Circulaire nr. 12/2006 (AFZ 9/2006) d.d. 18.05.2006


Taks op de beursverrichtingen
Taks op de aflevering van effecten aan toonder


Deze circulaire bevat de eerste commentaar op de artikelen inzake de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder, met inbegrip van de teruggavenregeling, die werden gewijzigd bij

  • de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2005, editie 2;
  • de programmawet van 27 december 2004, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004, editie 2;
  • het koninklijk besluit van 17 januari 2005 tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en tot organisatie van de terugbetaling van de taks op de beursverrichtingen en van de taks op de aflevering van effecten aan toonder, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 januari 2005, editie 2;
  • de wet van 28 april 2005 houdende de plafonnering van de taks op de beursverrichtingen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 mei 2005, editie 3.
Deze circulaire bevat de volgende bijlagen:

  • bijlage 1: uittreksel uit de wet van 15 december 2004;
  • bijlage 2: uittreksel uit de programmawet van 27 december 2004;
  • bijlage 3: het koninklijk besluit van 17 januari 2005;
  • bijlage 4: de wet van 28 april 2005;
  • bijlage 5: de gecoördineerde tekst van de gewijzigde artikelen van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
INHOUDSOPGAVE

COMMENTAAR
1.De Wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten
1.1. Leningen van effecten (art.126^1, 15°, WZGT)
1.2. Inwerkingtreding
2. De programmawet van 27 december 2004
2.1.Inleiding
Bepalingen betreffende de taks op de beursverrichtingen
2.2. Artikel 120 WZGT (artikel 344 van de programmawet)
2.2. a)Commentaar
2.2. b)Inwerkingtreding
2.3. Artikel 121 WZGT (artikel 345 van de programmawet)
2.3. a)Commentaar
2.3. b)Inwerkingtreding
2.4. Artikel 122 WZGT (artikel 346 van de programmawet)
2.4. a)Commentaar
2.4. b)Inwerkingtreding
2.5. Artikel 123 WZGT (artikel 347 van de programmawet)
2.5. a)Commentaar
2.5. b)Inwerkingtreding
2.6. Artikel 124 WZGT (artikel 348 van de programmawet)
2.6. a)Commentaar
2.6. b)Inwerkingtreding
2.7.Artikel 126^1 WZGT (artikel 349 van de programmawet)
2.7. a)Commentaar
2.7. b)Inwerkingtreding
2.8. Artikel 129 WZGT (artikel 350 van de programmawet)
2.8. a)Commentaar
2.8. b)Inwerkingtreding
2.9. Artikel 139 WZGT (artikel 351 van de programmawet)
2.9. a)Commentaar
2.9. b)Inwerkingtreding
2.10. Artikel 139bis WZGT (artikel 352 van de programmawet)
2.10. a)Commentaar
2.10. b)Inwerkingtreding
Bepalingen betreffende de taks op de aflevering van effecten aan toonder
2.11. Artikel 159 WZGT (artikel 353 van de programmawet)
2.11. a)Commentaar
2.11. b)Inwerkingtreding
2.12. Artikel 161 WZGT (artikel 354 van de programmawet)
2.12. a)Commentaar
2.12. b)Inwerkingtreding
2.13. Artikel 162 WZGT (artikel 355 van de programmawet)
2.13. a)Commentaar
2.13. b)Inwerkingtreding
2.14. Artikel 163 WZGT (artikel 356 van de programmawet)
2.14. a)Commentaar
2.14. b)Inwerkingtreding
2.15. Artikel 164 WZGT (artikel 357 van de programmawet)
2.15. a)Commentaar
2.15. b)Inwerkingtreding
De regeling van de teruggaven inzake de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder
2.16.Wie is er gerechtigd op de teruggave?
2.17.De verrichtingen die voor teruggave in aanmerking komen
2.18.Verjaringstermijn: principe
2.19.Bepaling van de dag waarop de rechtsvordering ontstaat
2.20.Verlenging van de verjaringstermijn
2.21.Verlenging van de verjaringstermijn: praktische gevolgen
2.22. Uitvoeringsbepaling
2.23.Inwerkingtreding
Het koninklijk besluit van 17 januari 2005 tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en tot organisatie van de terugbetaling van de taks op de beursverrichtingen en van de taks op de aflevering van effecten aan toonder
3.1.Wijziging van de Algemene Verordening (art. 217^4 en 217^5 en bijlage nr. 2 AV WZGT)
3.2.Teruggave van de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder die werden geheven op de uitgifte van nieuwe effecten
3.3. Inwerkingtreding
4.De wet van 28 april 2005 houdende de plafonnering van de taks op de beursverrichtingen
4.1.Plafonnering van de taks op de beursverrichtingen (art. 124 WZGT)
4.2.Inwerkingtreding
Bijlage 1: uittreksel uit de wet van 15 december 2004
Bijlage 2: uittreksel uit de programmawet van 27 december 2004
Bijlage 3: het koninklijk besluit van 17 januari 2005
Bijlage 4: de wet van 28 april 2005
Bijlage 5: gecoördineerde teksten van de wijzigingen WZGT
COMMENTAAR

De hoger vermelde wetten en het voormeld koninklijk besluit hebben de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder grondig gewijzigd. De wijzigingen die aan het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (verder WZGT) werden aangebracht zullen chronologisch op datum van de betrokken wet of het desbetreffende besluit worden toegelicht.

1. De wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten .

Deze wet zet richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiële-zekerheidsovereenkomsten om naar Belgisch recht (ook wel "collateral"-richtlijn). Zij voert een specifieke regeling in voor de zakelijke zekerheden met betrekking tot financiële instrumenten of contanten en voor de nettingovereenkomsten. Om het nut van deze omzetting vanuit economisch oogpunt te verzekeren - en tevens een coherente regeling in te voeren - voorziet deze wet in een aantal daarvoor noodzakelijke aanvullingen op fiscaal vlak. Zo heft artikel 68 van deze wet onderdeel 15° van Artikel 126 1 WZGT op.

Voor de volledigheid kan nog worden vermeld dat in hetzelfde Belgisch Staatsblad van 1 februari 2005 (ed. 2) het koninklijk besluit van 20 januari 2005 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake roerende voorheffing op inkomsten betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, eveneens werd bekendgemaakt.

1.1. Leningen van effecten (art. 126^1, 15°, WZGT).

Het vroegere Artikel 126 1, 15°, WZGT stelde de leningen van effecten vrij van de taks op de beursverrichtingen. Deze bepaling was overbodig.

Artikel 120, 1°, WZGT onderwerpt elke verkoop, elke aankoop en meer in het algemeen elke afstand en elke verwerving onder bezwarende titel van Belgische of vreemde financiële instrumenten, die in België wordt aangegaan of uitgevoerd, aan de taks op de beursverrichtingen. Welnu, de leningen van effecten bedoeld in Artikel 126 1, 15°, WZGT hebben, niettegenstaande het feit dat de eigendom/gerechtigheid van de geleende financiële instrumenten op de lener wordt overgedragen, de vervreemding van de financiële instrumenten niet tot hoofddoel. De eigendomsoverdracht is dan ook als het ware slechts een tijdelijk gevolg van de lening. De uitlening van financiële instrumenten kan dan ook in essentie niet als een overdracht worden beschouwd.

De lening van effecten betreft dus geen afstand of verwerving - zoals beoogd bij artikel 120, 1°, WZGT - en is bijgevolg niet onderworpen aan de taks op de beursverrichtingen. Het is evenwel essentieel dat de verplichting tot teruggave ten laste van de lener slaat op financiële instrumenten van gelijke soort, dezelfde kwaliteit en dezelfde hoeveelheid als de geleende financiële instrumenten.

De niet eisbaarheid van de taks betreft enkel de verrichtingen tussen de uitlener en de lener in het kader van de lening van effecten. De taks is dus wel opeisbaar - behalve bij een eventuele vrijstelling krachtens artikel 126 1 WZGT - uit hoofde van de afstand van de financiële instrumenten door de lener aan de koper alsook uit hoofde van de latere verwerving door de lener van de financiële instrumenten die hij moet teruggeven aan de uitlener van de financiële instrumenten.

Om elke dubbelzinnigheid betreffende het toepassingsgebied van de taks te vermijden wordt een uitdrukkelijke vrijstelling van de taks op de beursverrichtingen overbodig geacht. De vrijstelling die bij artikel 1 van de wet van 4 april 1995 houdende fiscale en financiële bepalingen werd ingevoegd inzake de lening van financiële instrumenten (bondlending) wordt dan ook opgeheven: iets wat niet onder het toepassingsgebied van de taks valt kan niet tezelfdertijd van de taks worden vrijgesteld.

