Circulaire 2019/C/50 over de toepassing van de antimisbruikbepalingen bij de inwerkingtreding van de wet van 25.12.2017
Zie ook:
Deze circulaire heeft betrekking op de art. 86. D. en 88, tweede lid van de wet van 25.12.2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting.
inkomstenbelastingen ; vennootschapsbelasting ; belasting van niet-inwoners/vennootschappen ; inwerkingtreding ; wijziging van de afsluitingsdatum van het boekjaar ; antimisbruikbepalingen ; aangifte in de vennootschapsbelasting ; aangifte in de belasting van niet-inwoners/vennootschappen
FOD Financiën, 17.06.2019
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting
I. Inleiding
II. Wetteksten
III. Bespreking
1. Doelstelling
2. Draagwijdte
3. Tussentijdse afsluiting
4. Voorbeelden
1. Correcties van de belastbare grondslag en de tarieven
1.1. Correctievak indien het b.t. ten vroegste op 01.01.2018 aanvangt
1.2. Correctievak indien het b.t. vóór 01.01.2018 aanvangt
2. Correcties van overdraagbare aftrekken
3. Bijzonderheden
3.1. Wijzigingen van de belastingtarieven
3.2. Verhoging van de DBI-aftrek naar 100 %
3.3. Tijdelijke verhoging van de investeringsaftrek
3.4. Aftrek voor risicokapitaal (NIA)
3.5. De fiscale korf
3.6. Meerwaarden op aandelen
3.7. Inschakelingsbedrijven
3.8. Verhoging van het absolute minimum van de belastbare winst bij niet-aangifte of bij laattijdige overlegging van de aangifte
3.9. Vooruitbetaalde kosten
3.10. Beperking van de voorzieningen voor risico's en kosten
A. Voorbeeld 1: het b.t. vangt ten vroegste op 01.01.2018 aan
B. Voorbeeld 2: het b.t. vangt vóór 01.01.2018 aan
I. Inleiding
1. Deze circulaire bespreekt de toepassing van de art. 86. D. en 88, tweede lid van de W 25.12.2017 (1) die betrekking hebben op de inwerkingtreding van die wet, inzonderheid met het oog op het invullen van de aangifte in de vennootschapsbelasting (VenB) of de aangifte in de belasting van niet-inwoners/vennootschappen (BNI/ven) voor het aanslagjaar (aj.) 2019.
(1) Wet van 25.12.2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting, BS 29.12.2017 en errata in het BS 26.03.2018 (hierna W 25.12.2017).
Die bespreking beperkt zich bijgevolg tot de toepassing van die bepalingen in het kader van de eerste fase van de hervorming van de VenB, zoals die voortvloeit uit de W 25.12.2017 (zie de nr. 6 en 7).
II. Wetteksten
2. Hierna volgen de art. 86 en 88, W 25.12.2017.
Art. 86 (2)
A. De artikelen 5, 1°, 6, 1°, 11, 1°, 3° en 4°, 13 tot 15, 17, 1°, 21, 1°, 24 tot 26, 28, 29, 30, 1°, 3°, en 5°, 31, 1°, 32, 37, 39, 1° en 3°, 41, 1° tot 4°, 43, 1°, 44, 1°, 45, 46, 49, 50, 52, 2° tot 6°, 53, 1° en 3° tot 6°, 54, 1°, 2° en 4°, 55, 1°, 3° en 5°, 56, 57, 59, 66, 67, 1°, 74, 78, 82 en 85 treden in werking op 1 januari 2018 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2018.
B1. De artikelen 3, 18, 1°, 2° en 4°, 20, 33, 34, 36, 39, 5° tot 15°, 40, 44, 2° en 3°, 47, 48, 53, 2°, 53/1, 73 en 73/1 treden in werking op 1 januari 2019 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2020 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2019.
B2. De artikelen 5, 2°, 6, 2°, 7, 8, 10, 11, 2°, 18, 3°, 21, 2°, 22, 23, 27, 30, 2°, 4° en 6°, 31, 2°, 39, 4°, 41, 5°, 42, 51, 52, 1°, 54, 3°, 55, 4°, 58, 61, 1°, 62 tot 65, 67, 2°, 72, 75, 1°, 81, 83 en 84 treden in werking op 1 januari 2020 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2021 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2020.
C. De artikelen 4, 1° en 2°, 16 en 68 treden in werking op 1 januari 2018 en zijn van toepassing op verrichtingen van kapitaalverminderingen en terugbetalingen van met kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies of winstbewijzen die worden beslist door de algemene vergadering vanaf 1 januari 2018.
De artikelen 4, 3°, en 9 treden in werking op 1 januari 2020 en zijn van toepassing op de interesten die betrekking hebben op periodes na 31 december 2019.
De artikelen 17, 2° tot 5°, 19, 61, 2°, en 76 treden in werking op 1 januari 2019 en zijn van toepassing op de overdrachten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2019.
Artikel 29 treedt in werking op 1 januari 2018 en is niet van toepassing op voorzieningen of toevoegingen aan voorzieningen die zijn aangelegd in belastbare tijdperken die aanvangen vóór 1 januari 2018.
Artikel 38 treedt in werking op 1 januari 2020 en is van toepassing op de activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2020.
De artikelen 69 en 70 treden in werking op 1 januari 2018 en zijn van toepassing op de dividenden die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend.
Artikel 71, 1° en 4° en 5°, treedt in werking op 1 januari 2018 en is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 tot en met 31 december 2019 worden betaald of toegekend.
Artikel 71, 2° en 6° tot 8°, treedt in werking op 1 januari 2018 en is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend.
Artikel 71, 3°, treedt in werking op 1 januari 2020 en is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2020 worden betaald of toegekend.
Artikel 75, 2°, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2022.
De artikelen 77, 79 en 80 zijn van toepassing vanaf 1 januari 2018. De artikelen 79 en 80, in de mate dat ze de begindatum van de moratoriuminteresten wijzigen bedoeld in de artikelen 418, eerste lid, en 419, eerste lid, 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zijn toepasselijk op de inkohieringen uitgevoerd vanaf 1 januari 2018. In geval van opeenvolgende aanslagen, wordt de datum van inkohiering van de oorspronkelijke aanslag in beschouwing genomen voor de toepassing van deze bepalingen. Artikel 79, in de mate dat het de begindatum wijzigt van de moratoriuminteresten voor de toepassing van artikel 418, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, is van toepassing op de bedrijfsvoorheffing en de roerende voorheffing verbonden aan de aanslagjaren 2018 en volgende.
Artikel 80, in de mate dat het de begindatum wijzigt van de moratoriuminteresten voor de toepassing van artikel 419, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, is van toepassing op de bedrijfsvoorheffing, de roerende voorheffing en de voorafbetalingen verbonden aan de aanslagjaren 2018 en volgende.
D. Elke wijziging die vanaf 26 juli 2017 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde bepalingen.
(2) Er wordt opgemerkt dat art. 86, W 25.12.2017, nog is gewijzigd door:
- art. 38, W 30.07.2018 houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen, BS 10.08.2018;
- de art. 6 en 59, W 11.02.2019 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen, BS 22.03.2019;
- art. 8, W 13.04.2019 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, houdende opheffing van de sanctie wegens het niet-voldoen aan de voorwaarde betreffende het bedrag van de bezoldiging van de bedrijfsleider, BS 26.04.2019;
- art. 22, W 28.04.2019 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter, van de wet van 5 april 1955, BS 06.05.2019.
Art. 88
Artikel 87 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2018.
Elke wijziging die vanaf 26 juli 2017 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde bepaling.
III. Bespreking
A. Algemeen
1. Doelstelling
3. Uit de bepalingen van de art. 86. D. en 88, tweede lid, W 25.12.2017, volgt duidelijk dat elke wijziging die vanaf 26.07.2017 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van:
- de bepalingen van hoofdstuk 1 van de W 25.12.2017 inzake de wijzigingen van het WIB 92;
- art. 87 van de W 25.12.2017 dat betrekking heeft op de opheffing van art. 67 van de W 26.03.1999 (3).
(3) Wet van 26.03.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.
4. Om te vermijden dat vennootschappen de afsluitingsdatum van hun boekjaar kunstmatig zouden wijzigen, zal elke wijziging hieromtrent vanaf 26.07.2017 (de datum waarop het Zomerakkoord met o.a. de hervorming van de vennootschapsbelasting werd aangekondigd) geen invloed hebben op de voorziene inwerkingtreding van de verschillende artikelen (4).
