Circulaire AAFisc Nr. 32/2016 (nr. E.T.130.082) d.d. 30.11.2016 - vervangen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde

Loterijen en andere kans- en geldspelen
Niet-vrijgestelde belastingplichtige
Plaats van de dienst
Maatstaf van heffing

Deze circulaire werd vervangen door de Circulaire 2018/C/99 betreffende de gevolgen van het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22.03.2018

[deze circulaire in PDF]

Opheffing btw-vrijstelling voor online kans- en geldspelen andere dan loterijen

BIJLAGE 1: Voorbeeld

Inhoudstafel

1. INLEIDING

2. DEFINITIES

2.1. DE KANS- en GELDSPELEN

2.2. LOTERIJEN

2.3. DE LANGS ELEKTRONISCHE WEG VERRICHTE DIENSTEN

3. PLAATS VAN DE HANDELINGEN

3.1. DE MEDECONTRACTANT IS EEN NIET-BELASTINGPLICHTIGE

Voorbeeld 1

Voorbeeld 2

Voorbeeld 3

3.2. DE MEDECONTRACTANT IS EEN BELASTINGPLICHTIGE

4. WERKINGSSFEER VAN DE VRIJSTELLING

5. BTW-HEFFING OP DE KANS- EN GELDSPELEN DIE LANGS ELEKTRONISCHE WEG WORDEN VERRICHT

5.1. Principes

5.2. Begrip 'gering menselijk ingrijpen'

6. MAATSTAF VAN HEFFING

6.1. Eerste geval: de organisator heeft een juridische verplichting om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren

6.1.1. Bepaling van de maatstaf van heffing

6.1.2. Periodieke bepaling van de maatstaf van heffing

6.1.3. Bepaling van de maatstaf van heffing van de kans- en geldspelen waar andere lidstaten of derde landen bij betrokken zijn

6.2. Tweede geval: de organisator heeft geen juridische verplichting om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren

6.3. Derde geval: de organisator ontvangt slechts een commissie

Voorbeeld

6.4. Btw-behandeling van bonussen

Voorbeeld 1: Toekenning aan de spelers van bonussen onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (TAV) en/of niet onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (NTAV)

Voorbeeld 2: Inzetten en/of gebruik van de bonussen onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (TAV) en/of niet onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (NTAV), bij de deelname aan een kans- of geldspel

Voorbeeld 3: Uitkering van de winst en/of toekenning van bonussen onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (TAV) en/of niet onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (NTAV), bij de deelname aan een kans- of geldspel

6.5. Regionale belasting op spelen en weddenschappen

Voorbeeld

7. OPEISBAARHEID VAN DE BELAsTING

Voorbeeld

8. RECHT OP AFTREK

8.1. Principe

8.2. Gemengde btw-belastingplichtige

8.3. Uitoefening van het recht op aftrek van de historische btw

9. TUSSENPERSONEN BIJ HET VERSTREKKEN VAN KANS- EN GELDSPELEN

10. IDENTIFICATIE VOOR BTW-DOELEINDEN

11. GEBRUIK VAN HET BTW-IDENTIFICATIENUMMER

12. PERIODIEKE BTW-AANGIFTE

12.1 Algemeen principe

12.2 Administratieve tolerantie

13. DAGBOEK VAN ONTVANGSTEN

14. DE REGELING VAN HET MINI ENIG LOKET INZAKE BTW (MOSS)

15. HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID

16. INWERKINGTREDING

Voorbeeld

1. INLEIDING

1. Deze circulaire is een toelichting bij de opheffing van de btw-vrijstelling voor online kans- en geldspelen, andere dan loterijen, ingevolge de wijziging van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek op 01.07.2016 door artikel 31 van de programmawet van 01.07.2016 (BS van 04.07.2016).

Overeenkomstig het nieuw artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek zijn de volgende handelingen vrijgesteld:

a) de loterijen;
b) de andere kans- en geldspelen, met uitzondering van degene die langs elektronische weg worden verricht zoals bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 16°.

2. Opdat de betrokken sector zich op deze wijziging zou kunnen voorbereiden, heeft de minister van Financiën beslist de inwerkingtreding van die nieuwe bepaling uit te stellen tot 01.08.2016.

2. DEFINITIES

3. De definitie van de begrippen 'kans- en geldspelen' en 'loterijen', is vanaf 01.07.2016 opgenomen in artikel 1, § 14, van het Btw-Wetboek.

Aangezien de definitie van kans- en geldspelen ongewijzigd in het Btw-Wetboek is omgezet, is het koninklijk besluit nr. 45, waarin die definitie was opgenomen, gelijktijdig opgeheven.

4. Voorts werd de definitie van 'langs elektronische weg verrichte diensten', die opgenomen is in artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek, in de Nederlandse tekst gewijzigd. Om redenen van legistieke uniformiteit werden de begrippen 'kans- of gokspelen' vervangen door 'kans- en geldspelen'. Deze terminologische wijziging heeft verder geen inhoudelijke gevolgen.

2.1. DE KANS- en GELDSPELEN

5. Onder 'kans- en geldspelen' wordt verstaan (artikel 1, § 14, 1°, van het Btw-Wetboek):

a) de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, waarbij de spelers noch bij het begin, noch in de loop of bij het einde van het spel kunnen tussenkomen en de winnaars uitsluitend door het lot of enig andere kansbepaling worden aangewezen;
b) de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, uitgeloofd aan de deelnemers van een prijskamp, van welke aard ook, tenzij de prijskamp de totstandbrenging van een contract tussen de winnaars en de organisator ervan tot gevolg heeft.

6. Het begrip 'kans- en geldspelen' is een generieke term met een algemene draagwijdte die alle verschillende soorten en categorieën van kans- en geldspelen omvat, al dan niet online, met inbegrip van loterijen en weddenschappen, ook al wordt de laatste categorie om redenen van legistieke vereenvoudiging niet meer uitdrukkelijk vermeld in artikel 44, § 3, 13°, nieuw, van het Btw-Wetboek.

Dit begrip omvat eveneens de spelen waarbij de spelers het tegen elkaar opnemen en die hun de kans geven een prijs te winnen.

Onder prijskamp (art. 1, § 14, 1°, b) van het Btw-Wetboek) moet worden verstaan alle spelen, competities of wedstrijden, onder welke benaming ook, waarbij de deelnemers, om kans te maken op een prijs of een premie, een creatieve bijdrage moeten leveren, zoals bv. het invullen van een vragenlijst, het maken van een werkstuk, het uitvoeren van een opdracht, het leveren van een sportieve prestatie, enz. Worden eveneens beoogd: schoonheidswedstrijden, katten- en hondenshows, waarbij deelnemers meedingen naar prijzen.

7. Voorbeelden van kans- en geldspelen: de sportweddenschappen, weddenschappen op paardenwedrennen, spelen geëxploiteerd via radio, televisie, en dag- en weekbladen, pokerwedstrijden, architecten­wedstrijden, enzovoort, ongeacht of deze spelen al dan niet online worden verstrekt.

Zijn daarentegen geen kans- of geldspelen, de toestellen die de speler toelaten zijn behendigheid te testen zoals flipperkasten, grijperkranen, enzovoort.

2.2. LOTERIJEN

8. Onder 'loterijen' of tombola’s moet worden verstaan: elke gelegenheid om door middel van te kopen deelbewijzen van deelneming (loten) mee te dingen naar prijzen of premies in geld of in natura waarbij de winnaars door het lot of een andere kansbepaling waarop zij geen invloed kunnen uitoefenen worden aangewezen (artikel 1, § 14°, 2°, van het Btw-Wetboek).

2.3. DE LANGS ELEKTRONISCHE WEG VERRICHTE DIENSTEN

9. Onder 'langs elektronische weg verrichte diensten' moet worden verstaan: de langs elektronische weg verrichte diensten die het leveren en onderbrengen van computersites tot voorwerp hebben, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschikkingstelling van databanken, de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- en geldspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand. Het feit dat de dienstverrichter en de ontvanger langs elektronische weg berichten uitwisselen, betekent op zich niet dat de dienst langs elektronische weg wordt verricht (artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek).

Dit begrip wordt uitvoeriger toegelicht onder titel 5, hierna.

3. PLAATS VAN DE HANDELINGEN

10. De plaats van de diensten inzake loterijen of andere kans- en geldspelen, wordt bepaald door het Btw-Wetboek in functie van:

- de hoedanigheid van de afnemer van de dienst (de klant): met name of laatstgenoemde al dan niet belastingplichtige is;

- de wijze waarop de dienst wordt verstrekt: met name of het al dan niet om een langs elektronische weg verrichte dienst gaat.

De organisator van kans- en geldspelen verstrekt in principe zijn diensten aan een medecontractant die de hoedanigheid heeft van een niet-belastingplichtige eindverbruiker. In het kader van een langs elektronische weg verrichte dienst, kan de medecontractant van de organisator evenwel een belastingplichtige zijn (bijvoorbeeld: een facilitator, een telecomoperator).

De toepassing van de plaatsbepalingsregels die hierna worden uiteengezet, heeft tot gevolg dat de kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verricht, plaatsvinden in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd, ongeacht of deze persoon al dan niet belastingplichtige is.

Ingevolge de invoering van het nieuwe artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek zijn de diensten inzake online kans- en geldspelen, andere dan loterijen, die in België plaatsvinden, voortaan belast.

3.1. DE MEDECONTRACTANT IS EEN NIET-BELASTINGPLICH­TIGE

11. Wanneer de medecontractant geen belastingplichtige is, wordt de plaats van de diensten inzake kans- en geldspelen bepaald door artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek (B2C-hoofdregel of plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd), indien deze diensten niet langs elektronische weg worden verstrekt.

Diensten inzake kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verricht, vinden plaats daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft (artikel 21bis, § 2, 9°, c), van het Btw-Wetboek).

