Circulaire 2020/C/140 over de belastingvermindering tax shelter 'COVID-19' voor ondernemingen die hun omzet sterk hebben zien dalen
Zie ook: Circulaire 2021/C/70 over de belastingvermindering tax shelter 'COVID-19' voor ondernemingen die hun omzet sterk hebben zien dalen
Belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van ondernemingen die hun omzet ingevolge de COVID-19-pandemie sterk hebben zien dalen. Commentaar op art. 15 van de wet van 15.07.2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III) (BS 23.07.2020).
inkomstenbelasting ; belastingvermindering ; tax shelter COVID-19 ; kleine en middelgrote onderneming ; COVID-19
FOD Financiën,
16.11.2020
Algemene Administratie van de Fiscaliteit –
Personenbelasting
I. Welke maatregel?
II. Voor wie?
III. Welke vennootschappen?
IV. Hoe moet men in deze vennootschappen investeren?
V. Belastingvermindering
V.1. Welke grenzen zijn bepaald voor de investeringen?
V.2. Wat is het tarief van de belastingvermindering?
V.3. Hoe werkt de overdracht van de vermindering?
V.4. In welke gevallen wordt een belastingvermeerdering toegepast?
VI. Verantwoordingsstukken
VII. Inwerkingtreding
VIII. Wetgeving
I. Welke maatregel?
1. Om de kmo-vennootschappen te ondersteunen die hun omzet ingevolge de COVID-19-pandemie sterk hebben zien dalen en daardoor nood hebben aan bijkomende financiële middelen, heeft de regering een maatregel genomen die belastingplichtigen moet aanmoedigen om in te schrijven op kapitaalsverhogingen van dergelijke vennootschappen. Het gaat om een tijdelijke maatregel (kapitaalverhogingen tot 31.12.2020).
II. Voor wie?
2. Worden beoogd, de rijksinwoners (onderworpen aan de personenbelasting).
De belastingvermindering kan ook worden verleend aan niet-inwoners (natuurlijke personen) voor wie de belasting wordt gevestigd via een aangifte in de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen) en die voldoen aan de 75 %-regel (1).
(1) Art. 243/1 en 244, WIB 92.
Geen beperkingen betreffende bedrijfsleiders
3. Bedrijfsleiders kunnen de belastingvermindering 'tax shelter Covid-19' krijgen voor investeringen in de vennootschap waarin zij rechtstreeks of onrechtstreeks hun activiteit van bedrijfsleider uitoefenen.
III. Welke vennootschappen?
4. De betrokken vennootschappen moeten gelijktijdig aan de volgende 11 voorwaarden voldoen:
1. Het moet gaan om een binnenlandse vennootschap of een vennootschap uit de Europese Economische Ruimte die in België over een 'Belgische inrichting' beschikt.
2. De omzet van de vennootschap is voor de periode van 14.03.2020 tot 30.04.2020 met minstens 30 % gedaald ten opzichte van dezelfde periode van 2019.
Voor vennootschappen die na 14.03.2019 werden opgericht anders dan in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen, wordt de in de periode van 14.03.2020 tot 30.04.2020 gerealiseerde omzet vergeleken met de in het financieel plan vooropgestelde omzet voor diezelfde periode.
3. De vennootschap moet voldoen aan de definitie van kleine vennootschap op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan, moet het gaan om een kleine vennootschap. Het moet gaan om een vennootschap met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt:
- jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50
- jaaromzet, exclusief btw: 9.000.000 euro
- balanstotaal: 4.500.000 euro.
Deze criteria worden niet geïndexeerd.
Wanneer meer dan één van de bedoelde criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet. In dat geval gaan de gevolgen in vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar gedurende hetwelk meer dan één van de criteria voor de tweede keer werden overschreden of niet meer werden overschreden. Dit betekent dat een vennootschap door een eenmalige overschrijding haar statuut van kleine vennootschap niet zal verliezen.
In het geval van verbonden vennootschappen, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium jaargemiddelde van het aantal werknemers betreft, wordt het aantal werknemers dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld opgeteld.
