Circulaire nr. Ci.RH.221/569.663 (AOIF 18/2005) van 14.04.2005
AANGIFTE IN DE PB
Invulling van de aangifte
AANSLAG IN DE PB
Gemeenschappelijke aanslag voor echtgenoten
Gemeenschappelijke aanslag voor wettelijk samenwonenden
BEREKENING VAN DE PB
Decumul van de inkomsten van de echtgenoten
Decumul van de inkomsten van de wettelijk samenwonenden
BEZOLDIGING VAN BEDRIJFSLEIDER
Herkwalificatie van huurinkomsten
HERVORMINGSWET 2001
Hervorming van de PB
INTEREST VAN EEN HYPOTHECAIRE LENING
Bijkomende interestaftrek
Gewone interestaftrek
ONROEREND INKOMEN
Vaststelling van de onroerende inkomsten
Woningaftrek
Aan alle ambtenaren.
INHOUDSOPGAVE
I. INLEIDING
1. De Wet van 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (BS van 20.9.2001 - V 2971, Bull. 821), hierna de hervormingswet genoemd, brengt fundamentele wijzigingen aan ondermeer de vaststelling van de belastbare onroerende inkomsten, de interestaftrek, de woningaftrek, de bijkomende interestaftrek, de herkwalificatie van huurinkomsten.
Onderhavige circulaire handelt over de gevolgen van die wijzigingen wanneer een gemeenschappelijke aanslag in hoofde van gehuwden of wettelijk samenwonenden wordt gevestigd.
Vanaf aj. 2005 worden de wettelijk samenwonenden immers met gehuwden gelijkgesteld (art. 2, 2°, WIB 92).
Voor een betere leesbaarheid van de circulaire wordt hierna telkens het begrip "echtgenoot" gebruikt, waarmee krachtens art. 2, 2°, WIB 92 zowel de wettelijk samenwonende als de gehuwde wordt bedoeld.
II. WETTEKSTEN EN GEVOLGEN VOOR DE ONROERENDE INKOMSTEN
2. Tot en met aj. 2004
Tot en met aj. 2004 werd de belasting afzonderlijk vastgesteld op grond van art. 127, WIB 92 (zoals dat van toepassing was tot en met aj. 2004) :
1° enerzijds, op de beroepsinkomsten van de echtgenoot met het laagste beroepsinkomen;
2° anderzijds, op het resterend gezinsinkomen, dat bestaat uit de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot, samengevoegd met alle andere inkomsten van het gezin.
Alle inkomsten van onroerende goederen van het gezin werden dus samengeteld met de overige inkomsten van de echtgenoot met het hoogste beroepsinkomen. Dienaangaande was het zonder belang of die inkomsten gemeenschappelijke inkomsten van beide echtgenoten waren of eigen inkomsten van één van hen.
3. Vanaf aj. 2005
Art. 127, WIB 92 zoals vervangen door art. 20 van de hervormingswet :
" Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt bij de vaststelling van het totale netto-inkomen van elke belastingplichtige rekening gehouden met :
1° het deel van zijn beroepsinkomsten zoals bepaald na toepassing van de artikelen 86 tot 89;
2° de door hem behaalde of aan hem toegekende inkomsten vermeld in artikel 90, 1° tot 4°;
3° de niet in 1° en 2° vermelde inkomsten die eigen zijn op grond van het vermogensrecht;
4° 50 pct. van de totaliteit van alle andere inkomsten van beide belastingplichtigen.".
4. Gevolgen voor belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
4.1 Basis
Met het nieuwe art. 127, WIB 92 wordt vanaf aj. 2005 de volledige decumul gerealiseerd. In geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, zullen er twee onderscheiden aanslagbasissen zijn, namelijk één voor elke echtgenoot.
Per echtgenoot zal die bestaan uit: :
1. de beroepsinkomsten n° toepassing van het meewerkinkomen en het huwelijksquotiënt;
2. de eigen diverse inkomsten (art. 90, 1° tot 4°, WIB 92);
3. de eigen inkomsten wanneer ze eigen zijn op grond van het vermogensrecht;
4. de helft van alle andere inkomsten.
(Memorie van toelichting, Kamer, Doc. 50 1270/001, blz. 18).
De onroerende inkomsten die eigen zijn op grond van het vermogensrecht vormen dus vanaf aj. 2005 eigen inkomsten van de echtgenoot en dit ongeacht de hoogte van het beroepsinkomen van de echtgenoot.
4.2 Interpretatie art. 11, WIB 92
Overeenkomstig art. 11, WIB 92 zijn de onroerende inkomsten naar het geval evenwel belastbaar ten name van de eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van het onroerend goed .
Vanaf aj. 2005 heeft art. 11, WIB 92 in geval van een gemeenschappelijke aanslag, gelet op de bepalingen van art. 127, 3° en 4°, WIB 92, tot doel de aard van de rechten te bepalen, waarvan de inkomsten als onroerende inkomsten door de echtgenoten moeten worden aangegeven.
De aangifte van de onroerende inkomsten zal overeenkomstig art. 127, WIB 92 evenwel gebeuren voor iedere echtgenoot afzonderlijk op basis van het vermogensrecht.
Voor de vaststelling van de onroerende inkomsten bij gehuwden of wettelijk samenwonenden die gezamenlijk belast worden, is het bijgevolg belangrijk te weten of die inkomsten al dan niet eigen zijn op grond van het vermogensrecht.
4.3 Vermogensrecht
Voor meer details omtrent het huwelijksvermogensrecht wordt verwezen naar de circulaire nr. Ci.RH.331/569.662 van 14.4.2005.
Hierna worden de voornaamste aspecten die van belang zijn voor de inkomsten van onroerende goederen in het kort uiteengezet en dit wat het wettelijk stelsel en de scheiding van goederen betreft die in de praktijk het meeste voorkomen.
4.3.1 Het wettelijk stelsel
Krachtens art. 1398 Burgerlijk Wetboek (BW) berust het wettelijk stelsel op het bestaan van drie vermogens :
1. het eigen vermogen van elk van beide echtgenoten;
2. het gemeenschappelijke vermogen van beide echtgenoten.
Art. 1399, 1 e lid, BW bepaalt dat "eigen zijn" : de goederen die aan elk van beide echtgenoten toebehoren op de dag van het huwelijk en die welke ieder van hen tijdens het stelsel verkrijgt door schenking, erfenis of testament.
De onroerende goederenzelf verkregen voor het huwelijk of ingevolge schenking, erfenis of testament behoren in het wettelijk stelsel dus tot het eigen vermogen van elk der echtgenoten.
Anders is het evenwel met de inkomstenuit die onroerende goederen. Krachtens art. 1405, 2°, BW behoren tot het gemeenschappelijk vermogen : "de vruchten, inkomsten, interesten van hun eigen goederen".
Zo moeten bijvoorbeeld inkomsten uit verhuring en ook het kadastrale inkomen met betrekking tot een eigen onroerend goed in het wettelijk stelsel als inkomsten van onroerende goederen van het gemeenschappelijk vermogen worden aangemerkt. Aangezien deze inkomsten, zelfs dus van de eigen onroerende goederen, in het wettelijk stelsel niet eigen zijn op basis van het vermogensrecht moeten zij overeenkomstig artikel art. 127, 4°, WIB 92 door iedere echtgenoot voor 50 % worden aangegeven.
Ingevolge deze omdeling zal vanaf aj. 2005, in geval van vestiging van een gemeenschappelijke aanslag, bij gehuwden onder het wettelijk stelsel, de belasting op de onroerende goederen in principe verminderen, aangezien de onroerende inkomsten ook voor 50 % worden toegekend aan de echtgenoot met het laagste beroepsinkomen, daar waar het totaal van de onroerende inkomsten tot en met aj. 2004 werd toegevoegd bij de echtgenoot met het hoogste beroepsinkomen.
De aandacht wordt er nog op gevestigd dat de echtgenoten overeenkomstig de bepalingen van de art. 1451 e.v. BW binnen bepaalde voorwaarden kunnen overeenkomen om het wettelijk stelsel te wijzigen, b.v. een algehele gemeenschap (zie art. 1453 BW).
4.3.2 Scheiding van goederen
Ingevolge art. 1466 BW bezit iedere echtgenoot, gehuwd onder huwelijkscontract waarin de scheiding van goederen is bedongen, "de bevoegdheid van beheer, genot en beschikking" van zijn goederen en "blijven zijn inkomsten en besparingen eigen goed".
Bijgevolg moet iedere echtgenoot de inkomsten van zijn eigen onroerende goederen aangeven.
De aandacht wordt er op gevestigd dat :
Het nieuwe art. 127, WIB 92 is enkel van toepassing indien een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
Dit wil zeggen dat de belastingplichtigen die fiscaal als alleenstaanden worden belast, bij voortduur belast worden op de onroerende inkomsten waarvoor zij overeenkomstig art. 11, WIB 92 als belastingplichtigen worden aangemerkt.
Concreet betekent dit dat zij slechts belastbaar zijn in de mate dat zij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zijn van het onroerend goed.
6. Voorbeelden
6.1 Voorbeeld 1
Steven en Maggy wonen feitelijk samen.
(*) niet geïndexeerd
Aangifte aj. 2005 :
Fiscaal belast als alleenstaanden
Aangifte Steven :
Code 1100 : 1.500,00 EUR (3.000,00 x 50 %)
Aangifte Maggy :
Code 1100 : 1.500,00 EUR (3.000 x 50 %)
6.2 Voorbeeld 2
Een echtpaar is gehuwd sinds 1980.
Overzicht onroerende goederen waarvan zij overeenkomstig art. 11, WIB 92
belastingplichtige zijn :
(*) niet geïndexeerd
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Vanaf
aj. 2005 moet voor het invullen van de aangifte rekening worden gehouden met het vermogensrecht.
6.3
Voorbeeld 3
Een man is eigenaar van een in België gelegen grond. De grond wordt niet verhuurd. In de loop van het belastbare tijdperk wordt een recht van opstal op deze grond gevestigd ten gunste van een derde. Het KI (120 EUR) blijft vastgesteld in hoofde de man, terwijl het KI van het gebouw dat opgericht wordt op de grond zal vastgesteld worden ten name van de opstalhouder. In de huurovereenkomst die de toelating tot bouwen verleent, is alleen een éénmalige vergoeding van 2.500,00 EUR voor het opstalrecht bedongen.
De man is sinds 1965 gehuwd.
De waarde van de opstalvergoeding werd door de ontvanger van de registratie voor de heffing van de registratierechten op 3.000,00 EUR gebracht.
Aj. 2004 (in de veronderstelling dat het recht van opstal in inkomstenjaar 2003 werd gevestigd) : Code 107 : 120,00 EUR
Code 114 : 3.000,00 EUR
Aj. 2005 (in de veronderstelling dat het recht van opstal in inkomstenjaar 2004 werd gevestigd) :
7. Bijzonder geval : beroepsmatig gebruik van een onroerend goed (of een gedeelte ervan) door de belastingplichtige en/of zijn echtgenoot in geval van vestiging van een gemeenschappelijke aanslag
7.1 Algemene regel :
Overeenkomstig art. 37, WIB 92 worden de inkomsten van onroerende goederen als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer die onroerende goederen voor de beroepswerkzaamheid van de verkrijger worden gebruikt. De hervormingswet, inzonderheid de decumul van de inkomsten van onroerende goederen, heeft vanaf aj. 2005 gevolgen voor de toepassing van die bepaling.
Bij belastingplichtigen die gemeenschappelijk worden belast, moet, indien een onroerend goed door één van de echtgenoten voor de beroepswerkzaamheid wordt gebruikt,eerst het deel van het onroerend goed worden bepaald dat voor de beroepswerkzaamheidwordt gebruikt en dit ongeacht :
Het saldomoet worden aangegeven als onroerende inkomsten overeenkomstig hetgeen is uiteengezet in de nrs. 3, 4, 6.2 en 6.3 van onderhavige circulaire.
7.2 Uitzondering :
Indien de echtgenoot die een onroerend goed gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid aan de andere echtgenoot, eigenaar van het onroerend goed, huur heeft betaald en die huurgelden in mindering heeft gebracht als beroepskosten, moeten deze huurgelden steeds worden belast als onroerende inkomsten.
7.3 Voorbeelden
7.3.1 Voorbeeld 1
Man en vrouw zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel sinds 1986.
(*) niet geïndexeerd
Het overige gedeelte van de woning dient als woonhuis.
De echtgenote heeft geen huurgelden aan haar echtgenoot betaald voor het beroepsmatig gebruikte deel van de woning.
Aangifte (aj. 2005)
[(*) Ten einde het gedeelte van het onroerend goed dat voor de beroepswerkzaamheid gebruikt wordt niet als onroerend inkomen te belasten, wordt dit deel eerst vermeld in code 1105 of 2105 (naargelang wie het onroerend goed beroepsmatig gebruikt),
en dit ongeacht het huwelijksvermogenstelsel.]
7.3.2 Voorbeeld 2
Man en vrouw zijn gehuwd met scheiding van goederen sinds 1986.
(*) niet geïndexeerd
Het overige gedeelte van de woning dient als woonhuis.
III. GEWONE INTERESTAFTREK
8. Wettekst - art. 14, WIB 92
"Van de inkomsten van onroerende goederen worden afgetrokken mits zij in het belastbare tijdperk zijn betaald of gedragen :
1° de interest uit hoofde van schulden die specifiek zijn aangegaan om die goederen te verkrijgen of te behouden, met dien verstande dat interest betreffende een schuld die voor één enkel onroerend goed is aangegaan, van het totale bedrag van de onroerende inkomsten kan worden afgetrokken;
2° de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten, met uitsluiting van de in artikel 10, § 2, vermelde rechten van gebruik.
Onverminderd de toepassing van artikel 104, 9°, is het totale bedrag van de in het eerste lid vermelde aftrekken beperkt tot het overeenkomstig de artikelen 7 tot 13 bepaalde onroerend inkomen.
Deze aftrekken worden bij voorrang en evenredig afgetrokken van de andere inkomsten van onroerende goederen dan het voor woningaftrek in aanmerking komende kadastrale inkomen.".
Art. 14, WIB 92 wordt vanaf aj. 2005 door art. 4 van de hervormingswet met het volgende lid aangevuld :
"Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de in het eerste lid vermelde aftrekken van de ene belastingplichtige groter zijn dan zijn inkomsten van onroerende goederen, wordt het saldo aangerekend op de inkomsten van de onroerende goederen van de andere belastingplichtige.".
9. Bespreking
9.1 Regeling tot en met aj. 2004
Tot en met aj. 2004 werd er bij gehuwden slechts één netto-onroerend inkomen bepaald. Hierdoor vond er automatisch een compensatie plaats tussen de positieve elementen van de ene echtgenoot en de negatieve van de andere.
9.2 Regeling vanaf aj. 2005
9.2.1 Belastingplichtigen die alleen worden belast.
a) De aangifte
b) Berekening van het netto-onroerend inkomen
De gewone interestaftrek wordt bij voorrang en evenredig afgetrokken van de andere inkomsten van onroerende goederen dan het voor woningaftrek in aanmerking komende kadastrale inkomen en dit vóór verrekening van de interest die in aanmerking komt voor de toepassing van art. 104, 9°, WIB 92.
Aangezien de belastingplichtige als alleenstaande belast wordt is er geen overdracht van interesten mogelijk.
9.2.2 Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
a) De aangifte
Het invoeren van de volledige decumul vanaf aj. 2005 (zie punt 4 hiervoor) zou de automatische compensatie van interesten, die bestond tot en met aj. 2004, teniet doen.
Het is echter de uitdrukkelijke wens van de Regering om de positieve maatregelen of effecten ten gunste van de gehuwden ook na het invoeren van de decumul te behouden.
Om die reden wordt aanvaard dat zowel de interesten van een lening die is aangegaan door beide echtgenoten als de interesten van een lening die is afgesloten door één van de echtgenoten vrij mogen worden omgedeeld tussen de echtgenoten, voorzover de inkomsten van het onroerend goed waarvoor de lening werd aangegaan in de belastbare basis van de beide echtgenoten zijn opgenomen.
Concreet mogen de echtgenoten bij het invullen van hun aangifte de interesten dus vrij omdelen over beide kolommen indien volgende voorwaarden voldaan zijn :
Bij het invullen van de aangifte heeft het in de praktijk evenwel geen belang hoe de interesten verdeeld worden indien het totale bedrag van de interesten groter (of gelijk) is dan het onroerend inkomen van beide echtgenoten.
In geval de interesten lager zijn dan de onroerende inkomsten van beide echtgenoten samen is het in de regel raadzaam om de interesten zodanig te verdelen dat ze in mindering worden gebracht van de onroerende inkomsten die niet in aanmerking komen voor de woningaftrek [Zie nr. 11 van deze circulaire.] (die bestaan uit alle andere inkomsten dan deze die voortkomen uit de codes 1100/2100 en 1101/2101).
b) Berekening van het netto-onroerend inkomen
Ook in dit geval wordt de interest (zoals bij de belastingplichtigen die alleen worden belast) bij voorrang en evenredig afgetrokken van de andere inkomsten van onroerende goederen dan het kadastrale inkomen dat voor woningaftrek in aanmerking komt, met dien verstande dat de aanrekening van de interesten van elke echtgenoot in eerste instantie afzonderlijk wordt verricht op de aanslagbasis van elke echtgenoot.
Wanneer de interesten van één van de echtgenoten groter zijn dan de inkomsten van zijn onroerende goederen, zal het saldo automatisch op de onroerende inkomsten van de andere echtgenoot worden aangerekend. Het betreft de toepassing van art. 14, laatste lid, WIB 92 dat in een compensatie voorziet wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd (Memorie van toelichting, Kamer, Doc. 50 1270/001, blz. 9).
Deze overheveling gebeurt echter slechts n° de aanrekening van de eigen interesten bij de andere echtgenoot en vóór enige toepassing van de woningaftrek bij deze laatste echtgenoot.
9.3 Erfpacht- en opstalvergoedingen
Voor de erfpacht- en opstalvergoedingen en de vergoedingen voor gelijkaardige onroerende rechten (code 1147 en 2147) die zijn betaald, gelden mutatis mutandis dezelfde regels als in de nrs. 9.1 en 9.2.
10. Voorbeeld
Man en vrouw zijn gehuwd sinds 2001.
(*) niet geïndexeerd
De man ging een niet-hypothecaire lening aan tot aankoop van de gezinswoning. In 2004 betaalde hij hiervoor 3.900 EUR interesten.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Vanaf
aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
[(*) Vrije verdeling van de interesten is toegestaan indien het onroerend inkomen verdeeld is over beide echtgenoten. In dit geval is het voordelig de interesten op die wijze te verdelen zodat het onroerend inkomen dat niet in aanmerking komt voor de woningaftrek bij beide echtgenoten tot 0 wordt herleid.]
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
[(*) 2.000 x 1,3391 = 2.678,2 afgerond tot 2.678 en verhoogd met 40 % tot 3.749,20.]
[(*) 1.000 x 1,3391 = 1.339,1 afgerond tot 1.339.]
Aj. 2005
[(*) 1.000 x 1,3604 = 1.360,4 afgerond tot 1.360 en verhoogd met 40 % tot 1.904.]
[(1) 500 x 1,3604 = 680,2 afgerond tot 680.
(2) Interesten echtgenoot 1 : 1.950 EUR (code 1146) - 1.904 EUR = 46 EUR.
(3) Interesten echtgenoot 2 : 1.950 EUR (code 2146) - 1.904 EUR = 46 EUR.]
[(1) Overdracht interesten code 1146, gebeurt pas wanneer het onroerend inkomen van echtgenoot 1 herleid is tot 0. De overdracht bedraagt : 3.900 - 1.360 (zie verwijzing nr. 1 blz. 15) = 2.540 EUR.
(2) 2.000 x 1,3604 = 2.720,80 afgerond tot 2.721 en verhoogd met 40 % tot 3.809,4.]
[(*) 1.000 x 1,3604 = 1.360,4 afgerond tot 1.360.]
IV. WONINGAFTREK
11. Wettekst - Art. 16, WIB 92 zoals vervangen door art. 5 van de hervormingswet
"§ 1. Wanneer de belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, wordt het kadastrale inkomen van die woning verminderd met een woningaftrek.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het kadastrale inkomen van de woning verstaan, het deel dat daarvan per belastingplichtige overblijft na de toepassing van artikel 14.
§ 2. Wanneer de belastingplichtige meer dan één woning betrekt, wordt de woningaftrek toegekend voor één enkele woning naar zijn keuze.
De woningaftrek wordt eveneens toegekend wanneer de woning om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk door de belastingplichtige wordt betrokken.
De woningaftrek wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van een van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.
§ 3. Wanneer gehuwde belastingplichtigen meer dan één woning betrekken, wordt de woningaftrek slechts toegekend voor de door de echtgenoten gekozen woning die zij beide betrekken. De aftrek mag eveneens worden toegekend voor een woning die de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk betrekken.
§ 4. De woningaftrek bedraagt 3.000 EUR (4.081 EUR voor aj. 2005).
De woningaftrek wordt verhoogd met 250 EUR (340 EUR voor aj. 2005) voor iedere persoon die, overeenkomstig artikel 136, op 1 januari van het jaar waarnaar het aj. wordt genoemd, ten laste is van de belastingplichtige. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woning eigendom is van beide echtgenoten samen, wordt die verhoging over hen verdeeld in verhouding tot hun deel in het kadastrale inkomen van de woning.
Voor de vaststelling van de verhoogde woningaftrek komt het hoogste aantal kinderen dat de belastingplichtige op 1 januari van enig vorig jaar ten laste heeft gehad in aanmerking, voor zover hij nog dezelfde woning betrekt en die berekening een hogere aftrek oplevert dan uit de toepassing van het tweede lid volgt.
§ 5. Wanneer het totale netto-inkomen van de belastingplichtige niet hoger is dan 23.500 EUR (28.630 EUR voor aj. 2005) wordt de overeenkomstig § 4 bepaalde woningaftrek verhoogd met de helft van het verschil tussen het kadastrale inkomen van de woning en de woningaftrek.
Het overschrijden van de grens van 23.500 EUR (28.630 EUR voor aj. 2005) mag er niet toe leiden dat de verhoging ingevolge het eerste lid wordt verminderd met meer dan de helft van het verschil tussen het totale netto-inkomen en die grens.
§ 6. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woningaftrek voor een van de echtgenoten groter is dan het deel dat hij heeft in het kadastrale inkomen van de woning, wordt het saldo aangerekend op het deel van het kadastrale inkomen van de andere echtgenoot, zonder dat dit deel mag worden overschreden.".
12. In aanmerking komende woning
12.1 Overeenkomstig art. 16, § 1, eerste lid, WIB 92 wordt, wanneer de belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, het kadastrale inkomen van die woning, verminderd met een woningaftrek.
De woningaftrek wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van één van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin (art. 16, § 2, derde lid, WIB 92) .
12.2 Belastingplichtigen die alleen worden belast
De woningaftrek wordt toegepast op de woning (of het gedeelte ervan) die de belastingplichtige zelf betrekt, in de mate dat hij van deze woning eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is (art. 16, § 1, WIB 92).
12.3 Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
In geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, is het noodzakelijk dat beide echtgenoten de woning betrekken.
De regel dat de woningaftrek slechts voor één woning geldt, blijft bestaan.
Indien er meer dan één woning is, moet er bijgevolg een keuze worden gemaakt. Wanneer echtgenoten meer dan één woning samen betrekken, moeten ze kiezen voor één woning die ze beiden betrekken.
Van deze regel wordt afgeweken indien de eigen woning niet wordt betrokken om beroeps- of sociale redenen (art. 16, § 3, WIB 92).
In die zin wordt het samenwonen met de echtgenoot of de al of niet wettelijke partner niet als een sociale reden beschouwd (Memorie van toelichting, Kamer, Doc. 50 1270/001, blz. 10).
Aangezien de echtgenoten overeenkomstig art. 127, WIB 92 de inkomsten van hun onroerende goederen moeten aangeven volgens het vermogensrecht, mag de woningaftrek ook worden toegekend wanneer de echtgenoot een deel van het kadastrale inkomen van de gezinswoning moet aangeven waarvan niet hijzelf maar zijn echtgenoot eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is (*).
[(*) Voorbeeld : een woning is uitsluitend eigendom van echtgenoot 1.
In het geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de echtgenoten gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel, zal zowel de echtgenoot 1 als de echtgenoot 2 de helft van het KI moeten aangeven. Echtgenoot 2 heeft dan ook recht op de woningaftrek, zelfs al is hij geen eigenaar van deze woning]
13. Bedrag van de woningaftrek
13.1 Basisbedrag
Het bedrag van de basisaftrek (3.000 EUR of 4.081 EUR geïndexeerd voor aj. 2005 - art. 16, § 4, eerste lid, WIB 92) wijzigt niet. Gelet op de decumul ingevolge de hervormingswet, wordt die basisaftrek vanaf aj. 2005 echter voor elke echtgenoot van toepassing indien een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
13.2 De verhoging van de woningaftrek
13.2.1 Voorafgaande opmerking
Tot en met aj. 2004 was de verhoging van toepassing voor de echtgenoot en voor iedere persoon ten laste van de belastingplichtige (art. 16, § 1, WIB 92 zoals van toepassing voor de wijziging door de hervormingswet). Vanaf aj. 2005 is de verhoging voor de echtgenoot echter weggevallen, aangezien elke echtgenoot voortaan recht heeft op de basisaftrek.