12. Het is bijgevolg noodzakelijk om de plaats van vestiging van de ontvanger te bepalen. Hiertoe dienen de vermoedens die opgenomen zijn in artikel 24 ter van de uitvoerings­verordening (EU) nr. 282/2011 van de raad van 15.03.2011, gewijzigd door de uitvoerings­verordening (EU) nr. 1042/2013 van de raad van 07.10.2013, hierna 'de uitvoeringsverordening'), te worden toegepast.

Artikel 24ter bepaalt dat indien de langs elektronische weg verrichte diensten worden verstrekt aan een niet-belastingplichtige:

a) via diens vaste lijn: het vermoeden geldt dat de afnemer gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft op de plaats waar de vaste lijn geïnstalleerd is;
b) via mobiele netwerken: het vermoeden geldt dat de afnemer gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft in het land dat wordt aangeduid met de mobiele landencode van de simkaart die wordt gebruikt bij het afnemen van die diensten (artikel 24 ter, a) en b) van de uitvoeringsverordening).

13. Indien de langs elektronische weg verrichte diensten worden verstrekt aan een niet-belastingplichtige, onder andere omstandigheden dan hierboven bedoeld, geldt het vermoeden dat de afnemer gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft op de plaats die door de dienstverrichter als zodanig is vastgesteld aan de hand van twee afzonderlijke, niet-tegenstrijdige bewijsstukken (artikel 24ter, d), van de uitvoeringsverordening).

Het gaat bijvoorbeeld om volgende bewijsstukken (artikel 24septies van de uitvoeringsver­ordening):


- het internetprotocoladres (IP-adres) van het door de afnemer gebruikte toestel of een andere methode voor het bepalen van de geografische locatie;
- bankgegevens, zoals de plaats waar de voor de betaling gebruikte bankrekening wordt aangehouden of het factuuradres van de afnemer waarover die bank beschikt;
- andere zakelijk relevante gegevens, waaronder het rijksregisternummer of persoonsnummer van de speler.

Onder bepaalde voorwaarden kunnen deze vermoedens worden weerlegd door de dienstverrichter of door de administratie (artikel 24quinquies van de uitvoeringsverordening).

14.Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een speler speelt een geldspel, andere dan een loterij, via de internetverbinding van zijn mobiele telefoon die voorzien is van een Belgische SIM-kaart (het betreft een langs elektronische weg verrichte dienst). Op grond van dit enig specifiek criterium wordt, ingevolge de uitvoerings­verordening, vermoed dat de speler zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in België heeft (artikel 24ter, b), van de uitvoeringsverordening). Deze deelname aan het spel is in België belast.

Voorbeeld 2

Een Belgische speler vult een puzzel in die terug te vinden is in een Belgische papieren krant. Hij deelt zijn antwoord mee via een sms verstuurd naar een speciaal daarvoor toegekend nummer. De deelname aan dit spel kost 1 euro. Met zijn deelname kan de speler een smartphone winnen. Dit betreft geen langs elektronische weg verrichte dienst. De deelname aan het spel vindt overeenkomstig artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek (B2C-hoofdregel of plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd) plaats in België en is overeenkomstig artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek van de belasting vrijgesteld.

Voorbeeld 3

Een speler neemt deel aan een online kansspel, andere dan een loterij, via een computer met een Belgisch IP-adres (het betreft een langs elektronische weg verrichte dienst). De speler deelt aan de organisator een bankrekening mee die geopend werd bij een Belgisch bankinstelling. Op grond van deze twee niet-tegensstrijdige elementen, wordt, ingevolge de uitvoeringsverordening, vermoed dat de speler in België gevestigd is, of er zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft (artikel 24ter, d), van de uitvoeringsverordening). Deze deelname aan het spel is in België belast.

3.2. DE MEDECONTRACTANT IS EEN BELASTINGPLICHTIGE

15. Wanneer de medecontractant een belastingplichtige is, wordt de plaats van de diensten inzake kans- en geldspelen bepaald overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek, ongeacht of deze diensten al dan niet langs elektronische weg worden verstrekt.

De plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek).

Het geval waarbij de langs elektronische weg verrichte kans- en geldspelen worden verstrekt via een of meerdere tussenpersonen, wordt besproken onder titel 9, hierna.

4. WERKINGSSFEER VAN DE VRIJSTELLING

16. Het nieuwe artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek heeft tot doel de toepassing van de btw-vrijstelling voor kans- en geldspelen die in België plaatsvinden, te beperken.

De vrijstelling blijft van toepassing op:

- de diensten inzake loterijen die in België plaatsvinden, ongeacht de wijze waarop ze worden verstrekt (al dan niet langs elektronische weg);

- de diensten inzake andere kans- en geldspelen die in België plaatsvinden, met uitzondering van dergelijke diensten die langs elektronische weg worden verricht in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek.

17. De handelingen die onder het begrip 'kans- en geldspelen' zouden kunnen vallen maar die door een andere bepaling van artikel 44 van het Wetboek worden vrijgesteld (zoals bijvoorbeeld levensverzekeringen), zijn, net zoals vroeger, vrijgesteld op grond van die bepaling en niet op grond van artikel 44, § 3, 13°, nieuw, van het Btw-Wetboek.

De vrijstelling is bijgevolg niet meer van toepassing op kans- en geldspelen, andere dan loterijen, die langs elektronische weg worden verricht in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek.

5. BTW-HEFFING OP DE KANS- EN GELDSPELEN DIE LANGS ELEKTRONISCHE WEG WORDEN VERRICHT

5.1. Principes

18. De wijziging van artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek heeft tot gevolg dat de kans- en geldspelen, andere dan loterijen, die langs elektronische weg worden verricht en die in België plaatsvinden voortaan belast zijn.

Wanneer een dienst aldus beantwoordt aan de definitie van een 'kans- en geldspel' (zie hiervoor titel 2.1.), dient vervolgens te worden nagegaan of deze dienst langs elektronische weg wordt verricht.

Onder 'langs elektronische weg verrichte diensten' moet worden verstaan: de langs elektronische weg verrichte diensten die het leveren en onderbrengen van computersites tot voorwerp hebben, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschik­kingstelling van databanken, de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- en geldspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand. Het feit dat de dienstverrichter en de ontvanger langs elektronische weg berichten uitwisselen, betekent op zich niet dat de dienst langs elektronische weg wordt verricht (artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek).

Artikel 7, eerste lid, van de uitvoeringsverordening bepaalt het volgende: 'De in richtlijn 2006/112/EG bedoelde 'langs elektronische weg verrichte diensten' betreffen diensten die over het internet of een elektronisch netwerk worden verleend, wegens hun aard grotendeels geautoma­tiseerd zijn en slechts in geringe mate menselijk ingrijpen vergen, en zonder informatietechnologie niet kunnen worden verricht.'

Deze definitie omvat onder andere de handelingen die vermeld zijn in bijlage II van de btw-richtlijn 2006/112/EG. Bijlage II, punt 4), van de btw-richtlijn vermeldt in het bijzonder de levering van kans- of gokspelen als diensten die langs elektronische weg worden verricht.

Bovendien bepaalt punt 4, d) en e), van bijlage I, van de uitvoeringsverordening dat kans- en geldspelen langs elektronische weg worden verstrekt wanneer:

- ze worden gedownload op computers of mobiele telefoons;

- of wanneer ze bestaan in de toegang tot geautomatiseerde onlinespellen die afhankelijk zijn van het internet of soortgelijke elektronische netwerken en waarbij de spelers zich op afstand van elkaar bevinden.

Zelfs indien bepaalde online diensten gelijkaardige kenmerken kunnen vertonen met diensten die op traditionele wijze (offline) worden verstrekt en van vergelijkbare aard kunnen zijn ingevolge bepaalde gemeenschappelijke elementen die ze vertonen, kunnen online en offline diensten niet als identieke diensten worden beschouwd (richtsnoer genomen naar aanleiding van de 102de btw-comité van 30.03.2015 - document D - 862). De diensten inzake kans- en geldspelen dienen bijgevolg te worden getoetst aan de definitie van 'langs elektronische weg verrichte diensten'.

De langs elektronische weg verrichte diensten worden uitvoerig toegelicht in de circulaire AFZ nr. 9/2003 van 12.08.2003. Voor bijkomende informatie wordt naar die circulaire verwezen.

5.2. Begrip 'gering menselijk ingrijpen'

19. Eigen aan langs elektronische weg verrichte diensten is dat ze slechts in geringe mate menselijk ingrijpen vergen.

Het begrip 'gering menselijk ingrijpen' moet worden onderzocht in de relatie tussen de dienstverrichter en de afnemer van een individuele dienst. In het kader van de kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verricht, moet dit begrip dan ook worden onderzocht in de relatie tussen de speler en de organisator.

Aangezien de uitvoering van een sportevenement niet behoort tot de activiteiten van de organisator, heeft het feit dat een weddenschap betrekking heeft op een sport die door individuen wordt beoefend (voetbal, tennis, paardenwedrennen ...) ook geen gevolgen op de toetsing van het begrip 'gering menselijk ingrijpen'.

20. Het begrip 'gering menselijk ingrijpen' refereert aan de wijze waarop iedere individuele dienst aan de klant wordt verstrekt en naar de graad van menselijke tussenkomst van de dienstverrichter om deze individuele dienst te verstrekken wanneer de klant om deze dienst verzoekt. Het is deze tussenkomst of betrokkenheid van de dienstverrichter die van belang is, niet die van de klant.

Het feit dat de dienstverrichter een systeem opzet dat nodig is om de dienst te kunnen verstrek­ken, dat systeem regelmatig onderhoudt of herstelt, heeft geen invloed op de toetsing van het begrip 'gering menselijk ingrijpen'. Hetzelfde geldt wanneer de organisator personen inzet die het spel- of wedsysteem in real time updaten of aanpassen of nog het gedrag van bepaalde spelers analyseren om inzonderheid bepaalde inzetten van individuele spelers te weigeren wanneer deze een gevaar vormen voor het hele systeem (bijvoorbeeld inzetten die financiële risico's voor de organisator inhouden).

