Circulaire nr. Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) dd. 20.02.2003
Circulaire nr. Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) dd. 20.02.2003
Bull. nr. 835, pag. 610-631
ENERGIEBESPARENDE UITGAVE
Vermindering voor energiebesparende uitgaven
PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
VERMINDERING VOOR ENERGIEBESPARENDE UITGAVEN
Toepassingsvoorwaarden van de vermindering voor energiebesparende uitgaven
Hervormingswet PB van 10.08.2001. Belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning.
Addendum: zie circulaire Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) dd. 19.05.2004
INHOUDSTAFEL
Aan alle ambtenaren
1. Om de fiscaliteit ecologischer te maken, heeft artikel 33 van de wet van 10 augustus 2001 houdende de hervorming van de personenbelasting (BS van 20.9.2001) het WIB 92 aangepast door een specifieke vermindering in te voeren voor bepaalde energiebesparende uitgaven in een woning.
Bij koninklijk besluit van 20 december 2002 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning (BS 28.12.2002 - 2de uitgave), bepaalt de Koning de voorwaarden waaraan de werken met betrekking tot de bedoelde uitgaven, moeten voldoen.
II. WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE BEPALINGEN
2. Wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting (W 10.8.2001)
Art. 33
A. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling IIquinquies ingevoegd die luidt als volgt :
"Onderafdeling IIquinquies. Vermindering voor energiebesparende uitgaven
Art. 145^24. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energieverbruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is :
1° uitgaven voor de vervanging van oude stookketels;
2° uitgaven voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;
3° uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;
4° uitgaven voor de plaatsing van dubbele beglazing;
5° uitgaven voor de isolatie van daken;
6° uitgaven voor de plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling;
7° uitgaven voor een energie-audit van de woning.
De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die :
a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek.
De belastingvermindering is gelijk aan het volgende percentage van de werkelijke gedane uitgaven :
a) 15 % voor de in het eerste lid, 1° tot 3°, genoemde uitgaven;
b) 40 % voor de in het eerste lid, 4° tot 7°, genoemde uitgaven.
Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 500 EUR per woning bedragen.
Het in het vorige lid bedoelde bedrag kan door de Koning worden verhoogd tot 1.000 EUR bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Wanneer een aanslag wordt gevestigd overeenkomstig artikel 126, §§ 1 en 2, wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken zijn uitgevoerd.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen.".
B. In hetzelfde artikel worden de woorden "Wanneer een aanslag wordt gevestigd overeenkomstig artikel 126, §§ 1 en 2, " vervangen door de woorden "Bij een gemeenschappelijke aanslag".
3. Koninklijk besluit van 20 december 2002 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning.
Dit koninklijk besluit heeft in hoofdstuk I van het KB/WIB 92 een afdeling XXVsepties ingevoegd die luidt als volgt :
"Afdeling XXVsepties - Vermindering voor energiebesparende uitgaven (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 14524)
Art. 63^11
§ 1. De in artikel 145^24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 opgesomde uitgaven, worden slechts in aanmerking genomen voor de in dat artikel vermelde belastingvermindering indien de daarmee verband houdende werken voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° de werken die aan de basis liggen van de uitgaven bedoeld in artikel 14524, eerste lid, 1° tot 6°, van hetzelfde Wetboek, moeten worden uitgevoerd door een persoon die op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst voor de uit te voeren werken als aannemer geregistreerd is overeenkomstig artikel 401 van het genoemde Wetboek.
Wat de vervanging van oude stookketels betreft, komen enkel de volgende types van installatie in aanmerking :
- condenserende ketel;
- stookketel op hout;
- installatie met warmtepomp;
- installatie met een systeem van microwarmte-krachtkoppeling.
De hiervoren bedoelde aannemer waarborgt bovendien de gelijkvormigheid van de werken op de grondslag van de elementen die in bijlage IIbis zijn opgenomen.