(4) Parl. St., Kamer, zitting 2017-2018, DOC 54 2864/001, blz. 127 en 128.
5. De voormelde wettelijke bepalingen strekken ertoe te vermijden dat vennootschappen die normaal gezien nog onderworpen zijn aan de bepalingen verbonden aan het aj. 2018, reeds zouden worden onderworpen aan de bepalingen van de W 25.12.2017. M.a.w. om te voorkomen dat vennootschappen hun boekjaar zouden verlengen of verkorten om eerder gebruik te kunnen maken van sommige voordelige bepalingen of om de toepassing van nadelige bepalingen uit te stellen, werden die antimisbruikbepalingen ingevoerd.
Die antimisbruikbepalingen zijn van toepassing op elke wijziging die wordt aangebracht aan de afsluitingsdatum van het boekjaar (5).
(5) Zie het antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 24672 van de heer volksvertegenwoordiger Benoît Piedboeuf (Kamer, zitting 2017-2018, Integraal Verslag, CRIV 54 COM 858, 28.03.2018, blz. 9).
2. Draagwijdte
6. De hervorming van de VenB, zoals die voortvloeit uit de W 25.12.2017, vindt plaats in drie fasen:
- de eerste fase: die bepalingen treden in werking op 01.01.2018 en zijn van toepassing vanaf het aj. 2019 verbonden aan een belastbaar tijdperk (b.t.) dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2018 (6);
- de tweede fase: die bepalingen treden in werking op 01.01.2019 en zijn van toepassing vanaf het aj. 2020 verbonden aan een b.t. dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2019 (7);
- de derde fase: die bepalingen treden in werking op 01.01.2020 en zijn van toepassing vanaf het aj. 2021 verbonden aan een b.t. dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2020 (8).
(6) Zie art. 86. A., W 25.12.2017.
(7) Zie art. 86. B1., W 25.12.2017.
(8) Zie art. 86. B2., W 25.12.2017.
7. De bedoelde antimisbruikbepalingen (9) hebben zowel een weerslag op de toepassing van de bepalingen die verbonden zijn met het aj. 2019 (de eerste fase) als op de bepalingen die verbonden zijn met de aj. 2020 en aj. 2021 (de tweede en de derde fase).
(9) Zie de art. 86. D. en 88, tweede lid, W 25.12.2017.
Zoals reeds hiervoor werd aangehaald (zie nr. 1) beperkt deze circulaire zich evenwel tot de bespreking van de toepassing van de antimisbruikbepalingen in het kader van de voormelde eerste fase van de hervorming van de VenB.
8. Indien de antimisbruikbepalingen worden toegepast, moet de te vestigen aanslag in elk geval worden verbonden aan het aj. dat door de werkelijke (nieuwe) datum van afsluiting van het boekjaar wordt bepaald.
In die gevallen, waarbij het boekjaar wordt verlengd of verkort vanaf 26.07.2017, moet slechts één aangifte in de VenB worden ingediend.
9. Concreet betekent dat met betrekking tot de aangifte in de VenB voor het aj. 2019 het volgende:
1° vooreerst moet, in voorkomend geval, de aangifte VenB voor het volledige b.t. worden ingevuld, op basis van:
- de fiscale bepalingen die rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017 (hierna fiscale bepalingen van het aj. 2019) indien het b.t. ten vroegste aanvangt op 01.01.2018;
- de fiscale bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017 (hierna fiscale bepalingen van het aj. 2019bis) indien het b.t. aanvangt vóór 01.01.2018;
2° nadien moeten de noodzakelijke correcties van de belastbare grondslag en de tarieven gebeuren op basis van de toepasselijke fiscale bepalingen (zie punt 1°) als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar en in het desbetreffende correctievak worden vermeld, waarbij:
- het ene correctievak bestemd is voor correcties die in voorkomend geval moeten worden aangebracht indien het b.t. ten vroegste aanvangt op 01.01.2018;
- het andere correctievak bestemd is voor correcties die in voorkomend geval moeten worden aangebracht indien het b.t. aanvangt vóór 01.01.2018.
Bijgevolg zal de vennootschap slechts 1 van beide correctievakken moeten invullen, al naargelang het geval.
Daarnaast moeten, in voorkomend geval, in een afzonderlijk correctievak nog correcties van overdraagbare aftrekken worden opgenomen als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar.
Voor een verdere bespreking van die correcties wordt verwezen naar de nrs. 14 e.v.
3. Tussentijdse afsluiting
10. De bepalingen van de W 25.12.2017 hebben inzake VenB zowel wijzigingen aangebracht aan de berekening van de belastbare grondslag als aan de tarieven (met inbegrip van de aanvullende crisisbijdrage (ACB)).
Door de toepassing van de antimisbruikbepalingen moet er worden vanuit gegaan dat het b.t., dat verbonden is met het aj. 2019, in voorkomend geval, moet worden opgesplitst in twee periodes:
- één periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017;
- één periode waarin rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017.
Daaruit volgt dat de vennootschap voor beide periodes een belastbare grondslag moet berekenen (zie de nrs. 14 e.v.).
11. Aangezien de twee periodes, waarin verschillende fiscale bepalingen van toepassing zijn, verbonden zijn met één boekjaar en één aangifte in de VenB, moet de vennootschap, om de belastbare grondslag van beide periodes te kunnen berekenen, een tussentijdse afsluiting opstellen.
De belastbare grondslag (positief, negatief of nul) wordt op die manier voor beide periodes vastgesteld op basis van werkelijke cijfers die voortvloeien uit de boekhouding van de betrokken vennootschap. M.a.w. voor beide periodes wordt de belastbare grondslag niet proportioneel bepaald.
12. De aandacht wordt er reeds op gevestigd dat de vennootschap in een bijlage een volledig en duidelijk detail moet geven van:
- enerzijds die tussentijdse afsluiting, m.a.w. een berekening van de belastbare grondslag voor beide periodes, en
- anderzijds de berekening van de voormelde correcties.
Die bijlage moet aan de aangifte in de VenB (of BNI/ven) worden toegevoegd.
4. Voorbeelden
13. Hierna worden een aantal voorbeelden gegeven ter verduidelijking van de hiervoor aangehaalde algemene principes. Die principes zijn mutatis mutandis eveneens van toepassing voor de aj. 2020, 2020bis, 2021 en 2021bis (zie nr. 6 en de verschillende gevallen hierna).
Geval 1: het boekjaar vangt ten vroegste op 01.01.2018 aan.
Voorbeeld 1
Het boekjaar loopt normaal van 01.04.2017 tot 31.03.2018 en wordt op 01.09.2017 verkort tot 31.12.2017.
Voor het boekjaar dat loopt van 01.04.2017 tot 31.12.2017 zijn de fiscale bepalingen van het aj. 2018 van toepassing.
Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2018 tot 31.12.2018 (aj. 2019) zijn er twee periodes:
- periode van 01.01.2018 tot 31.03.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.04.2018 tot 31.12.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019
Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2019 tot 31.12.2019 (aj. 2020) zijn er twee periodes:
- periode van 01.01.2019 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2020bis
- periode van 01.04.2019 tot 31.12.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2020
Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2020 tot 31.12.2020 (aj. 2021) zijn er twee periodes:
- periode van 01.01.2020 tot 31.03.2020: fiscale bepalingen van het aj. 2021bis
- periode van 01.04.2020 tot 31.12.2020: fiscale bepalingen van het aj. 2021
Voorbeeld 2
Het boekjaar loopt normaal van 01.12.2016 tot 30.11.2017 en wordt op 01.09.2017 verlengd tot 31.12.2017.
Voor het boekjaar dat loopt van 01.12.2016 tot 31.12.2017 zijn de fiscale bepalingen van het aj. 2018 van toepassing.
Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2018 tot 31.12.2018 (aj. 2019) zijn er twee periodes:
- periode van 01.01.2018 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.12.2018 tot 31.12.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019
Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2019 tot 31.12.2019 (aj. 2020) zijn er twee periodes:
- periode van 01.01.2019 tot 30.11.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2020bis
- periode van 01.12.2019 tot 31.12.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2020
Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2020 tot 31.12.2020 (aj. 2021) zijn er twee periodes:
- periode van 01.01.2020 tot 30.11.2020: fiscale bepalingen van het aj. 2021bis
- periode van 01.12.2020 tot 31.12.2020: fiscale bepalingen van het aj. 2021
Geval 2: het boekjaar vangt vóór 01.01.2018 aan.
Voorbeeld 1
Het boekjaar loopt normaal van 01.12.2017 tot 30.11.2018 en wordt op 30.07.2017 verlengd tot 31.03.2019.