Vanaf aj. 2005 wordt er ook geen verhoging meer toegekend voor :
Voor iedere persoon die overeenkomstig artikel 136, WIB 92 op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd ten laste is (kinderen, ascendenten, zijverwanten tot de tweede graad en personen van wie de belastingplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest), wordt de woningaftrek verhoogd met 250 EUR (340 EUR geïndexeerd voor aanslagjaar 2005).
De gehandicapte kinderen en andere personen ten laste blijven voor twee kinderen of andere personen ten laste geteld.
Voor de vaststelling van de verhoogde woningaftrek mag rekening worden gehouden met het hoogste aantal kinderen ten laste op 1 januari van enig vorig jaar voor zover de belastingplichtige dezelfde woning betrekt. In geval van een gemeenschappelijke aanslag, maakt het terzake niet uit welke echtgenoot als belastingplichtige wordt beschouwd, voor zover de echtgenoot die woning op 1 januari van enig vorig aj. betrok. Om die reden is in de aangifte slechts 1 code (1104) voorzien om dit hoogste aantal kinderen te vermelden.
In tegenstelling tot de basisaftrek wordt, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, de verhoging verdeeld in verhouding tot het aandeel van de echtgenoten in het kadastrale inkomen dat door elke echtgenoot wordt aangegeven (art.16, § 4, WIB 92). In de praktijk wordt de verhoogde aftrek dus evenredig omgedeeld in functie van het inkomen dat de echtgenoten aangeven in de codes 1100 en 2100 of 1101 en 2101.
13.2.3 Aanvullende woningaftrek op basis van het totale netto-inkomen (art. 16, § 5, WIB 92)
De woningaftrek (basisbedrag en verhogingen krachtens art. 16, § 4, WIB 92 - zie punten 13.1 en 13.2. hiervoor) kan nog verhoogd worden met een aanvullende woningaftrek.
Voorwaarde is dat het totale netto-inkomen van de belastingplichtige niet hoger is dan 23.500 EUR (28.630 EUR geïndexeerd voor aj. 2005).
Onder "totale netto-inkomen" moet worden verstaan : het totaal van de gezamenlijk belastbare netto-inkomsten (inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen, beroepsinkomsten en diverse inkomsten).
Die aanvullende aftrek is in principe gelijk aan de helft van het verschil tussen het geïndexeerde KI van de eigen woning en de gewone aftrek die bestaat uit het basisbedrag en de verhoging voor personen ten laste.
Indien het grensbedrag van het totale netto-inkomen van 23.500 EUR (28.630 EUR geïndexeerd voor aj. 2005) wordt overschreden, wordt de aanvullende aftrek verminderd met het verschil tussen het totale netto-inkomen en voormeld grensbedrag. Die vermindering mag echter niet tot een negatief resultaat leiden of moet m.a.w. worden beperkt tot het bedrag van de aanvullende aftrek.
Voor fiscaal alleenstaanden wordt het "totale netto-inkomen" en het grensbedrag in hoofde van zijn aangifte beschouwd.
Voor belastingplichtigen die gezamenlijk worden belast, wordt de aanvullende aftrek per echtgenoot berekend en wordt het "totale netto-inkomen" en het grensbedrag vanaf aj. 2005 dus ook per echtgenoot en niet langer per gezin beoordeeld.
13.3 Overdracht van de woningaftrek
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woningaftrek voor één van de echtgenoten groter is dan zijn voor woningaftrek in aanmerking komend KI, wordt het saldo automatisch overgeheveld op het deel van het KI van de eigen woning dat overblijft bij de andere echtgenoot, zonder dat dit overblijvend deel mag worden overschreden.
14. Voorbeelden
14.1 Voorbeeld 1
Man en vrouw zijn gehuwd sinds 1996.
(*) niet geïndexeerd
Aangifte
Tot aj. 2004moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 1.000,00
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2005
[(*) 500 x 1,3604 = 680,2 afgerond tot 680.]
[(*) 1.000 x 1,3604 = 1.360,4 afgerond tot 1.360.]
14.2 Voorbeeld 2
Man en vrouw zijn gehuwd sinds 1973.
(*) niet geïndexeerd
De man heeft enkel een netto-beroepsinkomen van 20.000 EUR en de vrouw heeft enkel een netto-beroepsinkomen van 10.000 EUR. Op 1 januari 2000 had het echtpaar twee kinderen en de broer van de echtgenoot ten laste. De kinderen en de broer van de echtgenoot wonen sinds 2002 niet meer bij het gezin.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 5.000,00
Code 104 : 2
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Indien gehuwd met
scheiding van goederen :
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 6.696 [5.000 x 1,3391 = 6.695,5 afgerond tot 6.696.]
[(*) De aanvullende aftrek wordt als volgt bepaald : (het voor woningaftrek in aanmerking komende KI - gewone woningaftrek) /2.]
De aanvullende aftrek wordt bijgevolg niet toegestaan.
[(*) Het totale netto-inkomen tot en met aj. 2004 in hoofde van het fiscaal gezin beoordeeld : 31.674,00 EUR.]
Totale netto-inkomen na toepassing van de aanvullende woningaftrek :
Aj. 2005
[(*) 2.500 x 1,3604 = 3.401.]
Samenvatting :
[(*) 5.000 x 1,3604 = 6.802.]
[(1) 4.081 + 680
(2) (het voor woningaftrek in aanmerking komende KI - gewone woningaftrek) /2, of (6.802 - 4.761) /2 = 1.020,50.]
Totale netto-inkomen na toepassing van de aanvullende woningaftrek :
14.3
Voorbeeld 3
Man en vrouw zijn gehuwd sinds 2000.
(*) niet geïndexeerd
De man heeft enkel een totaal netto-beroepsinkomen van 20.000 EUR en de vrouw heeft enkel een netto-beroepsinkomen van 10.000 EUR. Het echtpaar heeft twee kinderen ten laste en was reeds vóór hun huwelijk eigenaar van de woning.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 7.500,00
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI :
10.043 (*)
[(*) 7.500 x 1,3391 = 10.043,25 afgerond 10.043.]
Samenvatting na eerste bewerking :
[(*) (Voor woningaftrek in aanmerking komende belastbaar inkomen - gewone aftrek) /2, in casu (10.043 - 5.022) /2 = 2.510,50.]
De aanvullende aftrek wordt bijgevolg niet toegestaan.
[(*) Tot en met aj. 2004 in hoofde van het fiscaal gezin.]
Totale netto-inkomen na toepassing van de aanvullende woningaftrek (aj. 2004) :
Aj. 2005
[(1) 3.750 x 1,3604 = 5.101,5 afgerond tot 5.102 EUR.
(2) (2 x 340 per kind ten laste) = 680 EUR. Verdeling over beide aanslagbasissen volgens het aandeel van elke echtgenoot in het aangegeven KI (50 % in het wettelijk stelsel) of 680 x ½ = 340 EUR.]
Samenvatting, na eerste bewerking :
[(1) 4.081 + (680 x
½).
(2) (5.102 - 4.421) / 2 = 340,5.
Totale netto-inkomen na toepassing van de aanvullende woningaftrek :
[(1) 1.500 x 1,3604 = 2.040,6, afgerond tot 2.041.
(2) 6.000 x 1,3604 = 8.162,4, afgerond tot 8.162.
(3) 680 x 80 % = 544,00 EUR.]
[(*) (8.162 - 4.625) x ½ = 1.768,50.]
Na toepassing van de aanvullende woningaftrek in functie van het totale netto-inkomen (art. 16, § 5, WIB 92), gebeurt de overdracht van de ene echtgenoot naar de andere (toepassing art. 16, § 6, WIB 92) :
[(*) Overdracht van echtgenoot 1 : gewone aftrek : (4.081) + verhoging wegens kinderen ten laste (680 x 20 % = 136) of in totaal 4.217 EUR. Toegepaste aftrek : 2.041 EUR. Verschil dat in aanmerking komt voor overdracht naar echtgenoot 2 : 4.217 - 2.041 = 2.176 EUR, te beperken tot 1.768,50 EUR of KI eigen woning echtgenoot 2 dat overblijft.]
V. BIJKOMENDE INTERESTAFTREK
15. Wettekst - Art. 104, 9°, 115 en 116, WIB 92
In de art. 104, 9°, 115 en 116, WIB 92, die betrekking hebben op de bijkomende interestaftrek, zijn er geen wijzigingen aangebracht door de hervormingswet.
De teksten die van toepassing zijn voor aj. 2005 worden hierna louter ter informatie overgenomen.
"Afdeling VI
Aftrekbare bestedingen
A. ALGEMEEN
Artikel 104
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 107 tot 116 worden van het totale netto-inkomen de volgende bestedingen afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(...)
9° interest van hypothecaire leningen die vanaf 1 mei 1986 zijn gesloten met een looptijd van ten minste tien jaar.
E. INTEREST VAN HYPOTHECAIRE LENINGEN
Artikel 115
De in artikel 104, 9°, vermelde interest van hypothecaire leningen is aftrekbaar onder de volgende voorwaarden :
1° de hypothecaire lening is door de belastingplichtige aangegaan om in België zijn enige woning hetzij; a) te bouwen;
b) in nieuwe staat te verwerven aan welke voorwaarde is voldaan indien de woning door de verkoper met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde aan de belastingplichtige is vervreemd;
c) volledig of gedeeltelijk te vernieuwen, mits het goed bij het sluiten van het leningscontract sedert ten minste 15 jaar in gebruik is genomen." (ten minste 20 jaar wat leningen betreft die vóór 1.11.1995 zijn aangegaan).
"2° met betrekking tot een woning die volledig of gedeeltelijk wordt vernieuwd :
a) bedraagt de totale kostprijs van de werken, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, ten minste19.800 EUR ( 24.120 EUR voor aj. 2005), met dien verstande dat, in geval het overeenkomstig artikel 116 berekende gedeelte van de lening hoger is dan de totale kostprijs van de werken, dat gedeelte tot het bedrag van de kostprijs in aanmerking wordt genomen, en overeenkomstig artikel 401.
b) worden de dienstverrichtingen met betrekking tot die werken, waarvan de Koning de aard bepaalt, verricht door een persoon die op het ogenblik van het sluiten van het ondernemingscontract als aannemer is geregistreerd
Artikel 116
De interest die overblijft na toepassing van de in artikel 14 vermelde aftrek is maar aftrekbaar in zover hij betrekking heeft op de eerste 50.000 EUR, 52.500 EUR, 55.000 EUR, 60.000 EUR of 65.000 EUR (voor aj. 2005 : 60.910 EUR, 63.960 EUR, 67.000 EUR, 73.090 EUR of 79.180 EUR) van het aanvangsbedrag van de leningen ingeval het een te bouwen of in nieuwe staat te verwerven woning betreft of op de eerste 25.000 EUR, 26.250 EUR, 27.500 EUR, 30.000 EUR of 32.500 EUR (voor aj. 2005 : 30.460 EUR, 31.980 EUR, 33.500 EUR, 36.550 EUR of 39.590 EUR) ingeval het een te vernieuwen woning betreft, naargelang de belastingplichtige geen, één, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.
De aftrek wordt gespreid over ten hoogste twaalf opeenvolgende belastbare tijdperken waarvan de inkomsten het kadastrale inkomen van de woning omvatten, tot een bedrag dat voor de eerste vijf belastbare tijdperken gelijk is aan 80 pct. en voor elk van de zeven volgende belastbare tijdperken gelijk is aan respectievelijk 70, 60, 50, 40, 30, 20 en 10 pct.".
16. Bespreking
16.1 Voorwaarden tot toekennen van de bijkomende interestaftrek (art. 104, 9°, en art. 115, WIB 92)
Aangezien deze wetsartikelen zelf niet gewijzigd zijn, worden enkel de gevolgen besproken van de decumul van de personenbelasting die - krachtens art. 127, WIB 92 - vanaf aj. 2005 is doorgevoerd.
A. Eigendomsvoorwaarde
Met het begrip "eigenaar" wordt zowel de volle eigenaar, de vruchtgebruiker als de erfpachter van de woning bedoeld (zie nr. 104/226 Com.IB 92).
a) Belastingplichtige die alleen wordt belast
Voor de toepassing van de bijkomende interestaftrek is vereist dat de lening betrekking heeft op een woning waarvan men "eigenaar" is. Indien de belastingplichtige als alleenstaande belast wordt, wordt deze eigendomsvoorwaarde uitsluitend in zijn hoofd beoordeeld.
b) Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
De voorwaarde dat de belastingplichtige "eigenaar" moet zijn, wordt per echtgenoot afzonderlijk beoordeeld.
Het is dus mogelijk dat een echtgenoot inkomsten dient aan te geven, terwijl hij geen "eigenaar" is (b.v. echtgenoot gehuwd onder het wettelijk stelsel), maar aangezien hij geen "eigenaar" is, geen recht heeft op de toepassing van de bijkomende interestaftrek (*).
[(*) Dit in tegenstelling tot de in art. 14 WIB 92 vermelde gewone interestaftrek, waarbij een vrije verdeling mogelijk is indien voor de belastingplichtigen een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en zij allebei onroerende inkomsten van dat onroerend goed dienen aan te geven.]
B. Begrip "enige woning" (art. 115, 1°, WIB 92)
a) Belastingplichtigen die alleen worden belast
Op de bijkomende interestaftrek kunnen alleen die belastingplichtigen aanspraak maken die geen "eigenaar" zijn van een andere woning dan die waarvoor de aftrek wordt gevraagd. Deze voorwaarde dient te worden beoordeeld in hoofde van de belastingplichtige (jaarlijks te onderzoeken op 31 december van het inkomstenjaar).
b) Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
Ingevolge de volledige decumul moet het begrip enige woning voortaan per echtgenoot te worden beoordeeld (1).
Om te oordelen of de belastingplichtige "eigenaar" is van een andere woning dan de woning waarvoor de lening is aangegaan, dient men uitsluitend de woningen in aanmerking te nemen waarvan de echtgenoot zelf effectief "eigenaar" is. Het is dus mogelijk dat één van de echtgenoten een onroerend inkomen van een woning dient aan te geven, terwijl hij geen "eigenaar" van die woning is (b.v. in het geval van het wettelijk stelsel, waarbij de inkomsten van de eigen goederen tot het gemeenschappelijk vermogen behoren). Dit vormt geen beletsel voor het toekennen van de bijkomende interestaftrek met betrekking tot een andere woning waarvan hij wel "eigenaar" is (2).
[(1) Deze nieuwe bepaling geldt niet voor het verleden. Zij geldt voor nieuwe leningen en wat reeds eerder aangegane leningen betreft, enkel voor de nog resterende tijdperken van de twaalfjarige termijn.
(2) Voor zover alle voorwaarden vermeld in art. 104, 9°, WIB 92 en art. 115, WIB 92 zijn voldaan.]
Volgende gevallen kunnen zich desgevallend voordoen :
De echtgenoten hebben geen andere woning in "eigendom" dan die waarvoor de aftrek wordt gevraagd.
In dit geval hebben beide echtgenoten recht op de bijkomende interestaftrek (*).
[(*) Voor zover alle voorwaarden vermeld in art. 104, 9°, WIB 92 en art. 115, WIB 92 zijn voldaan.]
2e mogelijkheid :
Eén van beide echtgenoten heeft een andere woning in "eigendom" dan de woning waarvoor de aftrek wordt gevraagd.
In dit geval heeft enkel de echtgenoot die geen "eigenaar" is van een andere woning dan de woning waarvoor de aftrek wordt gevraagd recht op de bijkomende interestaftrek (*).
[(*) Voor zover alle voorwaarden vermeld in art. 104, 9°, WIB 92 en art. 115, WIB 92 zijn voldaan.]
c) Woning van minderjarig kind
Het feit dat een minderjarig kind, van wie de belastingplichtige het wettelijk genot van de inkomsten heeft, eigenaar is van een andere woning dan de woning waarvoor de belastingplichtige een hypothecaire lening heeft aangegaan, is voortaan geen beletsel voor de toekenning van de bijkomende aftrek voor die belastingplichtige (*).
[(*) Voor zover alle voorwaarden vermeld in art. 104, 9°, WIB 92 en art. 115, WIB 92 zijn voldaan.].
C. Minimumkostprijs van de verbouwingswerken in geval van vernieuwbouw (art. 115, 2°, WIB 92)
Gelet op het principe van de individualisering zou dit grensbedrag logischerwijze per echtgenoot moeten worden geïndividualiseerd.
Om nadeel ten opzichte van de toestand vóór de hervormingswet te vermijden, wordt aanvaard dat de minimale kostprijs van de werken zowel voor de belastingplichtigen waarvoor een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd als voor de belastingplichtigen die alleen worden belast per woning mag worden beoordeeld en dus niet per belastingplichtige.
Indien de echtgenoten waarvoor een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd echter elk afzonderlijk alleen "eigenaar" zijn van een enige woning waaraan ze verbouwingswerken laten uitvoeren, dienen zij echter elk afzonderlijk voor ten minste 19.800 EUR (24.120 EUR geïndexeerd voor leningen die aangegaan zijn in 2004) aan facturen voor te leggen die voldoen aan de in art. 115, 2°, b, WIB 92 gestelde voorwaarden.
16.2 Inzake berekening van de bijkomende interestaftrek (art. 116, WIB 92
A. Het bepalen van het grensbedrag van de lening
a) Belastingplichtigen die alleen worden belast
Het grensbedrag blijft bij voortduur bepaald in functie van het jaar waarin de lening is aangegaan en geldt per woning. Het grensbedrag wordt toegepast in verhouding tot het aandeel van de belastingplichtige in de woning. De begrenzing wordt automatisch toegepast aan de hand van de gegevens uit de aangifte.
b) Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
Het grensbedrag wordt bepaald aan de hand van het jaar waarin de echtgenoot de lening aanging. Het grensbedrag geldt per woning en de begrenzing wordt automatisch toegepast aan de hand van de gegevens uit de aangifte.
c) Nieuwe codes aangifte
De automatische berekening van de begrenzing wordt mogelijk door een aantal nieuwe codes. Het betreft :
Het basisbedrag van art. 116, WIB 92 wordt verhoogd naargelang de belastingplichtige één, twee, drie of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningcontract is gesloten.
Ingevolge de invoering van de decumul wordt vanaf aj. 2005 de verhoging wegens kinderlast geïndividualiseerd.
Belastingplichtigen die voor het aj. 2005 onderworpen zijn aan een gemeenschappelijke aanslag en die beiden recht hebben op de bijkomende interestaftrek voor dezelfde, gemeenschappelijke woning, mogen beiden al de kinderen vermelden die zij beiden of één van hen ten laste hadden op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is afgesloten.
Hoe de aangifte concreet moet ingevuld worden, wordt omschreven in nr. 17.
C. Aanvullende hypothecaire leningen
Wanneer een aanvullende hypothecaire lening wordt aangewend voor de financiering van de voltooiingswerken aan de nieuwe woning (*) of de voltooiing van de verbouwingswerken, komt de interest in beginsel ook voor de bijkomende interestaftrek in aanmerking, voor zover al de voorwaarden terzake zijn vervuld (zie nr. 104/213 Com.IB 92).
Indien de belastingplichtige aanvullende leningen aangaat tot voltooiing van de nieuwbouw of van de verbouwing, blijft bij voortduur het grensbedrag van de eerste lening van toepassing.
[(*) De aandacht wordt erop gevestigd dat in het geval van nieuwbouw de werken inderdaad op de voltooiing van de nieuwe woning betrekking moeten hebben en geen van de nieuwbouw onderscheiden verrichting, zoals een verbouwing of bijbouw, mogen uitmaken.]
D. De verdeling van het bedrag van de bijkomende interestaftrek
Eénmaal het bedrag van de bijkomende interestaftrek is berekend, wordt, ingevolge art. 105, WIB 92, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, dat bedrag van de bijkomende interestaftrek evenwel evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
Alhoewel de voorwaarden voor de toekenning van de bijkomende interestaftrek steeds worden beoordeeld in hoofde van de echtgenoot wordt de bijkomende interestaftrek ingevolge art. 105, WIB 92 dus ook aangerekend op het netto-inkomen van de echtgenoot die eventueel geen eigenaar is.
17. Invullen van de aangifte (aj. 2005) (*)
[(*) Hierbij worden enkel de rubrieken van de aangifte besproken waarvan de inhoud gewijzigd kan zijn.]
A. Belastingplichtigen die alleen worden belast
a) De lening werd uitsluitend door de belastingplichtige aangegaan
Op voorwaarde dat de lening in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek, moeten onder andere de gegevens van het attest overgenomen worden op de aangifte.
b) De lening werd door meerdere belastingplichtigen aangegaan
In de praktijk betekent dit dat het totale betaalde bedrag van de interesten van alle mede-ontleners tezamen (de belastingplichtige inbegrepen) moet worden vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aandeel van de belastingplichtige in de woning en de noemer gelijk is aan de som van de aandelen van de belastingplichtige en de andere mede-ontleners in de woning.
B. Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
Volgende situaties kunnen zich voordoen :
a) Beide echtgenoten hebben recht op de bijkomende interestaftrek voor éénzelfde woning
Het betreft m.a.w. voor elk van hen hun enige woning.
[(*) Indien de bijkomende interestaftrek wordt toegepast, heeft het in deze situatie eigenlijk geen enkel belang hoe de interesten verdeeld zijn, aangezien de berekening van de bijkomende interestaftrek automatisch in hoofde van het gezin wordt uitgevoerd. Die regel is ingevoerd om reden van vereenvoudiging en in het voordeel van de echtgenoten (doorvoeren van automatische compensatie en vermijden dat de aftrek bij één van de echtgenoten wordt beperkt).]
Volgende situaties kunnen zich voordoen :
De andere echtgenoot mag dus geen bijkomende gegevens vermelden (*).
[(*) In dit geval zal in hoofde van het gezin het volledige grensbedrag automatisch toegepast worden.]
b) Bij beide echtgenoten is de bijkomende interestaftrek van toepassing, maar voor een verschillende woning (*)
[(*) In het geval dat de bijkomende interestaftrek niet wordt toegepast (omdat de periode van twaalf jaar waarin de bijkomende interestaftrek wordt toegepast verstreken is of omdat het onroerend inkomen niet herleid is tot 0) heeft de interest die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek het karakter van een interest die bedoeld is in art. 14, WIB 92. In dit geval mag de interest vrij verdeeld worden over beide echtgenoten voor zover het onroerend inkomen van het onroerend goed waarvoor de lening(en) werd(en) aangegaan verdeeld is over beide echtgenoten.]
[(*) In het geval dat de bijkomende interestaftrek niet wordt toegepast (omdat de periode van twaalf jaar waarin de bijkomende interestaftrek van toepassing is, is verstreken of omdat het onroerend inkomen van de echtgenoot nog niet herleid is tot 0), heeft de interest die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek het karakter van een "gewone" interest als bedoeld in art. 14, WIB 92. In dit geval mag de interest vrij worden verdeeld over beide echtgenoten voor zover het onroerend inkomen van het onroerend goed waarvoor de lening(en) werd(en) aangegaan, verdeeld is over beide echtgenoten.]
18.1 Voorbeeld 1
Koen en Hilde wonen feitelijk samen .
Op 15.3.2001 ging het koppel ieder afzonderlijk een hypothecaire lening aan tot aankoop van hun nieuwbouwwoning, die zij in gebruik namen op 15.11.2001.
Koen ging een hypothecaire lening aan van 100.000 EUR, waarvoor hij 5.000 EUR interesten betaalde.
Hilde ging een hypothecaire lening aan van 25.000 EUR, waarvoor zij 1.250 EUR interesten betaalde.
(*) niet geïndexeerd
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Aangifte Koen :
Code 100 : 2.400,00 (3.000 x 80 %)
Code 138 : 5.000,00 EUR
Code 140 : 15.03.2001
Code 141 : 125.000 (*)
Code 142 : 0
Code 144 : 15.11.2001
[(*) Aangezien het grensbedrag slechts één maal per woning wordt toegepast dient in het geval van twee afzonderlijke leningen het geleend bedrag fictief verhoogd te worden, in functie van de eigendomsverhouding : 100.000 / 80 % = 125.000 EUR. (zie nr. 104/238 Com.IB 92).]
Aangifte Hilde:
Code 100 : 600,00 (3.000 x 20 %)
Code 138 : 1.250,00 EUR
Code 140 : 15.03.2001
Code 141 : 125.000 (*)
Code 142 : 0
Code 144 : 15.11.2001
[(*) 25.000 / 20 % = 125.000 (zie nr. 104/238 Com.IB 92).]
