Circulaire nr. Ci.RH.331/556.891 (AOIF 9/2004) dd. 04.03.2004
CIRC 04.03.04/2
Circulaire nr. Ci.RH.331/556.891 (AOIF 9/2004) dd. 04.03.2004
BELASTINGKREDIET
BK kinderen
Terugbetaling van het BK kinderen
Verrekening van het BK kinderen
BELASTINGVRIJE SOM
Toeslag op de belastingvrije som
Commentaar op de art. 26 A, 52 en 58, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting die de art. 134, 304 en 466, WIB 92 gewijzigd hebben - belastingkrediet voor kinderen ten laste.
Aan alle ambtenaren van de niveau's 1, B en C.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de art. 26 A, 52 en 58, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (V 2971 - Bull. 821) die respectievelijk de art. 134, 304 en 466, WIB 92, wijzigen. De voormelde bepalingen hebben betrekking op het belastingkrediet voor kinderen ten laste als bedoeld in art. 134, § 3, WIB 92 (hierna BK "kinderen" genoemd). De teksten van de hierna besproken wettelijke bepalingen zijn van toepassing voor aj. 2003.
II. WETTEKSTEN
2. W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting
Art. 26 A
Artikel 134 van hetzelfde Wetboek [WIB 92] gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen als volgt :
"Art. 134. § 1. Het in artikel 131, 2°, vermelde basisbedrag wordt aangerekend op datgene van de in artikel 127, vermelde inkomensdelen dat bestaat uit de inkomsten van de betrokken echtgenoot of die inkomsten omvat. Wanneer één van die inkomensdelen lager is dan het bedrag vermeld in artikel 131, 2°, wordt het saldo aangerekend op het andere inkomensdeel.
Daarna worden de in de artikelen 132 en 133, 2° en 3°, vermelde toeslagen bij voorrang aangerekend op het inkomensdeel van de echtgenoot met het hoogste beroepsinkomen. Wanneer dat inkomensdeel lager is dan het totaal van die toeslagen wordt het saldo aangerekend op het andere inkomensdeel.
§ 2. De belastingvrije som wordt per belastingplichtige aangerekend op de opeenvolgende inkomensschijven, te beginnen met de eerste.
§ 3. Het deel van de belastingvrije som dat na toepassing van de §§ 1 en 2 niet is aangerekend, wordt, in de mate dat het betrekking heeft op de toeslagen vermeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet.
Het belastingkrediet is gelijk aan het deel van de belastingvrije som dat met toepassing van het eerste lid kan worden omgezet, vermenigvuldigd met het tarief van de corresponderende inkomensschijf, met een maximum van 250 EUR per kind ten laste.".
Art. 52
Art. 304, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek [WIB 92], gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen als volgt :
"Voor rijksinwoners wordt het eventuele overschot van de in de artikelen 157 tot 168 en 175 vermelde voorafbetalingen, van de in de artikelen 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffingen, van de in de artikelen 279 en 284 vermelde werkelijke of fictieve roerende voorheffingen en van de in de artikelen 134, § 3, en 289ter vermelde belastingkredieten in voorkomend geval verrekend met de aanvullende belastingen op de personenbelasting, en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.".
Art. 58
In artikel 466 van hetzelfde Wetboek (1), gewijzigd bij de Wet van 20 december 1995, worden de woorden "en het belastingkrediet vermeld in de artikelen 277 tot 296" vervangen door de woorden "en de belastingkredieten vermeld in de artikelen 134 en 277 tot 296".
Art. 65
…………………….
De artikelen … 26 A, …..,52, ….. 58, ….. treden in werking vanaf aanslagjaar 2003.
…………………….
III. ALGEMEEN
3. Heel wat gezinnen - en vooral dan kinderrijke gezinnen - konden de belastingvrijstelling voor kinderen ten laste niet ten volle genieten wegens het geringe bedrag van hun inkomsten.
4. Om dit te verhelpen heeft de Wet van 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting een terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderen ten laste ingevoerd.
5. Concreet betekent dit dat de personen die één of meer kinderen ten laste hebben, en die geen of weinig belastbare inkomsten hebben, aanspraak kunnen maken op dat belastingvoordeel, zelfs indien zij geen belasting moeten betalen. Dat terugbetaalbaar belastingkrediet kan oplopen tot 250 EUR (te indexeren bedrag) per kind ten laste en wordt in principe effectief aan de betrokkenen uitbetaald.
IV. BELASTINGPLICHTIGEN DIE AANSPRAAK KUNNEN MAKEN OP HET BELASTINGKREDIET VOOR "KINDEREN"
6. Het BK "kinderen" als bedoeld in art. 134, § 3, WIB 92 wordt uitsluitend verleend aan de belastingplichtigen van wie het gezamenlijk belastbaar inkomen (GBI) lager is dan de belastingvrije som (1) waarop zij recht hebben en die één of meer kinderen (2) ten laste hebben.
[(1) Onder belastingvrije som (= het gedeelte van het GBI van de belastingplichtige waarop hij geen belasting moet betalen) wordt hierna verstaan het basisbedrag van de belastingvrije som voor een alleenstaande belastingplichtige of voor elke echtgenoot als bedoeld in art. 131, WIB 92, in voorkomend geval verhoogd met de verschillende toeslagen op de belastingvrije som als bedoeld in de art. 132 en 133, WIB 92).
(2) Onder kinderen wordt verstaan de afstammelingen van de belastingplichtige (kinderen of geadopteerde kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van de alleenstaande belastingplichtige, van beide echtgenoten of van één van hen), alsmede de kinderen die de belastingplichtige volledig of hoofdsakelijk ten laste heeft (b.v. kinderen van wie de ouders uit het ouderlijk gezag zijn ontzet, andere kinderen dan eigen kinderen, zelfs indien zij niet ouderloos zijn).]
7. Zijn bedoeld :
Voorbeeld (aj. 2003)
9. Echtpaar met 3 kinderen ten laste.
Belastingvrije som waarop de echtgenoten aanspraak kunnen maken :
Het betrokken echtpaar zal recht hebben op een BK "kinderen" indien het GBI van het gezin lager is dan 15.420 EUR.
V. TOESLAGEN OP DE BELASTINGVRIJE SOM DIE IN EEN BELASTINGKREDIET KUNNEN WORDEN OMGEZET
10. De hiernavolgende toeslagen op de belastingvrije som kunnen in een BK "kinderen" worden omgezet :
12. Het maximumbedrag van het BK "kinderen" bedraagt 250 EUR per kind ten laste. Het geïndexeerde bedrag voor aj. 2003 is gelijk aan 330 EUR.
Voor de toepassing van deze bepaling worden zwaar gehandicapte kinderen [Zie nrs. 135/2 tot 7, Com.IB 92 voor het begrip "zwaar gehandicapte kinderen".] voor twee gerekend (cf. mondelinge vraag van 16.4.2002, Volksv. Vanvelthoven, Bull. 834, blz. 455).
VII. BIJZONDER GEVAL : CO-OUDERSCHAP
13. In geval van toepassing van art. 132bis, WIB 92 (verdeling van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste als bedoeld in art. 132, eerste lid, 1° tot 5°, WIB 92, over de beide ouders - co-ouderschap), wordt het bedrag van de toeslag op de belastingvrije som dat in een BK "kinderen" wordt omgezet, vastgesteld NA de verdeling van de toeslag over de ouders [De in art. 132, eerste lid, 6°, WIB 92, vermelde bijkomende toeslag op de belastingvrije som van 325 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003: 430 EUR) voor ieder kind ten laste dat de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt op 1 januari van het aj. en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken, wordt niet in aanmerking genomen voor de verdeling over de ouders (zie nr. 6, circ. Ci.RH./532.273 van 19.12.2002, Bull. 824, blz. 1011 e.v.).].
De kinderen voor wie de verdeling van het fiscale voordeel is gevraagd, komen evenwel slechts in aanmerking voor de berekening van het maximumbedrag van 250 EUR per kind ten laste bij de ouder bij wie zij hun belastingwoonplaats hebben, d.w.z. de ouder die de bedoelde kinderen ten laste heeft.
Voorbeeld (aj. 2003)
14. De heer T. Tuinman is uit de echt gescheiden, hij heeft 2 kinderen die deel uitmaken van het gezin van hun moeder en ten haren laste zijn. De betrokkenen hebben de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over de beide ouders gevraagd; terzake zijn alle voorwaarden vervuld.
GBI : 4.100 EUR.
Belastingvrije som waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken :
Belastingvrije som die in een BK "kinderen" kan worden omgezet :
Maximumbedrag van het BK "kinderen" :
VIII. VASTSTELLING VAN HET BEDRAG VAN HET BELASTINGKREDIET
A. Principes
15. Het niet op het GBI aangerekende gedeelte van de belastingvrije som wordt omgezet in een BK "kinderen", maar slechts in de mate dat dit gedeelte betrekking heeft op de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste en voor ieder kind ten laste dat jonger is dan 3 jaar en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken (zie nr. 10).
