Circulaire nr. Ci.RH.331/558.747 (AOIF 25/2003) van 24.09.2003
CIRC 24.09.03/1
Bull. nr. 842, pag. 2891-2904
BELASTINGVRIJE SOM
Toeslag op de belastingvrije som
GEZINSLAST
Alleenstaande belastingplichtige met kind
Gehandicapt kind
Kind ten laste
Nettobedrag van de bestaansmiddelen
Persoon ten laste
Voorwaarde van de bestaansmiddelen
JAARLIJKSE INDEXERING
Indexeringscoëfficiënt
ONDERHOUDSUITKERING
Uitkering betaald aan een kind
Toeslag op de belastingvrije som
GEZINSLAST
Alleenstaande belastingplichtige met kind
Gehandicapt kind
Kind ten laste
Nettobedrag van de bestaansmiddelen
Persoon ten laste
Voorwaarde van de bestaansmiddelen
JAARLIJKSE INDEXERING
Indexeringscoëfficiënt
ONDERHOUDSUITKERING
Uitkering betaald aan een kind
Commentaar op de art. 25 B, 28 en 29, W 10.8.2001 en de art. 2 tot 6, W 21.6.2002. - Verhoging van het bedrag van de nettobestaansmiddelen. - Uitsluiting van de onderhoudsuitkeringen die aan kinderen worden toegekend ten belope van 1.800 euro per jaar voor de vaststelling van de nettobestaansmiddelen. - Indexatie van dit bedrag.
INHOUDSTABEL
* * *
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C.
1. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen die in de art. 133, § 1, 4°, 136, 140, 141, 143 en 178, § 3, WIB 92 zijn aangebracht door :
- de art. 25 B (zoals vervangen door art. 2, 1°, W 21.6.2002), 28 en 29, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (V 2971, Bull. 821);
- de art. 3 tot 6, W 21.6.2002 tot wijziging van artikel 25 van de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting en van de artikelen 136, 140, 141 en 178, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (V 3063, Bull. 829).
2. Rekening houdende met de bovenvermelde wijzigingen, luiden de art. 133, § 1, 4°, 136, 140, 141, 143, 6°, en 178, § 3, WIB 92 als volgt (de gewijzigde teksten en bedragen zijn
in vetjes afgedrukt) :
Art. 133, § 1, 4°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 25 B, W 10.8.2001 en van toepassing voor de aj. 2003 en 2004
§ 1. De belastingvrije som wordt bovendien nog met de volgende toeslagen verhoogd :
…;
4° met 870 EUR voor een gehuwde belastingplichtige voor het jaar van zijn huwelijk indien de echtgenoot geen bestaansmiddelen heeft gehad die meer dan 1.800 EUR netto bedragen.
§ 2. [Art. 133, § 2, WIB 92 is met ingang van aj. 2002 opgeheven door art. 25 A, W 10.08.2001 (cf. art. 65, eerste lid, W 10.08.2001).]
Art. 136, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 3, W 21.6.2002 envan toepassing met ingang van aj. 2003
Als ten laste van echtgenoten of van alleenstaanden worden aangemerkt, mits zij deel uitmaken van hun gezin op 1 januari van het aanslagjaar en zij persoonlijk in het belastbare tijdperk geen bestaansmiddelen hebben gehad die meer dan 1.800 EUR netto bedragen :
1° hun kinderen;
2° hun ascendenten;
3° hun zijverwanten tot en met de tweede graad;
4° personen van wie de belastingplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest.
Art. 140, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 4, W 21.6.2002 en van toepassing met ingang van aj. 2003
Wanneer verscheidene afzonderlijk belastbare belastingplichtigen deel uitmaken van hetzelfde gezin, worden de in artikel 136 vermelde personen die eveneens van dat gezin deel uitmaken, beschouwd als ten laste van de belastingplichtige die in feite aan het hoofd van dat gezin staat.
Wanneer het samengetelde nettobedrag der bestaansmiddelen van die belastingplichtige en van de personen te zijnen laste lager is dan zoveel maal 1.800 EUR als het gezin personen ten laste plus één telt, mag die belastingplichtige ervan afzien als te zijnen laste te beschouwen de personen waarvoor hij over geen 1.800 EUR bestaansmiddelen beschikt en worden die personen alsdan beschouwd als ten laste van diegene van de andere van het gezin deel uitmakende belastingplichtigen die het meeste tot hun onderhoud bijdraagt.
