Circulaire 2017/C/31 over de aanrekening van de toeslagen op de belastingvrije som voor gezinslasten

Deze circulaire bespreekt de wijziging in de berekening van de PB als de echtgenoot met het hoogste inkomen, inkomsten heeft uit het buitenland.

Personenbelasting ; berekening van de PB ; gemeenschappelijke aanslag ; aanrekening van de belastingvrije som ; fiscaal voordeel verbonden met de gezinslasten ; behandeling van geschillen

FOD Financiën, 18.05.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Personenbelasting

1. Inleiding

De problematiek van de toekenning van de toeslagen op de belastingvrije som voor gezinslasten (1) als de echtgenoot met het hoogste inkomen vrijgestelde inkomsten heeft uit het buitenland, is het voorwerp geweest van heel wat arresten en beslissingen die vaak ongunstig waren voor de administratie (2).

(1) Bedoeld in art. 132, WIB 92.
(2) Zie o.a. het arrest van 12.12.2013 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (
C-303/12, inzake Imfeld en Garcet) en het arrest van 24.04.2014 van het Grondwettelijk Hof (nr. 68/2014).

In het kader van die problematiek had de belastingadministratie een administratieve oplossing uitgewerkt waarbij er onder bepaalde voorwaarden een bijkomende belastingvermindering werd toegekend. Daarvoor wordt verwezen naar de circulaires:

- Ci.RH.331/575.420 (AOIF nr. 8/2008) van 12.03.2008

- Ci.RH.331/633.468 (AAFisc nr.27/2014) van 01.07.2014

- Ci.RH.331/634.229 (AAFisc nr. 32/2014) van 11.08.2014

- Ci.RH.331/575.420 (AOIF nr. 8/2008) van 11.09.2015

Het hof van beroep van Antwerpen heeft die administratieve oplossing op zijn beurt verworpen in een arrest van 22.09.2015.

In afwachting van een wetswijziging zal de administratie haar programma voor de berekening van de belasting voor aj. 2017 dan ook wijzigen zoals hierna wordt uiteengezet.

2. Aanpassing van het programma voor de berekening van de belasting

Het programma voor de berekening van de belasting zal voor aj. 2017 worden aangepast als volgt. Als er een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, zullen de in art. 132, WIB 92, bedoelde toeslagen op de belastingvrije som (3) worden aangerekend bij de echtgenoot met het hoogste inkomen behalve als de aanrekening bij de andere echtgenoot voor hen voordeliger is.

(3) In voorkomend geval aangepast volgens art. 132bis, WIB 92.

In de praktijk zullen 2 berekeningen worden gemaakt:

- een eerste waarbij de toeslagen op de belastingvrije som worden aangerekend bij de echtgenoot met het hoogste inkomen (4)

- een tweede waarbij die toeslagen worden aangerekend bij de echtgenoot met het laagste inkomen.

(4) Toepassing van art. 134, § 4, 2°, WIB 92.

De berekening die voor de belastingplichtigen het meest voordelig is, zal in de verdere berekening worden behouden.

De beoordeling van de meest voordelige berekening gebeurt op het niveau van de 'totale hoofdsom'. Dat is de som van de PB op de afzonderlijk belastbare inkomsten en de PB op de gezamenlijk belastbare inkomsten na toepassing van de belastingvrije som, de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten en de belastingvermindering voor inkomsten uit het buitenland.

3. Verdere verduidelijkingen

a. Die dubbele berekening is van toepassing voor alle belastingplichtigen:

- voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en

- bij wie ten minste één van beiden recht heeft op de in art. 155 of 156, WIB 92, bedoelde vermindering voor inkomsten uit het buitenland en

- die recht hebben op één of meer van de in art. 132, WIB 92, bedoelde toeslagen op de belastingvrije som.

b. Het heeft geen belang of de belastingplichtige een (fiscaal of ander) voordeel heeft genoten in het buitenland.

c. De regels voor de aanrekening van het basisbedrag van de belastingvrije som en de verhoging voor de handicap van de belastingplichtige (5) zijn niet gewijzigd.

(5) Bedoeld in art. 131, WIB 92.

4. Administratieve en gerechtelijke geschillen

De oplossing zoals deze voor het aanslagjaar 2017 is uitgewerkt, is ook voor de vorige aanslagjaren van toepassing wanneer de belastingplichtigen zich in dezelfde situatie bevinden (zie punt 3).

Er wordt aan herinnerd dat, in de administratieve fase, de belastingplichtigen die zich in dezelfde situatie bevinden, beschikken over de gewone bezwaartermijn beoogd in artikel 371, WIB 92 en over de termijn van vijf jaar beoogd in artikel 376, § 1, WIB 92 (zie circ. AAFisc Nr. 27/2014 (nr. Ci.RH.331/633.468) van 01.07.2014). De publicatie van de arresten van 12.12.2013 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-303/12, inzake Imfeld en Garcet) en van 24.04.2014 van het Grondwettelijk Hof (nr. 68/2014), vormen immers een nieuw bewijskrachtig feit (zie circ. Ci.RH.862/536.019 van 04.05.2001, bevestigd door het arrest nr. 2006/160 van 08.12.2006 van het Grondwettelijk Hof).

De toepassing van artikel 376, § 1, WIB 92, is evenwel onderworpen aan de voorwaarde dat 'de aanslag niet reeds het voorwerp is geweest van een bezwaarschrift dat aanleiding heeft gegeven tot een definitieve beslissing nopens de grond'.

De beslissingen tot verwerping van de bezwaarschriften of van vragen tot ambtshalve ontheffing die eerder werden ingediend op grond van dezelfde grief, zijn evenwel onherroepelijk bij gebreke van het instellen van een vordering in rechte bij de rechtbank van eerste aanleg binnen de termijn voorgeschreven door artikel 1385undecies, Gerechtelijk Wetboek (art. 375, § 1, 2de lid, en 376ter, 3delid, WIB 92).

De nog hangende administratieve of gerechtelijke geschillen moeten het voorwerp uitmaken van, respectievelijk, beslissingen of conclusies overeenkomstig de bovenvermelde richtlijnen, met dien verstande dat de bewijslast bij de belastingplichtige ligt (zie punt 3).

Interne ref.: 710.418