16. Wanneer de belastingvrije som uit meerdere elementen bestaat, wordt het niet op het GBI aangerekende gedeelte van de belastingvrije som - in het voordeel van de belastingplichtige - geacht in de eerste plaats afkomstig te zijn van de (in een BK "kinderen" omzetbare) toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste (zie Kamer, Zitting 2000-2001, Stuk 1270/1, blz. 23).
17. Het BK "kinderen" wordt berekend door op het gedeelte van de belastingvrije som dat in een BK kan worden omgezet, het tarief (de tarieven) van de overeenstemmende inkomstenschijf (-schijven) toe te passen.
B. In aanmerking te nemen inkomsten
18. Vermits de bepalingen van de art. 130 tot 168, WIB 92 niet van toepassing zijn op de inkomsten die effectief afzonderlijk worden belast, komen de in art. 171, WIB 92, bedoelde inkomsten slechts in aanmerking voor de vaststelling van het BK "kinderen" in het stelsel van de volledige globalisatie van de inkomsten, d.w.z. in de gevallen waarin de samentelling ervan met de andere inkomsten voordeliger is voor de belastingplichtige.
C. Vaststelling van het belastingkrediet bij een alleenstaande belastingplichtige
19. Om het BK "kinderen" vast te stellen voor een fiscaal als alleenstaande aan te merken belastingplichtige, moet als volgt worden behandeld :
1° het bedrag van de belastingvrije som vaststellen waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken;
2° het sub 1° vastgestelde bedrag van de belastingvrije som aanrekenen (1) (2) - tot uitputting- op het GBI in de hierna bepaalde volgorde :
[(1) Alle toeslagen op het basisbedrag van de belastingvrije som waarop de belastingplichtige recht heeft worden samengeteld met het basisbedrag van 4.095 EUR (5.480 EUR voor aj. 2003) en het resultaat van die samentelling vormt de belastingvrije som.
(2) De belastingvrije som wordt aangerekend op de opeenvolgende inkomensschijven, te beginnen met de eerste (d.w.z. de laagste).]
3° het saldo (= het gedeelte van de belastingvrije som dat niet op het GBI kon worden aangerekend) in voorkomend geval beperken tot het gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op kinderen ten laste (gedeelte van de belastingvrije som dat omzetbaar is in een BK "kinderen" - zie nr. 10);
4° op het sub 3° bekomen bedrag het tarief (de tarieven) toepassen waarop een supplementair inkomen ten belope van hetzelfde bedrag zou onderworpen zijn. Daartoe moet de basisbelasting [Onder basisbelasting wordt verstaan de belasting zoals die volgt uit de toepassing van de belastingschaal, vóór aftrek van de belasting op de belastingvrije som en vóór toepassing van enigerlei belastingvermindering, -vermeerdering of -verhoging] worden berekend op het GBI verhoogd met het niet op het GBI aangerekend gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op kinderen ten laste (zie nr. 10), en daarvan moet de basisbelasting [Onder basisbelasting wordt verstaan de belasting zoals die volgt uit de toepassing van de belastingschaal, vóór aftrek van de belasting op de belastingvrije som en vóór toepassing van enigerlei belastingvermindering, -vermeerdering of -verhoging] op het GBI worden afgetrokken;
5° het sub 4° bekomen BK "kinderen" in voorkomend geval beperken tot 250 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 330 EUR) per kind ten laste.
Voorbeelden
Voorbeeld 1 (aj. 2003)
20. Alleenstaande vrouw met 3 kinderen ten laste (7, 5 en 2 jaar). Voor het jongste kind, dat zwaar gehandicapt is, worden geen uitgaven voor kinderoppas afgetrokken.
GBI : 6.630 EUR.
Belastingvrije som waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken :
[(1) Een zwaar gehandicapt kind mag terzake voor 2 worden gerekend.]
Aanrekening van de belastingvrije som op het GBI :
Worden eerst aangerekend op het GBI : het basisbedrag van de belastingvrije som (5.480 EUR) + de toeslag voor alleenstaande met kinderlast (1.160 EUR) = 6.640 EUR, evenwel beperkt tot het GBI [Het niet aangerekende gedeelte van de belastingvrije som (6.640 EUR - 6.630 EUR = 10 EUR) kan niet worden omgezet in een BK "kinderen".] : 6.630 EUR.
In een BK "kinderen" omzetbaar gedeelte van de belastingvrije som :
Komen in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen" : de toeslag voor 4 kinderen ten laste (10.860 EUR) + de toeslag voor 2 kinderen 3 jaar (860 EUR) = 11.720 EUR (die toeslagen kunnen volledig worden omgezet in BK, omdat het ganse GBI reeds is opgebruikt door het (de) hierboven vermelde basisbedrag en toeslag op de belastingvrije som).
Berekening van het BK "kinderen" :
Terugbetaalbaar BK "kinderen" : 4.735,50 EUR, evenwel beperkt tot 330 EUR x 4 = 1.320 EUR.
Voorbeeld 2 (aj. 2003)
21. Zelfde gegevens als voorbeeld 1, maar het GBI bedraagt 16.100 EUR.
Belastingvrije som waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken :
[(1) Een zwaar gehandicapt kind mag terzake voor 2 worden gerekend.]
Aanrekening van de belastingvrije som op het GBI :
De belastingvrije som van 18.360 EUR wordt in de hierna aangegeven volgorde aangerekend op het GBI :
In een BK "kinderen" omzetbaar gedeelte van de belastingvrije som :
Berekening van het BK "kinderen" :
Terugbetaalbaar BK "kinderen" : 1.017 EUR (dit bedrag is lager dan 330 EUR x 4 = 1.320 EUR).
Voorbeeld 3 (aj. 2003)
22. Alleenstaande vrouw met 5 kinderen ten laste (11, 9, 7, 5 en 4 jaar). GBI : 0 EUR (de betrokkene ontvangt alleen een leefloon van het OCMW)
Belastingvrije som waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken :
Aanrekening van de belastingvrije som op het GBI :
nihil
In een BK "kinderen" omzetbaar gedeelte van de belastingvrije som :
Komt in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen" : de toeslag voor 5 kinderen ten laste (16.010 EUR).
Berekening van het BK "kinderen" :
Terugbetaalbaar BK "kinderen" : 5.340 EUR, evenwel beperkt tot 330 EUR x 5 = 1.650 EUR.
D. Vaststelling van het belastingkrediet bij echtgenoten
1. Regels inzake de aanrekening van de belastingvrije som
23. Wanneer de aanslag op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd, wordt overeenkomstig art. 134, § 1, eerste lid, WIB 92, het in art. 131, 2°, WIB 92 vermelde basisbedrag van de belastingvrije som voor elke echtgenoot van 3.250 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 4.350 EUR) aangerekend op elk inkomensdeel, met name het afgezonderd beroepsinkomen (1) en het resterend gezinsinkomen (2).
[(1) Het afgezonderd beroepsinkomen is het totale netto beroepsinkomen van de echtgenoot die er het minst heeft, verminderd met de ervan aftrekbare gemeenschappelijke en personaliseerbare bestedingen.
(2) Het resterend gezinsinkomen is de grondslag die wordt gevormd door het totale nettoberoepsinkomen van de echtgenoot die er het meest heeft en de overige netto-inkomsten (inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten) van het gezin, verminderd met de ervan aftrekbare gemeenschappelijke en personaliseerbare bestedingen.]
Voorbeeld (aj. 2003)
24. Resterend gezinsinkomen :
25. Wanneer één van de inkomensdelen lager is dan het basisbedrag van de belastingvrije som, wordt het saldo van dat bedrag aangerekend op het andere inkomensdeel (cf. art. 134, § 1, eerste lid, in fine, WIB 92).
Voorbeeld (aj. 2003)
26. Resterend gezinsinkomen :
Op het afgezonderd beroepsinkomen kan slechts een belastingvrije som van 2.610 EUR worden aangerekend.
Het saldo (4.350 EUR - 2.610 EUR = 1.740 EUR) wordt samen met de andere belastingvrije som van 4.350 EUR, d.w.z. in totaal 6.090 EUR (1.740 EUR + 4.350 EUR) aangerekend op het resterend gezinsinkomen.
27. Na aanrekening van het basisbedrag van de belastingvrije som worden de in de art. 132 en 133, § 1, 2° en 3°, WIB 92 vermelde toeslagen op de belastingvrije som bij voorrang aangerekend op de belastbare grondslag waarin zowel de inkomsten van onroerende goederen, de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en de diverse inkomsten van beide echtgenoten als de beroepsinkomen van de echtgenoot met de hoogste beroepsinkomsten zijn begrepen (+ resterend gezinsinkomen) (cf. art. 134, § 1, tweede lid, WIB 92).