Art. 141, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 28, W 10.8.2001 envan toepassing voor aj. 2002
De in de artikelen 136 en 140 vermelde bedragen van 1.500 EUR worden gebracht op 2.600 EUR voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast en op 3.000 EUR voor kinderen ten laste van een dergelijke belastingplichtige die als gehandicapt worden aangemerkt.
Art. 141, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 5, W 21.6.2002 en van toepassing met ingang van aj. 2003
De in de artikelen 136 en 140 vermelde bedragen van 1.800 EUR worden gebracht op 2.600 EUR voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast en op 3.300 EUR voor kinderen ten laste van een dergelijke belastingplichtige die als gehandicapt worden aangemerkt.
Art. 143, 6°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 29, W 10.8.2001 envan toepassing met ingang van aj. 2002
Voor het vaststellen van het nettobedrag van de bestaansmiddelen komen niet in aanmerking :
…;
6° de uitkeringen vermeld in artikel 90, 3°, die zijn toegekend aan kinderen tot beloop van 1.800 EUR per jaar.
Art. 178, § 3, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 6, W 21.6.2002 en van toepassing met ingang van aj. 2002
§ 3. In afwijking van § 2, eerste lid, wordt, behoudens wat de in de artikelen 131 tot 134, 136 en 140 tot 143 vermelde bedragen betreft, de aanpassing verwezenlijkt :
…;
4° met 870 EUR voor een gehuwde belastingplichtige voor het jaar van zijn huwelijk indien de echtgenoot geen bestaansmiddelen heeft gehad die meer dan 1.800 EUR netto bedragen.
§ 2. [Art. 133, § 2, WIB 92 is met ingang van aj. 2002 opgeheven door art. 25 A, W 10.08.2001 (cf. art. 65, eerste lid, W 10.08.2001).]
Art. 136, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 3, W 21.6.2002 envan toepassing met ingang van aj. 2003
Als ten laste van echtgenoten of van alleenstaanden worden aangemerkt, mits zij deel uitmaken van hun gezin op 1 januari van het aanslagjaar en zij persoonlijk in het belastbare tijdperk geen bestaansmiddelen hebben gehad die meer dan 1.800 EUR netto bedragen :
1° hun kinderen;
2° hun ascendenten;
3° hun zijverwanten tot en met de tweede graad;
4° personen van wie de belastingplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest.
Art. 140, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 4, W 21.6.2002 en van toepassing met ingang van aj. 2003
Wanneer verscheidene afzonderlijk belastbare belastingplichtigen deel uitmaken van hetzelfde gezin, worden de in artikel 136 vermelde personen die eveneens van dat gezin deel uitmaken, beschouwd als ten laste van de belastingplichtige die in feite aan het hoofd van dat gezin staat.
Wanneer het samengetelde nettobedrag der bestaansmiddelen van die belastingplichtige en van de personen te zijnen laste lager is dan zoveel maal 1.800 EUR als het gezin personen ten laste plus één telt, mag die belastingplichtige ervan afzien als te zijnen laste te beschouwen de personen waarvoor hij over geen 1.800 EUR bestaansmiddelen beschikt en worden die personen alsdan beschouwd als ten laste van diegene van de andere van het gezin deel uitmakende belastingplichtigen die het meeste tot hun onderhoud bijdraagt.
Art. 141, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 28, W 10.8.2001 envan toepassing voor aj. 2002
De in de artikelen 136 en 140 vermelde bedragen van 1.500 EUR worden gebracht op 2.600 EUR voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast en op 3.000 EUR voor kinderen ten laste van een dergelijke belastingplichtige die als gehandicapt worden aangemerkt.
Art. 141, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 5, W 21.6.2002 en van toepassing met ingang van aj. 2003
De in de artikelen 136 en 140 vermelde bedragen van 1.800 EUR worden gebracht op 2.600 EUR voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast en op 3.300 EUR voor kinderen ten laste van een dergelijke belastingplichtige die als gehandicapt worden aangemerkt.
Art. 143, 6°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 29, W 10.8.2001 envan toepassing met ingang van aj. 2002
Voor het vaststellen van het nettobedrag van de bestaansmiddelen komen niet in aanmerking :
…;
6° de uitkeringen vermeld in artikel 90, 3°, die zijn toegekend aan kinderen tot beloop van 1.800 EUR per jaar.