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, A, a)
Aangifte Koen :
Code 1100 : 2.400,00 (3.000 x 80 %)
Code 1138 : 5.000,00 EUR
Code 1140 : 15.03.2001
Code 1141 : 100.000,00
Code 1142 : 0
Code 1144 : 15.11.2001
Code 1148 : 80,00 % (aandeel Koen in de woning)
Code 1149 : 0,00 % (geen andere mede-ontlener, Hilde heeft immers een afzonderlijke lening aangegaan)
Code 1150 : neen
Aangifte Hilde
Code 1100 : 600,00 (3.000 x 20 %)
Code 1138 : 1.250,00 EUR
Code 1140 : 15.3.2001
Code 1141 : 25.000,00
Code 1142 : 0
Code 1144 : 15.11.2001
Code 1148 : 20,00 % (aandeel Hilde in de woning)
Code 1149 : 0,00 % (geen andere mede-ontlener, Koen heeft immers een afzonderlijke lening aangegaan)
Code 1150 : neen
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Koen
[(*) 2.400 x 1,3391 = 3.213,84 afgerond tot 3.214 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
[(*) of : 1.786 x [(57.570 x 80 %) / 100.000] = 822,56 EUR.]
Hilde :
[(*) 600 x 1,3391 = 803,46 afgerond tot 803 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
[(*) of : 447 x [(57.570 x 20 %) / 25.000] = 205,87 EUR.]
Aj. 2005
Koen
[(*) 2.400 x 1,3604 = 3.264,96 afgerond tot 3.265 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Hilde :
[(*) 600 x 1,3604 = 816,24 afgerond tot 816.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
18.2
Voorbeeld 2
Koen en Hilde wonen feitelijk samen.
Op 15.3.2001 ging het koppel gezamenlijk een hypothecaire lening aan van 125.000 EUR tot aankoop van hun nieuwbouwwoning, die zij in gebruik namen op 15.11.2001. In totaal betaalden zij 6.250 EUR aan interesten.
(*) niet geïndexeerd
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Koen :
Code 100 : 1.500,00 (3.000,00 x 50 %)
Code 138 : 3.125,00 EUR (6.250 x 50 %)
Code 140 : 15.03.2001
Code 141 : 125.000
Code 142 : 0
Code 144 : 15.11.2001
Hilde :
Idem als aangifte Koen.
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, A, b) :
Koen :
Code 1100 : 1.500,00 (3.000 x 50 %)
Code 1138 : 3.125,00 EUR (6.250 x 50 %)
Code 1140 : 15.3.2001
Code 1141 : 125.000 (totaal bedrag inclusief het door Hilde mede-ontleende bedrag)
Code 1142 : 0
Code 1144 : 15.11.2001
Code 1148 : 50,00 % (aandeel Koen in de woning)
Code 1149 : 50,00 % (aandeel in de woning van de mede-ontlener, Hilde)
Code 1150 : neen
Hilde :
Idem als aangifte Koen.
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Koen :
[(*) 1.500 x 1,3391 = 2.008,65 afgerond tot 2.009 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Hilde :
Idem Koen.
Aj. 2005
Koen
[(*) 1.500 x 1,3604 = 2.040,60 afgerond tot 2.041 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Hilde :
Idem Koen.
18.3. Voorbeeld 3
Paul en Ilse zijn sinds 2001 gehuwd.
(*) niet geïndexeerd.
De nieuwbouwwoning werd op 10.2.2001 aangekocht en werd op 15.2.2001 in gebruik genomen.
Op 15.1.2001 werd een hoofdelijk en onverdeelde hypothecaire lening van 100.000 EUR afgesloten die voldoet aan de voorwaarden voor bijkomende interestaftrek en waarvoor 5.000 EUR interest is betaald.
Op 1.1.2002 had Paul 1 kind ten laste, terwijl Ilse geen kinderen ten laste had.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 1.500
Code 138 : 5.000
Code 140 : 15.1.2001
Code 141 : 100.000
Code 142 : 1
Code 144 : 15.2.2001
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, B, a) :
[(1) Aangezien beide echtgenoten voor dezelfde woning recht hebben op de bijkomende interestaftrek mogen de interesten naar keuze van de belastingplichtigen worden omgedeeld. Aangezien de interesten hoger zijn dan de onroerende inkomsten, heeft het geen belang hoe de interesten worden verdeeld.
(2) Aangezien beide echtgenoten voor dezelfde woning recht hebben op de bijkomende interestaftrek mogen zij allebei de som van het aantal kinderen die bij iedere echtgenoot ten laste waren vermelden.]
Aj. 2004
[(*) 1.500 x 1,3391 = 2.008,65 afgerond tot 2.009 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Dit bedrag wordt overeenkomstig art. 105, WIB 92 evenredig aangerekend op beide inkomensdelen.
Aj. 2005
[(*) 750 x 1,3604 = 1.020,3, afgerond tot 1.020 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Dit bedrag (zijnde 1.431,22 EUR) wordt overeenkomstig art. 105, WIB 92 evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
Paul en Ilse zijn gehuwd sinds 10.12.2002 en hebben volgende onroerende goederen in eigendom :
(*) niet geïndexeerd
Woning B en C worden verhuurd aan natuurlijke personen die ze noch geheel, noch gedeeltelijk voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid gebruiken.
Ter financiering van de aankoop van woning A ging Paul op 15.1.2000 een hypothecaire lening aan van 100.000 EUR, waarvoor hij 3.000 EUR interesten betaald heeft. De woning werd in gebruik genomen op 3.3.2000.
Paul had 3 kinderen ten laste op 1.1.2001.
Ter financiering van woning C ging Ilse een hypothecaire lening aan op 5.1.2002 voor een bedrag van 100.000 EUR. Zij betaalde 3.000 EUR aan interesten voor deze lening. De woning werd in gebruik genomen op 10.10.2002.
Ilse had 2 kinderen ten laste op 1.1.2003.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 1.470
Code 106 : 1.470 (367 + 1.103)
Code 146 : 6.000 (3.000 + 3.000)
Het gezin had geen recht op de bijkomende interestaftrek aangezien de leningen niet werden aangegaan tot het bouwen van de enige woning in eigendom (op 31.12.2003).
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, B, c) :
Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
[(1) Paul heeft geen recht op bijkomende interestaftrek voor de lening die hij aangegaan heeft tot financiering van de aankoop van woning A, aangezien het niet zijn enige woning is (hij is ook eigenaar van appartement B).
(2) Ilse heeft recht op de bijkomende interestaftrek. Aangezien Paul geen recht heeft op de bijkomende interestaftrek en de bijkomende interestaftrek effectief wordt toegepast, moet Ilse de interesten vermelden die betrekking hebben op haar aandeel in woning C. Aangezien zij 100 % eigenaar is, moet zij de volledige interesten opnemen in de code 2138 (dus geen vrije omdeling mogelijk).
(3) Aangezien enkel Ilse recht heeft op de bijkomende interestaftrek en het geen gemeenschappelijke woning betreft, wordt het grensbedrag verhoogd op basis van het aantal kinderen dat zij zelf ten laste had op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is afgesloten.
(4) De gewone interestaftrek mag vrij verdeeld worden, aangezien zij gezamenlijk belast zijn en het onroerend inkomen van woning A verdeeld is over beide echtgenoten.]
Indien gehuwd met scheiding van goederen :
[(*) Geen vrije verdeling van de interesten mogelijk aangezien het inkomen van het onroerend goed niet verdeeld is over beide echtgenoten.]
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
[(1) 1.470 x 1,3391 = 1.968,48 afgerond tot 1.968 en verhoogd met 40% tot 2.755,2.
(2) 1.470 x 1,3391 = 1.968,48 afgerond tot 1.968. ]
Aj. 2005
[(1) 735 x 1,3604 = 999,89 afgerond tot 1.000 EUR, verhoogd met 40 % tot 1.400 EUR.
(2) resterende interest : 2.400 - 1.400 = 1.000 EUR.
(3) De gewone interestaftrek van zowel de man als van de vrouw is volledig benut, dus wordt vervolgens aanspraak gemaakt op de interest die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek.]
Onroerende goederen die in aanmerking komt voor de woningaftrek :
[(1) 735,00 x 1,3604 = 999,89 afgerond tot 1.000 EUR.
(2) Er kunnen geen interesten overgedragen worden naar andere aanslagbasis.
(3) De gewone interestaftrek van zowel de man als van de vrouw is volledig benut, dus wordt vervolgens aanspraak gemaakt op de interest die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Dit bedrag van 622,85 EUR wordt overeenkomstig art. 105, WIB 92 evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
[(1) 367 x 1,3604 = 499,27 afgerond tot 499 EUR, verhoogd met 40 % tot 698,60 EUR.
(2) 1.103 x 1,3604 = 1.500,52, afgerond tot 1.501, verhoogd met 40 % tot 2.101,40.
(3) De overdracht van de interesten van Paul gebeurt pas na dat in hoofde van de aanslagbasis van Ilse de interesten van haar aanslagbasis aangezuiverd zijn.]
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek: :
[(1) 1.470 x 1,3604 = 1.999,79 afgerond tot 2.000 EUR.
(2) Resterende interesten : 3.000 - (698,60 + 2.000) = 301,40 EUR, wordt overgedragen naar aanslagbasis Ilse, maar dit pas na aanzuivering van de eigen interesten van Ilse.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Dit bedrag van 466,41 EUR wordt overeenkomstig art. 105, WIB 92 evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
18.5 Voorbeeld 5
Kurt en Annemie zijn sinds 1995 gehuwd en hebben volgende onroerende goederen in eigendom :
(*) niet geïndexeerd
Ter financiering van de aankoop van de gezinswoning (nieuwbouw) ging Kurt op 10.2.1990 een hypothecaire lening aan van 50.000 EUR, waarvoor hij 2.500 EUR interesten betaalde. De woning werd in gebruik genomen op 10.1.1991. Kurt had geen kinderen ten laste op 1.1.1991.
Opgelet!
De 12-jarige periode voor de toepassing van de bijkomende interestaftrek is verstreken vanaf aj. 2004.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 1.470
Code 106 : 1.000
Code 146 : 2.500
Het gezin had geen recht op bijkomende interestaftrek aangezien het gezin eigenaar is van meer dan één woning.
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
[(*) Alleen Kurt heeft recht op de bijkomende interestaftrek (aangezien Annemie geen eigenaar is van de gezinswoning). Bij het invullen van de aangifte zouden de interesten dus volgens de eigendomsverhouding moeten ingevuld worden (of integraal in de code 1138 : 2.500 EUR). In dit geval wordt de bijkomende interestaftrek echter niet effectief toegepast omdat de twaalfjarige periode waarin de bijkomende interestaftrek van toepassing kan zijn (vanaf jaar 1991) verstreken is. De interest die vermeld staat in de code 1138/2138 geeft dus alleen recht op de gewone interestaftrek en mag derhalve vrij verdeeld worden over beide echtgenoten indien het onroerend inkomen van de gezinswoning over beide echtgenoten verdeeld is (zie ook voetnoot 46). In dat geval kan ook worden aanvaard dat de interesten worden ingevuld in de codes 1146/2146 in plaats van in de codes 1138/2138.
De interesten worden zodanig verdeeld dat het inkomen dat niet in aanmerking komt voor de woningaftrek (bij beiden 952,00 EUR) herleid kan worden tot 0.]
[(*) Geen verdeling mogelijk aangezien het onroerend inkomen van de gezinswoning niet verdeeld is over beide echtgenoten.]
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
[(1) 1.000 x 1,3391 = 1.339,10 afgerond tot 1.339 en verhoogd met 40 % tot 1.874,60.
(2) 1.470 x 1,3391 = 1.968,48 afgerond tot 1.968.]
Aj. 2005
[(*) 500 x 1,3604 = 680,20 afgerond tot 680 EUR, verhoogd met 40 % tot 952 EUR.]
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
[(*) 735,00 x 1,3604 = 999,89 afgerond tot 1.000 EUR.]
[(1) 1.000 x 1,3604 = 1.360,40 afgerond tot 1.360, verhoogd met 40% tot 1.904 EUR.
(2) De automatische overdracht van de interesten van Kurt, gebeurt slechts na dat het onroerend inkomen van Kurt herleid is tot 0. In dit geval bedraagt de overdracht 2.500 - 2.000 = 500 EUR.]
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
[(*) 1.470 x 1,3604 = 1.999,79 afgerond tot 2.000 EUR.]
18.6 Voorbeeld 6
Ann en Wim zijn sinds 2002 wettelijk samenwonend . Op 15.3.2000 gingen zij gezamenlijk een hypothecaire lening van 100.000 EUR tot financiering van hun nieuwgebouwde gezinswoning. De woning werd in gebruik genomen op 15.12.2000. Zij betaalden 5.000 EUR aan interesten.
(*) niet geïndexeerd KI
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Wim :
Code 100 : 1.000 EUR (2.000 x 50 %)
Code 138 : 2.500 EUR (5.000 x 50 %)
Code 140 : 15. 3.2000
Code 141 : 100.000
Code 142 : 0
Code 144 : 15.12.2000
Ann :
Code 100 : 1.000 EUR (2.000 x 50 %)
Code 106 : 500 EUR
Code 146 : 2.500 EUR (5.000 x 50 %)
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, B, c) :
[(1) Wim heeft recht op de bijkomende interestaftrek. Hij moet de interesten die in zijnen hoofde in aanmerking komen, vermelden in de code 1138 en dit ten belope van zijn eigendomsverhouding (5.000 x 50 % = 2.500).
(2) De interest die in hoofde van Ann niet in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek mag vrij verdeeld worden, aangezien het onroerend inkomen verdeeld is over beide echtgenoten. In het geval dat de bijkomende interestaftrek effectief wordt toegepast is het aangewezen om de interesten die niet nodig zijn om het onroerend inkomen van Ann tot 0 te herleiden bij Wim te vermelden in de code 1146, zodat Wim maximaal van de bijkomende aftrek gebruik kan maken.]
Vaststellen van de belastbare grondslag
Aj. 2004
Wim :
[(*) 1.000 x 1,3391 = 1.339,1 afgerond tot 1.339,00.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Ann :
[(*) 500 x 1,3391 = 669,55 afgerond tot 670,00 te verhogen met 40 %, zijnde 938,00.]
[(*) 1.000 x 1,3391 = 1.339,1 afgerond tot 1.339,00.]
Voor Ann is de bijkomende interestaftrek niet van toepassing, aangezien de woning waarvoor de lening is aangegaan niet haar enige woning was.
Vanaf aj. 2005 wordt het netto-onroerend inkomen als volgt berekend :
Andere onroerende goederen dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende woning :
[(*) 500 x 1,3604 = 680,20, afgerond tot 680, verhoogd met 40% = 952,00 EUR.]
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
[(1) 1.000,00 x 1,3604 = 1.360,40 afgerond tot 1.360 EUR.
(2) Overdracht van interesten Wim (code 1138), aangezien al de "eigen" interesten gebruikt zijn tot aanzuivering van zijn onroerend inkomen.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Dit bedrag van 591,25 EUR wordt overeenkomstig art. 105, WIB 92 evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
18.7 Voorbeeld 7
Bertrand en Sophie wonen sinds 2002 wettelijk samen en hebben één kind ten laste op 1/1/2002 (het kind was vroeger ten laste bij Bertrand). Op 15.1.2001 kochten zij gezamenlijk een bestaande (enige) woning aan.
De woning werd voor het eerst in gebruik genomen in 1970.
Ze laten verbouwingswerken uitvoeren aan deze woning. De werken werden uitgevoerd door geregistreerde aannemers. Het totaal bedrag van deze facturen (incl. BTW) bedraagt 40.000 EUR. De facturen zijn opgesteld op naam van beiden.
Ter financiering van zowel de aankoop als de verbouwingswerken gingen de samenwonenden op 10.1.2001 gezamenlijk een hypothecaire lening aan van 124.000 EUR (84.000 EUR voor de aankoop van de woning ; 40.000 EUR voor de verbouwingswerken). Zij betaalden 4.200 EUR aan interesten voor het gedeelte dat slaat op de aankoop van de woning en 2.000 EUR voor het gedeelte dat slaat op de verbouwingswerken. De werken werden voltooid op 16.8.2001.
(*) Niet geïndexeerd KI, na de verhoging van het KI wegens de voltooiing van de verbouwingswerken
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld:
Aangifte Bertrand :
Code 100 : 600 (1.200 x 50 %)
Code 139 : 1.000 (2.000 x 50 %)
Code 140 : 10/01/2001
Code 141 : 40.000
Code 142 : 1
Code 144 : 16.8.2001
Code 145 : 40.000
Code 146 : 2.100 (4.200 x 50 %)
Aangifte Sophie :
Code 100: 600 (1.200 x 50 %)
Code 139 : 1.000 (2.000 x 50 %)
Code 140 : 10.1.2001
Code 141 : 40.000
Code 142 : 0
Code 144 : 16.8.2001
Code 145 : 40.000
Code 146: 2.100 (4.200 x 50 %)
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, B, a) :
Voorafgaande opmerking : aangezien de voorwaarde van de minimum kostprijs van de werken, uitgevoerd door geregistreerde aannemers, per woning wordt beoordeeld, is hier het minimum (22.800 EUR, lening van 2001) bereikt.
[(1) Aangezien beide echtgenoten voor dezelfde woning recht hebben op de bijkomende interestaftrek, mogen ook de interesten naar keuze van de echtgenoten worden omgedeeld.
(2) Aangezien beide echtgenoten voor dezelfde woning recht hebben op de bijkomende interestaftrek mogen zij allebei de som van het aantal kinderen die bij iedere echtgenoot ten laste waren vermelden.
(3) Aangezien de onroerende inkomsten van de woning worden omgedeeld mogen ook de interesten naar keuze van de belastingplichtigen worden omgedeeld. Aangezien het onroerend inkomen van beide echtgenoten samen lager is dan de interesten, heeft het geen belang hoe deze interesten verdeeld zijn.]
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Bertrand :
[(*) 600 x 1,3391 = 803,46 afgerond tot 803.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Sophie :
[(*) Aangezien de onroerende inkomsten van de woning worden omgedeeld mogen ook de interesten naar keuze van de belastingplichtigen worden omgedeeld. Aangezien het onroerend inkomen van beide echtgenoten samen lager is dan de interesten, heeft het geen belang hoe deze interesten verdeeld zijn.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Aj. 2005
[(*) 600 x 1,3604 = 816,24 afgerond tot 816 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Dit bedrag van 1.208,80 EUR wordt overeenkomstig art. 105, WIB 92 evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
18.8 Voorbeeld 8
Bertrand en Sophie zijn sinds 2002 gehuwd.
Op 15.1.2001 ging Bertrand een hypothecaire lening van 30.000 EUR aan tot verbouwing van zijn 25 jaar oude woning. De werken werden uitgevoerd door geregistreerde aannemers. Het totaal bedrag van deze facturen (incl. BTW) bedraagt 30.000 EUR. De facturen zijn opgesteld op naam van Bertrand. De werken werden voltooid op 18.9.2001.
Bertrand betaalde 1.950 EUR aan interesten. Op 1.1.2002 had Bertrand geen kinderen ten laste.
Sophie kocht op 15.7.2001 een bestaande woning die zij eveneens liet verbouwen. Tot financiering van zowel de aankoop van de woning als de verbouwing van de woning ging zij op 10.6.2001 een hypothecaire lening aan van 87.500 EUR. Van deze lening diende 40.000 EUR tot het verbouwen van de woning. Het totaal bedrag van de facturen die opgesteld werden door geregistreerde aannemers bedraagt 40.000 EUR. De werken werden voltooid op 10.11.2001. Sophie had op 1.1.2002 2 kinderen ten laste.
Sophie betaalde 4.375 EUR aan interesten (zijnde 2.375 EUR met betrekking tot de aankoop en 2.000 EUR met betrekking tot de verbouwing).
(*) Niet geïndexeerd KI, na de verhoging van het KI wegens de voltooiing van de verbouwingswerken
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 2.000,00 EUR
Code 106 : 700,00 EUR
Code 146 : 6.325,00 EUR (1.950 + 4.375)
Het echtpaar had geen recht op de bijkomende interestaftrek, aangezien de leningen niet dienen tot verbouwing van hun enige woning in eigendom per 31 december van het belastbare tijdperk.
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (nr. 17, B, b) :
Voorafgaande opmerking :
De beoordeling van het minimumbedrag van facturen van geregistreerde aannemers wordt per woning beoordeeld.
De lening tot verbouwing van de woning die eigendom is van Bertrand komt in aanmerking voor de bijkomende interestaftrek, aangezien voor deze woning het minimumbedrag van werken is behaald (22.800 EUR, leningen aangegaan in 2001).
De lening die aangegaan werd door Sophie komt eveneens in aanmerking voor de bijkomende interestaftrek aangezien zij eveneens voor minstens 22.800 EUR van facturen van geregistreerde aannemers kan voorleggen.
[(1) De interesten waarvoor in hoofde van Bertrand de bijkomende interestaftrek van toepassing is, moeten volgens zijn eigendomsaandeel in de woning vermeld worden in de code 1139. In dit geval 100 %.
(2) De interesten mogen vrij verdeeld worden, aangezien het belastbare inkomen van het onroerend goed over beide echtgenoten verdeeld is en het een gezamenlijke aanslag betreft. In dit geval is het het meest interessant om bij Sophie enkel de interesten te vermelden die nodig zijn om haar onroerend inkomen tot 0 te herleiden (2.375 -2.026,40 = 348,60).]
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Belastbaar inkomen van andere woningen dan de woning die in aanmerking komt voor de woningaftrek :
[(*) 700 x 1,3391 = 937,37 afgerond tot 937, verhoogd met 40% = 1.311,80.]
Belastbaar inkomen van de woning die in aanmerking komt voor de woningaftrek :
[(*) 2.000 x 1,3391 = 2.678,20, afgerond tot 2.678,00.]
Aj. 2005
Gehuwd onder wettelijk stelsel
andere onroerende goederen dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende woning :
[(*) 350 x 1,3604 = 476,14 afgerond tot 476 EUR, verhoogd met 40% tot 666,40 EUR.]
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
[(1) 1.000,00 x 1,3604 = 1.360,40 afgerond tot 1.360 EUR.
(2) Overblijvende eigen interesten uit code 2146 : 2.026,40 - 666,40 = 1.360 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
Dit bedrag van 1.475,30 (208,90 + 1.266,40) wordt overeenkomstig art. 105 WIB 92 evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
[(*) 700 x 1,3604 = 952,28, afgerond tot 952, verhoogd met 40% tot 1.332,80.]
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
[(1) 2.000 x 1,3604 = 2.720,80 afgerond tot 2.721 EUR.
(2) De eigen interesten worden in eerste instantie aangerekend.
(3) Overdracht interesten Sophie (code 2146) : 2.375 - 1.332,80 = 1.042,20, beperkt tot de overblijvende inkomsten van Bertrand of tot 2.721- 1.950 = 771.]
Berekening bijkomende interestaftrek
Dit bedrag van 1.266,40 wordt overeenkomstig art. 105, WIB 92 evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
VI. HERKWALIFICATIE VAN HUURINKOMSTEN
19. Wettekst - Art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92
In art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92 dat betrekking heeft op de herkwalificatie van huurinkomsten zijn er geen wijzigingen aangebracht.
De tekst wordt hierna louter ter informatief overgenomen.
"Artikel 32
Bezoldigingen van bedrijfsleiders zijn alle beloningen verleend of toegekend aan een natuurlijk persoon die :
1° een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent;
2° in de vennootschap een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard, uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst.
Daartoe behoren inzonderheid :
(...)
3° in afwijking van artikel 7, de huurprijs en de huurvoordelen van een gebouwd onroerend goed verhuurd door de in het eerste lid, 1°, vermelde personen aan de vennootschap waarin zij een opdracht of gelijksoortige functies uitoefenen, voor zover zij meer bedragen dan vijf derden van het kadastrale inkomen gerevaloriseerd met de in artikel 13 vermelde coëfficiënt. Van deze bezoldigingen worden de kosten in verband met het verhuurde onroerend goed niet in aftrek gebracht.".
20. Bespreking
Krachtens art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92, worden de huurprijs en de huurvoordelen met betrekking tot door een bedrijfsleider van de eerste categorie aan zijn vennootschap verhuurde gebouwde onroerende goederen, niet als inkomsten van onroerende goederen maar als bezoldigingen van bedrijfsleidersaangemerkt, in zover zij de grens van vijf derden van het gerevaloriseerde kadastrale inkomen overschrijden.
De bedrijfsleider moet er derhalve minstens eigenaar, bezitter, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder van zijn.
De herkwalificatie geldt bijgevolg niet voor de huur van een onroerend goed waarvan de eigendom in het geheel toebehoort aan één van de echtgenoten die geen bedrijfsleider in de vennootschap-huurster is en dit ongeacht het belastingstelsel van de onroerende inkomsten.
Wanneer het onroerend goed eigendom is van beide echtgenoten wordt voor de toepassing van de huurherkwalificatie de situatie van elke echtgenoot individueel beoordeeld.