Het feit dat de website of de online kans- en geldspelen worden aangepast aan de noden van de klanten (bijvoorbeeld ingevolge de feedback van die klanten) of dat er nieuwe functionaliteiten hieraan worden toegevoegd, is niet gericht op het verstrekken van een individuele dienst aan een welbepaalde klant. Dergelijke acties betreffen de algemene speel- en wedomgeving, evenals de spelregels, enzovoort, maar worden niet ondernomen met het oog op het verrichten van aanpassingen voor een welbepaalde speler.

21. Specifiek inzake weddenschappen, worden de diensten van de organisator met een gering menselijk ingrijpen verstrekt en kwalificeren ze dus als langs elektronische weg verrichte diensten wanneer:

- in eerste instantie, de parameters die nodig zijn voor het bepalen van de winst van de spelers in een informaticasysteem worden ingevoerd door het personeel van de organisator;

- in tweede instantie, de aanvaarding van de inzetten en de bepaling van de winst automatisch worden beheerd door een informaticasysteem waarover de organisator beschikt.

Het is van geen belang in welke mate er sprake is van een menselijke inzet bij het invoeren en wijzigen van die parameters. Het feit dat de organisator een beroep doet op al dan niet gespecialiseerde personen (om bijvoorbeeld de regels te bepalen voor de weddenschappen, de weddenschappen en quoteringen te analyseren en te monitoren, de quoteringen te updaten, enzovoort), heeft geen invloed op de toetsing van het begrip 'gering menselijk ingrijpen'. Deze personen focussen zich op de algemene speel- of wedomgeving en niet op een individuele weddenschap verricht door een welbepaalde speler. Het feit dat de organisator de identiteit moet controleren van zijn klanten heeft ook geen invloed op het begrip 'gering menselijk ingrijpen'.

22. Wanneer een dienstverrichter de spelen die materieel plaatsvinden in een casino of een speelzaal (of -hal) live uitzendt, moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de spelers al dan niet een interactie hebben met de croupier. In de mate dat de activiteit van de croupier los staat van de activiteit van de speler, blijft het menselijk ingrijpen gering en gaat het om een langs elektronische weg verrichte dienst.

23. Voornoemde situatie is evenwel verschillend van die waarbij de spelers via internet interageren met de croupier zodat de activiteit van de croupier afhangt van de tussenkomsten van elke speler. In dat geval wordt het internet slechts gebruikt als een loutere communicatiemiddel tussen de croupier en de spelers zodat er dan ook geen sprake kan zijn van een langs elektronische weg verrichte dienst (vgl. artikel 58, tweede alinea, van de richtlijn 2006/112/EG van de raad van 28.11.2006).

Het spreekt voor zich dat de spelers moeten interageren met een croupier die een fysieke persoon is en niet met een systeem dat de aanwezigheid van een croupier simuleert door middel van een opgenomen video of synthesebeelden. Is dat toch het geval, blijft het menselijk ingrijpen gering en gaat het om een langs elektronische weg verrichte dienst.

24. Er is evenmin sprake van interactie tussen de croupier en de spelers wanneer de handelingen van de croupier los staan van de acties van de individuele spelers. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook wanneer de croupier zich beperkt tot het verwelkomen van nieuwe spelers en hun te feliciteren met hun winst. In beide gevallen blijft het menselijk ingrijpen gering en gaat het om een langs elektronische weg verrichte dienst.

In het algemeen, ongeacht het type online kans- en geldspelen, hebben de handelingen die voor de klant geen doel op zich zijn, geen invloed op de toetsing van het begrip 'gering menselijke ingrijpen'. Zodoende hebben de contacten tussen de dienstverrichters en de spelers (bijvoorbeeld uitwisseling van mails, telefonische oproepen, chatsessies, enzovoort) met betrekking tot de aangeboden diensten (bijvoorbeeld om de vragen van de klanten m.b.t. een spel of m.b.t. hun persoonlijke gegevens te beantwoorden, om feedback van de klanten te ontvangen, enzovoort) geen invloed op het begrip 'gering menselijke ingrijpen'.

5.3. Bijzonder geval : automaten voor kans- en geldspelen

25. Bij toegeving wordt aanvaard dat de kans- en geldspelen die worden aangeboden via interactieve automaten die zijn verbonden met het internet of met een gelijkaardig elektronisch netwerk, niet worden aangemerkt als diensten die worden verstrekt langs elektronische weg, en bijgevolg vrijgesteld zijn van btw, wanneer die automaten zich bevinden:

- hetzij in een spelinrichting van de klasse I, II, III of IV als bedoeld door de wet van 07.05.1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers;

- hetzij in een dagbladhandel uitgebaat door een handelaar die beschikt over een vergunning klasse F2 (z. art. 43/4, § 5, van voornoemde wet van 07.05.1999).

6. MAATSTAF VAN HEFFING

26. De aanvaarding van inzetten en de uitbetaling van de winsten vormen de kernactiviteit van de kans- en geldspelen. De dienst van de organisator bestaat in het opzetten van een kader waarin deze activiteit plaatsvindt. De maatstaf van heffing van deze dienst wordt bepaald overeenkomstig de ter zake geldende grondregels.

In dit verband, onderscheidt men 3 mogelijke gevallen:

- de organisator heeft een juridische verplichting om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren (zie titel 6.1., hierna);

- de organisator heeft geen juridische verplichting om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren (zie titel 6.2., hierna);

- de organisator ontvangt slechts een commissie (zie titel 6.3., hierna).

De btw-behandeling van de gratis bonussen die aan spelers worden toegekend, wordt besproken onder titel 6.4. Tot slot, worden de btw-implicaties van de regionale taksen op de spelen en weddenschappen, die voorzien zijn in titel III van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, onder titel 6.5. besproken.

6.1. Eerste geval: de organisator heeft een juridische verplichting om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren

6.1.1. Bepaling van de maatstaf van heffing

27. Krachtens artikel 26, eerste lid, van het Btw-Wetboek, wordt de belasting berekend over alles wat de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie de dienst wordt verstrekt.

Wanneer de organisator van kans- of geldspelen een juridische verplichting heeft, van welke aard dan ook, om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren, wordt de maatstaf van heffing berekend aan de hand van de werkelijke brutomarge, die een bedrag inclusief btw is.

De werkelijke brutomarge bestaat uit het bedrag van de inzetten van de spelers, verminderd met het bedrag van de winsten die werkelijk uitgekeerd zijn aan de spelers (zie in die zin de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, H. J. Glawe Spiel, zaak C-38/93, van 05.05.1994, International Bingo Technology SA, zaak C-377/11, van 19.07.2012 en Metropol, zaakC-440/12, van 24.10.2013).

Het bedrag van de inzetten bestaat zowel uit:

- de eigen middelen die door de speler worden gewaagd;

- bedragen die door de speler worden uitgegeven om aan het spel te mogen deelnemen (bijvoorbeeld: inschrijvingsgeld);

- de uitgekeerde winsten die door de speler opnieuw worden ingezet

zonder enige aftrek van kosten ten laste van de organisator, van welke aard dan ook.

Het bedrag van de uitgekeerde winsten is het bedrag bestaande uit alle sommen waarover de spelers vrij kunnen beschikken.

Wanneer een speler een bedrag ontvangt bestaande uit de winsten afkomstig van zijn deelname aan kans- of geldspelen en hij dat bedrag, geheel of gedeeltelijk, opnieuw inzet in een kans- of geldspel, moet het heringezet bedrag worden aangemerkt als een inzet waarmee rekening moet worden gehouden bij de berekening van de werkelijke brutomarge.

28. De werkelijke brutomarge is een bedrag inclusief btw. Het spreekt voor zich dat de btw zelf niet tot de maatstaf van heffing behoort (artikel 28, 6°, van het Btw-Wetboek). Aangezien de btw begrepen is in de werkelijke brutomarge moet deze derhalve uit die marge worden getrokken om de maatstaf van heffing te bepalen (Europees Hof van Justitie, zaak C-440/12, randnummer 52).

In de praktijk gaat men als volgt te werk:

- men berekent eerst de btw volgens de formule:

Fig. 1

- waarin: P = prijs inclusief btw en t = btw-tarief (thans 21 % voor wat online kans- en geldspelen betreft);

- het resultaat van die bewerking wordt in voorkomend geval afgerond, op de hogere of lagere cent. Wanneer het bedrag van de verschuldigde belasting een fractie van een euro met meer dan twee decimalen bevat, moet die fractie op de hogere of op de lagere cent worden afgerond, naargelang de derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt;

- het eventueel afgeronde bedrag wordt afgetrokken van de prijs inclusief btw en het verschil vormt de maatstaf van heffing.

29. Er moet geen onderscheid worden gemaakt naargelang de aard van de juridische verplichting die de organisator ertoe verplicht een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren. Het is bijgevolg niet van belang dat deze juridische verplichting voortvloeit uit een wet, een reglement of een contract (algemene voorwaarden, bijzondere voorwaarden, enzovoort).

30. Inzake kans- en geldspelen waarbij aan de winnaars een prijs in natura wordt overhandigd, geldt voor de berekening van de belasting, overeenkomstig artikel 33, § 3, van het Btw-Wetboek, de normale waarde van de uitgereikte prijs.

6.1.2. Periodieke bepaling van de maatstaf van heffing

31. Wanneer de organisator van kans- en geldspelen een juridische verplichting heeft, van welke aard dan ook, om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren, wordt de maatstaf van heffing berekend aan de hand van de werkelijke brutomarge (zie titel 6.1.1.).