Voor het boekjaar dat loopt van 01.12.2017 tot 31.03.2019 (aj. 2019) zijn er twee periodes:
- periode van 01.12.2017 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019
Voor het boekjaar dat loopt van 01.04.2019 tot 31.03.2020 (aj. 2020) zijn er twee periodes:
- periode van 01.04.2019 tot 30.11.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2020bis
- periode van 01.12.2019 tot 31.03.2020: fiscale bepalingen van het aj. 2020
Voor het boekjaar dat loopt van 01.04.2020 tot 31.03.2021 (aj. 2021) zijn er twee periodes:
- periode van 01.04.2020 tot 30.11.2020: fiscale bepalingen van het aj. 2021bis
- periode van 01.12.2020 tot 31.03.2021: fiscale bepalingen van het aj. 2021
Voorbeeld 2
Het boekjaar loopt normaal van 01.12.2017 tot 30.11.2018 en wordt op 30.07.2017 verkort tot 30.09.2018.
Voor het boekjaar dat loopt van 01.12.2017 tot 30.09.2018 (aj. 2018) zijn de fiscale bepalingen van het aj. 2018 van toepassing zijn.
Voor het boekjaar dat loopt van 01.10.2018 tot 30.09.2019 (aj. 2019) zijn er twee periodes:
- periode van 01.10.2018 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.12.2018 tot 30.09.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019
Voor het boekjaar dat loopt van 01.10.2019 tot 30.09.2020 (aj. 2020) zijn er twee periodes:
- periode van 01.10.2019 tot 30.11.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2020bis
- periode van 01.12.2019 tot 30.09.2020: fiscale bepalingen van het aj. 2020
Voor het boekjaar dat loopt van 01.10.2020 tot 30.09.2021 (aj. 2021) zijn er twee periodes:
- periode van 01.10.2020 tot 30.11.2020: fiscale bepalingen van het aj. 2021bis
- periode van 01.12.2020 tot 30.09.2021: fiscale bepalingen van het aj. 2021
B. Correcties als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar
14. Zoals reeds in nr. 9 werd vermeld, moeten er door de toepassing van de antimisbuikbepalingen, in voorkomend geval, correcties gebeuren van de belastbare grondslag en de tarieven als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar. Die correcties kunnen, in voorkomend geval, eveneens betrekking hebben op overdraagbare aftrekken. Hierna worden die correcties afzonderlijk besproken.
1. Correcties van de belastbare grondslag en de tarieven
1.1. Correctievak indien het b.t. ten vroegste op 01.01.2018 aanvangt
15. De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 wordt voor het volledige b.t. ingevuld rekening houdende met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017 (zie nr. 9).
In de code N 1460 'Belastbaar tegen gewoon tarief' van het vak 'Uiteenzetting van de winst. Het belastbaar tijdperk vangt ten vroegste op 01.01.2018 aan' van de aangifte in de VenB voor het aj. 2019 zal bijgevolg het bedrag moeten worden vermeld van de belastbare grondslag rekening houdende met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017.
Evenwel moet, in voorkomend geval, de vennootschap de noodzakelijke correcties van de belastbare grondslag en de tarieven doorvoeren om rekening te houden met een b.t. dat, door de toepassing van de antimisbruikbepaling, moet worden opgesplitst in twee periodes waarin verschillende fiscale bepalingen van toepassing zijn (zie nr. 10).
In het vak 'Uiteenzetting van de winst. Het belastbaar tijdperk vangt ten vroegste op 01.01.2018 aan' van de aangifte in de VenB voor het aj. 2019 werd daarvoor het volgende correctievak opgenomen:
Correcties als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar indien het belastbaar tijdperk ten vroegste op 01.01.2018 aanvangt
Codes | Belastbaar tijdperk | |
Belastbare grondslag | ||
Negatieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief | 6101 | ............l............l............l........... , . . |
Positieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief | 6102 | ............l............l............l........... , . . |
Positieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 % | 6103 | ............l............l............l........... , . . |
Positieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 0,40 % | 6104 | ............l............l............l........... , . . |
Tarief van de ACB | ||
Gedeelte van de meerwaarden op aandelen in principe belastbaar tegen 25 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 3 % | 6113 | ............l............l............l........... , . . |
Gedeelte van de grondslag belastbaar tegen het exit tax tarief van 12,5 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 3 % | 6114 | ............l............l............l........... , . . |
Tarief van de vennootschapsbelasting | ||
Gedeelte van de gecorrigeerde belastbare grondslag dat in principe onderworpen is aan het tarief van 33 % | 6111 | ............l............l............l........... , . . |
De vennootschap kan bij uw weten voor dit gedeelte aanspraak maken op het verminderd tarief | 6112 | ...................................................... |
16. Om dat correctievak te kunnen invullen, moet de vennootschap voor elk relevant bestanddeel van de belastbare grondslag nagaan of een correctie moet gebeuren, rekening houdende met de toepasselijke fiscale bepalingen.
Voorbeeld
Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2016 tot 30.11.2017 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.12.2017. Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2018 tot 31.12.2018 (aj. 2019) zijn er twee periodes (zie nr. 10):
- periode van 01.01.2018 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.12.2018 tot 31.12.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 moet vooreerst voor het volledige b.t. worden ingevuld op basis van de fiscale bepalingen van het aj. 2019 (zie nr. 9).
De vennootschap heeft dividenden verkregen waarvoor een DBI-aftrek van toepassing is. De dividenden werden verkregen op 31.10.2018, m.a.w. in de periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen van de W 25.12.2017. De vennootschap heeft slechts recht op een DBI-aftrek van 95 % (en geen 100 %). Ze zal bijgevolg een positieve correctie van de belastbare grondslag moeten doorvoeren.
Er kan zich zowel een positieve als een negatieve correctie van de 'grondslag belastbaar tegen gewoon tarief' voordoen. Een positieve correctie heeft als gevolg dat de belastbare grondslag, die werd berekend rekening houdende met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017, wordt verhoogd. Een negatieve correctie daarentegen doet die belastbare grondslag dalen.
Enkel het globale bedrag van die positieve en negatieve correcties wordt in de aangifte vermeld.
17. Sinds de inwerkingtreding van de W 25.12.2017 zijn de meerwaarden op aandelen:
- die onder het vroegere regime belastbaar waren aan 25 % (+ ACB van 3 %), vanaf de bedoelde inwerkingtreding belastbaar tegen het gewoon tarief indien niet voldaan is aan de participatievoorwaarde (zie de in art. 202, § 2, eerste lid, 1°, WIB 92, vermelde voorwaarde) of belastbaar tegen 25 % (+ ACB van 2 %) indien voldaan is aan de participatievoorwaarde;
- die onder het vroegere regime belastbaar waren aan 0,40 %, vanaf de bedoelde inwerkingtreding vrijgesteld van belasting.
Aangezien de aangifte in de VenB voor het aj. 2019 wordt ingevuld rekening houdende met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017 (10), moet in bepaalde gevallen een positieve correctie van de meerwaarden op aandelen gebeuren wanneer de meerwaarden werden verwezenlijkt in de periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen van de W 25.12.2017.
(10) M.a.w. de bedoelde meerwaarden op aandelen zijn belastbaar tegen het gewoon tarief, tegen 25 % (+ ACB van 2 %) of zijn vrijgesteld.
18. De regel 'Positieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %' moet worden ingevuld wanneer de meerwaarden op aandelen, die rekening houdende met de bepalingen van de W 25.12.2017, werden aangegeven tegen het gewoon tarief, moeten worden belast tegen 25 % (+ ACB van 3 %) omdat de meerwaarden op aandelen werden verwezenlijkt in de periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen van de W 25.12.2017.
Daarnaast moet er ten belope van die meerwaarden op aandelen die werden aangegeven tegen het gewoon tarief, een 'Negatieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief' gebeuren.
De regel 'Positieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 0,40 %' moet worden ingevuld wanneer de meerwaarden op aandelen werden verwezenlijkt in de periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen van de W 25.12.2017.
De regel 'Gedeelte van de meerwaarden op aandelen in principe belastbaar tegen 25 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 3 %' moet worden ingevuld wanneer een gedeelte van de meerwaarden, die rekening houdende met de bepalingen van de W 25.12.2017, werden aangegeven tegen het tarief van 25 % (+ ACB van 2 %) (code N 1466), moet worden belast tegen het tarief van 25 % (+ ACB van 3 %) omdat dat gedeelte van de meerwaarden werd verwezenlijkt in de periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen van de W 25.12.2017. Het bedoelde gedeelte moet worden ingevuld in code 6113.