Vennootschappen die hun activiteit starten, moeten die criteria bij het begin van het boekjaar te goeder trouw schatten. Indien uit deze schatting blijkt dat meer dan één van de criteria zullen worden overschreden gedurende het eerste boekjaar, moet daar voor dat eerste boekjaar meteen rekening mee worden gehouden. Dit houdt in dat, als uit het financieel plan zou blijken dat meer dan één van de drempels meteen zouden worden overschreden, de vennootschap niet mag worden beschouwd als een kleine vennootschap.
4. De vennootschap mag geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap zijn.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
5. De vennootschap mag geen 'vastgoedvennootschap' zijn.
Wat wordt bedoeld met een vastgoedvennootschap? Dit is een vennootschap met als statutair hoofddoel of als voornaamste activiteit de oprichting, de verwerving, het beheer, de verbouwing, de verkoop of de verhuur van vastgoed voor eigen rekening of het bezit van deelnemingen in vennootschappen met een soortgelijk doel.
De woorden 'voor eigen rekening' impliceren in het kader van deze wetsbepaling dat de onroerende goederen zijn geïnvesteerd in het patrimonium van de vennootschap (in de boekhouding opgenomen onder vaste activa). Zo zijn bijvoorbeeld de patrimoniumvennootschappen uitgesloten.
Zijn eveneens uitgesloten, vennootschappen waarin onroerende goederen (of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen) zijn ondergebracht waarvan een bedrijfsleider met mandaat (natuurlijk persoon) of diens echtgenoot of niet-ontvoogde minderjarige kinderen, het gebruik hebben.
Een vennootschap die eigenaar is van een onroerend goed waarin de zaakvoerder (natuurlijk persoon) woont, is dus zonder meer uitgesloten.
Zijn daarentegen in principe toegelaten, indien uiteraard aan alle andere voorwaarden is voldaan:
- een vennootschap actief in de bouwsector die goederen renoveert of bouwt voor andere eigenaars
- aannemers die gebouwen oprichten om deze vervolgens te verkopen
- vennootschappen waarvan het statutair hoofddoel bemiddeling in onroerend goed is, d.w.z. makelaarskantoren die zich bezighouden met het zoeken van kopers voor goederen van anderen of met het beheren van de verhuur van goederen die aan anderen toebehoren.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
6. De vennootschap mag niet zijn opgericht met het oog op het afsluiten van management- of bestuurdersovereenkomsten of haar voornaamste bron van inkomsten halen uit management- of bestuurdersovereenkomsten.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
7. De vennootschap is niet beursgenoteerd. Beursgenoteerde vennootschappen hebben voldoende mogelijkheden om risicokapitaal aan te trekken.
8. De vennootschap mag geen onderneming in moeilijkheden zijn in de zin van artikel 2, § 1, 4°/2, WIB 92.
Onder onderneming in moeilijkheden wordt een onderneming verstaan:
- waarvoor een aangifte of vordering tot faillietverklaring is ingesteld of waarvan op dat ogenblik het beheer van het actief geheel of ten dele is ontnomen zoals bepaald in de artikelen XX.32 en XX.100 van het Wetboek van economisch recht
- waarvoor een procedure van gerechtelijke reorganisatie is geopend zoals bepaald in titel V van boek XX van het Wetboek van economisch recht
- die een ontbonden vennootschap is en zich in staat van vereffening bevindt
- waarvan ten gevolge van geleden verlies het netto actief is gedaald tot minder dan de helft van het vaste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal
- die steun heeft ontvangen die door de Europese Commissie geacht wordt verenigbaar te zijn met de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden van 31.07.2014 (PB C 249) of met artikel 107, derde lid, b, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en die in het geval van reddingssteun de lening nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft beëindigd of in het geval van herstructureringssteun zich nog steeds in de herstructureringsfase bevindt.
9. De vennootschap gebruikt de ontvangen sommen niet voor:
- de uitkering van dividenden als bedoeld in artikel 18, WIB 92, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves als bedoeld in de artikelen 184quater en 541, WIB 92
- een kapitaalvermindering met inbegrip van een kapitaalvermindering als bedoeld in artikel 537, WIB 92, of enige andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen
- de aankoop van aandelen
- het verstrekken van leningen.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
Dit belet evenwel de uitkering van dividenden aan aandeelhouders niet gedurende die periode, met dien verstande dat de sommen ontvangen in het kader van de belastingvermindering 'tax shelter COVID-19' hier niet voor mogen dienen.
