Circulaire AAFisc Nr. 20/2015 (nr. Ci.700.797) d.d. 29.05.2015

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting

Aangifte in de PB

Wijziging van de aangifte

Aangifteformulier

Invulling van de aangifte

Wijzigingen aan de aangifte in de PB aj. 2015.

1. Het formaat van de aangifte in de PB (nr. 276.1) van aj. 2015 (inkomsten van het jaar 2014), bestaande uit de aan de administratie terug te bezorgen eigenlijke "Aangifte in de personenbelasting" en de door de belastingplichtige te bewaren "Voorbereiding van de aangifte" is ongewijzigd.

Wat het aantal blz. betreft, is de eigenlijke aangifte ongewijzigd gebleven. Als gevolg van een aantal nieuwe maatregelen die hierna worden besproken, is deel 1 van de voorbereiding van 12 op 14 blz. gebracht, terwijl het aantal blz. van deel 2 ongewijzigd is gebleven.

2. Met de Zesde Staatshervorming zijn de fiscale bevoegdheden van de gewesten uitgebreid. Zo zijn de gewesten vanaf aj. 2015 exclusief bevoegd voor de belastingverminderingen en -kredieten m.b.t. uitgaven voor het verwerven of behouden van de "eigen woning" (1), voor de beveiliging van woningen tegen inbraak of brand, voor het onderhoud en de restauratie van beschermde monumenten en landschappen, voor prestaties betaald met PWA-cheques en dienstencheques (andere dan sociale dienstencheques), voor de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid, voor de vernieuwing van woningen die tegen een redelijke huurprijs worden verhuurd en energiebesparende uitgaven in een woning (met uitzondering van de interesten van de zgn. "groene" leningen, bedoeld in art. 2, Economische herstelwet 27.03.2009 – BS 07.04.2009) (cf. art. 5/5, § 4, eerste lid, BFW 16.01.1989, ingevoegd door art. 11, BW 06.01.2014). In de voorbereiding van de aangifte van aj. 2015 is een visueel onderscheid ingevoerd tussen de codes die betrekking hebben op federale bevoegdheden, die bij voortduur met 1 of 2 beginnen, en de codes die betrekking hebben op gewestelijke bevoegdheden, die beginnen met 3 of 4.

(1) Het begrip "eigen woning" wordt gedefinieerd in art. 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, Bijzondere W 16.01.1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en Gewesten, hierna BFW 16.01.1989 genoemd, ingevoegd door art. 11, Bijzondere W 06.01.2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden - BS 31.01.2014 -, hierna BW 06.01.2014 genoemd.

3. De meeste van de in de voorbereiding en de toelichting vermelde bedragen zijn geïndexeerd (overeenkomstig art. 178, § 2; § 3, eerste lid, 2°; § 4 of § 6, WIB 92). Dat is evenwel niet het geval voor de bedragen van de vrijgestelde eerste schijven van bepaalde inkomsten van kapitalen (de eerste schijf van 1.250 euro (vóór indexering) van de inkomsten van gereglementeerde spaardeposito’s, de eerste schijf van 125 euro (vóór indexering) van de dividenden van erkende CV en de eerste schijf van 125 euro (vóór indexering) van de interesten of dividenden van erkende vennootschappen met een sociaal oogmerk) en voor de bedragen die verband houden met de federale belastingverminderingen (met uitzondering van het in art. 145^3, derde lid, WIB 92 bedoelde maximumbedrag van de persoonlijke bijdragen en premies voor de individuele voortzetting van een pensioentoezegging en het in art. 145^34, tweede lid, 1°, WIB 92 bedoelde minimumbedrag van de bezoldigingen van een huisbediende), waarvoor de indexering voor de aj. 2015 tot 2018 is bevroren op de geïndexeerde bedragen die golden voor aj. 2014 (cf. art. 178, § 3, tweede lid; 535, tweede lid en 539, § 3, WIB 92, ingevoegd, respectievelijk gewijzigd door de art. 6, 12 en 13, Programmawet 19.12.2014 - BS 29.12.2014).

