid-Staten zijn gelegen.

Een dergelijk vervoer wordt hierna kortweg 'intracommunautair goederenvervoer' geheten.

4. Deze definitie (artikel 1, § 6, 1°, van het Wetboek) wordt echter vanaf 1 januari 1996 aangevuld met volgende bepaling:

"Met intracommunautair goederenvervoer wordt gelijkgesteld goederenvervoer waarvan de plaats van vertrek en die van aankomst in België zijn gelegen, wanneer dit vervoer rechtstreeks samenhangt met goederenvervoer waarvan de plaats van vertrek en die van aankomst op het grondgebied van twee verschillende Lid-Staten zijn gelegen."

Een dergelijk vervoer wordt hierna kortweg 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer' geheten.

Voorbeeld

5. Een Britse vervoersonderneming die belast is met een vervoer van goederen van Luik naar Londen, doet beroep op een Belgische vervoerder om het vervoer te verrichten van Luik naar Zeebrugge. Het vervoer dat de Belgische vervoerder verricht, is vanaf 1 januari 1996 een met intracommunautair goederenvervoer gelijkgesteld vervoer (het 'gelijkgesteld goederenvervoer'):

  • plaats van vertrek en aankomst zijn in het binnenland (België) gelegen
  • het vervoer houdt verband met een intracommunautair goederenvervoer (Luik - Londen).
6. Opdat een binnenlands goederenvervoer geacht wordt rechtstreeks samen te hangen met een intracommunautair goederenvervoer en bijgevolg geacht wordt ermee te zijn gelijkgesteld, dienen de drie navolgende voorwaarden terzelfder tijd vervuld te zijn:

Eerste voorwaarde

7. Het in België verrichte binnenlands goederenvervoer moet deel uitmaken van een volledig vervoertraject, waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst in twee verschillende Lid-Staten gelegen zijn.

Aan deze voorwaarde is voldaan wanneer de vervoerder kan aantonen dat het volledige door de goederen afgelegde traject, naast het door hem verrichte binnenlands vervoer, eveneens een intracommunautair goederenvervoer omvat.

Voor het overige is het van geen belang dat het door de vervoerder gepresteerde binnenlands vervoer voorafgaat aan het intracommunautair vervoer, dan wel daarop volgt, of nog, dat het binnenlands vervoer één of meerdere tussen twee intracommunautaire goederenvervoeren gelegen binnenlandse trajecten vormt. Kan de vervoerder bijgevolg aan de hand van in zijn bezit zijnde documenten aantonen dat zijn prestatie zich situeert tussen het aanvangspunt en de eindbestemming van een traject dat, globaal gesproken, als een intracommunautair goederenvervoer kan worden aangemerkt, dan kan zijn louter in het binnenland gelegen bijdrage aan dat vervoer als een met een intracommunautair goederenvervoer gelijkgestelde handeling worden aangemerkt.

Voorbeelden

a. We hernemen het voorbeeld onder nr. 5. Opdat het goederenvervoer van Luik naar Zeebrugge kan worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer, is het noodzakelijk dat de Belgische vervoerder aantoont dat het traject van Luik naar Zeebrugge deel uitmaakt van het globaal traject van Luik naar Londen.

b. Een Franse onderneming brengt een machine over vanuit haar vestiging in Grenoble naar haar zusterbedrijf in Angleur. De machine wordt per spoor vervoerd door de Franse en Belgische spoorwegen tot in Luik. Een Belgische vervoerder brengt de machine met een vrachtwagen van Luik naar Angleur. Het door de Belgische vervoerder gepresteerde binnenlands goederenvervoer kan worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer op voorwaarde dat de Belgische vervoerder aantoont dat het traject van Luik naar Angleur deel uitmaakt van het globaal traject van Grenoble naar Angleur.

Tweede voorwaarde

8. De persoon die het binnenlands goederenvervoer verricht, moet deze dienst, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks door bemiddeling van een tussenpersoon die handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, van het Wetboek, verstrekken aan de persoon die:

  • hetzij, de opdracht tot de uitvoering van het intracommunautair goederenvervoer heeft gegeven;
  • hetzij, zelf met de uitvoering van dit intracommunautair goederenvervoer werd belast.
Voorbeelden

a. We hernemen het voorbeeld onder nr. 5. Er kan worden vastgesteld dat het binnenlands vervoer kan worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer, aangezien de Belgische vervoerder deze dienstprestatie verstrekt aan een persoon (de Britse vervoersonderneming) die zelf met de uitvoering van een intracommunautair goederenvervoer werd belast.

b. We hernemen het voorbeeld onder nr. 7, b. Er kan worden vastgesteld dat het binnenlands vervoer kan worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer, aangezien de Belgische vervoerder deze dienstprestatie verstrekt aan een persoon (de Franse onderneming) die tot de uitvoering van een intracommunautair goederenvervoer opdracht heeft gegeven.

c. Een Duitse onderneming A verkoopt een partij goederen aan een Zweedse onderneming B. De goederen worden op last van de Duitse onderneming door vervoerder C vanuit Kortrijk, waar de goederen opgeslagen werden, tot in de haven van Antwerpen vervoerd. De Zweedse koper van zijn kant geeft aan een Belgische rederij de opdracht de goederen in Antwerpen op te halen en af te leveren in Malmö.