28. Wanneer het resterend gezinsinkomen onvoldoende groot is om de totale belastingvrije som aan te rekenen, wordt het saldo aangerekend op de belastbare grondslag waarin slechts de beroepsinkomsten van de echtgenoot met het laagste beroepsinkomen begrepen zijn (= afgezonderd beroepsinkomen) (cf. art. 134, § 1, tweede lid, in fine, WIB 92).
Voorbeeld (aj. 2003)
2. Volgorde van aanrekening van de verschillende toeslagen op de belastingvrije som
30. De verschillende toeslagen op de belastingvrije som worden aangerekend op het resterend gezinsinkomen en op het afgezonderd beroepsinkomen rekening houdend met de in de nrs. 23 tot 29 uiteengezette regels en - in het voordeel van de belastingplichtige (zie nr. 16) - in de hierna vermelde volgorde :
3. Wijze van aanrekening van de belastingvrije som
31. De belastingvrije som wordt per echtgenoot aangerekend op de opeenvolgende inkomensschijven, te beginnen met de eerste (= de laagste) (cf. art. 134, § 2, WIB 92).
Voorbeeld (aj. 2003)
32. Echtpaar met 3 kinderen ten laste (5, 7 en 9 jaar).
Berekening van de belasting :
1° Afgezonderd beroepsinkomen :
2° Resterend gezinsinkomen :
3° Om te slane belasting :
4. Berekening van het belastingkrediet
33. Wanneer na de toepassing van de in de nrs. 23 tot 31 uiteengezette regels nog een gedeelte van de belastingvrije som niet kon worden aangerekend op het GBI (m.a.w. wanneer de som van het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen lager is dan de belastingvrije som), wordt dat gedeelte, voor zover het betrekking heeft op de toeslag voor kinderen ten laste en de toeslag voor ieder kind ten laste dat jonger is dan 3 jaar, omgezet in een terugbetaalbaar BK "kinderen".
34. In overeenstemming met de in art. 134, § 1, tweede lid, WIB 92, bepaalde wijze van aanrekening van de toeslagen op de belastingvrije som bij echtgenoten (aanrekening eerst - tot uitputting - op het resterend gezinsinkomen en daarna - tot uitputting - op het afgezonderd beroepsinkomen), wordt het BK "kinderen" steeds berekend na de eventuele aanrekening van het saldo van de toeslagen op de belastingvrije som op het afgezonderd beroepsinkomen [Zelfs indien er geen enkel bedrag (meer) op het afgezonderd beroepsinkomen kan worden aangerekend.] d.w.z. bij de echtgenoot die de laagste gezamenlijk belastbare beroepsinkomsten heeft.
35. Voor het vaststellen van het BK "kinderen" bij echtgenoten, moet derhalve als volgt worden gehandeld :
1° het basisbedrag van de belastingvrije som van elke echtgenoot aanrekenen op elk inkomensdeel overeenkomstig het bepaalde in art. 134, § 1, eerste lid, WIB 92 (zie nrs. 23 en 26);
2° de toeslagen op de belastingvrije som vaststellen en - tot uitputting - aanrekenen op de twee inkomensdelen op de wijze bepaald in art. 134, § 1, tweede lid, WIB 92 (zie nrs. 27 tot 29) en met inachtneming van de in nr. 30 bepaalde volgorde;
3° het saldo (= het gedeelte van de belastingvrije som dat niet op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen kon worden aangerekend), in voorkomend geval beperken tot het gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op kinderen ten laste (gedeelte van de belastingvrije som dat omzetbaar is in een BK "kinderen" - zie nr. 10);
4° op het sub 3° bekomen bedrag het tarief (de tarieven) toepassen waarop een supplementair inkomen ten belope van hetzelfde bedrag zou onderworpen zijn bij de echtgenoot die de laagste gezamenlijk belastbare beroepsinkomsten heeft. Daartoe moet de basisbelasting worden berekend op het afgezonderd beroepsinkomen verhoogd met het niet op het afgezonderd beroepsinkomen aangerekend gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op kinderen ten laste, en daarvan moet de basisbelasting op het afgezonderd beroepsinkomen worden afgetrokken;
5° het sub 4° bekomen belastingkrediet in voorkomend geval beperken tot 250 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 330 EUR) per kind ten laste.
Voorbeelden
Voorbeeld 1 (aj. 2003)
36. Echtpaar met 4 kinderen (10, 8, 8 en 6 jaar) en één andere persoon (broer van de man) ten laste.
Resterend gezinsinkomen (vrouw) : 11.000 EUR
Afgezonderd beroepsinkomen (man) : 9.500 EUR
Belastingvrije som waarop de echtgenoten aanspraak kunnen maken :
Aanrekening van de belastingvrije som op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen :
Stap 1. Aanrekening op het resterend gezinsinkomen (vrouw) :
Stap 2. Aanrekening op het afgezonderd beroepsinkomen (man) :
In een BK "kinderen" omzetbaar gedeelte van de belastingvrije som :
5.370 EUR - 5.150 EUR = 220 EUR
Berekening van het BK "kinderen" :
Terugbetaalbaar BK "kinderen" : 88 EUR (dit bedrag is lager dan 330 EUR x 4 = 1.320 EUR).
Voorbeeld 2 (aj. 2003)
37. Echtpaar met 2 kinderen (18 en 15 jaar) en 1 andere persoon (zuster van de man) ten laste.
Afgezonderd beroepsinkomen (man) : 3.960 EUR
Resterend gezinsinkomen (vrouw) : 4.120 EUR
Belastingvrije som waarop de echtgenoten aanspraak kunnen maken :
Aanrekening van de belastingvrije som op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen
Stap 1. Aanrekening op het resterend gezinsinkomen (vrouw) :
Stap 2. Aanrekening op het afgezonderd beroepsinkomen (man) :
In een BK "kinderen" omzetbaar gedeelte van de belastingvrije som :
Alleen het gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op de toeslag op de belastingvrije som voor 2 kinderen ten laste (3.000 EUR) komt in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen". Het saldo van de basisbedragen van de belastingvrije som en de toeslag op de belastingvrije som voor 1 andere persoon ten laste die niet op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen konden worden aangerekend, komen daarvoor niet in aanmerking.
Berekening van het BK "kinderen" :
Voorbeeld 3 (aj. 2003)
38. Echtpaar met 2 kinderen (9 en 7 jaar) ten laste.
Afgezonderd beroepsinkomen (vrouw) : 4.006,10 EUR
Resterend gezinsinkomen (man) : 6.134,48 EUR
Belastingvrije som waarop de echtgenoten aanspraak kunnen maken :
Man : basisbedrag : 4.350 EUR
Vrouw : basisbedrag : 4.350 EUR
Toeslag voor 2 kinderen ten laste : 3.000 EUR
Aanrekening van de belastingvrije som op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen
Stap 1. Aanrekening op het resterend gezinsinkomen (man) :
Stap 2. Aanrekening op het afgezonderd beroepsinkomen (vrouw) :
In een BK "kinderen" omzetbaar gedeelte van de belastingvrije som :
Alleen het gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op de toeslag op de belastingvrije som voor 2 kinderen ten laste en dat niet kon worden aangerekend op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen (1.559,42 EUR) komt in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen".
Berekening van het BK "kinderen" :
IX. VESTIGING VAN DE AANSLAG
39. Met het oog op de "terugbetaling" van het BK "kinderen" aan de belastingplichtige en om het indienen van bezwaarschriften te voorkomen, is het aangewezen dat steeds een aanslag in de PB of in de BNI/nat.pers. wordt gevestigd op naam van de belastingplichtige(n) die aanspraak kan (kunnen) maken op dat belastingkrediet (cf. art. 304, § 1, derde lid, WIB 92). Zie terzake ook instr. 15.5.2003, Ci.RH 82/554.547 (instr. AOIF nr. 30/2003), nr. 5, derde en zesde lid.
40. Inzake PB is de inkohiering van de aanslag verplicht ongeacht of de betrokken belastingplichtige in zijn aangifte :
41. Overeenkomstig art. 304, § 2, eerste lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 52, W 10.8.2001, wordt, inzake PB, het BK "kinderen" gevoegd bij de voorheffingen en andere terugbetaalbare bestanddelen en het totale bedrag wordt verrekend met de belasting op de afzonderlijk belastbare inkomsten [De belasting m.b.t. de gezamenlijk belastbare inkomsten is tot 0 teruggebracht.] die overblijft na verrekening van de niet terugbetaalbare voorheffingen en andere bestanddelen.
42. Het eventuele overschot van de terugbetaalbare voorheffingen en voorafbetalingen, het BK "lage activiteitsinkomsten" en het BK "kinderen" wordt verrekend met de PB/gem. en het PB/agg. en het saldo wordt teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.
43. De bovenstaande regels zijn krachtens art. 304, § 2, vierde lid, WIB 92 mutatis mutandis van toepassing op de aanslagen gevestigd in de BNI/nat.pers. overeenkomstig art. 232, WIB 92 (inkomsten onderworpen aan de regularisatie).
