Circulaire nr. Ci.RH.244/568.064 (AOIF 3/2005) d.d. 11.01.2005
[ aangepast met Corrigendum aan de circulaire nr. Ci. RH.244/ 568.064 (AOIF Nr. 3/2005 )dd. 14.04.2009 ]
BEDRIJFSVOORHEFFING
Aangifte in de BV
Berekening van de BV
Bezoldiging
Gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing
Inhouding van de BV
Schuldenaar van de BV
BEZOLDIGING
Ploegenpremie
Programmawet van 22.12.2003. KB van 16.06.2004 tot uitvoering van de artikelen 301, § 1, derde lid, en 302 van de programmawet van 22.12.2003 en tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing.
Aan alle ambtenaren.
| INHOUDSTAFEL | Nrs. | |
| I. | Inleiding | 1 |
| II. | Wettelijke en reglementaire bepalingen | 2 en 3 |
| III. | Bedoelde werkgevers | |
| Algemeen | 4.1 | |
| Uitzendbedrijven | 4.2 | |
| IV. | Bedoelde werknemers | 5 |
| V. | Begrippen ploegenarbeid - nachtarbeid - ploegenpremie | 6 tot 9 |
| VI. | Ingehouden bedrijfsvoorheffing | 10 tot 12 |
| VII. | Aard van de vrijstelling | 13 |
| VIII. | Berekeningswijze | 14 tot 17.2 |
| IX. | Praktische werkwijze | |
| a) Aangifte bedrijfsvoorheffing | 18 | |
| b) Loonfiches 281.10 en samenvattende opgaven 325.10 | 19 en 20 | |
| c) Aanvullende aangiften | 21 | |
| d) Samenvattende tabel | 22 | |
| X. | Bewijsvoering | |
| Algemeen | 23.1 | |
| Uitzendbedrijven | 23.2 | |
| XI. | Inwerkingtreding | 24 |
| XII. | Frequently asked questions | 25 tot 47 |
| XIII. | Voorbeelden | 48 tot 51 |
1. Deze circulaire bespreekt de artikelen 301 en 302 van de programmawet van 22 december 2003 en het koninklijk besluit van 16 juni 2004 tot uitvoering van de artikelen 301, § 1, derde lid, en 302 van de programmawet van 22 december 2003 en tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing.
De voormelde bepalingen hebben betrekking op de gedeeltelijke vrijstelling van storting van bedrijfsvoorheffing.
II. WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE BEPALINGEN
2. Programmawet van 22 december 2003 (Belgisch Staatsblad van 31 december 2003, eerste editie)
"Titel V. Financiën
Hoofdstuk I. - Inkomstenbelastingen
Afdeling 10. Nacht- of ploegenpremies
Art. 301. § 1. De ondernemingen waarin ploegenarbeid of nachtarbeid wordt verricht, die een ploegenpremie betalen of toekennen en die krachtens artikel 270, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die premie, worden ervan vrijgesteld een bedrag aan bedrijfsvoorheffing gelijk aan 1pct. van de belastbare bezoldigingen waarin die ploegenpremies zijn begrepen, in de Schatkist te storten, op voorwaarde dat de genoemde voorheffing volledig op die bezoldigingen en premies wordt ingehouden.
De in het vorige lid bedoelde belastbare bezoldigingen, ploegenpremies inbegrepen, zijn de overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, van hetzelfde Wetboek vastgestelde belastbare bezoldigingen van de werknemers met uitsluiting van het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen.
Om de in het eerste lid bedoelde vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing te verkrijgen, moet de werkgever, ter gelegenheid van zijn aangifte in de bedrijfsvoorheffing, het bewijs leveren dat de werknemers in hoofde van wie de vrijstelling wordt gevraagd ploegenarbeid hebben verricht tijdens de periode waarop die aangifte betrekking heeft. De Koning bepaalt de nadere modaliteiten voor het leveren van dit bewijs.
§ 2. Voor de toepassing van § 1 wordt verstaan onder :
| 1° | ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht : de ondernemingen waar het werk wordt verricht door werknemers van categorie 1 bedoeld in artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002, in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak; |
| 2° | ondernemingen waar nachtarbeid wordt verricht : de ondernemingen waar werknemers van categorie 1 bedoeld in artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002, overeenkomstig de in de onderneming toepasselijke arbeidsregeling, prestaties verrichten tussen 20 uur en 6 uur, met uitsluiting van de werknemers die enkel prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur en de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur; |
| 3° | ploegenpremie, de premie die wordt toegekend naar aanleiding van de in 1° bedoelde ploegenarbeid of van de in 2° bedoelde nachtarbeid. |
Art. 302. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad :
-
de datum van inwerkingtreding van artikel 301;
-
voor het jaar 2004, in afwijking van artikel 301, § 1, het in dezelfde paragraaf bedoelde percentage zodat dit laatste, gelet op de datum van inwerkingtreding van artikel 301, op jaarbasis overeenstemt met 0,5 pct.".