Het binnenlands vervoer, verricht door vervoerder C, kan niet worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer om reden dat diegene aan wie de dienstprestatie wordt verstrekt niet de persoon is die opdracht heeft gegeven tot het intracommunautair goederenvervoer, noch zelf met dit intracommunautair goederenvervoer werd belast.

d. P, particulier, laat een partij door hem geërfde meubelen vanuit Londen overbrengen naar Brussel. Hij doet daartoe beroep op X, vervoerscommissionair, die is gevestigd in België. X belast een Britse onderneming B met de overbrenging van de goederen van Londen naar Oostende. Hij doet vervolgens beroep op F, een Franse vervoersonderneming, om de goederen van Oostende naar Brussel over te brengen.

Het binnenlands vervoer door F is een gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer, aangezien hij deze dienst verstrekt aan een persoon die zowel zelf belast werd met het verrichten van het intracommunautair goederenvervoer, als zelf daartoe de opdracht heeft gegeven.

De dienst van X vindt plaats in Groot-Brittannië, plaats van vertrek van het vervoer van Londen naar Brussel (Wetboek, art. 21, § 3, 3°bis, a).

De dienst van B vindt in beginsel eveneens plaats in Groot-Brittannië, plaats van vertrek van het vervoer (Wetboek, art. 21, § 3, 3°bis, a), doch in afwijking hiervan kan de dienst gesitueerd worden in België, zijnde de Lid-Staat die aan X het BTW-identificatienummer waaronder de dienst aan hem is verleend, heeft uitgereikt (Wetboek, art. 21, § 3, 3°bis, b).

De dienst van F vindt plaats in België, plaats van vertrek van het vervoer van Oostende naar Brussel (Wetboek, art. 21, § 3, 3°bis, a). In de relatie tussen F en X is bijgevolg de Belgische BTW opeisbaar.

e. Hernemen we het voorbeeld onder d, doch we veronderstellen dat P, particulier, zelf rechtstreeks met B en F zou hebben gecontracteerd.

In dat geval wijzigt er niets aan de bepaling van de plaats van de dienst van F, zodat in de relatie F - P voor het vervoer Oostende-Brussel de Belgische BTW opeisbaar is.

De dienst van B daarentegen vindt in deze veronderstelling steeds plaats in Groot-Brittannië, plaats van vertrek van het vervoer (Wetboek, art. 21, § 3, 3°bis, a). De afwijking vervat in artikel 21, § 3, 3°bis, b, van het Wetboek kan niet van toepassing zijn gelet op het feit dat P niet voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd. In deze relatie is derhalve de Britse BTW opeisbaar.

Derde voorwaarde

9. In geval van een binnenlands goederenvervoer dat aan een intracommunautair goederenvervoer voorafgaat, moeten de goederen het land verlaten in dezelfde staat als deze waarin ze zich bevonden op het tijdstip waarop het binnenlands vervoer aanving.

In geval van een binnenlands goederenvervoer dat aansluit op een intracommunautair goederenvervoer, moeten de goederen bij aankomst van het binnenlands vervoer zich in dezelfde staat bevinden als deze waarin ze zich bevonden op het tijdstip waarop ze het land zijn binnengekomen.

In geval van een binnenlands goederenvervoer dat tussen twee 'intracommunautaire goederenvervoeren' is gelegen, moeten de goederen het land verlaten in dezelfde staat als waarin ze zich bevonden op het tijdstip dat ze het land zijn binnengekomen.

Het feit dat de goederen werden verpakt met het oog op hun vervoer of enige andere handeling ondergingen als bedoeld in het nr. 19, hierna, wordt niet als een wijziging van de staat ervan aangemerkt.

§ 2. Bepaling van de plaats van dienst en voldoening van de verschuldigde BTW

a)Algemeen
10. De bepaling voor de plaats van dienst van het 'intracommunautair goederenvervoer' is onveranderd gebleven. Wel wordt het toepassingsgebied van het betrokken artikel (art. 21, § 3, 3°bis, van het Wetboek) enigszins uitgebreid zodat deze bepaling van toepassing wordt op zowel het 'intracommunautair goederenvervoer' als op het 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer'.

11. De regeling voor de voldoening van de belasting is ongewijzigd gebleven maar heeft vanaf 1 januari 1996 zowel betrekking op het 'intracommunautair goederenvervoer' als op het 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer'.

b)Tabel
12. Deze tabel is overgenomen uit de aanschrijving nr. 13, van 13 juli 1993, en geeft een overzicht van de plaats van de dienst en de schuldenaar van de belasting, rekening houdend met de nieuwe definitie. Voor meer details en voorbeelden wordt naar voornoemde aanschrijving verwezen.