XI. GRONDSLAG VAN DE PB/GEM. EN DE PB/AGG.
44. Het BK "kinderen" heeft geen enkele invloed op de berekening van de PB/gem. en de PB/agg.
45. Het bedrag dat tot grondslag dient voor de berekening van de PB/gem. en de PB/agg. is dus dat van de PB met betrekking tot de afzonderlijk belastbare inkomsten (het feit dat er een BK "kinderen" wordt toegekend, houdt in dat de PB met betrekking tot de gezamenlijk belastbare inkomsten tot 0 is herleid) vóór :
46. Het detail van de berekening op het aanslagbiljet inzake PB voor aj. 2003 vermeldt uitdrukkelijk het bedrag dat recht geeft op het BK "kinderen" (RECHTGEVEND OP BELASTINGKREDIET) en het bedrag van het BK "kinderen" (BELASTINGKREDIET KINDEREN).
XIII. INWERKINGTREDING
47. De bepalingen van de art. 26 A, 52 en 58, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (bepalingen met betrekking tot het BK "kinderen") treden in werking met ingang van aj. 2003 (cf. art. 65, derde lid, W 10.8.2001).
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT
Circulaire nr. Ci.RH.331/556.891 (AOIF 9/2004) dd. 04.03.2004
BELASTINGKREDIET
BK kinderen
Terugbetaling van het BK kinderen
Verrekening van het BK kinderen
BELASTINGVRIJE SOM
Toeslag op de belastingvrije som
Commentaar op de art. 26 A, 52 en 58, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting die de art. 134, 304 en 466, WIB 92 gewijzigd hebben - belastingkrediet voor kinderen ten laste.
Aan alle ambtenaren van de niveau's 1, B en C.
| IX. Vestiging van de aanslag | 39 |
| X. Verrekening van het belastingkrediet | 41 |
| XI. Grondslag van de PB/gem. en de PB/agg. | 44 |
| XII. Vermeldingen op het aanslagbiljet | 46 |
| XIII. Inwerkingtreding | 47 |
1. Deze circulaire bespreekt de art. 26 A, 52 en 58, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (V 2971 - Bull. 821) die respectievelijk de art. 134, 304 en 466, WIB 92, wijzigen. De voormelde bepalingen hebben betrekking op het belastingkrediet voor kinderen ten laste als bedoeld in art. 134, § 3, WIB 92 (hierna BK "kinderen" genoemd). De teksten van de hierna besproken wettelijke bepalingen zijn van toepassing voor aj. 2003.
II. WETTEKSTEN
2. W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting
Art. 26 A
Artikel 134 van hetzelfde Wetboek [WIB 92] gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen als volgt :
"Art. 134. § 1. Het in artikel 131, 2°, vermelde basisbedrag wordt aangerekend op datgene van de in artikel 127, vermelde inkomensdelen dat bestaat uit de inkomsten van de betrokken echtgenoot of die inkomsten omvat. Wanneer één van die inkomensdelen lager is dan het bedrag vermeld in artikel 131, 2°, wordt het saldo aangerekend op het andere inkomensdeel.
Daarna worden de in de artikelen 132 en 133, 2° en 3°, vermelde toeslagen bij voorrang aangerekend op het inkomensdeel van de echtgenoot met het hoogste beroepsinkomen. Wanneer dat inkomensdeel lager is dan het totaal van die toeslagen wordt het saldo aangerekend op het andere inkomensdeel.
§ 2. De belastingvrije som wordt per belastingplichtige aangerekend op de opeenvolgende inkomensschijven, te beginnen met de eerste.
§ 3. Het deel van de belastingvrije som dat na toepassing van de §§ 1 en 2 niet is aangerekend, wordt, in de mate dat het betrekking heeft op de toeslagen vermeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet.
Het belastingkrediet is gelijk aan het deel van de belastingvrije som dat met toepassing van het eerste lid kan worden omgezet, vermenigvuldigd met het tarief van de corresponderende inkomensschijf, met een maximum van 250 EUR per kind ten laste.".
Art. 52
Art. 304, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek [WIB 92], gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen als volgt :
"Voor rijksinwoners wordt het eventuele overschot van de in de artikelen 157 tot 168 en 175 vermelde voorafbetalingen, van de in de artikelen 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffingen, van de in de artikelen 279 en 284 vermelde werkelijke of fictieve roerende voorheffingen en van de in de artikelen 134, § 3, en 289ter vermelde belastingkredieten in voorkomend geval verrekend met de aanvullende belastingen op de personenbelasting, en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.".
Art. 58
In artikel 466 van hetzelfde Wetboek (1), gewijzigd bij de Wet van 20 december 1995, worden de woorden "en het belastingkrediet vermeld in de artikelen 277 tot 296" vervangen door de woorden "en de belastingkredieten vermeld in de artikelen 134 en 277 tot 296".
Art. 65
…………………….
De artikelen … 26 A, …..,52, ….. 58, ….. treden in werking vanaf aanslagjaar 2003.
…………………….
III. ALGEMEEN
3. Heel wat gezinnen - en vooral dan kinderrijke gezinnen - konden de belastingvrijstelling voor kinderen ten laste niet ten volle genieten wegens het geringe bedrag van hun inkomsten.
4. Om dit te verhelpen heeft de Wet van 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting een terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderen ten laste ingevoerd.
5. Concreet betekent dit dat de personen die één of meer kinderen ten laste hebben, en die geen of weinig belastbare inkomsten hebben, aanspraak kunnen maken op dat belastingvoordeel, zelfs indien zij geen belasting moeten betalen. Dat terugbetaalbaar belastingkrediet kan oplopen tot 250 EUR (te indexeren bedrag) per kind ten laste en wordt in principe effectief aan de betrokkenen uitbetaald.
IV. BELASTINGPLICHTIGEN DIE AANSPRAAK KUNNEN MAKEN OP HET BELASTINGKREDIET VOOR "KINDEREN"
6. Het BK "kinderen" als bedoeld in art. 134, § 3, WIB 92 wordt uitsluitend verleend aan de belastingplichtigen van wie het gezamenlijk belastbaar inkomen (GBI) lager is dan de belastingvrije som (1) waarop zij recht hebben en die één of meer kinderen (2) ten laste hebben.
[(1) Onder belastingvrije som (= het gedeelte van het GBI van de belastingplichtige waarop hij geen belasting moet betalen) wordt hierna verstaan het basisbedrag van de belastingvrije som voor een alleenstaande belastingplichtige of voor elke echtgenoot als bedoeld in art. 131, WIB 92, in voorkomend geval verhoogd met de verschillende toeslagen op de belastingvrije som als bedoeld in de art. 132 en 133, WIB 92).
(2) Onder kinderen wordt verstaan de afstammelingen van de belastingplichtige (kinderen of geadopteerde kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van de alleenstaande belastingplichtige, van beide echtgenoten of van één van hen), alsmede de kinderen die de belastingplichtige volledig of hoofdsakelijk ten laste heeft (b.v. kinderen van wie de ouders uit het ouderlijk gezag zijn ontzet, andere kinderen dan eigen kinderen, zelfs indien zij niet ouderloos zijn).]
7. Zijn bedoeld :
8. De afzonderlijk belastbare inkomsten worden slechts in aanmerking genomen voor de toepassing van het BK "kinderen" wanneer de samentelling ervan met de andere netto-inkomsten voordeliger is voor de belastingplichtige (stelsel van de volledige globalisatie van de inkomsten).
- de rijksinwoners (onderworpen aan de PB);
- de niet-rijksinwoners (onderworpen aan en geregulariseerd in de BNI/nat.pers.) die behoren tot één van de volgende categoriën :
Zijn bijgevolg niet bedoeld :
- de niet-rijksinwoners met tehuis in België, d.w.z. de niet-rijksinwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden;
- de met niet-rijksinwoners met tehuis in België gelijkgestelden, d.w.z. de niet-rijksinwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden, maar die tijdens dat tijdperk in België belastbare beroepsinkomsten hebben behaald of verkregen, in zoverre die inkomsten ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten;
- de bevoorrechte niet-rijksinwoners zonder tehuis in België die inwoners zijn van Griekenland of Marokko.
- de bevoorrechte niet-rijksinwoners zonder tehuis in België die inwoners zijn van Frankrijk, Nederland en Canada;
- de gewone niet-rijksinwoners zonder tehuis in België.