10. De vennootschap:
- houdt geen rechtstreekse deelneming aan in een vennootschap die gevestigd is in een staat die is opgenomen op één van de lijsten waarnaar wordt verwezen in artikel 307, § 1/2, WIB 92, of een staat die is opgenomen in de lijst in artikel 179, KB/WIB 92
- doet geen betalingen aan vennootschappen die gevestigd zijn in één van de in het eerste streepje bedoelde staten waarvan niet kan worden aangetoond dat ze werden verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen die het gevolg zijn van rechtmatige financiële of economische behoeften en die samengenomen meer bedragen dan 100.000 euro per belastbaar tijdperk.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
11. De vennootschap heeft na betaling van de sommen via de belastingvermindering tax shelter COVID-19 niet meer dan 250.000 euro (2) fiscaal aangemoedigde inbrengen ontvangen.
(2) Dit bedrag wordt niet geïndexeerd overeenkomstig art. 178, WIB 92.
Dit maximumbedrag van 250.000 euro staat los van de maximumbedragen die gelden voor de belastingvermindering voor de verwerving van aandelen van startende ondernemingen of groeibedrijven (artikelen 145^26 en 145^27, WIB 92). Voor meer uitleg hierover, zie nr. 11 hierna.
IV. Hoe moet men in deze vennootschappen investeren?
5. De rechtstreekse verwerving van nieuwe aandelen van de betrokken vennootschappen is de enige investeringsmogelijkheid die recht geeft op de belastingvermindering.
Het is dus niet mogelijk om onrechtstreeks te investeren, bijvoorbeeld via een crowdfundingplatform.
6. De maatregel betreft nieuwe aandelen waarop wordt ingeschreven naar aanleiding van een kapitaalverhoging tussen 14.03.2020 en 31.12.2020.
Het mag dus niet gaan om bestaande aandelen.
Het moet gaan om aandelen op naam, ingeschreven in het aandeelhoudersregister gehouden door de vennootschap.
Die aandelen moeten een fractie vertegenwoordigen van het kapitaal van de betrokken vennootschap.
Zij moeten in geld zijn betaald. Inbrengen in natura, evenals quasi-inbrengen als bedoeld in artikel 7:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn uitgesloten.
De belastingvermindering is ook niet van toepassing op de betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks worden gefinancierd met een afname van een vordering op die vennootschap of met een schuld aan die vennootschap. Dit betreft kapitaalverhogingen gefinancierd met middelen die uit de vennootschap worden gehaald. Hiermee worden bijvoorbeeld kapitaalverhogingen bedoeld die worden gefinancierd met een door de vennootschap verstrekte lening of met een terugbetaling van een (deel van een) rekening-courant. Het doel van de maatregel is immers om de vennootschap van bijkomende financiële middelen te voorzien en niet om de financiële middelen waarover de vennootschap reeds beschikt om te zetten in 'kapitaal'.
7. De aandelen moeten volledig volstort zijn, d.w.z. volledig betaald, uiterlijk op 31.12.2020.
V. Belastingvermindering
V.1. Welke grenzen zijn bepaald voor de investeringen?
Grenzen in hoofde van de investeerder
Begrenzing van vertegenwoordiging van het kapitaal van de vennootschap
8. De vertegenwoordiging van het kapitaal van de vennootschap mag niet meer bedragen dan 30 %.
In geval van overschrijding geven de betalingen waardoor de vertegenwoordiging van 30 % wordt overschreden, geen recht op de belastingvermindering.
De berekening van die vertegenwoordiging van 30% moet gebeuren op basis van het aantal aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen.
Deze berekening gebeurt in functie van de toestand na de kapitaalverhoging.
Maximumbedrag van de investering per persoon
9. Het bedrag van de investering dat in aanmerking komt voor de belastingvermindering is begrensd tot 100.000 euro (3) per persoon (4).
(3) Dit maximumbedrag wordt niet geïndexeerd overeenkomstig art. 178, WIB 92.
(4) Echtgenoten (of wettelijk samenwonenden) hebben elk recht op dit maximumbedrag.
Dit maximumbedrag staat los van eventuele investeringen tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk in aandelen die recht kunnen geven op de twee andere belastingverminderingen tax shelter:
- de belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van startende ondernemingen ('tax shelter start-up')
- de belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van groeibedrijven ('tax shelter scale-up').