Voorbeeld (in euro)
Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2016 tot 30.11.2017 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.12.2017. Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2018 tot 31.12.2018 (aj. 2019) zijn er twee periodes (zie nr. 10):
- periode van 01.01.2018 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.12.2018 tot 31.12.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 moet vooreerst voor het volledige b.t. worden ingevuld op basis van de fiscale bepalingen van het aj. 2019 (zie nr. 9).
De vennootschap vult in de code N 1466 'Meerwaarden op aandelen in principe belastbaar tegen 25 %' een bedrag in van 3.000 dat als volgt is samengesteld:
- meerwaarde op aandelen X: 2.000
- meerwaarde op aandelen Y: 1.000
De bedoelde meerwaarden voldoen aan de taxatie- en de participatievoorwaarde.
Bovendien heeft de vennootschap nog een meerwaarde op aandelen Z verwezenlijkt voor een bedrag van 500. Dat bedrag wordt belast tegen het gewoon tarief omdat niet voldaan is aan de participatievoorwaarde.
Aangezien de meerwaarden op aandelen X en aandelen Z werden verwezenlijkt in de periode van 01.01.2018 tot 30.11.2018 (periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen van de W 25.12.2017), moet een correctie van de bedoelde meerwaarden gebeuren.
De vennootschap heeft eveneens nog andere negatieve correcties van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief voor een bedrag van 3.500.
Het correctievak indien het b.t. ten vroegste op 01.01.2018 aanvangt, moet als volgt worden ingevuld:
Negatieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief: 4.000 (1).
Positieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %: 500 (2).
Gedeelte van de meerwaarden op aandelen in principe belastbaar tegen 25 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 3 %: 2.000 (3)
(1) Het bedrag van 4.000 is samengesteld uit de meerwaarde op aandelen Z voor een bedrag van 500 en andere negatieve correcties van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief voor een bedrag van 3.500. De bedoelde meerwaarde voldoet niet aan de participatievoorwaarde, maar wel aan de taxatievoorwaarde.
(2) Het bedrag komt overeen met de negatieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief voor een bedrag van 500 en heeft betrekking op de meerwaarde op aandelen Z.
(3) Het bedrag van 2.000 heeft betrekking op de meerwaarde op aandelen X. Dat bedrag is reeds begrepen in het bedrag van 3.000 dat vermeld is in de code N 1466. Met betrekking tot de bedoelde meerwaarde kan er dan ook worden vanuit gegaan dat voldaan is aan de taxatievoorwaarde.
Voor een correcte invulling van de aangifte met betrekking tot de voormelde meerwaarden op aandelen moet rekening worden gehouden met:
- de datum van de verwezenlijking van de meerwaarden;
- het naleven van bepaalde voorwaarden (taxatievoorwaarde, participatievoorwaarde en bezitsduur);
- het al dan niet doorvoeren van de noodzakelijke correcties.
19. De regel 'Gedeelte van de grondslag belastbaar tegen het exit tax tarief van 12,5 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 3 %' moet worden ingevuld, wanneer de in art. 217, eerste lid, 1°, WIB 92, bedoelde verrichting, die rekening houdende met de bepalingen van de W 25.12.2017, werd aangegeven tegen het tarief van 12,5 % (+ ACB van 2 %) (code N 1472), moet worden belast tegen het tarief van 12,5 % (+ ACB van 3 %) omdat de verrichting heeft plaatsgevonden in de periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen van de W 25.12.2017. Het bedoelde gedeelte moet worden ingevuld in code 6114.
20. Nadat de vennootschap de nodige correcties heeft berekend, moet zij op basis van de tussentijdse afsluiting en de afsluiting van het boekjaar voor elke periode een belastbare grondslag berekenen die rekening houdt met de fiscale bepalingen die van toepassing zijn in de bedoelde periode.
Er moet m.a.w. een belastbare grondslag worden berekend (zie nr. 10):
- voor de periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017, en
- voor de periode waarin rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017.
Bij die berekeningen zal dus rekening moeten worden gehouden met de (positieve en negatieve) correcties.
21. Op basis van de voormelde berekeningen kan:
- enerzijds in de betreffende aangifte de regel 'Gedeelte van de gecorrigeerde belastbare grondslag dat in principe onderworpen is aan het tarief van 33 %' worden ingevuld, en
- anderzijds het gedeelte van de totale belastbare grondslag worden bepaald dat onderworpen is aan 29 %.
Beide bedragen moeten in de bijlage worden opgenomen die aan de aangifte in de VenB (of BNI/ven) moet worden toegevoegd (zie nr. 12).
In hoofdstuk IV wordt een voorbeeld gegeven (zie nr. 43).
1.2. Correctievak indien het b.t. vóór 01.01.2018 aanvangt
22. De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 wordt voor het volledige b.t. ingevuld op basis van de bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017 (zie nr. 9).
In de code O 1460 'Belastbaar tegen gewoon tarief' van het vak 'Uiteenzetting van de winst. Het belastbaar tijdperk vangt vóór 01.01.2018 aan' van de aangifte in de VenB voor het aj. 2019 zal bijgevolg het bedrag moeten worden vermeld van de belastbare grondslag die werd berekend op basis van de bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017.
Evenwel moet, in voorkomend geval, de vennootschap de noodzakelijke correcties van de belastbare grondslag en de tarieven doorvoeren om rekening te houden met een b.t. dat, door de toepassing van de antimisbruikbepaling, moet worden opgesplitst in twee periodes waarin verschillende fiscale bepalingen van toepassing zijn (zie nr. 10).
In het vak 'Uiteenzetting van de winst. Het belastbaar tijdperk vangt vóór 01.01.2018 aan' van de aangifte in de VenB voor het aj. 2019 werd daarvoor het volgende correctievak opgenomen:
Correcties als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar indien het belastbaar tijdperk vóór 01.01.2018 aanvangt
Codes | Belastbaar tijdperk | |
Belastbare grondslag | ||
Negatieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief | 6201 | ............l............l............l........... , . . |
Positieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief | 6202 | ............l............l............l........... , . . |
Negatieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 % | 6203 | ............l............l............l........... , . . |
Negatieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 0,40 % | 6204 | ............l............l............l........... , . . |
Tarief van de ACB | ||
Gedeelte van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 2 % | 6213 | ............l............l............l........... , . . |
Gedeelte van de grondslag belastbaar tegen het exit tax tarief van 12,5 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 2 % | 6214 | ............l............l............l........... , . . |
Tarief van de vennootschapsbelasting | ||
Gedeelte van de gecorrigeerde belastbare grondslag dat in principe onderworpen is aan het tarief van 29 % | 6211 | ............l............l............l........... , . . |
De vennootschap kan bij uw weten voor dit gedeelte aanspraak maken op het verminderd tarief | 6212 | ...................................................... |
23. Ook in dat geval moet, om het correctievak te kunnen invullen, de vennootschap voor elk relevant bestanddeel van de belastbare grondslag nagaan of een correctie moet gebeuren, rekening houdende met de toepasselijke fiscale bepalingen.
Voorbeeld
Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2017 tot 30.11.2018 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.03.2019. Voor het boekjaar dat loopt van 01.12.2017 tot 31.03.2019 (aj. 2019) zijn er twee periodes (zie nr. 10):
- periode van 01.12.2017 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 moet vooreerst voor het volledige b.t. worden ingevuld op basis van de fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (zie nr. 9).
De vennootschap heeft dividenden verkregen waarvoor een DBI-aftrek van toepassing is. De dividenden zijn toegekend op 31.01.2019, m.a.w. in de periode waarin de bepalingen van de W 25.12.2017 van toepassing zijn. De vennootschap heeft recht op een DBI-aftrek van 100 % (en geen 95 %). Ze zal bijgevolg een negatieve correctie van de belastbare grondslag moeten doorvoeren.
Er wordt ook hier opgemerkt dat er zich zowel een positieve als een negatieve correctie van de 'grondslag belastbaar tegen gewoon tarief' kan voordoen. Een positieve correctie heeft als gevolg dat de belastbare grondslag, die wordt berekend op basis van de bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017, wordt verhoogd. Een negatieve correctie daarentegen doet die belastbare grondslag dalen.
Enkel het globale bedrag van die positieve en negatieve correcties wordt in de aangifte vermeld.