Voorbeeld (aj. 2003)
9. Echtpaar met 3 kinderen ten laste.
Belastingvrije som waarop de echtgenoten aanspraak kunnen maken :
| Basisbedragen (2 x 4.350 EUR) : | 8.700 EUR |
| Toeslag op de belastingvrije som voor 3 kinderen ten laste : | 6.720 EUR |
| Totaal : | 15.420 EUR |
V. TOESLAGEN OP DE BELASTINGVRIJE SOM DIE IN EEN BELASTINGKREDIET KUNNEN WORDEN OMGEZET
10. De hiernavolgende toeslagen op de belastingvrije som kunnen in een BK "kinderen" worden omgezet :
11. Komen derhalve niet in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen" :
- de in art. 132, eerste lid, 1° tot 5°, WIB 92, vermelde toeslagen op de belastingvrije som :
1° voor één kind ten laste : 870 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 1.160 EUR);
2° voor twee kinderen ten laste : 2.240 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 3.000 EUR);
3° voor drie kinderen ten laste : 5.020 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 6.720 EUR);
4° voor vier kinderen ten laste : 8.120 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 10.860 EUR);
5° voor meer dan vier kinderen ten laste : 8.120 EUR plus 3.100 EUR per kind boven het vierde (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 10.860 EUR plus 4.150 EUR boven het vierde);
- de in art. 132, eerste lid, 6°, WIB 92, vermelde bijkomende toeslag op de belastingvrije som voor ieder kind ten laste dat de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt op 1 januari van het aj. en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken als bedoeld in art. 104, 7°, WIB 92: 325 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 430 EUR).
VI. MAXIMUMBEDRAG VAN HET BELASTINGKREDIET
- het in art. 131, WIB 92, vermelde basisbedrag van de belastingvrije som voor :
- een alleenstaande belastingplichtige [Zie nr. 131/3, Com.IB 92 voor het begrip "alleenstaanden".] : 4.095 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 5.480 EUR);
- elke echtgenoot [Zie nr. 131/4, Com.IB 92 voor het begrip "echtgenoten".] : 3.250 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 4.350 EUR);
- de in de art. 132, eerste lid, 7° en 133, WIB 92, vermelde toeslagen op de belastingvrije som voor :
- iedere andere persoon ten laste : 870 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 1.160 EUR);
- een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft : 870 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 :1.160 EUR) [Die toeslag geldt uiteraard alleen voor alleenstaanden (zie nr. 131/3, Com.IB 92 voor het begrip "alleenstaanden")];
- iedere zwaar gehandicapte belastingplichtige : 870 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 1.160 EUR);
- iedere zwaar gehandicapte andere persoon ten laste : 870 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 1.160 EUR);
- een gehuwde belastingplichtige, voor het jaar van zijn huwelijk, indien de echtgenoot geen bestaansmiddelen heeft die meer dan 1.800 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 2.410 EUR) netto bedragen : 870 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 1.160 EUR) [Die toeslag geldt uiteraard alleen voor alleenstaanden (zie nr. 131/3, Com.IB 92 voor het begrip "alleenstaanden")].
12. Het maximumbedrag van het BK "kinderen" bedraagt 250 EUR per kind ten laste. Het geïndexeerde bedrag voor aj. 2003 is gelijk aan 330 EUR.
Voor de toepassing van deze bepaling worden zwaar gehandicapte kinderen [Zie nrs. 135/2 tot 7, Com.IB 92 voor het begrip "zwaar gehandicapte kinderen".] voor twee gerekend (cf. mondelinge vraag van 16.4.2002, Volksv. Vanvelthoven, Bull. 834, blz. 455).
VII. BIJZONDER GEVAL : CO-OUDERSCHAP
13. In geval van toepassing van art. 132bis, WIB 92 (verdeling van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste als bedoeld in art. 132, eerste lid, 1° tot 5°, WIB 92, over de beide ouders - co-ouderschap), wordt het bedrag van de toeslag op de belastingvrije som dat in een BK "kinderen" wordt omgezet, vastgesteld NA de verdeling van de toeslag over de ouders [De in art. 132, eerste lid, 6°, WIB 92, vermelde bijkomende toeslag op de belastingvrije som van 325 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003: 430 EUR) voor ieder kind ten laste dat de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt op 1 januari van het aj. en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken, wordt niet in aanmerking genomen voor de verdeling over de ouders (zie nr. 6, circ. Ci.RH./532.273 van 19.12.2002, Bull. 824, blz. 1011 e.v.).].
De kinderen voor wie de verdeling van het fiscale voordeel is gevraagd, komen evenwel slechts in aanmerking voor de berekening van het maximumbedrag van 250 EUR per kind ten laste bij de ouder bij wie zij hun belastingwoonplaats hebben, d.w.z. de ouder die de bedoelde kinderen ten laste heeft.
Voorbeeld (aj. 2003)
14. De heer T. Tuinman is uit de echt gescheiden, hij heeft 2 kinderen die deel uitmaken van het gezin van hun moeder en ten haren laste zijn. De betrokkenen hebben de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over de beide ouders gevraagd; terzake zijn alle voorwaarden vervuld.
GBI : 4.100 EUR.
Belastingvrije som waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken :
| Basisbedrag : | 5.480 EUR |
| Toeslag voor twee kinderen in co-ouderschap : | |
| 3.000 EUR/2 = | 1.500 EUR |
| Totaal : | 6.980 EUR |
| Toeslag voor twee kinderen in co-ouderschap : | |
| 3.000 EUR/2 = | 1.500 EUR |
| 330 EUR x 0 (de betrokkene heeft geen enkel kind ten laste) = | 0 EUR |
A. Principes
15. Het niet op het GBI aangerekende gedeelte van de belastingvrije som wordt omgezet in een BK "kinderen", maar slechts in de mate dat dit gedeelte betrekking heeft op de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste en voor ieder kind ten laste dat jonger is dan 3 jaar en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken (zie nr. 10).
16. Wanneer de belastingvrije som uit meerdere elementen bestaat, wordt het niet op het GBI aangerekende gedeelte van de belastingvrije som - in het voordeel van de belastingplichtige - geacht in de eerste plaats afkomstig te zijn van de (in een BK "kinderen" omzetbare) toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste (zie Kamer, Zitting 2000-2001, Stuk 1270/1, blz. 23).
17. Het BK "kinderen" wordt berekend door op het gedeelte van de belastingvrije som dat in een BK kan worden omgezet, het tarief (de tarieven) van de overeenstemmende inkomstenschijf (-schijven) toe te passen.
B. In aanmerking te nemen inkomsten
18. Vermits de bepalingen van de art. 130 tot 168, WIB 92 niet van toepassing zijn op de inkomsten die effectief afzonderlijk worden belast, komen de in art. 171, WIB 92, bedoelde inkomsten slechts in aanmerking voor de vaststelling van het BK "kinderen" in het stelsel van de volledige globalisatie van de inkomsten, d.w.z. in de gevallen waarin de samentelling ervan met de andere inkomsten voordeliger is voor de belastingplichtige.
C. Vaststelling van het belastingkrediet bij een alleenstaande belastingplichtige
19. Om het BK "kinderen" vast te stellen voor een fiscaal als alleenstaande aan te merken belastingplichtige, moet als volgt worden behandeld :
1° het bedrag van de belastingvrije som vaststellen waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken;
2° het sub 1° vastgestelde bedrag van de belastingvrije som aanrekenen (1) (2) - tot uitputting- op het GBI in de hierna bepaalde volgorde :
| a) eerst, tot uitputting, het basisbedrag van de belastingvrije som voor een alleenstaande belastingplichtige (art . 131, WIB 92), de toeslag op de belastingvrije som voor andere personen ten laste dan kinderen (art. 132, eerste lid, 7°, WIB 92), de toeslag op de belastingvrije som voor een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft (art. 133, § 1, 1°, WIB 92), de toeslag op de belastingvrije som voor zware handicap van andere personen dan kinderen (art. 133, § 1, 2° en 3°, WIB 92) en de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van huwelijk (art. 133, § 1, 4°, WIB 92); |
| b) daarna, tot uitputting, de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste (art. 132, eerste lid, 1° tot 5°, WIB 92) en de toeslag op de belastingvrije som voor ieder kind ten laste dat jonger is dan 3 jaar en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken (art. 132, eerste lid, 6°, WIB 92); |
(2) De belastingvrije som wordt aangerekend op de opeenvolgende inkomensschijven, te beginnen met de eerste (d.w.z. de laagste).]
3° het saldo (= het gedeelte van de belastingvrije som dat niet op het GBI kon worden aangerekend) in voorkomend geval beperken tot het gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op kinderen ten laste (gedeelte van de belastingvrije som dat omzetbaar is in een BK "kinderen" - zie nr. 10);
4° op het sub 3° bekomen bedrag het tarief (de tarieven) toepassen waarop een supplementair inkomen ten belope van hetzelfde bedrag zou onderworpen zijn. Daartoe moet de basisbelasting [Onder basisbelasting wordt verstaan de belasting zoals die volgt uit de toepassing van de belastingschaal, vóór aftrek van de belasting op de belastingvrije som en vóór toepassing van enigerlei belastingvermindering, -vermeerdering of -verhoging] worden berekend op het GBI verhoogd met het niet op het GBI aangerekend gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op kinderen ten laste (zie nr. 10), en daarvan moet de basisbelasting [Onder basisbelasting wordt verstaan de belasting zoals die volgt uit de toepassing van de belastingschaal, vóór aftrek van de belasting op de belastingvrije som en vóór toepassing van enigerlei belastingvermindering, -vermeerdering of -verhoging] op het GBI worden afgetrokken;
5° het sub 4° bekomen BK "kinderen" in voorkomend geval beperken tot 250 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 330 EUR) per kind ten laste.
