Circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 d.d. 05.03.1999


Bull. nr. 791, pag. 824

1ste Addendum: circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 (AOIF 8/2003) dd. 17.04.2003

2de Addendum: circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 (AOIF 8/2003) dd. 04.04.2005

3de Addendum: circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 (AOIF 8/2003) dd. 11.05.2006

4de Addendum: circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 (AOIF 8/2003) dd. 23.08.2007

5de Addendum: circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 (AOIF 8/2003) dd. 15.07.2008

6de Addendum: circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 (AOIF 8/2003) dd. 07.04.2009

7de Addendum dd 13.11.2009 aan de circulaire Ci.RH.241/509.803 (AOIF Nr. 8/2003) dd 05.03.1999



20ste addendum - Circulaire 2020/C/19 over het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk
24ste addendum - Circulaire 2021/C/84 over het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk. Tijdelijke maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie
31ste addendum - Circulaire 2025/C/4 over het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk
32ste addendum - Circulaire 2026/C/20 over het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk
VERGOEDING
Vergoeding voor vrijwilligerswerk.
Vrijgestelde vergoeding.

VRIJWILLIGER
Belastingstelsel.


Belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk. Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.

I. INLEIDING

1. Onderhavige circulaire verstrekt richtlijnen in verband met de niet-belastbare bedragen van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk waarvan sprake in nr 9 van de circ. 7.4.1998, nr Ci.RH.241/486.611 (Bull. 783, blz. 1.165).

II. TOEPASSINGSGEBIED

2. Die richtlijnen zijn van toepassing op de vergoedingen (toelagen, verblijfs- en verplaatsingsvergoedingen, enz.) die in het kader van gelegenheidswerk, zowel in de sportsector als in de sociale en culturele sector in de brede betekenis van het woord, door een club, federatie, vereniging, instelling of overheid aan onbaatzuchtige medewerkers en aan beoefenaars van amateursporten en van andere socio-culturele activiteiten worden toegekend.

Hoedanigheid van de vrijwilliger

3. De vrijwilliger is een natuurlijke persoon die, op onbaatzuchtige wijze, onbezoldigd en in een georganiseerd of gereglementeerd verband, zijn activiteiten uitvoert.

Hoedanigheid van de opdrachtgever

4. Het vrijwilligerswerk gebeurt in opdracht van een club, federatie, vereniging, instelling zonder winstoogmerk of overheidsdienst, ongeacht of de opdrachtgever al dan niet rechtspersoonlijkheid bezit.

Worden als opdrachtgever beschouwd :

  • rechtspersonen, zoals een vereniging zonder winstoogmerk, een ziekenfonds, een openbare dienst of een instelling van openbaar nut, een gemeente, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, die geen onderneming exploiteren of zich niet bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard;
  • verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, zoals feitelijke verenigingen en groeperingen, die geen onderneming exploiteren of geen winstgevende bezigheid verrichten.
Zijn onder meer uitgesloten als opdrachtgever :

  • enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting of instelling, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die een onderneming exploiteert of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard en aan de Ven.B, de BNI/ven., ofwel, ten name van de vennoten of leden aan de PB of de BNI/nat.pers., is onderworpen;
  • een individuele privé-persoon, behoudens wanneer die persoon via een club, federatie, vereniging, instelling of de overheid beroep doet op vrijwilligerswerk.
Voorbeelden : Zo zijn onder meer de volgende personen uitgesloten van de toepassing van deze circulaire :

  • een gepensioneerde werknemer die voor een onderneming (al dan niet zijn gewezen werkgever) nog klusjes opknapt;
  • de echtgenote van een zaakvoerder van een BVBA die af en toe meewerkt in de vennootschap;
  • een vrijwilliger in een bejaardentehuis dat, alhoewel onder de vorm van een VZW opgericht, aan de Ven.B is onderworpen.
Bedoelde activiteiten

5. Het gelegenheidswerk moet worden verricht in het kader van sociale, culturele of sportieve activiteiten van de club, federatie, vereniging, instelling of overheid. Bedoeld zijn inzonderheid de opvang of de begeleiding van zieken, bejaarden, kinderen, jongeren en sociaal zwakkeren (zoals de thuiszorg voor zorgbehoevende personen of mantelzorg), de bescherming van het leefmilieu, de organisatie van sportwedstrijden en van sociale en culturele evenementen, alsmede het zelf deelnemen aan die wedstrijden en evenementen.