+ ------------------------------------------------------------------------+ ¦ INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER EN ¦ ¦ GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER ¦ ¦------------------------------------------------------------------------¦ ¦ Afnemer (geeft hij ¦ Lid-Staat (LS) ¦ Schulden van de belasting ¦ ¦ a/d verrichter een ¦ van taxatie ¦ ¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ (plaats van ¦ ¦ ¦ op?) ¦ dienst) ¦ ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ Geen BTW-identifi- ¦ LS van vertrek ¦ Verrichter (verplichting om ¦ ¦ catienummer ¦ (Wetboek, art. ¦ voor BTW-doeleinden ¦ ¦ ¦ 21, § 3, 3bis, ¦ geïdentificeerd te zijn of ¦ ¦ ¦ a) ¦ een aansprakelijk vertegen- ¦ ¦ ¦ ¦ woordiger te laten erkennen ¦ ¦ ¦ ¦ in LS van vertrek) (Wetboek, ¦ ¦ ¦ ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ LS van vertrek ¦ - Verrichter, indien gevestigd¦ ¦ toegekend door LS ¦(=LS identificatie¦ in LS van vertrek (Wetboek, ¦ ¦ van vertrek ¦ van de afnemer) ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦ ¦(Wetboek, art. 21, ¦ - Afnemer, in de andere ¦ ¦ ¦ § 3, 3°bis, a) ¦ gevallen (Wetboek, art. 51, ¦ ¦ ¦ ¦ § 2, 1°, b) ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ LS identificatie ¦ - Verrichter, indien gevestigd¦ ¦ toegekend door een ¦ van de afnemer ¦ in LS identificatie van de ¦ ¦ andere LS dan LS ¦(Wetboek, art. 21, ¦ van de afnemer (Wetboek, ¦ ¦ van vertrek ¦ § 3, 3°bis, b) ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦ ¦ ¦ - Afnemer, in de andere ¦ ¦ ¦ ¦ gevallen (Wetboek, art. 51, ¦ ¦ ¦ ¦ § 2, 1°, b) ¦ +------------------------------------------------------------------------+ Voor alle duidelijkheid wordt hier nog opgemerkt dat de ontvanger van de dienst zijn BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend door een andere Lid-Staat dan deze van vertrek van het intracommunautair goederenvervoer, mag opgeven voor de toepassing van artikel 21, § 3, 3°bis, b), zelfs indien hij in de Lid-Staat van vertrek eveneens voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd.

c)Opmerking
13. Krachtens artikel 1, § 6, van het Wetboek wordt slechts het met een intracommunautair goederenvervoer samenhangend goederenvervoer waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst zich in België bevinden, gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer.

Daarentegen bepaalt het artikel 28ter, C, 1°, van de Zesde Richtlijn dat "met intracommunautair goederenvervoer wordt gelijkgesteld goederenvervoer waarvan de plaats van vertrek en die van aankomst in het binnenland gelegen zijn, wanneer dit vervoer rechtstreeks samenhangt met goederenvervoer waarvan de plaats van vertrek en die van aankomst op het grondgebied van twee verschillende Lid-Staten gelegen zijn".

Bijgevolg, kan een binnenlands goederenvervoer dat plaatsheeft in een andere Lid-Staat dan België en dat samenhangt met een intracommunautair goederenvervoer, overeenkomstig de Zesde Richtlijn eveneens worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer.

Voor zover de overheid van de Lid-Staat waar het vervoer wordt verricht kan aanvaarden dat dit vervoer kan worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer (volgens de criteria die door deze Lid-Staat zijn bepaald), zal de plaats van de dienstverrichting overeenkomstig artikel 21, § 3, 3°bis, a) of b), van het Wetboek worden bepaald. Het is duidelijk dat de voorwaarden gesteld onder de nrs. 6 tot 9, hierboven, niet van toepassing zijn voor een binnenlands goederenvervoer waarvan de plaats van vertrek en die van aankomst gelegen zijn in een andere Lid-Staat.

Voorbeelden

a. Een Belgische vervoersonderneming die belast is met een goederenvervoer van Marseille naar Brussel doet beroep op een Franse vervoerder voor het vervoer van Marseille naar Parijs. Voor zover de Franse overheid aanvaardt dat het door de Franse vervoerder verrichte vervoer kan worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer en de ontvanger van de dienst zijn Belgisch BTW-identificatienummer opgeeft, zal deze dienstverrichting geacht worden plaats te vinden in België overeenkomstig artikel 21, § 3, 3°bis, b), van het Wetboek. Aanvaardt de Franse overheid die gelijkstelling niet, dan vindt het vervoer van Marseille naar Parijs daarentegen plaats in Frankrijk, op grond van artikel 21, § 3, 3°, van het Wetboek (plaats waar het vervoer plaatsvindt).

b. Een Belgisch particulier moet goederen laten vervoeren van Brussel naar Munchen. Hij doet beroep op een eerste vervoerder (A) voor het vervoer van Brussel naar Keulen en op een tweede vervoerder (B) voor het vervoer van Keulen naar Munchen. Voor zover de Duitse overheid aanvaardt dat het vervoer van Keulen naar Munchen kan worden gelijkgesteld met een intracommunautair goederenvervoer, zal deze dienstverrichting geacht worden plaats te vinden in Duitsland, plaats van vertrek van het vervoer (Wetboek, artikel 21, § 3, 3°bis, a). Aanvaardt de Duitse overheid die gelijkstelling niet, dan vindt het vervoer van Keulen naar Munchen eveneens plaats in Duitsland, doch in dit geval op grond van artikel 21, § 3, 3°, van het Wetboek (plaats waar het vervoer plaatsvindt).

§ 3. Bewijsvoering inzake gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer

14. Voor de toepassing van het nieuwe criterium inzake de bepaling van de plaats van dienst (artikel 21, § 3, 3°bis, van het Wetboek) is het noodzakelijk dat het bewijs wordt geleverd van het feit dat het 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer' rechtstreeks samenhangt met een 'intracommunautair goederenvervoer'. Er dient bijgevolg te worden aangetoond dat de voorwaarden, vervat onder de nrs. 6 t.e.m. 9, hiervoor, vervuld zijn.