3. Koninklijk besluit van 16 juni 2004 tot uitvoering van de artikelen 301, § 1, derde lid, en 302 van de programmawet van 22 december 2003 en tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing (Belgisch Staatsblad van 24 juni 2004, tweede editie)
"Artikel 1. Artikel 90, § 1, KB/WIB 92, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 januari 1995, 10 januari 1997, 3 mei 1999, 5 december 2000, 3 april 2003 en 28 september 2003, wordt aangevuld met het volgende lid :
"De schuldenaars van bedrijfsvoorheffing die zijn bedoeld in artikel 301 van de programmawet van 22 december 2003, moeten, voor de periode waarin zij bezoldigingen hebben toegekend waarvoor zij een bedrag aan bedrijfsvoorheffing dat gelijk is aan 1 pct. van de in dat artikel omschreven belastbare bezoldigingen niet in de schatkist moeten storten, twee afzonderlijke aangiften in de bedrijfsvoorheffing overleggen volgens het hierna volgend onderscheid :
-
de eerste aangifte in de bedrijfsvoorheffing heeft betrekking op de aan al de werknemers betaalde of toegekende bezoldigingen en moet de volgende specifieke vermeldingen bevatten :
-
in het vak "belastbare inkomsten" : de door de werkgever voor die periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen;
-
in het vak "verschuldigde bedrijfsvoorheffing" : de ingehouden bedrijfsvoorheffing;
-
de tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing heeft uitsluitend betrekking op de in het voornoemde artikel 301 bedoelde bezoldigingen van werknemers evenals op het bedrag van de bedrijfsvoorheffing dat overeenkomstig hetzelfde artikel niet moet worden gestort en moet de volgende specifieke vermeldingen bevatten :
-
in het vak "aard der inkomsten" : de code die door de FOD Financiën zal worden vastgesteld;
-
in het vak "belastbare inkomsten" : de door de werkgever voor die periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen als bedoeld in § 1, tweede lid, van hetzelfde artikel;
-
in het vak "verschuldigde bedrijfsvoorheffing" : een negatief bedrag gelijk aan 1 pct. van de belastbare bezoldigingen als bedoeld in § 1, tweede lid, van hetzelfde artikel."
Art. 2. Voor de toepassing van artikel 301, § 1, derde lid, van de programmawet van 22 december 2003 moeten de in hetzelfde artikel vermelde werkgevers een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin, voor elke werknemer bedoeld in § 2 van hetzelfde artikel, de volledige identiteit en de periode van het jaar gedurende dewelke die werknemer ploegenarbeid of nachtarbeid heeft verricht.
Art. 3. In uitvoering van artikel 302 van de programmawet van 22 december 2003, wordt voor het jaar 2004, het in artikel 301, § 1, van dezelfde programmawet vermelde percentage vastgelegd op 1 pct.
Art. 4. Artikel 301 van de programmawet van 22 december 2003 en de bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2004.".
4.1 Algemeen
De gedeeltelijke vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing geldt voor alle ondernemingen waarin ploegenarbeid of nachtarbeid wordt verricht, die een ploegenpremie betalen of toekennen en die krachtens artikel 270, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die premies.
Het betreft dus inzonderheid werkgevers die onderworpen zijn aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting en die als schuldenaar, bewaarder, mandataris of tussenpersoon in België of in het buitenland in artikel 30, 1°, WIB 92 bedoelde bezoldigingen betalen of toekennen, evenals de werkgevers die onderworpen zijn aan de belasting van niet-inwoners voor wie de in artikel 30, 1°, WIB 92 bedoelde bezoldigingen die ze in België of in het buitenland betalen of toekennen, beroepskosten zijn in de zin van artikel 237 WIB 92.
Uitzendbedrijven die werknemers tewerkstellen in ondernemingen waarin ploegenarbeid of nachtarbeid wordt verricht en die een ploegenpremie betalen of toekennen komen eveneens in aanmerking voor de gedeeltelijk vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing.
5. De gedeeltelijke vrijstelling van storting van bedrijfsvoorheffing is alleen van toepassing voor werknemers die effectief ploegenarbeid of nachtarbeid hebben verricht tijdens de periode waarop die aangifte bedrijfsvoorheffing betrekking heeft. Zij moeten bovendien behoren tot categorie 1 bedoeld in artikel 330, van de programmawet (I) van 24 december 2002
Tot categorie 1 behoren krachtens voormeld artikel enkel werknemers die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen als bedoeld in artikel 21, § 1, van de wet van 29 juli 1981 en die niet in een andere categorie worden bedoeld.
Dat geheel der regelingen omvat krachtens voormeld artikel :
1° de uitkeringen verschuldigd in uitvoering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
2° de werkloosheidsuitkeringen;
3° de rust- en overlevingspensioenen;
4° de uitkeringen uit hoofde van arbeidsongevallen en beroepsziekten;
5° de geneeskundige verstrekkingen verschuldigd in uitvoering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
6° de gezinsbijslag;
7° de jaarlijkse vakantie-uitkeringen.
Komen bijgevolg niet in aanmerking voor de maatregel aangezien ze niet behoren tot de categorie 1 :
-
werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever van de non-profit sector, als bedoeld in artikel 1, van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector, met uitzondering van werknemers die worden tewerkgesteld door werkgevers behorende tot het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp en door de werkgevers van de beschutte werkplaatsen behorende tot het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen (categorie 2 van artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002) en de
-
werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever behorende tot het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen (categorie 3 van artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002).
Vastbenoemde ambtenaren uit de overheidssector waaraan ploegen- of nachtpremies worden toegekend, komen in principe evenmin in aanmerking voor de maatregel, aangezien die ambtenaren niet onderworpen zijn aan al de regelingen bedoeld in artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981.
Wat de privé-sector betreft komen onder meer de volgende categorieën niet in aanmerking aangezien ook die werknemers niet onderworpen zijn aan het geheel der regelingen als bedoeld in artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981 :
-
de dienstboden;
-
de jongeren tot 31 december van het jaar waarin ze de leeftijd van 18 jaar bereiken;
-
de betaalde sportbeoefenaars;
-
gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw;
-
gelegenheidsarbeiders in de horeca tewerkgesteld op piekdagen;
-
de geneesheren in opleiding tot specialist;
-
de onthaalouders.