Art. 178, § 3, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 6, W 21.6.2002 en van toepassing met ingang van aj. 2002
§ 3. In afwijking van § 2, eerste lid, wordt, behoudens wat de in de artikelen 131 tot 134, 136 en 140 tot 143 vermelde bedragen betreft, de aanpassing verwezenlijkt :
1° voor de aanslagjaren 1994 tot 1999 met de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1991 te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988;
2° voor de aanslagjaren 2000 en volgende met de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat, te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988 vermenigvuldigd met de verhouding tussen de gemiddelden van de indexcijfers van de jaren 1997 en 1991.
2° voor de aanslagjaren 2000 en volgende met de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat, te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988 vermenigvuldigd met de verhouding tussen de gemiddelden van de indexcijfers van de jaren 1997 en 1991.
3. De wijzigingen die aan de art. 133, § 1, 4°, 136, 140, 141, 143 en 178, § 3, WIB 92 zijn aangebracht hebben betrekking op :
- een verhoging van de bedragen van de nettobestaansmiddelen die niet mogen overschreden worden om als ten laste van de belastingplichtige te kunnen worden aangemerkt (art. 136 en 141, WIB 92);
- een verhoging van de bedragen van de nettobestaansmiddelen die in aanmerking worden genomen voor de overheveling van personen ten laste (art. 140, tweede lid, en 141, WIB 92);
- een verhoging van het bedrag van de nettobestaansmiddelen van de echtgenoot dat niet mag overschreden worden om recht te hebben op de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van het huwelijk (art. 133, § 1, 4°, WIB 92);
- de uitsluiting, tot beloop van een bepaald bedrag, van de aan kinderen toegekende onderhoudsuitkeringen voor het vaststellen van de nettobestaansmiddelen (art. 143, 6°, WIB 92);
- de wijze van indexatie van het in art. 143, 6°, WIB 92, vermelde bedrag (art. 178, § 3, WIB 92).
4. De in de art. 133, § 1, 4°, 136, 140, 141 en 143, 6°, WIB 92, vermelde en in deze circulaire besproken bedragen van de nettobestaansmiddelen zijn steeds
basisbedragen die nog moeten worden geïndexeerd overeenkomstig art. 178, § 3, WIB 92. De voor de aj. 2002 tot 2004 van toepassing zijnde geïndexeerde bedragen van de nettobestaansmiddelen zijn vermeld in de tabellen die opgenomen zijn in de nrs. 16 en 27.
5. Art. 25 B, W 10.8.2001, zoals gewijzigd door art. 2, 1°, W 21.6.2002, wordt slechts gedeeltelijk besproken, meer bepaald alleen in zover het art. 133, § 1, 4°, WIB 92 wijzigt voor de aj. 2003 en 2004. De wijziging van art. 133, § 1, 1°, WIB 92 (toeslag op de belastingvrije som van 870 EUR voor een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft), zal later in een afzonderlijke circulaire worden besproken.
A.
Kinderen en andere personen ten laste
1. Algemene regel
6. Om als ten laste van de belastingplichtige (d.w.z. de echtgenoten of de belastingplichtige die alleen wordt belast) te worden beschouwd, mogen de in art. 136 WIB 92 vermelde personen (kinderen, ascendenten enz.), persoonlijk in het belastbare tijdperk geen bestaansmiddelen hebben gehad waarvan het nettobedrag meer dan 1.500 EUR (bedrag geldend tot en met aj. 2002) bedraagt.
Met ingang van
aj. 2003 is dat maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen verhoogd van 1.500 EUR tot 1.800 EUR (cf. art. 3, W 21.6.2002).
7. Art. 141 WIB 92 bepaalt dat het in art. 136 WIB 92 vermelde maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen van 1.500 EUR op 2.250 EUR (bedrag zoals van toepassing tot en met aj. 2001) wordt gebracht voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast (belastingplichtige voor wie een individuele aanslag wordt gevestigd) (*).
[(*) Het begrip "belastingplichtige die alleen wordt belast" heeft dezelfde betekenis als het begrip "alleenstaande belastingplichtige". De als alleenstaanden aan te merken belastingplichtigen zijn opgesomd in nr. 131/3, Com.IB 92.]
8. Teneinde te verhelpen aan het probleem dat meer en meer kinderen niet meer fiscaal ten laste zijn als zij een onderhoudsuitkering verkrijgen, is - met ingang van
aj. 2002 - dit maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen verhoogd van 2.250 EUR tot 2.600 EUR (cf. art. 28, W 10.8.2001).
9. Art. 141 WIB 92 bepaalt dat het in art. 136 WIB 92 vermelde maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen van 1.500 EUR op 3.000 EUR (bedrag geldend tot en met aj. 2002) wordt gebracht voor gehandicapte kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast.