15. Het bewijs dat het 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer' rechtstreeks verband houdt met een 'intracommunautair goederenvervoer' mag worden geleverd door alle op het vervoer betrekking hebbende documenten zoals de vervoerdocumenten (CMR of ieder ander begeleidend document), de contracten, of nog, een verklaring van de vervoerder die het 'intracommunautair goederenvervoer' verricht waarin hij bevestigt dat de bedoelde goederen naar of vanuit een andere Lid-Staat worden of werden vervoerd, enz.

Hoe dan ook, het lijdt geen twijfel dat een verklaring uitgaande van de afnemer van de dienst (eventueel op de bestelbon of op het dubbel van de factuur dat de vervoerder bewaart), waaruit blijkt dat het binnenlands vervoer wel degelijk verricht werd in het kader van een intracommunautair goederenvervoer, kan worden gevraagd. Dit bewijsmiddel is evenwel niet meer dan één enkel element naast andere en kan noch als absoluut noodzakelijk, noch als voldoende worden beschouwd om aan te nemen dat het vervoer samenhangt met een intracommunautair goederenvervoer.

Wat het bewijs inzake het globale traject betreft, kan worden gesteld dat het volstaat dat dit traject blijkt uit enig document, inzonderheid de vervoerdocumenten, en wordt voor het overige verwezen naar hetgeen werd gezegd onder het nr. 7, hierboven.

§ 4. Vermeldingen op de factuur

16. In het geval de afnemer van de dienst zijn BTW-identificatienummer aan de dienstverrichter mededeelt (b.v. door middel van de bestelbon), dient laatstgenoemde dit nummer te vermelden op de door hem uit te reiken factuur.

Gelet op hetgeen voorafgaat, heeft de vermelding van het BTW-identificatienummer van de afnemer op de factuur, in voorkomend geval, tot gevolg dat het afwijkend stelsel van toepassing is inzake:

  • het criterium voor het bepalen van de plaats van de dienst (Lid-Staat die aan de afnemer het BTW-identificatienummer heeft toegekend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die bepaald overeenkomstig het hoofdcriterium);
  • de aanduiding van de schuldenaar van de belasting (afnemer in plaats van de dienstverrichter, wanneer laatstgenoemde gevestigd is buiten de Lid-Staat waar de handeling plaatsvindt).
De buiten België gevestigde belastingplichtige die hier te lande handelingen verricht waarvoor zijn medecontractant schuldenaar is van de Belgische BTW, brengt op de factuur, in de plaats van het tarief en van het bedrag van de verschuldigde BTW, de volgende vermelding aan: "Belgische BTW te voldoen door de medecontractant" met een verwijzing naar het Belgisch BTW-Wetboek, artikel 51, § 2 of naar de Zesde Richtlijn, artikel 21, lid 1, b.

HOOFDSTUK 2.
DIENSTEN DIE SAMENHANGEN MET INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER OF GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER

§ 1. Algemeen

17. De regeling voor diensten die samenhangen met 'intracommunautair goederenvervoer' wordt vanaf 1 januari 1996 ook van toepassing op het 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer'.

§ 2. Definitie van de diensten die samenhangen met intracommunautair goederenvervoer of gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer

18. Opdat een dienst kan worden aangemerkt als samenhangend met "intracommunautair goederenvervoer of "gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer", dient de handeling terzelfder tijd aan de drie navolgende voorwaarden te voldoen:

Eerste voorwaarde

19. De handeling moet rechtstreeks slaan op het vervoerde goed en bovendien een directe band hebben met het vervoer. De Administratie aanvaardt dat de diensten opgesomd in navolgende niet-limitatieve lijst in elk geval beantwoorden aan deze voorwaarde:



het laden van goederen in schepen, boten, luchtvaartuigen, spoorwagons, vrachtwagens en andere vervoermiddelen;
het lossen van goederen uit dergelijke vervoermiddelen;
het overslaan van goederen uit een vervoermiddel in een ander vervoermiddel;
het overpompen van vloeibare producten, met of zonder verwarming, bij laden of lossen;
het stuwen (of stouwen), ontstuwen, verstuwen, trimmen (een schip in evenwicht brengen door verplaatsing van de lading);
het wegen, meten, peilen; de controle en de ambtshalve in ontvangstneming van de goederen; het tellen van zakken, vaten en balen; de hulpverlening bij deze handelingen en de controle erop; het in ontvangst nemen van goederen, het nemen en analyseren van monsters; het opmaken van gewicht- of meetnota's, luiklijsten en tallylijsten; het opmaken van rapporten en getuigschriften in verband met het meten, wegen en andere handelingen die verband houden met de in ontvangstneming van de goederen;
het beveiligen van goederen tegen slecht weer, diefstal, brandgevaar en ander gevaar voor verlies of vernieling;
het verpakken, overpakken en het uitpakken van goederen, voorzover deze handelingen verricht worden ten behoeve van het vervoer van de goederen, zoals: het verpakken van goederen in kisten, kratten of vaten, het paletteren van goederen, het opzakken, het opensnijden van zakken, het samenstellen en ontbinden van eenheidsladingen, het inladen in containers, het uitladen uit containers, het schoren en het ontschoren van goederen; de controle op voorgaande handelingen;
het klasseren en sorteren van goederen met het oog op het vervoer of het opbergen; het stofvrij maken en het ontsmetten van goederen;
10°het verplaatsen van goederen met bijzondere toestellen op kaaien en in opslagplaatsen;
11°het merken van zakken, vaten, enz.; het etiketteren, het verzegelen van goederen, containers en vervoermiddelen;
12°expertise van de vervoerde goederen in geval van beschadiging van de goederen tijdens het vervoer;
13°het opbergen en het bewaren van goederen en, meer algemeen, al de diensten die met deze handelingen verband houden en die verricht worden door de exploitant van de opslagplaats in het kader van een overeenkomst tot opslag van goederen, zoals het overpompen in silo's of tanks, de levering van warmte of koude, het behandelen van goederen in opslagplaatsen, silo's en tanks, het reinigen en ontsmetten van opslagplaatsen en tanks; de ligbevrachting.
20. De hiervoor opgesomde handelingen moeten bijgevolg worden verricht met het oog op een vervoer. Dit laatste vloeit veelal voort uit de aard van deze handelingen, doch dit laatste is niet steeds het geval. Uitgesloten zijn de handelingen die strikt noodzakelijk zijn voor het in de handel brengen van de goederen, los van enig vervoer, zoals bijvoorbeeld het verpakken, etiketteren en behandelen van goederen met het oog op de verkoop ervan in groot- of kleinhandel. Het conditioneren van goederen in blik, bokalen, kartonnen dozen en dergelijke, om in die verpakking door een groot- of kleinhandel te worden geleverd, is derhalve niet bedoeld.