V. BEGRIPPEN PLOEGENARBEID - NACHTARBEID - PLOEGENPREMIE
6. Ploegenarbeid (artikel 301, § 2, 1°, programmawet 22.12.2003)
De in aanmerking komende ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht, zijn die ondernemingen :
-
waar het werk wordt verricht door werknemers van categorie 1 bedoeld in artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002 (zie nr. 5);
-
waar het werk wordt verricht in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
-
en voor zover die ploegen elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak.
7. Nachtarbeid (artikel 301, § 2, 2°, programmawet 22.12.2003)
De in aanmerking komende ondernemingen waar nachtarbeid wordt verricht zijn die ondernemingen waar werknemers van categorie 1 bedoeld in artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002 (zie nr. 5), overeenkomstig de in de onderneming toepasselijke arbeidsregeling, prestaties verrichten tussen 20 uur en 6 uur, met uitsluiting van de werknemers die enkel prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur en de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur.
8. Ploegenpremie (artikel 301, § 2, 3°, programmawet 22.12.2003)
De ploegenpremie is de premie die wordt toegekend naar aanleiding van de in nr. 6 bedoelde ploegenarbeid of van de in nr. 7 bedoelde nachtarbeid.
9. De maatregel kan dus enkel worden toegepast wanneer de betrokken werknemers tijdens de periode waarop de aangifte bedrijfsvoorheffing betrekking heeft ook effectief ploegen- of nachtarbeid hebben verricht en hiervoor een ploegenpremie wordt toegekend.
VI. INGEHOUDEN BEDRIJFSVOORHEFFING
10. De gedeeltelijke vrijstelling geldt alleen op voorwaarde dat de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen en premies is ingehouden. Onder bedrijfsvoorheffing moet terzake worden verstaan de bedrijfsvoorheffing die volgens de gebruikelijke regels verschuldigd is op basis van de wettelijke en reglementaire bepalingen; inzonderheid op basis van de regels opgenomen in de Bijlage III KB/WIB 92.
11. Bovendien moet die bedrijfsvoorheffing ook effectief zijn ingehouden. De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing is dus niet van toepassing onder meer wanneer de schuldenaar geen gebruik maakt van zijn recht om de bedrijfsvoorheffing in te houden (zie artikel 272, eerste lid, 1°, WIB 92) en de bedrijfsvoorheffing zelf ten laste neemt.
Bijzonder geval : fiscaal volontariaat
12. De gedeeltelijke vrijstelling is ook van toepassing wanneer de ingehouden bedrijfsvoorheffing enkel en alleen het gevolg is van het fiscaal volontariaat; d.w.z. wanneer er alleen aanvullende inhoudingen op verzoek van de verkrijger van de inkomsten zijn verricht overeenkomstig de regels opgenomen in het nr. 78 van de Bijlage III KB/WIB 92.
Dit geldt zelfs voor bezoldigingen en premies die in principe aan de bedrijfsvoorheffing zijn onderworpen, maar waarop volgens de schalen en de andere regels van de Bijlage III KB/WIB 92 niet effectief bedrijfsvoorheffing verschuldigd is, bijvoorbeeld wegens het geringe bedrag van die inkomsten of wegens de toekenning van verminderingen voor gezinslasten, enz.
13. De gedeeltelijke vrijstelling betreft alleen de storting van de bedrijfsvoorheffing en heeft geen betrekking op andere aspecten inzake bedrijfsvoorheffing. De gedeeltelijke vrijstelling van de storting heeft dus onder meer geen invloed op :
-
de berekening en de vaststelling van de bedrijfsvoorheffing die in principe verschuldigd is op grond van de regels opgenomen in de Bijlage III KB/WIB 92;
-
het nettobedrag van de bezoldigingen en premies dat aan de werknemers wordt betaald.
-
het belastbare bedrag van de bezoldigingen en premies en het bedrag van de bedrijfsvoorheffing daarop dat op de fiches 281 en opgaven 325 moet worden vermeld, en dat ten name van de verkrijger moet worden aangegeven, belast en verrekend.
14. De in nr. 4 vermelde werkgevers worden ervan vrijgesteld een bedrag aan bedrijfsvoorheffing gelijk aan 1 pct. van de belastbare bezoldigingen waarin die ploegenpremies zijn begrepen, in de Schatkist te storten.
De vrijstelling van 1 pct. wordt dus niet op de bedrijfsvoorheffing berekend, maar rechtstreeks op het bedrag van de belastbare bezoldigingen waarin de ploegenpremies zijn begrepen.
De berekening moet per werknemer gebeuren. Het is niet toegestaan om, indien de ingehouden bedrijfsvoorheffing bij een werknemer meer bedraagt dan 1 pct van zijn belastbare bezoldigingen en bij een andere werknemer minder dan 1 pct. van zijn belastbare bezoldigingen, dit onderling te compenseren.
15. Bedoelde bezoldigingen
De belastbare bezoldigingen, ploegenpremies inbegrepen, die de berekeningsgrondslag vormen, zijn de overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, WIB 92 vastgestelde belastbare bezoldigingen. M.a.w. "wedden, lonen, commissies, gratificaties, premies, vergoedingen en alle andere soortgelijke beloningen met inbegrip van fooien en toelagen die, zelfs toevallig, uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid op enige andere wijze worden verkregen dan als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever", evenals "de voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid".