Art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92 dient vanaf aj. 2005 inderdaad geïndividualiseerd bekeken te worden en kan dus enkel in hoofde van de echtgenoot bedrijfsleider afwijken van de bepaling van het onroerend inkomen.
Vanaf aj. 2005 moet dus, in geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, eerst art. 127, 3° en 4°, WIB 92 worden toegepast en dit om uit te maken in welke mate het KI en de brutohuur tot het vermogen van de bedrijfsleider behoort en bij hem als onroerend inkomen zou worden beschouwd en derhalve voor huurherkwalificatie in aanmerking kan komen.
Vervolgens wordt nagegaan in welke mate deze huurprijs en de huurvoordelen (bepaald volgens art. 127, 3° en 4°, WIB 92) meer bedragen dan vijf derden van het kadastrale inkomen (bepaald volgens art. 127, 3° en 4°, WIB 92), gerevaloriseerd met de in art. 13, WIB 92 vermelde coëfficiënt.
21. Voorbeelden
21.1 Voorbeeld 1
Dirk en Myriam zijn gehuwd sinds 1999.
Myriam kan het onroerend goed niet verhuren aan de vennootschap waarin zij bedrijfsleider is, aangezien zij geen enkel eigendomsrecht heeft in het onroerend goed. Derhalve is er geen huurherkwalificatie.
Aangifte
Voor aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 109 : 1.000 EUR
Code 110 : 10.000 EUR
Code 401 : -
Code 426 : -
Voor aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Berekening netto onroerend inkomen :
Aj. 2005
Conclusie :
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek beroepskosten) = 0,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) = 7.700,00 EUR
Totaal inkomen = 7.700,00 EUR
Conclusie :
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek beroepskosten) = 0
Totaal onroerend inkomen (voor aftrek interesten) = 7.700,00 EUR
Totaal inkomen : 7.700,00 EUR
21.2 Voorbeeld 2
Dirk en Myriam zijn gehuwd sinds 2000.
Aangifte
Voor aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Vervolgens wordt in hoofde van Myriam echter de huurherkwalificatie toegepast, op basis van de in haar hoofde in aanmerking te nemen onroerend inkomen (zijnde een KI van 500 EUR en een brutohuur van 5.000 EUR).
De huurherkwalificatie bedraagt dus 2.125,00 EUR [5.000 - (500 x 5/3 x 3,45)].
De aangifte wordt als volgt ingevuld :
Deze 5.000,00 EUR wordt geherkwalificeerd tot bezoldiging bedrijfsleider in de mate dat zij hoger is dan het gerevaloriseerd KI, vermenigvuldigd met vijf derden (500,00 x 5/3 x 3,45 = 2.875,00 EUR).
De huurherkwalificatie bedraagt dus 2.125,00 EUR (zijnde 5.000,00 - 2.875,00).
De aangifte dient in dit geval dus op dezelfde wijze als in het geval van het wettelijk stelsel te worden ingevuld.
Vaststellen van de belastbare grondslag
Aj. 2004
OF
Conclusie :
Totaal beroepsinkomen (voor beroepskosten) : 2.175,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) : 5.565,00 EUR
Totaal inkomen : 7.740 EUR
Aj. 2005
Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
Conclusie :
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek kosten) = 2.125,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) = 5.575,00 EUR
Totaal inkomen = 7.700,00 EUR
Dirk en Myriam zijn gehuwd sinds 2001.
Aangifte
Voor aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 109 : 1.000 EUR
Code 110 : 6.520 EUR [2.000 + (5/3 x 800 x 3,39)]
Code 401 : -
Code 426 : 3.480 EUR [ 8.000 - (800 x 5/3 x 3,39)]
Voor aj. 2005 moet eerst het onroerend inkomen bepaald worden volgens het vermogensrecht (art. 127, 3° en 4°, WIB 92).
Vervolgens wordt in hoofde van Myriam echter de huurherkwalificatie toegepast, op basis van de in haren hoofde in aanmerking te nemen onroerende inkomsten (zijnde een KI van 500 EUR en een bruto huur van 5.000 EUR).
De huurherkwalificatie bedraagt aldus 2.125,00 EUR [5.000 - (500 x 5/3 x 3,45)].
De aangifte wordt als volgt ingevuld :
Overeenkomstig art. 127, WIB 92 dient Dirk een KI van 200,00 EUR aan te geven en een brutohuur van 2.000,00 EUR. Myriam dient een KI van 800,00 EUR aan te geven en in principe een bruto huur van 8.000,00 EUR.
Vervolgens wordt in hoofde van Myriam echter de huurherkwalificatie toegepast, op basis van de in haren hoofde in aanmerking te nemen onroerende inkomsten (zijnde een KI van 800 EUR en een bruto huur van 8.000 EUR).
De huurherkwalificatie bedraagt aldus 3.400,00 EUR [8.000 - (800 x 5/3 x 3,45)].
De aangifte dient als volgt ingevuld te worden :
Vaststellen van de belastbare grondslag
Aj. 2004
OF
Conclusie :
Totaal beroepsinkomen (voor beroepskosten) : 3.480,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) : 4.260,00 EUR
Totaal inkomen : 7.740 EUR
Aj. 2005
Conclusie :
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek kosten) = 2.125,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) = 5.575,00 EUR
Totaal inkomen = 7.700,00 EUR
Conclusie :
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek kosten) = 3.400,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) = 4.300,00 EUR
Totaal inkomen = 7.700,00 EUR
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
S. QUINTENS
Invulling van de aangifte
AANSLAG IN DE PB
Gemeenschappelijke aanslag voor echtgenoten
Gemeenschappelijke aanslag voor wettelijk samenwonenden
BEREKENING VAN DE PB
Decumul van de inkomsten van de echtgenoten
Decumul van de inkomsten van de wettelijk samenwonenden
BEZOLDIGING VAN BEDRIJFSLEIDER
Herkwalificatie van huurinkomsten
HERVORMINGSWET 2001
Hervorming van de PB
INTEREST VAN EEN HYPOTHECAIRE LENING
Bijkomende interestaftrek
Gewone interestaftrek
ONROEREND INKOMEN
Vaststelling van de onroerende inkomsten
Woningaftrek
Aan alle ambtenaren.
INHOUDSOPGAVE
| Algemene regel | 7.1 |
| Uitzondering | 7.2 |
| Voorbeelden | 7.3 |
| III. | GEWONE INTERESTAFTREK |
|
Wettekst - | 8 |
| Bespreking | 9 |
| Regeling tot en met aj. 2004 | 9.1 | ||
| Regeling vanaf aj. 2005 | 9.2 | ||
| Belastingplichtigen die alleen worden belast | 9.2.1 | ||
| a) | de aangifte | ||
| b) | berekening van het netto-onroerend inkomen | ||
| Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd | 9.2.2 |
| a) | de aangifte |
| b) | berekening van het netto-onroerend inkomen |
| Erfpacht- en opstalvergoedingen | 9.3 |
| Voorbeeld | 10 |
| IV. | WONINGAFTREK |
|
Wettekst - | 11 |
| In aanmerking komende woning | 12 |
| Belastingplichtigen die alleen worden belast | 12.2 |
| Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd | 12.3 |
| Bedrag van de woningaftrek | 13 |
| Basisbedrag | 13.1 |
| De verhoging van de woningaftrek | 13.2 |
| V. | BIJKOMENDE INTERESTAFTREK |
|
Wettekst - | 15 |
| Bespreking | 16 |
|
Voorwaarden tot toekennen van de bijkomende interestaftrek ( | 16.1 |
| A. | Eigendomsvoorwaarde | |
| a) | Belastingplichtigen die alleen worden belast | |
| b) | Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd | |
| B. |
Begrip "enige woning" ( |
| a) | belastingplichtigen die alleen worden belast |
| b) | belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd |
| c) | Woning van minderjarig kind |
| C. |
Minimumkostprijs van de verbouwingswerken in geval van vernieuwbouw ( | |
| Inzake berekening van de bijkomende interestaftrek | 16.2 | |
|
A. | Het bepalen van het grensbedrag |
| Invullen van de aangifte | 17 |
| A. | Belastingplichtigen die alleen worden belast |
| a) | De lening werd uitsluitend door de belastingplichtige aangegaan |
| b) | De lening werd door meerdere belastingplichtigen aangegaan |
| B. | Belastingplichtigen die gezamenlijk worden belast |
| Voorbeelden | 18 |
| VI. | HERKWALIFICATIE VAN HUURINKOMSTEN |
|
Wettekst - | 19 |
| Bespreking | 20 |
| Voorbeelden | 21 |
I. INLEIDING
1. De Wet van 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (BS van 20.9.2001 - V 2971, Bull. 821), hierna de hervormingswet genoemd, brengt fundamentele wijzigingen aan ondermeer de vaststelling van de belastbare onroerende inkomsten, de interestaftrek, de woningaftrek, de bijkomende interestaftrek, de herkwalificatie van huurinkomsten.
Onderhavige circulaire handelt over de gevolgen van die wijzigingen wanneer een gemeenschappelijke aanslag in hoofde van gehuwden of wettelijk samenwonenden wordt gevestigd.
Vanaf aj. 2005 worden de wettelijk samenwonenden immers met gehuwden gelijkgesteld (art. 2, 2°, WIB 92).
Voor een betere leesbaarheid van de circulaire wordt hierna telkens het begrip "echtgenoot" gebruikt, waarmee krachtens art. 2, 2°, WIB 92 zowel de wettelijk samenwonende als de gehuwde wordt bedoeld.
II. WETTEKSTEN EN GEVOLGEN VOOR DE ONROERENDE INKOMSTEN
2. Tot en met aj. 2004
Tot en met aj. 2004 werd de belasting afzonderlijk vastgesteld op grond van art. 127, WIB 92 (zoals dat van toepassing was tot en met aj. 2004) :
1° enerzijds, op de beroepsinkomsten van de echtgenoot met het laagste beroepsinkomen;
2° anderzijds, op het resterend gezinsinkomen, dat bestaat uit de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot, samengevoegd met alle andere inkomsten van het gezin.
Alle inkomsten van onroerende goederen van het gezin werden dus samengeteld met de overige inkomsten van de echtgenoot met het hoogste beroepsinkomen. Dienaangaande was het zonder belang of die inkomsten gemeenschappelijke inkomsten van beide echtgenoten waren of eigen inkomsten van één van hen.
3. Vanaf aj. 2005
Art. 127, WIB 92 zoals vervangen door art. 20 van de hervormingswet :
" Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt bij de vaststelling van het totale netto-inkomen van elke belastingplichtige rekening gehouden met :
1° het deel van zijn beroepsinkomsten zoals bepaald na toepassing van de artikelen 86 tot 89;
2° de door hem behaalde of aan hem toegekende inkomsten vermeld in artikel 90, 1° tot 4°;
3° de niet in 1° en 2° vermelde inkomsten die eigen zijn op grond van het vermogensrecht;
4° 50 pct. van de totaliteit van alle andere inkomsten van beide belastingplichtigen.".
4. Gevolgen voor belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
4.1 Basis
Met het nieuwe art. 127, WIB 92 wordt vanaf aj. 2005 de volledige decumul gerealiseerd. In geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, zullen er twee onderscheiden aanslagbasissen zijn, namelijk één voor elke echtgenoot.
Per echtgenoot zal die bestaan uit: :
1. de beroepsinkomsten n° toepassing van het meewerkinkomen en het huwelijksquotiënt;
2. de eigen diverse inkomsten (art. 90, 1° tot 4°, WIB 92);
3. de eigen inkomsten wanneer ze eigen zijn op grond van het vermogensrecht;
4. de helft van alle andere inkomsten.
(Memorie van toelichting, Kamer, Doc. 50 1270/001, blz. 18).
De onroerende inkomsten die eigen zijn op grond van het vermogensrecht vormen dus vanaf aj. 2005 eigen inkomsten van de echtgenoot en dit ongeacht de hoogte van het beroepsinkomen van de echtgenoot.
4.2 Interpretatie art. 11, WIB 92
Overeenkomstig art. 11, WIB 92 zijn de onroerende inkomsten naar het geval evenwel belastbaar ten name van de eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van het onroerend goed .
Vanaf aj. 2005 heeft art. 11, WIB 92 in geval van een gemeenschappelijke aanslag, gelet op de bepalingen van art. 127, 3° en 4°, WIB 92, tot doel de aard van de rechten te bepalen, waarvan de inkomsten als onroerende inkomsten door de echtgenoten moeten worden aangegeven.
De aangifte van de onroerende inkomsten zal overeenkomstig art. 127, WIB 92 evenwel gebeuren voor iedere echtgenoot afzonderlijk op basis van het vermogensrecht.
Voor de vaststelling van de onroerende inkomsten bij gehuwden of wettelijk samenwonenden die gezamenlijk belast worden, is het bijgevolg belangrijk te weten of die inkomsten al dan niet eigen zijn op grond van het vermogensrecht.
4.3 Vermogensrecht
Voor meer details omtrent het huwelijksvermogensrecht wordt verwezen naar de circulaire nr. Ci.RH.331/569.662 van 14.4.2005.
Hierna worden de voornaamste aspecten die van belang zijn voor de inkomsten van onroerende goederen in het kort uiteengezet en dit wat het wettelijk stelsel en de scheiding van goederen betreft die in de praktijk het meeste voorkomen.
4.3.1 Het wettelijk stelsel
Krachtens art. 1398 Burgerlijk Wetboek (BW) berust het wettelijk stelsel op het bestaan van drie vermogens :
1. het eigen vermogen van elk van beide echtgenoten;
2. het gemeenschappelijke vermogen van beide echtgenoten.
Art. 1399, 1 e lid, BW bepaalt dat "eigen zijn" : de goederen die aan elk van beide echtgenoten toebehoren op de dag van het huwelijk en die welke ieder van hen tijdens het stelsel verkrijgt door schenking, erfenis of testament.
De onroerende goederenzelf verkregen voor het huwelijk of ingevolge schenking, erfenis of testament behoren in het wettelijk stelsel dus tot het eigen vermogen van elk der echtgenoten.
Anders is het evenwel met de inkomstenuit die onroerende goederen. Krachtens art. 1405, 2°, BW behoren tot het gemeenschappelijk vermogen : "de vruchten, inkomsten, interesten van hun eigen goederen".
Zo moeten bijvoorbeeld inkomsten uit verhuring en ook het kadastrale inkomen met betrekking tot een eigen onroerend goed in het wettelijk stelsel als inkomsten van onroerende goederen van het gemeenschappelijk vermogen worden aangemerkt. Aangezien deze inkomsten, zelfs dus van de eigen onroerende goederen, in het wettelijk stelsel niet eigen zijn op basis van het vermogensrecht moeten zij overeenkomstig artikel art. 127, 4°, WIB 92 door iedere echtgenoot voor 50 % worden aangegeven.
Ingevolge deze omdeling zal vanaf aj. 2005, in geval van vestiging van een gemeenschappelijke aanslag, bij gehuwden onder het wettelijk stelsel, de belasting op de onroerende goederen in principe verminderen, aangezien de onroerende inkomsten ook voor 50 % worden toegekend aan de echtgenoot met het laagste beroepsinkomen, daar waar het totaal van de onroerende inkomsten tot en met aj. 2004 werd toegevoegd bij de echtgenoot met het hoogste beroepsinkomen.
De aandacht wordt er nog op gevestigd dat de echtgenoten overeenkomstig de bepalingen van de art. 1451 e.v. BW binnen bepaalde voorwaarden kunnen overeenkomen om het wettelijk stelsel te wijzigen, b.v. een algehele gemeenschap (zie art. 1453 BW).
4.3.2 Scheiding van goederen
Ingevolge art. 1466 BW bezit iedere echtgenoot, gehuwd onder huwelijkscontract waarin de scheiding van goederen is bedongen, "de bevoegdheid van beheer, genot en beschikking" van zijn goederen en "blijven zijn inkomsten en besparingen eigen goed".
Bijgevolg moet iedere echtgenoot de inkomsten van zijn eigen onroerende goederen aangeven.
De aandacht wordt er op gevestigd dat :
- de scheiding van goederen ook in rechte kan worden gevorderd (de zogenaamde gerechtelijke scheiding - zie art. 1470-1474 BW);
- de scheiding van tafel en bed altijd de scheiding van goederen tot gevolg heeft (zie art. 311 BW).
Het nieuwe art. 127, WIB 92 is enkel van toepassing indien een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
Dit wil zeggen dat de belastingplichtigen die fiscaal als alleenstaanden worden belast, bij voortduur belast worden op de onroerende inkomsten waarvoor zij overeenkomstig art. 11, WIB 92 als belastingplichtigen worden aangemerkt.
Concreet betekent dit dat zij slechts belastbaar zijn in de mate dat zij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zijn van het onroerend goed.
6. Voorbeelden
6.1 Voorbeeld 1
Steven en Maggy wonen feitelijk samen.
| Aard onroerend goed | Steven | Maggy |
| Gezinswoning KI 3.000 (*) | 50 % eigendom | 50 % eigendom |
Aangifte aj. 2005 :
Fiscaal belast als alleenstaanden
Aangifte Steven :
Code 1100 : 1.500,00 EUR (3.000,00 x 50 %)
Aangifte Maggy :
Code 1100 : 1.500,00 EUR (3.000 x 50 %)
6.2 Voorbeeld 2
Een echtpaar is gehuwd sinds 1980.
Overzicht onroerende goederen waarvan zij overeenkomstig art. 11, WIB 92
belastingplichtige zijn :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 |
| Gezinswoning KI 3.000 (*) | 100 % eigendom | - |
| Fabriekspand, beroepsmatig verhuurd KI 2.500 EUR (*) huur : 12.000 EUR | 100 % eigendom | - |
| Appartement, niet verhuurd KI 1.000 EUR (*) | - | 100 % eigendom |
| Landbouwgrond, overeenkomstig pachtwetgeving verhuurd KI 100 EUR (*) | - | 100 % eigendom |
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
| Code 100 Gezinswoning : Code 106 Appartement : Code 108 Landbouwgrond : Code 109 Fabrieksgebouw KI : Code 110 Fabrieksgebouw huur : | 3.000,00 1.000,00 100,00 2.500,00 12.000,00 |
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 1.500,00 | 2100 | 1.500,00 |
| Appartement | 1106 | 500,00 | 2106 | 500,00 |
| Landbouwgrond | 1108 | 50,00 | 2108 | 50,00 |
| Fabriekspand | 1109 1110 | 1.250,00 6.000,00 | 2109 2110 | 1.250,00 6.000,00 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 3.000,00 | 2100 | - |
| Appartement | 1106 | - | 2106 | 1000,00 |
| Landbouwgrond | 1108 | - | 2108 | 100,00 |
| Fabriekspand | 1109 1110 | 2.500,00 12.000,00 | 2109 2110 | - - |
Een man is eigenaar van een in België gelegen grond. De grond wordt niet verhuurd. In de loop van het belastbare tijdperk wordt een recht van opstal op deze grond gevestigd ten gunste van een derde. Het KI (120 EUR) blijft vastgesteld in hoofde de man, terwijl het KI van het gebouw dat opgericht wordt op de grond zal vastgesteld worden ten name van de opstalhouder. In de huurovereenkomst die de toelating tot bouwen verleent, is alleen een éénmalige vergoeding van 2.500,00 EUR voor het opstalrecht bedongen.
De man is sinds 1965 gehuwd.
De waarde van de opstalvergoeding werd door de ontvanger van de registratie voor de heffing van de registratierechten op 3.000,00 EUR gebracht.
Aj. 2004 (in de veronderstelling dat het recht van opstal in inkomstenjaar 2003 werd gevestigd) : Code 107 : 120,00 EUR
Code 114 : 3.000,00 EUR
Aj. 2005 (in de veronderstelling dat het recht van opstal in inkomstenjaar 2004 werd gevestigd) :
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Grond | 1107 | 60,00 | 2107 | 60,00 |
| 1114 | 1.500,00 | 2114 | 1.500,00 | |
- Gehuwd met scheiding van goederen
| Aard woning | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Grond | 1107 | 120,00 | 2107 | - |
| 1114 | 3.000,00 | 2114 | - | |
7.1 Algemene regel :
Overeenkomstig art. 37, WIB 92 worden de inkomsten van onroerende goederen als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer die onroerende goederen voor de beroepswerkzaamheid van de verkrijger worden gebruikt. De hervormingswet, inzonderheid de decumul van de inkomsten van onroerende goederen, heeft vanaf aj. 2005 gevolgen voor de toepassing van die bepaling.
Bij belastingplichtigen die gemeenschappelijk worden belast, moet, indien een onroerend goed door één van de echtgenoten voor de beroepswerkzaamheid wordt gebruikt,eerst het deel van het onroerend goed worden bepaald dat voor de beroepswerkzaamheidwordt gebruikt en dit ongeacht :
- het huwelijksvermogenstelstel;
- wie van de echtgenoten eigenaar is van het onroerend goed;
- het eventuele eigendomsaandeel van de echtgenoot in het onroerend goed.
Het saldomoet worden aangegeven als onroerende inkomsten overeenkomstig hetgeen is uiteengezet in de nrs. 3, 4, 6.2 en 6.3 van onderhavige circulaire.
7.2 Uitzondering :
Indien de echtgenoot die een onroerend goed gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid aan de andere echtgenoot, eigenaar van het onroerend goed, huur heeft betaald en die huurgelden in mindering heeft gebracht als beroepskosten, moeten deze huurgelden steeds worden belast als onroerende inkomsten.
7.3 Voorbeelden
7.3.1 Voorbeeld 1
Man en vrouw zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel sinds 1986.
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Gebouwd onroerend goed KI 1.000 EUR (*) | 50 % eigendom | 50 % eigendom |
| Beroepsmatig gebruik | - | 50 % |
Het overige gedeelte van de woning dient als woonhuis.
De echtgenote heeft geen huurgelden aan haar echtgenoot betaald voor het beroepsmatig gebruikte deel van de woning.
Aangifte (aj. 2005)
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 250,00 | 2100 | 250,00 |
| 1105 | - | 2105 | 500,00 (*) | |
7.3.2 Voorbeeld 2
Man en vrouw zijn gehuwd met scheiding van goederen sinds 1986.
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Gebouwd onroerend goed KI 1.000 EUR (*) | 100 % eigendom | - |
| Beroepsmatig gebruik | - | 50 % |
Het overige gedeelte van de woning dient als woonhuis.
- Eerste veronderstelling : de vrouw heeft geen huurgelden aan haar echtgenoot betaald voor het beroepsmatig gebruikte deel van de woning.
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 500,00 | 2100 | - |
| 1105 | - | 2105 | 500,00 | |
-
Tweede veronderstelling : de vrouw heeft huurgelden aan haar echtgenoot betaald voor het beroepsmatig gebruikte deel van de woning.
De totaal fiscaal aftrekbare huur voor inkomstenjaar 2004 bedraagt 1.200 EUR.
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 500,00 | 2100 | - |
| 1109 | 500,00 | 2105 | - | |
| 1110 | 1.200,00 | |||
8. Wettekst - art. 14, WIB 92
"Van de inkomsten van onroerende goederen worden afgetrokken mits zij in het belastbare tijdperk zijn betaald of gedragen :
1° de interest uit hoofde van schulden die specifiek zijn aangegaan om die goederen te verkrijgen of te behouden, met dien verstande dat interest betreffende een schuld die voor één enkel onroerend goed is aangegaan, van het totale bedrag van de onroerende inkomsten kan worden afgetrokken;
2° de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten, met uitsluiting van de in artikel 10, § 2, vermelde rechten van gebruik.
Onverminderd de toepassing van artikel 104, 9°, is het totale bedrag van de in het eerste lid vermelde aftrekken beperkt tot het overeenkomstig de artikelen 7 tot 13 bepaalde onroerend inkomen.
Deze aftrekken worden bij voorrang en evenredig afgetrokken van de andere inkomsten van onroerende goederen dan het voor woningaftrek in aanmerking komende kadastrale inkomen.".
Art. 14, WIB 92 wordt vanaf aj. 2005 door art. 4 van de hervormingswet met het volgende lid aangevuld :
"Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de in het eerste lid vermelde aftrekken van de ene belastingplichtige groter zijn dan zijn inkomsten van onroerende goederen, wordt het saldo aangerekend op de inkomsten van de onroerende goederen van de andere belastingplichtige.".
9. Bespreking
9.1 Regeling tot en met aj. 2004
Tot en met aj. 2004 werd er bij gehuwden slechts één netto-onroerend inkomen bepaald. Hierdoor vond er automatisch een compensatie plaats tussen de positieve elementen van de ene echtgenoot en de negatieve van de andere.
9.2 Regeling vanaf aj. 2005
9.2.1 Belastingplichtigen die alleen worden belast.
a) De aangifte
- De schuld voor het verkrijgen of het behouden van onroerende inkomsten is uitsluitend aangegaan door de belastingplichtige :
de interesten zijn integraal aftrekbaar van zijn onroerende inkomsten en mogen derhalve integraal in de aangifte worden vermeld.
-
De schuld is aangegaan door meerdere belastingplichtigen :
in dit geval mag bij het invullen van de aangifte slechts het gedeelte van de interest worden vermeld dat overeenstemt met het aandeel van de belastingplichtige in het onroerend goed.
