ADDENDUM d.d. 28.02.2013 bij de circulaire nr. Ci.RH.82/619.706 (AAFisc Nr. 29/2012) d.d. 21.09.2012
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Dienst Operationele Expertise Ondersteuning
Dienst Taxatieprocedure Verplichtingen
ADDENDUM dd. 28.02.2013 bij de circulaire nr. Ci.RH.82/619.706 (AAFisc Nr. 29/2012) dd. 21.09.2012
Inkomstenbelasting
Personenbelasting
Aangifte in de PB
Aangifteplicht
Aanslagjaar 2012 - speciaal
Roerend inkomen
Roerend inkomen verplicht aan te geven
Aan alle ambtenaren.
A. INLEIDING
De W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 20.12.2012, Ed. 4) en Programmawet 27.12.2012 (BS 31.12.2012, Ed. 2) hebben de in de circ. Ci.RH.82/619.706 (AAFisc nr. 29/2012) van 21.9.2012 uiteengezette bepalingen die toepasselijk zijn voor het aanslagjaar 2012-speciaal inzake aangifte en belasting van roerende inkomsten gewijzigd.
Het is derhalve aangewezen de nodige verduidelijkingen te verstrekken.
B. OVERZICHT VAN DE WETSWIJZIGINGEN
Wat de in 2012 toegekende of betaalbaar gestelde roerende inkomsten betreft voorzien de wettelijke bepalingen in het bijzonder (art. 171, 2°ter en 3°quinquies, 174/1, § 1, 313, 466, 2de lid en 534, WIB 92, zoals ingevoerd of gewijzigd door de art. 27, 3° en 6°, 28, 37 en 38, W 28.12.2011, art. 34 en 39, 8ste en 9de lid, W 13.12.2012, art. 88, 93 en 96, 1ste lid, W 27.12.2012):
- de belasting tegen een aanslagvoet van 21%, behalve indien globalisatie voordeliger is:
a) van uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in geval van verkrijging van eigen aandelen door een vennootschap (cf. art. 171, 2°ter, c, WIB 92) (deze uitkeringen waren voorheen belastbaar tegen een aanslagvoet van 10%);
b) van dividenden en interesten die voorheen belastbaar waren tegen een aanslagvoet van 15% (cf. art. 171, 2°ter, a en b, WIB 92);
De aanslagvoet van 15% blijft evenwel van toepassing wat betreft:
* de in artikel 21, 5°, WIB 92, bedoelde inkomsten uit gewone spaardeposito's in zoverre zij meer bedragen dan het grensbedrag van 1.250 € (te indexeren bedrag) per belastingplichtige (cf. art. 171, 3°quinquies, WIB 92);
* de interesten uit Staatsbons onderschreven tijdens de periode van 24.11.2011 tot 2.12.2011 en uitgegeven op 4.12.2011 (cf. art. 534, WIB 92);
- de toepassing van een bijkomende heffing van 4% op bepaalde interesten en dividenden wanneer het totaal van de interesten en dividenden, met uitzondering van de in artikel 171, 2°, f, WIB 92, bedoelde dividenden (uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap) en de interesten uit Staatsbons onderschreven tijdens de periode van 24.11.2011 tot 2.12.2011 en uitgegeven op 4.12.2011, meer bedragen dan 13.675 € (te indexeren bedrag) (cf. art. 174/1, § 1, WIB 92);
- de verplichte aangifte van roerende inkomsten, behalve wat betreft (cf. art. 313 en 534, WIB 92):
a) de liquidatieboni die bij de gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap, overeenkomstig artikel 187 of artikel 209 van het WIB 92 als dividenden zijn aan te merken en die de roerende voorheffing van 10% hebben ondergaan;
b) de inkomsten uit Staatsbons waarop van 24.11 tot 2.12.2011 is ingeschreven en die op 4.12.2011 zijn uitgegeven;
c) de dividenden en interesten die belastbaar zijn aan 21% en waarop de bijkomende heffing op roerende inkomsten van 4% aan de bron is ingehouden (de belastingplichtige die dividenden of interesten geniet die in principe aan 21% belastbaar zijn kan inderdaad kiezen voor de bijkomende heffing aan de bron van 4% op zijn inkomsten);
d) de dividenden en interesten die een roerende voorheffing van 25% of 21% hebben ondergaan en de inkomsten van gewone Belgische spaardeposito's die de roerende voorheffing van 15% hebben ondergaan op voorwaarde dat de totaliteit van de in 2012 verkregen roerende inkomsten geen aanleiding meer kan geven tot de bijkomende heffing op roerende inkomsten van 4%.
De op dergelijke niet aangegeven inkomsten aan de bron ingehouden RV en de bijzondere heffing van 4% kunnen noch worden verrekend met de personenbelasting noch worden terugbetaald.
- het niet opnemen van de op de dividenden en interesten betrekking hebbende PB in de berekeningsbasis van de PB/Gem. en de PB/Agg. (art. 466, 2de lid, WIB 92).
C. NIEUWE CODES X161, X154 en X155
Om de belastingplichtigen die een aangifte aj. 2012-speciaal (inkomsten van 2012) moeten indienen toe te laten het bedrag van de in principe aan 21% belastbare interesten en dividenden te vermelden werden zes codes "buiten aangifte" voorzien (cf. circ. Ci.RH.82/619.706 van 21.9.2012), met name:
- de codes x161 (1161-03 en 2161-70), voor de vermelding van de interesten en dividenden die de roerende voorheffing van 21% hebben ondergaan;
- de codes x154 (1154-10 en 2154-77) en x155 (1155-09 en 2155-76) voor de vermelding van de aan 21% belastbare interesten en dividenden die de inhouding van de RV niet hebben ondergaan.
De bedragen van de in de codes x161 aan te geven interesten en dividenden dienen in voorkomend geval te worden verhoogd met de bijkomende heffing van 4% ingehouden op de inkomsten waarvan sprake. Om de verrekening ervan mogelijk te maken, dient de bijkomende heffing die op deze inkomsten werd ingehouden, te worden vermeld in de codes x555 (1555-94 en/of 2555-64) (woonstaatheffing).
Er wordt opgemerkt dat, vermits geen enkele aanvullende belasting zal worden toegepast op de op de interesten en dividenden verschuldigde PB, de in de codes x154 en x155 opgenomen bedragen op dezelfde manier zullen worden behandeld.
D. AANPASSING VAN DE VAKKEN XIII EN XXII VAN DE VOORBEREIDING VAN DE AANGIFTE PB (DEEL 2) AJ. 2012-SPECIAAL (INKOMSTEN VAN 2012)
Hiervoor wordt verwezen naar de circ. Ci.RH.82/619.706 van 21.9.2012.
E. ADMINISTRATIEVE SANCTIES
Omwille van de bijzondere omstandigheden zal in principe geen enkele administratieve sanctie worden toegepast voor dit aj. 2012-speciaal in de gevallen waarin de in art. 309, WIB 92, bedoelde belastingplichtigen die gehouden zijn een aangifte aj. 2012-speciaal (inkomsten van 2012) in de PB in te dienen, zouden nagelaten hebben roerende inkomsten die onderworpen werden aan de RV aan te geven maar waarvoor de vrijstelling van aangifte niet van toepassing is of inkomsten zouden aangegeven hebben belastbaar aan 21% in de rubriek bestemd voor de aangifte van inkomsten belastbaar aan 10, 15 of 25%.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit:
De Auditeur-generaal van financiën,
L. DELEENHEER