16. Niet bedoelde bezoldigingen
Zijn, gelet op de bewoordingen van voormeld artikel 301, § 1, 2de lid, dus niet bedoeld, de overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 3°, 4° en 5°, WIB 92 vastgestelde belastbare bezoldigingen; m.a.w. :
-
opzeggingsvergoedingen;
-
vervangingsinkomsten;
-
bezoldigingen die door een werknemer zijn verkregen, maar betaald of toegekend aan zijn rechtverkrijgenden.
Uitgesloten bezoldigingen
17.1. Uitdrukkelijk uitgesloten
Zijn expliciet uitgesloten krachtens artikel 301, § 1, 2de lid, van de programmawet van 22 december 2003 :
-
het vakantiegeld;
-
de eindejaarspremie;
-
de achterstallige bezoldigingen.
17.2. Uitzendbedrijven
De bezoldigingen die door uitzendbedrijven aan hun werknemers worden betaald of toegekend voor prestaties in ondernemingen waar geen ploegen- of nachtarbeid wordt verricht, komen niet in aanmerking voor de vaststelling van de berekeningsgrondslag.
a) Aangifte bedrijfsvoorheffing
18. De voormelde werkgevers (zie nr. 4) moeten, voor de periode waarin zij bezoldigingen hebben toegekend waarvoor zij een bedrag aan bedrijfsvoorheffing niet in de schatkist moeten storten, twee afzonderlijke aangiften in de bedrijfsvoorheffing overleggen volgens het hierna volgend onderscheid :
-
de eerste aangifte in de bedrijfsvoorheffing heeft betrekking op de aan al de werknemers betaalde of toegekende bezoldigingen en dit ongeacht of ze ploegenarbeid of nachtarbeid verrichten, een ploegenpremie of niet ontvangen en ongeacht de aard van de bezoldigingen. Die aangifte moet de volgende specifieke vermeldingen bevatten :
-
in het vak "belastbare inkomsten" : de door de werkgever voor die periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen;
-
in het vak "verschuldigde bedrijfsvoorheffing" : de verschuldigde bedrijfsvoorheffing;
Het betreft hier eigenlijk de aangifte die gewoonlijk moet worden ingediend.
-
de tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing heeft uitsluitend betrekking op de in nr. 15 bedoelde bezoldigingen en ploegenpremies evenals op het bedrag van de bedrijfsvoorheffing dat niet moet worden gestort en moet de volgende specifieke vermeldingen bevatten :
-
in het vak "aard der inkomsten" : de code "06";
-
in het vak "belastbare inkomsten" : de door de werkgever voor die periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen en ploegenpremies als bedoeld in nr. 15;
-
in het vak "verschuldigde bedrijfsvoorheffing" : een negatief bedrag gelijk aan 1 pct. van de belastbare bezoldigingen en ploegenpremies als bedoeld in nr. 15.
Dit negatief bedrag kan echter nooit hoger zijn dan het bedrag van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing dat op de eerste aangifte is vermeld.
b) Loonfiches 281.10 en samenvattende opgaven 325.10
19. Wat de opmaak van de individuele loonfiches 281.10 betreft, moeten er geen specifieke regels worden toegepast. De fiche 281.10 bevat geen afzonderlijke rubriek en er moet evenmin een afzonderlijke fiche 281.10 worden ingediend. De maatregel heeft immers geen invloed op de fiscale toestand van de werknemers (zie ook nr. 13).
20. Ook wat de opmaak van de samenvattende opgaven 325.10 betreft, zijn geen specifieke regels van toepassing. Er moet m.b.t. deze maatregel geen afzonderlijke rubriek worden ingevuld en ook geen speciale opgave worden ingediend.
21. Als de werkgever vaststelt dat in de "tweede aangifte" in de bedrijfsvoorheffing het bedrag van de "belastbare inkomsten" en/of van de "verschuldigde bedrijfsvoorheffing" moet gewijzigd worden, kan hij een aanvullende "tweede aangifte" indienen ten bedrage van het verschil in meer of in min.
Bij opeenvolgende wijzigende of aanvullende aangiften moet steeds op het volgende worden gelet :
-
de totaal aangegeven bedrijfsvoorheffing (van de "eerste" en "tweede" aangifte tezamen) voor een bepaalde periode kan nooit negatief zijn of worden;
-
het totaal bedrag van de bedrijfsvoorheffing met code 06 (op de "tweede" aangifte) voor een bepaalde periode kan nooit positief zijn of worden.
Het is steeds mogelijk (aanvullende) aangiften met code 06 (de zogenaamde "tweede" aangifte) in te dienen voor periodes die ten vroegste teruggaan tot inkomstenperiode juli 2004 (zie ook nr. 45).
In dat geval moet aan het ontvangkantoor steeds worden medegedeeld wat met de eventueel teveel gestorte bedrijfsvoorheffing moet gebeuren.
Voorbeeld :
| In juli 2004 heeft een werkgever aan zijn werknemers die ploegenarbeid hebben verricht en hiervoor een ploegenpremie hebben ontvangen de volgende bezoldigingen toegekend : | ||
| brutobelastbaar basismaandloon : | 20.000 EUR | |
| Totaal | 27.000 EUR | |
| Op die bezoldigingen werd 10.000 EUR bedrijfsvoorheffing ingehouden. | ||
In de aangifte bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de inkomstenperiode juli 2004 (eerste aangifte) moet in het vak aard der inkomsten "10" worden vermeld, in het vak belastbare inkomsten "27.000 EUR" en in het vak verschuldigde bedrijfsvoorheffing "10.000 EUR".