Er zal verder geen bewijs meer gevraagd worden om na te gaan of de belastingplichtige effectief dat deel heeft betaald, dan wel de mede-ontlener (*).
b) Berekening van het netto-onroerend inkomen
De gewone interestaftrek wordt bij voorrang en evenredig afgetrokken van de andere inkomsten van onroerende goederen dan het voor woningaftrek in aanmerking komende kadastrale inkomen en dit vóór verrekening van de interest die in aanmerking komt voor de toepassing van art. 104, 9°, WIB 92.
Aangezien de belastingplichtige als alleenstaande belast wordt is er geen overdracht van interesten mogelijk.
9.2.2 Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
a) De aangifte
Het invoeren van de volledige decumul vanaf aj. 2005 (zie punt 4 hiervoor) zou de automatische compensatie van interesten, die bestond tot en met aj. 2004, teniet doen.
Het is echter de uitdrukkelijke wens van de Regering om de positieve maatregelen of effecten ten gunste van de gehuwden ook na het invoeren van de decumul te behouden.
Om die reden wordt aanvaard dat zowel de interesten van een lening die is aangegaan door beide echtgenoten als de interesten van een lening die is afgesloten door één van de echtgenoten vrij mogen worden omgedeeld tussen de echtgenoten, voorzover de inkomsten van het onroerend goed waarvoor de lening werd aangegaan in de belastbare basis van de beide echtgenoten zijn opgenomen.
Concreet mogen de echtgenoten bij het invullen van hun aangifte de interesten dus vrij omdelen over beide kolommen indien volgende voorwaarden voldaan zijn :
- er wordt een gemeenschappelijke aanslag gevestigd;
- het inkomen van het onroerend goed waarvoor de lening werd aangegaan is over beide echtgenoten verdeeld. Dit is inzonderheid het geval in het wettelijk stelsel, of in het stelsel van scheiding van goederen maar dan enkel indien het onroerend goed in onverdeeldheid aan beide echtgenoten toebehoort.
Bij het invullen van de aangifte heeft het in de praktijk evenwel geen belang hoe de interesten verdeeld worden indien het totale bedrag van de interesten groter (of gelijk) is dan het onroerend inkomen van beide echtgenoten.
In geval de interesten lager zijn dan de onroerende inkomsten van beide echtgenoten samen is het in de regel raadzaam om de interesten zodanig te verdelen dat ze in mindering worden gebracht van de onroerende inkomsten die niet in aanmerking komen voor de woningaftrek [Zie nr. 11 van deze circulaire.] (die bestaan uit alle andere inkomsten dan deze die voortkomen uit de codes 1100/2100 en 1101/2101).
b) Berekening van het netto-onroerend inkomen
Ook in dit geval wordt de interest (zoals bij de belastingplichtigen die alleen worden belast) bij voorrang en evenredig afgetrokken van de andere inkomsten van onroerende goederen dan het kadastrale inkomen dat voor woningaftrek in aanmerking komt, met dien verstande dat de aanrekening van de interesten van elke echtgenoot in eerste instantie afzonderlijk wordt verricht op de aanslagbasis van elke echtgenoot.
Wanneer de interesten van één van de echtgenoten groter zijn dan de inkomsten van zijn onroerende goederen, zal het saldo automatisch op de onroerende inkomsten van de andere echtgenoot worden aangerekend. Het betreft de toepassing van art. 14, laatste lid, WIB 92 dat in een compensatie voorziet wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd (Memorie van toelichting, Kamer, Doc. 50 1270/001, blz. 9).
Deze overheveling gebeurt echter slechts n° de aanrekening van de eigen interesten bij de andere echtgenoot en vóór enige toepassing van de woningaftrek bij deze laatste echtgenoot.
9.3 Erfpacht- en opstalvergoedingen
Voor de erfpacht- en opstalvergoedingen en de vergoedingen voor gelijkaardige onroerende rechten (code 1147 en 2147) die zijn betaald, gelden mutatis mutandis dezelfde regels als in de nrs. 9.1 en 9.2.
10. Voorbeeld
Man en vrouw zijn gehuwd sinds 2001.
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 |
| Gezinswoning A KI 1.000 EUR (*) | 100 % eigenaar | - |
| Woning B, niet verhuurd KI 2.000 EUR (*) | - | 100 % eigenaar |
De man ging een niet-hypothecaire lening aan tot aankoop van de gezinswoning. In 2004 betaalde hij hiervoor 3.900 EUR interesten.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
| Code 100 Gezinswoning : Code 106 Tweede woning : Code 146 Interesten : | 1.000,00 2.000,00 3.900,00 |
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 500,00 | 2100 | 500,00 |
| Tweede woning | 1106 | 1.000,00 | 2106 | 1.000,00 |
| Interesten | 1146 | 1.950,00 (*) | 2146 | 1.950,00 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 1.000,00 | 2100 | - |
| Tweede woning | 1106 | - | 2106 | 2.000,00 |
| Interesten | 1146 | 3.900,00 | - | - |
Aj. 2004
- Andere onroerende inkomsten dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende woning :
| Code 106 : Interesten : |
| (*) |
| 3.749,20 - 3.749,20 |
- Eigen woning :
| Code 100 : Interesten : Woningaftrek : | 1.339,00 -150,80 -1.188,20 | (*) (3.900 - 3.749,20) |
| Saldo onroerend inkomen : 0 | ||
Aj. 2005
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Eerst aanrekenen op de andere onroerende inkomsten, dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende inkomsten | ||
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Code 1106/2106 | 1.904,00 (*) | 1.904,00 |
| Interesten | - 1.904,00 | - 1.904,00 |
| Vervolgens aanrekenen op de onroerende inkomsten die in aanmerking komen voor de woningaftrek | ||
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Code 1100/2100 | 680,00 (1) | 680,00 |
| Interesten | - 46,00 (2) | - 46,00 (3) |
| Woningaftrek | - 634,00 | - 634,00 |
| Saldo | 0,00 | 0,00 |
(2) Interesten echtgenoot 1 : 1.950 EUR (code 1146) - 1.904 EUR = 46 EUR.
(3) Interesten echtgenoot 2 : 1.950 EUR (code 2146) - 1.904 EUR = 46 EUR.]
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Eerst andere onroerende inkomsten, dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende inkomsten (Let op ! (1)) | ||
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Code 2106 | - | 3.809,40 (2) |
| Interesten | - 2.540,00 (1) | |
| Saldo | 1.269,40 | |
(2) 2.000 x 1,3604 = 2.720,80 afgerond tot 2.721 en verhoogd met 40 % tot 3.809,4.]
| Vervolgens de onroerende inkomsten die in aanmerking komen voor de woningaftrek | ||
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Code 1100 | 1.360,00 (*) | |
| Interesten | - 1.360,00 | |
| Woningaftrek | - | |
| Saldo | 0 | 0 |
| Netto onroerend inkomen | ||
| 0 | 1.269,40 | |
11. Wettekst - Art. 16, WIB 92 zoals vervangen door art. 5 van de hervormingswet
"§ 1. Wanneer de belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, wordt het kadastrale inkomen van die woning verminderd met een woningaftrek.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het kadastrale inkomen van de woning verstaan, het deel dat daarvan per belastingplichtige overblijft na de toepassing van artikel 14.
§ 2. Wanneer de belastingplichtige meer dan één woning betrekt, wordt de woningaftrek toegekend voor één enkele woning naar zijn keuze.
De woningaftrek wordt eveneens toegekend wanneer de woning om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk door de belastingplichtige wordt betrokken.
De woningaftrek wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van een van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.
§ 3. Wanneer gehuwde belastingplichtigen meer dan één woning betrekken, wordt de woningaftrek slechts toegekend voor de door de echtgenoten gekozen woning die zij beide betrekken. De aftrek mag eveneens worden toegekend voor een woning die de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk betrekken.
§ 4. De woningaftrek bedraagt 3.000 EUR (4.081 EUR voor aj. 2005).
De woningaftrek wordt verhoogd met 250 EUR (340 EUR voor aj. 2005) voor iedere persoon die, overeenkomstig artikel 136, op 1 januari van het jaar waarnaar het aj. wordt genoemd, ten laste is van de belastingplichtige. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woning eigendom is van beide echtgenoten samen, wordt die verhoging over hen verdeeld in verhouding tot hun deel in het kadastrale inkomen van de woning.
Voor de vaststelling van de verhoogde woningaftrek komt het hoogste aantal kinderen dat de belastingplichtige op 1 januari van enig vorig jaar ten laste heeft gehad in aanmerking, voor zover hij nog dezelfde woning betrekt en die berekening een hogere aftrek oplevert dan uit de toepassing van het tweede lid volgt.
§ 5. Wanneer het totale netto-inkomen van de belastingplichtige niet hoger is dan 23.500 EUR (28.630 EUR voor aj. 2005) wordt de overeenkomstig § 4 bepaalde woningaftrek verhoogd met de helft van het verschil tussen het kadastrale inkomen van de woning en de woningaftrek.
Het overschrijden van de grens van 23.500 EUR (28.630 EUR voor aj. 2005) mag er niet toe leiden dat de verhoging ingevolge het eerste lid wordt verminderd met meer dan de helft van het verschil tussen het totale netto-inkomen en die grens.
§ 6. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woningaftrek voor een van de echtgenoten groter is dan het deel dat hij heeft in het kadastrale inkomen van de woning, wordt het saldo aangerekend op het deel van het kadastrale inkomen van de andere echtgenoot, zonder dat dit deel mag worden overschreden.".
12. In aanmerking komende woning
12.1 Overeenkomstig art. 16, § 1, eerste lid, WIB 92 wordt, wanneer de belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, het kadastrale inkomen van die woning, verminderd met een woningaftrek.
De woningaftrek wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van één van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin (art. 16, § 2, derde lid, WIB 92) .
12.2 Belastingplichtigen die alleen worden belast
De woningaftrek wordt toegepast op de woning (of het gedeelte ervan) die de belastingplichtige zelf betrekt, in de mate dat hij van deze woning eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is (art. 16, § 1, WIB 92).
12.3 Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
In geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, is het noodzakelijk dat beide echtgenoten de woning betrekken.
De regel dat de woningaftrek slechts voor één woning geldt, blijft bestaan.
Indien er meer dan één woning is, moet er bijgevolg een keuze worden gemaakt. Wanneer echtgenoten meer dan één woning samen betrekken, moeten ze kiezen voor één woning die ze beiden betrekken.
Van deze regel wordt afgeweken indien de eigen woning niet wordt betrokken om beroeps- of sociale redenen (art. 16, § 3, WIB 92).
In die zin wordt het samenwonen met de echtgenoot of de al of niet wettelijke partner niet als een sociale reden beschouwd (Memorie van toelichting, Kamer, Doc. 50 1270/001, blz. 10).
Aangezien de echtgenoten overeenkomstig art. 127, WIB 92 de inkomsten van hun onroerende goederen moeten aangeven volgens het vermogensrecht, mag de woningaftrek ook worden toegekend wanneer de echtgenoot een deel van het kadastrale inkomen van de gezinswoning moet aangeven waarvan niet hijzelf maar zijn echtgenoot eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is (*).
[(*) Voorbeeld : een woning is uitsluitend eigendom van echtgenoot 1.
In het geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de echtgenoten gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel, zal zowel de echtgenoot 1 als de echtgenoot 2 de helft van het KI moeten aangeven. Echtgenoot 2 heeft dan ook recht op de woningaftrek, zelfs al is hij geen eigenaar van deze woning]
13. Bedrag van de woningaftrek
13.1 Basisbedrag
Het bedrag van de basisaftrek (3.000 EUR of 4.081 EUR geïndexeerd voor aj. 2005 - art. 16, § 4, eerste lid, WIB 92) wijzigt niet. Gelet op de decumul ingevolge de hervormingswet, wordt die basisaftrek vanaf aj. 2005 echter voor elke echtgenoot van toepassing indien een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
13.2 De verhoging van de woningaftrek
13.2.1 Voorafgaande opmerking
Tot en met aj. 2004 was de verhoging van toepassing voor de echtgenoot en voor iedere persoon ten laste van de belastingplichtige (art. 16, § 1, WIB 92 zoals van toepassing voor de wijziging door de hervormingswet). Vanaf aj. 2005 is de verhoging voor de echtgenoot echter weggevallen, aangezien elke echtgenoot voortaan recht heeft op de basisaftrek.
Vanaf aj. 2005 wordt er ook geen verhoging meer toegekend voor :
- de overleden echtgenoot, ook niet indien de overlevende echtgenoot niet hertrouwd is en één of meer kinderen ten laste heeft;
- de belastingplichtige zelf die gehandicapt is;
- de gehandicapte echtgenoot van de belastingplichtige.
Voor iedere persoon die overeenkomstig artikel 136, WIB 92 op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd ten laste is (kinderen, ascendenten, zijverwanten tot de tweede graad en personen van wie de belastingplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest), wordt de woningaftrek verhoogd met 250 EUR (340 EUR geïndexeerd voor aanslagjaar 2005).
De gehandicapte kinderen en andere personen ten laste blijven voor twee kinderen of andere personen ten laste geteld.
Voor de vaststelling van de verhoogde woningaftrek mag rekening worden gehouden met het hoogste aantal kinderen ten laste op 1 januari van enig vorig jaar voor zover de belastingplichtige dezelfde woning betrekt. In geval van een gemeenschappelijke aanslag, maakt het terzake niet uit welke echtgenoot als belastingplichtige wordt beschouwd, voor zover de echtgenoot die woning op 1 januari van enig vorig aj. betrok. Om die reden is in de aangifte slechts 1 code (1104) voorzien om dit hoogste aantal kinderen te vermelden.
In tegenstelling tot de basisaftrek wordt, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, de verhoging verdeeld in verhouding tot het aandeel van de echtgenoten in het kadastrale inkomen dat door elke echtgenoot wordt aangegeven (art.16, § 4, WIB 92). In de praktijk wordt de verhoogde aftrek dus evenredig omgedeeld in functie van het inkomen dat de echtgenoten aangeven in de codes 1100 en 2100 of 1101 en 2101.
13.2.3 Aanvullende woningaftrek op basis van het totale netto-inkomen (art. 16, § 5, WIB 92)
De woningaftrek (basisbedrag en verhogingen krachtens art. 16, § 4, WIB 92 - zie punten 13.1 en 13.2. hiervoor) kan nog verhoogd worden met een aanvullende woningaftrek.
Voorwaarde is dat het totale netto-inkomen van de belastingplichtige niet hoger is dan 23.500 EUR (28.630 EUR geïndexeerd voor aj. 2005).
Onder "totale netto-inkomen" moet worden verstaan : het totaal van de gezamenlijk belastbare netto-inkomsten (inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen, beroepsinkomsten en diverse inkomsten).
Die aanvullende aftrek is in principe gelijk aan de helft van het verschil tussen het geïndexeerde KI van de eigen woning en de gewone aftrek die bestaat uit het basisbedrag en de verhoging voor personen ten laste.
Indien het grensbedrag van het totale netto-inkomen van 23.500 EUR (28.630 EUR geïndexeerd voor aj. 2005) wordt overschreden, wordt de aanvullende aftrek verminderd met het verschil tussen het totale netto-inkomen en voormeld grensbedrag. Die vermindering mag echter niet tot een negatief resultaat leiden of moet m.a.w. worden beperkt tot het bedrag van de aanvullende aftrek.
Voor fiscaal alleenstaanden wordt het "totale netto-inkomen" en het grensbedrag in hoofde van zijn aangifte beschouwd.
Voor belastingplichtigen die gezamenlijk worden belast, wordt de aanvullende aftrek per echtgenoot berekend en wordt het "totale netto-inkomen" en het grensbedrag vanaf aj. 2005 dus ook per echtgenoot en niet langer per gezin beoordeeld.
13.3 Overdracht van de woningaftrek
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woningaftrek voor één van de echtgenoten groter is dan zijn voor woningaftrek in aanmerking komend KI, wordt het saldo automatisch overgeheveld op het deel van het KI van de eigen woning dat overblijft bij de andere echtgenoot, zonder dat dit overblijvend deel mag worden overschreden.
14. Voorbeelden
14.1 Voorbeeld 1
Man en vrouw zijn gehuwd sinds 1996.
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 |
| Gezinswoning KI 1.000 EUR (*) | - | 100 % eigenaar |
Aangifte
Tot aj. 2004moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 1.000,00
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 500,00 | 2100 | 500,00 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | - | 2100 | 1.000,00 |
|
Aj. 2004 Eigen woning Gewone woningaftrek Saldo onroerend inkomen | 1.339 -1.339 0 | [1.000 x 1,3391 = 1.339,1 afgerond tot 1.339.] |
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Code 100 | 680,00 (*) | 680,00 |
| Woningaftrek | - 680,00 | - 680,00 |
| Netto-onroerend inkomen | 0 | 0 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Code 100 | - | 1.360 (*) |
| Woningaftrek | - | - 1.360,00 |
| Netto onroerend inkomen | 0 | 0 |
14.2 Voorbeeld 2
Man en vrouw zijn gehuwd sinds 1973.
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 |
| Gezinswoning KI 5.000 EUR (*) | - | 100 % eigenaar |
De man heeft enkel een netto-beroepsinkomen van 20.000 EUR en de vrouw heeft enkel een netto-beroepsinkomen van 10.000 EUR. Op 1 januari 2000 had het echtpaar twee kinderen en de broer van de echtgenoot ten laste. De kinderen en de broer van de echtgenoot wonen sinds 2002 niet meer bij het gezin.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 5.000,00
Code 104 : 2
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 2500,00 | 2100 | 2.500,00 |
| Maximale aantal kinderen dat op 1 januari van enig vorig jaar te uwen laste was... | 1104 | 2 | ||
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | - | 2100 | 5.000,00 |
| Maximale aantal kinderen dat op 1 januari van enig vorig jaar te uwen laste was... | 1104 | 2 | ||
Aj. 2004
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 6.696 [5.000 x 1,3391 = 6.695,5 afgerond tot 6.696.]
- 1ste bewerking (art. 16, § 4, WIB 92 - bepalen gewone aftrek)
| Gewone basisaftrek : Gewone verhoogde aftrek : - Echtgenoot - Twee kinderen - Broer | - 4.017 - 335 - 670 - | (2 x 335) |
| Blijft netto onroerend ink : | 1.674 | |
| Resultaat na eerste bewerking : |
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Netto-onroerend ink. | 1.674,00 | |
| Totaal netto-inkomen | 21.674,00 | 10.000,00 |
- 2de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - bepalen eventueel bedrag aanvullende woningaftrek)
| Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : Gewone aftrek : Blijft (zie eerste bewerking) Eventueel aanvullende aftrek | 6.696 -5.022 1.674 = 837 | (4.017 + 335 + 670) (1.674 x ½) (*) |
- 3de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - begrenzing aanvullende aftrek op basis inkomen)
De aanvullende aftrek wordt bijgevolg niet toegestaan.
[(*) Het totale netto-inkomen tot en met aj. 2004 in hoofde van het fiscaal gezin beoordeeld : 31.674,00 EUR.]
Totale netto-inkomen na toepassing van de aanvullende woningaftrek :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Netto-onroerend ink. | 1.674,00 | |
| Totaal netto-inkomen | 21.674,00 | 10.000,00 |
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Belastbaar inkomen | 3.401,00 (*) | 3.401,00 |
| Gewone basisaftrek | - 3.401,00 | - 3.401,00 |
| Netto-onroerend ink. | 0,00 | 0,00 |
Samenvatting :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Netto-onroerend ink. | 0,00 | 0,00 |
| Totaal netto-inkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
- Eerste bewerking (art. 16, § 4, WIB 92 - bepalen gewone aftrek) :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Belastbaar inkomen | - | 6.802,00 (*) |
| Gewone basisaftrek | - | - 4.081,00 |
| Gewone verhoogde aftrek (art. 16, § 4, WIB 92) - echtgenoot - kinderen - broer | - 680,00 (2 x 340) - | |
| Blijft | - | 2.041,00 |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Totaal netto-inkomen | 20.000,00 | 12.041,00 |
- 2de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - bepalen eventueel bedrag aanvullende woningaftrek)
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Belastbaar inkomen | - | 6.802,00 |
| Gewone aftrek | - | - 4.761,00 (1) |
| Blijft | - | 2.041,00 |
| Eventueel aanvullende aftrek = | - | 1.020,50 (2) |
(2) (het voor woningaftrek in aanmerking komende KI - gewone woningaftrek) /2, of (6.802 - 4.761) /2 = 1.020,50.]
- 3de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - begrenzing aanvullende woningaftrek op basisinkomen)
Totale netto-inkomen na toepassing van de aanvullende woningaftrek :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Netto-onroerend inkomen | - | 1.020,50 |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Totaal netto-inkomen | 20.000,00 | 11.020,50 |
Man en vrouw zijn gehuwd sinds 2000.
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 |
| Gezinswoning KI 7.500 EUR (*) | 20 % eigenaar | 80 % eigenaar |
De man heeft enkel een totaal netto-beroepsinkomen van 20.000 EUR en de vrouw heeft enkel een netto-beroepsinkomen van 10.000 EUR. Het echtpaar heeft twee kinderen ten laste en was reeds vóór hun huwelijk eigenaar van de woning.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 7.500,00
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 3.750,00 | 2100 | 3.750,00 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Aard onroerend goed | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | ||
| Gezinswoning | 1100 | 1.500,00 | 2100 | 6.000,00 |
Aj. 2004
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI :
10.043 (*)
[(*) 7.500 x 1,3391 = 10.043,25 afgerond 10.043.]
- 1ste bewerking (art. 16, § 4, WIB 92 - bepalen gewone aftrek) :
| Gewone basisaftrek : Gewone verhoogde aftrek : - Echtgenoot - Twee kinderen | - 4.017 -335 -670 |
| Blijft netto-onroerend ink. : | 5.021 |
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Netto-onroerend ink. | 5.021,00 | |
| Totaal netto-inkomen | 25.021,00 | 10.000,00 |
- 2de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - bepalen eventueel bedrag aanvullende woningaftrek)
| Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : Gewone aftrek : Blijft (zie eerste bewerking) Eventueel aanvullende aftrek = | 10.043 -5.022 5.021 2.510,50 | (4.017 + 335 + 670) (*) |
- 3de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - begrenzing aanvullende woningaftrek volgens inkomen)
De aanvullende aftrek wordt bijgevolg niet toegestaan.
[(*) Tot en met aj. 2004 in hoofde van het fiscaal gezin.]
Totale netto-inkomen na toepassing van de aanvullende woningaftrek (aj. 2004) :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Netto-onroerend inkomen | 5.021,00 | - |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Totaal netto-inkomen | 25.021,00 | 10.000,00 |
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel:
- Eerste bewerking (art. 16, § 4, WIB 92 - bepalen gewone aftrek) :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Belastbaar inkomen | 5.102,00 (1) | 5.102,00 |
| Gewone basisaftrek | - 4.081,00 | - 4.081,00 |
| Gewone verhoogde aftrek (art. 16, § 4, WIB 92) | - 340,00 (2) | - 340,00 |
| Blijft | 681,00 | 681,00 |
(2) (2 x 340 per kind ten laste) = 680 EUR. Verdeling over beide aanslagbasissen volgens het aandeel van elke echtgenoot in het aangegeven KI (50 % in het wettelijk stelsel) of 680 x ½ = 340 EUR.]
Samenvatting, na eerste bewerking :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Netto-onroerend ink. | 681,00 | 681,00 |
| Totaal netto-inkomen | 20.681,00 | 10.681,00 |
- 2de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - bepalen eventueel bedrag aanvullende woningaftrek)
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Belastbaar inkomen | 5.102,00 | 5.102,00 |
| Gewone aftrek | - 4.421 (1) | - 4.421 |
| Blijft | 681,00 | 681,00 |
| Eventueel aanvullende aftrek | - 340,5 (2) | - 340,5 |
| Netto-onroerend inkomen | 340,50 | 340,50 |
(2) (5.102 - 4.421) / 2 = 340,5.
- 3de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - begrenzing aanvullende woningaftrek volgens het inkomen)
Totale netto-inkomen na toepassing van de aanvullende woningaftrek :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Netto-onroerend ink. | 340,50 | 340,50 |
| Totaal netto-inkomen | 20.340,50 | 10.340,50 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
- Eerste bewerking (art. 16, § 4, WIB 92 - bepalen gewone aftrek) :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Belastbaar inkomen | 2.041,00 (1) | 8.162,00 (2) |
| Gewone basisaftrek Verhoging wegens KTL | - 2.041,00 | - 4.081,00 - 544,00 (3) |
| Blijft | - | 3.537,00 |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Totaal netto-inkomen | 20.000,00 | 13.537,00 |
(2) 6.000 x 1,3604 = 8.162,4, afgerond tot 8.162.
(3) 680 x 80 % = 544,00 EUR.]