1.2. Inwerkingtreding.

Door het ontbreken van een specifieke bepaling houdende de inwerkingtreding van artikel 68 van deze wet, trad de opheffing van artikel 126 1, 15°, WZGT in werking op de 10de dag na de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad. De bepaling is bijgevolg in werking getreden op 11 februari 2005.

2. De programmawet van 27 december 2004.

2.1. Inleiding.

De programmawet van 27 december 2004 bevat in "Hoofdstuk VII. - Taks op de beursverrichtingen en taks op de aflevering van effecten aan toonder" een aantal bepalingen (artikelen 344 tot 359) die het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen grondig wijzigen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van het arrest van 15 juli 2004 dat door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd geveld over de toepassing van richtlijn 69/335/EEG van de Raad van 17 juli 1969 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (*).
[(*) Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 15 juli 2004 in zaak C-415/02: Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninklijk België (Niet-nakoming - Indirecte belastingen - Richtlijn 63/335/EEG - Bijeenbrengen van kapitaal - Taks op beursverrichtingen - Taks op aflevering van effecten aan toonder), PB. C. 228, 11 september 2004, p. 7-8.]

Het dictum van het arrest luidt als volgt :

"1)
  • Door de inschrijving, in België, op nieuwe effecten die zijn uitgegeven hetzij bij de oprichting van een vennootschap of een beleggingsfonds, hetzij na een kapitaalverhoging, hetzij bij de uitgifte van een lening, te onderwerpen aan de taks op de beursverrichtingen, en
  • door de materiële overhandiging van effecten aan toonder die Belgische of buitenlandse openbare fondsen betreffen, wanneer het gaat om nieuwe effecten die zijn uitgegeven hetzij bij de oprichting van een vennootschap of een beleggingsfonds, hetzij na een kapitaalverhoging, hetzij bij de uitgifte van een lening, te onderwerpen aan de taks op de aflevering van effecten aan toonder, is het Koninkrijk België de op hem, krachtens artikel 11 van richtlijn 69/335/EEG van de Raad van 17 juli 1969 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal, zoals gewijzigd bij richtlijn 85/303/EEG van de Raad van 10 juni 1985, rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.".
De arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarbij de niet-nakoming van verplichtingen door een lidstaat worden vastgesteld zijn evenwel slechts van declaratoire aard. Bijgevolg heeft dit arrest zelf niet de opheffing of de vernietiging van de betreffende wet tot gevolg (H.J.E.G., 18 december 1960, zaak 6/60, Humblet, Jurisprudentie, 1960, blz. 1188 en H.J.E.G., 14 december 1982, gevoegde zaken 314-316/81 en 83/82, verzoeken om een prejudiciële beslissing). Deze programmawet heeft dan ook tot doel om uitvoering te geven aan dit arrest. Daarnaast werden ook een aantal bepalingen en verwijzingen, inzake de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder, geactualiseerd.

De door deze programmawet in het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen gewijzigde bepalingen worden hierna per artikel besproken.

Bepalingen betreffende de taks op de beursverrichtingen.

2.2. Artikel 120 WZGT (artikel 344 van de programmawet).

2.2.a) Commentaar.

Ingevolge artikel 344 van de programmawet worden de bepalingen onder 2° en 4° van artikel 120 WZGT opgeheven.

Artikel 120, 2°, WZGT onderwierp de gewone inschrijvingen die werden gedaan tengevolge van een beroep op het publiek aan de taks op de beursverrichtingen.

Door artikel 120, 4°, WZGT werden de omzettingen binnen een zelfde beleggingsvennootschap (bedoeld in boek III van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten) door een zelfde persoon van rechten van deelneming binnen een zelfde compartiment wanneer zij een wijziging van de toekenningwijze van de netto-opbrengst van deze rechten ten gevolge hebben, onderworpen aan de taks op de beursverrichtingen.

Een verrichting van omzetting bestaat evenwel tezelfdertijd uit enerzijds een inkoop van eigen aandelen door de beleggingsvennootschap en anderzijds uit een uitgifte door deze beleggingsvennootschap van nieuwe aandelen. Bijgevolg heeft de opheffing van artikel 120, 4°, WZGT tot gevolg dat dergelijke omzettingen tussen distributie- en/of kapitalisatieaandelen voortaan krachtens artikel 120, 3°, WZGT onderworpen worden aan de taks op de beursverrichtingen. Artikel 120, 3°, WZGT onderwerpt elke inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap aan de taks op de beursverrichtingen. Omzettingen van rechten van deelneming worden dan ook voortaan aan de taks op de beursverrichtingen onderworpen voor wat betreft de verrichting waarbij de beleggingsvennootschap haar eigen kapitalisatieaandelen inkoopt.

2.2.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.3. Artikel 121 WZGT (artikel 345 van de programmawet).

2.3.a) Commentaar.

Artikel 345 van de programmawet wijzigt artikel 121 WZGT, dat de tariefstructuur van de taks op de beursverrichtingen bevat. De gewijzigde bepalingen betreffen § 1, tweede en vierde lid en § 2.

Artikel 121, § 1, tweede lid, WZGT, bevatte het tarief van de taks dat van toepassing was op de gewone inschrijvingen op effecten tengevolge van een beroep op het publiek, en verwees dan ook letterlijk naar artikel 120, 2°, WZGT.

Artikel 121, § 1, vierde lid, WZGT, bevatte het toepasselijke tarief van de taks, enerzijds op de omzettingen binnen een zelfde beleggingsvennootschap door een zelfde persoon van rechten van deelneming binnen een zelfde compartiment wanneer zij een wijziging van de toekenningwijze van de netto-opbrengst van deze rechten ten gevolge hebben (met een rechtstreekse verwijzing naar artikel 120, 4°, WZGT) en anderzijds op omzettingen binnen een zelfde beleggingsvennootschap door een zelfde persoon van rechten van deelneming in een bepaald compartiment in rechten van deelneming van een ander compartiment.

Gelet op de bewoordingen van hoger vermeld arrest, waardoor de inschrijving op nieuwe effecten niet aan de taks op de beursverrichtingen mag worden onderworpen, worden beide bepalingen opgeheven.

Evenwel wordt hier voor de volledigheid opgemerkt dat de inkoopverrichting van eigen kapitalisatieaandelen door beleggingsvennootschappen, begrepen in de omzetting, voortaan belast zal worden aan het tarief voor de in artikel 120, 3°, WZGT vermelde verrichtingen. Ingevolge artikel 121, § 1, derde lid, WZGT, worden deze inkoopverrichtingen belast tegen 0,50 %.

Artikel 121, § 2, WZGT stelde het tarief van de taks vast voor enerzijds alle afstanden en verwervingen onder bezwarende titel van kapitalisatieaandelen (artikel 120, 1°, WZGT) en anderzijds de gewone inschrijvingen op kapitalisatieaandelen (artikel 120, 2°, WZGT).

Ingevolge de aanpassing van de Belgische wetgeving aan de bewoordingen van voormeld arrest is de verwijzing naar artikel 120, 2°, WZGT in de bepaling onder artikel 121, § 2, eerste lid, 2°, WZGT zonder voorwerp geworden. De bepaling van artikel 121, § 2, tweede lid, WZGT - waardoor het tarief vervat in § 2 niet van toepassing wordt verklaard indien de verrichting slaat op kapitalisatieaandelen en verwezenlijkt wordt door een instelling voor collectieve belegging - is daarenboven in feite overbodig geworden door de algehele vrijstelling die door Artikel 126 1, 2°, WZGT voor de taks op de beursverrichtingen wordt verleend aan instellingen voor collectieve belegging indien zij verrichtingen voor eigen rekening doen.

Artikel 121, § 2, WZGT bevat voortaan enkel nog het tarief voor kapitalisatieaandelen bij verkopen, aankopen en, meer algemeen, elke afstand en elke verwerving onder bezwarende titel. Dit tarief werd onveranderd behouden en bedraagt zoals voorheen 0,50 %.

2.3.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.4. Artikel 122 WZGT (artikel 346 van de programmawet).

2.4.a) Commentaar.

Artikel 346 van de programmawet wijzigt artikel 122 WZGT dat bepaalt op welke verrichtingen de taks verschuldigd is.