Relatie tussen de vrijwilliger en de opdrachtgever

6. Het gelegenheidswerk betreft activiteiten die onbaatzuchtig en rechtstreeks voor de opdrachtgever worden verricht zonder dat de vrijwilliger één of andere beroepsrelatie heeft met de opdrachtgever.

In deze circulaire zijn dus niet bedoeld :

  • een medewerker die een activiteit uitoefent en die van de opdrachtgever beroepsinkomsten ontvangt, zoals een werknemer die voor de vennootschap of de vereniging waarin hij werkzaam is ook nog een zogenaamde vrijwillige activiteit van sportieve, sociale of culturele aard zou uitoefenen;
  • een medewerker van een niet-commerciële vereniging die opdrachten van sportieve, sociale of culturele aard vervult of daaraan meewerkt voor andere verenigingen die zich al dan niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden, zoals een vrijwilliger van een VZW wanneer die VZW in opdracht van een vennootschap of vereniging tijdens de vakantiemaanden jeugdanimatie verzorgt of ter gelegenheid van een sportief of cultureel evenement instaat voor de ontvangst en begeleiding van deelnemers en toeschouwers, of nog een medewerker van een sociaal fonds dat wordt gestijfd door bijdragen van een vennootschap om voor de werknemers van de vennootschap sportieve en culturele activiteiten te organiseren.
Die uitsluiting geldt evenwel niet voor :

  • vrijwilligers van verenigingen die in opdracht van de overheid sportieve, sociale of culturele activiteiten organiseren of daaraan meewerken, zoals een vrijwilliger van een sportclub, wanneer die sportclub in opdracht van een gemeente tijdens de vakantiemaanden een sportkamp voor jongeren van de gemeente organiseert of daaraan meewerkt;
  • vrijwilligers van hulporganisaties die (al dan niet in opdracht van de overheid) bijdragen tot de eerste hulpverlening aan slachtoffers van ongevallen, rampen, conflicten, ...
III. OMSCHRIJVING VAN DE NIET-BELASTBARE VERGOEDINGEN

7. Sommige vergoedingen geven geen aanleiding tot belastingheffing, omdat zij de terugbetaling vertegenwoordigen van kosten die de verkrijgers doen in het kader van een of andere activiteit die als vrijetijdsbesteding kan worden beschouwd, zodat er geen sprake kan zijn van beroepsinkomsten.

Het gaat hier om eerder geringe vergoedingen die worden toegekend aan amateursporters, deelnemers aan evenementen en medewerkers die zich op louter onbaatzuchtige wijze inzetten voor hun club, federatie, vereniging, instelling of ten dienste van de gemeenschap en die uitsluitend de terugbetaling vertegenwoordigen van een gedeelte of zelfs het geheel van de kosten die zij doen in het kader van hun vrijwilligerswerk.

8. Die vergoedingen kunnen als niet belastbaar worden aangemerkt mits aan de volgende voorwaarden samen voldaan is (zie ook de parlementaire vragen nr 522, van 20.4.1993, van Volksvertegenwoordiger SARENS - Bull. 731, blz. 2.852 en nr 163, van 10.1.1997 van Senator LOONES - Bull. 772, blz. 1.328) :

  • de betrokken amateursporters, deelnemers aan evenementen of vrijwillige medewerkers verrichten op louter onbaatzuchtige wijze prestaties voor de club, federatie, vereniging, instelling of gemeenschap;
  • de vergoedingen vertegenwoordigen uitsluitend de terugbetaling van werkelijke kosten, hetgeen impliceert dat zij niet abnormaal hoog zijn en dus geen verdoken bezoldigingen voor geleverde prestaties bevatten.
IV. BEDRAG VAN DE NIET-BELASTBARE VERGOEDINGEN

9. In dat verband mag worden aangenomen dat de vergoedingen die clubs, federaties, verenigingen, instellingen of de overheid in het kader van hun sportieve, sociale of culturele doeleinden aan hun onbezoldigde vrijwilligers toekennen als forfaitaire terugbetaling van kosten, werkelijke kosten dekken en derhalve niet belastbaar zijn, wanneer zij per verkrijger niet meer bedragen dan 24,79 EUR (1.000 F) (*) per dag en 991,57 EUR (40.000 F) (*) per jaar.