Met ingang van
aj. 2003 is dit maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen verhoogd van 3.000 EUR tot 3.300 EUR (cf. art. 5, W 21.6.2002).
Voor het begrip "gehandicapt kind", wordt verwezen naar de nrs. 135/2 tot 7 Com.IB 92.
10. Overeenkomstig art. 133, § 1, 4°, WIB 92 wordt de belastingvrije som verhoogd met een toeslag van 870 EUR voor een gehuwde belastingplichtige voor het jaar van zijn huwelijk indien de echtgenoot geen bestaansmiddelen heeft gehad die meer dan 1.500 EUR (bedrag van toepassing tot en met aj. 2002) bedragen.
Met ingang van
aj. 2003 is dat maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen verhoogd van 1.500 EUR tot 1.800 EUR (cf. art. 25 B, W 10.8.2001, zoals vervangen door art. 2, 1°, W 21.6.2002).
11. Wanneer het samengetelde nettobedrag van de bestaansmiddelen van de belastingplichtige die in feite aan het hoofd van het gezin staat (gezinshoofd), van zijn (haar) echtgenoot en van de personen ten laste, lager is dan zoveel maal 1.500 EUR (bedrag geldend tot en met aj. 2002) als het gezin personen ten laste plus één telt, mag het gezinshoofd, overeenkomstig art. 140, tweede lid, WIB 92, ervan afzien als te zijnen laste te beschouwen de personen voor wie hij over geen 1.500 EUR (bedrag geldend tot en met aj. 2002) bestaansmiddelen beschikt; die personen worden dan beschouwd als ten laste van de diegene van de andere van het gezin deel uitmakende belastingplichtigen die het meeste tot hun onderhoud bijdraagt.
12. Krachtens art. 141 WIB 92 wordt het in art. 140, tweede lid, WIB 92, vermelde bedrag van de nettobestaansmiddelen (zie nr. 11) verhoogd voor (gehandicapte) kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast.
13. Het in art. 140, tweede lid, WIB 92 vermelde bedrag van de nettobestaansmiddelen, wordt - met ingang van
aj. 2003 - verhoogd van 1.500 EUR tot 1.800 EUR (cf. art. 4, W 21.6.2002).
14. Het in art. 141 WIB 92 vermelde bedrag van de nettobestaansmiddelen dat geldt voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast, wordt - met ingang van
aj. 2002 - verhoogd van 2.250 EUR tot 2.600 EUR (cf. art. 28, W 10.8.2001).
15. Het in art. 141 WIB 92 vermelde bedrag van de nettobestaansmiddelen dat geldt voor gehandicapte kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast, wordt - met ingang van
aj. 2003 - verhoogd van 3.000 EUR tot 3.300 EUR (cf. art. 5, W 21.6.2002).
16. De hierna opgenomen tabel verstrekt een overzicht van de
geïndexeerde maximumbedragen van de nettobestaansmiddelen die van toepassing zijn voor de aj. 2002 tot 2004.
|
Art. WIB 92 | Omschrijving | Basisbedragen | Aj. 2002 | Aj. 2003 | Aj. 2004 |
133, § 1, 4°, 136 en 140, tweede lid 141 | Maximumbedrag van de netto-bestaansmiddelen : | ||||
| - algemene regel |
1.500 EUR 1.800 EUR |
1.960 EUR
-
|
-
2.410 EUR
|
-
2.450 EUR
| |
| - kinderen die deel uitmaken van het gezin van een belastingplichtige die alleen wordt belast | 2.600 EUR | 3.390 EUR | 3.480 EUR | 3.540 EUR | |
| - gehandicapte kinderen die deel uitmaken van het gezin van een belastingplichtige die alleen wordt belast |
3.000 EUR 3.300 EUR |
3.920 EUR
-
|
-
4.420 EUR
|
-
4.490 EUR
|
A.
Algemeen
17. Inzonderheid in het geval van kinderen van gescheiden ouders is geoordeeld dat het bedrag van de nettobestaansmiddelen dat niet mag worden overschreden om nog ten laste van de belastingplichtige te kunnen worden aangemerkt, onvoldoende hoog was.
Tevens heeft de Wetgever beslist om - met ingang van aj. 2002 - de aan kinderen toegekende onderhoudsuitkeringen, tot beloop van 1.800 EUR, niet in aanmerking te nemen bij het vaststellen van het bedrag van de nettobestaansmiddelen. (cf. art. 29, W 10.8.2001).