Artikel 122, § 1, 2°, WZGT bepaalde dat bij inschrijving op effecten tengevolge van een beroep op het publiek de taks verschuldigd was op de levering van de effecten aan de inschrijver. Vermits de taks op de beursverrichtingen niet meer verschuldigd is op de inschrijvingen op nieuwe effecten, wordt deze bepaling opgeheven.

Ingevolge artikel 122, § 2, WZGT, was de taks enkel verschuldigd uit hoofde van de aflevering aan de inschrijver van nieuwe aandelen, uitgegeven ter vervanging van omgezette aandelen. Deze bepaling wordt eveneens opgeheven vermits de beide bestanddelen van de verrichting van "omzetting" van rechten van deelneming van beleggingsvennootschappen - namelijk inkoop van eigen aandelen gepaard gaande met een uitgifte van nieuwe aandelen-, voor de toepassing van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen niet langer als één verrichting worden beschouwd. In het kader van een dergelijke omzetting zal de taks enkel nog verschuldigd zijn uit hoofde van de afstand van het kapitalisatieaandeel aan de beleggingsvennootschap (het huidige artikel 122, § 1, 3°, WZGT dat verwijst naar artikel 120, 3°, WZGT).

Door de opheffing van § 2 wordt de indeling in §§ natuurlijk overbodig.

2.4.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.5. Artikel 123 WZGT (artikel 347 van de programmawet).

2.5.a) Commentaar.

Artikel 347 van de programmawet wijzigt artikel 123 WZGT . Dit artikel stelt de belastbare basis van de taks vast.

Het voor de inwerkingtreding van de programmawet bestaande artikel 123, 1°, WZGT bepaalde dat inzake aankopen, verwervingen of inschrijvingen, de taks wordt berekend op de sommen die door de koper of de inschrijver moeten worden betaald, exclusief het loon van de makelaar. Door de programmawet wordt de bepaling onder 1° volledig vervangen ten einde elke verwijzing naar de inschrijvingen en naar de inschrijver" uit de tekst te schrappen .

Het oude artikel 123, 4°, WZGT legde de belastbare basis vast voor de omzettingen van nieuwe aandelen uitgegeven ter vervanging van de omgezette aandelen, zoals bedoeld in artikel 121, § 1, vierde lid, WZGT. Vermits deze bepaling werd opgeheven door de programmawet is artikel 123, 4°, WZGT zonder voorwerp geworden. De taks zal bij dergelijke omzettingen voortaan geheven worden op de inkopen door beleggingsvennootschappen van de omgezette kapitalisatieaandelen, en berekend worden op de netto-inventariswaarde van deze omgezette kapitalisatieaandelen, zonder aftrek van de forfaitaire vergoeding (het huidige artikel 123, 3°, WZGT dat verwijst naar artikel 120, 3°, WZGT).

2.5.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.6. Artikel 124 WZGT (artikel 348 van de programmawet).

2.6.a) Commentaar.

Artikel 348 van de programmawet heft artikel 124 WZGT op. Het vroegere artikel 124 WZGT bevatte de maximumbedragen, per verrichting waarop afzonderlijke taks wordt geheven, die aan taks op de beursverrichtingen kunnen worden betaald.

2.6.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 31 december 2004, namelijk de datum van de bekendmaking van de programmawet in het Belgisch Staatsblad.

Opmerking: Zie evenwel hierna "4. De wet van 28 april 2005 houdende de plafonnering van de taks op de beursverrichtingen." . De plafonnering van de taks op de beursverrichtingen werd terug ingevoerd met terugwerkende kracht tot op 31 december 2004. De plafonds werden hierbij verdubbeld.

2.7. Artikel 126^1 WZGT (artikel 349 van de programmawet).

2.7.a) Commentaar.

Artikel 349 van de programmawet wijzigt een aantal vrijstellingsbepalingen van artikel 126 1 WZGT, deels om de door voormeld arrest van 15 juli 2004 overbodig geworden bepalingen op te heffen en deels om de verwijzingen naar andere wetgeving te actualiseren.

a) Artikel 126^1, 2°, WZGT stelt de verrichtingen die door "bemiddelaars", verzekeringsondernemingen, "pensioenfondsen" (thans "voorzorgsinstellingen"), instellingen voor collectieve belegging en niet-inwoners worden gedaan, vrij van de taks op de beursverrichtingen. De programmawet wijzigt hier enkel de terminologie.

Deze bepaling verwees vroeger naar artikel 2, § 1, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs. Deze bepaling werd opgeheven door de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. Voortaan wordt in artikel 126 1, 2°, WZGT dan ook verwezen naar een tussenpersoon - zowel de financiële tussenpersoon als de gekwalificeerde tussenpersoon - die wordt bedoeld in artikel 2, 9° en 10° van dezelfde wet van 2 augustus 2002. Worden bijgevolg aangemerkt als tussenpersonen voor de taks op de beursverrichtingen en voor de taks op de aflevering van effecten aan toonder:

Ingevolge artikel 2, 9° van voormelde wet van 2 augustus 2002

  • "financiële tussenpersoon" : elke persoon van wie het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten;
Ingevolge artikel 2, 10° van voormelde wet van 2 augustus 2002

  • "gekwalificeerde tussenpersoon" : elke financiële tussenpersoon die tot één van de volgende categorieën behoort :
a) de kredietinstellingen naar Belgisch recht die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;

b) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 65 of 66 van dezelfde wet;

c) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 79 van dezelfde wet;

d) de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die over een vergunning beschikken als beursvennootschap, als vennootschap voor vermogensbeheer, als vennootschap voor makelarij in financiële instrumenten of als vennootschap voor plaatsing van orders in financiële instrumenten krachtens artikel 47 van voornoemde wet van 6 april 1995;

e) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 110 van dezelfde wet, met inbegrip van natuurlijke personen van wie de Staat van herkomst het verstrekken van beleggingsdiensten in de hoedanigheid van natuurlijke persoon toelaat;

f) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 111 van dezelfde wet;

g) de beleggingsadviseurs die over een vergunning beschikken krachtens artikel 123 van dezelfde wet;

h) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België (NBB) en de andere centrale banken van de Lidstaten van de Europese Economische Ruimte, onverminderd de toepassing van artikel 108 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

i) de andere financiële tussenpersonen aangeduid door de Koning op advies van de Commissie voor het Bank- Financie- en Assurantiewezen (CBFA), in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst.

Verder werd ook het begrip "pensioenfonds" vervangen door de term "voorzorgsinstelling", gelet op de wijziging van artikel 2, § 3, 6°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen door de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.

b) Vermits de inschrijving op nieuwe effecten niet meer binnen het toepassingsgebied van de taks op de beursverrichtingen valt, werd.de vrijstellingsbepaling van artikel 126^1, 3°, WZGT voor de inschrijving op effecten van de Belgische openbare schuld en van leningen die zijn uitgegeven door Gemeenschappen en Gewesten volledig overbodig. Deze bepaling werd dan ook opgeheven.

c) Ook de vrijstelling vervat in artikel 126^1, 10°, WZGT, zijnde de vrijstelling van de afgifte aan de inschrijver van obligaties voor zover in het uitgifteprospectus wordt vermeld dat de toelating tot de officiële notering aan een Belgische effectenbeurs is aangevraagd, werd overbodig om dezelfde reden als onder b).

d) Artikel 126^1, 11°, WZGT stelde de verrichtingen met schuldbewijzen die worden uitgegeven door bepaalde instellingen, organen, overheden of banken indien die verrichtingen voor eigen rekening worden verricht door niet-inwoners, vrij van de taks op de beursverrichtingen. Deze vrijstelling is in feite nutteloos geworden gelet op de algemene vrijstelling die artikel 126 1, 2°, WZGT verleent voor alle verrichtingen die een niet-inwoner voor eigen rekening doet. Deze bepaling werd dan ook opgeheven.

e) Artikel 126^1, 12°, WZGT stelde de omzettingen door een zelfde persoon van distributieaandelen van een beleggingsvennootschap in andere distributieaandelen van dezelfde beleggingsvennootschap vrij van de taks op de beursverrichtingen. Deze bepaling werd opgeheven vermits de omzettingsverrichtingen als dusdanig niet meer worden geviseerd door de taks op de beursverrichtingen.

2.7.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.8. Artikel 129 WZGT (artikel 350 van de programmawet).

2.8.a) Commentaar.