Het is dus mogelijk dat een persoon die een investering doet van 100.000 euro die recht geeft op de belastingvermindering tax shelter COVID-19 ook een van de andere twee belastingvermindering tax shelter kan krijgen, of zelfs beide, op voorwaarde dat het gaat om andere uitgaven.
Geen cumul met bepaalde fiscale voordelen
10. Voor eenzelfde uitgave mag er geen cumul zijn met volgende fiscale voordelen:
- de belastingvermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen
- de belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds
- de belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van startende ondernemingen ('tax shelter start-up')
- de belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van groeibedrijven ('tax shelter scale-up').
De belastingvermindering is ook niet van toepassing op de uitgaven die in aanmerking zijn genomen voor de toepassing van een gewestelijke belastingvermindering of een gewestelijk belastingkrediet.
Grenzen in hoofde van de vennootschap
11. De vennootschap mag na betaling van de sommen via de belastingvermindering tax shelter COVID-19 niet meer dan 250.000 euro (5) fiscaal aangemoedigde inbrengen hebben ontvangen.
(5) Dit bedrag wordt niet geïndexeerd overeenkomstig art. 178, WIB 92.
Dit maximumbedrag van 250.000 euro staat los van de maximumbedragen die gelden voor de belastingvermindering voor de verwerving van aandelen van startende ondernemingen of groeibedrijven (artikelen 145^26 en 145^27, WIB 92).
Een vennootschap kan dus tot 500.000 euro aan middelen ophalen via bijvoorbeeld de maatregel voor groeibedrijven en bijkomend 250.000 euro via deze tijdelijke maatregel. Een recent opgerichte vennootschap kan tot 250.000 euro ophalen via de maatregel voor startende ondernemingen en bijkomend 250.000 euro via deze tijdelijke maatregel.
12. De grens van 250.000 euro betreft enkel de investeringen die recht hebben gegeven op de belastingvermindering.
Wanneer deze grens wordt overschreden, geven enkel de eerste 250.000 euro die voldoen aan alle voorwaarden, recht op de belastingvermindering.
V.2. Wat is het tarief van de belastingvermindering?
13. De belastingvermindering is gelijk aan 20 % van het in aanmerking te nemen bedrag, na aftrek van de eventuele verbonden kosten.
V.3. Hoe werkt de overdracht van de vermindering?
14. De belastingvermindering wordt aangerekend overeenkomstig artikel 178/1, WIB 92. Vermits de vermindering overdraagbaar is (zie hierna), wordt ze aangerekend net vóór de belastingverminderingen die in een belastingkrediet kunnen worden omgezet.
Het gedeelte van de overeenkomstig de wet verleende belastingvermindering dat na toepassing van artikel 178/1, WIB 92, niet is aangerekend, wordt achtereenvolgens overgedragen naar elk van de drie belastbare tijdperken volgend op het belastbare tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend.
De belastingvermindering wordt echter niet overgedragen naar het belastbaar tijdperk waarin de belastingvermindering gedeeltelijk moet worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering (6).
(6) Zie hierna de gevallen waarin een belastingvermeerdering wordt toegepast.
De belastingvermindering die niet meer kan worden overgedragen, wordt aangerekend vóór de belastingverminderingen die nog naar de volgende belastbare tijdperken kunnen worden overgedragen. Wanneer de overdraagbare belastingverminderingen betrekking hebben op uitgaven die in verschillende belastbare tijdperken werden gedaan, worden de belastingverminderingen voor de oudste uitgaven eerst aangerekend.
15. Deze belastingvermindering kan niet worden terugbetaald (geen belastingkrediet).
V.4. In welke gevallen wordt een belastingvermeerdering toegepast?
16. Wanneer bepaalde voorwaarden niet worden gerespecteerd tijdens een termijn van 60 maanden, zal een belastingvermeerdering worden toegepast.
Deze vermeerdering komt overeen met een gedeeltelijke terugname van de voorheen verleende belastingvermindering.
De terugname gebeurt voor het jaar waarin de voorwaarde niet langer is vervuld. De terugname wordt berekend in functie van het aantal 'ontbrekende volle maanden' vanaf de datum waarop de voorwaarde niet langer is vervuld tot het einde van de termijn van 60 maanden.