24. Aangezien de aangifte in de VenB voor het aj. 2019 volledig is ingevuld op basis van de bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017 (11), moet in bepaalde gevallen een negatieve correctie van de meerwaarden op aandelen gebeuren wanneer de meerwaarden werden verwezenlijkt in de periode waarin de bepalingen van de W 25.12.2017 van toepassing zijn.
(11) M.a.w. de bedoelde meerwaarden op aandelen zijn belastbaar tegen het gewoon tarief, het tarief van 25 % (+ ACB van 3 %) of 0,40 % (+ ACB van 3 %).
25. De regel 'Negatieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %' moet worden ingevuld wanneer de meerwaarden op aandelen, die, geen rekening houdende met de bepalingen van de W 25.12.2017, werden aangegeven tegen het tarief van 25 % (+ ACB van 3 %), moeten worden belast tegen het gewoon tarief omdat de meerwaarden niet voldoen aan de participatievoorwaarde en ze werden verwezenlijkt in de periode waarin de bepalingen van de W 25.12.2017 van toepassing zijn.
Daarnaast moet er eveneens ten belope van die meerwaarden op aandelen die, rekening houdende met de bepalingen van de W 25.12.2017, moeten worden belast tegen het gewoon tarief, een 'Positieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief' gebeuren.
De regel 'Negatieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 0,40 %' moet worden ingevuld wanneer de bedoelde meerwaarden op aandelen werden verwezenlijkt in de periode waarin de bepalingen van de W 25.12.2017 van toepassing zijn.
De regel 'Gedeelte van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 2 %' moet worden ingevuld wanneer een gedeelte van de meerwaarden, die, geen rekening houdende met de bepalingen van de W 25.12.2017, werden aangegeven tegen het tarief van 25 % (+ ACB van 3 %) (code O 1465), moet worden belast tegen het tarief van 25 % (+ ACB van 2 %) omdat de meerwaarde op aandelen voldoet aan de participatievoorwaarde en werd verwezenlijkt in de periode waarin de bepalingen van de W 25.12.2017 van toepassing zijn. Het bedoelde gedeelte moet worden ingevuld in code 6213.
Voorbeeld (in euro)
Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2017 tot 30.11.2018 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.03.2019. Voor het boekjaar dat loopt van 01.12.2017 tot 31.03.2019 (aj. 2019) zijn er twee periodes (zie nr. 10):
- periode van 01.12.2017 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 moet vooreerst voor het volledige b.t. worden ingevuld op basis van de fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (zie nr. 9).
De vennootschap vult in de code O 1465 'Meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %' een bedrag in van 6.000 dat als volgt is samengesteld:
- meerwaarde op aandelen X: 2.000
- meerwaarde op aandelen Y: 3.000
- meerwaarde op aandelen Z: 1.000
De bedoelde meerwaarden voldoen aan de taxatievoorwaarde, maar alleen de aandelen Z beantwoorden aan de participatievoorwaarde.
Aangezien de meerwaarden op aandelen Y en aandelen Z werden verwezenlijkt in de periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019 (periode waarin de bepalingen van de W 25.12.2017 van toepassing zijn), moet een correctie van de bedoelde meerwaarden gebeuren.
De vennootschap heeft eveneens nog andere positieve correcties van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief voor een bedrag van 500.
Het correctievak indien het b.t. vóór 01.01.2018 aanvangt, moet als volgt worden ingevuld:
Positieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief: 3.500 (1)
Negatieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %: 3.000 (2)
Gedeelte van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 2 %: 1.000 (3)
(1) Het bedrag van 3.500 is samengesteld uit de meerwaarde op aandelen Y voor een bedrag van 3.000 en andere positieve correcties van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief voor een bedrag van 500. De bedoelde meerwaarde voldoet aan de taxatievoorwaarde, maar niet aan de participatievoorwaarde.
(2) Het bedrag komt overeen met de positieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief voor een bedrag van 3.000 en heeft betrekking op de meerwaarde op aandelen Y.
(3) Het bedrag van 1.000 heeft betrekking op de meerwaarde op aandelen Z. Dat bedrag is reeds begrepen in het bedrag van 6.000 dat vermeld is in de code O 1465. De bedoelde meerwaarde voldoet zowel aan de taxatievoorwaarde als aan de participatievoorwaarde.
Voor een correcte invulling van de aangifte met betrekking tot de voormelde meerwaarden op aandelen kan worden verwezen naar het laatste lid van nr. 18.
26. De regel 'Gedeelte van de grondslag belastbaar tegen het exit tax tarief van 12,5 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 2 %' moet worden ingevuld, wanneer de in art. 217, eerste lid, 1°, WIB 92, bedoelde verrichting, die, geen rekening houdende met de bepalingen van de W 25.12.2017, werd aangegeven tegen het tarief van 12,5 % (+ ACB van 3 %) (code O 1472), moet worden belast tegen het tarief van 12,5 % (+ ACB van 2 %) omdat de verrichting heeft plaatsgevonden in de periode waarin de bepalingen van de W 25.12.2017 van toepassing zijn. Het bedoelde gedeelte moet worden ingevuld in code 6214.
27. Voor het overige kan worden verwezen naar nr. 20 zodat op basis van de gemaakte berekeningen:
- enerzijds in de betreffende aangifte de regel 'Gedeelte van de gecorrigeerde belastbare grondslag dat in principe onderworpen is aan het tarief van 29 %' kan worden ingevuld, en
- anderzijds het gedeelte van de totale belastbare grondslag kan worden bepaald dat onderworpen is aan 33 %.
Beide bedragen moeten in de bijlage worden opgenomen die aan de aangifte in de VenB (of BNI/ven) moet worden toegevoegd (zie nr. 12).
In hoofdstuk IV wordt een voorbeeld gegeven (zie nr. 44).
2. Correcties van overdraagbare aftrekken
28. Nadat de belastbare grondslag (zie nr. 11) voor de twee periodes is berekend, zal de vennootschap, in voorkomend geval, nog correcties moeten aanbrengen aan de bedragen van overdraagbare aftrekken als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar.
In de aangifte in de VenB voor het aj. 2019 werd daarvoor het volgende correctievak opgenomen:
Correcties van overdraagbare aftrekken als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar
Codes | Belastbaar tijdperk | |
Negatieve correctie van de overdraagbare aftrek definitief belaste inkomsten | 6301 | ............l............l............l......... , . . |
Positieve correctie van de overdraagbare aftrek definitief belaste inkomsten | 6302 | ............l............l............l......... , . . |
Negatieve correctie van de compenseerbare verliezen | 6303 | ............l............l............l......... , . . |
Positieve correctie van de compenseerbare verliezen | 6304 | ............l............l............l......... , . . |
Negatieve correctie van de overdraagbare aftrek voor risicokapitaal | 6305 | ............l............l............l......... , . . |
Positieve correctie van de overdraagbare aftrek voor risicokapitaal | 6306 | ............l............l............l......... , . . |
Dat correctievak kan, in voorkomend geval, zowel worden ingevuld als:
- het b.t. ten vroegste aanvangt op 01.01.2018, of
- het b.t. aanvangt vóór 01.01.2018.
Wanneer het b.t. moet worden opgesplitst in twee periodes en de vennootschap voor elke periode een belastbare grondslag moet berekenen op basis van de toepasselijke fiscale bepalingen, zal het oorspronkelijke bedrag van de overdraagbare aftrek definitief belaste inkomsten, van de compenseerbare verliezen of van de overdraagbare aftrek voor risicokapitaal, in voorkomend geval, moeten worden gecorrigeerd en in het desbetreffende vak van de aangifte worden opgenomen.
Het bedoelde correctievak heeft bijgevolg betrekking op de negatieve en de positieve correctie van:
- de overdraagbare aftrek definitief belaste inkomsten (DBI-aftrek);
- de compenseerbare verliezen;
- de overdraagbare aftrek voor risicokapitaal (NIA).
29. Er kan zich zowel een negatieve als een positieve correctie van de bedoelde overdraagbare aftrek voordoen. Een negatieve correctie van de overdraagbare aftrek heeft als gevolg dat het bedrag van de overdraagbare aftrek, dat wordt gecorrigeerd naar aanleiding van de berekening van twee belastbare grondslagen, wordt verminderd. Een positieve correctie van de overdraagbare aftrek daarentegen doet het bedrag van de overdraagbare aftrek verhogen.
Voorbeeld (in euro)
Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2017 tot 30.11.2018 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.03.2019. Voor het boekjaar dat loopt van 01.12.2017 tot 31.03.2019 (aj. 2019) zijn er twee periodes (zie nr. 10):
- periode van 01.12.2017 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (hierna periode 1)
- periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019 (hierna periode 2)
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 moet vooreerst voor het volledige b.t. worden ingevuld op basis van de fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (zie nr. 9).