Gelet op het gezegde in het vorige nr. 19, kan de handeling die bestaat in de herstelling, het onderhoud, de reiniging of de expertise van vervoermiddelen (b.v. vrachtwagens, bestelwagens, treinwagons, e.d.), niet aangemerkt worden als een dienst samenhangend met intracommunautair goederenvervoer of een gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer. De plaats van de dienst met betrekking tot deze handelingen wordt bepaald overeenkomstig het artikel 21, § 3, 2°, van het Wetboek.

Wat de opslag van goederen betreft, wordt verwezen naar het nr. 24, hierna.

Tweede voorwaarde

21. Het vervoer waarmee de handeling een band vertoont moet een intracommunautair goederenvervoer of een gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer zijn.

Derde voorwaarde

22. De handeling moet, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks door bemiddeling van een tussenpersoon die handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, van het Wetboek, worden verstrekt aan de persoon die:

  • hetzij, de opdracht tot uitvoering van het intracommunautair goederenvervoer of gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer heeft gegeven;
  • hetzij, zelf met de uitvoering van dit intracommunautair goederenvervoer of gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer werd belast.
Voorbeelden

23. a. Een Britse vervoersonderneming (A) die belast is met een vervoer van goederen van Luik naar Londen, doet beroep op een Belgische vervoerder (B) om het vervoer te verrichten van Luik naar Zeebrugge. De Britse vervoersonderneming (A) doet daarenboven beroep op een andere Belgische onderneming (C) voor het laden van de goederen op een vrachtwagen in Luik.

Het laden der goederen door de Belgische onderneming (C) is een handeling waarvoor de afwijking van artikel 21, § 3, 4°bis, kan gelden aangezien de dienst wordt verstrekt aan een persoon (de Britse vervoersonderneming (A)) die met de uitvoering van een intracommunautair goederenvervoer belast werd.

b. We hernemen het voorbeeld onder a, doch veronderstellen tevens dat de verkoper (D) die in België is gevestigd, de goederen heeft verkocht aan een Britse medecontractant (E). (D) laat de goederen in zijn magazijn te Luik vóór het vervoer door (A) aanvangt, verpakken in kisten door de Duitse ondernemer (F). De Britse koper (E) gaf opdracht aan (A) om de goederen in Luik op te halen.

Aangezien de dienst, verricht door (F), verstrekt wordt aan een persoon (de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde verkoper (D)) die noch de opdracht tot uitvoering van het vervoer heeft gegeven, noch zelf belast werd met deze uitvoering, is de handeling geen handeling die met het intracommunautair goederenvervoer of het gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer samenhangt.

De plaats van de dienst wordt derhalve bepaald overeenkomstig artikel 21, § 3, 2°, van het Wetboek (zie ook nr. 26, hierna).

Bijzonder geval: opslag van goederen

24. Enkel bedoeld is de opslag van goederen tijdens of in de loop van een intracommunautair goederenvervoer of een gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer. Deze handeling, die zich dient te situeren tussen het tijdstip van vertrek van het globale traject en het tijdstip van het bereiken van de eindbestemming van dit traject kan steeds beschouwd worden als een dienstverrichting die samenhangt met een intracommunautair goederenvervoer of een gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer.

In onderhavig geval is het bovendien noodzakelijk dat tevens voldaan is aan de derde voorwaarde (zie nr. 22, hierboven) opdat de handeling zou samenhangen met een intracommunautair goederenvervoer of gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer.

§ 3. Bepaling van de plaats van de dienst en voldoening van de verschuldigde BTW

25. Een dienstverrichting die beantwoordt aan de in de § 2, hierboven, vermelde voorwaarden, is een met een intracommunautair goederenvervoer of gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer samenhangende dienst, waarvoor de afwijking vervat in artikel 21, § 3, 4°bis, van het Wetboek, kan worden ingeroepen, zodat de plaats van de dienst naar de Lid-Staat waar de afnemer is geïdentificeerd kan worden verlegd.