32. De maatstaf van heffing moet in principe voor elke handeling, afzonderlijk beschouwd, worden bepaald.

33. Het beginsel van de 'individuele belasting' vereist echter niet dat bij de berekening van de maatstaf van heffing rekening wordt gehouden met de bedragen die voor een spel worden ingezet door een welbepaalde speler (Europees Hof van Justitie, zaak C-440/12, randnummers 39-40).

De bepaling van de maatstaf van heffing voor ieder afzonderlijk kans- of geldspel zou bovendien praktische moeilijkheden kunnen veroorzaken in de gevallen waarbij het bedrag van de uitgekeerde winsten hoger is dan het bedrag van de inzetten.

Bijgevolg aanvaardt de administratie dat de organisator zijn werkelijke brutomarge niet noodzake­lijk moet vaststellen aan de hand van de inzetten en uitgekeerde winsten per onderscheiden transactie. De organisator mag aldus zijn werkelijke brutomarge vaststellen voor een welbepaalde periode.

34. De regionale wetgeving met betrekking tot de belasting op de spelen en weddenschappen, legt aan de organisator de verplichting op om de maatstaf van heffing te bepalen (zie artikel 60 WGB):

- de eerste dag van elke maand: voor de periode gaande van de 15de dag van de vorige maand tot en met de laatste dag van de vorige maand;

- de 15de dag van elke maand: voor de periode gaande van de 1ste tot en met de 14de dag van de lopende maand.

De administratie aanvaardt dat de organisator de maatstaf van heffing voor de berekening van de btw overeenkomstig dezelfde periodiciteit vaststelt.

De organisator moet daarbij rekening houden met alle inzetten van de betreffende periode, verminderd met alle winsten die gedurende dezelfde periode zijn uitgekeerd, in uitvoering van de juridische verplichting waartoe hij gehouden is.

35. Wanneer, in voorkomend geval, de werkelijke brutomarge van een aangiftetijdvak negatief is, dient dit bedrag te worden overgedragen naar het volgende aangiftetijdvak. Hetzelfde geldt wanneer dit op het einde van een kalenderjaar voorvalt. Het realiseren van een negatieve werkelijke brutomarge doet geen recht op terugbetaling van de belasting ontstaan.

36. Voor een voorbeeld ter illustratie van voornoemde principes, wordt verwezen naar de bijlage van deze circulaire.

6.1.3. Bepaling van de maatstaf van heffing van de kans- en geldspelen waar andere lidstaten of derde landen bij betrokken zijn

37. Sinds 01.01.2015 vinden de diensten inzake kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verricht, altijd plaats in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, en dit ongeacht de hoedanigheid (belastingplichtige of niet) van de ontvanger van de dienst. De dienstverrichter die in verschillende lidstaten kans- of geldspelen verstrekt, moet bijgevolg een maatstaf van heffing bepalen in elke lidstaat waar zijn diensten plaatsvinden.

38. Wanneer de organisator van kans- of geldspelen een juridische verplichting heeft, van welke aard dan ook, om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren, wordt de maatstaf van heffing van de handelingen die in België plaatsvinden bepaald aan de hand van de werkelijke brutomarge die in België is gerealiseerd.

De werkelijke brutomarge die in België is gerealiseerd bestaat uit de inzetten van de spelers die in België gevestigd zijn of er hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben, verminderd met de winsten die uitgekeerd zijn aan de winnaars die in België gevestigd zijn of er hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben.

De werkelijke brutomarge die in België is gerealiseerd, wordt noch door de inzetten van de spelers die buiten België gevestigd zijn of er hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben, noch door de aan die spelers uitgekeerde winsten, beïnvloed.

39. De praktische uitwerking van deze principes wordt aan de hand van onderstaand voorbeeld uitgelegd.

Veronderstel, in het kader van een online kans- of geldspel, andere dan een loterij, dat:

- de spelers die in België gevestigd of gedomicilieerd zijn of er hun gebruikelijke verblijfplaats hebben, 250 euro hebben ingezet. De aan die spelers uitgekeerde winsten bedragen 225 euro;

- de spelers die in lidstaat 2 gevestigd of gedomicilieerd zijn of er hun gebruikelijke verblijfplaats hebben, 150 euro hebben ingezet. De aan die spelers uitgekeerde winsten bedragen 100 euro. De diensten van de organisator die in lidstaat 2 plaatsvinden, worden in die lidstaat aan de btw onderworpen;

- de spelers die in lidstaat 3 gevestigd of gedomicilieerd zijn of er hun gebruikelijke verblijfplaats hebben, 100 euro hebben ingezet. De aan die spelers uitgekeerde winsten bedragen 125 euro. De diensten van de organisator die in lidstaat 3 plaatsvinden, zijn in die lidstaat vrijgesteld.

De winsten die aan de Belgische spelers worden uitgekeerd bedragen 225 euro. De werkelijke brutomarge die in België is gerealiseerd, bedraagt bijgevolg 25 euro. De btw moet uit de werkelijke brutomarge worden getrokken om de maatstaf van heffing te bepalen. In casu bedragen de maatstaf van heffing 20,66 euro en de btw 4,34 euro.

De werkelijke brutomarge die in België is gerealiseerd, wordt noch door de inzetten van de spelers die in de lidstaten 2 en 3 gevestigd zijn of er hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben, noch door de aan die spelers uitgekeerde winsten, beïnvloed.

Fig. 2

6.2. Tweede geval: de organisator heeft geen juridische verplichting om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren

40. Wanneer de organisator geen juridische verplichting heeft om een gedeelte van de inzetten uit te keren, wordt de maatstaf van heffing bepaald aan de hand van het totaalbedrag van de inzetten, zonder aftrek van de winst die aan de spelers wordt uitgekeerd en dit overeenkomstig de basisregel voorzien in artikel 26, eerste lid, van het Btw-Wetboek (arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, Town County Factors Ltd tegen Commissioners of Customs Excise, zaak C-498/99, van 17.09.2002).

Het bedrag van de inzetten bestaat zowel uit:

- de eigen middelen die door de speler worden gewaagd;

- bedragen die door de speler worden uitgegeven om aan het spel te mogen deelnemen (bijvoorbeeld: inschrijvingsgeld);

- de uitgekeerde winsten die door de speler opnieuw worden ingezet

zonder enige aftrek van kosten ten laste van de organisator, van welke aard dan ook.

De btw is begrepen in het bedrag van de inzetten en moet derhalve uit dat bedrag worden getrokken om de maatstaf van heffing te bepalen (Europees Hof van Justitie, zaak C-440/12, randnummer 52).

6.3. Derde geval: de organisator ontvangt slechts een commissie

41. Onder het begrip 'commissie' vallen bijvoorbeeld het toegangsgeld, het inschrijvingsgeld, of andere vergoedingen. De btw-principes van de artikelen 13 en 20 van het Btw-Wetboek zijn hier in principe niet van toepassing.

Wanneer de organisator slechts een commissie ontvangt, wordt de maatstaf van heffing, krachtens de basisregel van artikel 26, eerste lid, van het Btw-Wetboek, bepaald aan de hand van het bedrag van die commissie en niet op basis van het totaalbedrag van de inzetten van de spelers.

De btw is begrepen in de commissie en moet derhalve uit dat bedrag worden getrokken om de maatstaf van heffing te bepalen (Europees Hof van Justitie, zaak C-440/12, randnummer 52).

Het betreft hier bijvoorbeeld gevallen waarbij spelers, in het kader van kans- of geldspelen, elkaar trotseren om een som geld te winnen en waarbij de vergoeding die de exploitant van de kansspelen van de spelers ontvangt voor zijn diensten beperkt is tot een 'commissie'.

Voorbeeld

De uitbater van een website stelt een platform ter beschikking van pokerspelers die het tegen elkaar willen opnemen (zogenaamde 'peer-to-peer' wedstrijd). Om het platform te mogen gebruiken, betalen de spelers elk 10 euro aan de uitbater van de website.

6.4. Btw-behandeling van bonussen

42. De organisatoren van kans- en geldspelen kennen vaak bonussen toe aan de spelers om deze aan te moedigen tot spelen of omdat ze een bepaald bedrag hebben betaald met het oog op spelen. De speler beschikt zodoende over een hoger krediet dan hetgeen waarvoor hij betaald heeft.

In de regel beschikken de spelers niet vrij over de hun toegekende bonussen. De organisatoren van kans- en geldspelen verbinden vaak de vrije beschikking over de bonussen aan een verplichting tot het inzetten van die bonussen voor een bepaald aantal keren (hierna 'turnaround-vereiste').

Een bonus die onderworpen is aan een 'turnaround-vereiste' mag slechts worden opgenomen (bijvoorbeeld door de overschrijving van de spelersrekening naar een bankrekening) wanneer aan die vereiste is voldaan.

43. De toekenning van bonussen heeft verschillende gevolgen al naargelang de bonussen al dan niet onderworpen zijn aan een 'turnaround-vereiste':

- wanneer de toegekende bonussen niet onderworpen zijn aan een'turnaround-vereiste', kunnen de spelers er vrij over beschikken zodat deze als uitgekeerde winst worden aangemerkt;

- wanneer de toegekende bonussen onderworpen zijn aan een 'turnaround-vereiste' dienen deze nooit in aanmerking te worden genomen voor de bepaling van de maatstaf van heffing.

In het geval evenwel beoogd onder titel 6.2., zijnde in het geval de organisator geen juridische verplichting heeft om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren, dient hoe dan ook geen rekening te worden gehouden met de toegekende bonussen.

De toekenning van bonussen ingevolge de deelname aan een kans- of geldspel heeft dezelfde btw-gevolgen als de toekenning van bonussen vóór de deelname aan een dergelijk spel.