Reserves: 3.000.000
Verworpen uitgaven (VU): 500.000
Overdraagbare DBI-aftrek: 3.800.000
Vooruitbetaalde kosten: 100.000. De kosten werden gedaan in de periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019 (periode waarin de bepalingen van de W 25.12.2017 van toepassing zijn) en hebben volledig betrekking op het volgende boekjaar. Er moet een positieve correctie van de belastbare grondslag tegen gewoon tarief gebeuren van 100.000.
Aangifte in de VenB voor het aj. 2019:
Reserves 3.000.000
VU 500.000
Overdraagbare DBI-aftrek - 3.500.000
Belastbare grondslag 0
Correctievak indien het b.t. vóór 01.01.2018 aanvangt:
Positieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief: 100.000
Overdraagbare DBI-aftrek: 300.000 (3.800.000 – 3.500.000)
In het gegeven voorbeeld moet door de toepassing van de antimisbruikbepaling het b.t. worden opgesplitst in twee periodes (zie nr. 22). Voor beide periodes moet de vennootschap een belastbare grondslag berekenen, die hier het volgende geeft:
Periode 1Periode 2
Reserves2.500.000500.000
100.000
VU 250.000 250.000
Overdraagbare DBI-aftrek - 2.750.000 - 850.000
Belastbare grondslag00
Daaruit volgt dat het bedrag van de overdraagbare DBI-aftrek 200.000 (3.800.000 – 2.750.000 – 850.000) bedraagt i.p.v. 300.000.
Op de regel 'Negatieve correctie van de overdraagbare aftrek definitief belaste inkomsten' moet een bedrag van 100.000 worden ingevuld.
3. Bijzonderheden
30. Hierna volgen een aantal bijzonderheden waarmee rekening moet worden gehouden wanneer in voorkomend geval twee belastbare grondslagen moeten worden berekend (zie nr. 10). Er wordt bondig ingegaan op een aantal wettelijke bepalingen die door de eerste fase van de W 25.12.2017 en door de W 30.07.2018 (12) werden gewijzigd of ingevoegd. Zoals hiervoor reeds werd aangehaald, kunnen er zich door de toepassing van de antimisbruikbepalingen correcties van de belastbare grondslag (positieve of negatieve) en de tarieven enerzijds en van overdraagbare aftrekken anderzijds voordoen (zie de nrs. 14 e.v.).
(12) Wet van 30.07.2018 houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen, BS 10.08.2018.
3.1. Wijzigingen van de belastingtarieven
31. Voor de algemene bepalingen ter zake kan worden verwezen naar de circulaire 2018/C/116 over de wijzigingen die werden aangebracht aan de tarieven van de VenB en aan de aanvullende crisisbijdrage van 22.10.2018.
Tarief van de exit tax
32. Om het tarief van de exit tax (13) te bepalen, moet rekening worden gehouden met de datum waarop de in art. 217, eerste lid, 1°, WIB 92, bedoelde verrichtingen hebben plaatsgevonden.
(13) Zie art. 217, eerste lid, 1°, WIB 92, en de nrs. 19 en 26.
Tarief van de VenB
33. De voorwaarde dat het belastbare inkomen van de vennootschap niet meer mag bedragen dan 322.500,00 euro (14) moet worden beoordeeld bij het vaststellen van de belastbare grondslag die onderworpen is aan de tarieven van het aj. 2018.
(14) Zie art. 215, tweede lid, WIB 92, zoals het van toepassing was vóór de W 25.12.2017.
Wanneer de vennootschap een minimum bedrijfsleidersbezoldiging toekent, kan ze het verminderde tarief van de VenB genieten (15). Die bepaling geldt zowel voor:
- de periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017, als voor,
- de periode waarin rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017.
(15) Zie art. 215, derde lid, 4°, WIB 92.
Voor de berekening van de minimum bedrijfsleidersbezoldiging in beide periodes moet rekening worden gehouden met de bedrijfsleidersbezoldigingen die worden toegekend tijdens het volledige b.t.
3.2. Verhoging van de DBI-aftrek naar 100 %
34. Voor de toepassing van de DBI-aftrek, moeten de inkomsten voldoen aan bepaalde voorwaarden (16). Het is de datum van toekenning of betaalbaarstelling van de inkomsten die bepaalt welke fiscale bepalingen van toepassing zijn, namelijk:
- de fiscale bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017, of,
- de fiscale bepalingen die rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017.
(16) Zie de art. 202, e.v., WIB 92.
3.3. Tijdelijke verhoging van de investeringsaftrek
35. Het basispercentage van de investeringsaftrek wordt van 8 naar 20 % gebracht voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 01.01.2018 en 31.12.2019, ongeacht het aj. waaraan het b.t. is verbonden (17).
(17) Zie art. 201, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92.
Het verhoogde basispercentage geldt voor vennootschappen die als een kleine vennootschap worden beschouwd in de zin van art. 15, §§ 1 tot 6, W.Venn (nieuw art. 1:24, §§ 1 tot 6, WVV) voor het aj. dat verbonden is aan het b.t. waarin de investering wordt verricht.
3.4. Aftrek voor risicokapitaal (NIA)
36. De NIA (18) wordt berekend overeenkomstig:
- de fiscale bepalingen die rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017 (aj. 2019) indien het b.t. ten vroegste aanvangt op 01.01.2018;
- de fiscale bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017 (aj. 2019bis) indien het b.t. aanvangt vóór 01.01.2018.
(18) Zie art. 205bis, e.v., WIB 92.
Nadien moet, bij het vaststellen van de twee belastbare grondslagen de NIA opnieuw worden berekend volgens de fiscale bepalingen die van toepassing zijn voor elke periode.
Voorbeeld
Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2017 tot 30.11.2018 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.03.2019. Voor het boekjaar dat loopt van 01.12.2017 tot 31.03.2019 (aj. 2019) zijn er twee periodes (zie nr. 10):
- periode van 01.12.2017 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis
- periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 moet vooreerst voor het volledige b.t. worden ingevuld op basis van de fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (zie nr. 9). De NIA wordt bijgevolg berekend volgens de bepalingen van het aj. 2019bis.
Nadien moet de vennootschap voor elke periode de NIA berekenen volgens de toepasselijke fiscale bepalingen. Voor de periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019 moet dus ook rekening worden gehouden met de bepalingen van de W 30.07.2018.
Om de incrementele NIA (19) te berekenen voor de periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019, wordt rekening gehouden met:
- het gecorrigeerd eigen vermogen aan het begin van het b.t. (01.12.2018), en
- het gecorrigeerd eigen vermogen aan het begin van het vijfde voorafgaande b.t. (01.12.2013).
(19) Door de omvorming van de bestaande berekening van de NIA wordt enkel rekening gehouden met de aangroei van het eigen vermogen over een bepaalde periode.
3.5. De fiscale korf
37. Wanneer bij het vaststellen van de belastbare grondslag, voor de periode waarin de fiscale bepalingen van het aj. 2019bis van toepassing zijn, een verlies ontstaat, is dat verlies overdraagbaar.
Door de W 25.12.2017 werd echter een beperking ingevoerd voor bepaalde aftrekken, de zogenaamde 'fiscale korf' (20). Die beperking (21) is van toepassing op de belastbare winst na de investeringsaftrek die wordt berekend voor de periode waarin rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017.
(20) Zie art. 207, WIB 92.
(21) Die korfbeperking heeft betrekking op de incrementele NIA, de overgedragen DBI-aftrek, de overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten, de vorige verliezen en de overgedragen, onbeperkt en beperkt overdraagbare, NIA.
Dat houdt in dat het verlies dat wordt berekend voor de periode waarin de bepalingen van het aj. 2019bis van toepassing zijn, aftrekbaar is als een vorig verlies binnen de fiscale korf die wordt berekend voor de periode waarin de bepalingen van het aj. 2019 van toepassing zijn (zie nr. 10).
Voorbeeld (in euro)
Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2017 tot 30.11.2018 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.03.2019. Voor het boekjaar dat loopt van 01.12.2017 tot 31.03.2019 (aj. 2019) zijn er twee periodes (zie nr. 10):
- periode van 01.12.2017 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (hierna periode 1)
- periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019 (hierna periode 2)
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 moet vooreerst voor het volledige b.t. worden ingevuld op basis van de fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (zie nr. 9).