In september 2004 stelt de werkgever vast dat hij in aanmerking komt voor de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Hij kan dan alsnog een aanvullende aangifte bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de inkomstenperiode juli 2004 (tweede aangifte) opmaken met in het vak aard der inkomsten de code "06", in het vak belastbare inkomsten "22.000 EUR" en in het vak verschuldigde bedrijfsvoorheffing "-220 EUR" (1 % van 22.000).
22.
23.1. Algemeen
De betrokken werkgever moet, krachtens artikel 301, § 1, derde lid, van de programmawet van 22 december 2003, het bewijs leveren dat de werknemer in hoofde van wie de vrijstelling wordt gevraagd, effectief ploegenarbeid of nachtarbeid heeft verricht tijdens de periode waarvoor die vrijstelling wordt gevraagd.
Daartoe zal de werkgever, overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 juni 2004, een nominatieve lijst opmaken waarin voor elke in aanmerking genomen werknemer, de volledige identiteit (naam, voornaam, straat, nummer en eventueel busnummer, postnummer en gemeente, alsook het nationaal nummer of de geboortedatum) wordt vermeld, evenals de periode van het jaar gedurende dewelke die werknemer ploegenarbeid of nachtarbeid heeft verricht.
Aangezien de aangifte in de bedrijfsvoorheffing krachtens artikel 312 WIB 92 en 90, § 1, 1e lid, KB/WIB 92 in principe maandelijks moet worden ingediend, moet onder de hiervoor bedoelde "periode van het jaar" telkens een kalendermaand worden verstaan.
De uitzendbedrijven moeten eveneens de naam, het volledige adres alsook het nationaal nummer van de onderneming waar de ploegen- of nachtarbeid werd verricht opnemen op de lijst.
Die lijst moet niet bij de aangifte in de bedrijfsvoorheffing worden gevoegd. Ze moet echter wel bij een eventuele controle aan de administratie kunnen voorgelegd worden.
24. Artikel 301 van de programmawet van 22 december 2003 en de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 juni 2004 zijn van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2004.
XII. FREQUENTLY ASKED QUESTIONS
1. Komt occasionele tewerkstelling in een stelsel van ploegen- of nachtarbeid in aanmerking voor de maatregel ?
25. De occasionele tewerkstelling van werknemers in een ploegen- of nachtstelsel komt in aanmerking voor de toepassing van de beoogde maatregel voor zover althans daadwerkelijk een ploegenpremie of premie voor nachtwerk wordt toegekend.
Concreet betekent dit dat elke in artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, WIB 92 bedoelde bezoldiging waarin een ploegenpremie of een premie voor nachtwerk vervat zit en waarvoor bedrijfsvoorheffing is ingehouden, in aanmerking mag worden genomen om de berekeningsgrondslag te bepalen waarop het percentage van de niet te storten bedrijfsvoorheffing moet worden berekend.
Naar analogie met de algemene regel die geldt inzake de aangiftetermijn voor de bedrijfsvoorheffing (artike 312 WIB 92 en artikel 90, § 1, eerste lid KB/WIB 92) wordt de bezoldiging op maandbasis in aanmerking genomen voor de samenstelling van de in het vorige lid bedoelde berekeningsgrondslag. Het is daarbij niet vereist dat de betrokken werknemer gedurende de ganse maand ononderbroken in een ploegenstelsel of een stelsel van nachtarbeid zou hebben gewerkt.
2. Moet er een maandelijkse minimumprestatie in een ploegenstelsel zijn ?
26. Er wordt geen minimumprestatie vereist.
Zodra de bezoldiging een ploegen- of nachtpremie voor effectief verrichte ploegen- of nachtarbeid bevat en er voor die bezoldiging bedrijfsvoorheffing is ingehouden, komt de volledige maandbezoldiging in aanmerking voor de samenstelling van de in nr. 15 vermelde berekeningsgrondslag.
3. Wat met de gelijkgestelde bezoldigingen (gewaarborgd loon, betaalde feestdagen, ouderschapsverlof, enz…) ?
27. Gelijkgestelde bezoldigingen komen in aanmerking voor het vaststellen van de berekeningsgrondslag indien ze als in artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, WIB 92, bedoelde bezoldigingen van werknemers kunnen worden aangemerkt.
Het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen (zie nr. 17) zijn evenwel uitgesloten van de berekeningsgrondslag.
De in artikel 31, tweede lid, 3°, 4° en 5°, WIB 92, bedoelde inkomsten zijn evenmin bedoeld in de hiervoor geciteerde wettelijke bepaling (zie nr. 16) en komen bijgevolg niet in aanmerking voor de samenstelling van de berekeningsgrondslag waarop het percentage van de niet door te storten bedrijfsvoorheffing wordt berekend.
De maatregel kan, indien gelijkgestelde bezoldigingen worden toegekend, echter enkel worden toegepast wanneer de betrokken werknemers tijdens de periode waarop de aangifte bedrijfsvoorheffing betrekking heeft ook effectief ploegen- of nachtarbeid hebben verricht en hiervoor een ploegenpremie wordt toegekend.
Gewaarborgd inkomen
28. Het gewaarborgd maandloon van de bedienden die zijn aangeworven voor een onbepaalde duur en het gewaarborgd maandloon gedurende de eerste 7 dagen van arbeidsongeschiktheid van de arbeiders en dat van de bedienden die niet zijn aangeworven voor een onbepaalde duur zijn bezoldigingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, WIB 92 en komen bijgevolg in aanmerking voor de samenstelling van de berekeningsgrondslag.