44. Wanneer een speler aan een kans- of geldspel deelneemt, dient te worden nagegaan of de sommen die voor die deelname worden gebruikt:

- worden toegerekend op de bonussen onderworpen aan een 'turnaround-vereiste': in dat geval is er geen invloed op de maatstaf van heffing;

- dan wel aangemerkt worden als een ingezet bedrag in de zin van de definitie opgenomen onder de titels 6.1. en 6.2. (daaronder begrepen de inzet van toegekende bonussen die niet onderworpen zijn aan een 'turnaround-vereiste'): in dat geval ontvangt de organisator een prijs die de maatstaf van heffing verhoogt (zie eveneens titel 7., hierna).

45. Voornoemde principes worden uitgelegd aan de hand van onderstaande voorbeelden. Deze voorbeelden dienen lijn per lijn te worden gelezen.

Voorbeeld 1: Toekenning aan de spelers van bonussen onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (TAV) en/of niet onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (NTAV)

Bonus toegekend aan de spelers

Werkelijke brutomarge (inclusief btw)

Gevolgen op de btw-aangifte

Voorbeeld 1.1.

Toegekende bonus TAV: 10 euro

Toegekende bonus NTAV: 0 euro

0,00 euro

Rooster 03: leeg

Rooster 54: leeg

Voorbeeld 1.2.

Toegekende bonus TAV: 0 euro

Toegekende bonus NTAV: 20 euro

-20,00 euro

Rooster 03: - 16,53 euro

Rooster 54: - 3,47 euro

Voorbeeld 1.3.

Toegekende bonus TAV: 10 euro

Toegekende bonus NTAV: 20 euro

-20,00 euro

Rooster 03: - 16,53 euro

Rooster 54: - 3,47 euro

Voorbeeld 2: Inzetten en/of gebruik van de bonussen onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (TAV) en/of niet onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (NTAV), bij de deelname aan een kans- of geldspel

Inzetten en bonussen gebruikt door de spelers

Werkelijke brutomarge (inclusief btw)

Gevolgen op de btw-aangifte

Voorbeeld 2.1.

Inzet (zonder bonus): 50 euro

Gebruikte TAV bonussen: 0 euro

Gebruikte NTAV bonussen: 0 euro

+50,00 euro

Rooster 03: 41,32 euro

Rooster 54: 8,68 euro

Voorbeeld 2.2.

Inzet (zonder bonus): 50 euro

Gebruikte TAV bonussen: 20 euro

Gebruikte NTAV bonussen: 0 euro

+50,00 euro

Rooster 03: 41,32 euro

Rooster 54: 8,68 euro

Voorbeeld 2.3.

Inzet (zonder bonus): 50 euro

Gebruikte TAV bonussen: 0 euro

Gebruikte NTAV bonussen: 10 euro

+60,00 euro

Rooster 03: 49,59euro

Rooster 54: 10,41 euro

Voorbeeld 2.4.

Inzet (zonder bonus): 0 euro

Gebruikte TAV bonus: 20 euro

Gebruikte NTAV bonus: 10 euro

+10,00 euro

Rooster 03: 8,26 euro

Rooster 54: 1,74 euro

Voorbeeld 3: Uitkering van de winst en/of toekenning van bonussen onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (TAV) en/of niet onderworpen aan een 'turnaround-vereiste' (NTAV), bij de deelname aan een kans- of geldspel

Uitgekeerde winsten en bonussen toegekend aan de spelers

Werkelijke brutomarge (inclusief btw)

Gevolgen op de btw-aangifte

Voorbeeld 3.1.

Uitgekeerde winsten (zonder bonus): 30 euro

Toegekende bonussen TAV: 0 euro

Toegekende bonussen NTAV: 0 euro

-30,00 euro

Rooster 03: - 24,79 euro

Rooster 54: - 5,21 euro

Voorbeeld 3.2.

Uitgekeerde winsten (zonder bonus): 30 euro

Toegekende bonussen TAV: 20 euro

Toegekende bonussen NTAV: 0 euro

-30,00 euro

Rooster 03: - 24,79 euro

Rooster 54: - 5,21 euro

Voorbeeld 3.3.

Uitgekeerde winsten (zonder bonus): 0 euro

Toegekende bonussen TAV: 20 euro

Toegekende bonussen NTAV: 0 euro

0,00 euro

Rooster 03: leeg

Rooster 54: leeg

Voorbeeld 3.4.

Uitgekeerde winsten (zonder bonus): 30 euro

Toegekende bonussen TAV: 0 euro

Toegekende bonussen NTAV: 10 euro

-40,00 euro

Rooster 03: - 23,06 euro

Rooster 54: - 6,94 euro

Voorbeeld 3.5.

Uitgekeerde winsten (zonder bonus): 30 euro

Toegekende bonussen TAV: 5 euro

Toegekende bonussen NTAV: 5 euro

-35,00 euro

Rooster 03: - 28,93 euro

Rooster 54: - 6,07 euro

46. Voor een samenvattend voorbeeld, die onder andere de toepassing van voornoemde principes nader illustreert, wordt verwezen naar de bijlage van deze circulaire.

6.5. Regionale belasting op spelen en weddenschappen

47. Titel III van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen voert een belasting in op de spelen en weddenschappen. Ingevolge de Bijzondere wet van 16.01.1989 tot financiering van de gemeenschappen en de gewesten (BS van 17.01.1989) is de belasting op de spelen en de weddenschappen sedert 01.01.1989 een gewestelijke belasting.

In geen van de drie gevallen vermeld onder titel 6.1., 6.2. en 6.3. is het toegestaan om bij de berekening van de verschuldigde btw rekening te houden met de regionale belasting op spelen en weddenschappen.

Voorbeeld

De organisator heeft de juridische verplichting om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren. De inzetten bedragen 150 euro. De uitgekeerde winsten bedragen 50 euro. De werkelijke brutomarge bedraagt aldus 100 euro. De regionale belasting wordt berekend op die 100 euro (stel dat die belasting 11 % bedraagt, dan dient de organisator 11 euro door te storten, al naargelang het geval, aan het gewest of de federale overheid). De btw moet worden berekend uit de werkelijke brutomarge, zijnde 100 euro, zonder aftrek van de regionale belasting.

Overeenkomstig de formule opgenomen onder titel 6.1.1., bedraagt de:

- werkelijke brutomarge: 100 euro;

- verschuldigde btw: 17,36 euro;

- maatstaf van heffing: 82,64 euro.

7. OPEISBAARHEID VAN DE BELASTING

48. De bepaling van het tijdstip van opeisbaarheid is relevant om te weten in welke periodieke btw-aangifte de verschuldigde btw moet worden opgenomen. De toepasselijke opeisbaarheidsregels worden bepaald door het Btw-Wetboek in functie van de hoedanigheid van de afnemer van de dienst (de klant).

49. De organisator van kans- en geldspelen verstrekt zijn diensten aan een speler die in principe een natuurlijke persoon is die als niet-belastingplichtige handelt (particulier). Voor de diensten verricht door een belastingplichtige die gewoonlijk diensten verricht voor particulieren en waarvoor hij niet verplicht is een factuur uit te reiken, wordt de belasting opeisbaar over het ontvangen bedrag op het tijdstip waarop de betaling wordt ontvangen (artikel 22bis, § 3, van het Btw-Wetboek).

50. De deelname aan langs elektronische weg verrichte kans- en geldspelen impliceert in principe de verplichting voor de speler om zich voorafgaandelijk in die hoedanigheid in te schrijven en titularis te zijn van een spelersrekening.

De spelersrekening kan van geld worden voorzien door een overschrijving vanop een bankrekening. De gestorte bedragen kunnen vervolgens worden gebruikt om geld in te zetten. De spelersrekening laat ook toe de winsten afkomstig van de spelen te ontvangen. Deze winsten kunnen vervolgens worden ingezet in een ander spel of via overschrijving worden overgezet van de spelersrekening naar een bankrekening.

51. Wanneer een speler vanuit een bankrekening geld toevoegt aan zijn spelersrekening, kan deze overschrijving niet worden aangemerkt als een betaling die verbonden is aan een dienst verstrekt door de organisator. Op het tijdstip van die overschrijving, is het verrichten van een dienst door de organisator immers nog onzeker. Een dienst inzake een kans- of geldspel is immers pas verricht wanneer de organisator over alle elementen beschikt die hem toelaten de winsten en verliezen van de spelers te bepalen.

Wanneer een speler daarentegen de bedragen die aanwezig zijn op zijn spelersrekening geheel of gedeeltelijk inzet, vormt het inzetten van die bedragen de ontvangst van een betaling door de organisator en dit vóór het tijdstip waarop de dienst verricht is. De belasting wordt bijgevolg opeisbaar op het tijdstip waarop het bedrag wordt ingezet door de speler.

52. Wanneer een speler op zijn spelersrekening winsten ontvangt afkomstig van de kans- of geldspelen waaraan hij heeft deelgenomen, spreekt het voor zich dat deze winsten als inzetten moeten worden aangemerkt op het tijdstip waarop de speler deze inzet op een ander kans- op geldspel.

53. Wat de gevallen betreft waarvoor de organisator de juridische verplichting heeft om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren, is het onmogelijk om de werkelijke brutomarge te bepalen op het tijdstip van de inzet. Het inzetten vindt immers op een tijdstip plaats waarop de organisator niet over alle nodige elementen beschikt om de winsten te bepalen.

Bijgevolg aanvaardt de administratie dat de organisator zijn werkelijke brutomarge niet moet vaststellen aan de hand van de inzetten en uitgekeerde winsten per onderscheiden transactie. De organisator mag zijn werkelijke brutomarge voor een gegeven periode vaststellen.

De administratie aanvaardt dat de werkelijke brutomarge wordt bepaald op (zie randnummer 34):

- de eerste dag van elke maand: voor de periode gaande van de 15de dag van de vorige maand tot en met de laatste dag van de vorige maand;

- de 15de dag van elke maand: voor de periode gaande van de 1ste tot en met de 14de dag van de lopende maand.

De organisator moet daarbij rekening houden met alle inzetten van de betreffende periode, verminderd met alle winsten die gedurende dezelfde periode zijn uitgekeerd, in uitvoering van de juridische verplichting waartoe hij gehouden is.