Rerserves: 1.000.000
VU: 900.000
Aangifte in de VenB voor het aj. 2019:
Reserves 1.000.000
VU 900.000
Belastbare grondslag 1.900.000
In het gegeven voorbeeld moet door de toepassing van de antimisbruikbepaling het b.t. worden opgesplitst in twee periodes (zie nr. 22). Voor beide periodes moet de vennootschap een belastbare grondslag berekenen, die hier het volgende geeft:
Periode 1Periode 2
Reserves - 2.000.000 3.000.000
VU 400.000 500.000
- 1.600.000 3.500.000 (1)
- 1.600.000
Belastbare grondslag1.900.000
(1) Berekening van de fiscale korf: 1.000.000 + 70 % x (2.500.000) = 2.750.000. Het vorige verlies van - 1.600.000 is binnen de fiscale korf, die wordt berekend voor de periode waarin de fiscale bepalingen van het aj. 2019 van toepassing zijn, aftrekbaar. De belastbare grondslag voor periode 2 bedraagt bijgevolg slechts 1.900.000.
3.6. Meerwaarden op aandelen
38. De meerwaarden op aandelen worden belast aan het tarief (22) dat van toepassing is op de datum van de verwezenlijking van de meerwaarde.
(22) Zie de art. 192, 215 en 217, WIB 92, en de nrs. 17, 18, 24 en 25.
3.7. Inschakelingsbedrijven
39. Wanneer een inschakelingsbedrijf tewerkstellings- en beroepsoverstappremies verkrijgt, zoals bedoeld in art. 193bis, § 1, eerste lid, WIB 92, is het de datum van toekenning van de premie die bepaalt welke fiscale bepalingen van toepassing zijn, namelijk:
- de fiscale bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017, of
- de fiscale bepalingen die rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017.
Het gereserveerde belastbare resultaat kan worden vrijgesteld voor de periode waarin rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017. Die vrijstelling wordt beperkt tot een bedrag gelijk aan de loonkosten van de in België tewerkgestelde werknemers die tot de bedoelde doelgroep behoren, met een minimum van 7.440 euro per in België tewerkgestelde personeelseenheid (23). Het bedrag van 7.440 euro is een minimumbedrag dat proportioneel moet worden toegepast in verhouding tot het aantal maanden dat verbonden is aan de hiervoor aangehaalde periode.
(23) Zie art. 193quater, WIB 92, en de circulaire 2018/C/89 betreffende het fiscaal stelsel van inschakelingsbedrijven van 17.07.2018.
3.8. Verhoging van het absolute minimum van de belastbare winst bij niet-aangifte of bij laattijdige overlegging van de aangifte
40. Het bedrag van de belastbare forfaitaire minimumwinst is voor het aj. 2019bis vastgesteld op 19.000 euro. Het bedrag wordt voor het aj. 2019 (ingevolge de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017) opgetrokken tot 34.000 euro (24).
(24) Zie art. 342, § 4, WIB 92.
Die bedragen worden proportioneel toegepast in functie van het b.t. dat, in voorkomend geval, moet worden opgesplitst in twee periodes (zie nr. 10):
- één periode waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017;
- één periode waarin rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017.
Voorbeeld
Het b.t. vangt vóór 01.01.2018 aan.
Het boekjaar loopt normaal van 01.12.2017 tot 30.11.2018, maar wordt op 30.07.2017 verlengd tot 31.03.2019 (aj. 2019).
Door de toepassing van de antimisbruikbepaling wordt het b.t. opgesplitst in twee periodes (zie nr. 10):
- periode van 01.12.2017 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis. Er wordt rekening gehouden met 14.250 euro (= 19.000 euro x 12/16)
- periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019. Er wordt rekening gehouden met 8.500 euro (= 34.000 euro x 4/16)
3.9. Vooruitbetaalde kosten
41. De kosten die in het b.t. worden gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan de echtheid en het bedrag worden verantwoord door middel van bewijsstukken zijn in principe aftrekbare beroepskosten (25).
(25) Zie art. 49, eerste lid, WIB 92.
Door de invoeging van het nieuwe art. 195/1, WIB 92, zijn vennootschappen verplicht op fiscaal vlak het 'matching principe' toe te passen voor de aftrek van beroepskosten (26).
(26) Zie circulaire 2018/C/43 met betrekking tot de fiscale aftrekbaarheid van vooruitbetaalde kosten van 10.04.2018.
Die nieuwe bepaling moet worden toegepast op de kosten die worden gedaan of gedragen in de periode waarin rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017.
3.10. Beperking van de voorzieningen voor risico's en kosten
42. De W 25.12.2017 voert een bijkomende voorwaarde in met betrekking tot de vrijstelling voor voorzieningen voor risico's en kosten in de VenB.
De vrijstelling voor voorzieningen voor risico's en kosten is voortaan uitsluitend beperkt tot de voorzieningen die voortvloeien uit aangegane verbintenissen of uit wettelijke of reglementaire verplichtingen, andere dan de verplichtingen die voortvloeien uit het boekhoudrecht (27).
(27) Zie art. 194, WIB 92, en de circulaire 2018/C/118 over de vrijgestelde voorzieningen voor risico's en kosten in de VenB van 26.10.2018.
De voormelde wijziging is van toepassing op voorzieningen of toevoegingen aan voorzieningen die worden aangelegd bij het verstrijken van het b.t., waarin de gebeurtenis zich heeft voorgedaan, en die betrekking hebben op de periode waarin rekening moet worden gehouden met de bepalingen die verbonden zijn met de eerste fase van de W 25.12.2017.
IV. Voorbeelden
A. Voorbeeld 1: het b.t. vangt ten vroegste op 01.01.2018 aan
43. Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2016 tot 30.11.2017 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.12.2017.
Voor het boekjaar dat loopt van 01.01.2018 tot 31.12.2018 (aj. 2019) zijn er twee periodes:
- periode van 01.01.2018 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (hierna periode 1)
- periode van 01.12.2018 tot 31.12.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019 (hierna periode 2)
De vennootschap is uitgesloten van het verminderd tarief.
Gegevens (in euro)
Belaste reserves: 4.000.000
VU: 1.000.000
Voorziening (gebeurtenis op 10.12.2018): 300.000
Vooruitbetaalde kosten (op 10.12.2018): 100.000
Interimdividenden (uitgekeerd op 30.09.2018): 400.000
DBI (toekenning dividenden op 31.10.2018): 500.000
NIA: 40.000
Investeringsaftrek (IA): 100.000
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 wordt vooreerst voor het volledige b.t. ingevuld op basis van de fiscale bepalingen die rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017. Nadien wordt het correctievak ingevuld (zie nr. 15). In voorkomend geval worden nog correcties van overdraagbare aftrekken opgenomen in het daarvoor voorziene correctievak (zie nr. 28).
De vennootschap moet op basis van de tussentijdse afsluiting en de afsluiting van het boekjaar voor elke periode een belastbare grondslag berekenen die rekening houdt met de fiscale bepalingen die van toepassing zijn in de bedoelde periode (zie nr. 10).
Uitwerking (in euro)
Aangifte: fiscale bepalingen aj. 2019 Correcties Belastb. grondslag Belastb. grondslag
periode 1 periode 2
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Belastbare gereserveerde winst, 4.400.0003.500.000500.000
met inbegrip van:
- belastbare voorziening300.000 (1) 0300.000
- vooruitbetaalde kosten100.000 (2) 0100.000
VU 1.000.000 1.000.000 0
Interimdividenden 400.000 400.000 0
5.800.000 4.900.000900.000
DBI (100 %) - 500.000 +25.000 (3)- 475.000 (DBI)
IA - 100.000 (4)- 110.000 (NIA)- 10.000 (IA)
5.200.000 (5)- 90.000 (IA)890.000 (6)
NIA - 40.000 -80.000 (7) - 10.00 (NIA)
5.160.000 -55.000 4.225.000 880.000
(1) De voorziening is overeenkomstig art. 194, WIB 92, niet vrijgesteld in de VenB en heeft betrekking op een gebeurtenis die zich voordoet in periode 2.
(2) Onder de onzichtbare reserves is een vooruitbetaalde kost opgenomen die volledig betrekking heeft op het volgende boekjaar. De kosten werden gedaan in periode 2.
(3) De dividenden werden toegekend op 31.10.2018, m.a.w. tijdens periode 1 waarin geen rekening moet worden gehouden met de bepalingen van de W 25.12.2017 en de DBI-aftrek slechts 95 % bedraagt. Er moet een positieve correctie van de belastbare grondslag gebeuren van 25.000.