Artikel 350 van de programmawet wijzigt artikel 129 WZGT . Deze bepaling betreft de kwijting van de taks en de bewaring van het borderel bij verrichtingen die door een tussenpersoon van beroep voor eigen rekening worden gedaan. Logischerwijze werden ook hier de begrippen "inschrijvings- en omzettingsverrichtingen" geschrapt.

2.8.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.9. Artikel 139 WZGT (artikel 351 van de programmawet).

2.9.a) Commentaar.

Artikel 351 van de programmawet wijzigt het tweede lid van artikel 139 WZGT. Vermits deze bepaling, voor wat de reportverrichtingen betreft, de letterlijke tegenhanger is van de vrijstellingsbepaling van artikel 126 1, 2°, WZGT, moeten ook hier de verwijzingen naar andere wetgeving geactualiseerd worden (zie punt 2.7.a).a)).

2.9.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.10. Artikel 139bis WZGT (artikel 352 van de programmawet).

2.10.a) Commentaar.

Door artikel 352 van de programmawet werd de bepaling onder artikel 139bis, 3°, WZGT opgeheven . Deze bepaling was, voor wat betreft de taks op de reportverrichtingen, de tegenhanger van artikel 126 1, 11°, WZGT (zie punt 2.7.a).d)). Deze vrijstelling is eveneens nutteloos gelet op de algemene vrijstelling die artikel 139, tweede lid, WZGT verleent aan alle reportverrichtingen die een niet-inwoner voor eigen rekening doet.

2.10.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

Bepalingen betreffende de taks op de aflevering van effecten aan toonder.

2.11. Artikel 159 WZGT (artikel 353 van de programmawet).

2.11.a) Commentaar.

Artikel 353 van de programmawet wijzigt artikel 159 WZGT, dat het toepassingsgebied van de taks op de aflevering van effecten aan toonder vaststelt.

Gelet op de inhoud van voormeld arrest moet de inschrijving op nieuwe effecten definitief uit het toepassingsgebied van de taks op de aflevering van effecten aan toonder worden gesloten. Bijgevolg werd in het tweede lid de bepaling onder , dat enkel de materiële overhandiging van effecten ten gevolge van een inschrijving viseert, opgeheven.

Het laatste lid van artikel 159 WZGT betreft de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de taks van leveringen gedaan aan in België gevestigde tussenpersonen. Deze bepaling verwees naar artikel 2, § 1, van voormelde wet van 6 april 1995. Deze verwijzing wordt geactualiseerd door voortaan te verwijzen naar artikel 2, 9° en 10° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.

2.11.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.12. Artikel 161 WZGT (artikel 354 van de programmawet).

2.12.a) Commentaar.

Artikel 354 van de programmawet wijzigt artikel 161 WZGT . Dit artikel stelt de belastbare basis van de taks vast.

Het voor de inwerkingtreding van de programmawet bestaande artikel 161, eerste lid, 1°, WZGT bepaalde dat de taks op de aflevering van effecten aan toonder wordt berekend op de sommen die door de koper of de inschrijver moeten worden betaald, exclusief het loon van de makelaar en de taks op de beursverrichtingen, wanneer de aflevering gebeurt ten gevolge van een verkrijging onder bezwarende titel of van een inschrijving, . Door de programmawet wordt de bepaling onder 1° volledig vervangen ten einde elke verwijzing naar de inschrijving en naar de inschrijver uit de tekst te schrappen.

2.12.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.13. Artikel 162 WZGT (artikel 355 van de programmawet).

2.13.a) Commentaar.

Artikel 355 van de programmawet wijzigt artikel 162, § 1, 1° WZGT. Deze bepaling stelt de termijn voor de betaling van de taks vast.

Ook hier moet de term "inschrijving" worden geschrapt, vermits de inschrijvingsverrichting niet meer onder de belastbare materie van de taks valt.

2.13.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.14. Artikel 163 WZGT (artikel 356 van de programmawet).

2.14.a) Commentaar.

Artikel 356 van de programmawet wijzigt artikel 163, 2° WZGT. Deze bepaling stelt afleveringen aan een niet-inwoner van bepaalde effecten die in open bewaargeving worden gegeven vrij van de taks.

Vermits de oude bepaling verwees naar artikel 2, § 1, van voormelde wet van 6 april 1995 diende deze verwijzing eveneens geactualiseerd te worden. Voortaan wordt verwezen naar artikel 2, 9° en 10° van voormelde wet van 2 augustus 2002.

2.14.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

2.15. Artikel 164 WZGT (artikel 357 van de programmawet).

2.15.a) Commentaar.

Artikel 357 van de programmawet wijzigt artikel 164 WZGT dat vastlegt wie de schuldenaar is van de taks.

Artikel 164, 1°, WZGT stelt vast dat de taks door de tussenpersonen van beroep moet worden betaald en artikel 164, 3°, WZGT bepaalt dat de taks, in een aantal gevallen, moet worden betaald door de uitgevende vennootschappen. Ten gevolge van de bewoordingen van voormeld arrest moeten zowel in de bepaling onder 1° als in de bepaling onder 3° de verwijzingen naar "de inschrijver" worden geschrapt.

2.15.b) Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 15 juli 2004, namelijk de datum van het arrest.

De regeling van de teruggaven inzake de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder.

Artikel 358 van de programmawet regelt de teruggave van de tengevolge voormeld arrest van 15 juli 2004 teveel betaalde taks op de beursverrichtingen en taks op de aflevering van effecten aan toonder.

2.16. Wie is er gerechtigd op de teruggave?

Het eerste lid van artikel 358 voorziet dat de teveel betaalde taks wordt terugbetaald aan de inschrijver op nieuwe effecten, de daadwerkelijke belastingplichtige van beide taksen, of aan zijn rechtsopvolger(s).

Deze maatregel drong zich op om een aantal redenen. Het is vooreerst logisch dat de Belgische staat de gevolgen van voormeld arrest moet dragen en niet de tussenpersonen (en de emitterende vennootschappen inzake de taks op de aflevering van effecten aan toonder). Deze worden in het stelsel van beide taksen als belastingschuldenaar worden aangemerkt (artikelen 1262 en 164 WZGT). Hierbij komt vervolgens dat de Belgische staat zelf, en meer bepaald de FOD Financiën, het best geplaatst om de controle en de daadwerkelijke terugbetaling ten opzichte van de belastingplichtigen te organiseren. Het is niet aan de tussenpersonen om de controle op de aanvragen tot teruggave uit te voeren noch om te beslissen over eventuele interpretatieproblemen (bedrag van de teruggave, rechthebbende(n), …). Dit komt immers exclusief toe aan de bevoegde fiscale administratie.

2.17. De verrichtingen die voor teruggave in aanmerking komen.

A/ Inzake de taks op de beursverrichtingen:

1/ de gewone inschrijvingen die werden gedaan tengevolge van een beroep op het publiek (art. 120, 2°, WZGT);

2/ de omzettingen binnen een zelfde beleggingsvennootschap (bedoeld in boek III van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten), door een zelfde persoon,

- van rechten van deelneming binnen een zelfde compartiment wanneer zij een wijziging van de toekenningswijze van de netto-opbrengst van deze rechten ten gevolge hebben (art. 120, 4°, WZGT),

of

- van rechten van deelneming in een bepaald compartiment in rechten van deelneming van een ander compartiment (art. 121, § 1, vierde lid, WZGT).

B/ Inzake de taks op de aflevering van effecten aan toonder

elke materiële afgifte van de effecten ten gevolge van een inschrijving (art. 159, tweede lid, 1°, WZGT).

2.18. Verjaringstermijn: principe.

Wat de taksen betreft die werden geïnd vóór 15 juli 2004 - datum van het arrest - bepaalt het eerste lid van artikel 358 van de programmawet dat ze worden terugbetaald, zonder afbreuk te doen aan de verjaring van de in artikel 202^8 WZGT bedoelde rechtsvordering tot teruggave. Dit artikel stelt dat elke rechtsvordering tot terugbetaling van taksen of van fiscale boeten verjaart na afloop van twee jaar vanaf de dag waarop de rechtsvordering is ontstaan.

2.19. Bepaling van de dag waarop de rechtsvordering ontstaat.

Het derde lid van artikel 358 van de programmawet bepaalt vervolgens wanneer de vordering tot teruggave ontstaat:

a) voor beide taksen op de dag van de dagtekening van het borderel indien er tussenkomst was van een financiële tussenpersoon, en

b) op de dag van betaling van de taks op de aflevering van effecten aan toonder aan de emitterende vennootschap indien er geen tussenpersoon van beroep is opgetreden.