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI :
- 2de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - bepalen eventueel bedrag aanvullende woningaftrek)
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Belastbaar inkomen | 2.041,00 | 8.162,00 |
| Gewone aftrek | - 2.041,00 | - 4.625,00 |
| Blijft | - | 3.537,00 |
| Eventueel aanvullende aftrek | - | = 1.768,5 (*) |
- 3de bewerking (art. 16, § 5, WIB 92 - begrenzing aanvullende woningaftrek volgens inkomen)
Na toepassing van de aanvullende woningaftrek in functie van het totale netto-inkomen (art. 16, § 5, WIB 92), gebeurt de overdracht van de ene echtgenoot naar de andere (toepassing art. 16, § 6, WIB 92) :
| Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 | |
| Belastbaar onroerend inkomen, na toepassing van art. 16, § 5, WIB 92 | 0,00 | 1.768,50 |
| Overdracht Gewone basisaftrek | -1.768,50 (*) |
| Totale netto-inkomen na toepassing van art. 16, WIB 92 : | Echtgenoot 1 | Echtgenoot 2 |
| Netto-beroepsinkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
| Netto-onroerend ink. | - | 0,00 |
| Totaal netto-inkomen | 20.000,00 | 10.000,00 |
15. Wettekst - Art. 104, 9°, 115 en 116, WIB 92
In de art. 104, 9°, 115 en 116, WIB 92, die betrekking hebben op de bijkomende interestaftrek, zijn er geen wijzigingen aangebracht door de hervormingswet.
De teksten die van toepassing zijn voor aj. 2005 worden hierna louter ter informatie overgenomen.
"Afdeling VI
Aftrekbare bestedingen
A. ALGEMEEN
Artikel 104
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 107 tot 116 worden van het totale netto-inkomen de volgende bestedingen afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(...)
9° interest van hypothecaire leningen die vanaf 1 mei 1986 zijn gesloten met een looptijd van ten minste tien jaar.
E. INTEREST VAN HYPOTHECAIRE LENINGEN
Artikel 115
De in artikel 104, 9°, vermelde interest van hypothecaire leningen is aftrekbaar onder de volgende voorwaarden :
1° de hypothecaire lening is door de belastingplichtige aangegaan om in België zijn enige woning hetzij; a) te bouwen;
b) in nieuwe staat te verwerven aan welke voorwaarde is voldaan indien de woning door de verkoper met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde aan de belastingplichtige is vervreemd;
c) volledig of gedeeltelijk te vernieuwen, mits het goed bij het sluiten van het leningscontract sedert ten minste 15 jaar in gebruik is genomen." (ten minste 20 jaar wat leningen betreft die vóór 1.11.1995 zijn aangegaan).
"2° met betrekking tot een woning die volledig of gedeeltelijk wordt vernieuwd :
a) bedraagt de totale kostprijs van de werken, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, ten minste19.800 EUR ( 24.120 EUR voor aj. 2005), met dien verstande dat, in geval het overeenkomstig artikel 116 berekende gedeelte van de lening hoger is dan de totale kostprijs van de werken, dat gedeelte tot het bedrag van de kostprijs in aanmerking wordt genomen, en overeenkomstig artikel 401.
b) worden de dienstverrichtingen met betrekking tot die werken, waarvan de Koning de aard bepaalt, verricht door een persoon die op het ogenblik van het sluiten van het ondernemingscontract als aannemer is geregistreerd
Artikel 116
De interest die overblijft na toepassing van de in artikel 14 vermelde aftrek is maar aftrekbaar in zover hij betrekking heeft op de eerste 50.000 EUR, 52.500 EUR, 55.000 EUR, 60.000 EUR of 65.000 EUR (voor aj. 2005 : 60.910 EUR, 63.960 EUR, 67.000 EUR, 73.090 EUR of 79.180 EUR) van het aanvangsbedrag van de leningen ingeval het een te bouwen of in nieuwe staat te verwerven woning betreft of op de eerste 25.000 EUR, 26.250 EUR, 27.500 EUR, 30.000 EUR of 32.500 EUR (voor aj. 2005 : 30.460 EUR, 31.980 EUR, 33.500 EUR, 36.550 EUR of 39.590 EUR) ingeval het een te vernieuwen woning betreft, naargelang de belastingplichtige geen, één, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.
De aftrek wordt gespreid over ten hoogste twaalf opeenvolgende belastbare tijdperken waarvan de inkomsten het kadastrale inkomen van de woning omvatten, tot een bedrag dat voor de eerste vijf belastbare tijdperken gelijk is aan 80 pct. en voor elk van de zeven volgende belastbare tijdperken gelijk is aan respectievelijk 70, 60, 50, 40, 30, 20 en 10 pct.".
16. Bespreking
16.1 Voorwaarden tot toekennen van de bijkomende interestaftrek (art. 104, 9°, en art. 115, WIB 92)
Aangezien deze wetsartikelen zelf niet gewijzigd zijn, worden enkel de gevolgen besproken van de decumul van de personenbelasting die - krachtens art. 127, WIB 92 - vanaf aj. 2005 is doorgevoerd.
A. Eigendomsvoorwaarde
Met het begrip "eigenaar" wordt zowel de volle eigenaar, de vruchtgebruiker als de erfpachter van de woning bedoeld (zie nr. 104/226 Com.IB 92).
a) Belastingplichtige die alleen wordt belast
Voor de toepassing van de bijkomende interestaftrek is vereist dat de lening betrekking heeft op een woning waarvan men "eigenaar" is. Indien de belastingplichtige als alleenstaande belast wordt, wordt deze eigendomsvoorwaarde uitsluitend in zijn hoofd beoordeeld.
b) Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
De voorwaarde dat de belastingplichtige "eigenaar" moet zijn, wordt per echtgenoot afzonderlijk beoordeeld.
Het is dus mogelijk dat een echtgenoot inkomsten dient aan te geven, terwijl hij geen "eigenaar" is (b.v. echtgenoot gehuwd onder het wettelijk stelsel), maar aangezien hij geen "eigenaar" is, geen recht heeft op de toepassing van de bijkomende interestaftrek (*).
[(*) Dit in tegenstelling tot de in art. 14 WIB 92 vermelde gewone interestaftrek, waarbij een vrije verdeling mogelijk is indien voor de belastingplichtigen een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en zij allebei onroerende inkomsten van dat onroerend goed dienen aan te geven.]
B. Begrip "enige woning" (art. 115, 1°, WIB 92)
a) Belastingplichtigen die alleen worden belast
Op de bijkomende interestaftrek kunnen alleen die belastingplichtigen aanspraak maken die geen "eigenaar" zijn van een andere woning dan die waarvoor de aftrek wordt gevraagd. Deze voorwaarde dient te worden beoordeeld in hoofde van de belastingplichtige (jaarlijks te onderzoeken op 31 december van het inkomstenjaar).
b) Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
Ingevolge de volledige decumul moet het begrip enige woning voortaan per echtgenoot te worden beoordeeld (1).
Om te oordelen of de belastingplichtige "eigenaar" is van een andere woning dan de woning waarvoor de lening is aangegaan, dient men uitsluitend de woningen in aanmerking te nemen waarvan de echtgenoot zelf effectief "eigenaar" is. Het is dus mogelijk dat één van de echtgenoten een onroerend inkomen van een woning dient aan te geven, terwijl hij geen "eigenaar" van die woning is (b.v. in het geval van het wettelijk stelsel, waarbij de inkomsten van de eigen goederen tot het gemeenschappelijk vermogen behoren). Dit vormt geen beletsel voor het toekennen van de bijkomende interestaftrek met betrekking tot een andere woning waarvan hij wel "eigenaar" is (2).
[(1) Deze nieuwe bepaling geldt niet voor het verleden. Zij geldt voor nieuwe leningen en wat reeds eerder aangegane leningen betreft, enkel voor de nog resterende tijdperken van de twaalfjarige termijn.
(2) Voor zover alle voorwaarden vermeld in art. 104, 9°, WIB 92 en art. 115, WIB 92 zijn voldaan.]
Volgende gevallen kunnen zich desgevallend voordoen :
- Beide echtgenoten zijn tezamen "eigenaar" (in gemeenschap of in onverdeeldheid) van de woning waarvoor de hypothecaire lening werd aangegaan
De echtgenoten hebben geen andere woning in "eigendom" dan die waarvoor de aftrek wordt gevraagd.
In dit geval hebben beide echtgenoten recht op de bijkomende interestaftrek (*).
[(*) Voor zover alle voorwaarden vermeld in art. 104, 9°, WIB 92 en art. 115, WIB 92 zijn voldaan.]
2e mogelijkheid :
Eén van beide echtgenoten heeft een andere woning in "eigendom" dan de woning waarvoor de aftrek wordt gevraagd.
In dit geval heeft enkel de echtgenoot die geen "eigenaar" is van een andere woning dan de woning waarvoor de aftrek wordt gevraagd recht op de bijkomende interestaftrek (*).
[(*) Voor zover alle voorwaarden vermeld in art. 104, 9°, WIB 92 en art. 115, WIB 92 zijn voldaan.]
-
Beide echtgenoten zijn elk afzonderlijk alleen eigenaar van de woning waarvoor de hypothecaire lening is aangegaan. Die woning is bovendien voor elke echtgenoot de enige woning die hij in "eigendom" heeft.
In dat geval heeft elke echtgenoot recht op de bijkomende interestaftrek (*).
-
Slechts één van de echtgenoten is "eigenaar" van de woning waarvoor de hypothecaire lening werd aangegaan. Die woning is bovendien voor die echtgenoot de enige woning die hij in "eigendom" heeft.
In dit geval heeft uitsluitend deze echtgenoot recht op de bijkomende interestaftrek (*).
c) Woning van minderjarig kind
Het feit dat een minderjarig kind, van wie de belastingplichtige het wettelijk genot van de inkomsten heeft, eigenaar is van een andere woning dan de woning waarvoor de belastingplichtige een hypothecaire lening heeft aangegaan, is voortaan geen beletsel voor de toekenning van de bijkomende aftrek voor die belastingplichtige (*).
[(*) Voor zover alle voorwaarden vermeld in art. 104, 9°, WIB 92 en art. 115, WIB 92 zijn voldaan.].
C. Minimumkostprijs van de verbouwingswerken in geval van vernieuwbouw (art. 115, 2°, WIB 92)
Gelet op het principe van de individualisering zou dit grensbedrag logischerwijze per echtgenoot moeten worden geïndividualiseerd.
Om nadeel ten opzichte van de toestand vóór de hervormingswet te vermijden, wordt aanvaard dat de minimale kostprijs van de werken zowel voor de belastingplichtigen waarvoor een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd als voor de belastingplichtigen die alleen worden belast per woning mag worden beoordeeld en dus niet per belastingplichtige.
Indien de echtgenoten waarvoor een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd echter elk afzonderlijk alleen "eigenaar" zijn van een enige woning waaraan ze verbouwingswerken laten uitvoeren, dienen zij echter elk afzonderlijk voor ten minste 19.800 EUR (24.120 EUR geïndexeerd voor leningen die aangegaan zijn in 2004) aan facturen voor te leggen die voldoen aan de in art. 115, 2°, b, WIB 92 gestelde voorwaarden.
16.2 Inzake berekening van de bijkomende interestaftrek (art. 116, WIB 92
A. Het bepalen van het grensbedrag van de lening
a) Belastingplichtigen die alleen worden belast
Het grensbedrag blijft bij voortduur bepaald in functie van het jaar waarin de lening is aangegaan en geldt per woning. Het grensbedrag wordt toegepast in verhouding tot het aandeel van de belastingplichtige in de woning. De begrenzing wordt automatisch toegepast aan de hand van de gegevens uit de aangifte.
b) Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
Het grensbedrag wordt bepaald aan de hand van het jaar waarin de echtgenoot de lening aanging. Het grensbedrag geldt per woning en de begrenzing wordt automatisch toegepast aan de hand van de gegevens uit de aangifte.
c) Nieuwe codes aangifte
De automatische berekening van de begrenzing wordt mogelijk door een aantal nieuwe codes. Het betreft :
- de codes 1148 en 2148 ("Uw aandeel in de woning :")
- de codes 1149 en 2149 ("Aandeel in de woning, van personen die de lening samen met U hebben aangegaan :")
- de code 1150 ("Betreft het een woning van beide samen belaste echtgenoten of wettelijk samenwonenden, die voor beiden de enige woning is ?" - Ja of neen aan te kruisen).
Het basisbedrag van art. 116, WIB 92 wordt verhoogd naargelang de belastingplichtige één, twee, drie of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningcontract is gesloten.
Ingevolge de invoering van de decumul wordt vanaf aj. 2005 de verhoging wegens kinderlast geïndividualiseerd.
Belastingplichtigen die voor het aj. 2005 onderworpen zijn aan een gemeenschappelijke aanslag en die beiden recht hebben op de bijkomende interestaftrek voor dezelfde, gemeenschappelijke woning, mogen beiden al de kinderen vermelden die zij beiden of één van hen ten laste hadden op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is afgesloten.
Hoe de aangifte concreet moet ingevuld worden, wordt omschreven in nr. 17.
C. Aanvullende hypothecaire leningen
Wanneer een aanvullende hypothecaire lening wordt aangewend voor de financiering van de voltooiingswerken aan de nieuwe woning (*) of de voltooiing van de verbouwingswerken, komt de interest in beginsel ook voor de bijkomende interestaftrek in aanmerking, voor zover al de voorwaarden terzake zijn vervuld (zie nr. 104/213 Com.IB 92).
Indien de belastingplichtige aanvullende leningen aangaat tot voltooiing van de nieuwbouw of van de verbouwing, blijft bij voortduur het grensbedrag van de eerste lening van toepassing.
[(*) De aandacht wordt erop gevestigd dat in het geval van nieuwbouw de werken inderdaad op de voltooiing van de nieuwe woning betrekking moeten hebben en geen van de nieuwbouw onderscheiden verrichting, zoals een verbouwing of bijbouw, mogen uitmaken.]
D. De verdeling van het bedrag van de bijkomende interestaftrek
Eénmaal het bedrag van de bijkomende interestaftrek is berekend, wordt, ingevolge art. 105, WIB 92, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, dat bedrag van de bijkomende interestaftrek evenwel evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen.
Alhoewel de voorwaarden voor de toekenning van de bijkomende interestaftrek steeds worden beoordeeld in hoofde van de echtgenoot wordt de bijkomende interestaftrek ingevolge art. 105, WIB 92 dus ook aangerekend op het netto-inkomen van de echtgenoot die eventueel geen eigenaar is.
17. Invullen van de aangifte (aj. 2005) (*)
[(*) Hierbij worden enkel de rubrieken van de aangifte besproken waarvan de inhoud gewijzigd kan zijn.]
A. Belastingplichtigen die alleen worden belast
a) De lening werd uitsluitend door de belastingplichtige aangegaan
Op voorwaarde dat de lening in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek, moeten onder andere de gegevens van het attest overgenomen worden op de aangifte.
- "Interesten" (code 1138 of 1139)
- "Bedrag van de lening" (code 1141)
- "Aantal kinderen ten laste op 1 januari van het jaar na het jaar van afsluiten van de lening" (code 1142)
- "Uw aandeel in de woning" (code 1148)
- "Aandeel in de woning van de personen die de lening samen met U hebben aangegaan" (code 1149)
- "Betreft het een woning van beide samen belaste echtgenoten of wettelijk samenwonenden, die voor beiden de enige woning is ?" (Code 1150)
b) De lening werd door meerdere belastingplichtigen aangegaan
- "Interesten" (code 1138 of 1139)
In de praktijk betekent dit dat het totale betaalde bedrag van de interesten van alle mede-ontleners tezamen (de belastingplichtige inbegrepen) moet worden vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aandeel van de belastingplichtige in de woning en de noemer gelijk is aan de som van de aandelen van de belastingplichtige en de andere mede-ontleners in de woning.
- "Bedrag van de lening" (Code 1141)
- "Aantal kinderen ten laste op 1 januari van het jaar na het jaar van afsluiten van de lening" (code 1142)
- "Uw aandeel in de woning" (code 1148)
- "Aandeel in de woning, van personen die de lening samen met U hebben aangegaan" (code 1149)
- "Betreft het een woning van beide samen belaste echtgenoten of wettelijk samenwonenden, die voor beiden de enige woning is ?" (Code 1150)
B. Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd
Volgende situaties kunnen zich voordoen :
a) Beide echtgenoten hebben recht op de bijkomende interestaftrek voor éénzelfde woning
Het betreft m.a.w. voor elk van hen hun enige woning.
- "Interesten" (Code 1138/2138 of 1139/2139)
[(*) Indien de bijkomende interestaftrek wordt toegepast, heeft het in deze situatie eigenlijk geen enkel belang hoe de interesten verdeeld zijn, aangezien de berekening van de bijkomende interestaftrek automatisch in hoofde van het gezin wordt uitgevoerd. Die regel is ingevoerd om reden van vereenvoudiging en in het voordeel van de echtgenoten (doorvoeren van automatische compensatie en vermijden dat de aftrek bij één van de echtgenoten wordt beperkt).]
- De codes 1140/2140 tot en met 1149/2149
Volgende situaties kunnen zich voordoen :
De bijkomende gegevens moeten door beide echtgenoten ingevuld worden. In dit geval zullen de gegevens m.b.t. de lening voor beide echtgenoten dezelfde zijn (zo nemen zij bijvoorbeeld allebei het bedrag van de lening en de datum van de lening over zoals zij vermeld staan op het attest van de lening). In de codes 1148/2148 vermelden zij ieder hun eigendomsaandeel in de woning.
- De echtgenoten hebben gezamenlijk één lening afgesloten.
De bijkomende gegevens moeten door elke echtgenoot afzonderlijk ingevuld worden. Iedere echtgenoot vermeldt de gegevens die betrekking hebben op de lening die hij zelf heeft afgesloten (zo neemt bijvoorbeeld iedere echtgenoot het bedrag van de lening en de datum van de lening over zoals zij vermeld staan op het attest van de lening van die echtgenoot).
- Iedere echtgenoot heeft afzonderlijk een lening aangegaan.
De bijkomende gegevens mogen enkel door de echtgenoot die de lening heeft aangegaan worden ingevuld. Alleen hij mag dus de gegevens vermelden die betrekking hebben op de lening die hij heeft afgesloten.
- Slechts één echtgenoot heeft de lening afgesloten.
De andere echtgenoot mag dus geen bijkomende gegevens vermelden (*).
[(*) In dit geval zal in hoofde van het gezin het volledige grensbedrag automatisch toegepast worden.]
- Code 1150
b) Bij beide echtgenoten is de bijkomende interestaftrek van toepassing, maar voor een verschillende woning (*)
[(*) In het geval dat de bijkomende interestaftrek niet wordt toegepast (omdat de periode van twaalf jaar waarin de bijkomende interestaftrek wordt toegepast verstreken is of omdat het onroerend inkomen niet herleid is tot 0) heeft de interest die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek het karakter van een interest die bedoeld is in art. 14, WIB 92. In dit geval mag de interest vrij verdeeld worden over beide echtgenoten voor zover het onroerend inkomen van het onroerend goed waarvoor de lening(en) werd(en) aangegaan verdeeld is over beide echtgenoten.]
- "Interesten" (code 1138/2138 of 1139/2139)
- "Bedrag van de lening" (code 1141/2141)
- "Aantal kinderen ten laste op 1 januari van het jaar na het jaar van de afsluiting van de lening" (code 1142/2142)
- "Uw aandeel in de woning" (code 1148/2148)
- "Aandeel in de woning, van personen die de lening samen met U hebben aangegaan" (code 1149/2149)
-
"Betreft het een woning van beide samen belaste echtgenoten of wettelijk samenwonenden, die voor beiden de enige woning is ?" (code 1150)
Neen
[(*) In het geval dat de bijkomende interestaftrek niet wordt toegepast (omdat de periode van twaalf jaar waarin de bijkomende interestaftrek van toepassing is, is verstreken of omdat het onroerend inkomen van de echtgenoot nog niet herleid is tot 0), heeft de interest die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek het karakter van een "gewone" interest als bedoeld in art. 14, WIB 92. In dit geval mag de interest vrij worden verdeeld over beide echtgenoten voor zover het onroerend inkomen van het onroerend goed waarvoor de lening(en) werd(en) aangegaan, verdeeld is over beide echtgenoten.]
18. Voorbeelden
- Kolom van de echtgenoot bij wie de bijkomende interestaftrek wordt toegepast :
- Code 1138/2138 of 1139/2139
Indien de lening uitsluitend door de belastingplichtige werd aangegaan mag hij hier het totale bedrag van de interesten vermelden.
In het geval hij de lening met de echtgenoot of met andere belastingplichtigen heeft aangegaan dient hij de interesten te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aandeel van de echtgenoot in de woning en de noemer gelijk is aan de som van de aandelen van de echtgenoot en de andere mede-ontleners in de woning.
- De codes 1140/2140 tot en met 1149/2149
De bijkomende gegevens moeten door de echtgenoot die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek ingevuld worden aan de hand van de gegevens die betrekking hebben op de lening die hij heeft aangegaan (zo moet hij bijvoorbeeld het geleende bedrag en de datum van de lening vermelden zoals zij vermeld staan op het attest van de lening).
- In hoofde van de echtgenoot die geen recht heeft op de bijkomende interestaftrek :
- De lening werd door beide echtgenoten samen aangegaan
De interesten die slaan op het aandeel in de woning van de echtgenoot die niet in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek, kunnen in aanmerking komen voor de gewone interestaftrek (art. 14, WIB 92). Indien het inkomen van het onroerend goed waarvoor de lening werd aangegaan over beide echtgenoten verdeeld is, mogen deze interesten bovendien vrij verdeeld worden over beide echtgenoten (zie nr. 9.2.2).
- De lening staat op naam van de echtgenoot die niet in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek Indien de in art. 14, WIB 92 vermelde voorwaarden voldaan zijn mag het totale bedrag van de interesten opgenomen worden in de code 1146 of 2146 van de echtgenoot die geen recht heeft op de bijkomende interestaftrek.
Indien het inkomen van het onroerend goed waarvoor de lening werd aangegaan over beide echtgenoten verdeeld is, mogen deze interesten vrij verdeeld worden over beide echtgenoten.
18.1 Voorbeeld 1
Koen en Hilde wonen feitelijk samen .
Op 15.3.2001 ging het koppel ieder afzonderlijk een hypothecaire lening aan tot aankoop van hun nieuwbouwwoning, die zij in gebruik namen op 15.11.2001.
Koen ging een hypothecaire lening aan van 100.000 EUR, waarvoor hij 5.000 EUR interesten betaalde.
Hilde ging een hypothecaire lening aan van 25.000 EUR, waarvoor zij 1.250 EUR interesten betaalde.
| Aard onroerend goed | Koen | Hilde |
| Gezinswoning : KI 3.000 EUR (*) | 80 % eigendom | 20 % eigendom |
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Aangifte Koen :
Code 100 : 2.400,00 (3.000 x 80 %)
Code 138 : 5.000,00 EUR
Code 140 : 15.03.2001
Code 141 : 125.000 (*)
Code 142 : 0
Code 144 : 15.11.2001
[(*) Aangezien het grensbedrag slechts één maal per woning wordt toegepast dient in het geval van twee afzonderlijke leningen het geleend bedrag fictief verhoogd te worden, in functie van de eigendomsverhouding : 100.000 / 80 % = 125.000 EUR. (zie nr. 104/238 Com.IB 92).]
Aangifte Hilde:
Code 100 : 600,00 (3.000 x 20 %)
Code 138 : 1.250,00 EUR
Code 140 : 15.03.2001
Code 141 : 125.000 (*)
Code 142 : 0
Code 144 : 15.11.2001
[(*) 25.000 / 20 % = 125.000 (zie nr. 104/238 Com.IB 92).]
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, A, a)
Aangifte Koen :
Code 1100 : 2.400,00 (3.000 x 80 %)
Code 1138 : 5.000,00 EUR
Code 1140 : 15.03.2001
Code 1141 : 100.000,00
Code 1142 : 0
Code 1144 : 15.11.2001
Code 1148 : 80,00 % (aandeel Koen in de woning)
Code 1149 : 0,00 % (geen andere mede-ontlener, Hilde heeft immers een afzonderlijke lening aangegaan)
Code 1150 : neen
Aangifte Hilde
Code 1100 : 600,00 (3.000 x 20 %)
Code 1138 : 1.250,00 EUR
Code 1140 : 15.3.2001
Code 1141 : 25.000,00
Code 1142 : 0
Code 1144 : 15.11.2001
Code 1148 : 20,00 % (aandeel Hilde in de woning)
Code 1149 : 0,00 % (geen andere mede-ontlener, Koen heeft immers een afzonderlijke lening aangegaan)
Code 1150 : neen
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Koen
| Eigen woning : Interesten Belastbaar onroerend inkomen | 3.214,00 - 3.214,00 0 | (*) |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) 5.000 - 3.214 = |
1.786,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (Aj. 2002 : 57.570) | 1.786 x 57.570 / 125.000 = 822,56 (*) |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 822,56 x 80% (3e jaar) = 658,05 EUR |
Hilde :
| Eigen woning: Interesten Belastbaar onroerend inkomen 0 | 803,00 -803,00 0 | (*) |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) 1.250 - 803 = | 447,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 57.570) | 447 x 57.570 / 125.000 = 205,87 (*) |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 205,87 x 80 % (3e jaar) = 164,70 EUR |
Aj. 2005
Koen
| Eigen woning : Interesten Belastbaar onroerend inkomen | 3.265,00 -3.265,00 0 | (*) |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) 5.000,00 - 3.265,00 = | 1.735,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 57.570,00 ) | 1.735 x [57.570 x (80 %+0 %)] / 100.000 = 799,07 |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 799,07 x 80 % (4e jaar) = 639,26 EUR |
| Eigen woning : Interesten Belastbaar onroerend inkomen | 816,00 - 816,00 0 | (*) |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interest- aftrek) 1.250,00 - 816,00 = | 434,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 57.570,00 ) | 434 x [57.570 x (20 %+0 %)] / 25.000 = 199,88 |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 199,88 x 80 % (4e jaar) = 159,90 EUR |
Koen en Hilde wonen feitelijk samen.