Te dien einde moet de door de geregistreerde aannemer uitgereikte factuur of de bijlage ervan :
a) de woning aangeven waar de werken worden uitgevoerd;
b) desnoods, de verdeling van de kosten van de werken volgens hun aard opgeven tussen :
- de werken die zijn vermeld in artikel 14524, eerste lid, 1° tot 3°, van het genoemde Wetboek;
- de werken die zijn vermeld in artikel 14524, eerste lid, 4° tot 6°, van hetzelfde Wetboek en
- de andere werken;
c) de volgende formule bevatten :
"Verklaring met toepassing van artikel 6311 van het KB/WIB 92 betreffende de uitgevoerde werken die zijn bedoeld in artikel 14524 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Ik, ondergetekende …, bevestig dat :
- … (per maatregel de vermeldingen overnemen die worden opgelegd door bijlage IIbis van het KB/WIB 92)
- ….
…. (datum)
…. (naam)
…. (handtekening).";
2° de werkzaamheden die aan de basis liggen van de uitgaven voor een energie-audit van de woning bedoeld in artikel 14524, eerste lid, 7°, van hetzelfde Wetboek, moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke wetgeving.
§ 2. De belastingplichtige die het voordeel vermeld in artikel 14524 van het genoemde Wetboek aanvraagt, moet bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen van het betrokken belastbare tijdperk het origineel of een door hem eensluidend verklaarde fotokopie toevoegen van :
- de facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de uitgaven die zijn vermeld in artikel 14524, eerste lid, van hetzelfde Wetboek;
- het betalingsbewijs van de bedragen die voorkomen op die facturen".
Deze bepaling treedt in werking vanaf aanslagjaar 2004.
Voor de aanslagjaren 2004 tot 2007 komen de lage temperatuurketels eveneens in aanmerking voor de vervanging van oude stookketels die is bedoeld in artikel 6311, § 1, 1°, tweede lid, van het KB/WIB 92, voor zover aan de andere voorwaarden van dat artikel is voldaan.
4. Bijlage bij het koninklijk besluit van 20 december 2002
Bijlage II bis van het KB/WIB 92
"Verplichte vermeldingen die moeten voorkomen op de factuur betreffende de uitgaven die in artikel 14524 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 opgesomd zijn met het oog op een rationeler energiegebruik in een woning (KB/WIB 92, artikel 6311).
Maatregel 1 : Vervanging van oude stookketels
A. Met betrekking tot de oude stookketels : de geregistreerde aannemer bevestigt dat hij de oude stookketel vervangt en vermeldt de beschikbare kenmerken van de oude stookketel (merk, type en serienummer van het toestel).
B. Met betrekking tot de nieuwe vervangingsinstallaties : de geregistreerde aannemer bevestigt dat op de nieuwe installaties bedoeld in artikel 6311, § 1, 1°, tweede lid, KB/WIB 92 het EG-kenmerk is aangebracht en dat zij in overeenstemming zijn met het koninklijk besluit van 18 maart 1997 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale verwarmingsketels.
Bovendien bevestigt hij dat de schoorsteen in overeenstemming is met het nieuwe systeem van de verwarming.
Voor de stookketels op hout bevestigt de geregistreerde aannemer dat :
- deze stookketels beantwoorden aan de Europese norm EN 12809;
- zij automatisch worden geladen en uitsluitend hout, niet behandeld samengedrukt hout of turf als brandstof gebruiken;
- het rendement van de ketel bij nominaal nuttig vermogen ten minste 60 % bedraagt in overeenstemming met de rendementseisen die zijn opgenomen in de norm EN 303-5.
Voor de warmtepompen bevestigt de geregistreerde aannemer dat de globale prestatiecoëfficiënt hoger is dan of gelijk is aan 3.
Maatregel 2 : Installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie
De geregistreerde aannemer bevestigt dat :
- de oriëntatie van de panelen tussen het oosten en het westen ligt via het zuiden;
- de hellingshoek van de vaste panelen tussen 0 en 60° ten opzichte van de horizon ligt;
- de aangewende techniek toelaat om een eventueel probleem van legionellose te vermijden.