Indien voormelde afwijking niet van toepassing is (b.v. de afnemer is een niet-belastingplichtige of de afnemer is een persoon die voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in de Lid-Staat van materiële uitvoering van de dienst), wordt de plaats van de dienst bepaald overeenkomstig artikel 21, § 3, 4°, c, van het Wetboek (plaats van materiële uitvoering).

De voorwaarden, vervat in de nrs. 18 t.e.m. 23, zijn niet van toepassing ten aanzien van de dienstverrichtingen met betrekking tot vervoerde goederen die materieel plaatsvinden in een andere Lid-Staat dan België. Dergelijke handelingen kunnen slechts de afwijking vervat in artikel 21, § 3, 4°bis genieten voor zover deze handelingen volgens de criteria bepaald in de Lid-Staat van materiële uitvoering als met intracommunautair goederenvervoer of met gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer samenhangende handelingen kunnen worden beschouwd.

26. De plaats van de dienstverrichting bedoeld in de nrs. 18 t.e.m. 23, die aan al de aldaar bedoelde voorwaarden beantwoorden behalve dat het vervoer waarmee ze samenhangen geen intracommunautair goederenvervoer of gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer is, moet worden bepaald volgens artikel 21, § 3, 4°, c, van het Wetboek (plaats van de materiële uitvoering).

Zijn dergelijke dienstverrichtingen niet samenhangend met enig vervoer, dan wordt de plaats van de dienst bepaald volgens de aard van elke handeling. Aldus wordt de opslag van goederen in dergelijk geval beheerst door artikel 21, § 3, 1°, van het Wetboek, en de overige handelingen m.b.t. de roerende goederen door artikel 21, § 3, 2°, van het Wetboek (z. evenwel beslissing E.T. 76.563, van 25 november 1992 (Z. BTW-Revue 102/181/962) en vraag nr. 530 dd. 22 april 1993 van de heer Volksvertegenwoordiger de Clippele (Z. BTW-Revue 107/101)).

Tenslotte wordt erop gewezen dat de bepaling vervat in artikel 21, § 3, 4°bis, van het Wetboek slechts van toepassing is wanneer de dienstverrichter uitsluitend één of meerdere met een intracommunautair goederenvervoer of met een gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer samenhangende handelingen verricht. Indien echter dergelijke handelingen worden verricht in het kader van een vervoerovereenkomst door de persoon die tevens met het goederenvervoer is belast, dan vormen deze handelingen een deel van de dienstprestatie bestaande in een goederenvervoer, zodat voor het geheel van zijn dienstverrichting het criterium vervat in artikel 21, § 3, 3°bis, van het Wetboek van toepassing is.

§ 4. Tabel

27. Alle mogelijke toepassingen worden weergegeven in onderstaande tabel. + ------------------------------------------------------------------------+ ¦ DIENSTEN SAMENHANGEND MET INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER ¦ ¦ OF MET GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER ¦ ¦------------------------------------------------------------------------¦ ¦ Afnemer (geeft hij ¦ Lid-Staat (LS) ¦ Schulden van de belasting ¦ ¦ a/d verrichter een ¦ van taxatie ¦ ¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ (plaats van ¦ ¦ ¦ op?) ¦ dienst) ¦ ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ Geen BTW-identifi- ¦ LS van materiële ¦ Verrichter (verplichting om ¦ ¦ catienummer ¦ uitvoering v/d ¦ voor BTW-doeleinden ¦ ¦ ¦ met het vervoer ¦ geïdentificeerd te zijn of ¦ ¦ ¦ samenhangende ¦ een aansprakelijk vertegen- ¦ ¦ ¦ dienst (Wetboek, ¦ woordiger te laten erkennen in¦ ¦ ¦ art. 21, § 3, ¦ LS van materiële uitvoering) ¦ ¦ ¦ 4°, c) ¦ (Wetboek, art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ LS van materiële ¦ - Verrichter, indien gevestigd¦ ¦ toegekend door LS ¦ uitvoering (= LS ¦ in LS van materiële ¦ ¦ van materiële ¦ identificatie v/d¦ uitvoering (Wetboek, ¦ ¦ uitvoering ¦ afnemer (Wetboek, ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦ ¦ art. 21, § 3, ¦ - Afnemer, in de andere ¦ ¦ ¦ 4°, c) ¦ gevallen (Wetboek, art. 51, ¦ ¦ ¦ ¦ § 2, 1°, b (*)) ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ LS identificatie ¦ - Verrichter, indien gevestigd¦ ¦ toegekend door een ¦ van de afnemer ¦ in LS identificatie van de ¦ ¦ andere LS dan LS ¦(Wetboek, art. 21, ¦ van de afnemer (Wetboek, ¦ ¦ van materiële ¦ § 3, 4°bis) ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦ uitvoering ¦ ¦ - Afnemer, in de andere ¦ ¦ ¦ ¦ gevallen (Wetboek, art. 51, ¦ ¦ ¦ ¦ § 2, 1°, b) ¦ +------------------------------------------------------------------------+ 28. (*) Artikel 51, § 2, 1°, b), van het Wetboek voorziet er niet in dat de afnemer van de dienst die voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd is, schuldenaar van de belasting is wanneer de dienstverrichter gevestigd is buiten België en de plaats van de dienst geacht wordt zich, overeenkomstig artikel 21, § 3, 4°, c), van het Wetboek, in België te situeren (plaats van de materiële uitvoering). In de mate nochtans dat deze handeling bijkomstig is aan een intracommunautair goederenvervoer of een gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer, wordt tevens toegestaan dat de afnemer van de dienst schuldenaar van de belasting is naar analogie met datgene waarin voorzien is voor de diensten bedoeld in artikel 21, § 3, 3°bis, 3°ter en 4°ter, van het Wetboek.