18. Terzake wordt opgemerkt dat die onderhoudsuitkeringen overeenkomstig art. 90, 3°, WIB 92, wel belastbaar blijven bij de verkrijgers.
19. Het bedrag van 1.800 EUR is een
brutobedrag. Om de nettobestaansmiddelen vast te stellen, wordt het bedrag van de aan de verkrijger toegekende onderhoudsuitkeringen dus eerst verminderd met het (geïndexeerde) bedrag van 1.800 EUR en wordt het saldo vervolgens, krachtens art. 142 WIB 92, verminderd met de kosten die de belastingplichtige verantwoordt gedurende het belastbare tijdperk te hebben gedaan of gedragen om die bestaansmiddelen te verkrijgen of te behouden of, bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens, met de forfaitaire kosten vastgesteld op 20 % van dit saldo.
20. De uitsluiting van (een gedeelte van) de aan kinderen toegekende onderhoudsuitkeringen bij de berekening van de nettobestaansmiddelen is van toepassing op alle kinderen, ongeacht of zij ten laste zijn van echtgenoten of van een belastingplichtige die alleen wordt belast, en ongeacht of zij gehandicapt zijn of niet.
21. Om te worden aangemerkt als onderhoudsuitkeringen die niet in aanmerking komen bij het vaststellen van de nettobestaansmiddelen, moeten die onderhoudsuitkeringen voldoen aan twee voorwaarden :
1° Het moet gaan om onderhoudsuitkeringen die worden toegekend
aan kinderen van de schuldenaar van de uitkeringen die geen deel uitmaken van zijn gezin. Onder kinderen van de schuldenaar van de uitkeringen moeten worden verstaan zijn afstammelingen (kinderen of geadopteerde kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen), alsmede kinderen die hij volledig of hoofdzakelijk ten laste kan nemen (b.v. kinderen van wie de ouders uit het ouderlijk gezag zijn ontzet, andere kinderen dan eigen kinderen, zelfs indien zij niet ouderloos zijn).
2° De onderhoudsuitkeringen moeten worden toegekend aan kinderen van de schuldenaar
aan wie hij levensonderhoud verschuldigd is krachtens een verplichting voortvloeiend uit het Burgerlijk Wetboek of uit het Gerechtelijk Wetboek.
22. De onderhoudsuitkeringen die door een belastingplichtige worden betaald aan zijn ex-echtgenoot of zijn van hem gescheiden levende echtgenoot in het kader van een echtscheiding of een feitelijke scheiding worden hier dus niet bedoeld.
23. De "achterstallige" onderhoudsuitkeringen, d.w.z. niet-regelmatige onderhoudsuitkeringen die niet zijn betaald ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, moeten steeds voor het volledige bedrag ervan als bestaansmiddelen worden aangemerkt.
Voorbeeld 1
24. Een uit de echt gescheiden vrouw heeft één kind dat deel uitmaakt van haar gezin. Dat kind heeft de hiernavolgende inkomsten verkregen:
| - |
een onderhoudsuitkering als bedoeld in art. 90, 3°, WIB 92 van
(brutobedrag), die hem door zijn vader is toegekend;
| 5.760 EUR |
| - |
bezoldigingen van werknemer (van een vakantiejob) :
(brutobedrag). Er worden geen werkelijke kosten aangetoond.
| 1.020 EUR |
| Bedrag van de nettobestaansmiddelen : | ||
| - |
onderhoudsuitkering :
(5.760 EUR - 2.410 EUR) (*) x 80 % =
| 2.680 EUR |
| - |
bezoldigingen van werknemer (het in art. 142, tweede lid, WIB 92, vermelde minimumbedrag van de forfaitaire kosten is hier van toepassing) :
1.020 EUR - 330 EUR =
| + 690 EUR |
| - | totaal bedrag van de nettobestaansmiddelen : | 3.370 EUR |
[(*) Het basisbedrag (1.800 EUR) van de aan kinderen toegekende onderhoudsuitkeringen die niet in aanmerking komen voor het vaststellen van de nettobestaansmiddelen is - na indexatie - gelijk aan 2.410 EUR voor aj. 2003 (zie tabel in nr. 16).]