4. Daarnaast is de voorbereiding van aj. 2015 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd:

a) vak III: drie wijzigingen, nl.:

- schrapping van alle rubrieken die betrekking hadden op het onroerend inkomen van de "eigen woning", als gevolg van de volledige vrijstelling van dat inkomen (cf. art. 12, § 3, en 526, § 1, WIB 92, zoals vervangen door art. 11, respectievelijk 101, W 08.05.2014 tot wijziging van het WIB 92 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de BFW 16.01.1989, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de W 06.01.2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in art. 78 van de Grondwet - BS 28.05.2014);

- schrapping van de rubrieken voor het vermelden van het maximale aantal kinderen dat op 1 januari van enig vorig jaar ten laste was van de belastingplichtige en met hem samenwoonde in zijn eigen woning, als gevolg van de volledige opheffing van de woningaftrek (cf. art. 518 en 526, § 1, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 100 en 101, W 08.05.2014);

- schrapping van de rubriek van de betaalde erfpacht- of opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen ingevolge de overheveling van die rubriek naar vak IX (rubrieken B, 6 en C, 6);

b) vak IV, A en vak X, F, 2:overheveling van de rubriek voor het vermelden van de terugname van de belastingvermindering voor werkgeversaandelen van vak IV, A naar vak X, F, 2 doordat bij vroegtijdige overdracht van de aandelen de voorheen verkregen belastingvermindering niet langer (gedeeltelijk) wordt teruggenomen onder de vorm van een belastbare bezoldiging, maar onder de vorm van een federale belastingvermeerdering (cf. art. 31, derde lid, WIB 92, opgeheven door art. 14, W 08.05.2014, en art. 145^7, § 2, WIB 92, ingevoegd door art. 28, W 08.05.2014);

c) vak IV, G, 1:uitsplitsing van de rubriek voor het vermelden van het totale aantal werkelijk gepresteerde overuren in 2 subrubrieken: één voor de overuren die in aanmerking komen voor de begrenzing tot 130 uren en één voor de overuren die in aanmerking komen voor de begrenzing tot 180 uren, ingevolge de optrekking van het aantal overuren dat voor belastingvermindering in aanmerking komt, van 130 naar 180 uren voor werknemers in de horeca- (vanaf 01.01.2014) en in de bouwsector (vanaf 01.04.2014) op voorwaarde dat hun werkgevers gebruik maken van een geregistreerd kassasysteem, respectievelijk een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem (cf. art. 154bis, derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 50, Programmawet (I) 26.12.2013 – BS 31.12.2013);

d) vak IV, K en vak XVII, 16:uitsplitsing van de rubrieken voor het vermelden van de werkbonus in twee subrubrieken: één voor de werkbonus toegekend van 1.1 tot 31.03.2014 en één voor de werkbonus toegekend van 1.4 tot 31.12.2014, als gevolg van de verhoging, vanaf 01.04.2014, enerzijds, van het berekeningspercentage van het belastingkrediet voor de werkbonus van 8,95% naar 14,40% (cf. art. 289ter/1, tweede lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 54, Programmawet (I) 26.12.2013) en, anderzijds, van het maximumbedrag van datzelfde belastingkrediet van 130 euro naar 200 euro (vóór indexering) (cf. art. 289ter/1, derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 9, A, W 15.05.2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance - BS 22.05.2014);

e) vak VII, A, 1, b; 2, a, 2°; 2, b, 2° en 2, d, 2°: inlassing van rubrieken voor het vermelden van inkomsten van kapitalen die belastbaar zijn tegen 20%, ingevolge de invoering van die verlaagde aanslagvoet voor dividenden bedoeld in art. 269, § 2, WIB 92 die zijn verleend of toegekend uit de winstverdeling van het tweede boekjaar na dat van de (vanaf 01.07.2013 gedane) inbreng (cf. art. 171, 3°sexies, WIB 92, ingevoegd door art. 3, b, Programmawet 28.06.2013 - BS 01.07.2013);

f) vak IX: volledige herwerking van het vak als gevolg van:

- de invoering van een aantal gewestelijke belastingverminderingen voor uitgaven die betrekking hebben op de woning die op het tijdstip van de betaling de "eigen woning" is (cf. art. 145^37 tot 145^46, WIB 92, ingevoegd door art. 44 tot 53, W 08.05.2014);