§ 5. Bewijsvoering en vermeldingen op de factuur

29. Wat de bewijsvoering betreft, wordt verwezen naar hetgeen gesteld wordt onder de nrs. 14 tot 15, hierboven. De vermeldingen op de factuur worden toegelicht onder het nr. 16, hiervoor.

HOOFDSTUK 3.
DIENSTEN VAN TUSSENPERSONEN BIJ 'INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER' OF 'GELUKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER'

§ 1. Algemeen

30. Worden hier bedoeld de diensten van lasthebbers en makelaars die tussenkomst verlenen bij een intracommunautair goederenvervoer of een gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer en die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, van het Wetboek.

De regels van toepassing voor de diensten van tussenpersonen bij 'intracommunautair goederenvervoer' worden thans ook van toepassing op het 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer' (uitbreiding van de werkingssfeer van art. 21, § 3, 3°ter, van het Wetboek).

§ 2. Tabel

31. Alle mogelijke toepassingen worden weergegeven in onderstaande tabel. + ------------------------------------------------------------------------+ ¦ TUSSENPERSONEN BIJ INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER OF ¦ ¦ GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER ¦ ¦------------------------------------------------------------------------¦ ¦ Afnemer (geeft hij ¦ Lid-Staat (LS) ¦ Schulden van de belasting ¦ ¦ a/d verrichter een ¦ van taxatie ¦ ¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ (plaats van ¦ ¦ ¦ op?) ¦ dienst) ¦ ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ Geen BTW-identifi- ¦ LS van vertrek ¦ Verrichter (verplichting om ¦ ¦ catienummer ¦ (Wetboek, art. ¦ voor BTW-doeleinden ¦ ¦ ¦ 21, § 3, 3ter, ¦ geïdentificeerd te zijn of ¦ ¦ ¦ a) ¦ een aansprakelijk vertegen- ¦ ¦ ¦ ¦ woordiger te laten erkennen ¦ ¦ ¦ ¦ in LS van vertrek) (Wetboek, ¦ ¦ ¦ ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ LS van vertrek ¦ - Verrichter, indien gevestigd¦ ¦ toegekend door LS ¦(=LS identificatie¦ in LS van vertrek (Wetboek, ¦ ¦ van vertrek ¦ van de afnemer) ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦ ¦(Wetboek, art. 21, ¦ - Afnemer, in de andere ¦ ¦ ¦ § 3, 3°ter, a) ¦ gevallen (Wetboek, art. 51, ¦ ¦ ¦ ¦ § 2, 1°, b) ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ LS identificatie ¦ - Verrichter, indien gevestigd¦ ¦ toegekend door een ¦ van de afnemer ¦ in LS identificatie van de ¦ ¦ andere LS dan LS ¦(Wetboek, art. 21, ¦ van de afnemer (Wetboek, ¦ ¦ van vertrek ¦ § 3, 3°ter, b) ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦ ¦ ¦ - Afnemer, in de andere ¦ ¦ ¦ ¦ gevallen (Wetboek, art. 51, ¦ ¦ ¦ ¦ § 2, 1°, b) ¦ +------------------------------------------------------------------------+ § 3. Voorbeeld 32. Een in België gevestigde scheepvaartonderneming (A) wordt door een Franse onderneming (D) belast met een goederenvervoer van Luik naar Londen. De onderneming (A) die niet over een vrachtwagen beschikt wenst beroep te doen op een vervoersonderneming voor het vervoer van Luik tot Zeebrugge. Hiertoe stelt (A) een lasthebber (B) aan om een geschikte vervoersonderneming te vinden. De lasthebber (B) vindt een geschikte, vervoersonderneming (C).

Het vervoer tussen Luik en Zeebrugge is een 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer'. De dienst van de tussenpersoon vindt plaats in de Lid-Staat van vertrek overeenkomstig artikel 21, § 3, 3°ter, a), van het Wetboek, d.w.z. in België. De afnemer van de dienst (A) geeft immers geen BTW-identificatienummer op van een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van vertrek.

Indien we veronderstellen in het gegeven voorbeeld dat de Franse onderneming (D) zelf rechtstreeks wenst te contracteren met vervoersonderneming (C) en zij hiervoor beroep doet op lasthebber (B) om dit contract tot stand te brengen, is de plaats van de dienst inzake het gelijkgesteld intracommunautair vervoer in Frankrijk gelegen, zijnde de Lid-Staat die aan de afnemer (D) het B1W-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem werd verleend (Wetboek, art. 21, § 3, 3°bis, b).

De dienstprestatie van de makelaar (B) vindt in dat geval eveneens plaats in Frankrijk op grond van artikel 21, § 3, 3°ter, b, van het Wetboek.

HOOFDSTUK 4.
DIENSTEN VAN TUSSENPERSONEN BIJ DIENSTEN DIE SAMENHANGEN MET 'INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER' OF 'GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER'

§ 1. Algemeen

33. De regels van toepassing voor de diensten van tussenpersonen bij diensten die samenhangen met 'intracommunautair goederenvervoer', worden thans ook van toepassing op het 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer' (uitbreiding van de werkingssfeer van art. 21, § 3, 4°ter, van het Wetboek).