Maatregel 3 : Plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie
De geregistreerde aannemer bevestigt dat :
a) de kenmerken van de modules beantwoorden aan de volgende vereisten :
- voor "kristallijne modellen", wordt de norm IEC 61215 vereist, alsook een minimum rendement van 12 %;
- voor de "dunne-filmmodules" wordt de norm IEC 61646 vereist, alsook een minimum rendement van 7 %;
b) het minimum rendement voor de omvormers hoger ligt dan 88 % voor de autonome systemen en 91 % voor de netgekoppelde systemen;
c) de oriëntatie van de panelen tussen het oosten en het westen ligt via het zuiden en dat de hellingshoek van de vaste panelen tussen 0 en 60° ten opzichte van de horizon ligt.
Maatregel 4 : Plaatsing van dubbele beglazing
De geregistreerde aannemer bevestigt dat de globale geleidingscoëfficiënt U van het venster (raamwerk + beglazing), berekend volgens de vereenvoudigde formules van de geldende norm (NBN B 62), lager ligt dan of gelijk is aan 2,0 watt per vierkante meter Kelvin.
Maatregel 5 : Isolatie van daken
De geregistreerde aannemer bevestigt dat het gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt.
Maatregel 6 : Plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling.
De geregistreerde aannemer bevestigt dat hij thermostatische kranen of een kloktermostaat, eventueel met inbegrip van een externe sonde, heeft geplaatst met het oog op de warmteregeling van een installatie van centrale verwarming.
Wanneer in de woning noch thermostatische kranen noch een warmteregeling aanwezig zijn, bevestigt de geregistreerde aannemer, bij de plaatsing ervan, dat de twee soorten werken zijn uitgevoerd.".
III. BEDOELDE BELASTINGPLICHTIGEN
5.1. De belastingvermindering wordt verleend aan een belastingplichtige die welbepaalde uitgaven doet voor een rationeler energieverbruik in een woning waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.
5.2. Zijn bedoeld, de rijksinwoners (onderworpen aan de PB) alsook de niet-rijksinwoners (onderworpen en geregulariseerd in de BNI/nat.pers.), die behoren tot de volgende categorieën :
1. niet-rijksinwoners met tehuis in België : dat zijn de niet-rijksinwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden;
2. de met niet-rijksinwoners met tehuis in België gelijkgestelden : dat zijn de niet-rijksinwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden maar die tijdens dat tijdperk in België belastbare beroepsinkomsten hebben behaald in zoverre die inkomsten ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
5.3. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken zijn uitgevoerd.
Wanneer de bedoelde uitgaven zijn gedaan voor onroerende goederen waarvoor nog geen kadastraal inkomen werd vastgesteld (b.v. een onroerend goed in aanbouw of gelegen in het buitenland), vindt de omdeling plaats in functie van het aandeel van elk der echtgenoten in de eigendom van het desbetreffende onroerend goed.
5.4. Door de fasering van de bepalingen van de hervormingswet wordt de vermindering voor energiebesparende uitgaven vroeger ingevoerd dan de notie "gemeenschappelijke aanslag". In afwachting van de toepassing van deze notie (voor aanslagjaar 2005, inkomstenjaar 2004) verwijst de bedoelde bepaling naar de aanslag die wordt gevestigd overeenkomstig art. 126, §§ 1 en 2, WIB 92. Bij de invoering van notie "gemeenschappelijke aanslag" wordt de tekst dan definitief aangepast (art. 33, B, W. 10.8.2001).
6.1. Het moet gaan over een "woning" en niet over een gebouw van een andere aard.
Onder "woning" moet worden verstaan een gebouw (of een deel van een gebouw), zoals inzonderheid een eengezinswoning, een appartement, een studio, dat wegens zijn aard normaliter voor bewoning bestemd is of wordt gebruikt door een of meerdere personen.