De werkelijke brutomarge van iedere periode laat toe de maatstaf van heffing en de verschuldigde btw voor iedere periode te bepalen. De maatstaf van heffing en de verschuldigde btw met betrekking tot de periodes die slaan op een aangiftetijdvak, worden in de desbetreffende aangifte opgenomen.

Wanneer, in voorkomend geval, de werkelijke brutomarge van een aangiftetijdvak negatief is, wordt dit bedrag overgedragen naar het volgende aangiftetijdvak. Hetzelfde geldt wanneer dit op het einde van een kalenderjaar voorvalt. Het realiseren van een negatieve werkelijke brutomarge doet in geen enkel geval een recht op terugbetaling van de belasting ontstaan.

54. Voornoemde principes worden uitgelegd aan de hand van onderstaand voorbeeld.

Voorbeeld

Periode van 01.10.2016 tot en met 14.10.2016

Periode van 15.10.2016 tot en met 31.10.2016

Periode van 01.11.2016 tot en met 14.11.2016

Periode van 15.11.2016 tot en met 30.11.2016

Inzetten

Winsten

Inzetten

Winsten

Inzetten

Winsten

Inzetten

Winsten

Spel 1

100 euro

-

100 euro

-

-

100 euro

-

-

Spel 2

-

-

100 euro

100 euro

-

-

-

-

Spel 3

100 euro

-

-

-

100 euro

100 euro

-

-

Spel 4

-

-

100 euro

-

100 euro

-

100 euro

-

Spel 5

-

-

-

-

100 euro

-

100 euro

100 euro

Totaal per periode

200 euro

-

300euro

100 euro

300 euro

200 euro

200 euro

100 euro

Werkelijke brutomarge

200 euro

200 euro

100 euro

100 euro

Maandelijkse btw-aangifte

Aangifte m.b.t. de handelingen van de maand oktober 2016

Rooster 03: 330,58 euro

Rooster 54: 69,42 euro

Aangifte m.b.t. de handelingen van de maand november 2016

Rooster 03: 165,29 euro

Rooster 54: 34,71 euro

55. Voor een samenvattend voorbeeld, die onder andere de toepassing van voornoemde principes illustreert, wordt verwezen naar de bijlage van deze circulaire.

56. Voor de modaliteiten van de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek, wordt verwezen naar titel 12 van deze circulaire.

8. RECHT OP AFTREK

8.1. Principe

57. Tot en met 31.07.2016 zijn de langs elektronische weg verrichte diensten inzake kans- en geldspelen die in België plaatsvinden vrijgesteld krachtens artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek en verlenen ze geen recht op aftrek.

58. Vanaf 01.08.2016 is deze vrijstelling opgeheven zodat de langs elektronische weg verrichte diensten inzake kans- en geldspelen, andere dan loterijen, aan de btw onderworpen zijn en recht op aftrek verlenen (artikel 45, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek).

De langs elektronische weg verrichte diensten inzake kans- en geldspelen verlenen recht op aftrek zelfs indien ze in een andere lidstaat of derde land plaatsvinden. Elke belastingplichtige mag immers op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden (artikel 45, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek).

8.2. Gemengde btw-belastingplichtige

59. De belastingplichtigen die zowel:

- belaste handelingen verrichten die recht op aftrek verlenen (bijvoorbeeld: de organisatie van een langs elektronische weg verrichte kans- en geldspel);

- en vrijgestelde handelingen verrichten die geen recht op aftrek verlenen (bijvoorbeeld: de organisatie van een niet langs elektronische weg verrichte kans- en geldspel of het verrichten van diensten inzake loterijen)

hebben de hoedanigheid van gemengde btw-belastingplichtige.

De belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige voor zijn economische activiteit gebruikt is in principe aftrekbaar overeenkomstig de regeling van het algemeen verhoudingsgetal of met inachtneming van het werkelijk gebruik (artikel 46 van het Wetboek).

Overeenkomstig artikel 12, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 3, is het algemeen verhoudingsgetal een breuk:

- met als teller, het totaalbedrag, vastgesteld per kalenderjaar, van de handelingen, waarvoor aanspraak op aftrek bestaat (handelingen beoogd door artikel 45, § 1, 1° tot en met 5°, van het Btw-Wetboek;

- met als noemer, het totaalbedrag, vastgesteld per kalenderjaar, zowel van de handelingen opgenomen in de teller als van de handelingen waarvoor geen aanspraak op aftrek bestaat.

Wanneer een belastingplichtige handelingen verricht waarvoor de maatstaf van heffing wordt bepaald overeenkomstig titel 6.1., hiervoor, moet hij de werkelijke brutomarge, verminderd met het inbegrepen btw-bedrag (1), zowel in de teller als in de noemer opnemen.

(1) de werkelijke brutomarge is een bedrag inclusief btw. In het algemeen verhoudingsgetal dienen evenwel bedragen exclusief btw te worden opgenomen. De btw die is begrepen in de werkelijke brutomarge moet derhalve eerst uit die marge worden getrokken. Voor meer uitleg wordt verwezen naar titel 6.1.1.

8.3. Uitoefening van het recht op aftrek van de historische btw

60. Op grond van artikel 21bis, § 1 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10.12.1969 betreffende de aftrekregeling voor de toepassing van de btw, kunnen de belastingplichtigen die langs elektronische weg kans- en geldspelen verrichten, hun recht op aftrek bij wijze van regularisatie uitoefenen:

a) voor de andere goederen en diensten dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden gebruikt of verbruikt op 01.08.2016 EN die bestemd zijn voor de belaste activiteit van de belastingplichtig.

Voor de goederen en diensten die nog niet werden gebruikt of verbruikt op 01.08.2016, wordt opgemerkt dat de btw geheven van algemene onkosten (telefoon, energie, water, e.a.) die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan voornoemde datum, niet aftrekbaar is.

Doordat de uitoefening van het recht op aftrek onderworpen is aan de vervaltermijn van drie jaar (zie artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 3) en rekening houdend met het feit dat de regularisatie ten vroegste kan plaatsvinden in 2016, kan daarenboven slechts de btw geheven van goederen en diensten die vanaf 01.01.2013 opeisbaar is geworden, in aftrek worden gebracht.

De administratie aanvaardt dat btw die opeisbaar is geworden in de loop van 2013 alsnog mag worden gerecupereerd in de btw-aangifte met betrekking tot de handelingen van de maand december 2016 of van het vierde kwartaal 2016, in te dienen tegen uiterlijk 20.01.2017, op voorwaarde dat de inventaris is ingediend uiterlijk op 31.12.2016.

b) voor de bedrijfsmiddelen die op 01.08.2016 nog bestaan, voor zover die goederen nog bruikbaar zijn, de herzieningstermijn bepaald bij artikel 48, § 2, van het Btw-Wetboek nog niet is verstreken EN die bestemd zijn voor de belaste activiteit van de belastingplichtige.

Voor bedrijfsmiddelen is het bedrag van de regularisatie gelijk aan de belasting die niet in aftrek kon worden gebracht, verminderd met een vijfde of een vijftiende (naargelang van de aard van het goed in de zin van artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 3) per jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgens artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 3 in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de aftrek tot 31.12.2015 (toepassing artikel 21bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 3). Dit betekent dat voor ieder verstreken kalenderjaar vóór 01.08.2016 één vijfde of één vijftiende naargelang de aard van het bedrijfsmiddel, van de niet-afgetrokken btw verloren is. Het restant van de niet afgetrokken btw kan worden herzien.

In voorkomend geval moet het aldus bekomen bedrag dan nog beperkt worden in functie van de regels zoals uiteengezet onder titel 8.2.).

Wanneer de belastingplichtige zijn recht op aftrek uitoefent overeenkomstig de regel van het algemeen verhoudingsgetal aanvaardt de administratie dat de regularisatie van het recht op aftrek van de historische btw berekend wordt op basis van een voorlopig aftrekpercentage dat berekend wordt op basis van de vooruitzichten. Het definitief aftrekpercentage zal ten vroegste per 01.01.2017 bepaalbaar zijn. Om deze redenen dient het verschil tussen het voorlopig en definitief aftrekpercentage, opgenomen te worden in de btw-aangifte in te dienen uiterlijk per 20.04.2017.

61. De regularisatie is afhankelijk van de indiening, bij de dienst bevoegd inzake btw waaronder de belastingplichtige ressorteert, van een inventaris van de op 01.08.2016 nog niet gebruikte of verbruikte goederen en diensten en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken moeten worden opgemaakt in twee exemplaren, waarvan er één bestemd is voor de dienst bevoegd inzake btw (artikel 21bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 3). De belastingplichtige moet deze inventaris in principe indienen uiterlijk op 31.12.2016. Indien de belastingplichtige zijn recht op aftrek van de historische btw zou willen uitoefenen in een btw-aangifte die ingediend wordt vóór deze datum, moet de inventaris worden ingediend uiterlijk op het moment van indiening van deze aangifte.

62. De regularisatie wordt overeenkomstig artikel 21bis, § 3, van het koninklijk besluit nr. 3 verricht door toerekening in de periodieke btw-aangifte. Voornoemd artikel bepaalt dat de regularisatie tot beloop van het passende bedrag wordt verricht door toerekening op het aan de staat verschuldigde bedrag van de belasting in rooster 71 van kader VI van de periodieke aangifte. Wanneer het eindresultaat van deze toerekening een door de staat verschuldigd bedrag is, wordt dat bedrag naar de volgende aangiftetijdvakken overgebracht tot passend beloop van rooster 71 van deze aangiften.

9. TUSSENPERSONEN BIJ HET VERSTREKKEN VAN KANS- EN GELDSPELEN

63. De organisator van een kans- en geldspel kan zijn diensten rechtstreeks aanbieden aan de gebruiker (de speler, de wedder, ...) via het internet of een gelijkaardig netwerk (vb. een organisator van sportweddenschappen biedt de weddenschappen in eigen naam aan via een website die rechtstreeks toegankelijk is voor zijn gebruikers).