- de omvorming van de aftrek voor enige woning en de bijkomende interestaftrek in federale belastingverminderingen als de uitgaven betrekking hebben op een woning die op het tijdstip van de betaling niet de "eigen woning" is; die federale belastingverminderingen en de federale vermindering voor het bouwsparen worden bovendien beperkt tot de uitgaven die betrekking hebben op hypothecaire leningen die uiterlijk op 31.12.2013 zijn aangegaan (cf. art. 104 en 105, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 20 en 21, W 08.05.2014; art. 115 en 116, WIB 92, opgeheven door art. 22, W 08.05.2014; art. 526, §§ 1 tot 3, WIB 92, zoals vervangen door art. 101, 1°, W 08.05.2014; en art. 539, WIB 92, ingevoegd door art. 105, W 08.05.2014);

- de overheveling van de rubriek van de betaalde erfpacht- of opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen van vak III naar vak IX (rubrieken B, 6 en C, 6);

na de herwerking is vak IX onderverdeeld in drie hoofdrubrieken, nl.:

- rubriek A, voor de interesten van leningen gesloten van 2009 tot 2011 ter financiering van energiebesparende uitgaven (de zgn. "groene" leningen);

- rubriek B, voor de uitgaven m.b.t. de "eigen woning", die in aanmerking komen voor een gewestelijke belastingvermindering;

- rubriek C, voor de uitgaven die geen betrekking hebben op de "eigen woning", die in aanmerking komen voor een federaal belastingvoordeel;

(voor de wijzigingen van de belastingvoordelen voor hypothecaire leningen voor het verwerven of behouden van een woning en de individuele levensverzekeringen die dergelijke leningen waarborgen ingevolge de uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten in het kader van de Zesde Staatshervorming en de W 08.05.2014, zie ook circ. Ci.RH.331/633.998 van 03.02.2015);

g) vak X, G en H:in de rubrieken van de betalingen voor PWA-cheques en dienstencheques zijn de subrubrieken geschrapt die voor aj. 2014 werden gecreëerd om rekening te houden met de verlaging van het maximumbedrag van de uitgaven dat voor belastingvermindering in aanmerking kwam, van 1.810 euro naar 920 euro per jaar (vóór indexering); voor aj. 2015 bestaat alleen nog het maximumbedrag van 920 euro (vóór indexering);

h) vak X en vak XI: overheveling van de rubriek voor het vermelden van de bedragen die in het kader van een Winwinlening zijn uitgeleend of ter beschikking gesteld, van vak X ("Uitgaven die recht geven op belastingverminderingen") naar een nieuw vak XI ("Bedragen die in aanmerking komen voor een belastingkrediet voor Winwinleningen"), ingevolge de vervanging van de notie "belastingvermindering" door de notie "belastingkrediet" (cf. art. 8 en 9, D 19.05.2006 van het Vlaamse Gewest betreffende de Winwinlening, zoals gewijzigd door art. 15 en 16, D 19.12.2014 van het Vlaamse Gewest houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 - BS 03.02.2015);

i) vak X, J: twee wijzigingen, nl.:

- tekstaanpassing en invoeging van een nieuwe subrubriek voor het vermelden van de "Vermindering voor in 2014 betaalde uitgaven voor dakisolatie" ingevolge de vervanging van federale belastingvermindering voor de uitgaven voor dakisolatie door een nieuwe gewestelijke belastingvermindering (cf. art. 145^24, § 1, WIB 92, zoals vervangen door art. 30, W 08.05.2014 en art. 145^47, WIB 92, ingevoegd door art. 55, W 08.05.2014);