Vermits dit bedrag lager is dan 3.480 EUR (= het voor aj. 2003 van toepassing zijnde geïndexeerde bedrag van de nettobestaansmiddelen voor een kind dat deel uitmaakt van het gezin van een belastingplichtige die alleen wordt belast - zie tabel in nr. 16 - dat niet mag overschreden worden om nog ten laste te kunnen zijn), mag het kind als ten laste van de belastingplichtige worden aangemerkt.
Voorbeeld 2
25. Echtpaar met één kind uit een vorig huwelijk van de vrouw dat deel uitmaakt van hun gezin.
Dat kind heeft de hiernavolgende inkomsten verkregen :
| - |
een onderhoudsuitkering als bedoeld in art. 90, 3°, WIB 92 van
(brutobedrag), die hem door zijn vader is toegekend;
| 4.500 EUR |
| - |
bezoldigingen van werknemer (van een vakantiejob) :
(brutobedrag). Er worden geen werkelijke kosten aangetoond.
| 900 EUR |
| Bedrag van de nettobestaansmiddelen : | ||
| - |
onderhoudsuitkering :
(4.500 EUR - 2.410 EUR) (*) x 80 % =
| 1.672 EUR |
| - |
Bezoldigingen van werknemer (het in art. 142, tweede lid, WIB 92, vermelde minimumbedrag van de forfaitaire kosten is hier van toepassing) :
900 EUR - 330 EUR =
| + 570 EUR |
| - | totaal van de nettobestaansmiddelen : | 2.242 EUR |
[(*) Het basisbedrag (1.800 EUR) van de aan kinderen toegekende onderhoudsuitkeringen die niet in aanmerking komen voor het vaststellen van de nettobestaansmiddelen is - na indexatie - gelijk aan 2.410 EUR voor aj. 2003 (zie tabel in nr. 16).]
Vermits dit bedrag lager is dan 2.410 EUR (= het voor aj. 2003 van toepassing zijnde geïndexeerde bedrag van de nettobestaansmiddelen voor een kind dat deel uitmaakt van het gezin van echtgenoten - zie tabel in nr. 16 - dat niet mag overschreden worden om nog ten laste te kunnen zijn), mag het kind als ten laste van de echtgenoten worden aangemerkt.
26. Art. 6, W 21.6.2002, heeft art. 178, § 3, WIB 92, gewijzigd in die zin dat de indexatie van het in art. 143, 6°, WIB 92, vermelde bedrag van de onderhoudsuitkeringen die niet in aanmerking komen voor het vaststellen van de nettobestaansmiddelen, wordt verricht met behulp van een coëfficiënt die geen rekening houdt met de bevriezing van de indexatie gedurende de jaren 1994 tot 1999, d.w.z. met de coëfficiënt die reeds is toegepast voor de indexatie van de bedragen van de belastingvrije sommen en de maximumbedragen van de nettobestaansmiddelen.
27. De hiernavolgende tabel vermeldt de voor de aj. 2002 tot 2004 geldende geïndexeerde maximumbedragen van de aan kinderen toegekende onderhoudsuitkeringen die geen bestaansmiddelen zijn.
|
Art. WIB 92 | Omschrijving | Basisbedrag | Aj. 2002 | Aj. 2003 | Aj. 2004 |
143, 6° | Maximumbedrag van de aan kinderen toegekende onderhoudsuitkeringen die geen bestaansmiddelen zijn : | 1.800 EUR | 2.350 EUR | 2.410 EUR | 2.450 EUR |
28. De door de art. 28 en 29, W 10.8.2001 aangebrachte wijzigingen aan resp. art. 141 WIB 92 (zie nrs. 8 en 14) en art. 143 WIB 92 (zie nrs. 17 tot 25) treden in werking met ingang van aj. 2002 (cf. art. 65, eerste lid, W 10.8.2001).
29. De door de art. 3 tot 5, W 21.6.2002 en door art. 25 B, W 10.8.2001 (zoals vervangen door art. 2, 1°, W 21.6.2002) aangebrachte wijzigingen aan resp. art. 136 WIB 92 (zie nr. 6), art. 140 WIB 92 (zie nr. 13), art. 141 WIB 92 (zie nrs. 9 en 15) en art. 133, § 1, 4°, WIB 92 (zie nr. 10) treden in werking met ingang van aj. 2003 (cf. art. 7, W 21.6.2002 en art. 65, derde lid, W 10.8.2001).
30. De door art. 6, W 21.6.2002 aangebrachte wijziging aan art. 178, § 3, WIB 92 (zie nr. 26) is van toepassing met ingang van aj. 2002 (cf. art. 7, W 21.6.2002).
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT.
Bron: FisconetPlus