29. Het gewaarborgd maandloon van de 8 ste tot de 30ste dag arbeidsongeschiktheid, van de arbeiders en dat van de bedienden die niet zijn aangeworven voor onbepaalde duur en het gewaarborgd loon voor de 2de week van de arbeidsongeschiktheid van de arbeiders en dat van de bedienden die niet voor onbepaalde duur zijn aangeworven, zijn bezoldigingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, 4°, WIB 92 en komen bijgevolg niet in aanmerking voor de samenstelling van de berekeningsgrondslag.
30. Betaalde feestdagen
De betaalde feestdagen zijn bezoldigingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, WIB 92 en komen bijgevolg in aanmerking voor de samenstelling van de berekeningsgrondslag.
31. Ouderschapsverlof
De extra-wettelijke uitkeringen ouderschapsverlof zijn bezoldigingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, 4°, WIB 92 en komen bijgevolg niet in aanmerking voor de samenstelling van de berekeningsgrondslag.
4. Wat met de atypische stelsels van ploegenwerk ?
32. De bepalingen van artikel 301, § 2, 1°, van de programmawet van 22 december 2003 betreffen de voorwaarden waaraan het stelsel van de ploegenarbeid in de onderneming moet voldoen. Eén van de voorwaarden is dat er geen onderbreking mag zijn tussen de opeenvolgende ploegen. Dat betekent echter niet dat eenzelfde werknemer steeds en zonder onderbreking in een ploegenstelsel moet werken alvorens zijn loon in aanmerking mag worden genomen voor de toepassing van de maatregel.
Atypische ploegsystemen waarbij bepaalde werknemers tijdens een cyclus ook verscheidene dagen in een dagregime werken, komen wel degelijk in aanmerking zolang in de onderneming maar wordt gewerkt in een stelsel van minstens twee ploegen die elkaar in de loop van de dag zonder onderbreking opvolgen en voor zover de bezoldiging van de betreffende maand een ploegenpremie bevat en er bedrijfsvoorheffing op is ingehouden.
5. Gedurende welke periode van het jaar moet de werknemer ploegenarbeid of nachtarbeid verricht hebben ?
33. Het is het op het vlak van de bewijsvoering niet de bedoeling dat van dag tot dag wordt aangegeven of bepaalde werknemers al dan niet in een stelsel van ploegen- of nachtarbeid hebben gewerkt. De situatie van de werknemer wordt per maand geëvalueerd. Bevat de bezoldiging van een welbepaalde maand een ploegenpremie of een premie voor nachtwerk en is er bedrijfsvoorheffing voor ingehouden dan komt de bezoldiging van de volledige maand in aanmerking voor de toepassing van de maatregel.
6. Wordt zowel het enkel als het dubbel vakantiegeld uitgesloten ? Worden naast eindejaarspremies, vakantiegeld) en achterstallige bezoldigingen nog andere vergoedingen uitgesloten van de berekeningsgrondslag ?
34. De in artikel 301, § 1, tweede lid van de programmawet van 22 december 2003 opgesomde, uitgesloten vergoedingen (eindejaarspremies, vakantiegeld en achterstallige bezoldigingen) vormen een limitatieve lijst. Uit de memorie van toelichting van de programmawet van 22 december 2003 (Doc 51 473/001, blz. 153) blijkt dat de wetgever in dit verband de vorenbedoelde vergoedingen beoogt, waarvan de bedrijfsvoorheffing niet wordt berekend volgens de gewone schalen (d.i. overeenkomstig de nrs. 11 tot 17 en 51 tot 55 van de toepassingsregels opgenomen in de Bijlage III van het KB/WIB 92, zoals van toepassing voor de inkomsten toegekend of betaald vanaf 1 januari 2004). Dit impliceert dat het dubbel vakantiegeld, de 13de en 14de maand voor de berekening van de 1 % zijn uitgesloten en dit ongeacht de benaming die aan deze vergoedingen wordt gegeven.
Aangezien de bedrijfsvoorheffing op het enkel vakantiegeld wordt berekend volgens de gewone schalen komt het enkel vakantiegeld wel in aanmerking voor de samenstelling van de berekeningsgrondslag.
35. Andere vergoedingen dan eindejaarspremies, dubbel vakantiegeld, en achterstallige bezoldigingen zijn niet uitgesloten voor zover ze aan te merken zijn als in artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, WIB 92 beoogde bezoldigingen.
7. Komen de "Ploegen Hansenne" in aanmerking voor de maatregel ?
36. De "Ploegen Hansenne" betreffen in casu een tewerkstelling in weekendploegen. Die weekendploegen maken in principe deel uit van een stelsel van tewerkstelling in ploegen.
De beoogde werknemers ontvangen echter in beginsel geen ploegenpremie. Zij behouden hun normale wekelijkse bezoldiging ongeacht de vermindering van hun werktijd die voortvloeit uit de uitsluitende tewerkstelling tijdens de weekends.
Wanneer de beoogde bezoldigingen geen ploegenpremies bevatten komen zij uiteraard niet in aanmerking voor de toepassing van deze maatregel.
8. Komen alle ploegenpremies in aanmerking (ochtend, namiddag en avond) ?
37. Voor zover is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 301, § 2, 1°, van de programmawet van 22 december 2003 komen al de ploegenpremies in aanmerking voor de toepassing van de maatregel.
9. Is er een onderscheid tussen arbeiders en bedienden ?
38. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen arbeiders en bedienden.