Bijgevolg bestaat er een recht op teruggave

1/ indien een tussenpersoon van beroep bij de verrichting is opgetreden:

  • voor borderellen die dagtekenen van 16 juli 2002 tot 15 juli 2004 .
2/ indien geen tussenpersoon van beroep bij de verrichting is opgetreden:

  • voor betalingen die werden gedaan van 16 juli 2002 tot 15 juli 2004 .
2.20. Verlenging van de verjaringstermijn.

Het tweede lid van artikel 358 van de programmawet bepaalt dat die termijn, om billijkheidsredenen, voor de vorderingen waarvoor de verjaring zou zijn ingetreden na 15 juli 2004 - datum van het arrest - verlengd wordt tot de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin deze programmawet in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.

2.21. Verlenging van de verjaringstermijn: praktische gevolgen.

Deze werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004. De laatste dag van de derde maand die volgt op de maand december 2004 is dan 31 maart 2005.

Voor de vorderingen tot teruggave waarvoor de verjaring zou zijn ingetreden na 15 juli 2004 maar vóór 31 maart 2005, wordt de verjaringstermijn dus verlengd tot 31 maart 2005. In de praktijk gaat het dus om de vordering tot teruggave van taksen die geheven zijn van 16 juli 2002 tot 30 maart 2003. Voor de teruggave van de taksen die in die periode geheven werden wordt de verjaringstermijn bijgevolg verlengd tot 31 maart 2005.

Voor wie destijds de taksen betaald heeft of voor een borderel dat dagtekent vanaf 31 maart 2003 tot 15 juli 2004, geldt de tweejarige verjaringstermijn onverkort.

Toepassingen:

  • wie van 16 juli 2002 tot 30 maart 2003 op nieuwe effecten heeft ingeschreven moet zijn aanvraag tot teruggave indienen uiterlijk op 31 maart 2005 (verlenging).
  • wie op 31 maart 2003 op nieuwe effecten heeft ingeschreven moet zijn aanvraag tot teruggave indienen uiterlijk op 31 maart 2005.
  • wie op 1 april 2003 heeft ingeschreven op nieuwe effecten moet zijn aanvraag tot teruggave indienen uiterlijk op 1 april 2005 (enz. …).
  • wie op 15 juli 2004 heeft ingeschreven op nieuwe effecten moet zijn aanvraag tot teruggave indienen uiterlijk op 15 juli 2006.
2.22. Uitvoeringsbepaling.

Op 21 januari 2005 werd in het Belgisch Staatsblad (2 de ed.) het koninklijk besluit van 17 januari 2005 tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en tot organisatie van de terugbetaling van de taks op de beursverrichtingen en van de taks op de aflevering van effecten aan toonder bekendgemaakt. Inhoud en inwerkingtreding zijn terug te vinden onder punt 3 hierna.

2.23. Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 359 van de programmawet heeft deze bepaling uitwerking gekregen op 31 december 2004, namelijk de datum van de bekendmaking van de programmawet in het Belgisch Staatsblad.

3. Het koninklijk besluit van 17 januari 2005 tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en tot organisatie van de terugbetaling van de taks op de beursverrichtingen en van de taks op de aflevering van effecten aan toonder.

3.1. Wijziging van de Algemene Verordening (art. 217^4 en 217^5 en bijlage nr. 2 AV WZGT).

Artikel 217^4 AV WZGT bevatte de lijst van multilaterale ontwikkelingsbanken die, op grond van de artikelen 126 1, 11° en 139bis, 3°, WZGT, vrijgesteld zijn van de taks op de beursverrichtingen. Artikel 217^5 AV WZGT verwees naar het voor het bekomen van de vrijstelling vereiste attest, waarvan het model werd vastgelegd in de bijlage nr. 2 van dezelfde Algemene Verordening.

Vermits voormelde programmawet van 27 december 2004 de bepalingen van de artikelen 126 1, 11° en 139bis, 3°, WZGT heeft opgeheven, zijn de desbetreffende artikelen, en tevens bijlage nr. 2 van de Algemene Verordening, overbodig geworden. Deze bepalingen werden dan ook opgeheven.

3.2. Teruggave van de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder die werd geheven op de uitgifte van nieuwe effecten.

Artikel 358 van voormelde programmawet van 27 december 2004 kondigde al de mogelijkheid aan om op internrechtelijk vlak en via de belastingadministratie de terugbetaling te vragen van de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder die, ingevolge voormeld arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 2004, betaald werden bij de aflevering van nieuwe effecten aan de inschrijver. Het koninklijk besluit van 17 januari 2005 voert deze bepaling uit door de voorwaarden, formaliteiten en modaliteiten van de teruggave vast te leggen.

Het koninklijk besluit van 17 januari 2005 en de bijlage worden opgenomen in bijlage 3 van deze circulaire. Vermits de bepalingen van dit koninklijk besluit voldoende duidelijk zijn, behoeven ze geen verdere commentaar.

Het modelformulier van de aanvraag tot teruggave en de toelichting/handleiding bij dit formulier werden bekendgemaakt op de portaalsite van de FOD Financiën op 21 januari 2005, datum van de bekendmaking van het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad.

3.3. Inwerkingtreding.

Ingevolge artikel 6 van dit koninklijk besluit treedt het in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, zijnde 21 januari 2005.

4. De wet van 28 april 2005 houdende de plafonnering van de taks op de beursverrichtingen.

4.1. Plafonnering van de taks op de beursverrichtingen (art. 124 WZGT).

Zoals hoger vermeld (rubriek 2.6.) werden door artikel 348 van de programmawet van 27 december 2004 de plafonds inzake de taks op de beursverrichtingen met ingang van 31 december 2004 afgeschaft. De wet van 28 april 2005 heeft niet alleen de plafonnering van de taks terug ingevoerd, maar tevens de vroegere grensbedragen verdubbeld. Op elk van de verrichtingen waarop afzonderlijk taks werd geheven, wordt het maximale te betalen bedrag aan taks voortaan vastgesteld op 500 euro. Voor wat betreft de verrichtingen met kapitalisatieaandelen van een beleggingsvennootschap wordt het plafond evenwel vastgesteld op 750 euro.

4.2. Inwerkingtreding.

Deze wet werd met terugwerkende kracht ingevoerd tot op datum van de inwerkingtreding van artikel 348 van voormelde programmawet. De bepaling heeft bijgevolg uitwerking met ingang van 31 december 2004.

NAMENS DE MINISTER :

De adjunct-administrateur-generaal,

Paul NECKEBROECK.

BIJLAGE 1 - Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2005 (2de editie).

15 december 2004. - Wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten.

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :



HOOFDSTUK XII. - Fiscale bepalingen



Afdeling V. - Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

Art. 68.- Artikel 126 1, 15°, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, ingevoegd bij de wet van 4 april 1995, wordt opgeheven.

BIJLAGE 2 - Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004 (2de editie).

27 december 2004. ― Programmawet.

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :



TITEL XI. - Financiën



HOOFDSTUK VII. - Taks op de beursverrichtingen en taks op de aflevering van effecten aan toonder

Art. 344 . In artikel 120 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, vervangen bij de wet van 24 december 1993, worden de bepalingen onder 2° en 4° opgeheven.

Art. 345. In artikel 121 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 december 1993 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in § 1 worden het tweede en het vierde lid opgeheven;

2° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :

"§ 2. In afwijking van § 1, wordt het tarief van de taks vastgesteld op 0,50 pct. voor de in artikel 120, 1°, vermelde verrichtingen, indien ze slaan op kapitalisatieaandelen.".

Art. 346. In artikel 122 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 december 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° § 1, 2°, wordt opgeheven;

2° in § 1 vervallen de woorden "§ 1";

3° § 2 wordt opgeheven.

Art. 347. In artikel 123 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 december 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :

"1° wat betreft de aankopen of verwervingen, op de sommen door de koper te betalen, het loon van de makelaar niet inbegrepen;";

2° de bepaling onder 4° wordt opgeheven.

Art. 348. Artikel 124 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 december 1990 en gewijzigd bij de wetten van 24 december 1993 en 20 januari 1999 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt opgeheven.