Een pand waarin een handelszaak wordt uitgebaat, maar waarvan blijkt dat het nog steeds kan worden beschouwd als een gebouw dat door zijn aard normaal bestemd is om te worden bewoond, wordt beschouwd als een woning.
Zijn geen woningen in de zin van wat voorafgaat : de kamers in gemeenschappelijke gebouwen (kloosters, klinieken, hospitalen, weeshuizen, enz.) noch de kamers voor studenten of voor seizoenarbeiders.
De tweede verblijven worden hier in principe bedoeld.
6.2. Het is niet vereist dat de belastingplichtige de woning zelf betrekt. Die woning mag dus worden verhuurd aan een derde - ongeacht of deze laatste ze gebruikt voor privé- of beroepsdoeleinden - voor zover het onroerend goed (of een deel van het onroerend goed) de aard van een woning blijft behouden (b.v. een onroerend goed verhuurd aan een vennootschap om te worden bewoond door een bedrijfsleider; een "eengezins" woning die, zonder omvorming, door de huurder wordt gebruikt voor beroepsdoeleinden, enz.).
6.3. De energiebesparende uitgaven die betrekking hebben op het deel van de woning dat door de belastingplichtige-eigenaar wordt gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid worden uitgesloten van de belastingvermindering in de mate dat ze in aanmerking zijn genomen als beroepskosten, of voor de investeringsaftrek in de zin van art. 69 WIB 92.
6.4. Komen niet in aanmerking, de uitgaven :
- gedragen door een huurder voor een gehuurde woning;
- m.b.t. een onroerend goed (of een deel van het onroerend goed) dat door zijn aard uitsluitend een beroepskarakter heeft. (b.v. : een atelier, een winkel, enz.);
- die in aanmerking worden genomen als beroepskosten;
- die recht geven op de investeringsaftrek bedoeld in art. 69 WIB 92.
V. IN REKENING GENOMEN UITGAVEN
7.1. De belastingvermindering wordt verleend voor de uitgaven (gefactureerde bedragen BTW inbegrepen) die effectief door de belastingplichtige zijn betaald tijdens het belastbaar tijdperk en dit onafhankelijk van het ogenblik van uitvoering van de werken.
7.2. Aan het begrip "betalen" moet de betekenis worden gegeven die bepaald is in de artikelen 1235 tot 1248 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent in het bijzonder dat wanneer door de belastingplichtige een voorschot is gestort aan de aannemer, er een onderscheid moet worden gemaakt naargelang dit voorschot, op grond van de specifieke bepalingen van het aannemingscontract, al dan niet door de aannemer definitief is verworven. Het voorschot moet worden beschouwd als betaald op het moment dat het definitief verworven is door de aannemer.
7.3. Het feit dat deze uitgaven het voorwerp hebben uitgemaakt van een financiële tussenkomst (premie, subsidie, terugbetaling, …) eventueel van de Gewestelijke overheden, heeft geen enkele weerslag op de toepassing van de belastingvermindering.
7.4. Wanneer de werken zijn uitgevoerd in een appartementsgebouw door tussenkomst van de beheerder van het gebouw, zijn het de betalingen die door de beheerder werden gedaan die in aanmerking komen, zelfs wanneer deze werden gedaan door middel van een gemeenschappelijk fonds, gestijfd door bijdragen van de eigenaars.
8.1. De volgende werken komen in aanmerking voor de belastingvermindering :
1. De vervanging van oude stookketels
8.2. komen alleen in aanmerking :
a) Condenserende ketels;
b) Stookketels op hout, die :
- beantwoorden aan de Europese norm EN 12809;
- automatisch worden geladen en uitsluitend hout, niet behandeld samengedrukt hout of turf als brandstof gebruiken;
- waarvan het rendement van de ketel bij nominaal nuttig vermogen ten minste 60 % bedraagt in overeenstemming met de rendementseisen die zijn opgenomen in de norm EN 303-5;
a) Lage temperatuurketels (voor de aanslagjaren 2004 tot 2007 - uitgaven gedaan tijdens de jaren 2003 tot 2006) :
b) Installaties met warmtepomp waarvan de globale prestatiecoëfficiënt hoger is dan of gelijk is aan 3;
c) Installaties met een systeem van microwarmtekracht-koppeling.