10. Wat indien slechts één werknemer per ploeg ?
39. Overeenkomstig artikel 301, § 2, 1°, van de programmawet van 22 december 2003 moet een ploeg, wat ploegenarbeid betreft, uit minstens 2 werknemers bestaan. Voor een ploeg van slechts één werknemer kan er bijgevolg geen toepassing van de maatregel worden gemaakt.
11. Komen bezoldigingen van bedrijfsleiders in aanmerking ?
40. Neen, aangezien de bezoldigingen van bedrijfsleiders niet kunnen worden aangemerkt als in artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, WIB 92, bedoelde bezoldigingen van werknemers.
12. Welke nachtploegen komen in aanmerking ?
41. Alle nachtploegen die een deel van hun prestaties verrichten tussen 20 en 6 uur, met uitsluiting van ploegen die enkel prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur alsook van ploegen die vanaf 5 uur het werk aanvatten.
13. Moet men de vermindering voor personen ten laste bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing in rekening brengen om het bedrag van de niet door te storten bedrijfsvoorheffing te bepalen ?
42. Uiteraard. Voor de werknemers die in aanmerking komen, moet de bedrijfsvoorheffing worden berekend overeenkomstig de toepassingsregels opgenomen in de Bijlage III van het KB/WIB 92. Dit betekent dat onder meer rekening moet worden gehouden met de verminderingen voor gezinslasten en met het huwelijksquotiënt.
De vrijstelling van storting van de aldus berekende bedrijfsvoorheffing is enkel mogelijk indien die voorheffing daadwerkelijk op de bezoldigingen en premies van de werknemer voor wie de vrijstelling wordt gevraagd, werd ingehouden.
Indien de bedrijfsvoorheffing voor een bepaalde werknemer nihil is, kan bijgevolg voor hem geen vrijstelling van storting van bedrijfsvoorheffing worden verleend.
14. Komt de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden ingevolge fiscaal volontariaat in aanmerking voor de maatregel ?
43. De bedrijfsvoorheffing die aanvullend wordt ingehouden overeenkomstig nr. 78 van de toepassingsregels opgenomen in de Bijlage III van het KB/WIB 92, komt eveneens in aanmerking voor de toepassing van de maatregel.
15. Geldt de vrijstelling van storting ook voor grensarbeiders die in België ploegen- of nachtarbeid verrichten ?
44. De maatregel is enkel van toepassing voor ondernemingen waarin ploegen- of nachtarbeid wordt verricht, die een ploegenpremie betalen of toekennen en die krachtens artikel 270, 1°, WIB 92 schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing. De vrijstelling bedraagt 1 pct. van de "belastbare" bezoldigingen waarin die ploegenpremies zijn begrepen.
Er kan bijgevolg geen vrijstelling worden verleend aan :
| 1. | ondernemingen die geen schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing zijn krachtens artikel 270, 1°, WIB 92; |
| 2. | ondernemingen die wel schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing zijn krachtens voormeld artikel maar bezoldigingen betalen of toekennen die krachtens internationale overeenkomsten tot voorkoming van dubbele belasting in België van belasting zijn vrijgesteld en derhalve niet aan de bedrijfsvoorheffing zijn onderworpen. |
16. Wanneer treedt de maatregel in werking ?
45. De maatregel is van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2004 en dit ongeacht de periode waarop die bezoldigingen betrekking hebben.
Indien de bezoldigingen en ploegenpremies met betrekking tot juni 2004 op het einde van de maand juni werden betaald en bijgevolg werden opgenomen in de aangifte bedrijfsvoorheffing die ten laatste op 15 juli 2004 werd ingediend, komt de ingehouden bedrijfsvoorheffing dus niet in aanmerking voor de vrijstelling van doorstorting.
Enkel de bezoldigingen en premies waarvan de betaling of toekenning gebeurde vanaf 1 juli 2004 komen in aanmerking voor de regeling. Mochten de bezoldigingen en premies van de maand juni 2004 dus in juli zijn betaald, dan kwam de aangifte bedrijfsvoorheffing die in principe in augustus ten laatste op de 13de moest worden ingediend, wel in aanmerking voor de vrijstelling.
17. Moeten de werkgevers een lijst bij de aangifte voegen met de identiteit van de betrokken werknemers ?
46. Overeenkomstig artikel 2 van het uitvoeringsbesluit van 16 juni 2004 (zie nr. 3) moeten de werkgevers die in aanmerking komen voor de maatregel een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden waarin, voor elke werknemer bedoeld in de maatregel, de volledige identiteit wordt vermeld, evenals de periode van het jaar gedurende dewelke die werknemer ploegenarbeid of nachtarbeid heeft verricht.
Zij moeten de lijst dus niet bij de aangifte bedrijfsvoorheffing voegen, maar moeten die lijst wel ter beschikking houden indien de ambtenaren er naar aanleiding van een fiscale controle om vragen.
Dit wil ook zeggen dat ze deze lijst niet noodzakelijk moeten voorleggen op papier.
18. Moeten de prestaties voor nachtarbeid ook effectief zijn geleverd om in aanmerking te komen voor de regel of volstaat het dat een premie werd toegekend ?
47. Indien een bedrijf een premie toekent voor onregelmatige prestaties en die premie heeft betrekking op het feit dat de werknemer 's nachts kan worden opgeroepen om bepaalde taken uit te voeren, dan komt het bedrijf enkel in aanmerking voor de maatregel, wanneer de betrokken werknemers die prestaties tijdens de maand ook effectief minstens éénmaal hebben geleverd.