Art. 349. In Artikel 126 1 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° de bepaling onder 2°, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1994 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt vervangen als volgt :

"2° de verrichtingen voor zijn eigen rekening gedaan, door een tussenpersoon als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, door een verzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, door een voorzorgsinstelling als bedoeld in artikel 2 § 3, 6°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, door een instelling voor collectieve belegging of door een niet-inwoner;";

2° de bepaling onder 3°, ingevoegd bij de wet van 4 december 1990 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt opgeheven;

3° de bepaling onder 10°, ingevoegd bij de wet van 6 augustus 1993 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt opgeheven;

4° de bepaling onder 11°, ingevoegd door de wet van 6 augustus 1993, wordt opgeheven;

5° de bepaling onder 12°, ingevoegd bij de wet van 24 december 1993, wordt opgeheven.

Art. 350. Artikel 129 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 augustus 1947 en gewijzigd bij de wetten van 22 juli 1993 en 10 december 2001, wordt vervangen als volgt :

"Art. 129. - Wanneer de taks verschuldigd is op een verkoop-, aankoop- of inkoopverrichting gedaan door een tussenpersoon van beroep voor zijn eigen rekening, wordt zij betaald op de wijze aangeduid door de artikelen 127 en 128, onder voorbehoud dat in plaats van aan de ordergever uitgereikt te worden, het borderel door de tussenpersoon wordt bewaard.".

Art. 351. Artikel 139, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 augustus 1947 en gewijzigd bij de wetten van 14 februari 1961, 27 december 1965, 4 december 1990, 30 maart 1994 en 4 april 1995, wordt vervangen als volgt :

"De taks is echter niet verschuldigd ten aanzien van de partij of van de partijen die een tussenpersoon als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten zijn, of een verzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, of een voorzorgsinstelling als bedoeld in artikel 2 § 3, 6°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, of een instelling voor collectieve belegging of een niet-inwoner.".

Art. 352 . In artikel 139bis van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 3°, ingevoegd door de wet van 6 augustus 1993, opgeheven.

Art. 353. In artikel 159 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, opnieuw ingevoegd bij hetzelfde koninklijk besluit en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 mei 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het tweede lid wordt de bepaling onder 1° opgeheven;

2° het laatste lid wordt vervangen als volgt :

"Evenwel zijn de leveringen gedaan aan in België gevestigde vennootschappen, ondernemingen, instellingen of bijkantoren van tussenpersonen als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, niet onderworpen.".

Art. 354. Artikel 161, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 november 1996 en opnieuw ingevoegd bij hetzelfde koninklijk besluit, wordt vervangen als volgt :

"1° in geval van verkrijging onder bezwarende titel, op de sommen door de koper te betalen, het loon van de makelaar en de taks op de beursverrichtingen niet inbegrepen;".

Art. 355. In artikel 162, § 1, 1°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, opnieuw ingevoegd bij hetzelfde koninklijk besluit en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 mei 1997, vervallen de woorden "een inschrijving of".

Art. 356. In artikel 163, 2°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, opnieuw ingevoegd bij hetzelfde koninklijk besluit en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 mei 1997, worden de woorden "een vennootschap, een onderneming, een instelling of een bijkantoor zoals bedoeld in het artikel 2, § 1, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs" vervangen door de woorden "een tussenpersoon als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".

Art. 357. In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, opnieuw ingevoegd bij hetzelfde koninklijk besluit en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 mei 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in de bepaling onder 1° vervallen de woorden "aan de inschrijver, ";

2° in de bepaling onder 3° vervallen de woorden "aan de inschrijver of".

Art. 358. De taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder die werden geheven krachtens de bepalingen van de artikelen 120, 2° en 4°, 121, § 1, vierde lid, en 159, tweede lid, 1°, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen zoals die bestonden vooraleer zij werden opgeheven door de huidige wet, zijn terugbetaalbaar aan de inschrijver of zijn rechtsopvolger zonder afbreuk te doen aan de verjaring van de rechtsvordering bepaald in artikel 2028 van hetzelfde Wetboek.

Voor de vorderingen tot teruggave waarvoor de verjaring zou zijn ingetreden na 15 juli 2004 maar vóór de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, wordt de verjaringstermijn verlengd tot deze laatste dag.

De vordering tot terugbetaling ontstaat :

  • op de dag van de dagtekening van het borderel dat aanleiding heeft gegeven tot de betaling van de taks indien er een tussenpersoon van beroep bij de inschrijvingsverrichting is opgetreden;
  • op de dag van betaling van de taks door de inschrijver aan de emitterende vennootschap indien de taks op de aflevering van effecten aan toonder werd betaald bij een inschrijving waarbij geen tussenpersoon van beroep is opgetreden.
De Koning bepaalt de formaliteiten en de voorwaarden waaraan de in het eerste lid bedoelde teruggave onderworpen is, de ambtenaar die ze verricht en de wijze waarop ze plaatsheeft.

Art. 359. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 15 juli 2004 wat betreft de artikelen 344 tot 347 en 349 tot 357 en treedt in werking op de datum van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad wat betreft de artikelen 348 en 358.

BIJLAGE 3 - Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004 (2de editie).

17 januari 2005. ― Koninklijk besluit tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en tot organisatie van de terugbetaling van de taks op de beursverrichtingen en van de taks op de aflevering van effecten aan toonder.

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.



Hebben Wij besloten en besluiten Wij:

Artikel 1. Artikel 2174 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, ingevoegd bij koninklijk besluit van 20 juni 1994, wordt opgeheven.

Art. 2. Artikel 2175 van dezelfde Algemene Verordening, ingevoegd bij koninklijk besluit van 20 juni 1994, wordt opgeheven.

Art. 3. De bijlage nr. 2 van dezelfde Algemene Verordening wordt opgeheven.

Art. 4. De teruggave van de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder die werden geheven krachtens de bepalingen van de artikelen 120, 2° en 4°, 121, § 1, vierde lid, en 159, tweede lid, 1°, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, zoals die bestonden vooraleer zij werden opgeheven door de programmawet van 27 december 2004, is onderworpen aan de volgende voorwaarden, formaliteiten en modaliteiten.

De teruggave wordt verleend aan de inschrijver of aan zijn rechtsopvolgers.

De teruggave moet door de inschrijver of door zijn rechtsopvolgers worden aangevraagd aan de directeur van de Opsporings- en documentatiediensten van de registratie Brussel.

De aanvraag tot teruggave moet bij de directeur van de Opsporings- en documentatiediensten van de registratie Brussel toekomen in twee exemplaren, door middel van een formulier waarvan het model is opgenomen in de bijlage bij dit besluit. De directeur meldt de ontvangst van de aanvraag de dag zelf waarop zij hem toekomt.

De aanvraag tot teruggave moet volgende bijlagen bevatten :

1° indien een tussenpersoon van beroep is opgetreden :

  • het origineel van het borderel, een door de tussenpersoon voor echt verklaarde kopie van het door hem afgeleverde borderel of een door de tussenpersoon afgeleverde en voor echt verklaarde listing die al de nuttige gegevens van de originele borderellen bevat;
  • het bewijs van betaling van de taks door de inschrijver of een door de tussenpersoon afgeleverde en voor echt verklaarde listing die het bewijs van betaling van de taks bevat;
2° indien geen tussenpersoon van beroep is opgetreden :

  • de door de emittent afgeleverde documenten die aantonen op welke effecten werd ingeschreven;
  • het bewijs van betaling van de taks op de aflevering van effecten aan toonder.
De terugbetaling wordt geordonnanceerd door de ambtenaar aangeduid door of vanwege de Minister van Financiën. De terugbetaling gebeurt door middel van een overschrijving.

Art. 5. Rekening houdende met de procedure van teruggave bedoeld in artikel 4 van dit besluit, blijven de tussenpersonen van beroep en de emitterende vennootschappen, die met het oog op de betaling van de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder deze bedragen van de inschrijvers hebben ontvangen en deze nog niet hebben doorgestort aan de Schatkist, gehouden tot betaling van deze taks op de door of vanwege de Minister van Financiën aangeduide postrekening.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 januari 2005.

ALBERT

Van Koningswege :

De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,

D. REYNDERS

Bijlage

De heer Directeur van
de Opsporings- en
documentatiediensten van de registratie

Van Orleystraat, 15
1000 Brussel

Aanvraag tot teruggave van de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder voor de verrichtingen vanaf 16 juli 2002 tot 15 juli 2004 (1).
[(1) Eén aanvraag voor meerdere borderellen en/of, inzake de taks op de aflevering van effecten aan toonder waarbij geen tussenpersoon van beroep is opgetreden, voor meerdere inschrijvingen op effecten en betalingen aan de emitterende vennootschap(pen).]