Het is echter ook mogelijk dat bij het verstrekken van een langs elektronische weg verrichte dienst, bijvoorbeeld via een telecommunicatienetwerk, een interface of een portaal, een derde tussenkomt hetzij in de hoedanigheid van tussenpersoon (vb. de aanbieder van kans- en geldspelen verleent een recht op toegang tot een aantal casinospelen aan zijn klanten via een website die wordt uitgebaat door een derde), hetzij anders dan als tussenpersoon.

64. Wanneer een derde tussenkomt stelt zich de vraag in welke hoedanigheid hij handelt bij het verstrekken van de langs elektronische weg verrichte dienst. Men kan drie mogelijkheden onderscheiden:

- de derde handelt als commissionair (in eigen naam, maar voor rekening van iemand anders) in de zin van artikel 20, § 1, het Btw-Wetboek;

Wanneer door tussenkomst van een belastingplichtige, handelend in eigen naam maar voor rekening van een ander, een dienst wordt verricht, wordt de betrokken belastingplichtige geacht deze dienst zelf te hebben afgenomen en te hebben verricht (artikel 28 van de richtlijn 2006/112/EG van de raad van 28.11.2006). Deze principes zijn omgezet in de artikelen 13, § 2 en 20, § 1, van het Btw-Wetboek.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een organisator van een spel zijn diensten aanbiedt via de uitbater van een spelplatform. Het platform rekent per spel een vergoeding aan de speler aan en is juridisch verantwoordelijk voor het correct verstrekken van de dienst aan de speler. De uitbater van het spelplatform wordt geacht de dienst van de organisator van het spel zelf te ontvangen en op zijn beurt te verstrekken aan de speler.

- de derde handelt als tussenpersoon, andere dan als commissionair in de zin van artikel 20, § 1, van het Btw-Wetboek;

De belastingplichtige door wiens tussenkomst de langs elektronische weg verrichte dienst wordt verricht, wordt in principe steeds geacht in eigen naam maar voor rekening van de verrichter van deze diensten te handelen, wanneer deze dienst worden verricht via een telecommunicatienetwerk, een interface of een portaal zoals een marktplaats voor applicaties (artikel 9bis van de uitvoeringsverordening). Onder bepaalde voorwaarden kan dit vermoeden worden weerlegd. Dit wordt uitvoerig toegelicht in de beslissing nr. E.T.126.947 dd. 22.12.2014. Voor bijkomende informatie wordt verwezen naar die beslissing.

Wanneer het vermoeden wordt weerlegd, dient toepassing te worden gemaakt van de circulaire AOIF nr. 50/2009 (E.T.109.696) van 12.11.2009 met betrekking tot het toe te passen btw-stelsel op handelingen verstrekt door middel van specifiek voor dat doel gecommercialiseerde telecommunicatiemiddelen.

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een speler via zijn smartphone een spelletje speelt en het verschuldigd bedrag hem wordt aangerekend via een factuur van de telefoonmaatschappij die de communicatie met de aanbieder van het spel tot stand heeft gebracht. De vergoeding voor de deelname aan het spel wordt "below-the-line" op de factuur vermeld op voorwaarde dat de telefoonmaatschappij met succes het vermoeden van artikel 9bis van de uitvoeringsverordening weerlegt. In dat geval wordt de eigenlijke dienst door de organisator rechtstreeks verstrekt aan de speler. Voor bijkomende informatie wordt verwezen naar de circulaire AOIF nr. 50/2009 (E.T.109.696).

- de derde handelt anders dan als tussenpersoon bij het verstrekken van de eigenlijke dienst;

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de betaling aan de aanbieder van de weddenschappen gebeurt via een kredietkaartmaatschappij, die in principe niet geacht wordt tussen te komen bij het verstrekken van de langs elektronische weg verrichte dienst. De organisator wordt geacht zijn diensten rechtstreeks aan te bieden aan de gebruiker (de speler, de wedder, ...). De kredietkaartmaatschapij verstrekt een vrijgestelde dienst bedoeld in artikel 44, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek.

10. IDENTIFICATIE VOOR BTW-DOELEINDEN

65. De organisator van niet vrijgestelde kans- en geldspelen moest zich in principe uiterlijk op 31.07.2016 voor btw-doeleinden laten identificeren bij de bevoegde dienst van de FOD Financiën (onder voorbehoud van hetgeen bepaald wordt onder titel 14). De organisator van kans- en geldspelen moet hiertoe een document 604A invullen en neerleggen bij de bevoegde dienst, in voorkomend geval via een erkend ondernemingsloket. Het formulier 604A is beschikbaar bij de erkende ondernemings-­loketten, de bevoegde diensten of op de website van de FOD Financiën www.financien.belgium.be (selecteer Formulieren > selecteer de administratie 'AAFisc - BTW' en thema 'BTW'. Klik vervolgens op 'Zoeken').

66. Er wordt evenwel opgemerkt dat de organisator van kans- en geldspelen die reeds over een btw-identificatienummer beschikt (bijvoorbeeld ingevolge intracommunautaire verwervingen) binnen de maand aan de bevoegde dienst moest melden dat hij voortaan periodieke btw-aangiften zal indienen. Deze melding gebeurt aan de hand van het formulier 604B dat eveneens op voornoemde website beschikbaar is.

11. GEBRUIK VAN HET BTW-IDENTIFICATIENUMMER

67. Belastingplichtigen moeten, krachtens artikel 53quater van het Btw-Wetboek, hun btw-identificatienummer aan hun leveranciers en aan hun klanten mededelen. Dit nummer moet worden vermeld op alle contracten, facturen, bestelbons, verzendingsnota’s en andere stukken met betrekking tot de economische activiteit (artikel 30 van het koninklijk besluit nr. 1).

12. PERIODIEKE BTW-AANGIFTE

12.1 Algemeen principe

68. Krachtens artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek, moeten de organisatoren van kans- en geldspelen iedere maand een aangifte indienen. Niettemin, indien de voorwaarden van artikel 18, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 voldaan zijn, kan de belastingplichtige kiezen voor het normale btw-stelsel met de indiening van driemaandelijkse btw-aangiften. De belangrijkste voorwaarde hieromtrent is dat de jaaromzet (exclusief btw) voor de volledige economische activiteit (dus met inbegrip van de vrijgestelde handelingen) niet meer dan 2.500.000 euro bedraagt. De periodieke btw-aangifte moet worden ingediend uiterlijk de twintigste van de maand volgend op de periode waarop die aangifte betrekking heeft.

De periodieke btw-aangifte moet via elektronische weg worden ingediend door gebruik te maken van de toepassing INTERVAT. De toepassing INTERVAT kan worden geraadpleegd via de internetsite van de FOD Financiën (http://www.financiën.belgium.be (rubriek E-services)). Om een aangifte te versturen, moet de belastingplichtige een digitale handtekening plaatsen middels een elektronische identiteitskaart (met kaartlezer) of een digitale certificaat klasse 3. De administratie verstuurt automatisch een ontvangstbevestiging zodra ze de btw-aangifte heeft ontvangen.

12.2 Administratieve tolerantie

69. De administratie liet, in het kader van een overgangsperiode, toe dat de indiener van maandaangiften de handelingen van de maand augustus 2016 opnam in de aangifte met betrekking tot de handelingen van september 2016 (tegelijkertijd met de handelingen van september 2016) die uiterlijk op 20.10.2016 moest worden ingediend.

Deze tolerantie vereist evenwel de indiening van een 'NIHIL'-aangifte voor de handelingen van de maand augustus 2016. Deze aangifte moest worden ingediend uiterlijk op 20.09.2016.

De aangiften ingediend voor de datum van publicatie van deze circulaire dienden te gebeuren op basis van de bepalingen van het nieuwe artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek waarvan het toepassingsgebied wordt toegelicht in de memorie van toelichting bij deze wetswijziging.

Het is in deze context uiteraard mogelijk dat ten aanzien van sommige diensten onduidelijkheid heeft bestaan nopens het toepasselijk regime. Indien zou blijken dat de btw verschuldigd over bepaalde online spelen- of weddenschappen ten onrechte niet is voldaan, dan moet een rechtzetting gebeuren. De administratie zal deze rechtzetting, in principe, aanmerken als een spontane rechtzetting wanneer deze rechtzetting gebeurt in de eerste periodieke btw-aangifte in te dienen na publicatie van bedoelde circulaire.

Bijgevolg, aanvaardt de administratie :

- de belastingplichtigen gehouden tot het indienen van een maandelijkse periodieke btw-aangifte de btw die opeisbaar is geworden tussen 01.08.2016 en 31.10.2016 en die ze nog moeten rechtzetten moeten opnemen in de aangifte met betrekking tot de maand november 2016 (met inbegrip van de btw die opeisbaar is geworden in de loop van deze maand), in te dienen uiterlijk op 20.12.2016;

- de belastingplichtigen gehouden tot het indienen van een periodieke btw-aangiften per kwartaal de btw die opeisbaar is geworden tussen 01.08.2016 en 30.09.2016 en die ze nog moeten rechtzetten moeten opnemen in de aangifte met betrekking tot het vierde kwartaal van 2016 (met inbegrip van de btw die opeisbaar is geworden in de loop van dat kwartaal), in te dienen uiterlijk op 20.01.2017;

13. DAGBOEK VAN ONTVANGSTEN

70. Overeenkomstig artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29.12.1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de btw, moeten de belastingplichtige organisatoren van kans- en geldspelen, per bedrijfszetel, een dagboek van ontvangsten bijhouden waarin zij de ontvangsten inschrijven met betrekking tot de handelingen waarvoor zij niet verplicht zijn een factuur uit te reiken en waarvoor zij geen factuur hebben uitgereikt.