Voorbeelden
Voorbeeld 1 (aj. 2003)
20. Alleenstaande vrouw met 3 kinderen ten laste (7, 5 en 2 jaar). Voor het jongste kind, dat zwaar gehandicapt is, worden geen uitgaven voor kinderoppas afgetrokken.
GBI : 6.630 EUR.
Belastingvrije som waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken :
| 5.480 EUR |
| |
| 10.860 EUR |
| 860 EUR |
| 1.160 EUR |
| 18.360 EUR |
Aanrekening van de belastingvrije som op het GBI :
Worden eerst aangerekend op het GBI : het basisbedrag van de belastingvrije som (5.480 EUR) + de toeslag voor alleenstaande met kinderlast (1.160 EUR) = 6.640 EUR, evenwel beperkt tot het GBI [Het niet aangerekende gedeelte van de belastingvrije som (6.640 EUR - 6.630 EUR = 10 EUR) kan niet worden omgezet in een BK "kinderen".] : 6.630 EUR.
In een BK "kinderen" omzetbaar gedeelte van de belastingvrije som :
Komen in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen" : de toeslag voor 4 kinderen ten laste (10.860 EUR) + de toeslag voor 2 kinderen 3 jaar (860 EUR) = 11.720 EUR (die toeslagen kunnen volledig worden omgezet in BK, omdat het ganse GBI reeds is opgebruikt door het (de) hierboven vermelde basisbedrag en toeslag op de belastingvrije som).
Berekening van het BK "kinderen" :
| Basisbelasting op 18.350 EUR (6.630 EUR + 11.720 EUR) : | |
| 3.859,50 EUR + (18.350,00 EUR - 12.720,00 EUR) x 45 % = | 6.393,00 EUR |
| Basisbelasting op 6.630 EUR (GBI) : | |
| 6.630,00 EUR x 25 % = | - 1.657,50 EUR |
| Verschil : | 4.735,50 EUR |
Voorbeeld 2 (aj. 2003)
21. Zelfde gegevens als voorbeeld 1, maar het GBI bedraagt 16.100 EUR.
Belastingvrije som waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken :
| 5.480 EUR |
| |
| 10.860 EUR |
| 860 EUR |
| 1.160 EUR |
| 18.360 EUR |
Aanrekening van de belastingvrije som op het GBI :
De belastingvrije som van 18.360 EUR wordt in de hierna aangegeven volgorde aangerekend op het GBI :
1° Tot uitputting : het basisbedrag van de belastingvrije som (5.480 EUR) + de toeslag voor alleenstaande met kinderlast (1.160 EUR) : | 6.640 EUR |
2° Tot uitputting : de toeslag voor 4 kinderen ten laste (10.860 EUR) + de toeslag voor 2 kinderen 3 jaar (860 EUR) = 11.720, beperkt tot (16.100 EUR - 6.640 EUR) = | 9.460 EUR |
3° Totaal : | 16.100 EUR |
| 11.720 EUR - 9.460 EUR = | 2.260 EUR |
| Basisbelasting op 18.360 EUR (16.100 EUR + 2.260 EUR) : | |
| 3.859,50 EUR + (18.360,00 EUR - 12.720,00 EUR) x 45 % = | 6.397,50 EUR |
| Basisbelasting op 16.100 EUR (GBI) : | |
| 3.859,50 EUR + (16.100,00 EUR) - 12.720,00 EUR) x 45 % = | - 5.380,50 EUR |
| Verschil : | 1.017,00 EUR |
Voorbeeld 3 (aj. 2003)
22. Alleenstaande vrouw met 5 kinderen ten laste (11, 9, 7, 5 en 4 jaar). GBI : 0 EUR (de betrokkene ontvangt alleen een leefloon van het OCMW)
Belastingvrije som waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken :
| 5.480 EUR |
| |
| 16.010 EUR |
| 1.160 EUR |
| 22.650 EUR |
nihil
In een BK "kinderen" omzetbaar gedeelte van de belastingvrije som :
Komt in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen" : de toeslag voor 5 kinderen ten laste (16.010 EUR).
Berekening van het BK "kinderen" :
| Basisbelasting op 16.010 EUR (16.010 EUR + 0 EUR) : 3.859,50 EUR | |
| + (16.010,00 EUR - 12.720,00 EUR) x 45 % = | 5.340,00 EUR |
| Basisbelasting op 0 EUR (GBI) : | - 0,00 EUR |
| Verschil : | 5.340,00 EUR |
D. Vaststelling van het belastingkrediet bij echtgenoten
1. Regels inzake de aanrekening van de belastingvrije som
23. Wanneer de aanslag op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd, wordt overeenkomstig art. 134, § 1, eerste lid, WIB 92, het in art. 131, 2°, WIB 92 vermelde basisbedrag van de belastingvrije som voor elke echtgenoot van 3.250 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 4.350 EUR) aangerekend op elk inkomensdeel, met name het afgezonderd beroepsinkomen (1) en het resterend gezinsinkomen (2).
[(1) Het afgezonderd beroepsinkomen is het totale netto beroepsinkomen van de echtgenoot die er het minst heeft, verminderd met de ervan aftrekbare gemeenschappelijke en personaliseerbare bestedingen.
(2) Het resterend gezinsinkomen is de grondslag die wordt gevormd door het totale nettoberoepsinkomen van de echtgenoot die er het meest heeft en de overige netto-inkomsten (inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten) van het gezin, verminderd met de ervan aftrekbare gemeenschappelijke en personaliseerbare bestedingen.]
Voorbeeld (aj. 2003)
24. Resterend gezinsinkomen :
| Beroepsinkomen van de man : | 15.370 EUR | |
| 17.270 EUR | ||
| Inkomen van onroerende goederen : | 1.900 EUR | |
| Afgezonderd beroepsinkomen | ||
| (beroepsinkomen van de vrouw) : | 14.900 EUR | |
| Op beide aanslagbasissen wordt een belastingvrije som van 4.350 EUR aangerekend | ||
Voorbeeld (aj. 2003)
26. Resterend gezinsinkomen :
| Geïndexeerd en met 40 % verhoogd KI : | 1.500 EUR | |
| Nettowinst van de man : | 8.700 EUR | |
| Gedeelte van de winst van de man dat als meewerkinkomen is toegekend aan de vrouw : 8.700 EUR x 30 % = |
- 2.610 EUR | 7.590 EUR |
| Verschil : | 6.090 EUR | |
| Afgezonderd beroepsinkomen (beroepsinkomen van de vrouw) : | 2.610 EUR |
Het saldo (4.350 EUR - 2.610 EUR = 1.740 EUR) wordt samen met de andere belastingvrije som van 4.350 EUR, d.w.z. in totaal 6.090 EUR (1.740 EUR + 4.350 EUR) aangerekend op het resterend gezinsinkomen.
27. Na aanrekening van het basisbedrag van de belastingvrije som worden de in de art. 132 en 133, § 1, 2° en 3°, WIB 92 vermelde toeslagen op de belastingvrije som bij voorrang aangerekend op de belastbare grondslag waarin zowel de inkomsten van onroerende goederen, de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en de diverse inkomsten van beide echtgenoten als de beroepsinkomen van de echtgenoot met de hoogste beroepsinkomsten zijn begrepen (+ resterend gezinsinkomen) (cf. art. 134, § 1, tweede lid, WIB 92).
28. Wanneer het resterend gezinsinkomen onvoldoende groot is om de totale belastingvrije som aan te rekenen, wordt het saldo aangerekend op de belastbare grondslag waarin slechts de beroepsinkomsten van de echtgenoot met het laagste beroepsinkomen begrepen zijn (= afgezonderd beroepsinkomen) (cf. art. 134, § 1, tweede lid, in fine, WIB 92).
Voorbeeld (aj. 2003)
| 29. Afgezonderd beroepsinkomen : | 9.580 EUR | |
| Resterend gezinsinkomen : | 12.690 EUR | |
| Kinderen ten laste : 3 (6, 4 en 1 jaar), van wie het jongste zwaar gehandicapt is; er zijn geen uitgaven voor kinderoppas afgetrokken. | ||
| Andere persoon ten laste : 1 | ||
| Aanrekening van de belastingvrije sommen : | ||
| ||
| 4.350 EUR | |
| 10.860 EUR | |
| 860 EUR | |
| 1.160 EUR | |
| 12.880 EUR | |
| 17.230 EUR | |
| te beperken tot het bedrag van het resterend gezinsinkomen : | 12.690 EUR | |
| ||
| 4.350 EUR | |
| 4.540 EUR | |
| 8.890 EUR | |
30. De verschillende toeslagen op de belastingvrije som worden aangerekend op het resterend gezinsinkomen en op het afgezonderd beroepsinkomen rekening houdend met de in de nrs. 23 tot 29 uiteengezette regels en - in het voordeel van de belastingplichtige (zie nr. 16) - in de hierna vermelde volgorde :
| 1° | EERST, tot uitputting, de toeslag op de belastingvrije som voor andere personen ten laste dan kinderen (art. 132, eerste lid, 7°, WIB 92), en de toeslag op de belastingvrije som voor zware handicap van andere personen dan kinderen (art. 133, § 1, 2° en 3°, WIB 92); |
| 2° | DAARNA, tot uitputting, de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste (art. 132, eerste lid, 1° tot 5°, WIB 92) en de toeslag op de belastingvrije som voor ieder kind ten laste dat jonger is dan 3 jaar en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken (art. 132, eerste lid, 6°, WIB 92). |
31. De belastingvrije som wordt per echtgenoot aangerekend op de opeenvolgende inkomensschijven, te beginnen met de eerste (= de laagste) (cf. art. 134, § 2, WIB 92).