Op 15.3.2001 ging het koppel gezamenlijk een hypothecaire lening aan van 125.000 EUR tot aankoop van hun nieuwbouwwoning, die zij in gebruik namen op 15.11.2001. In totaal betaalden zij 6.250 EUR aan interesten.
| Aard onroerend goed | Koen | Hilde |
| Gezinswoning : KI 3.000 EUR (*) | 50 % eigendom | 50 % eigendom |
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte van de onroerende inkomsten als volgt worden ingevuld :
Koen :
Code 100 : 1.500,00 (3.000,00 x 50 %)
Code 138 : 3.125,00 EUR (6.250 x 50 %)
Code 140 : 15.03.2001
Code 141 : 125.000
Code 142 : 0
Code 144 : 15.11.2001
Hilde :
Idem als aangifte Koen.
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, A, b) :
Koen :
Code 1100 : 1.500,00 (3.000 x 50 %)
Code 1138 : 3.125,00 EUR (6.250 x 50 %)
Code 1140 : 15.3.2001
Code 1141 : 125.000 (totaal bedrag inclusief het door Hilde mede-ontleende bedrag)
Code 1142 : 0
Code 1144 : 15.11.2001
Code 1148 : 50,00 % (aandeel Koen in de woning)
Code 1149 : 50,00 % (aandeel in de woning van de mede-ontlener, Hilde)
Code 1150 : neen
Hilde :
Idem als aangifte Koen.
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Koen :
| Eigen woning : Interesten Belastbaar onroerend inkomen | 2.009,00 - 2.009,00 0 | (*) |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) 3.125 - 2.009 | 1.116,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 57.570) | 1.116 x 57.570 / 125.000 = 513,98 |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 513,98 x 80 % (3e jaar) = 411,18 EUR |
Idem Koen.
Aj. 2005
Koen
| Eigen woning : Interesten Belastbaar onroerend inkomen | 2.041,00 - 2.041,00 0 | (*) |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) 3.125,00 - 2.041,00 = | 1.084,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 57.570,00 ) | 1.084 x [57.570 x (50 % + 50 %)] / 125.000 = 499,25 |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 499,25 x 80 % (4e jaar) = 399,40 EUR |
Idem Koen.
18.3. Voorbeeld 3
Paul en Ilse zijn sinds 2001 gehuwd.
| Aard onroerend goed | Paul | Ilse |
| Gezinswoning : KI 1.500 EUR (*) | 50 % eigendom | 50 % eigendom |
De nieuwbouwwoning werd op 10.2.2001 aangekocht en werd op 15.2.2001 in gebruik genomen.
Op 15.1.2001 werd een hoofdelijk en onverdeelde hypothecaire lening van 100.000 EUR afgesloten die voldoet aan de voorwaarden voor bijkomende interestaftrek en waarvoor 5.000 EUR interest is betaald.
Op 1.1.2002 had Paul 1 kind ten laste, terwijl Ilse geen kinderen ten laste had.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 1.500
Code 138 : 5.000
Code 140 : 15.1.2001
Code 141 : 100.000
Code 142 : 1
Code 144 : 15.2.2001
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, B, a) :
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Aard onroerend goed | Paul | Ilse | ||
| Gezinswoning | 1100 | 750,00 | 2100 | 750,00 |
| 1138 | 2.500,00 (1) | 2138 | 2.500,00 | |
| 1140 | 15.01.2001 | 2140 | 15.01.2001 | |
| 1141 | 100.000,00 | 2141 | 100.000,00 | |
| 1142 | 1 | 2142 | 1 (2) | |
| 1144 | 15.02.2001 | 2144 | 15.02.2001 | |
| 1148 | 50,00 % | 1149 | 50,00 % | |
| 1149 | 50,00 % | 2149 | 50,00 % | |
| 1150 | Ja | |||
(2) Aangezien beide echtgenoten voor dezelfde woning recht hebben op de bijkomende interestaftrek mogen zij allebei de som van het aantal kinderen die bij iedere echtgenoot ten laste waren vermelden.]
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
Zelfde aangifte als huwelijk onder het wettelijk stelsel.
Aj. 2004
| Eigen woning : Interesten Belastbaar onroerend inkomen | 2.009,00 -2.009,00 0 | (*) |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) 5.000 - 2.009 = | 2.991,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 60.440 (1 kind ten laste)) | 2.991 x 60.440 / 100.000 = 1.807,76 |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 1.807,76 x 80 % (3e jaar) = 1.446,21 EUR |
Aj. 2005
- Gehuwd onder wettelijk stelsel
| Paul | Ilse | |
| Eigen woning | 1.020 (*) | 1.020 |
| - gewone interestaftrek | - 1.020 | - 1.020 |
| Netto-onroerend ink. | 0 | 0 |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Paul | Ilse | |
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interest-aftrek) | 2.500 - 1.020 = 1.480 EUR | 2.500 - 1.020 = 1.480 EUR |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 60.440, 1 kind ten laste) | (1.480 + 1.480) x [60.440 x (50 % + 50 % + 50 % + 50 % )] / [100.000 + 100.000] = 1.789,02 EUR | |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 1.789,02 x 80% (4e jaar) = 1.431,22 EUR | |
- Gehuwd met scheiding van goederen
Zelfde berekening als huwelijk onder het wettelijk stelsel.
Paul en Ilse zijn gehuwd sinds 10.12.2002 en hebben volgende onroerende goederen in eigendom :
| Aard onroerend goed | Paul | Ilse |
| Gezinswoning A (nieuwbouw) : KI 1.470 EUR (*) | 100 % | - |
| Appartement B KI 367 EUR (*) | 100 % | |
| Woning C (nieuwbouw) KI 1.103 EUR (*) | 100 % |
Woning B en C worden verhuurd aan natuurlijke personen die ze noch geheel, noch gedeeltelijk voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid gebruiken.
Ter financiering van de aankoop van woning A ging Paul op 15.1.2000 een hypothecaire lening aan van 100.000 EUR, waarvoor hij 3.000 EUR interesten betaald heeft. De woning werd in gebruik genomen op 3.3.2000.
Paul had 3 kinderen ten laste op 1.1.2001.
Ter financiering van woning C ging Ilse een hypothecaire lening aan op 5.1.2002 voor een bedrag van 100.000 EUR. Zij betaalde 3.000 EUR aan interesten voor deze lening. De woning werd in gebruik genomen op 10.10.2002.
Ilse had 2 kinderen ten laste op 1.1.2003.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 1.470
Code 106 : 1.470 (367 + 1.103)
Code 146 : 6.000 (3.000 + 3.000)
Het gezin had geen recht op de bijkomende interestaftrek aangezien de leningen niet werden aangegaan tot het bouwen van de enige woning in eigendom (op 31.12.2003).
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, B, c) :
Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Aard onroerend goed | Paul | Ilse | ||
| Gezinswoning | 1100 | 735,00 | 2100 | 735,00 |
| Woningen B en C | 1106 | 735,00 | 2106 | 735,00 |
| 1138 | (1) | 2138 | 3.000,00 (2) | |
| 1140 | 2140 | 5.1.2002 | ||
| 1141 | 2141 | 100.000,00 | ||
| 1142 | 2142 | 2 (3) | ||
| 1144 | 2144 | 10.10.2002 | ||
| 1146 | 2.400,00 | 2146 | 600,00 (4) | |
| 1148 | 2148 | 100,00 % | ||
| 1149 | 2149 | 0,00 % | ||
| 1150 | Neen | |||
(2) Ilse heeft recht op de bijkomende interestaftrek. Aangezien Paul geen recht heeft op de bijkomende interestaftrek en de bijkomende interestaftrek effectief wordt toegepast, moet Ilse de interesten vermelden die betrekking hebben op haar aandeel in woning C. Aangezien zij 100 % eigenaar is, moet zij de volledige interesten opnemen in de code 2138 (dus geen vrije omdeling mogelijk).
(3) Aangezien enkel Ilse recht heeft op de bijkomende interestaftrek en het geen gemeenschappelijke woning betreft, wordt het grensbedrag verhoogd op basis van het aantal kinderen dat zij zelf ten laste had op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is afgesloten.
(4) De gewone interestaftrek mag vrij verdeeld worden, aangezien zij gezamenlijk belast zijn en het onroerend inkomen van woning A verdeeld is over beide echtgenoten.]
Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Aard onroerend goed | Paul | Ilse | ||
| Gezinswoning A | 1100 | 1.470,00 | 2100 | - |
| Woningen B en C | 1106 | 367,00 | 2106 | 1.103,00 |
| 1138 | 2138 | 3.000,00 | ||
| 1140 | 2140 | 5.1.2002 | ||
| 1141 | 2141 | 100.000,00 | ||
| 1142 | 2142 | 2 | ||
| 1144 | 2144 | 10.10.2002 | ||
| 1146 | 3.000,00 (*) | 2146 | - | |
| 1148 | 2148 | 100,00 % | ||
| 1149 | 2149 | 0,00 % | ||
| 1150 | Neen | |||
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
| Andere onroerende goederen dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende woning : |
2.755,20 |
(1) |
| Interesten: | - 2.755,20 | |
| Eigen woning : | 1.968,00 | (2) |
| Interesten Belastbaar onroerend inkomen | - 1.968,00 0 | |
| Geen recht op bijkomende interestaftrek want het gezin is eigenaar van meer dan één woning. | ||
(2) 1.470 x 1,3391 = 1.968,48 afgerond tot 1.968. ]
Aj. 2005
- Gehuwd onder wettelijk stelsel
| Paul | Ilse | |
| Woningen B en C | 1.400,00 (1) | 1.400,00 |
| Gewone interestaftrek Gewone interestaftrek (code 2138) | - 1.400,00 (2) | - 600,00 - 800,00 (3) |
(2) resterende interest : 2.400 - 1.400 = 1.000 EUR.
(3) De gewone interestaftrek van zowel de man als van de vrouw is volledig benut, dus wordt vervolgens aanspraak gemaakt op de interest die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek.]
Onroerende goederen die in aanmerking komt voor de woningaftrek :
| Paul | Ilse | |
| Eigen woning | 1.000 (1) | 1.000,00 |
| Gewone interestaftrek Gewone interestaftrek (code 2138) | - 1.000 (2) | - 1.000,00 (3) |
| Netto onroerend ink. | 0 | 0 |
(2) Er kunnen geen interesten overgedragen worden naar andere aanslagbasis.
(3) De gewone interestaftrek van zowel de man als van de vrouw is volledig benut, dus wordt vervolgens aanspraak gemaakt op de interest die in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Paul | Ilse |
| Resterende interesten, Na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) | 3.000 - (800 + 1.000) = 1.200,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag 64.880 EUR (aj. 2003, 2 kinderen ten laste) | 1.200 x [64.880x(100%+0 %)] / 100.000 = 778,56 |
| Toepassing van art. 116, tweede lid, WIB 92 | 778,56 x 80 % (3e jaar) = 622,85 EUR |
- Gehuwd met scheiding van goederen
| Paul | Ilse | |
| Woningen B en C | 698,60 (1) | 2.101,40 (2) |
| Gewone interestaftrek Gewone interestaftrek (code 2138) | - 698,60 | - 2.101,40 (3) |
(2) 1.103 x 1,3604 = 1.500,52, afgerond tot 1.501, verhoogd met 40 % tot 2.101,40.
(3) De overdracht van de interesten van Paul gebeurt pas na dat in hoofde van de aanslagbasis van Ilse de interesten van haar aanslagbasis aangezuiverd zijn.]
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek: :
| Paul | Ilse | |
| Eigen woning | 2.000 (1) | |
| - interestaftrek | - 2.000 (2) | |
| Netto-onroerend ink. | 0 | 0 |
(2) Resterende interesten : 3.000 - (698,60 + 2.000) = 301,40 EUR, wordt overgedragen naar aanslagbasis Ilse, maar dit pas na aanzuivering van de eigen interesten van Ilse.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Paul | Ilse |
| Resterende interesten, Na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) | 3.000 - (2.101,40) = 898,60 |
| Beperkt tot het grensbedrag 64.880 EUR (aj. 2003, 2 kinderen ten laste) | 898,60 x [64.880 x (100 % + 0 %)] / 100.000 = 583,01 |
| Toepassing van art. 116, tweede lid, WIB 92 | 583,01 x 80 % (3e jaar) = 466,41 EUR |
18.5 Voorbeeld 5
Kurt en Annemie zijn sinds 1995 gehuwd en hebben volgende onroerende goederen in eigendom :
| Aard onroerend goed | Kurt | Annemie |
| Gezinswoning A (nieuwbouw) KI : 1.470 EUR (*) | 100 % | |
| Appartement B (tweede verblijf) KI : 1.000 EUR (*) | 100 % |
Ter financiering van de aankoop van de gezinswoning (nieuwbouw) ging Kurt op 10.2.1990 een hypothecaire lening aan van 50.000 EUR, waarvoor hij 2.500 EUR interesten betaalde. De woning werd in gebruik genomen op 10.1.1991. Kurt had geen kinderen ten laste op 1.1.1991.
Opgelet!
De 12-jarige periode voor de toepassing van de bijkomende interestaftrek is verstreken vanaf aj. 2004.
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 1.470
Code 106 : 1.000
Code 146 : 2.500
Het gezin had geen recht op bijkomende interestaftrek aangezien het gezin eigenaar is van meer dan één woning.
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Aard onroerend goed | Kurt | Annemie | ||
| Gezinswoning | 1100 | 735,00 | 2100 | 735,00 |
| Woning B | 1106 | 500,00 | 2106 | 500,00 |
| 1138 | 1.548,00 | 2138 | 952,00 (*) | |
| 1140 | 10.2.1990 | 2140 | 10. 2.1990 | |
| 1141 | 50.000,00 | 2141 | 50.000,00 | |
| 1142 | 0 | 2142 | 0 | |
| 1144 | 10.1.1991 | 2144 | 10. 1.1991 | |
| 1148 | 100,00 % | 2148 | 0,0 % | |
| 1149 | 0,00 % | 2149 | 0,00 % | |
| 1150 | Neen | |||
De interesten worden zodanig verdeeld dat het inkomen dat niet in aanmerking komt voor de woningaftrek (bij beiden 952,00 EUR) herleid kan worden tot 0.]
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Aard onroerend goed | Kurt | Annemie | ||
| Gezinswoning | 1100 | 1.470,00 | 2100 | - |
| Woning B | 1106 | 2106 | 1.000,00 | |
| 1138 | 2.500,00 (*) | 2138 | ||
| 1140 | 10.2.1990 | 2140 | ||
| 1141 | 50.000,00 | 2141 | ||
| 1142 | 0 | 2142 | ||
| 1144 | 10.1.1991 | 2144 | ||
| 1148 | 100 % | 2148 | ||
| 1149 | 0,00 | 2149 | ||
| 1150 | Neen | |||
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
| Andere onroerende goederen dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende woning : |
1.874,60 | (1) |
| Interesten : | - 1.874,60 | |
| Eigen woning : | ||
| 1.968,00 | (2) | |
| Interesten | - 625,40 | (overblijvende interesten : 2.500 -.874,60) |
| Woningaftrek | - 1.342,60 | (overblijvend KI : 1.468,00 - 625,40) |
| Belastbaar onroerend inkomen | 0 |
(2) 1.470 x 1,3391 = 1.968,48 afgerond tot 1.968.]
Aj. 2005
- Gehuwd onder wettelijk stelsel
| Kurt | Annemie | |
| Woning B | 952,00 (*) | 952,00 |
| Gewone interestaftrek (codes 1138/2138) | - 952,00 | - 952,00 |
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
| Kurt | Annemie | |
| Eigen woning | 1.000,00 (*) | 1.000,00 |
| Gewone interestaftrek (code 1138) woningaftrek | - 596,00 - 404,00 | - 1.000,00 |
| Netto onroerend ink. | 0 | 0 |
- Gehuwd met scheiding van goederen
| Kurt | Annemie |
| Woning B | 1.904,00 (1) |
| Gewone interestaftrek (code 1138) | - 500,00 (2) |
| blijft | 1.404,00 |
(2) De automatische overdracht van de interesten van Kurt, gebeurt slechts na dat het onroerend inkomen van Kurt herleid is tot 0. In dit geval bedraagt de overdracht 2.500 - 2.000 = 500 EUR.]
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
| Kurt | Annemie | |
| Eigen woning | 2.000,00 (*) | |
| Gewone interestaftrek (code 1138) | - 2.000,00 | |
| Netto onroerend ink. | 0 | 1.404,00 |
18.6 Voorbeeld 6
Ann en Wim zijn sinds 2002 wettelijk samenwonend . Op 15.3.2000 gingen zij gezamenlijk een hypothecaire lening van 100.000 EUR tot financiering van hun nieuwgebouwde gezinswoning. De woning werd in gebruik genomen op 15.12.2000. Zij betaalden 5.000 EUR aan interesten.
| Aard onroerend goed | Wim | Ann |
| Gezinswoning : KI 2.000 EUR (*) | 50 % eigendom | 50 % eigendom |
| Niet verhuurde woning, gebruikt als tweede verblijf KI 500 EUR (*) | - | 100 % eigendom |
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Wim :
Code 100 : 1.000 EUR (2.000 x 50 %)
Code 138 : 2.500 EUR (5.000 x 50 %)
Code 140 : 15. 3.2000
Code 141 : 100.000
Code 142 : 0
Code 144 : 15.12.2000
Ann :
Code 100 : 1.000 EUR (2.000 x 50 %)
Code 106 : 500 EUR
Code 146 : 2.500 EUR (5.000 x 50 %)
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, B, c) :
| Aard onroerend goed | Wim | Ann | ||
| Gezinswoning | 1100 | 1.000,00 | 2100 | 1.000,00 |
| Tweede verblijf | 1106 | - | 2106 | 500,00 |
| 1138 | 2.500,00 (1) | 2138 | - | |
| 1140 | 15.3.2000 | 2140 | - | |
| 1141 | 100.000,00 | 2141 | - | |
| 1142 | 0 | 2142 | - | |
| 1144 | 15.12.2000 | 2144 | - | |
| 1146 | 1.360,00 | 2146 | 1.140,00 (2) | |
| 1148 | 50,00 % | 2148 | - | |
| 1149 | 50,00 % | 2149 | - | |
| 1150 | Neen | |||
(2) De interest die in hoofde van Ann niet in aanmerking komt voor de bijkomende interestaftrek mag vrij verdeeld worden, aangezien het onroerend inkomen verdeeld is over beide echtgenoten. In het geval dat de bijkomende interestaftrek effectief wordt toegepast is het aangewezen om de interesten die niet nodig zijn om het onroerend inkomen van Ann tot 0 te herleiden bij Wim te vermelden in de code 1146, zodat Wim maximaal van de bijkomende aftrek gebruik kan maken.]
Vaststellen van de belastbare grondslag
Aj. 2004
Wim :
| Belastbaar inkomen van de woning die in aanmerking komt voor de woningaftrek : | ||
| 1.339,00 | (*) | |
| Interesten : | - 1.339,00 | |
| Netto onroerend ink. | 0 | |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14 WIB 92 (gewone interestaftrek) 2.500 - 1.339,00 | 1.161,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2001 : 55.652,10 (0 kinderen ten laste) | 1.161,00 x 55.652,10/100.000 = 646,12 |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 646,12 x 80 % (3e jaar) = 516,90 EUR |
| Belastbaar inkomen van de andere woning dan die in aanmerking komt voor de woningaftrek : | ||
| 938,00 | (*) | |
| Interesten : | - 938,00 | |
| Netto . | 0 | |
| Belastbaar inkomen van de woning die in aanmerking komt voor de woningaftrek : | ||
| 1.339,00 | (*) | |
| Interesten : | - 1.339,00 | |
| Netto | 0 | |
Voor Ann is de bijkomende interestaftrek niet van toepassing, aangezien de woning waarvoor de lening is aangegaan niet haar enige woning was.
Vanaf aj. 2005 wordt het netto-onroerend inkomen als volgt berekend :
Andere onroerende goederen dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende woning :
| Wim | Ann | |
| "Tweede verblijf" | - | 952,00 (*) |
| Gewone interestaftrek | - 952,00 |
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
| Wim | Ann | |
| Eigen woning | 1.360,00 (1) | 1.360,00 |
| interestaftrek interestaftrek overdracht (code 1138) | 1.360,00 | -188,00 - 1.172 (2) |
| Netto onroerend ink. | 0 | 0 |
(2) Overdracht van interesten Wim (code 1138), aangezien al de "eigen" interesten gebruikt zijn tot aanzuivering van zijn onroerend inkomen.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Wim | Ann |
| Resterende interesten, Na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) | 2.500 - (1.172) = 1.328,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag 55.652,10 EUR (aj. 2001) | 1.328 x [55.652,10 x (50 % + 50 %)] / 100.000 = 739,06 |
| Toepassing van art. 116, tweede lid, WIB 92 | 739,06 x 80% (4e jaar) = 591,25 |
18.7 Voorbeeld 7
Bertrand en Sophie wonen sinds 2002 wettelijk samen en hebben één kind ten laste op 1/1/2002 (het kind was vroeger ten laste bij Bertrand). Op 15.1.2001 kochten zij gezamenlijk een bestaande (enige) woning aan.
De woning werd voor het eerst in gebruik genomen in 1970.
Ze laten verbouwingswerken uitvoeren aan deze woning. De werken werden uitgevoerd door geregistreerde aannemers. Het totaal bedrag van deze facturen (incl. BTW) bedraagt 40.000 EUR. De facturen zijn opgesteld op naam van beiden.
Ter financiering van zowel de aankoop als de verbouwingswerken gingen de samenwonenden op 10.1.2001 gezamenlijk een hypothecaire lening aan van 124.000 EUR (84.000 EUR voor de aankoop van de woning ; 40.000 EUR voor de verbouwingswerken). Zij betaalden 4.200 EUR aan interesten voor het gedeelte dat slaat op de aankoop van de woning en 2.000 EUR voor het gedeelte dat slaat op de verbouwingswerken. De werken werden voltooid op 16.8.2001.
| Aard onroerend goed | Bertrand | Sophie |
| Gezinswoning : KI 1.200 EUR (*) | 50 % eigendom | 50 % eigendom |
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld:
Aangifte Bertrand :
Code 100 : 600 (1.200 x 50 %)
Code 139 : 1.000 (2.000 x 50 %)
Code 140 : 10/01/2001
Code 141 : 40.000
Code 142 : 1
Code 144 : 16.8.2001
Code 145 : 40.000
Code 146 : 2.100 (4.200 x 50 %)
Aangifte Sophie :
Code 100: 600 (1.200 x 50 %)
Code 139 : 1.000 (2.000 x 50 %)
Code 140 : 10.1.2001
Code 141 : 40.000
Code 142 : 0
Code 144 : 16.8.2001
Code 145 : 40.000
Code 146: 2.100 (4.200 x 50 %)
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (zie nr. 17, B, a) :
Voorafgaande opmerking : aangezien de voorwaarde van de minimum kostprijs van de werken, uitgevoerd door geregistreerde aannemers, per woning wordt beoordeeld, is hier het minimum (22.800 EUR, lening van 2001) bereikt.
| Aard onroerend goed | Bertrand | Sophie | ||
| Gezinswoning | 1100 | 600,00 | 2100 | 600,00 |
| 1139 | 1.000,00 (1) | 2139 | 1.000,00 | |
| 1140 | 10.1.2001 | 2140 | 10.1.2001 | |
| 1141 | 40.000,00 | 2141 | 40.000,00 | |
| 1141 | 1 | 2142 | 1 (2) | |
| 1144 | 16.8.2001 | 2144 | 16.8.2001 | |
| 1145 | 40.000,00 | 2145 | 40.000,00 | |
| 1146 | 2.100,00 (3) | 2146 | 2.100,00 | |
| 1148 | 50,00 % | 2148 | 50,00 % | |
| 1149 | 50,00 % | 2149 | 50,00 % | |
| 1150 | ja | |||
(2) Aangezien beide echtgenoten voor dezelfde woning recht hebben op de bijkomende interestaftrek mogen zij allebei de som van het aantal kinderen die bij iedere echtgenoot ten laste waren vermelden.