Dit dagboek kan op papier of op elektronische wijze worden gehouden.

Het dagboek van ontvangsten met betrekking tot de in de bedrijfszetel verrichte handelingen alsook de verantwoordingsstukken die erop betrekking hebben, dienen zich op die bedrijfszetel te bevinden.

71. De belastingplichtige moet dagelijks in het dagboek van ontvangsten de inzetten (in het geval beoogd onder titel 6.2.) of de commissie (geval beoogd onder titel 6.3.) inschrijven en het bijhorend btw-bedrag duidelijk vermelden.

In het geval beoogd onder titel 6.1. mag hij, overeenkomstig de tolerantie betreffende de bepaling van de werkelijke brutomarge per periode (zie randnummer 34), de dagelijkse inschrijving van zijn werkelijke brutomarge per speler (positieve of negatieve inschrijving) vervangen door een globale inschrijving:

- de eerste dag van elke maand: voor de periode gaande van de 15de dag van de vorige maand tot en met de laatste dag van de vorige maand;

- de 15de dag van elke maand: voor de periode gaande van de 1ste tot en met de 14de dag van de lopende maand.

72. De gegevens die op elektronische wijze worden bewaard en die nodig zijn voor de bepaling van de maatstaf van heffing moeten overeenkomstig de bepalingen van artikel 60, § 4, van het Btw-Wetboek worden bewaard.

14. DE REGELING VAN HET MINI ENIG LOKET INZAKE BTW (MOSS)

73. Vanaf 01.01.2015 vinden de langs elektronische weg verrichte diensten, die worden verricht voor een niet belastingplichtige ontvanger van diensten, steeds plaats in het land waar die ontvanger is gevestigd of zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft en dit ongeacht de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd.

Bijgevolg heeft de operator die dergelijke diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten die in de Europese Unie zijn gevestigd, de principiële verplichting om zich voor de btw te laten identificeren in alle lidstaten waar die diensten plaatsvinden en waar hij nog niet is gevestigd of geïdentificeerd.

74. Teneinde de verplichtingen van de betrokken belastingplichtigen te vereenvoudigen, werd er gelijktijdig een facultatief systeem van een mini enig loket opgezet in de Gemeenschap, 'Mini One Stop Shop' (MOSS) geheten, om deze belastingplichtigen toe te laten al hun verplichtingen te vervullen via één enkele lidstaat van identificatie (indiening van één enkele elektronische kwartaalaangifte die het behaalde omzetcijfer en de verschuldigde btw vermeldt per betrokken lidstaat).

Er worden twee systemen van mini enig loket opgezet:

- een niet EU-regeling voor de niet Europese operatoren die in de Europese Unie noch over een vaste inrichting, noch over een btw-identificatie beschikken (artikel 58ter van het Btw-Wetboek);

- een EU regeling voor de Europese operatoren of de niet Europese operatoren die over een vaste inrichting op het grondgebied van de Europese Unie beschikken (artikel 58quater van het Btw-Wetboek).

De belastingplichtige kan zich niet beroepen op de MOSS-regeling voor de diensten die hij verstrekt in een lidstaat waar hij over een inrichting (zetel van economisch activiteit of vaste inrichting) beschikt.

75. Het mini enig loket inzake btw (MOSS) wordt uitvoerig toegelicht in de beslissing Btw nr. E.T.126.947 van 22.12.2014. Voor bijkomende details wordt naar die beslissing verwezen.

15. HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID

76. Artikel 51bis, § 1bis, van het Btw-Wetboek voorziet in de mogelijkheid om de btw die door niet in België gevestigde dienstverrichters verschuldigd is op kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verstrekt, te verhalen op de deelnemers die in België gevestigd zijn.

Deze hoofdelijkheid ten laste van de spelers die in België gevestigd zijn, kan enkel door de administratie worden ingeroepen wanneer de dienstverrichter, die schuldenaar is van de belasting, de verschuldigde btw manifest niet heeft afgedragen aangezien hij zich niet voor btw-doeleinden heeft geïdentificeerd:

- noch in België bij toepassing van de normale regeling of van één van de bijzondere regelingen bedoeld in artikel 58ter en 58quater van het Wetboek (zijnde respectievelijk de MOSS-regeling niet-EU en de MOSS-regeling EU);

- noch in een andere lidstaat bij toepassing van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 358bis tot en met 369duodecies van de richtlijn 2006/112/EG, die in die lidstaat het equivalent vormen van de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58ter of 58quater van het Btw-Wetboek in België (zijnde respectievelijk de MOSS-regeling niet EU en de MOSS-regeling EU)

77. Hieruit volgt dat de hoofdelijkheid op basis van artikel 51bis, § 1bis, van het Btw-Wetboek ten laste van de spelers die in België gevestigd zijn, niet door de administratie kan worden ingeroepen wanneer de organisator op zijn website:

- ofwel een rechtsgeldig btw-identificatienummer met de letters BE vermeldt;

- ofwel een rechtsgeldig btw-identificatienummer met de letters EU vermeldt.

16. INWERKINGTREDING

78. Het nieuw artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek, dat de btw-vrijstelling voor de online kans- en geldspelen andere dan loterijen opheft, treedt in werking op 01.07.2016.

De nieuwe artikelen 1, §14 en 51bis, § 1bis, van het Btw-Wetboek treden eveneens in werking op 01.07.2016.

79. Opdat de betrokken sector zich op deze wijziging zou kunnen voorbereiden, heeft de minister van Financiën beslist de inwerkingtreding van die nieuwe btw-heffing op de online kans- en geldspelen, andere dan loterijen, uit te stellen tot 01.08.2016.

De organisatoren van online kans- en geldspelen moeten vanaf die datum voor btw-doeleinden geïdentificeerd zijn.

80. Teneinde na te gaan of een handeling al dan niet onderworpen is aan de nieuwe wettelijke bepalingen, dient het tijdstip waarop het belastbare feit plaatsvindt te worden bepaald.

De diensten inzake online kans- en geldspelen, andere dan loterijen:

- die ten laatste op 31.07.2016 zijn verricht, zijn onderworpen aan de oude wettelijke bepalingen en zijn dus vrijgesteld;

- die vanaf 01.08.2016 zijn verricht, zijn onderworpen aan de nieuwe wettelijke bepalingen. Wanneer een oorzaak van opeisbaarheid van de btw plaatsvindt vanaf 01.08.2016, is de belasting verschuldigd tot beloop van het betrokken bedrag. Wanneer een oorzaak van opeisbaarheid echter ten laatste op 31.07.2016 heeft plaatsgevonden, is er geen btw verschuldigd tot beloop van het betrokken bedrag.

Een dienst inzake kans- en geldspelen is pas verricht wanneer de organisator beschikt over alle elementen die hem toelaten de winsten en verliezen van de spelers te bepalen.

81. Wanneer de organisator van kans- en geldspelen de juridische verplichting heeft, van welke aard dan ook, om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren, wordt de maatstaf van heffing bepaald aan de hand van de werkelijke brutomarge. Deze marge bestaat uit de inzetten van de spelers, verminderd met de winsten die werkelijk uitgekeerd zijn aan de spelers. Wanneer een dergelijke verplichting bestaat, mogen de inzetten die ingelegd zijn vanaf 01.08.2016 slechts van de winsten die betrekking hebben op de inzetten vanaf 01.08.2016 worden afgetrokken. Het bedrag van de inzetten die ingelegd zijn vanaf 01.08.2016 mag, met andere woorden, niet worden verminderd met het bedrag van de winsten met betrekking tot inzetten van vóór 01.08.2016.

82. Voornoemde principes worden geïllustreerd aan de hand van volgend voorbeeld.

Voorbeeld

Veronderstel dat een organisator van online kans- en geldspelen de mogelijkheid geeft om te wedden op de uitslag van een voetbalwedstrijd die wordt georganiseerd in het kader van de Olympische Spelen van Rio 2016. Het inzetten is toegestaan vanaf 20.07.2016 tot en met 10.08.2016, zijnde de datum waarop de wedstrijd wordt gespeeld en waarop de eventuele winsten uitgekeerd zullen worden.

De inzetten van vóór 01.08.2016 worden niet in aanmerking genomen voor de bepaling van de werkelijke brutomarge van de periode gaande van 01.08.2016 tot en met 14.08.2016.

De inzetten tussen 01.08.2016 tot en met 10.08.2016 komen wel in aanmerking voor de bepaling van de werkelijke brutomarge van de periode gaande van 01.08.2016 tot en met 14.08.2016.

Er moet worden nagegaan of de winsten die uitgekeerd zijn op 10.08.2016 al dan niet in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de werkelijke brutomarge van de periode gaande van 01.08.2016 tot en met 14.08.2016. Hiervoor dient te worden onderzocht of de winsten al dan niet betrekking hebben op de inzetten van respectievelijk na of vóór 01.08.2016.

Inzetten

Uitgekeerde winsten

Datum van de inzet

Maken zij deel uit van een werkelijke bruto winstmarge?

Maken zij deel uit van een werkelijke bruto winstmarge?

Speler 1

20.07.2016

Neen

Neen

Speler 2

25.07.2016

Neen

Neen

Speler 3

02.08.2016

Ja, de marge m.b.t. de periode gaande van 01.08.2016 tot en met 14.08.2016.

Ja, de marge m.b.t. de periode gaande van 01.08.2016 tot en met 14.08.2016.

Speler 4

10.08.2016

Ja, de marge m.b.t. de periode gaande van 01.08.2016 tot en met 14.08.2016.

Ja, de marge m.b.t. de periode gaande van 01.08.2016 tot en met 14.08.2016.

83. De circulaire nr. 6 van 09.03.1994, met betrekking tot weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, automatische ontspanningstoestellen, blijft van kracht. Deze nieuwe circulaire wijzigt evenwel de voornoemde circulaire van 1994 voor wat de online kans- en geldspelen betreft.

J. MARCKX
Adviseur-generaal