§ 2. Tabel

34. Alle mogelijke toepassingen worden weergegeven in onderstaande tabel. + ------------------------------------------------------------------------+ ¦ TUSSENPERSONEN BIJ DIENSTEN SAMENHANGEND MET INTRACOMMUNAUTAIR ¦ ¦ GOEDERENVERVOER OF GELIJKGESTELD INTRACOMMUNAUTAIR GOEDERENVERVOER ¦ ¦------------------------------------------------------------------------¦ ¦ Afnemer (geeft hij ¦ Lid-Staat (LS) ¦ Schulden van de belasting ¦ ¦ a/d verrichter een ¦ van taxatie ¦ ¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ (plaats van ¦ ¦ ¦ op?) ¦ dienst) ¦ ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ Geen BTW-identifi- ¦ LS van materiële ¦ Verrichter (verplichting om ¦ ¦ catienummer ¦ uitvoering v/d ¦ voor BTW-doeleinden ¦ ¦ ¦ met het vervoer ¦ geïdentificeerd te zijn of ¦ ¦ ¦ samenhangende ¦ een aansprakelijk vertegen- ¦ ¦ ¦ dienst (Wetboek, ¦ woordiger te laten erkennen in¦ ¦ ¦ art. 21, § 3, ¦ LS van materiële uitvoering) ¦ ¦ ¦ 4°ter, a) ¦ (Wetboek, art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ LS van materiële ¦ - Verrichter, indien gevestigd¦ ¦ toegekend door LS ¦ uitvoering (= LS ¦ in LS van materiële ¦ ¦ van materiële ¦ identificatie v/d¦ uitvoering (Wetboek, ¦ ¦ uitvoering ¦ afnemer (Wetboek, ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦ ¦ art. 21, § 3, ¦ - Afnemer, in de andere ¦ ¦ ¦ 4°ter, a) ¦ gevallen (Wetboek, art. 51, ¦ ¦ ¦ ¦ § 2, 1°, b) ¦ ¦---------------------+------------------+-------------------------------¦ ¦ BTW-identificatienr.¦ LS identificatie ¦ - Verrichter, indien gevestigd¦ ¦ toegekend door een ¦ van de afnemer ¦ in LS identificatie van de ¦ ¦ andere LS dan LS ¦(Wetboek, art. 21, ¦ van de afnemer (Wetboek, ¦ ¦ van materiële ¦ § 3, 4°ter, b) ¦ art. 51, § 1, 1°) ¦ ¦ uitvoering ¦ ¦ - Afnemer, in de andere ¦ ¦ ¦ ¦ gevallen (Wetboek, art. 51, ¦ ¦ ¦ ¦ § 2, 1°, b) ¦ +------------------------------------------------------------------------+ § 3. Voorbeeld 35. Een in België gevestigde scheepvaartonderneming (A) wordt door een Franse onderneming (D) belast met een goederenvervoer van Luik naar Londen. De onderneming (A) die niet over een vrachtwagen beschikt wenst beroep te doen op een vervoersonderneming voor het vervoer van Luik tot Zeebrugge. Hiertoe stelt (A) een in België gevestigde vervoersonderneming (B) aan. De vervoersonderneming (B) stelt een lasthebber (C) aan om de geschikte persoon te vinden die de vrachtwagen kan laden te Luik. Lasthebber (C) vindt de geschikte onderneming (E) voor het laden van de goederen.

Het vervoer tussen Luik en Zeebrugge door (B) is een 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer'. Het laden van de vrachtwagen door (E) is dus een handeling die samenhangt met een 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer'.

De dienst van de tussenpersoon (C) vindt plaats in de Lid-Staat van materiële uitvoering van de met het vervoer samenhangende dienst overeenkomstig artikel 21, § 3, 4°ter, a), van het Wetboek, d.w.z. in België. De afnemer van de dienst (B) geeft immers geen BTW-identificatienummer op van een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van materiële uitvoering.

Indien we veronderstellen in het gegeven voorbeeld dat de Franse onderneming (D) zelf rechtstreeks wenst te contracteren met onderneming (E) en zij hiervoor beroep doet op lasthebber (C) om dit contract tot stand te brengen, is de plaats van de dienst inzake de handeling die samenhangt met een 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer' in Frankrijk gelegen, zijnde de Lid-Staat die aan de afnemer (D) het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem werd verleend (Wetboek, art. 21, § 3, 4°bis).

De dienstprestatie van makelaar (C) vindt in dat geval eveneens plaats in Frankrijk op grond van artikel 21, § 3, 4°ter, b, van het Wetboek.

OPHEFFINGSBEPALING EN INWERKINGTREDING



36.De aanschrijving nr. 3, van 1 februari 1995, wordt opgeheven.
In de aanschrijving nr. 13 van 13 juli 1993, wordt hoofdstuk V, mutatis mutandis, aangepast in de zin van het bepaalde in onderhavige aanschrijving.

De bepalingen van onderhavige aanschrijving m.b.t. de definities van de begrippen 'gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer' en 'diensten die samenhangen met intracommunautair goederenvervoer of gelijkgesteld intracommunautair goederenvervoer' treden in werking vanaf de publicatiedatum van deze aanschrijving.

Namens de Minister:
De Directeur-generaal,
F. BURNONVILLE