Ondergetekende,

Natuurlijke persoon:

NaamVoornaam
Hoedanigheid (2)
Rijksregisternummer
StraatNr. Bus
Gemeente Postnummer
[(2) Handelende in eigen naam, als rechtsopvolger of als volmachtdrager. Indien handelende als volmachtdrager moet de volmacht worden bijgevoegd en dezelfde identificatiegegevens als hierboven hernemen.]

Rechtspersoon:

Benaming
Hoedanigheid (3)
Ondernemingsnummer
Nummer handelsregister
Verenigingsnummer
Ander identificatienummer
Maatschappelijke zetel
StraatNr. Bus
Gemeente Postnummer
[(3) Eén aanvraag voor meerdere borderellen en/of, inzake de taks op de aflevering van effecten aan toonder waarbij geen tussenpersoon van beroep is opgetreden, voor meerdere inschrijvingen op effecten en betalingen aan de emitterende vennootschap(pen).]

Vertegenwoordigd door:

NaamVoornaam
StraatNr. Bus
Gemeente Postnummer
verzoekt om de teruggave van de taks op de beursverrichtingen en de taks op de aflevering van effecten aan toonder bij toepassing van artikel 358 van de programmawet van 27 december 2004.

Rechtsopvolging bij natuurlijke personen

Indien de aanvraag tot teruggave wordt ingediend door de rechtsopvolger(s) moet de identiteit van de overleden inschrijver worden medegedeeld :

NaamVoornaam
Rijksregisternummer
Datum van overlijden
Laatste fiscale woonplaats
StraatNr. Bus
Gemeente Postnummer
Rechtsopvolging bij rechtspersonen

Indien de aanvraag tot teruggave wordt ingediend door de rechtsopvolger(s) moet de identiteit van de rechtsvoorganger worden medegedeeld :

Benaming
Maatschappelijke zetel
Ondernemingsnummer
Nummer handelsregister
Verenigingsnummer
Ander identificatienummer
StraatNr. Bus
Gemeente Postnummer
De rechtsopvolger verklaart er zich toe te verbinden de teruggave te verdelen onder de medegerechtigden en ontslaat hierbij de administratie van elke aansprakelijkheid die uit de teruggave ten opzichte van de medegerechtigden of de eventuele schuldeisers van de rechtsvoorganger zou kunnen voortvloeien.

De teruggave gebeurt op het rekeningnummer:

Naam/Vennootschapsbenaming
Voornaam
StraatNr. Bus
GemeentePostnummer
In België: rekeningnummer
In het buitenland: IBAN-code
Referentienummer bij indiener
De teruggave wordt gevraagd voor de volgende verrichtingen : (4 )

[(4) Aankruisen en bedrag vermelden]

Taks op de beursverrichtingen
Taks op de aflevering van effecten aan toonder
TOTALE BEDRAG VAN DE TERUGGAVE
De volgende documenten worden bij de aanvraag gevoegd :

(5)
origineel van het borderel
de door de tussenpersoon voor echt verklaarde kopie van het door hem afgeleverde borderel
de door de tussenpersoon voor echt verklaarde listing van de borderellen
betalingsbewijs of gelijkaardige stukken of listing
document houdende de vermelding van de effecten waarop de inschrijver heeft ingeschreven
Bewijs dat de taks op de aflevering van effecten aan toonder werd betaald wanneer geen tussenpersoon is opgetreden.
AANTAL BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN
[(5) Het aantal bijgevoegde documenten aanduiden]

Datum van de aanvraag (6) / /
[(6) dd/mm/jjjj]

Kader voorbehouden aan
de administratie
Handtekening :
Ontvangstbewijs
Dossiernummer :
Brussel,
De Directeur van de Opsporings- en
documentatiediensten van de registratie,
N.B. De aanvraag zal behandeld worden zodra de administratie beschikt over alle gegevens te verstrekken door de inschrijver op de effecten.
BIJLAGE 4 - Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 27 mei 2005 (3de editie).

28 april 2005. - Wet houdende de plafonnering van de taks op de beursverrichtingen.

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Artikel 124 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, ingevoegd bij de wet van 4 december 1990, gewijzigd bij de watten van 24 december 1993 en 20 januari 1999 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, opgeheven bij de programmawet van 27 december 2004, wordt hersteld in de volgende lezing :

"Art 124. Op elk van de verrichtingen waarop overeenkomstig artikel 122 afzonderlijke taks wordt geheven, mag geen taks worden geheven ten belope van een bedrag van meer dan 500 EUR, behalve wat betreft de verrichtingen met kapitalisatieaandelen, voor welke verrichtingen dat bedrag op 750 EUR wordt gebracht.".

Art. 3. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 31 december 2004.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 28 april 2005.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Financiën,
D. REYNDERS

Met 's Lands zegel gezegeld :

De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX

BIJLAGE 5 - Gecoördineerde teksten van het WZGT

TITEL VIII.
TAKS OP DE BEURSVERRICHTINGEN.


Sectie I.- Beursverrichtingen andere dan de reporten.

Art. 120

De hiernavolgende verrichtingen die in België worden aangegaan of uitgevoerd zijn aan de taks op de beursverrichtingen onderworpen wanneer zij Belgische of vreemde openbare fondsen tot voorwerp hebben :

1° elke verkoop, elke aankoop en, meer algemeen, elke afstand en elke verwerving onder bezwarende titel ;

2° … ;

3° elke inkoop van eigen aandelen, door een beleggingsvennootschap, indien de verrichting slaat op kapitalisatieaandelen ;

4° ….

Art. 121

§ 1. Voor de in artikel 120, 1°, vermelde verrichtingen, wordt het tarief van de taks vastgesteld :

1° op 0,70 per duizend, indien de verrichting slaat op effecten van de Belgische openbare schuld in het algemeen ; effecten van de openbare schuld van buitenlandse Staten of leningen uitgegeven door de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies of de gemeenten, zowel in het binnen- als in het buitenland ; obligaties op naam of aan toonder van Belgische of buitenlandse vennootschappen en andere rechtspersonen of obligatiebewijzen ; rechten van deelneming van beleggingsfondsen ; effecten, andere dan rechten van deelneming van beleggingsfondsen, uitgegeven door in België gevestigde natuurlijke of rechtspersonen, ter vertegenwoordiging of als tegenwaarde van aandelen, obligaties of welke effecten dan ook, die zijn uitgegeven door derde vennootschappen, collectiviteiten of autoriteiten of hoeveelheden van dergelijke aandelen, obligaties of effecten ; aandelen uitgegeven door een beleggingsvennootschap ;

2° op 1,70 per duizend, indien de verrichting slaat op enig ander effect.

Voor de in artikel 120, 3°, vermelde verrichtingen, wordt het tarief van de taks op 0,50 pct. vastgesteld.

§ 2. In afwijking van § 1, wordt het tarief van de taks vastgesteld op 0,50 pct. voor de in artikel 120, 1°, vermelde verrichtingen, indien ze slaan op kapitalisatieaandelen.

Art. 122

Wat de verrichtingen betreft vermeld :

1° onder artikel 120, 1°, is een taks van 0,70, 1,70 per duizend of 0,50 pct., volgens het geval, afzonderlijk verschuldigd op de verkoop of afstand en op de aankoop of verwerving ;

2° …. ;

3° onder artikel 120, 3°, is de taks enkel verschuldigd uit hoofde van de afstand van het aandeel aan de beleggingsvennootschap.

Art. 123

De vorderbare taks wordt berekend :

1° wat betreft de aankopen of verwervingen, op de sommen door de koper te betalen, het loon van de makelaar niet inbegrepen ;

2° wat aangaat de verkopen of afstanden, op de door de verkoper of afstanddoener te ontvangen som, zonder aftrek van het loon van de makelaar ;

3° voor de inkopen bedoeld in artikel 120, 3°, op de netto-inventariswaarde van de aandelen, zonder aftrek van de forfaitaire vergoeding ;

4° …

Art. 124

Op elk van de verrichtingen waarop overeenkomstig artikel 122 afzonderlijke taks wordt geheven, mag geen taks worden geheven ten belope van een bedrag van meer dan 500 EUR, behalve wat betreft de verrichtingen met kapitalisatieaandelen, voor welke verrichtingen dat bedrag op 750 EUR wordt gebracht.