De nieuwe installaties moeten voorzien zijn van het EG-kenmerk en moeten in overeenstemming zijn met het koninklijk besluit van 18 maart 1997 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale verwarmingsketels (BS van 20.6.1997).
Bovendien moet de schoorsteen in overeenstemming zijn met het nieuwe systeem van de verwarming.
2. De installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie
8.3.
- de oriëntatie van de panelen moet tussen het oosten en het westen liggen via het zuiden;
- de hellingshoek van de vaste panelen moet tussen 0 en 60° ten opzichte van de horizon liggen;
- de aangewende techniek moet toelaten om een eventueel probleem van legionellose te vermijden.
3. De plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie
8.4.
a) de kenmerken van de modules moeten aan de volgende vereisten beantwoorden :
- voor "kristallijne modellen", wordt de norm IEC 61215 vereist, alsook een minimum rendement van 12 %;
- voor de "dunne-filmmodules" wordt de norm IEC 61646 vereist, alsook een minimum rendement van 7 %;
b) het miniumum rendement voor de omvormers moet hoger liggen dan 88 % voor de autonome systemen en 91 % voor de netgekoppelde systemen;
c) de oriëntatie van de panelen moet tussen het oosten en het westen liggen via het zuiden en de hellingshoek van de vaste panelen tussen 0 en 60° ten opzichte van de horizon liggen.
4. De plaatsing van dubbele beglazing
8.5. De globale geleidingscoëfficiënt U van het venster (raamwerk + beglazing), berekend volgens de vereenvoudigde formules van de geldende norm (NBN B 62), moet lager liggen dan of gelijk zijn aan 2,0 watt per vierkante meter Kelvin.
De bedoelde plaatsing omvat voorkomend geval het geheel van het raam, het raamwerk inbegrepen. De plaatsing mag evenwel beperkt zijn tot de beglazing.
Een terrasdeur wordt gelijkgesteld met een raam.
5. De isolatie van daken
8.6. Het gebruikte isolatiemateriaal moet een thermische weerstand R hebben die gelijk is aan of groter is dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt.
6. De plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling (eventueel met inbegrip van een externe sonde)
8.7. Wanneer in de woning noch thermostatische kranen noch een warmteregeling aanwezig zijn, moet de aannemer deze twee soorten werken uitvoeren.
7. De energie- audit van de woning
8.8. Deze audit moet worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke wetgeving.
Aangezien de Gewesten op dit vlak nog geen maatregelen hebben uitgevaardigd, is thans geen belastingvermindering mogelijk voor een energie-audit. Het KB/WIB 92 zal worden aangevuld in functie van de evolutie op het gewestelijk niveau.
Opmerking
8.9. Voor de stookketels komt alleen een vervanging in aanmerking. Voor de andere werken komen zowel een plaatsing als een vervanging in aanmerking. Bijgevolg kunnen de voormelde werken - andere dan de vervanging van een oude stookketel - worden uitgevoerd in alle woningen, zelfs woningen in aanbouw.
9.1. De werken die aan de basis liggen van de uitgaven voor belastingvermindering moeten, behalve wat de energie-audit betreft, worden uitgevoerd door een persoon die, op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst voor de uit te voeren werken, geregistreerd is als aannemer overeenkomstig artikel 401 WIB 92.
De aannemer moet geregistreerd zijn op het ogenblik van het afsluiten van overeenkomst van uit te voeren werken. De schrapping van de aannemer na het afsluiten van het contract heeft geen gevolg.
9.2. Op louter fiscaal vlak en onverminderd de andere wettelijke en reglementaire bepalingen in het bijzonder inzake de toegang tot een beroep, is niet vereist dat de aannemer die de werken uitvoert, gerangschikt is in een bepaalde categorie van geregistreerde aannemers. Voor de toekenning van de belastingvermindering mogen de werken dus uitgevoerd worden door elke aannemer, mits deze geregistreerd is.