Voorbeeld (aj. 2003)
32. Echtpaar met 3 kinderen ten laste (5, 7 en 9 jaar).
| Afgezonderd beroepsinkomen | 10.620 EUR |
| Belastingvrije som : | 4.350 EUR |
| Resterend gezinsinkomen : | 30.750 EUR |
| Belastingvrije som : | |
| 4.350 EUR |
| 6.720 EUR |
| 11.070 EUR |
1° Afgezonderd beroepsinkomen :
| basisbelasting op 10.620 EUR : | |
| 2.339,50 EUR + (10.620 EUR - 8.920 EUR) x 40 % = | 3.019,50 EUR |
| - 1.087,50 EUR |
| 1.932,00 EUR |
| - basisbelasting op 30.750 EUR : | |
| 11.302,50 EUR + (30.750 EUR - 29.260 EUR) x 50 % = | 12.047,50 EUR |
| - belasting op 11.070 EUR : | |
| 2.339,50 EUR + (11.070 EUR - 8.920 EUR) x 40 % = | - 3.199,50 EUR |
| - verschil : | 8.848,00 EUR |
| 1.932,00 EUR + 8.848,00 EUR = | 10.780 EUR |
33. Wanneer na de toepassing van de in de nrs. 23 tot 31 uiteengezette regels nog een gedeelte van de belastingvrije som niet kon worden aangerekend op het GBI (m.a.w. wanneer de som van het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen lager is dan de belastingvrije som), wordt dat gedeelte, voor zover het betrekking heeft op de toeslag voor kinderen ten laste en de toeslag voor ieder kind ten laste dat jonger is dan 3 jaar, omgezet in een terugbetaalbaar BK "kinderen".
34. In overeenstemming met de in art. 134, § 1, tweede lid, WIB 92, bepaalde wijze van aanrekening van de toeslagen op de belastingvrije som bij echtgenoten (aanrekening eerst - tot uitputting - op het resterend gezinsinkomen en daarna - tot uitputting - op het afgezonderd beroepsinkomen), wordt het BK "kinderen" steeds berekend na de eventuele aanrekening van het saldo van de toeslagen op de belastingvrije som op het afgezonderd beroepsinkomen [Zelfs indien er geen enkel bedrag (meer) op het afgezonderd beroepsinkomen kan worden aangerekend.] d.w.z. bij de echtgenoot die de laagste gezamenlijk belastbare beroepsinkomsten heeft.
35. Voor het vaststellen van het BK "kinderen" bij echtgenoten, moet derhalve als volgt worden gehandeld :
1° het basisbedrag van de belastingvrije som van elke echtgenoot aanrekenen op elk inkomensdeel overeenkomstig het bepaalde in art. 134, § 1, eerste lid, WIB 92 (zie nrs. 23 en 26);
2° de toeslagen op de belastingvrije som vaststellen en - tot uitputting - aanrekenen op de twee inkomensdelen op de wijze bepaald in art. 134, § 1, tweede lid, WIB 92 (zie nrs. 27 tot 29) en met inachtneming van de in nr. 30 bepaalde volgorde;
3° het saldo (= het gedeelte van de belastingvrije som dat niet op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen kon worden aangerekend), in voorkomend geval beperken tot het gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op kinderen ten laste (gedeelte van de belastingvrije som dat omzetbaar is in een BK "kinderen" - zie nr. 10);
4° op het sub 3° bekomen bedrag het tarief (de tarieven) toepassen waarop een supplementair inkomen ten belope van hetzelfde bedrag zou onderworpen zijn bij de echtgenoot die de laagste gezamenlijk belastbare beroepsinkomsten heeft. Daartoe moet de basisbelasting worden berekend op het afgezonderd beroepsinkomen verhoogd met het niet op het afgezonderd beroepsinkomen aangerekend gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op kinderen ten laste, en daarvan moet de basisbelasting op het afgezonderd beroepsinkomen worden afgetrokken;
5° het sub 4° bekomen belastingkrediet in voorkomend geval beperken tot 250 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 330 EUR) per kind ten laste.
Voorbeelden
Voorbeeld 1 (aj. 2003)
36. Echtpaar met 4 kinderen (10, 8, 8 en 6 jaar) en één andere persoon (broer van de man) ten laste.
Resterend gezinsinkomen (vrouw) : 11.000 EUR
Afgezonderd beroepsinkomen (man) : 9.500 EUR
Belastingvrije som waarop de echtgenoten aanspraak kunnen maken :
| Man : basisbedrag : | 4.350 EUR |
| Vrouw : basisbedrag : | 4.350 EUR |
| Toeslagen voor : | |
| 1.160 EUR |
| 10.860 EUR |
| 12.020 EUR |
Stap 1. Aanrekening op het resterend gezinsinkomen (vrouw) :
| Resterend gezinsinkomen : | 11.000 EUR | |
| Basisbedrag van de belastingvrije som : | - 4.350 EUR | |
| Verschil : | 6.650 EUR | |
| Toeslag voor 4 kinderen ten laste : | 10.860 EUR | |
| Toeslag voor 1 andere persoon ten laste : | 1.160 EUR | |
| Totaal toeslagen : | 12.020 EUR | |
| te beperken tot 11.000 EUR - 4.350 EUR : | - 6.650 EUR | |
| Verschil : | 0 EUR | |
| (het op het resterend gezinsinkomen aangerekende gedeelte van de toeslagen op de belastingvrije som (6.650 EUR) wordt gevormd door de toeslag voor 1 andere persoon ten laste (1.160 EUR) en een gedeelte van de toeslag voor kinderen ten laste (6.650 EUR - 1.160 EUR = 5.490 EUR); het nog niet aangerekende gedeelte van de belastingvrije som (12.020 EUR - 6.650 EUR = 5.370 EUR) wordt overgedragen naar het afgezonderd beroepsinkomen). | ||
| Afgezonderd beroepsinkomen : | 9.500 EUR | |
| Basisbedrag van de belastingvrije som : | - 4.350 EUR | |
| Verschil : | 5.150 EUR | |
| Niet op het resterend gezinsinkomen aangerekende toeslag (overdracht) : 5.370 EUR, | ||
| te beperken tot 9.500 EUR - 4.350 EUR = | - 5.150 EUR | |
| Verschil : | 0 EUR | |
5.370 EUR - 5.150 EUR = 220 EUR
Berekening van het BK "kinderen" :
| Basisbelasting op het afgezonderd beroepsinkomen, verhoogd met het in een BK omzetbare gedeelte van de belastingvrije som (9.500 EUR + 220 EUR = 9.720 EUR) : 2.339,50 EUR + (9.720,00 EUR - 8.920,00 EUR) x 40 % = | 2.659,50 EUR |
| Basisbelasting op het afgezonderd beroepsinkomen (9.500 EUR) : 2.339,50 EUR + (9.500,00 EUR - 8.920,00 EUR) x 40 % = | - 2.571,50 EUR |
| Verschil : | 88,00 EUR |
Voorbeeld 2 (aj. 2003)
37. Echtpaar met 2 kinderen (18 en 15 jaar) en 1 andere persoon (zuster van de man) ten laste.
Afgezonderd beroepsinkomen (man) : 3.960 EUR
Resterend gezinsinkomen (vrouw) : 4.120 EUR
Belastingvrije som waarop de echtgenoten aanspraak kunnen maken :
| Man : basisbedrag : | 4.350 EUR |
| Vrouw : basisbedrag : | 4.350 EUR |
| Toeslagen voor : | |
| 3.000 EUR |
| 1.160 EUR |
| 4.160 EUR |
Stap 1. Aanrekening op het resterend gezinsinkomen (vrouw) :
| Resterend gezinsinkomen : | 4.120 EUR | |
| Basisbedrag van de belastingvrije som : | ||
| 4.350 EUR, beperkt tot het bedrag van het resterend gezinsinkomen : | - 4.120 EUR | |
| Verschil : | 0 EUR | |
| Toeslagen op de belastingvrije som (3.000 EUR + 1.160 EUR = 4.160 EUR), beperkt tot : | - 0 EUR | |
| Verschil : | 0 EUR | |
| Overdracht naar het afgezonderd beroepsinkomen : | 4.160 EUR | |
| Afgezonderd beroepsinkomen : | 3.960 EUR |
| Basisbedrag van de belastingvrije som : 4.350 EUR, beperkt tot het bedrag van het afgezonderd beroepsinkomen : | - 3.960 EUR |
| Verschil : | 0 EUR |
| Toeslagen op de belastingvrije som : | |
| 3.000 EUR + 1.160 EUR = 4.160 EUR, beperkt tot : | - 0 EUR |
| Verschil : | 0 EUR |
Alleen het gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op de toeslag op de belastingvrije som voor 2 kinderen ten laste (3.000 EUR) komt in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen". Het saldo van de basisbedragen van de belastingvrije som en de toeslag op de belastingvrije som voor 1 andere persoon ten laste die niet op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen konden worden aangerekend, komen daarvoor niet in aanmerking.