(3) Aangezien de onroerende inkomsten van de woning worden omgedeeld mogen ook de interesten naar keuze van de belastingplichtigen worden omgedeeld. Aangezien het onroerend inkomen van beide echtgenoten samen lager is dan de interesten, heeft het geen belang hoe deze interesten verdeeld zijn.]
Vaststellen belastbare grondslag
Aj. 2004
Bertrand :
| 803 | (*) |
| Interesten : | - 803 |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interest-aftrek) 1.000,00 | 1.000,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 30.220 - 1 kind ten laste) | 1.000 x 30.220/40.000 = 755,5 |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 755,5 x 80 % (3e jaar) = 604,40 EUR |
| 803 | (*) |
| Interesten : | - 803 |
| 0 |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Resterende interesten, na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interest-aftrek) 1.000,00 | 1.000,00 |
| Beperkt tot het grensbedrag (aj. 2002 : 28.780 - 0 kinderen ten laste) | 1.000 x 28.780/40.000 = 719,50 |
| Toepassing art. 116, tweede lid, WIB 92 | 719,50 x 80 % (3e jaar) = 575,60 EUR |
| Bertrand | Sophie | |
| Gezinswoning | 816,00 (*) | 816,00 |
| Gewone interestaftrek | - 816,00 | - 816,00 |
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Bertrand | Sophie | |
| Resterende interesten, Na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) | 1.000,00 | 1.000,00 |
| Beperkt tot grensbedrag (Aj. 2002, 1 KTL : 30.220) | (1.000 + 1.000) x [30.220 x (50 % + 50 % + 50 % + 50 %)]/[40.000 + 40.000] = 1.511,00 | |
| Toepassing van art. 116, tweede lid, WIB 92 | 1.511,00 x 80 % (4e jaar) = 1.208,80 EUR | |
18.8 Voorbeeld 8
Bertrand en Sophie zijn sinds 2002 gehuwd.
Op 15.1.2001 ging Bertrand een hypothecaire lening van 30.000 EUR aan tot verbouwing van zijn 25 jaar oude woning. De werken werden uitgevoerd door geregistreerde aannemers. Het totaal bedrag van deze facturen (incl. BTW) bedraagt 30.000 EUR. De facturen zijn opgesteld op naam van Bertrand. De werken werden voltooid op 18.9.2001.
Bertrand betaalde 1.950 EUR aan interesten. Op 1.1.2002 had Bertrand geen kinderen ten laste.
Sophie kocht op 15.7.2001 een bestaande woning die zij eveneens liet verbouwen. Tot financiering van zowel de aankoop van de woning als de verbouwing van de woning ging zij op 10.6.2001 een hypothecaire lening aan van 87.500 EUR. Van deze lening diende 40.000 EUR tot het verbouwen van de woning. Het totaal bedrag van de facturen die opgesteld werden door geregistreerde aannemers bedraagt 40.000 EUR. De werken werden voltooid op 10.11.2001. Sophie had op 1.1.2002 2 kinderen ten laste.
Sophie betaalde 4.375 EUR aan interesten (zijnde 2.375 EUR met betrekking tot de aankoop en 2.000 EUR met betrekking tot de verbouwing).
| Aard onroerend goed | Bertrand | Sophie |
| Gezinswoning : KI 2.000 EUR (*) | 100 % eigendom | - |
| Niet verhuurde woning, gebruikt als tweede verblijf KI 700 EUR (*) | - | 100 % eigendom |
Aangifte
Tot aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 100 : 2.000,00 EUR
Code 106 : 700,00 EUR
Code 146 : 6.325,00 EUR (1.950 + 4.375)
Het echtpaar had geen recht op de bijkomende interestaftrek, aangezien de leningen niet dienen tot verbouwing van hun enige woning in eigendom per 31 december van het belastbare tijdperk.
Vanaf aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld (nr. 17, B, b) :
Voorafgaande opmerking :
De beoordeling van het minimumbedrag van facturen van geregistreerde aannemers wordt per woning beoordeeld.
De lening tot verbouwing van de woning die eigendom is van Bertrand komt in aanmerking voor de bijkomende interestaftrek, aangezien voor deze woning het minimumbedrag van werken is behaald (22.800 EUR, leningen aangegaan in 2001).
De lening die aangegaan werd door Sophie komt eveneens in aanmerking voor de bijkomende interestaftrek aangezien zij eveneens voor minstens 22.800 EUR van facturen van geregistreerde aannemers kan voorleggen.
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel
| Aard onroerend goed | Bertrand | Sophie | ||
| Gezinswoning | 1100 | 1.000,00 | 2100 | 1.000,00 |
| Niet verhuurde woning | 1106 | 350,00 | 2106 | 350,00 |
| 1139 | 1.950,00 (1) | 2139 | 2.000,00 | |
| 1140 | 15.1.2001 | 2140 | 10.6.2001 | |
| 1141 | 30.000,00 | 2141 | 40.000 | |
| 1142 | 0 | 2142 | 2 | |
| 1144 | 18.9.2001 | 2144 | 10.11.2001 | |
| 1145 | 30.000,00 | 2145 | 40.000,00 | |
| 1146 | 348,60 (2) | 2146 | 2.026,40 | |
| 1148 | 100,00 % | 2148 | 100 % | |
| 1149 | 0,00 % | 2149 | 0,00 % | |
| 1150 | Neen | |||
(2) De interesten mogen vrij verdeeld worden, aangezien het belastbare inkomen van het onroerend goed over beide echtgenoten verdeeld is en het een gezamenlijke aanslag betreft. In dit geval is het het meest interessant om bij Sophie enkel de interesten te vermelden die nodig zijn om haar onroerend inkomen tot 0 te herleiden (2.375 -2.026,40 = 348,60).]
- Indien gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen
| Aard onroerend goed | Bertrand | Sophie | ||
| Gezinswoning | 1100 | 2.000,00 | 2100 | - |
| Niet verhuurde woning | 1106 | - | 2106 | 700,00 |
| 1139 | 1.950,00 | 2139 | 2.000,00 | |
| 1140 | 15.1.2001 | 2140 | 10.6.2001 | |
| 1141 | 30.000,00 | 2141 | 40.000,00 | |
| 1142 | 0 | 2142 | 2 | |
| 1144 | 18.9.2001 | 2144 | 10.11.2001 | |
| 1145 | 30.000,00 | 2145 | 40.000,00 | |
| 1146 | 2146 | 2.375,00 | ||
| 1148 | 100,00 % | 2148 | 100,00 % | |
| 1149 | 0,00 % | 2149 | 0,00 % | |
| 1150 | Neen | |||
Aj. 2004
Belastbaar inkomen van andere woningen dan de woning die in aanmerking komt voor de woningaftrek :
| 1.311,80 | (*) |
| Interesten: | - 1.311,80 |
| 0 |
Belastbaar inkomen van de woning die in aanmerking komt voor de woningaftrek :
| 2.678,00 | (*) |
| Interesten: | - 2.678,00 |
| 0 |
Aj. 2005
Gehuwd onder wettelijk stelsel
andere onroerende goederen dan de voor de woningaftrek in aanmerking komende woning :
| Bertrand | Sophie | |
| "Tweede verblijf" | 666,40 (*) | 666,40 |
| Gewone interestaftrek Interestaftrek (code 1139) | - 348,60 - 317,80 | - 666,40 |
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
| Bertrand | Sophie | |
| Eigen woning | 1.360,00 (1) | 1.360,00 |
| Interestaftrek (code 2146) Interestaftrek (code 1139) | - 1.360,00 | - 1.360 (2) |
| Netto onroerend ink. | 0 | 0 |
(2) Overblijvende eigen interesten uit code 2146 : 2.026,40 - 666,40 = 1.360 EUR.]
Berekening bijkomende interestaftrek :
| Bertrand | Sophie | |
| Resterende interesten, Na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) | 1.950 - (317,80 + 1.360) = 272,20 | 2.000 |
| Beperkt tot het grensbedrag | 272,20 x [28.780 x (100 % + 0 %)] / 30.000 = 261,13 | 2.000 x [31.660x(100%+0%)] / 40.000 = 1.583,00 |
| Toepassing van art. 116, tweede lid, WIB 92 | 261,13 x 80% (4e jaar) = 208,90 | 1.583,00 x 80% (4e jaar) = 1.266,40 |
- Gehuwd met scheiding van goederen
| Bertrand | Sophie | |
| "Tweede verblijf" | - | 1.332,80 (*) |
| Gewone interestaftrek | - | - 1.332,80 |
Onroerende goederen die in aanmerking komen voor de woningaftrek :
| Bertrand | Sophie | |
| Eigen woning | 2.721,00 (1) | |
| Interestaftrek (code 1139) Overdracht (code 2146) | -1.950,00 (2) - 771,00 (3) | |
| Netto onroerend ink. | 0 | 0 |
(2) De eigen interesten worden in eerste instantie aangerekend.
(3) Overdracht interesten Sophie (code 2146) : 2.375 - 1.332,80 = 1.042,20, beperkt tot de overblijvende inkomsten van Bertrand of tot 2.721- 1.950 = 771.]
Berekening bijkomende interestaftrek
| Bertrand | Sophie | |
| Resterende interesten, Na toepassing van art. 14, WIB 92 (gewone interestaftrek) | - | 2.000 |
| Beperkt tot het grensbedrag | - | 2.000 x [31.660 x (100 % + 0 %)] / 40.000 = 1.583,00 |
| Toepassing van art. 116, tweede lid, WIB 92 | - | 1.583,00 x 80 % (4e jaar) = 1.266,40 |
VI. HERKWALIFICATIE VAN HUURINKOMSTEN
19. Wettekst - Art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92
In art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92 dat betrekking heeft op de herkwalificatie van huurinkomsten zijn er geen wijzigingen aangebracht.
De tekst wordt hierna louter ter informatief overgenomen.
"Artikel 32
Bezoldigingen van bedrijfsleiders zijn alle beloningen verleend of toegekend aan een natuurlijk persoon die :
1° een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent;
2° in de vennootschap een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard, uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst.
Daartoe behoren inzonderheid :
(...)
3° in afwijking van artikel 7, de huurprijs en de huurvoordelen van een gebouwd onroerend goed verhuurd door de in het eerste lid, 1°, vermelde personen aan de vennootschap waarin zij een opdracht of gelijksoortige functies uitoefenen, voor zover zij meer bedragen dan vijf derden van het kadastrale inkomen gerevaloriseerd met de in artikel 13 vermelde coëfficiënt. Van deze bezoldigingen worden de kosten in verband met het verhuurde onroerend goed niet in aftrek gebracht.".
20. Bespreking
Krachtens art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92, worden de huurprijs en de huurvoordelen met betrekking tot door een bedrijfsleider van de eerste categorie aan zijn vennootschap verhuurde gebouwde onroerende goederen, niet als inkomsten van onroerende goederen maar als bezoldigingen van bedrijfsleidersaangemerkt, in zover zij de grens van vijf derden van het gerevaloriseerde kadastrale inkomen overschrijden.
- Belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
De bedrijfsleider moet er derhalve minstens eigenaar, bezitter, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder van zijn.
De herkwalificatie geldt bijgevolg niet voor de huur van een onroerend goed waarvan de eigendom in het geheel toebehoort aan één van de echtgenoten die geen bedrijfsleider in de vennootschap-huurster is en dit ongeacht het belastingstelsel van de onroerende inkomsten.
Wanneer het onroerend goed eigendom is van beide echtgenoten wordt voor de toepassing van de huurherkwalificatie de situatie van elke echtgenoot individueel beoordeeld.
Art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92 dient vanaf aj. 2005 inderdaad geïndividualiseerd bekeken te worden en kan dus enkel in hoofde van de echtgenoot bedrijfsleider afwijken van de bepaling van het onroerend inkomen.
Vanaf aj. 2005 moet dus, in geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, eerst art. 127, 3° en 4°, WIB 92 worden toegepast en dit om uit te maken in welke mate het KI en de brutohuur tot het vermogen van de bedrijfsleider behoort en bij hem als onroerend inkomen zou worden beschouwd en derhalve voor huurherkwalificatie in aanmerking kan komen.
Vervolgens wordt nagegaan in welke mate deze huurprijs en de huurvoordelen (bepaald volgens art. 127, 3° en 4°, WIB 92) meer bedragen dan vijf derden van het kadastrale inkomen (bepaald volgens art. 127, 3° en 4°, WIB 92), gerevaloriseerd met de in art. 13, WIB 92 vermelde coëfficiënt.
- Fiscaal alleenstaanden
21. Voorbeelden
21.1 Voorbeeld 1
Dirk en Myriam zijn gehuwd sinds 1999.
| Aard onroerend goed | Dirk | Myriam |
| Gebouwd onroerend goed, verhuurd aan vennootschap waarin
Myriam bedrijfsleider is KI : 1.000,00 EUR (niet geïndexeerd) Ontvangen huur : 10.000 EUR | 100 % eigenaar | - |
Aangifte
Voor aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 109 : 1.000 EUR
Code 110 : 10.000 EUR
Code 401 : -
Code 426 : -
Voor aj. 2005 moet de aangifte als volgt worden ingevuld :
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Dirk | Myriam | |||
| Verhuurde woning | 1109 | 500,00 | 2109 | 500,00 |
| 1110 | 5.000,00 | 2110 | 5.000,00 | |
| Bezoldiging bedrijfsleider | 1401 | - | 2401 | - |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Dirk | Myriam | |||
| Verhuurde woning | 1109 | 1.000,00 | 2109 | - |
| 1110 | 10.000,00 | 2110 | - | |
| Bezoldiging bedrijfsleider | 1401 | - | 2401 | - |
Aj. 2004
Berekening netto onroerend inkomen :
| Bruto huur | 10.000,00 |
| - 40 % (= 4.000,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 1.000 x 3,39 = 2.260,00 EUR, moet dit laatste bedrag in aanmerking worden genomen. | - 2.260,00 |
| Netto huurprijs | 7.740,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 1.000 x 1,3391= 1.339,10, afgerond tot 1.339 EUR x 1,4 = 1.874,60 EUR |
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Dirk | Myriam | ||
| Bruto huur | 5.000,00 | Bruto huur | 5.000,00 |
| - 40 % (2.000,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 500 x 3,45 = 1.150,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 1.150,00 | - 40% (2.000,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 500 x 3,45 = 1.150,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 1.150,00 |
| Netto huurprijs | 3.850,00 | Netto huurprijs | 3.850,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 500 x 1,3604 = 680,20, afgerond 680 EUR x 1,4 = 952 EUR | Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 500 x 1,3604 = 680,20, afgerond 680 EUR x 1,4 = 952 EUR | ||
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek beroepskosten) = 0,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) = 7.700,00 EUR
Totaal inkomen = 7.700,00 EUR
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Dirk | Myriam | ||
| Bruto huur | 10.000,00 | ||
| - 40 % (4.000,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 1.000 x 3,45 = 2.300,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 2.300,00 | ||
| Netto huurprijs | 7.700,00 | ||
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 1.000 x 1,3604 = 1.360,40, afgerond 1.360 EUR x 1,4 = 1.904 EUR | |||
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek beroepskosten) = 0
Totaal onroerend inkomen (voor aftrek interesten) = 7.700,00 EUR
Totaal inkomen : 7.700,00 EUR
21.2 Voorbeeld 2
Dirk en Myriam zijn gehuwd sinds 2000.
| Aard onroerend goed | Dirk | Myriam |
| Gebouwd onroerend goed, verhuurd aan vennootschap waarin
Myriam bedrijfsleider is KI : 1.000,00 EUR (niet geïndexeerd) Ontvangen huur : 10.000 EUR | 50 % eigenaar | 50 % eigenaar |
Voor aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
| Code 109 : Code 110 : Code 401 : Code 426 : | 1.000 EUR 7.825 EUR [5.000 + (500 x 5/3 x 3,39)] - 2.175 EUR [5.000 - (500 x 5/3 x 3,39)] |
| Voor aj. 2005 moet eerst bepaald worden hoe het onroerend inkomen zou moeten aangegeven worden, overeenkomstig art. 127, 3° en 4°, WIB 92. | |
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
Vervolgens wordt in hoofde van Myriam echter de huurherkwalificatie toegepast, op basis van de in haar hoofde in aanmerking te nemen onroerend inkomen (zijnde een KI van 500 EUR en een brutohuur van 5.000 EUR).
De huurherkwalificatie bedraagt dus 2.125,00 EUR [5.000 - (500 x 5/3 x 3,45)].
De aangifte wordt als volgt ingevuld :
| Dirk | Myriam | |||
| Onroerende inkomsten | 1109 | 500,00 | 2109 | 500,00 |
| 1110 | 5.000,00 | 2110 | 2.875,00 | |
| Bezoldigingen bedrijfsleider | 1401 | - | 2401 | 2.125,00 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
Deze 5.000,00 EUR wordt geherkwalificeerd tot bezoldiging bedrijfsleider in de mate dat zij hoger is dan het gerevaloriseerd KI, vermenigvuldigd met vijf derden (500,00 x 5/3 x 3,45 = 2.875,00 EUR).
De huurherkwalificatie bedraagt dus 2.125,00 EUR (zijnde 5.000,00 - 2.875,00).
De aangifte dient in dit geval dus op dezelfde wijze als in het geval van het wettelijk stelsel te worden ingevuld.
Vaststellen van de belastbare grondslag
Aj. 2004
| Bruto huur | 7.825,00 |
| - 40 % (= 3.130,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 1.000 x 3,39 = 2.260,00 EUR, moet dit laatste bedrag in aanmerking worden genomen | - 2.260,00 |
| Netto huurprijs | 5.565,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 1.000 x 1,3391= 1.339,10, afgerond tot 1.339 EUR x 1,4 = 1.874,60 EUR |
| Dirk | Myriam | ||
| Bruto huur | 5.000,00 | Bruto huur | 2.825,00 |
| - 40 % (2.000,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 500 x 3,39 = 1.130,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 1.130,00 | - 40 % (1.130,00) Dit bedrag is gelijk aan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 500 x 3,39 = 1.130,00 EUR. | - 1.130,00 |
| Netto huurprijs | 3.870,00 | Netto huurprijs | 1.695,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 500 x 1,3391 = 669,55, afgerond 670 EUR x 1,4 = 938 EUR | Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40%, nl. 500 x 1,3391 = 669,55, afgerond 670 EUR x 1,4 = 938 EUR | ||
Totaal beroepsinkomen (voor beroepskosten) : 2.175,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) : 5.565,00 EUR
Totaal inkomen : 7.740 EUR
Aj. 2005
Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Dirk | Myriam | ||
| Bruto huur | 5.000,00 | Bruto huur | 2.875,00 |
| - 40 % (2.000,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 500 x 3,45 = 1.150,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 1.150,00 | - 40 % (1.150,00) Daar dit bedrag gelijk is aan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 500 x 3,45 = 1.150,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 1.150,00 |
| Netto huurprijs | 3.850,00 | Netto huurprijs | 1.725,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 500 x 1,3604 = 680,20, afgerond 680 EUR x 1,4 = 952 EUR | Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 500 x 1,3604 = 680,20, afgerond 680 EUR x 1,4 = 952 EUR | ||
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) = 5.575,00 EUR
Totaal inkomen = 7.700,00 EUR
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
Idem als indien ze gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel.
Dirk en Myriam zijn gehuwd sinds 2001.
| Aard onroerend goed | Dirk | Myriam |
| Gebouwd onroerend goed, verhuurd aan vennootschap waarin
Myriam bedrijfsleider is KI : 1.000,00 EUR (niet geïndexeerd) Ontvangen huur : 10.000 EUR | 20 % eigenaar | 80 % eigenaar |
Voor aj. 2004 moest de aangifte als volgt worden ingevuld :
Code 109 : 1.000 EUR
Code 110 : 6.520 EUR [2.000 + (5/3 x 800 x 3,39)]
Code 401 : -
Code 426 : 3.480 EUR [ 8.000 - (800 x 5/3 x 3,39)]
Voor aj. 2005 moet eerst het onroerend inkomen bepaald worden volgens het vermogensrecht (art. 127, 3° en 4°, WIB 92).
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
Vervolgens wordt in hoofde van Myriam echter de huurherkwalificatie toegepast, op basis van de in haren hoofde in aanmerking te nemen onroerende inkomsten (zijnde een KI van 500 EUR en een bruto huur van 5.000 EUR).
De huurherkwalificatie bedraagt aldus 2.125,00 EUR [5.000 - (500 x 5/3 x 3,45)].
De aangifte wordt als volgt ingevuld :
| Onroerende inkomsten | 1109 | 500,00 | 2109 | 500,00 |
| 1110 | 5.000,00 | 2110 | 2.875,00 | |
| Bezoldigingen bedrijfsleider | 2401 | 2.125,00 |
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
Overeenkomstig art. 127, WIB 92 dient Dirk een KI van 200,00 EUR aan te geven en een brutohuur van 2.000,00 EUR. Myriam dient een KI van 800,00 EUR aan te geven en in principe een bruto huur van 8.000,00 EUR.
Vervolgens wordt in hoofde van Myriam echter de huurherkwalificatie toegepast, op basis van de in haren hoofde in aanmerking te nemen onroerende inkomsten (zijnde een KI van 800 EUR en een bruto huur van 8.000 EUR).
De huurherkwalificatie bedraagt aldus 3.400,00 EUR [8.000 - (800 x 5/3 x 3,45)].
De aangifte dient als volgt ingevuld te worden :
| Onroerende inkomsten | 1109 | 200,00 | 2109 | 800,00 |
| 1110 | 2.000,00 | 2110 | 4.600,00 | |
| Bezoldigingen bedrijfsleider | 2401 | 3.400,00 |
Aj. 2004
| Bruto huur | 6.520,00 |
| - 40 % (= 2.608,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 1.000 x 3,39 = 2.260,00 EUR, moet dit laatste bedrag in aanmerking worden genomen. | - 2.260,00 |
| Netto huurprijs | 4.260,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 1.000 x 1,3391= 1.339,10, afgerond tot 1.339 EUR x 1,4 = 1.874,60 EUR |
| Dirk | Myriam | ||
| Bruto huur | 2.000,00 | Bruto huur | 4.520,00 |
| - 40 % (800,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 200 x 3,39 = 452,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 452,00 | - 40% (1.808,00) Dit bedrag is gelijk aan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 800 x 3,39 = 1.808,00 EUR. | - 1.808,00 |
| Netto huurprijs | 1.548,00 | Netto huurprijs | 2.712,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 200 x 1,3391 = 267,82, afgerond 268 EUR x 1,4 = 375,2 EUR | Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 800 x 1,3391 = 1.071,28, afgerond 1.071 EUR x 1,4 = 1.499,40 EUR | ||
Totaal beroepsinkomen (voor beroepskosten) : 3.480,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) : 4.260,00 EUR
Totaal inkomen : 7.740 EUR
Aj. 2005
- Indien gehuwd onder het wettelijk stelsel :
| Dirk | Myriam | ||
| Bruto huur | 5.000,00 | Bruto huur | 2.875,00 |
| - 40 % (2.000,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 500 x 3,45 = 1.150,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 1.150,00 | - 40 % (1.150,00) Dit bedrag is gelijk aan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 500 x 3,45 = 1.150,00 EUR. | - 1.150,00 |
| Netto huurprijs | 3.850,00 | Netto huurprijs | 1.725,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 500 x 1,3604 = 680,20, afgerond 680 EUR x 1,4 = 952 EUR | Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 500 x 1,3604 = 680,20, afgerond 680 EUR x 1,4 = 952 EUR | ||
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek kosten) = 2.125,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) = 5.575,00 EUR
Totaal inkomen = 7.700,00 EUR
- Indien gehuwd met scheiding van goederen :
| Dirk | Myriam | ||
| Bruto huur | 2.000,00 | Bruto huur | 4.600,00 |
| - 40 % (800,00) Daar dit bedrag hoger is dan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 200 x 3,45 = 460,00 EUR, moet dit laatste in aanmerking worden genomen | - 460,00 | - 40 % (1.840,00) Dit bedrag is gelijk aan 2/3 van het gerevaloriseerd KI, nl. 2/3 x 800 x 3,45 = 1.840,00 EUR | - 1.840,00 |
| Netto huurprijs | 1.540,00 | Netto huurprijs | 2.760,00 |
| Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40 %, nl. 200 x 1,3604 = 272,08, afgerond 272 EUR x 1,4 = 380,8 EUR | Deze netto huurprijs wordt in aanmerking genomen aangezien hij meer bedraagt dan het geïndexeerde KI verhoogd met 40%, nl. 800 x 1,3604 = 1.088,32, afgerond 1.088 EUR x 1,4 = 1.523,20 EUR | ||
Totaal beroepsinkomen (voor aftrek kosten) = 3.400,00 EUR
Totaal onroerend inkomen (voor interestaftrek) = 4.300,00 EUR
Totaal inkomen = 7.700,00 EUR
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
S. QUINTENS
Bron: FisconetPlus