9.3. Om de toestand inzake de registratie van een aannemer na te gaan, kunt u telefonisch contact opnemen met de infolijn van de Federale Overheidsdienst Financiën op het telefoonnummer : 02/33 66 999 (elke werkdag van 8 tot 17 uur), mits precisering van het BTW-nummer van de betrokken aannemer.
9.4. Om volledig voor de belastingvermindering in aanmerking te komen, moeten zowel de levering als de plaatsing van de materialen door een geregistreerd aannemer gebeuren.
Wanneer de belastingplichtige zijn materialen of apparaten zelf aankoopt en ze daarna door een geregistreerd aannemer laat plaatsen, kunnen alleen de uitgaven m.b.t. de plaatsing voor de vermindering in aanmerking komen.
9.5. Wat betreft de energie-audit dient men zich ten gepaste tijde aan de toepasselijke gewestelijke wetgeving aan te passen.
VIII. TE VERVULLEN FORMALITEITEN
10.1. De belastingplichtige die het voordeel van de belastingvermindering aanvraagt, moet bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen van het betrokken belastbare tijdperk het origineel of een door hem eensluidend verklaarde fotokopie toevoegen van :
- de facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de bedoelde uitgaven (voor de energie-audit kan het een ereloonnota zijn);
- de betalingsbewijzen van de bedragen die voorkomen op die facturen (of ereloonnota's).
10.2. Wanneer de werken werden uitgevoerd in een appartementsgebouw met tussenkomst van de beheerder van het gebouw, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte toevoegen :
- een door de beheerder voor eensluidend verklaarde fotokopie van :
- de facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de bedoelde uitgaven (voor de energie-audit kan het een ereloonnota zijn);
- de betalingsbewijzen van de bedragen die voorkomen op die facturen (of ereloonnota's).
- een attest van de beheerder met een becijfering van het aandeel van de belastingplichtige in de bedoelde uitgaven.
10.3. De facturen mogen worden uitgereikt voor het materiaal en de werken, of voor de werken alleen, echter niet voor het materiaal alleen.
10.4. Alleen schriftelijke bewijzen worden als bewijs van betaling aanvaard.
IX. VERMELDINGEN OP DE FACTUUR, OF BIJLAGE ERVAN
11.1. De door de aannemer uitgereikte factuur of de bijlage daarvan moet :
11.2. a) de woning aangeven waar de werken worden uitgevoerd;
11.3. b) desnoods, de verdeling van de kosten van de werken volgens hun aard opgeven :
- de werken die zijn bedoeld in artikel 14524, eerste lid, 1° tot 3°, van voormeld wetboek, namelijk :
- de vervanging van oude stookketels;
- de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;
- de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne- energie in elektrische energie;
- de werken die zijn bedoeld in artikel 14524, eerste lid, 4° tot 6°, van hetzelfde wetboek namelijk :
- de plaatsing van dubbele beglazing;
- de islolatie van daken;
- de plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling;
- de andere werken;
11.4. c) de volgende formule bevatten :
"Verklaring met toepassing van artikel 6311 van het KB/WIB 92 betreffende de uitgevoerde werken die zijn bedoeld in artikel 14524 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Ik, ondergetekende …, bevestig dat :
- … (per maatregel de vermeldingen die worden opgelegd door bijlage IIbis van het KB/WIB 92 overnemen - zie nr. 4)
… - .… (datum)
- .… (naam)
- .… (handtekening).".
11.5. Om praktische redenen wordt aanvaard dat de handtekening, die voorkomt op factuur of op de bijlage, wordt gedrukt. Wanneer een bijlage wordt gebruikt, moeten daarop al de vermeldingen m.b.t. de identificatie van de factuur (factuurnr., BTW nr., nr. van registratie, datum) worden overgenomen.