Concreet wordt, om het bedrag van de terugname te berekenen, het bedrag van de voorheen verleende belastingvermindering dus vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal ontbrekende maanden en de noemer gelijk is aan 60.
Als de voorwaarden niet meer zijn vervuld na de betrokken termijn, is er geen probleem.
Een terugname van de belastingvermindering is momenteel mogelijk in twee gevallen.
A. De investeerder behoudt zijn aandelen niet gedurende 60 maanden
17. Als de investeerder zijn nieuwe aandelen van de vennootschap overdraagt binnen de 60 maanden na de aanschaffing ervan, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen.
18. Als de datum van overdracht onbekend is, zal er worden vanuit gegaan dat de investeerder de aandelen op 1 januari van dat jaar heeft vervreemd (7).
(7) Parlementaire stukken, DOC 55 1390/001, blz. 17.
19. Onder 'overdragen' moet ook worden verstaan, de sluiting van de vereffening van vennootschap waarin werd geïnvesteerd.
Wanneer de sluiting van de vereffening het gevolg is van de faillietverklaring van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, moet niet meer worden voldaan aan de voorwaarde van behoud van de investering vanaf het belastbare tijdperk waarin de sluiting van de vereffening ten gevolge van faillietverklaring heeft plaatsgevonden.
20. In geval van overlijden van de aandeelhouder, stopt de verplichting tot behoud van de investering gedurende 60 maanden zonder sanctie. In dat geval is er dus, in tegenstelling tot bij de overdracht van de investering, geen belastingvermeerdering.
B. De vennootschap voldoet niet aan bepaalde voorwaarden gedurende 60 maanden
21. Van de 11 voorwaarden waaraan de vennootschap moet voldoen, zijn er 5 voorwaarden die moeten worden voldaan gedurende 60 maanden volgend op de volstorting van de aandelen:
- de vennootschap mag geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap zijn
- de vennootschap mag geen 'vastgoedvennootschap' zijn
- de vennootschap mag niet zijn opgericht met het oog op het afsluiten van management- of bestuurdersovereenkomsten of haar voornaamste bron van inkomsten halen uit management- of bestuurdersovereenkomsten
- de vennootschap mag de ontvangen sommen niet gebruiken voor:
* de uitkering van dividenden als bedoeld in artikel 18, WIB 92, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves als bedoeld in de artikelen 184quater en 541, WIB 92
* een kapitaalvermindering met inbegrip van een kapitaalvermindering als bedoeld in artikel 537, WIB 92 of enige andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen
* de aankoop van aandelen
* het verstrekken van leningen
- de vennootschap mag niet gelieerd zijn aan een belastingparadijs of bepaalde betalingen doen aan belastingparadijzen.
VI. Verantwoordingsstukken
22. De investeerder moet documenten die jaarlijks worden opgesteld door de vennootschap, ter beschikking houden van de administratie.
Moeten worden opgesteld:
- een document voor het jaar van verwerving van de nieuwe aandelen van de vennootschap
- een document voor elk van de vijf jaren volgend op het jaar waarvoor de belastingvermindering wordt verleend.
Het eerste document bevestigt:
- dat de voorwaarden voor het verlenen van de belastingvermindering zijn voldaan
- dat de investeerder de aandelen in het belastbare tijdperk heeft aangeschaft
- en dat hij deze op het einde van dat belastbare tijdperk nog in zijn bezit heeft.
Het document voor elk van de vijf volgende jaren bevestigt dat de investeerder de aandelen nog steeds in zijn bezit heeft.
23. Een (nog te verschijnen) koninklijk besluit zal bepalen op welke wijze deze bewijzen moeten worden geleverd. Een (te verschijnen) bericht in het Belgisch Staatsblad zal een model van attest voorstellen.
VII. Inwerkingtreding
24. Deze tijdelijke belastingvermindering heeft enkel betrekking op aandelen waarop rechtstreeks wordt ingeschreven naar aanleiding van een kapitaalverhoging tussen 14.03.2020 en 31.12.2020 inbegrepen. De aandelen moeten uiterlijk op 31.12.2020 volledig zijn volstort, d.w.z. volledig betaald.
VIII. Wetgeving
25. Artikel 15 van de wet van 15.07.2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III) (BS 23.07.2020).
Interne ref.: 725.631