Art. 126^1

Zijn van de taks vrijgesteld :

1° de verrichtingen waarin geen tussenpersoon van beroep optreedt of een overeenkomst sluit hetzij voor rekening van een der partijen, hetzij voor zijn eigen rekening ;

2° de verrichtingen voor zijn eigen rekening gedaan, door een tussenpersoon als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, door een verzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, door een voorzorgsinstelling als bedoeld in artikel 2 § 3, 6°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, door een instelling voor collectieve belegging of door een niet-inwoner ;

3° … ;

4° de verrichtingen die effecten van de Belgische openbare schuld in 't algemeen tot voorwerp hebben en die de Administratie van de Thesaurie uitvoert of doet uitvoeren voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas, van het Muntfonds of in het kader van haar liquiditeitsbeheer ;

5° de verrichtingen die effecten van de Belgische openbare schuld in 't algemeen tot voorwerp hebben en die de Amortisatiekas uitvoert of doet uitvoeren ;

6° de verrichtingen met als voorwerp schatkistcertificaten of lineaire obligaties uitgegeven door de Staat ;

7° de verrichtingen die het Rentenfonds uitvoert of doet uitvoeren ;

8° … ;

9° de verrichtingen met betrekking tot thesauriebewijzen en depositobewijzen uitgegeven overeenkomstig de wet van 22 juli 1991 ;

10° … ;

11° … ;

12° … ;

13° de verrichtingen met als voorwerp kortlopende schuldbewijzen van de Nationale Bank van België ;

14° de verrichtingen die het Herdiscontering- en Waarborginstituut of het Interventiefonds van de beursvennootschappen doen uitvoeren in het kader van het beheer van de beleggers- of depositobeschermingsregelingen die zij hebben ingesteld of beheren ;

15° ….

Art. 129

Wanneer de taks verschuldigd is op een verkoop-, aankoop- of inkoopverrichting gedaan door een tussenpersoon van beroep voor zijn eigen rekening, wordt zij betaald op de wijze aangeduid door de artikelen 127 en 128, onder voorbehoud dat in plaats van aan de ordergever uitgereikt te worden, het borderel door de tussenpersoon wordt bewaard.

Sectie II. - Reportverrichtingen.

Art. 139

Er is een taks van 0,85 per duizend verschuldigd in hoofde van elk der contracterende partijen ; zij dekt beide verrichtingen door elk hunner gedaan.

De taks is echter niet verschuldigd ten aanzien van de partij of van de partijen die een tussenpersoon als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten zijn, of een verzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, of een voorzorgsinstelling als bedoeld in artikel 2 § 3, 6°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, of een instelling voor collectieve belegging of een niet-inwoner.

De taks is evenwel niet verschuldigd door het Herdiscontering- en Waarborginstituut of het Interventiefonds van de beursvennootschappen, voor de reportverrichtingen die zij doen uitvoeren in het kader van de beleggers- of depositobeschermingsregelen die zij hebben ingesteld of beheren.

Art. 139bis

Zijn van de taks vrijgesteld, de transacties met:

1° schatkistcertificaten en lineaire obligaties uitgegeven door de Staat;

2° thesauriebewijzen en depositobewijzen uitgegeven overeenkomstig de wet van 22 juli 1991;

3° ... ;

4° kortlopende schuldbewijzen van de Nationale Bank van België;

5° aan de cessies-retrocessies van effecten.

TITEL X.: TAKS OP DE AFLEVERING VAN EFFECTEN AAN TOONDER.

Art. 159

Elke aflevering van effecten aan toonder is onderworpen aan de taks op de aflevering van effecten aan toonder, wanneer zij Belgische of vreemde openbare fondsen betreft.

Onder aflevering wordt verstaan elke materiële overhandiging van het effect ten gevolge van :

1° … ;

2° een verkrijging onder bezwarende titel ;

3° een omzetting van effecten op naam in effecten aan toonder ;

4° het terugnemen van effecten die zich in open bewaargeving bevinden bij een kredietinstelling, een beursvennootschap, een vennootschap voor vermogensbeheer of bij de Interprofessionele Effectendeposito- en Girokas.

Evenwel zijn de leveringen gedaan aan in België gevestigde vennootschappen, ondernemingen, instellingen of bijkantoren van tussenpersonen als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, niet onderworpen.

Art. 161

De vorderbare taks wordt berekend :

1° in geval van verkrijging onder bezwarende titel, op de sommen door de koper te betalen, het loon van de makelaar en de taks op de beursverrichtingen niet inbegrepen ;

2° in geval van omzetting van effecten op naam in effecten aan toonder of van terugneming van effecten in open bewaargeving, op de verkoopwaarde van de effecten, de intresten daarin niet begrepen, te ramen op de dag van de omzetting of van de terugneming door degene die de omzetting heeft bewerkt of door de bewaargever.

In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt de belastbare grondslag evenwel als volgt bepaald :

a) voor de roerende waarden opgenomen in de officiële notering van een effectenbeurs van het Rijk, volgens de laatste notering gepubliceerd vóór de datum van omzetting of van terugneming ;

b) voor de schuldinstrumenten niet opgenomen in de officiële notering, volgens de nominale waarde van het kapitaal van de schuldvordering ;

c) voor de rechten van deelneming in beleggingsinstellingen met een veranderlijk aantal rechten, volgens de laatst berekende inventariswaarde vóór de datum van omzetting of van terugneming.

Wanneer de waarde van de teruggenomen effecten uitgedrukt wordt in vreemde munt, wordt zij omgezet in euro op basis van de verkoopkoers op de datum van omzetting of van de terugneming.

Art. 162

§ 1. De taks is betaalbaar :

1° uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op die waarin het borderel dat de transactie bevestigd, afgeleverd wordt wanneer de levering plaatsvindt ten gevolge van een verkrijging onder bezwarende titel waarbij een tussenpersoon van beroep tussenkomt ;

2° in alle andere gevallen, uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op die waarin de levering plaatsgevonden heeft.

In het in het eerste lid, 1° bedoelde geval is de tussenpersoon gehouden de inning van de taks te verzekeren vóór de aflevering van het in artikel 127 voorziene borderel.

De taks wordt betaald door storting of overschrijving op de postrekening van het bevoegde kantoor.

Op de dag van de betaling wordt door de belastingschuldige op dat kantoor een opgave ingediend die de maatstaf van heffing opgeeft alsmede alle elementen noodzakelijk ter bepaling ervan.

§ 2. Wanneer de taks niet binnen de in § 1 bepaalde termijn werd betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd te rekenen van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.

Wanneer de opgave niet binnen de bepaalde termijn werd ingediend, wordt een boete verbeurd van 12,50 EUR per week vertraging. Iedere begonnen week wordt voor een gehele week aangerekend.

Iedere onjuistheid of onvolledigheid in de opgave bedoeld in § 1, wordt gestraft met een boete gelijk aan vijf maal de ontdoken taks zonder dat ze minder dan 250,00 EUR kan bedragen.

§ 3. De elementen die in de in § 1 vermelde opgave moeten meegedeeld worden, elk stuk waarvan het overleggen nodig is voor de controle van de heffing van de taks evenals het bevoegde kantoor worden door de Koning bepaald

Art. 163

Zijn van de taks vrijgesteld :

1° de afleveringen van effecten gedaan ten gevolge van een verkrijging onder bezwarende titel waarin geen tussenpersoon van beroep optreedt of een overeenkomst sluit hetzij voor rekening van een der partijen ;

2° de afleveringen gedaan aan een niet-inwoner van buitenlandse openbare fondsen en van certificaten die buitenlandse openbare fondsen vertegenwoordigen die in open bewaargeving worden gegeven in België bij de Interprofessionele Effectendeposito- en Girokas of bij een tussenpersoon als bedoeld in artikel 2, 9° en 10°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.

3° de afleveringen van door de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten in deviezen uitgegeven effecten, wanneer die effecten in het buitenland of aan een niet-inwoner worden afgeleverd.

Art. 164

De taks wordt betaald :

1° door de tussenpersonen van beroep voor de afleveringen die zij doen aan de verkrijger of aan degene die de effecten op naam heeft omgezet in effecten aan toonder evenals voor de afleveringen die aan hen worden gedaan voor hun eigen rekening ;

2° door de bewaarnemende inrichtingen of vennootschappen voor de afleveringen die zij doen ten gevolge van een terugneming van effecten die zich in open bewaargeving bevinden ;

3° door de uitgevende vennootschappen voor de afleveringen die zij doen aan degene die de effecten op naam heeft omgezet in effecten aan toonder, wanneer geen enkele tussenpersoon van beroep optreedt of een overeenkomst sluit hetzij voor rekening van één der partijen hetzij voor zijn eigen rekening.