- schrapping van de rubriek van de overgedragen verminderingen voor in 2010 betaalde uitgaven ingevolge de geleidelijke uitdoving van de overdraagbaarheid van de (federale) belastingverminderingen voor energiebesparende uitgaven (voor aj. 2015 blijven de rubrieken van de overgedragen verminderingen voor in 2011 en 2012 betaalde uitgaven wel nog behouden) (cf. art. 145^24, § 1, WIB 92, zoals vervangen door art. 30, W 08.05.2014);

j) vak XIV, A: inlassing van een clausule waarmee de belastingplichtige kan bevestigen dat de wettelijk bepaalde gegevens m.b.t. de in zijn aangifte vermelde rekeningen in het buitenland, bij het centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank van België zijn gemeld (cf. art. 307, § 1, tweede lid, WIB 92, gewijzigd door art. 175, W 25.04.2014 - BS 07.05.2014 - en KB 03.04.2015 tot wijziging van het KB 17.07.2013 betreffende de werking van het centraal aanspreekpunt bedoeld in het art. 322, § 3, WIB 92 - BS 13.04.2015);

k) vak XVI, A, 1: schrapping van de rubriek van de loten van Belgische overheidsfondsen als gevolg van het vervallen van de laatste lotenlening uitgegeven door een Belgische overheid, in 2013;

l) vak XVI, A, 2: schrapping van de rubriek van de concessie van het recht om zend- en ontvangstapparaten voor mobiele telefonie te installeren ingevolge het arrest van het Grondwettelijk Hof, nr. 93/2014 van 19.06.2014 (BS 10.07.2014), dat de wettelijke kwalificatie van de inkomsten uit dergelijke concessies als diverse inkomsten heeft vernietigd (met dien verstande dat het Hof, om rechtsonzekerheid te vermijden, heeft beslist om de gevolgen van de vernietigde bepalingen te handhaven voor inkomsten van de jaren 2012 en 2013) (zie ook circ. Ci.RH.241/633.888 van 02.10.2014);

m) vak XVI, B, 1: in de rubriek van de winst of baten uit toevallige of occasionele prestaties, verrichtingen, speculaties of diensten zijn het brutobedrag en de kosten verdeeld over 2 nieuwe subrubrieken, nl. "meerwaarden op roerende waarden en titels (andere dan bedoeld in 6 en 7 hierna)"en "andere", als gevolg van de invoering van een gewestelijke aanvullende belasting op de PB, waarbij de gewesten opcentiemen kunnen heffen op de gereduceerde belasting Staat, zijnde de belasting Staat verminderd met een bedrag gelijk aan de belasting Staat vermenigvuldigd met de autonomiefactor; aangezien de belasting die betrekking heeft op meerwaarden op roerende waarden en titelsgeen deel uitmaakt van de belasting Staat en de belasting die betrekking heeft op de andere winst of baten uit toevallige of occasionele prestaties, verrichtingen, speculaties of diensten wel, was het noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen die twee categorieën van inkomsten (cf. art. 5/1 en 5/2, BFW 16.01.1989, ingevoegd door de art. 7 en 8, BW 06.01.2014);

n) vak XX, 4:samenvoeging van de subrubrieken voor het vermelden van de overdrachten van het in art. 289bis, WIB 92 bedoelde belastingkrediet betreffende de vorige drie aj., als gevolg van de invoering van de terugbetaalbaarheid van dat belastingkrediet (cf. art. 90, derde lid, W 08.05.2014 en art. 304, § 2, eerste lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 91, W 08.05.2014).

5. In de toelichting zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een rode verticale stippellijn gemerkt; ze hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.

Daarnaast wordt de aandacht nog gevestigd op de volgende punten:

a) vak III, A, Inleidende opmerkingen: tekstaanpassingen ingevolge de wetswijziging waardoor bij de vaststelling of wijziging van het KI of bij de wijziging van de bestemming van een onroerend goed, het KI wordt uitgedrukt in dagen in plaats van maanden (cf. art. 9, tweede lid, WIB 92, gewijzigd door art. 10, 2°, W 08.05.2014);

b) vak III, A, Inleidende opmerkingen, Verbouwing of voltooiing van een gebouw gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid en Verbouwing of voltooiing van een sedert ten minste 15 jaar in gebruik genomen woning die via een sociaal verhuurkantoor wordt verhuurd: tekstaanpassingen ingevolge de wetswijziging waardoor het uitstel van de verhoging van het KI met 6 of 9 jaar in geval van verbouwing of voltooiing van bovenvermelde onroerende goederen, is beperkt tot de werken die uiterlijk op 31.12.2013 waren voltooid (cf. art. 494, § 6, tweede lid, 2°, ingevoegd door art. 97, 3°, W 08.05.2014);

c) vak IV, A, 1, b: wijziging van het grensbedrag voor de berekening van de BV op het door de verlofkassen betaalde vakantiegeld (cf. nr. 2.21 van Bijlage III van het KB/WIB 92, zoals vervangen door de bijlage bij KB 15.12.2013 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de BV – BS 18.12.2013);

d) vak IV, A, 3 en 19 en vak XVII, 2 en 11:aanpassingen als gevolg van twee wijzigingen, nl.:

- de verhoging van het maximumbedrag (van 425 euro naar 850 euro (vóór indexering) per beëindiging van een arbeidsovereenkomst en per belastbaar tijdperk) van de vrijstelling van de bezoldigingen voor gepresteerde opzegtermijn en de opzeggings- en inschakelingsvergoedingen, die vanaf 01.01.2014 zijn verkregen i.v.m. opzeggingen die door de werkgever vanaf 01.01.2014 ter kennis zijn gebracht (cf. art. 38, § 1, eerste lid, 27°, WIB 92, zoals het is gewijzigd door art. 2, B, W 19.06.2011 tot wijziging van het WIB 92 wat de werkbonus en de opzeggingsvergoeding betreft - BS 28.06.2011 - en zoals het van toepassing blijft overeenkomstig art. 538, WIB 92, ingevoegd door art. 103, W 26.12.2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen – BS 31.12.2013);

- de opheffing van bovenvermelde vrijstelling vanaf 01.01.2014 (cf. art. 100, 1° en 2°, en 110, van voormelde W 26.12.2013), behalve voor ontslagen die ter kennis gebracht zijn vóór 01.01.2014 en voor ontslagen die ter kennis gebracht zijn vanaf 01.01.2014 aan werknemers die het voorwerp uitmaken van een ontwerp van collectief ontslag dat uiterlijk op 31.12.2013 is betekend en die onder het toepassingsgebied vallen van een CAO die de gevolgen van het collectief ontslag omkadert en uiterlijk op 31.12.2013 is neergelegd (cf. voormeld art. 538, WIB 92);

e) vak VII, A, 2, a, b en d: tekstaanpassingen ingevolge de opheffing vanaf 01.10.2014 van de aanslagvoet van 10% voor liquidatieboni die bij de gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap overeenkomstig art. 187 of 209, WIB 92 als dividenden worden aangemerkt (cf. art. 171, 2°, f, WIB 92, opgeheven door art. 3, a, Programmawet 28.06.2013);

f) vak VII, A, 2, d: tekstaanpassing ingevolge de uitbreiding van de aanslagvoet van 15%, die onder bepaalde voorwaarden van toepassing is op de dividenden van vastgoedbevaks, tot de dividenden van gereglementeerde vastgoedvennootschappen (onder dezelfde voorwaarden) (cf. art. 2, § 1, 5°, g, en 171, 3°quater, WIB 92, zoals ingevoegd respectievelijk vervangen door art. 83 en 85, W 12.05.2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen – BS 30.06.2014);

g) vak X, E: tekstaanpassing doordat het maximumbedrag van de betalingen voor het pensioensparen dat voor aj. 2015 voor belastingvermindering in aanmerking komt (940 euro, na indexering – zie ook nr. 3 hiervoor) niet overeenstemt met het maximumbedrag dat de instellingen en ondernemingen in 2014 in ontvangst mochten nemen (950 euro) (cf. art. 15, Programmawet 19.12.2014);

h) vak X, I: inlassing van de opmerking dat een belastingplichtige slechts aanspraak kan maken op de (Vlaamse) belastingvermindering voor renovatieovereenkomsten als zijn woonplaats op 01.01.2015 in het Vlaamse Gewest gevestigd was (cf. art. 5/1, §§ 1 en 2, BFW 16.01.1989, ingevoegd door art. 7, BW 06.01.2014);

i) vak X, K: inlassing van de administratieve tolerantie dat de belastingvermindering voor lage energiewoningen, passiefwoningen en nulenergiewoningen ook wordt verleend aan belastingplichtigen die beschikken over een uiterlijk op 31.12.2011 uitgereikt certificaat waaruit blijkt dat hun woning als een lage energiewoning, passiefwoning of nulenergiewoning kan worden aangemerkt of over een certificaat dat van 1.1 tot 29.02.2012 is uitgereikt op voorwaarde dat de aanvraag uiterlijk op 31.12.2011 bij een erkende instelling of bevoegde administratie was ingediend (cf. circ. Ci.RH.331/633.885 van 02.12.2014);