X. BEREKENING VAN DE VERMINDERING
12.1. De belastingvermindering is gelijk aan het volgende percentage van de werkelijk gedane uitgaven :
12.2. a) 15 % voor de uitgaven bedoeld in artikel 14524, eerste lid, 1° tot 3°, namelijk :
- uitgaven voor de vervanging van oude stookketels;
- uitgaven voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;
- uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie.
12.3. b) 40 % voor de uitgaven bedoeld in 14524, eerste lid, 4° tot 7°, namelijk :
- uitgaven voor de plaatsing van dubbele beglazing;
- uitgaven voor de isolatie van daken;
- uitgaven voor de plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling;
- uitgaven voor een energie-audit van de woning.
12.4. Het totale bedrag van de belastingvermindering mag per belastbaar tijperk en per woning niet meer dan 500 EUR (voor indexering) bedragen; dit bedrag wordt 600 EUR voor aanslagjaar 2004 (inkomsten 2003).
Het in het vorige lid bedoelde bedrag kan door de Koning worden verhoogd tot 1.000 EUR (voor indexering) bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Indien de belastingplichtige bijvoorbeeld twee woningen bezit en hij doet voor aanslagjaar 2004 energiebesparende uitgaven die voor een belastingvermindering in aanmerking komen, van 400 EUR (minder dan het maximumbedrag) voor de ene woning en 700 EUR (meer dan het maximumbedrag) voor de andere woning (vóór toepassing van de aftrek beperking), dan bedraagt zijn belastingvermindering na aftrekbeperking 1.000 EUR (= 400 EUR + 600 EUR).
12.5. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken zijn uitgevoerd (zie nr. 5.3.).
13. Die nieuwe maatregel is voor de eerste keer van toepassing op de betalingen die zijn gedaan vanaf 1 januari 2003 (aanslagjaar 2004).
Wanneer bijvoorbeeld de werken voltooid zijn op 21 december 2002 en de betrokkene zijn factuur op 5 januari 2003 betaalt, dan komen deze uitgaven in aanmerking voor belastingvermindering voor aanslagjaar 2004.
14. De heer en mevrouw MARTENS zijn elk voor 50 % eigenaar van een woning gelegen te Brussel.
De heer MARTENS gebruikt 1/3 van dat onroerend goed voor zijn beroepswerkzaamheid als advocaat.
De heer MARTENS is ook en alleen eigenaar van een onroerend goed te Gent dat hij verhuurt aan een geneesheer die een deel (1/4) van het onroerend goed gebruikt als medisch kabinet zodanig dat de beroepslokalen niet langer de aard van woning hebben.
De echtgenoten MARTENS doen een beroep op een geregistreerd aannemer om werken uit te voeren die aan alle voorwaarden beantwoorden om de belastingvermindering te verkrijgen.
Uitgaven gedaan in 2003
- 3.500 EUR voor de plaatsing van dubbele beglazing in hun woning gelegen te Brussel, waarvan 1.500 EUR in aanmerking wordt genomen als beroepskosten, gelet op de verdeling van de ramen;
- 1.200 EUR voor de vervanging van de stookketel in het onroerend goed gelegen te Gent.
Berekening van de belastingvermindering
3.500 EUR - 1.500 EUR = 2.000 EUR X 40 % = 800 EUR, bedrag beperkt tot 600 EUR (Brussel)
1.200 EUR X 3/4 X 15 % = 135 EUR (Gent)
Omdeling van de vermindering over de echtgenoten
Bij de heer MARTENS :
600 EUR X 50 % = 300 EUR + 135 EUR = 435 EUR
Bij mevrouw MARTENS :
600 EUR X 50 % = 300 EUR
XIII. AANBEVELING VOOR DE TAXATIEDIENSTEN
15. De kopies van de facturen moeten worden gerangschikt in het permanent dossier van de belastingplichtige zodat een overzicht wordt verkregen van de aard en van het bedrag van de in de loop der jaren uitgevoerde werken.
Voor de Directeur-generaal :
De Directeur,
P. LEROY