(4) De IA heeft voor 90.000 betrekking op periode 1 en voor 10.000 betrekking op periode 2.
(5) Berekening van de fiscale korf: 1.000.000 + 70 % x (4.200.000) = 3.940.000.
(6) Aangezien de winst, die overblijft na de aftrekken zoals bedoeld in art. 207, tweede lid, WIB 92, minder bedraagt dan 1.000.000 moet de fiscale korf niet worden berekend voor periode 2.
(7) De NIA moet worden berekend voor elke periode volgens de toepasselijke fiscale bepalingen.
Veronderstel:voor periode 1: 110.000
voor periode 2: 10.000
Totaal: 120.000
Daaruit volgt dat er een negatieve correctie van de belastbare grondslag moet gebeuren van 80.000.
Aangifte VenB voor het aj. 2019 (in euro)
Uiteenzetting van de winst
Het belastbaar tijdperk vangt ten vroegste op 01.01.2018 aan
Codes | Belastbaar tijdperk | |
Belastbare grondslag | ||
Belastbaar tegen gewoon tarief | N 1460 | ...........l.......5.....l.....160.......l...000....... ,00 |
Correcties als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar indien het belastbaar tijdperk ten vroegste op 01.01.2018 aanvangt
Codes | Belastbaar tijdperk | |
Belastbare grondslag | ||
Negatieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief | 6101 | ............l............l.....55.....l..000...... ,00 |
Positieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief | 6102 | ............l............l…….....l........... , …. |
Positieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 % | 6103 | ............l............l............l........... , . . |
Positieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 0,40 % | 6104 | ............l............l............l........... , . . |
Tarief van de ACB | ||
Gedeelte van de meerwaarden op aandelen in principe belastbaar tegen 25 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 3 % | 6113 | ............l............l............l........... , . . |
Gedeelte van de grondslag belastbaar tegen het exit tax tarief van 12,5 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 3 % | 6114 | ............l............l............l........... , . . |
Tarief van de vennootschapsbelasting | ||
|
Gedeelte van de gecorrigeerde belastbare grondslag dat in principe onderworpen is aan het tarief van 33 % | 6111 | ............l......4...l....225...l..000.. ,00 |
De vennootschap kan bij uw weten voor dit gedeelte aanspraak maken op het verminderd tarief | 6112 | ...........neen.......................... |
Opmerking
De totale belastbare grondslag bedraagt 5.105.000 (5.160.000 - 55.000), waarvan
- 4.225.000 belastbaar is aan 33 %, en
- 880.000 (= 5.160.000 - 55.000 – 4.225.000) belastbaar is aan 29 %.
B. Voorbeeld 2: het b.t. vangt vóór 01.01.2018 aan
44. Een vennootschap heeft een boekjaar dat normaal loopt van 01.12.2017 tot 30.11.2018 en beslist na 26.07.2017 om dat boekjaar te verlengen tot 31.03.2019.
Voor het boekjaar dat loopt van 1.12.2017 tot 31.03.2019 (aj. 2019) zijn er twee periodes:
- periode van 01.12.2017 tot 30.11.2018: fiscale bepalingen van het aj. 2019bis (hierna periode 1)
- periode van 01.12.2018 tot 31.03.2019: fiscale bepalingen van het aj. 2019 (hierna periode 2)
De vennootschap is uitgesloten van het verminderd tarief.
Gegevens (in euro)
Belaste reserves: 4.000.000
VU:1.000.000
Voorziening (gebeurtenis op 10.01.2019): 300.000
Vooruitbetaalde kosten (op 15.03.2019): 100.000
Interimdividenden (uitgekeerd op 31.10.2018): 400.000
DBI (toekenning dividenden op 20.12.2018): 500.000
NIA: 200.000
IA: 100.000
De aangifte in de VenB voor het aj. 2019 wordt vooreerst voor het volledige b.t. ingevuld op basis van de fiscale bepalingen die geen rekening houden met de eerste fase van de W 25.12.2017. Nadien wordt het correctievak ingevuld (zie nr. 22). In voorkomend geval worden nog correcties van overdraagbare aftrekken opgenomen in het daarvoor voorziene correctievak (zie nr. 28).
De vennootschap moet op basis van de tussentijdse afsluiting en de afsluiting van het boekjaar voor elke periode een belastbare grondslag berekenen die rekening houdt met de fiscale bepalingen die van toepassing zijn in de bedoelde periode (zie nr. 10).
Uitwerking (in euro)
Aangifte: fiscale bepalingen aj. 2019bis Correcties Belastb. Belastb. grondslag grondslag
periode 1 periode 2
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Belastbare gereserveerde winst 4.000.000 +300.000 (1) 3.500.000 800.000
(500.000 + 300.000)
+100.000 (2) 0 100.000
VU 1.000.000 1.000.000 0
Interimdividenden 400.000 400.000 0
5.400.000 4.900.000 900.000
DBI (95%) - 475.000 - 25.000 (3) 0 - 500.000 (DBI)
NIA - 200.000 +50.000 (4) - 140.000 (NIA) - 10.000 (IA)
IA - 100.000 (5) - 90.000 (IA) 390.000 (6)
- 10.000 (NIA)
4.625.000 +425.000 4.670.000 380.000
(1) De voorziening heeft betrekking op een gebeurtenis die zich voordoet in periode 2 en die overeenkomstig art. 194, WIB 92, niet aftrekbaar is in de VenB. Er moet een positieve correctie van de grondslag gebeuren van 300.000.
(2) De vooruitbetaalde kosten werden gedaan in periode 2 en hebben volledig betrekking op het volgende boekjaar. Er moet een positieve correctie van de belastbare grondslag gebeuren van 100.000.
(3) De dividenden werden toegekend op 20.12.2018, m.a.w. tijdens periode 2 (DBI-aftrek is 100 %). Er moet een negatieve correctie van de belastbare grondslag gebeuren van 25.000.
(4) De NIA moet worden berekend voor elke periode volgens de toepasselijke fiscale bepalingen.
Veronderstel: voor periode 1:140.000
voor periode 2: 10.000
Totaal: 150.000
Daaruit volgt dat er een positieve correctie van de belastbare grondslag moet gebeuren van 50.000.
(5) De IA heeft voor 90.000 betrekking op periode 1 en voor 10.000 betrekking op periode 2.
(6) Aangezien de winst, die overblijft na de aftrekken zoals bedoeld in art. 207, tweede lid, WIB 92, minder bedraagt dan 1.000.000 moet de fiscale korf niet worden berekend.
Aangifte VenB voor het aj. 2019 (in euro)
Uiteenzetting van de winst
Het belastbaar tijdperk vangt vóór 01.01.2018 aan
Codes | Belastbaar tijdperk | |
Belastbare grondslag | ||
Belastbaar tegen gewoon tarief | O 1460 | ...........l.......4....l.....625......l..000........ ,00 |
Correcties als gevolg van een vanaf 26.07.2017 aangebrachte wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar indien het belastbaar tijdperk vóór 01.01.2018 aanvangt
Codes | Belastbaar tijdperk | |
Belastbare grondslag | ||
Negatieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief | 6201 | ............l............l............l........... , . . |
Positieve correctie van de grondslag belastbaar tegen gewoon tarief | 6202 | ............l............l...425...l....000. ,00 |
Negatieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 % | 6203 | ............l............l............l........... , . . |
Negatieve correctie van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 0,40 % | 6204 | ............l............l............l........... , . . |
Tarief van de ACB | ||
Gedeelte van de meerwaarden op aandelen belastbaar tegen 25 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 2 % | 6213 | ............l............l............l........... , . . |
Gedeelte van de grondslag belastbaar tegen het exit tax tarief van 12,5 %, waarvoor de belasting wordt verhoogd met een ACB van 2 % | 6214 | ............l............l............l........... , . . |
Tarief van de vennootschapsbelasting | ||
Gedeelte van de gecorrigeerde belastbare grondslag dat in principe onderworpen is aan het tarief van 29 % | 6211 | ............l............l....380...l.000. , 00 |
De vennootschap kan bij uw weten voor dit gedeelte aanspraak maken op het verminderd tarief | 6212 | ...........................neen........................... |
Opmerking
De totale belastbare grondslag bedraagt 5.050.000 (4.625.000 + 425.000), waarvan
- 4.670.000 belastbaar is aan 33 %, en
- 380.000 (= 4.625.000 + 425.000 – 4.670.000) belastbaar is aan 29 %.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
Danny DELVAUX
Adviseur-generaal
Interne ref.: 716.463