j) vak XI, 1: schrapping van de voorwaarde dat de woonplaats van de belastingplichtige op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de Winwinlening is gesloten, in het Vlaamse Gewest gevestigd moet zijn; vanaf aj. 2015 volstaat het dat de woonplaats van de belastingplichtige in het Vlaamse Gewest gevestigd is op 1 januari van het aj. (cf. art. 8, § 1, D 19.05.2006 van het Vlaamse Gewest betreffende de Winwinlening, zoals gewijzigd door art. 15, 4° en 5°, D 19.12.2014 van het Vlaamse Gewest houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014);

k) vak XVI, B, 4 en 5: tekstaanpassingen ingevolge de wijziging van de art. 93, 3° en 93bis, 2°, WIB 92 door de art. 211 en 212, W 17.03.2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid (BS 14.06.2013), waardoor de in art. 90, 8° en 10°, WIB 92 bedoelde meerwaarden vanaf 01.06.2014 inzonderheid niet belastbaar zijn indien ze zijn vastgesteld ter gelegenheid van een overdracht onder bezwarende titel van (ongebouwde of gebouwde) onroerende goederen die toebehoren aan al dan niet ontvoogde minderjarigen ingeval een gerechtelijke instantie daartoe machtiging heeft gegeven of aan personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X van het Gerechtelijk Wetboek, krachtens een bijzondere machtiging van de vrederechter;

l) vak XVII, 4:aanpassing van de revalorisatiecoëfficiënt die geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten dat overeenkomstig art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92, als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden aangemerkt; voor aj. 2015 bedraagt die coëfficiënt 4,23 (cf. art. 1, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 1, KB 19.05.2014 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens - BS 26.05.2014);

m) vak XVIII, Voorafgaande opmerkingen, Belastingplichtigen uit de landbouwsector en 6: schrapping van de woorden "tijdens de jaren 2008 tot 2014 (betaalde)" ingevolge de invoering van art. 38, § 1, eerste lid, 28°, en 171, 4°bis, WIB 92 door art. 51, 1°, en 52, 2°, Programmawet 19.12.2014, waardoor de volgende maatregelen een permanent karakter krijgen (voor de vanaf 2015 betaalde bedragen):

- de vrijstelling van de kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen in het raam van de steun aan de landbouw worden betaald aan landbouwers om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen (cf. art. 137, § 1, Programmawet 23.12.2009 (zoals laatst gewijzigd door art. 56, W 30.07.2013 houdende diverse bepalingen), wat de van 2008 tot 2014 betaalde subsidies betreft);

- de belastbaarheid tegen de aanslagvoet van 12,5% van de zoogkoeienpremies en premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechten ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector (cf. art. 138, eerste lid, Programmawet 23.12.2009 (zoals laatst gewijzigd door art. 57, W 30.07.2013 houdende diverse bepalingen), wat de van 2008 tot 2014 betaalde premies betreft);

n) vak XVIII, 12 en vak XIX, 12: verhoging, van 20% naar 40%, van het percentage van de betaalde bezoldigingen van tewerkgestelde stagiairs ten belope waarvan de werkgever recht heeft op de vrijstelling voor tewerkstelling van stagiairs (cf. art. 67bis, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 49, Programmawet (I) 26.12.2013);

o) vak XVIII, 13 en vak XIX, 13:wijziging van de percentages van de investeringsaftrek (cf. Bericht in verband met de investeringsaftrek - BS 26.03.2014);

p) vak XVIII, 13: tekstaanpassing ingevolge de uitdoving van de verhoogde investeringsaftrek voor de van 2010 tot 2012 gedane investeringen in oplaadstations voor elektrische voertuigen (cf. art. 69, § 1, eerste lid, 2°, e, WIB 92, ingevoegd door art. 118, Programmawet 23.12.2009 – BS 30.12.2009).

Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

J.-P. VANHOUBROECK
Adviseur – Directeur