Berekening van het BK "kinderen" :
| Basisbelasting op het afgezonderd beroepsinkomen, verhoogd met het in een BK omzetbare gedeelte van de belastingvrije som (3.960 EUR + 3.000 EUR = 6.960 EUR). | |
| 1.682,50 EUR + (6.960 EUR - 6.730 EUR) x 30 % = | 1.751,50 EUR |
| Basisbelasting op het afgezonderd beroepsinkomen (3.960 EUR) : | |
| 3.960 EUR x 25 % = | - 990,00 EUR |
| Verschil : | 761,50 EUR |
| Terugbetaalbaar BK "kinderen" : 761.50 EUR, evenwel beperkt tot 330,00 EUR x 2 = 660,00 EUR. | |
38. Echtpaar met 2 kinderen (9 en 7 jaar) ten laste.
Afgezonderd beroepsinkomen (vrouw) : 4.006,10 EUR
Resterend gezinsinkomen (man) : 6.134,48 EUR
Belastingvrije som waarop de echtgenoten aanspraak kunnen maken :
Man : basisbedrag : 4.350 EUR
Vrouw : basisbedrag : 4.350 EUR
Toeslag voor 2 kinderen ten laste : 3.000 EUR
Aanrekening van de belastingvrije som op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen
Stap 1. Aanrekening op het resterend gezinsinkomen (man) :
| Resterend gezinsinkomen : | 6.134,48 EUR | |
| Basisbedrag van de belastingvrije som : | - 4.350,00 EUR | |
| Verschil : | 1.784,48 EUR | |
| Saldo basisbedrag belastingvrije som vrouw : 4.350,00 EUR - 4.006,10 EUR = |
- 343,90 EUR | |
| Verschil : | 1.440,58 EUR | |
| Toeslag op de belastingvrije som voor 2 kinderen ten laste 3.000,00 EUR beperkt tot 6.134,48 EUR - 4.350,00 EUR - 343,90 EUR = |
- 1.440,58 EUR | |
| Verschil : | 0,00 EUR | |
| Het saldo van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste (3.000,00 EUR - 1.440,58 EUR = 1.559,42 EUR) wordt overgedragen naar het afgezonderd beroepsinkomen. | ||
| Afgezonderd beroepsinkomen : | 4.006,10 EUR | |
| Basisbedrag van de belastingvrije som : 4.350 EUR, beperkt tot het bedrag van het afgezonderd beroepsinkomen : | - 4.006,10 EUR | |
| Verschil : | 0,00 EUR | |
| (het saldo : 4.350,00 EUR - 4.006,10 EUR = 343,90 EUR is overgedragen naar het resterend gezinsinkomen - zie stap 1) | ||
| Saldo van de toeslag op de belastingvrije som voor 2 kinderen ten laste : 1.559,42 EUR (zie stap 1), beperkt tot : |
- 0,00 EUR | |
| Verschil : | 0,00 EUR | |
Alleen het gedeelte van de belastingvrije som dat betrekking heeft op de toeslag op de belastingvrije som voor 2 kinderen ten laste en dat niet kon worden aangerekend op het resterend gezinsinkomen en het afgezonderd beroepsinkomen (1.559,42 EUR) komt in aanmerking voor omzetting in een BK "kinderen".
Berekening van het BK "kinderen" :
| Basisbelasting op het afgezonderd beroepsinkomen, verhoogd met het in een BK omzetbare gedeelte van de belastingvrije som | ||
| (4.006,10 EUR + 1.559,42 EUR = 5.565,52 EUR) : 5.565,52 EUR x 25 % = | 1.391,38 EUR | |
| Basisbelasting op het afgezonderd beroepsinkomen (4.006,10 EUR) : 4.006,10 EUR x 25 % = | - 1.001,52 EUR | |
| Verschil : | 389,86 EUR | |
| Terugbetaalbaar BK "kinderen" : 389,86 EUR (dit bedrag is lager dan 330,00 EUR x 2 = 660,00 EUR). | ||
39. Met het oog op de "terugbetaling" van het BK "kinderen" aan de belastingplichtige en om het indienen van bezwaarschriften te voorkomen, is het aangewezen dat steeds een aanslag in de PB of in de BNI/nat.pers. wordt gevestigd op naam van de belastingplichtige(n) die aanspraak kan (kunnen) maken op dat belastingkrediet (cf. art. 304, § 1, derde lid, WIB 92). Zie terzake ook instr. 15.5.2003, Ci.RH 82/554.547 (instr. AOIF nr. 30/2003), nr. 5, derde en zesde lid.
40. Inzake PB is de inkohiering van de aanslag verplicht ongeacht of de betrokken belastingplichtige in zijn aangifte :
- geen in de PB belastbare inkomsten heeft aangegeven, omdat hij bijvoorbeeld uitsluitend vrijgestelde inkomsten (zoals een leefloon van het OCMW, een integratietegemoetkoming als gehanidcapte) heeft verkregen;
- uitsluitend vrijgestelde buitenlandse inkomsten (met of zonder progressievoorbehoud) heeft aangegeven;
- uitsluitend "facultatief" aan te geven inkomsten van roerende goederen en kapitalen heeft aangegeven.
41. Overeenkomstig art. 304, § 2, eerste lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 52, W 10.8.2001, wordt, inzake PB, het BK "kinderen" gevoegd bij de voorheffingen en andere terugbetaalbare bestanddelen en het totale bedrag wordt verrekend met de belasting op de afzonderlijk belastbare inkomsten [De belasting m.b.t. de gezamenlijk belastbare inkomsten is tot 0 teruggebracht.] die overblijft na verrekening van de niet terugbetaalbare voorheffingen en andere bestanddelen.
42. Het eventuele overschot van de terugbetaalbare voorheffingen en voorafbetalingen, het BK "lage activiteitsinkomsten" en het BK "kinderen" wordt verrekend met de PB/gem. en het PB/agg. en het saldo wordt teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.
43. De bovenstaande regels zijn krachtens art. 304, § 2, vierde lid, WIB 92 mutatis mutandis van toepassing op de aanslagen gevestigd in de BNI/nat.pers. overeenkomstig art. 232, WIB 92 (inkomsten onderworpen aan de regularisatie).
XI. GRONDSLAG VAN DE PB/GEM. EN DE PB/AGG.
44. Het BK "kinderen" heeft geen enkele invloed op de berekening van de PB/gem. en de PB/agg.
45. Het bedrag dat tot grondslag dient voor de berekening van de PB/gem. en de PB/agg. is dus dat van de PB met betrekking tot de afzonderlijk belastbare inkomsten (het feit dat er een BK "kinderen" wordt toegekend, houdt in dat de PB met betrekking tot de gezamenlijk belastbare inkomsten tot 0 is herleid) vóór :
- de toepassing van de Aanvullende Crisisbijdrage (ACB) als bedoeld in art. 2, W 12.8.2000 tot geleidelijke afschaffing van de aanvullende crisisbijdrage op de inkomsten van de natuurlijke personen (het tarief m.b.t. aj. 2003 is vermeld in art. 2, 2° van die wet);
- de aftrek van de voorafbetalingen vermeld in de art. 157 tot 168 en 175 tot 177, WIB 92 en van de verrekenbare voorheffingen, FBB en BK's vermeld in de art. 134 en 277 tot 296, WIB 92;
- de toepassing van de aan de voorafbetalingen verbonden bonificaties (art. 175 tot 177, WIB 92);
- de toepassing van de belastingverhoging vermeld in art. 444, WIB 92.
46. Het detail van de berekening op het aanslagbiljet inzake PB voor aj. 2003 vermeldt uitdrukkelijk het bedrag dat recht geeft op het BK "kinderen" (RECHTGEVEND OP BELASTINGKREDIET) en het bedrag van het BK "kinderen" (BELASTINGKREDIET KINDEREN).
XIII. INWERKINGTREDING
47. De bepalingen van de art. 26 A, 52 en 58, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (bepalingen met betrekking tot het BK "kinderen") treden in werking met ingang van aj. 2003 (cf. art. 65, derde lid, W 10.8.2001).
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT
Bron: FisconetPlus