48. Nachtarbeid
Bedrijf A stelt werknemers te werk in de volgende vestigingen :
-
van 21 uur tot 5 uur in zijn vestiging te Ternat;
-
van 19 uur tot 3 uur in zijn vestiging te Antwerpen;
-
van 24 uur tot 8 uur in zijn vestiging te Aalst;
-
van 5 uur 30 tot 13 uur 30 in zijn vestiging te Luik.
De betrokken werknemers ontvangen een ploegenpremie voor nachtarbeid voor de gepresteerde uren tussen 21 uur en 6 uur. Aangezien de werknemers in Luik gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur is niet voldaan aan de voorwaarde vermeld in nr. 7 en moet de bedrijfsvoorheffing ingehouden op de bezoldigingen van die werknemers volledig worden gestort.
De bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden op de bezoldigingen van de werknemers in Ternat, Antwerpen en Aalst komt wel in aanmerking voor een gedeeltelijke vrijstelling van storting.
49. Ploegenarbeid
Bedrijf B heeft 3 ploegen van 3 werknemers.
Ploeg 1 werkt van 5 uur tot 13 uur, ploeg 2 van 10 uur tot 18 uur en ploeg 3 van 14 uur tot 22 uur. Aangezien de werknemers in ploegen werken ontvangen ze hiervoor een premie.
Aangezien de overlapping meer bedraagt dan één vierde van de dagtaak is niet voldaan aan de voorwaarde vermeld in nr. 6 en komt de bedrijfsvoorheffing niet in aanmerking voor een gedeeltelijke vrijstelling van storting.
50. Uitzendbedrijven
Tijdens de maand oktober 2004 stelt een uitzendbedrijf één van zijn werknemers als volgt tewerk :
-
week 1 (van 4 tot 8 oktober) : in bedrijf A van 6 uur tot 14 uur;
-
week 2 (van 11 tot 15 oktober) : in bedrijf A van 8 uur tot 16 uur;
-
week 3 : geen tewerkstelling;
-
week 4 (van 25 tot 29 oktober) : in bedrijf B van 9 uur tot 17 uur.
Op de andere dagen van de maand worden geen prestaties verricht.
Voor de tewerkstelling tijdens week 1 (in bedrijf A) wordt een ploegenpremie toegekend en is voldaan aan de voorwaarden vermeld in nr. 6.
Voor de tewerkstelling tijdens week 2 (in bedrijf A) en tijdens week 4 (in bedrijf B) wordt geen ploegenpremie toegekend.
Enkel de bedrijfsvoorheffing m.b.t. de bezoldigingen verkregen ingevolge de tewerkstelling in bedrijf A komt voor een gedeeltelijke vrijstelling van storting in aanmerking.
De vrijstelling bedraagt 1 pct. van de belastbare bezoldigingen waarin de ploegenpremie is begrepen, m.a.w. van de belastbare bezoldigingen toegekend voor de tewerkstelling in bedrijf A voor week 1 en week 2.
51. Berekening van het vrijgestelde gedeelte bedrijfsvoorheffing
Bedrijf C heeft 3 werknemers in dienst die tot een zelfde nachtploeg behoren. Ze verrichten prestaties tussen 22 uur en 6 uur. Gedurende de maand juli 2004 heeft werknemer 1 twee weken verlof genomen en werd vervangen door werknemer 4 die normaliter niet in het ploegenstelsel werkzaam is, maar werknemer 1 nu tijdens de verlofperiode heeft vervangen :
| Werknemer 1 | Werknemer 2 | Werknemer 3 | Werknemer 4 | |
| Brutobelastbaar | 1.200,00 EUR | 500,00 EUR | 1500,00 EUR | 1.000,00 EUR |
| Vergoeding woon-werkverkeer (2) | 25,00 EUR | - | 25,00 EUR | 50,00 EUR |
| Brutobelastbare ploegenpremie voor nachtarbeid ontvangen m.b.t. prestaties in de maand juli 2004 (1) | 100,00 EUR | 50,00 EUR | 200,00 EUR | 100,00 EUR |
| Gewaarborgd loon arbeider van de 8ste tot de 30ste dag arbeidsongeschiktheid (vervangingsinkomen) | 1.000,00 EUR | |||
| Totaal = berekeningsgrondslag voor bedrijfsvoorheffing | 1.325,00 EUR | 1.550,00 EUR | 1.725,00 EUR | 1.150,00 EUR |
| Ingehouden | 275,29 EUR | 380,38- 704,00 | 464,45-19,00 = | 55,87 EUR |
| Berekeningsgrondslag voor de maatregel | 1.325,00 EUR | 550,00 EUR | 1.725,00 EUR | 1.150,00 EUR |
| Theoretisch vrij te stellen bedrag van de niet door te storten bedrijfsvoorheffing : 1 % van de berekeningsgrondslag | 13,25 EUR | 5,50 EUR | 17,25 EUR | 11,50 EUR |
| Niet door te storten BV | 13,25 EUR | 0 EUR | 17,25 EUR | 11,50 EUR |
|
|
|
| (2) | de werknemers hebben geen schriftelijke bevestiging aan hun werkgever overhandigd waaruit blijkt dat zij bij hun aangifte in de personenbelasting alleen aanspraak zullen maken op de wettelijke forfaitaire beroepskosten, (Bericht aan de werkgevers - Belgisch Staatsblad 7.2.2002); |
| (3) | overeenkomstig KB tot wijziging van de Bijlage III van het KB/WIB 92 van 15 december 2003 (Belgisch Staatsblad van 23 december 2003, tweede editie). |
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
S. QUINTENS