10. Die vergoedingen vertegenwoordigen de forfaitaire terugbetaling van :

  • de kosten voor de verplaatsingen die de vrijwilligers met hun eigen vervoermiddel of met het gemeenschappelijk vervoer afleggen tussen hun woonplaats en de zetel van de club, federatie, vereniging of instelling of de plaats van waaruit de activiteiten worden georganiseerd, geleid of bestuurd (bijvoorbeeld clublokaal, sportterrein, cultureel centrum, vergaderzaal, enz.) of de plaatsen die met de activiteiten van de vereniging verband houden maar die geen vaste plaats van activiteit zijn (verplaatsingen voor uitwedstrijden, manifestaties, voordrachten, vormingsdagen, enz.);
  • de verblijfkosten (inzonderheid verfrissingen en maaltijden);
  • alle andere kosten waarvoor het wegens de aard en het geringe bedrag niet gebruikelijk is bewijsstukken voor te leggen (kosten i.v.m. sportuitrusting, telefoon, fax, gebruik PC, internet, briefwisseling, documentatie, klein materiaal, enz.).
V. OVERSCHRIJDING VAN DE GRENSBEDRAGEN

11. Wanneer één van de sub 9 vermelde forfaitaire bedragen in een bepaald belastbaar tijdperk wordt overschreden (meer bedragen dan 24,79 EUR (1.000 F) (*) per dag of meer dan 991,57 EUR (40.000 F) (*) per jaar), moeten alle inkomsten die voor hetzelfde belastbare tijdperk voortvloeien uit het vrijwilligerswerk, integraal als belastbare inkomsten worden aangemerkt. In dat geval kunnen die vergoedingen alleen van belasting worden vrijgesteld als terugbetaling van eigen kosten van de club, federatie, vereniging, instelling of overheid, mits het dubbel bewijs als bedoeld in nr 31/32 Com.IB 92 wordt geleverd; namelijk dat :

a) de vergoeding bestemd is tot het dekken van kosten die eigen zijn aan de club, federatie, vereniging, instelling of overheid;

b) die vergoeding ook daadwerkelijk aan dergelijke kosten is besteed.

VI. UITSLUITING

12. De richtlijnen van onderhavige circulaire gelden niet voor de vergoedingen van vrijwilligers waarvoor reeds een afzonderlijke belastingregeling bestaat.

Dat is onder meer het geval voor de vergoedingen :

  • van 12,50 EUR (500 F) (*), 20,00 EUR (800 F) (*) en 25,00 EUR (1.000 F) (*) per wedstrijd voor controleurs, kassiers en verantwoordelijken van bij de KBVB aangesloten voetbalclubs (cf. circ. 24.6.1997, nr. Ci.RH.241/489.207, Bull. 774, blz. 1.775);
  • van 12,50 EUR (500 F) (*) en 15,00 EUR (600 F) (*) per wedstrijd voor spelers en medewerkers van amateurploegen in de lagere afdelingen aangesloten bij :
  • de KBVB en bij vergelijkbare voetbalbonden;
  • de Vlaamse Volleybalbond;
  • de Koninklijke Belgische Basketbalbond;
  • de Koninklijke Belgische Hockeybond (veldhockey);
  • de Franstalige Handballiga;
(cf. circ. 14.6.1991, nr Ci.RH.241/425.005, Bull. 708, blz. 1.899 en circ. 7.4.1998, nr. Ci.RH.241/486.611, Bull. 783, blz. 1.165).

VII. INWERKINGTREDING

13. De richtlijnen van onderhavige circulaire treden onmiddellijk in werking. Zij zijn tevens van toepassing op de hangende geschillen.

VIll. CONTROLEMAATREGELEN

14. De vergoedingen die de vermelde grenzen niet overschrijden, moeten - aangezien zij worden geacht niet in het toepassingsgebied van de inkomstenbelastingen te vallen - niet op een fiche nr. 281 en een ermede overeenstemmende opgave nr. 325 worden vermeld. De dienstleider van de taxatiedienst die bevoegd is voor de betrokken club, federatie, vereniging, instelling of overheid kan die club, federatie, vereniging, instelling of overheid evenwel verplichten om per jaar een nominatieve lijst met vermelding van de uitgekeerde sommen per verkrijger voor te leggen (cf. nr 317/13, eerste lid, tweede gedachtenstreep, Com.IB 92).

NAMENS DE MINISTER Voor de Directeur-generaal De Auditeur-generaal van financiën,

J.E. VANDENBOSCH.

[(*) Omzetting naar euro : Ci.D.28/546.629 dd.19.12.2001 (inwerkingtreding 01.01.2002)]